In Memoriam pater Rudolf van Dijk

        NEDERLANDSE

PROVINCIE KARMELIETEN

Almelo, 23 januari 2015

Beste zuster / broeder,

Rudolf van Dijk
Rudolf van Dijk

In de loop van de voorbije maanden hebben we ons met velen binnen en buiten onze orde (ik denk hier onder meer aan onze vrienden van het Titus Brandsma Instituut)  moeten voorbereiden op het sterven van onze medebroeder Rudolf van Dijk. Niet alleen wij deden dat. Nadat Rudolf in de maand mei van het jaar 2014 ongeneeslijk ziek bleek te zijn, heeft ook hij zich moeten verzoenen met zijn naderende levenseinde. Gesteund door zijn ‘trouwe maatje’ Gerry van der Loop, door zijn naaste familieleden met wie hij een heel hartelijke band onderhield, gesteund ook door zusters en broeders van de Stijn Buijsstraat en van de bredere Provincie, door artsen en verzorgend personeel van het Berchmanianum in Nijmegen, heeft Rudolf in een groot Godsvertrouwen en – zoals hij het zelf onder woorden bracht – ‘vervuld van een diepe vrede’, zijn aardse leven los kunnen laten en zich in geloof kunnen overgeven aan de Liefde van God. Meermaals zei hij: “Uit Gods hand heb ik het leven ontvangen; aan God geef ik het terug”. Bewonderenswaardig en voorbeeldig was de ‘nuchterheid’ en de rust waarmee Rudolf omging met zijn ziekte en met zijn naderende dood. Het zal met zijn karakter te maken hebben gehad en met zijn punctualiteit dat hij rondom zijn ziekte en sterven alles tot in de puntjes georganiseerd en geregeld wilde hebben. Rudolf overleed na een uitputtende ziekte, waarbij hij afzag van behandeling, op donderdag 22 januari.

Wij nemen afscheid van hem op woensdag 28 januari om 11.00 uur in de Sint Petrusbasiliek te Boxmeer, Steenstraat 41. Na de viering van dankzegging voor zijn verdienstelijke leven leggen we zijn lichaam te rusten op het kloosterkerkhof van Boxmeer.

 

Rudolf werd op 14 december 1935 te Utrecht geboren. Zijn gymnasiale opleiding ontving hij aan het Canisiuscollege in Nijmegen. In 1955 werd hij te Oss novice met als kloosternaam Clarentius. Na zijn eeuwige professie in 1956 volgden de jaren van wijsgerige en theologische vorming in onze studiehuizen. In 1961 werd hij te Merkelbeek tot priester gewijd. Al tijdens zijn studiejaren bleek Rudolfs interesse in geschiedenis. Vooruitlopend op zijn latere wetenschappelijke werkzaamheden, publiceerde hij toen al met grote regelmaat in meerdere tijdschriften over de geschiedenis en de betekenis van de Karmel. Vanaf 1970 heeft hij zijn roeping als karmeliet vooral vorm gegeven aan het Titus Brandsma Instituut te Nijmegen. Hij onderzocht met name middeleeuwse geestelijke teksten uit de Moderne Devotie. De vruchten van zijn gedegen en minutieuze studie, op vele manieren tot nog kort voor zijn dood gepubliceerd, werden hooglijk gewaardeerd. Rudolf ontwikkelde zich tot een eminent kenner van de Moderne Devotie. Kort geleden ontving hij als waardering daarvoor de Geert Grote prijs van de stad Deventer. Die terechte erkenning heeft hem echt goed gedaan en betekende ook veel voor het TBI.

 

Van de vele functies die Rudolf heeft vervuld binnen de orde van Karmel noemen we nogal selectief en samenvattend zijn werkzaamheden voor onze bibliotheken en voor het Nederlands Carmelitaans Instituut; zijn jarenlange grote inzet voor een goed verloop van onze provinciale kapittels en zijn activiteiten voor de Stichting Titus Brandsma Memorial. Daarnaast heeft Rudolf veel mogen betekenen voor de reguliere kanunnikessen van Windesheim in het klooster Soeterbeeck te Deursen. “De jaren van mijn pastoraat aldaar behoren tot de mooiste van mijn leven.”

Vanaf 1963 heeft Rudolf gewoond in Nijmegen. In de Titus Brandsma Memorialkerk aldaar was hij regelmatig celebrant in de Titusvieringen en hij  ging er ook voor als celebrant in de Goddelijke Liturgie van de Slavisch-Byzantijnse ritus.

 

Rudolf was een zeer begaafde medebroeder. Met grote plichtsbetrachting en een enorm doorzettingsvermogen heeft hij in de stilte van de Karmel, biddend en studerend, bijna 45 jaar lang als een ware asceet geleefd vanuit een diep doorleefde Godsrelatie. Tijdens de uitreiking van de Geert Grote prijs heb ik over Rudolf onder meer het volgende gezegd: “Waar haalt een sterveling  de volharding en het doorzettingsvermogen vandaan zich zo vast te bijten in een onderwerp, in ons geval de Moderne Devotie – hoe krijgt een sterveling het voor elkaar dat hij daar een heel leven aan wijdt!?” Ook zei ik bij die gelegenheid: “Naast de verstilde aandacht is in de Moderne Devotie de collatio van groot belang geweest. De collatio, bedoeld om het gemeenschapsleven op te bouwen door het broederlijk en zusterlijk leergesprek. In de Karmel kennen we iets soortgelijks: het kapittel, waar de overdrijvingen en tekorten van de zusters en broeders worden besproken ‘met de liefde als midden’. Ook wij karmelieten kennen bijeenkomsten rond de Heilige Schrift en wij komen met grote regelmaat bezinnend samen rond De Regel. Het is Rudolf geweest, die met een enorme kennis van zaken, daarbij steunend op studieus werk van zijn medebroeder Kees Waaijman, voor velen in en buiten de karmelorde van grote betekenis is geweest, juist op het terrein van het onderlinge gesprek tot opbouw van de gemeenschap en tot een dieper verstaan van de heilige Schrift en de Regel. In 1992 gaf hij samen met Gerry van der Loop twee boekdeeltjes uit om de leefregel van de karmelieten beter bespreekbaar en leefbaarder te maken, niet alleen voor de zusters en broeders van de Karmel, maar ook voor een groeiend aantal leken dat in de spiritualiteit van de Karmel is geïnteresseerd.”

 

Met de dood van Rudolf verliezen we een zeer getalenteerde, ijverige medebroeder. Hij heeft met zijn vele gaven gewoekerd. Hij was een vrome, beminnelijke en trouwe mens. Daarnaast op niet mis te verstane wijze ook heel duidelijk en pertinent in wat hem voor ogen stond; stug volhardend in wat voor hem belangrijk was. Dit alles tot opbouw van onze gemeenschap.

 

Wij bidden deze goede medebroeder de liefde en vrede toe waarnaar hij, zeker in de laatste weken van zijn aardse leven, zo gelovig en in een geest van Navolging van Christus heeft uitgezien. Wij zijn dankbaar dat we hem als medebroeder mochten hebben; dankbaar ook dat verder lijden hem bespaard is gebleven.

 

 

Met hartelijke groet,

 

 

 

Jan Brouns O.Carm.

Prior Provinciaal

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s