Overweging van zondag 25-01-2015 door p. George Zeegers

Woord van Welkom

Goede morgen, beste mensen, welkom weer in onze viering. We horen vandaag weer enkele roepingsverhalen, net als vorige week. Wij weten ons geroepen door God. Hem belijden wij hier, Hem danken wij hier, Hem vragen wij om zijn zegen. Maken we het een ogenblik stil n ons hoofd en hart.

 

Overweging.

Die Jona, of met zijn Latijnse naam bij ons beter bekend als Jonas, We kennen hem van die walvis. hij werd door God geroepen om naar die Goddeloze stad Ninive te gaan om op te roepen tot bekering; maar hij voelde daar niets voor en ging er vandoor zover hij maar kon, met een schip wilde hij vluchten naar het  einde van de wereld. Maar hij kwam bedrogen uit en via die walvis die hem uitspuwde, kwam hij weer terug aan land. En dan krijgt hij voor de tweede keer die opdracht om naar Ninive te gaan. Dat hoorden we zonet.

Wij verstaan inmiddels onze bijbel goed genoeg om te weten dat daarin allerlei manieren van vertellen bestaan, literaire genres heten die in de bijbelwetenschap. Ook zoals dit verhaal van Jonas: een voorbeeldverhaal. Die Jonas dat zijn wij, wij allemaal; U en ik. Allemaal kennen wij die verleiding om hard weg telopen als iets moeilijks op ons pad komt: Iets waar je bang voor bent of geen raad mee weet. Mensen die het moeilijk hebben en waar je je maar liever niet mee wilt inlaten.  Gebroken situaties  Onenigheid waar je maar liever met een grote boog omheen wilt lopen. Die jonas die kennen we.

In het evangelie horen hoe Jezus z’n eerste leerlingen roept die Hem direct zonder aarzelen volgen. Dat zal wel iets anders gegaan zijn, dan we hier zo eenvoudig horen. Maar roeping, Gods stem horen  en volgen, is het centrale thema  van ons leven. Roeping is niet iets van alleen priesters en religieuzen; roeping hebben wij allemaal. Bij onze geboorte zijn wij in het leven geroepen en daar begint onze roeping. En wat die roeping behelst, waar die ons voert, dat is de opdracht van ons leven.  Die roeping krijgt ook niet één antwoord. Je  ontdekt je roeping bij het opgroeien, je ontdekt je mogelijkheden, je kwaliteiten, dat waar je goed in bent en wat je aantrekt en ligt. Je ontdekt je roeping in je contact met mensen en de omstandigheden waarin  het leven jou brengt.  De  liefde waarmee je op pad ging en op pad bent. De scholing die je mocht krijgen, het werk dat  jouw leven invulling ging geven;  je kinderen die je mocht krijgen, of misschien ook niet kon krijgen. Dat alles concretiseert je levensroeping. Steeds opnieuw krijgt je roeping een concrete vaak weer nieuwe invulling.

Roeping is een religieus woord. In onze profane wereld spreken we niet van  roeping. Roeping is de term voor je geroepen weten door de bron van het leven , door God die je in dit leven riep.  Samuel in de lezing van vorige week;  Jona en de apostelen in de lezingen van deze week, maar ieder van ons elke dag. In het leven geroepen om te ontdekken, waartoe je vandaag geroepen wordt. Dat is gelovig leven.  En dat betekent: luisteren en je hart openen. Dichte oren horen niets en een dicht hart voelt niets. De roepstem van het leven , dat is voor ons de roepstem van God, klinkt elke dag voor ons. Zaak is er naar te luisteren en er naar te handelen en niet op de vlucht te gaan.

Soms moet je je netten achter laten en een nieuwe weg gaan. Meestal moet je gewoon doorvissen. Al je kwaliteiten aanwenden om zorg te dragen voor de vragen van dit moment.

Maar altijd klinkt voor óns Jezus stem:  Kom; volg mij!

 

Advertenties

Overweging zondag 10-01-2015 door p. George Zeegers

 

Woord van welkom

Goede avond/morgen, beste mensen, van harte welkom. Vandaag het feest van de doop van de Heer.  Johannes preekte een doop van bekering en boete  Wonderlijk dat Jezus zich hier ook voor meldt en zo zijn openbare leven begint. Voor ons een moment om een terug te kijken naar onze eigen doop.

Overweging.

