Overweging van zondag 7-12-2014 door p. Leon Teubner

Het evangelie van deze tweede zondag van de Advent

opent met een vreugdevolle mededeling:

 

Begin van de blijde boodschap van Jezus Christus.

 

Ons wordt vandaag verheugend nieuws gemeld.

Niet dat er vrede is op aarde, of dat we uit de recessie zijn,

niet dat we de loterij hebben gewonnen,…

 

Nee, het is een heel andere verheugende mededeling,

eentje waar we misschien niet meteen blij van worden.

omdat we hem niet meteen verstaan of doorhebben.

Daarom begint die mededeling ook met ‘zie!’:

 

Zie, Ik zend mijn bode uit voor jouw gelaat,

die jouw weg voor jou bereiden zal.

 

Zie! Wij worden uitgenodigd iets te gaan zien,

wat we normaal gesproken over het hoofd zien.

Zie! Kom eens hierheen, naar waar Ik sta – Ik jouw God,

Kijk eens met mijn ogen naar jouw leven,

Hoor eens met mijn oren naar de zegging van mijn Woord:

 

Zie, Ik zend mijn bode uit voor jouw gelaat,

die jouw weg voor jou bereiden zal.

 

God zendt elk moment zijn bode, zijn Woord, tot mij.

Zijn Woord is Hijzelf die alles schept en voorgeeft:

mijzelf, de ander, al wat is, al wat mogelijkheden heeft en grenzen,

wat kwetsbaar is en behoeftig, maar ook wat groeien kan en bloeien.

Zijn Woord is ook zijn wijsheid, zijn aanwijzingen en zijn geboden

hoe wij bewarend om kunnen gaan met onszelf, de ander, zijn schepping.

 

Zie, Ik zend mijn bode uit voor jouw gelaat,

die jouw weg voor jou bereiden zal.

 

Mijn weg is een schepping van God uit, en geen andere weg.

Zijn woord zal de vorm en de richting van mijn weg bereiden.

 

Zie, Ik zend mijn bode uit voor jouw gelaat,

die jouw weg voor jou scheppen zal.

Hoor – een stem van een roepende:

in de woestijn bereidt de weg van de Heer,

in de woestijn maak recht zijn paden.

 

Maar dat is vreemd!

Het Woord van God bereidt de weg voor mij,

en datzelfde Woord roept vervolgens tot mij:

 

in de woestijn zul jij de weg van je Heer bereiden,

in de woestijn zul je zijn paden rechten.

 

God schept voor mij mijn weg, mijn mogelijkheid om te leven,

en ik moet de weg van God bereiden, die Hij met mij wil gaan.

Dat klinkt paradoxaal en onbegrijpelijk.

Gelukkig verduidelijkt Jesaja elders waarover het hier gaat.

In de 1e lezing hoorden we Gods Woord tot ons spreken:

 

Zie, Ik leid blinden langs wegen die zij niet kennen,

langs onbekende paden leid Ik hen.

Voor hen uit verander Ik het duister in licht,

en maak Ik ruwe plekken vlak.

Dit alles doe Ik en Ik laat hen niet in de steek.

 

Zie! Opnieuw iets dat we misschien moeilijk kunnen zien en beamen:

 

Zie, Ik leid blinden

 

God kan maar mijn weg bereiden in de mate dat ik ga inzien

dat ik meestal blind bent voor de weg die Hij met mij wil en zal gaan.

Mijn weg met mijzelf en de ander gaat zo vaak anders dan ik wil.

Mijn wegen zijn niet jullie wegen, zegt God,

en mijn gedachten zijn niet jullie gedachten.

 

Wij zijn vaak blind voor de weg die God met ons gaat, zegt Jesaja.

Niet dat wij blind zijn, is voor God een probleem: zo schept Hij ons.

Het probleem is dat we denken dat we zien.

En omdat we denken ziende te zijn, gaan wij niet Gods wegen

maar die van onszelf, die wijzelf plannen en uitstippelen.

Wij gaan wegen die ons ongemerkt terugbuigen op onszelf,

en ons doen afkeren van Hem.

 

Luister, jullie doven; jullie blinden,

zegt God tot ons: kijk toe en zie.

Wie is er zo blind als mijn dienstknecht?

en wie is zo doof als de bode die door Mij gezonden is?

Wie is er zo blind als de aan God toegewijde?

zo blind als de dienstknecht van de heer?

 

Blind is slechts diegene, die beseft en beaamt dat hij blind is.

Wij zijn blind, maar: wie ziet dit van zichzelf en geeft dat toe?

Enkel diegene die dit beaamt, kan zich toevertrouwen aan God

en kan zich door Hem laten leiden.

 

Dat is het begin van de blijde boodschap van vandaag.

De Schrift, de profeten en Marcus wekken in mij het besef,

dat wij blind zijn voor Gods paden en wegen met ons,

en dat wij precies dát moeten gaan zien en beamen.

 

Want alleen dan kan Hij doen wat Hij het liefste doet:

ons leiden en thuisbrengen bij Hem, vandaag en alle dagen dat wij leven.

Daarom wordt hier ook het beeld van de woestijn gebruikt,

wat verwijst naar het gebracht worden in het beloofde land.

Veertig jaar woestijn, een leven lang geleid worden door God.

 

In de woestijn zijn er geen gebaande wegen.

Je verliest er je houvast, de greep op jouw weg.

Wel sporen her en der, maar ook luchtspiegelingen,

en geen enkel zicht op het eindpunt.

In de woestijn moet je durven vertrouwen

op de sporen en de verhalen van je voorgangers.

 

Voor ons betekent dit, dat wij ons moeten toevertrouwen

aan het Woord van God in de Schrift en doorheen de traditie.

Ons lijf, onze vermogens en die van de ander, en de schepping,

met daarbij zijn aanwijzingen en geboden, vormen zijn spoor,

waarmee wij zijn weg in de woestijn kunnen bereiden.

 

Bereiden is een ambachtelijk woord.

Het betekend gedurig wrottend bezig zijn.

Elke dag opnieuw je toevertrouwen en laten leiden door zijn Woord.

Dat is het rechten van zijn paden: elke dag je rechtstreeks richten op Hem.

Zo zullen we thuiskomen, hoe dan ook.

Dat is de vreugdevolle tijding van het evangelie van vandaag:

 

Begin van de blijde boodschap van Jezus Christus.

Zie, Ik zend mijn bode uit voor jouw gelaat,

die jouw weg voor jou bereiden zal.

Een stem van een roepende:

in de woestijn bereidt de weg van de Heer,

in de woestijn maak recht zijn paden.

 

Iemand vertelde laatst dat hij te horen had gekregen

dat hij mogelijk een zware operatie moest ondergaan.

Dit schokte hem diep en wekte een existentiele angst.

Zijn weg neemt plotseling een onverwachte wending.

Woestijn. Geen gebaande wegen meer….

slechts een enkel spoor,…. een onbestemde horizon.

 

Een boodschap die geen blijde boodschap is.

Zoals bij een plotseling ontslag,

of bij het opbreken van een relatie;

bij het sterven van een geliefde,

of bij het minder worden van lichaam of geest.

 

Dan lijkt de weg plotseling te eindigen in een woestijn:

‘hier is geen weg meer – einde verhaal’.

Maar precies dáár zegt Marcus,

word je uitgenodigd de weg van God te bereiden.

 

Durf ik in zo’n situatie te geloven

dat ook dit een nieuw begin kan zijn,

op de weg van God met mij –

een weg die ik voor Hem bereiden mag,

omdat Hij er is, Hij die altijd en niet aflatend

mijn weg bereiden zal?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s