Gezond ouder worden (Gerard Westendorp)

Gezond ouder worden                                                                                                           Oss 15 augustus 2014

Ik mag u in een halfuurtje iets zeggen om daarna met elkaar in gesprek te gaan. Hoe zo goed mogelijk oud te worden; wat doe je daarvoor? Wat laat je daarvoor? Hoe beleven we het zelf? Mogelijk hebben we goede tips voor elkaar.

1. Als ik mezelf de vraag stel: wat is belangrijk, dan zeg ik: Tijd, eerbied en aandacht. Tijd, eerbied en aandacht voor wat je tegenkomt: voor de vogel in de lucht, de wolken, het meisje op straat, je kinderen aan tafel, je buurman, eerbied en aandacht voor alles wat je tegenkomt, en nu ook aandacht voor het feit dat we ouder worden en mogelijk krakkemikkiger.
We worden ouder en dat merken we. We hebben niet alles in de hand. Dat kan ons open maken voor meer dan wij in de hand hebben en kunnen begrijpen. Het meeste in ons leven begrijpen we niet. Dat we er zijn, begrijpen we niet, dat we leven, dat we geboren zijn, ik begrijp het niet en dat we dood gaan, ook dat begrijp ik niet.

Voor elke mens geldt, en zeker voor ouderen, het oude gezegde ‘memento mori’, ‘gedenk te sterven’. Denk er aan dat je doodgaat. Dat hoeft helemaal niet zo negatief te klinken. Beseffen hoe nietig we zijn, doet ons misschien ook beseffen hoe groot we zijn.
Ons leven is niet vanzelfsprekend. We hadden er ook niet kunnen zijn. U had er ook niet kunnen zijn. Wij hier hadden er ook niet kunnen zijn. En het had maar een fractie gescheeld of ik was er niet geweest. Niet dat het een ramp zou zijn geweest, maar toch wel jammer. En eens komt het moment dat ik doodga.
Als je daar vaker bij stil staat ga je anders naar je leven kijken. Er kan meer overgave komen aan het leven. Hoe minder ik met mezelf bezig ben, hoe minder bezorgd ik word over mijn eigen leven en hoe meer open voor alles om me heen. We ontspannen onze greep op het leven. Niet door werken alleen, maar meer nog door liefde, door vertrouwen, relaties en overgave komen we tot leven.

2. Geloof, hoop en liefde. Deze drie: geloof, hoop en liefde. De heilige Augustinus zei in de 4e eeuw, dat iedere wetenschap, dat alle kennis op drie fundamenten berust: geloof, hoop en liefde. Ik ben, ik was geneigd te denken, dat kennis en wetenschap gefundeerd zijn op kritisch onderzoek en op veel informatie verzamelen. Bij nader inzien kan Augustinus wel eens gelijk hebben. Alleen wie met vertrouwen naar iemand luistert, hem hoopvol aankijkt en hem met liefde en eerbied volgt, zal de ander echt leren kennen, en dat geldt voor alles, voor de natuur, voor de mens. Een dokter, alleen als hij met vertrouwen naar je luistert, je hoopvol aankijkt, je met liefde en eerbied volgt, zal hij je echt kunnen leren kennen en ook kunnen helpen.

Natuurlijk krijgen we last van onze gebreken, maar we leggen er niet meer die extra lading op van boosheid of verongelijktheid of schuld. We beseffen dat we meer zijn dan onze beperkingen in relatie met alles wat is en ons overstijgt.
Met Job ga ik mij afvragen: waar was ik toen de zon opging, toen de sterren verschenen, de regen kletterde, de rivieren begonnen te stromen, de dieren in het bos ontwaakten?
De wereld draait niet om mij. Het leven is niet door mij bedacht, en ik heb er ook geen greep op. Misschien voel ik me dan minder bedonderd en meer verwonderd.