 

Markus begint zijn evangelie met een tekening van Johannes de doper, een man in een kameelharen kleed, een leren gordel om zijn lendenen en hij at sprinkhanen en wilde honing. Hij preekte een doopsel van bekering tot vergiffenis van zonden. Heel Jeruzalem liep naar hem uit.

En dan volgt de perikoop die wij zojuist hoorden.  Ìk doop met water, maar Hij zal u dopen met de heilige Geest. En Jezus laat zichzelf ook dopen door Johannes.  Wonderlijk is dat wel. Maar het  blijkt wel een sterk religieuze ervaring van Jezus geweest te zijn.  Alle evangelisten melden dit. En vanaf dan zal Jezus zijn openbare leven beginnen:  bevestigd door God, gedreven door zijn, Gods Geest.

Na zijn verrijzenis, bij zijn Hemelvaart zal Jezus  zijn leerlingen de opdracht geven uit gaan en alle volken te dopen in de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, de doopformule vanaf het begin van het christendoom.

En zo zijn wij gedoopt, beste mensen, in de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Al kennen we onze eigen doop alleen uit de verhalen van ouders en broers en zussen. We  vieren vandaag – als het ware – de verjaardag van onze doop. Wie zich in Gods naam laat lopen, gaat binnen in een andere wereld. De wereld die Jezus  voorleefde , waarover Hij sprak, die Hij schetste in beelden en verhalen en die hij tastbaar deed aan de mensen die Hij tegenkwam: vooral  voor de degenen met wie het slecht ging: de zieken, kreupelen, blinden, doven, ook de tollenaars en zondaars, zelfs  doden riep terug in het leven zo vertellen de verhalen over Hem.  De wereld van Jezus  die al in de woorden van Jesaja klonk:  de wereld waarin je niet hoeft te betalen, waar geld geen rol speelt en alles om niet is. De wereld waarin ongerechtigheid wordt verlaten en  vergeving bestaat.

Wie zich in Jezus’ wereld  laat dopen, doopt zich een andere wereld binnen, een wereld zonder concurrentie, waar niet het recht van de sterkste heerst en waar rente een onbekend iets is.

De wereld van  Jezus lijkt een oneigenlijke wereld, een wereld die niet bestaat, want geld regeert onze wereld wél.  En we moeten wél elkaar aftroeven om mee te kunnen.

En toch lezen wij wekelijks die verhalen over Jezus, die man die er was voor anderen, die niet zichzelf zocht, maar in Naam van zijn Vader goedheid was. Jezus was geraakt door God en vol van die Hij noemde “mijn Vader”.  Jezus was overigens geen fanaat, niet zo’n fanatiekeling die radicaal, dwars door alles heen, zich wilde waarmaken en zijn eigen gelijk moest hebben. Nee; Hij nodigde uit en bracht bijeen. Hij schonk zich weg, verloochende zich tot in de dood.

Over hem gingen zijn leerlingen getuigen en ze trokken de wereld over om Jezus leven te verkondigen en mensen op zijn spoor te zetten.

En zo zijn wij gedoopt in zijn Naam, beste  mensen, in de Naam van God, Vader, zoon en heilige Geest zijn wij gedoopt. Om te werken aan die andere wereld. Want met die doop wordt ons een perspectief aangereikt: een blik op het geheim van ons leven dat wij God noemen. Met onze doop gaat ook voor ons de hemel open en klinkt er stem: “jij bent mijn zoon, jij bent mijn dochter, mijn veelbeminde, in  jou heb ik welbehagen.