3. Sommige mensen beginnen pas als ze dicht bij de dood zijn echt te leven. Wie onder ogen ziet dat het leven eindig is, haalt misschien meer uit het leven, zoals Jacqueline van der Waals, toen ze wist dat ze kanker had. Ze was pas 54 jaar. Ze schreef:
Sinds ik het weet (dat ik niet lang meer te leven heb)
‘Sinds ik het weet, werd mij de overvloed,
de schoonheid en de zoetheid van alle dingen die mij overal omgeuren en omringen
nog wel zo lieflijk en wel zo zoet.

Sinds ik het weet, schijnt mij de atmosfeer doorwasemd en doorgeurd van zoele togen, het is of ieder zintuig en vermogen
nog fijner werd en scherper dan weleer.

Sinds ik het weet, treed ik, wie ik ontmoet, de vreemden en de vrienden op mijn wegen ontroerder en vertrouwelijker tegen,
en ik groet ze met een vriendelijker groet.

Sinds ik het weet, is God mij meer nabij
en vaak in de ernst van het aardse spel verloren, zo ernstig en zo diep als ooit tevoren,
gevoel ik in de dingen plots Gods glimlach over mij.

Op het graf van een broer van mij staat: ‘Leven is wat er gebeurt, terwijl je andere plannen maakt’, een tekst van Lucebert. Met de jaren ga je duidelijker beseffen dat veel in het leven niet ging zoals je gewild had.
Maar terugkijkend kun je zien dat echt geluk in wezen altijd een geschenk was.
Je grote liefde heb je niet zelf georganiseerd: hij of zij doemde ineens op aan de horizon van je bestaan. Ook het welzijn van je kinderen of kleinkinderen heb je als vader of moeder niet echt in eigen hand. Je kunt natuurlijk veel doen, maar ook dat word je gegeven te doen.
Als ouder of grootouder kun je je verwonderen over je kinderen, over kleinkinderen en andere mensen.

4. In het licht van de dood vallen alle maskers af en hou je de kern over. Oud worden en de eindigheid en grenzen onder ogen zien is iets goeds. De dood is zelfs een geschenk.
Als je leven geen einde had, zou je alles uitstellen en tot niets komen. Het kan morgen of overmorgen ook nog wel. Op het moment dat je in je lijf ontdekt datje ouder wordt en datje zult sterven, verandert er soms plotseling van alles. Je voelt dat er nog dingen moeten gebeuren en dat je nog dingen moet zeggen. Door dit besef krijgt het vaak een grote rust, en ook een grote uitstraling en kracht.

Mozart, een musicus met veel verdriet en leed, die niet ouder werd dan 35 jaar, schreef aan zijn oude vader: ‘Aangezien de dood het werkelijke doel is van mijn leven, heb ik er mij in de afgelopen jaren op toegelegd, deze trouwe en beste vriendin van de mens te leren kennen en ik ben er zo goed in geslaagd, dat de idee, dood te gaan, mij geen angst meer inboezemt, maar me zelfs veel steun en een diep gevoel van rust geeft. Ik dank God, dat ik uiteindelijk in de dood het geheim van het ware geluk heb ontdekt. Voor dit geluk dank ik mijn Schepper en ik wens dit geluk toe aan al mijn vrienden’.

Mogelijk bent u ook wel een van zijn vrienden en houdt u van Mozart. Hij dankt God die hem heeft geleerd dat de dood ‘de sleutel tot waarachtig geluk’ is. Hij is dan 31 jaar en er niet bang meer voor want hij heeft zich vertrouwd gemaakt met ‘die goede en trouwe vriendin van de mens’, zo zegt hij zelf en verder: ‘Ik ga nooit slapen zonder te bedenken dat ik er bij het
gloren van de volgende dag misschien niet meer zal zijn. En toch kan niemand die mij kent zeggen dat ik ooit chagrijnig of zwaarmoedig ben. Dagelijks dank ik mijn Schepper voor mijn gelukkige stemming en wens die van harte al mijn medeschepselen toe’. Dit heldere besef van zijn eindigheid is het geheim van zijn speelse, lichtvoetige en tegelijk diepgaande muziek.