In Memoriam pater Rudolf van Dijk

        NEDERLANDSE

PROVINCIE KARMELIETEN

Almelo, 23 januari 2015

Beste zuster / broeder,

Rudolf van Dijk
Rudolf van Dijk

In de loop van de voorbije maanden hebben we ons met velen binnen en buiten onze orde (ik denk hier onder meer aan onze vrienden van het Titus Brandsma Instituut)  moeten voorbereiden op het sterven van onze medebroeder Rudolf van Dijk. Niet alleen wij deden dat. Nadat Rudolf in de maand mei van het jaar 2014 ongeneeslijk ziek bleek te zijn, heeft ook hij zich moeten verzoenen met zijn naderende levenseinde. Gesteund door zijn ‘trouwe maatje’ Gerry van der Loop, door zijn naaste familieleden met wie hij een heel hartelijke band onderhield, gesteund ook door zusters en broeders van de Stijn Buijsstraat en van de bredere Provincie, door artsen en verzorgend personeel van het Berchmanianum in Nijmegen, heeft Rudolf in een groot Godsvertrouwen en – zoals hij het zelf onder woorden bracht – ‘vervuld van een diepe vrede’, zijn aardse leven los kunnen laten en zich in geloof kunnen overgeven aan de Liefde van God. Meermaals zei hij: “Uit Gods hand heb ik het leven ontvangen; aan God geef ik het terug”. Bewonderenswaardig en voorbeeldig was de ‘nuchterheid’ en de rust waarmee Rudolf omging met zijn ziekte en met zijn naderende dood. Het zal met zijn karakter te maken hebben gehad en met zijn punctualiteit dat hij rondom zijn ziekte en sterven alles tot in de puntjes georganiseerd en geregeld wilde hebben. Rudolf overleed na een uitputtende ziekte, waarbij hij afzag van behandeling, op donderdag 22 januari.

Wij nemen afscheid van hem op woensdag 28 januari om 11.00 uur in de Sint Petrusbasiliek te Boxmeer, Steenstraat 41. Na de viering van dankzegging voor zijn verdienstelijke leven leggen we zijn lichaam te rusten op het kloosterkerkhof van Boxmeer.

 

Rudolf werd op 14 december 1935 te Utrecht geboren. Zijn gymnasiale opleiding ontving hij aan het Canisiuscollege in Nijmegen. In 1955 werd hij te Oss novice met als kloosternaam Clarentius. Na zijn eeuwige professie in 1956 volgden de jaren van wijsgerige en theologische vorming in onze studiehuizen. In 1961 werd hij te Merkelbeek tot priester gewijd. Al tijdens zijn studiejaren bleek Rudolfs interesse in geschiedenis. Vooruitlopend op zijn latere wetenschappelijke werkzaamheden, publiceerde hij toen al met grote regelmaat in meerdere tijdschriften over de geschiedenis en de betekenis van de Karmel. Vanaf 1970 heeft hij zijn roeping als karmeliet vooral vorm gegeven aan het Titus Brandsma Instituut te Nijmegen. Hij onderzocht met name middeleeuwse geestelijke teksten uit de Moderne Devotie. De vruchten van zijn gedegen en minutieuze studie, op vele manieren tot nog kort voor zijn dood gepubliceerd, werden hooglijk gewaardeerd. Rudolf ontwikkelde zich tot een eminent kenner van de Moderne Devotie. Kort geleden ontving hij als waardering daarvoor de Geert Grote prijs van de stad Deventer. Die terechte erkenning heeft hem echt goed gedaan en betekende ook veel voor het TBI.

 

Van de vele functies die Rudolf heeft vervuld binnen de orde van Karmel noemen we nogal selectief en samenvattend zijn werkzaamheden voor onze bibliotheken en voor het Nederlands Carmelitaans Instituut; zijn jarenlange grote inzet voor een goed verloop van onze provinciale kapittels en zijn activiteiten voor de Stichting Titus Brandsma Memorial. Daarnaast heeft Rudolf veel mogen betekenen voor de reguliere kanunnikessen van Windesheim in het klooster Soeterbeeck te Deursen. “De jaren van mijn pastoraat aldaar behoren tot de mooiste van mijn leven.”

Vanaf 1963 heeft Rudolf gewoond in Nijmegen. In de Titus Brandsma Memorialkerk aldaar was hij regelmatig celebrant in de Titusvieringen en hij  ging er ook voor als celebrant in de Goddelijke Liturgie van de Slavisch-Byzantijnse ritus.

 