5. Besef van de dood, van ziekte en lijden, besef van onze eindigheid is essentieel om goed te kunnen leven. Etty Hillesum schreef in het kamp Westerbork: ‘Het zijn bange tijden, mijn God. Ik zal je helpen God, dat je het niet in mij begeeft, maar ik kan van te voren nergens voor in staan. Maar dit éne wordt me steeds duidelijker: dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en door dat laatste helpen wij onszelf. En dit is het enige, wat we in deze tijd kunnen redden en ook het enige, waar het op aankomt: een stukje van jou in onszelf, God. En misschien kunnen we ook er aan meewerken jou op te graven in de geteisterde harten van anderen. Ja, mijn God, aan de omstandigheden schijn jij niet al te veel te kunnen doen, ze horen nu eenmaal ook bij dit leven. Ik roep je er ook niet voor ter verantwoording, jij mag daar later ons voor ter verantwoording roepen. En haast met iedere hartslag wordt het me duidelijker: dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en dat we de woning in ons, waar jij huist, tot het laatste toe moeten verdedigen. Er zijn mensen, het is heus waar, die nog op het laatste ogenblik stofzuigers in veiligheid brengen en zilveren vorken en lepels, in plaats van jou, mijn God. En er zijn mensen, die hun lichamen in veiligheid willen brengen, die alleen nog maar behuizingen zijn voor duizend angsten en verbitteringen. En ze zeggen: Míj zullen ze niet in hun klauwen krijgen. En ze vergeten, dat men in niemands klauwen is, als men in jouw armen is. Ik begin alweer wat rustiger te worden mijn God, door dit gesprek met jou. Ik zal in de naaste toekomst nog heel veel gesprekken met je houden en je op die manier verhinderen van me weg te vluchten. Je zult ook nog wel eens schrale tijden in mij beleven, mijn God, niet zo krachtig gevoed door mijn vertrouwen, maar geloof me, ik zal voor je blijven werken en ik zal je trouw blijven en je niet verjagen van mijn terrein.’
Daar schreef zij ook: ‘Het klinkt bijna paradoxaal: door de dood buiten zijn leven te sluiten, heeft men nooit een volledig leven en door de dood binnen zijn leven op te nemen, verruimt en verrijkt men zijn leven’.
De dood blijkt een schat in broze aarden vaten. Waar zij is, blijkt authentiek, waarachtig leven: ‘0 dood die waarheid zijt: nader tot u’, zo is de titel van een boek van Gerard Reve. Hij zegt ook: ‘God, de Liefde en de Dood, drie woorden voor een en hetzelfde’. Merkwaardig!
‘Alles van waarde is weerloos’. Dit is misschien wel de bekendste regel uit de Nederlandse dichtkunst: ‘Alles van waarde is weerloos’. Leven dat waardevol is, is kwetsbaar.

De dood herinnert ons er aan dat het leven niet vanzelfsprekend is. Voor je eigen geboorte heeft geen mens ooit toestemming gegeven, en je hebt daar ook niet bewust aan meegewerkt. Ineens was je er, zomaar. Het besef dat weer evengoed niet hadden kunnen zijn leidt tot een gevoel van verwondering. Ik ben er, ik leef. Je beseft dat het leven een geschenk is. Je hart klopt, je kunt ademhalen en eten en drinken en koken en lezen en beminnen. Het feit dat ik er ben is het tastbare bewijs dat ik op een of andere manier gewild ben.