Rudolf was een zeer begaafde medebroeder. Met grote plichtsbetrachting en een enorm doorzettingsvermogen heeft hij in de stilte van de Karmel, biddend en studerend, bijna 45 jaar lang als een ware asceet geleefd vanuit een diep doorleefde Godsrelatie. Tijdens de uitreiking van de Geert Grote prijs heb ik over Rudolf onder meer het volgende gezegd: “Waar haalt een sterveling  de volharding en het doorzettingsvermogen vandaan zich zo vast te bijten in een onderwerp, in ons geval de Moderne Devotie – hoe krijgt een sterveling het voor elkaar dat hij daar een heel leven aan wijdt!?” Ook zei ik bij die gelegenheid: “Naast de verstilde aandacht is in de Moderne Devotie de collatio van groot belang geweest. De collatio, bedoeld om het gemeenschapsleven op te bouwen door het broederlijk en zusterlijk leergesprek. In de Karmel kennen we iets soortgelijks: het kapittel, waar de overdrijvingen en tekorten van de zusters en broeders worden besproken ‘met de liefde als midden’. Ook wij karmelieten kennen bijeenkomsten rond de Heilige Schrift en wij komen met grote regelmaat bezinnend samen rond De Regel. Het is Rudolf geweest, die met een enorme kennis van zaken, daarbij steunend op studieus werk van zijn medebroeder Kees Waaijman, voor velen in en buiten de karmelorde van grote betekenis is geweest, juist op het terrein van het onderlinge gesprek tot opbouw van de gemeenschap en tot een dieper verstaan van de heilige Schrift en de Regel. In 1992 gaf hij samen met Gerry van der Loop twee boekdeeltjes uit om de leefregel van de karmelieten beter bespreekbaar en leefbaarder te maken, niet alleen voor de zusters en broeders van de Karmel, maar ook voor een groeiend aantal leken dat in de spiritualiteit van de Karmel is geïnteresseerd.”

 

Met de dood van Rudolf verliezen we een zeer getalenteerde, ijverige medebroeder. Hij heeft met zijn vele gaven gewoekerd. Hij was een vrome, beminnelijke en trouwe mens. Daarnaast op niet mis te verstane wijze ook heel duidelijk en pertinent in wat hem voor ogen stond; stug volhardend in wat voor hem belangrijk was. Dit alles tot opbouw van onze gemeenschap.

 

Wij bidden deze goede medebroeder de liefde en vrede toe waarnaar hij, zeker in de laatste weken van zijn aardse leven, zo gelovig en in een geest van Navolging van Christus heeft uitgezien. Wij zijn dankbaar dat we hem als medebroeder mochten hebben; dankbaar ook dat verder lijden hem bespaard is gebleven.

 

 

Met hartelijke groet,

 

 

 

Jan Brouns O.Carm.

Prior Provinciaal

Overweging van zondag 18 jan. 2015 door p. Bouke Halma

Thema: ‘Geroepen worden’ 

Het is een zekere wijsheid in onze liturgie, dat we in een viering zoals vandaag slechts een klein stukje lezen uit het Oude en het Nieuwe Testament. Zelfs zo’n klein stukje kunnen we ons niet altijd herinneren, maar er staat altijd heel veel in om over na te denken.   De hele bijbel is immers een soort familie=album met allerlei verhalen en getuigenissen over de verbintenis tussen God en mens. Soms weten we in deze tijd niet zo precies hoe dat zit en hoe dat gaat, wat er allemaal kan gebeuren tussen God en mij aan nabijheid en afstandelijkheid: daarom lezen we de Heilige Schrift. In de bijbelverhalen van vandaag gaat het over ‘geroepen worden’. De kleine Samuël wordt geroepen, maar hij heeft eerst niet in de gaten, dat het de Heer zelf is, die hem roept. Daar moet een mens blijkbaar aan wennen, daar moet hij de tijd voor nemen. In het Evangelie zijn de twee broers uit nieuwsgierigheid achter Jezus aangegaan. Eerst vraagt  Jezus: wat verlangen jullie, en daarna nodigt hij hen uit: “kom en zie”. Zo gaat dat blijkbaar in verschillende roepingsverhalen in de bijbel: het is nooit een bevel, maar veeleer een echte uitnodiging, die nooit vergezeld gaat van allerlei voorwaarden en eisen waar je aan zou moeten voldoen.  Het geeft wel een verschil aan tussen toen en nu, dwz. hoe wij de laatste tijd/eeuwen zijn omgegaan met roeping. Dat was vroeger wel heel eenzijdig en beperkt: als je man bent en je wordt geroepen, dan moet je priester worden of broeder-missionaris; als je vrouw bent en geroepen wordt, dan moet je naar een slotklooster en/of word je werkzuster in sociaal opzicht. Maar zó eenzijdig zijn de bijbelse verhalen niet: geen voorwaarden en geen eisen, bv. van studie en/of opleiding. Jezus zegt eenvoudig: op basis van jouw verlangen roep ik jou, kom maar en zie maar wat er te doen valt, wat je roeping concreet inhoudt in het hele werkveld.  Momenteel heeft dat ook betrekking op onze kerkgemeenschap, ons parochie-leven. Daar doen zich hele verschillende ‘roepingen’ voor om mee te werken aan een levende gemeenschap van mensen, die verlangen in Gods Geest te leven en het voorbeeld te volgen van Jezus zelf, zonder voorwaarden of eisen vooraf. Het beslissende criterium is, of je écht verlangt je leven te laten leiden door deze oriëntatie: Waar houdt Gij u op ? Wij mogen bidden en zingen, dat Gods genade dit verlangen bij ons in leven houdt. Ons is immers beloofd, dat Zijn genade met ons zal zijn, tot aan het einde der tijden.