6. Het is geen geheim dat veel ouderen hun toenemende afhankelijkheid verschrikkelijk vinden. De gedachte aan autonomie en zelfbeschikking staat hen in de weg. Maar we vergeten dat het meeste in ons leven gebeurt zonder dat we er greep op hebben. Ons hart klopt en tientallen miljoenen bacteriën houden onze stofwisseling op gang zonder dat we daarop ook maar een moment greep hebben. Denken dat zoveel mogelijke autonomie het belangrijkste is valt te betwijfelen.
Er is ook een andere weg mogelijk, namelijk dat vertrouwen, liefde, mildheid, menselijke relaties het voor het zeggen hebben.

Ida Gerhardt heeft een mooi gedicht over ouder worden. Ze schreef:

Oud worden is het eindelijk vermogen
ver af te zijn van plannen en getallen;
een eindelijke verheldering van ogen
voordat het donker van de nacht gaat vallen.

Het is een opengaan van vergezichten,
en bijna van gehavendheid genezen;
een aan de rand der tijdeloosheid wezen.
Of in de avond gij de zee ziet lichten.

Het is, allengs, een onomstotelijk weten
dat gij vernieuwd zult wezen en herschapen
wanneer men van u schrijven zal: ‘ontslapen’.
Wanneer uw naam op aarde is vergeten.

Oud worden is het eindelijk vermogen – het is een vermogen, een mogen, het wordt ons geschonken. Een verheldering van ogen, zien, echt zien, kinderen zien, mensen zien, niet om wat ze doen, wat ze presteren, maar omdat ze zijn. Zien tot op de bodem. Het is een opengaan van vergezichten, van ruimte, openheid.

Het gedicht heeft als titel: ‘Genesis’, Wording. Dat is het tegenovergestelde van ‘afgedaan’, ‘afbraak’, ‘uitgerangeerd’. Voor de dichteres betekent ouderdom niet dat ze heeft afgedaan. Integendeel, het is een nieuwe wording. ‘Een verheldering van ogen’, je gaat de dingen op een nieuwe mannier zien. Niet meer door de bril van ‘plannen en getallen’. Het gaat nu eerder om een zien zonder eigen belang, zonder verlangen de dingen naar onze hand te zetten.

7. Ook in geestelijk opzicht gaan veel oude mensen een eigen weg. Iemand noteert: Mijn geloof is veranderd. Ik kan er niet achter staan dat het katholieke geloof het enige ware is, door de uitsluiting van gescheiden mensen en homo’s. Dat is niet christelijk. Wat de kerk leert is voor mij niet meer vanzelfsprekend. Ik probeer het voor mezelf uit te zoeken en denk er meer over na. Ik ga nog wel naar de kerk want ik zing graag en een goede viering doet me wat. Maar rooms-katholiek ben ik allang niet meer. Spiritualiteit heeft voor mij te maken met het gevoel dat er iets in ons is wat niet van deze aarde is. Het is een kracht, een inzicht dat je laat zien waar het echt om gaat.

Het gaat hier over de eigen weg in bet geloven. Dat geldt op vele terreinen. Oude mensen worden op een eigen manier wijs en men noemt ze dus terecht dikwijls eigen-wijs.
Ons gevoelsleven wordt dikwijls emotioneler. Het mededogen met het leed van anderen raakt ons meer. Veel oude mensen worden contemplatiever. Er ontstaat een dieper besef van het mysterievolle van de natuur en van de dingen.

Het is waar: ouderen zijn vaker ziek en meer hulpbehoevend dan jongeren. De ouderdom komt met gebreken. De zintuigen worden minder, de mobiliteit neemt af, er treden meer ziektes en kwaaltjes op. Er is een kleine groep mensen die er heel erg aan toe is, die er inderdaad heel erg aan toe is.

8. Sommigen zeggen: ‘de bejaarde is een ontluisterd wezen die vecht om mens te blijven’.
Maar is dat wel zo? Het woord ontluistering is dubbelzinnig. Er is een ontluistering die optreedt waar de mens geen gezicht heeft en geen naam, waar hij functie geworden is of object, waar je niet gezien wordt als mens, waar aan je voorbij gelopen wordt, waar je niet gewaardeerd wordt om de mens die je bent, maar om wat je presteert. Dat is een ontluistering van de mens.

Er is ook nog een andere betekenis. Dit wil ik duidelijk maken aan de hand van de schilder Rembrandt. In zijn vroegere jeugdportretten heeft Rembrandt zichzelf uitgedost met fluwelen baret en om zijn hals een ketting van goud. Toen hij oud was geworden, schilderde hij zichzelf zonder goud of fluweel, in een sober kleed, het gelaat gerimpeld en uitgeteerd.
De jonge schilder was met luister omhangen, in zijn ouderdom is hij ontluisterd. Maar deze ontluistering is een onthullende vrijmoedigheid en waarachtigheid die scherp afsteekt tegen de hypocrisie en onechtheid die hij in zijn jonge jaren had ervaren. In deze ontluistering kan de innerlijke en werkelijke waardigheid van de mens zich openbaren die zuiver en krachtig kan zijn.

Eenzelfde verschil valt te constateren in zijn schilderen van bijbelse thema’s voor en na de dood van zijn vrouw Saskia. In zijn jeugdjaren meent Rembrandt dat men aan voorstellingen van Christus een grootse en majesteitelijke uitdrukking behoort te geven. Men moet direct de heiland van de wereld kunnen herkennen. De dominerende gestalte, het grote gebaar en zijn alles overziende blik moeten de echtheid van zijn goddelijke zending bewijzen.
In de latere jaren kent Rembrandt echter deze met uiterlijke heerlijkheid beklede Christus niet meer. De bijbel heeft hem het geheim van Christus onthuld. Rembrandt heeft verstaan, dat de zin van de menswording niet de vergoddelijking van de menselijke natuur is, maar de liefde van God in de mens en zelfs in de knechtsgestalte.

9. Ik denk en ik zie ook dat bij het ouder worden er soms meer aandacht ontstaat voor waar het werkelijk om gaat, voor het wezenlijke. Er ontstaat vaak meer aandacht voor elkaar. Meer aandacht voor het milieu. Meer aandacht voor de diepere zin van het leven, voor het geheim van het leven. Er ontstaat meer eerbied, eerbied ook voor het minste het geringste.

De derde levensfase heeft een heel eigen betekenis. Het is de laatste fase, ook de hoogste: alle goeie dingen in drieën. Met de jaren komt de wijsheid. Bepaalde fundamentele menselijke waarden, zoals liefde, vriendschap, trouw, hebben net zoals goede wijn tijd nodig om te rijpen. Liefde en vriendschap gelden de hele persoon, niet alleen de jeugdige aantrekkelijke mens, en niet alleen de mens in de volle kracht van zijn leven. Ze worden ons niet alleen zomaar als geschenk in de schoot geworpen, maar zijn ook het resultaat van een levenslange toeleg.

Als je ouder wordt, kun je bepaalde gebeurtenissen beter overzien omdat je verschillende tijden hebt meegemaakt. Je kunt de dingen beter relativeren. En relativeren wil niet zeggen: onbelangrijk vinden, maar de dingen in hun eigen relatieve, betrekkelijke waarde zien; betrekkelijk, dat ze op elkaar betrekking hebben, met elkaar verbonden zijn, dat je niets moet verabsoluteren. Dat is wijsheid.
De oudere mens loopt niet meer zo hard en dat is maar goed ook. Hij draaft niet, loopt niet over alles heen, hij rent en runt niet, maar hij staat vaak stil bij de dingen. God schiep de tijd, over haast is niet gesproken. De kalmte en de rust van de oudere mens kan het aangetaste milieu ten goede komen. Steeds meer, en steeds beter, en steeds sneller, en steeds efficiënter levert een activistische en gewelddadige cultuur op, die alles naar zijn hand wil zetten. Dit is op de duur funest voor het milieu en niet alleen voor het milieu.