Overweging van 10 en 11 jan. 2015 door p. George Zeegers

Woord van welkom

Goede avond/morgen, beste mensen, van harte welkom. Vandaag het feest van de doop van de Heer.  Johannes preekte een doop van bekering en boete  Wonderlijk dat Jezus zich hier ook voor meldt en zo zijn openbare leven begint. Voor ons een moment om een terug te kijken naar onze eigen doop.

Maken we het een ogenblik stil.

Overweging.

Markus begint zijn evangelie met een tekening van Johannes de doper, een man in een kameelharen kleed, een leren gordel om zijn lendenen en hij at sprinkhanen en wilde honing. Hij preekte een doopsel van bekering tot vergiffenis van zonden. Heel Jeruzalem liep naar hem uit.

En dan volgt de perikoop die wij zojuist hoorden.  Ìk doop met water, maar Hij zal u dopen met de heilige Geest. En Jezus laat zichzelf ook dopen door Johannes.  Wonderlijk is dat wel. Maar het  blijkt wel een sterk religieuze ervaring van Jezus geweest te zijn.  Alle evangelisten melden dit. En vanaf dan zal Jezus zijn openbare leven beginnen:  bevestigd door God, gedreven door zijn, Gods Geest.

Na zijn verrijzenis, bij zijn Hemelvaart zal Jezus  zijn leerlingen de opdracht geven uit gaan en alle volken te dopen in de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, de doopformule vanaf het begin van het christendoom.

En zo zijn wij gedoopt, beste mensen, in de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Al kennen we onze eigen doop alleen uit de verhalen van ouders en broers en zussen. We  vieren vandaag – als het ware – de verjaardag van onze doop. Wie zich in Gods naam laat lopen, gaat binnen in een andere wereld. De wereld die Jezus  voorleefde , waarover Hij sprak, die Hij schetste in beelden en verhalen en die hij tastbaar deed aan de mensen die Hij tegenkwam: vooral  voor de degenen met wie het slecht ging: de zieken, kreupelen, blinden, doven, ook de tollenaars en zondaars, zelfs  doden riep terug in het leven zo vertellen de verhalen over Hem.  De wereld van Jezus  die al in de woorden van Jesaja klonk:  de wereld waarin je niet hoeft te betalen, waar geld geen rol speelt en alles om niet is. De wereld waarin ongerechtigheid wordt verlaten en  vergeving bestaat.

Wie zich in Jezus’ wereld  laat dopen, doopt zich een andere wereld binnen, een wereld zonder concurrentie, waar niet het recht van de sterkste heerst en waar rente een onbekend iets is.

De wereld van  Jezus lijkt een oneigenlijke wereld, een wereld die niet bestaat, want geld regeert onze wereld wél.  En we moeten wél elkaar aftroeven om mee te kunnen.

En toch lezen wij wekelijks die verhalen over Jezus, die man die er was voor anderen, die niet zichzelf zocht, maar in Naam van zijn Vader goedheid was. Jezus was geraakt door God en vol van die Hij noemde “mijn Vader”.  Jezus was overigens geen fanaat, niet zo’n fanatiekeling die radicaal, dwars door alles heen, zich wilde waarmaken en zijn eigen gelijk moest hebben. Nee; Hij nodigde uit en bracht bijeen. Hij schonk zich weg, verloochende zich tot in de dood.

Over hem gingen zijn leerlingen getuigen en ze trokken de wereld over om Jezus leven te verkondigen en mensen op zijn spoor te zetten.

En zo zijn wij gedoopt in zijn Naam, beste  mensen, in de Naam van God, Vader, zoon en heilige Geest zijn wij gedoopt. Om te werken aan die andere wereld. Want met die doop wordt ons een perspectief aangereikt: een blik op het geheim van ons leven dat wij God noemen. Met onze doop gaat ook voor ons de hemel open en klinkt er stem: “jij bent mijn zoon, jij bent mijn dochter, mijn veelbeminde, in  jou heb ik welbehagen.

Overweging van Nieuwjaarsdag 2015 door p. George Zeegers

Woord van welkom

Goedemorgen beste mensen, Fijn om het nieuwe jaar hier met zovelen te beginnen. Gisterenavond hebben we teruggekeken naar 2014. Maar vooruitkijken naar 2015?   Dat  is moeilijker, want wat zal dat nieuwe jaar ons brengen? We willen Gods zegen vragen; Hem bidden ons nabij te zijn.  De liturgie draagt ons heel vaak grote voorgangers aan, zo ook vandaag. Ze wijst ons op Jezus, maar vooral op zijn moeder Maria.

 


Overweging

Vandaag is het octaaf van Kerstmis, een week na de geboorte van Jezus in Bethlehem. En Jezus wordt besneden, na 7 dagen, op de 8ste dag moest dat.  Jezus was op en top jood wil Lucas ons met dit korte zinnetje laten weten. Maar vooral duidt hij de persoon van Jezus door Hem uitdrukkelijk zijn naam te geven: Jezus: God redt.  In Jezus wordt de redding van de mens zichtbaar, wordt duidelijk dat God de mens redt uit het niets of uit zomaar leven of uit de alleen maar dood, die afgrond. God redt de mens, door alles heen. Jezus is een zegen voor de mensheid. En in de liturgie  staat de Moeder van Jezus centraal. En zij krijgt  haar  eretitel  “Moeder Gods”.  Dat is al een heel oude titel voor Maria.  In de eerste eeuwen, in die beginnende kerk werd het grote theologische gevecht uitgestreden wie nu Jezus was, hoe moet je Hem zien: God of mens  en de eindconclusie in de concilie van Nicea en Constantinopel  was:  beide,  Jezus is God en mens. Toen kreeg Maria al gauw de eretitel “Moeder Gods”, “ Theotokos”.  Hoe kan een mens nu  moeder van God kan zijn? dat is natuurlijk niet mogelijk, maar ja, Jezus was één persoon en had een moeder. U snapt het al: hogere theologie voor scherpslijpers. Waar het om gaat – tóén ook – was dat men het er zeer over eens was dat de moeder van Jezus een heel bijzondere vrouw geweest moet zijn: degene die het dichtst bij Jezus stond en staat. “Gij zijt de gezegende onder de vrouwen”, zo bidden wij in het Wees Gegroet. En zo is zij altijd heel erg vereerd en heeft zij in de christelijke geloofsbeleving altijd een grote plaats ingenomen. En het bijzondere is dat we van Maria bijna niets weten. De verhalen rond de geboorte van Jezus geven een tekening van haar, maar verder:  we hóren Maria ook nergens spreken; “zij bewaarde al die woorden in haar hart”.

Zij toont ons hoe om te gaan het mysterie van de Zoon van God. Zij bewaarde alles wat ze van Hem hoorde en meemaakte in haar hart. Alles wat van Hem komt, neemt zij ter harte. En daarmee is zij zonder pretentie en zonder een woord de trouwe gelovige, dé trouwe volgeling van Jezus; tot onder het kruis.

Vandaag is het Nieuwjaar; we hoorden van de zegen van Aaron, de broer van Mozes, die als priester was aangesteld. Mozes was de leider en wetgever, Aaron de priester die Gods zegen moest doorgeven naar het volk.

Moge 2015  voor ons -voor ieder van ons- een gezegend jaar worden.

Wat ons te wachten staat, we weten het niet. Net zoals Maria geen idee had, wat haar met dat kind van haar te wachten stond, zo kennen ook wij onze toekomst niet. Wat wij wel  kunnen is: proberen vol verwachting te zijn, proberen open te staan voor wat ons op onze levensweg zal komen. Wij zijn gezegende mensen, want God staat in ons leven. Wat wij altijd  kunnen doen, is: onze zegeningen tellen. Hoe het ons ook vergaat in 2015, ook als we door heel moeilijke momenten heen moeten, tel je zegeningen en bewaar alle goede dingen in je hart..   Een gezegend 2015 wens ik ons allen toe.

Zullen we straks met z’n allen de Geffense plas in?