10. We willen graag zelfstandig zijn. In de bloei van ons leven denken we soms alles zelf te kunnen maken en breken. We willen sterk zijn, presteren. We hebben een heel leven opgebouwd, misschien een gezin gesticht. We konden het leven aan. En op een gegeven moment worden we hoe langer hoe meer afhankelijk.
En het klinkt gek: maar ook dit kan een zegen zijn, hoe moeilijk het ook is. Want zo zijn we ook geschapen: Volkomen afhankelijk. Niets is van onszelf: we hebben niet onszelf gemaakt. Alles wordt ons gegeven: onze mogelijkheden, alles wat we hebben en zijn, ons verstand, ons hart, onze spierkracht. En wij zijn daarin niet alleen afhankelijk van onze Schepper, maar ook van onze medemensen, allereerst van onze ouders, onze opvoeders, leraren, familie, buren, artsen, technici, loodgieters. Het is goed dat we van elkaar afhankelijk zijn en ook van elkaar afhankelijk durven zijn. Zo zijn we geschapen.
Wij mensen horen bij elkaar, hebben elkaar nodig, kunnen alleen maar met elkaar mens worden. Maar we zijn verschrikkelijke eigenheimers geworden, die het liefst zelf onze boontjes doppen, onszelf redden en niet graag hulp van anderen ontvangen. We willen niet graag van anderen afhankelijk zijn.

Wie een beetje thuis is in de bijbelse geschriften weet dat Jezus vlak voor zijn dood de voeten van zijn leerlingen waste. Dat was een veelzeggend gebaar. Petrus hield dat af: Nooit in der eeuwigheid zult u mij de voeten wassen. Maar Jezus antwoordde: Als je de voetwassing niet toelaat, kun je mijn leerling niet zijn.
Jezus heeft een wereld voor ogen waarin mensen niet te beroerd zijn om elkaar de helpende hand toe te steken. Maar ook een wereld waarin mensen een uitgestoken hand, aandacht en belangeloze inzet als weldadig durven accepteren. Het gaat er om dat wij onze kwetsbaarheid durven tonen. Het gaat er om dat we bereid zijn om anderen te helpen, maar ook om onszelf te laten helpen. Hulp durven vragen en accepteren betekent ook een weldaad voor de hulpverlener. Een oud gezegde is dat het zaliger is te geven dan te ontvangen. Toch is dat nog maar de vraag! Kunnen ontvangen, ontvankelijk, open zijn is een groot goed.

Overgave, vertrouwen, onbevangen, ontvankelijk zijn, open handen, niet krampachtig willen vasthouden, niet alles zelf in de hand willen houden. Het is een moeilijk leerproces. Maar als het lukt, vindt er verdieping plaats: mensen zien door de uiterlijke schijn heen, ze kunnen heel veel ballast over boord gooien, ze raken tot de kern, ze maken zich niet meer druk om alle mogelijke bijkomstigheden. Leven blijkt sterker dan de leer en alle mogelijke wetten en voorschriften. Je bent blij en dankbaar dat je mag leven.

11. Het is allerminst waar dat oude mensen ‘niets meer te doen hebben’. Integendeel, ze hebben de opdracht om op een waardige manier oud te worden en het leven goed af te ronden: klaar komen met de vele beperkingen die de ouderdom in lichamelijk opzicht met zich meebrengt, het leven moet op grond daarvan dikwijls anders worden ingericht, aanvaarding van een toenemende afhankelijkheid, verwerking van het verlies van vertrouwde mensen, zelf leven uit de dingen die voor ons werkelijk belangrijk zijn geworden, wat er aan contacten nog over is met aandacht verzorgen, op orde komen met de dingen uit het verleden die onaf zijn gebleven, onopgeloste conflicten, innerlijke vragen, dankbaarheid voor de goede dingen die het leven aanbracht en aanbrengt, goede ontspanning zoeken die geest en gemoed gaande houdt en ervoor zorgt dat ons geestelijk leven niet verkommert, voldoende beweging nemen en aandacht voor het lichamelijk welzijn, het leren aanvaarden van de eigen dood.

Menigeen beseft heel goed ouder te worden. De vraag is of we het ook kunnen beamen en er dan toe te beslissen. Wie dat doet, betreedt daarmee de weg naar de zin van deze laatste levensfase. Hij onttrekt zich daarmee aan het gevoel dat het leven dood loopt. Een doodlopend leven verliest aan zin. Het is als een doodlopende straat. Maar wie beslist in het einde te willen staan, verjongt daardoor het leven. De beslissing schept de ruimte om de eigen mogelijkheden van deze levensfase geheel tot hun recht te laten komen en de beperkingen die er liggen hun plaats te geven. Dit einde werkt in alles door: in de ontvankelijkheid voor het ‘nu’, in het besef van de zegeningen van het voorbije leven, in het besef dat we veel zwaars en verdrietigs hebben doorstaan, in het doorzien van ons eigen tekort en schuld, in het ‘eindelijk vermogen veraf te zijn van plannen en getallen’, in een belangelozer omgaan met de wereld om ons heen, in ontvankelijkheid voor het geheim van het leven.

12. De Poolse dichter en Nobelprijswinnaar Milosz noemt de ouderdom ‘een roeping’. Toen hij dat schreef, was hij tachtig. De ouderdom als roeping klinkt heel anders dan ‘de ouderdom als fase van aftakeling’ of ‘de ouderdom als kostenpost voor de samenleving’.
Een roeping houdt een opdracht in die van de andere kant komt. Reeds de bijbelse profeten
wringen zich in alle mogelijke bochten om onder hun roeping uit te komen. Begrijpelijk, want die houdt meestal een hoop gedoe in. Niemand kiest er bijvoorbeeld voor om grijs en gebrekkig te worden. Veel ouderen denken daarom: 0, was ik nog maar jonger. En dan vergelijken ze wat ze toen konden met nu. Zo maken we onszelf ongelukkig. We pakken onze concrete roeping niet op, die even dichtbij ligt als het kunstgebit op het nachtkastje. Het resultaat is dat we onszelf onaantrekkelijk vinden, afgedankt.

De roeping van de ouderdom eist overgave aan de werkelijkheid van afhankelijkheid van een rollator of iemand die je papieren helpt invullen. Overgave is geen berusting, want dan geven we onszelf niet echt: we houden iets mokkends. In echte overgave aanvaarden we actief de werkelijkheid. Dan kan er iets wonderlijks gebeuren: je kijkt met nieuwe ogen naar het leven. Wie zich overgeeft aan de opdracht van zijn of haar roeping, gaat iets betekenen voor de wereld. Je wordt een gezondene, een profetisch symbool van kwetsbaarheid. Als ouder ben je de vreemde ‘ander’ die alleen al door er te zijn, een kritische kanttekening plaatst bij de dominante economische mythe die ons in een grote crisis heeft gestort. Wie of wat we ook mogen wezen, we zijn niet geschapen als onkwetsbare wezens die pas echt mens zijn wanneer we volledig controle over onszelf en anderen hebben. Integendeel, juist onze kwetsbaarheid maakt empathie en liefde mogelijk, warmte en betrokkenheid. Kwetsbaarheid is de voorwaarde voor compassie.

Ouder worden is een roeping tot kwetsbaarheid. Evenals op hun wijze de bijbelse profeten deden, bewaak je in het mandje van je rollator het vlammetje van de humaniteit. Zo helpen ouderen voorkomen dat de wereld door onmenselijkheid vergaat. De oude chinezen zeiden: de essentie van ouder worden is iemand om van te houden, iets zinvols om te doen en iets om op te hopen, dat is alles wat je nodig hebt.

Vragen
Herkent u zich in het een of het andere? Waar hebt u vragen bij? Wat zijn uw eigen ervaringen?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s