Overweging van zondag 22-3-2015 door p. George Zeegers

Woord van welkom.

Goede morgen beste mensen, van harte welkom op deze 5e zondag van de Veertigdagentijd. Pasen is al in zicht. De lente is al weer begonnen. Wat gaat de tijd toch vlug. In de eerste lezing spreekt Jeremia ons van een nieuw verbond van God met zijn mensen. Hij spreekt en schrijft terwijl hij zelf met zijn volk in ballingschap is. In het evangelie laat Johannes  de evangelist  Jezus spreken over zijn eigen naderende dood. De bezegeling van Gods verbond met al zijn mensen.

 

Overweging

Tijdens de ouderavond ter voorbereiding op de eerste communie van hun kind zei een ouder. “Ik vond het zelf vroeger prachtig in de kerk: ik mocht de kaarsen aansteken en als misdienaar mocht ik van alles meedoen.  Maar toen mijn moeder overleed  – ik was toen 12 jaar -, van toen af geloof ik niet meer  in de God die goed is, ik geloof helemaal niet meer in een God. Als  ik nu kijk naar de ellende in de wereld, dan bestaat er geen God”.  Een woord dat we vaak horen . Hij voegde er aan toe. “Maar ik wil toch m’n kind de eerste communie laten doen, want ze wil het zelf zo graag.”

Met zo’n uitspraak zitten we midden in het evangelie van vandaag. Een Jeremia die zelf de ondergang van zijn volk meemaakte toen het in ballingschap werd meegevoerd naar Babylon. Een volkomen uitzichtloze situatie. En hij spreekt van een nieuwe verbond van God met zijn mensen.

En ik denk dat dit in Johannes tijd niet anders was. De reden waarom hij zijn evangelie schrijft is  om te getuigen van de Jezus die Hij had meegemaakt en die hem gegrepen had. Deze Jezus  was zo smadelijk, onnodig en vernederend ter dood gebracht dat zijn dood eerder de volledige ontkenning van een verbond van God met zijn mensen opriep dan een uitnodiging tot geloven. Johannes beschrijft enkele grote tekenen die die Jezus had gedaan met als hoogtepunt de opwekking van Lazarus. En precies die opwekking had Jezus zo bekend gemaakt dat Hij bij zijn binnenkomst in Jerusalem als een vorst wordt binnengehaald – wij gedenken dat met Palmpasen – zodat de oversten van het volk Hem als een groot gevaar zagen en  besloten Hem uit de weg te ruimen.  Johannes laat dan Jezus nadenken over zijn naderende dood. Dat hoorden wij zojuist voorlezen. Johannes noemt Jezus’ dood een verheerlijking! Er komt zelfs een stem als een donder uit de hemel om dat te bevestigen.  En hoe bizar ook: zo is de boodschap van Johannes en van al die andere apostelen. Die Jezus zo gruwelijk ter dood gebracht, uitgestoten en vernietigd, die is het tastbare bewijs van Gods trouw aan mensen, want die Dode verrees uit de dood. En de bijpassende parabel daarvan is die van de graankorrel die sterft in de grond, maar juist door te sterven honderdvoudig vrucht voortbrengt!

Hier breekt een nieuw beeld van God door, anders dan wij mensen onszelf maken en steeds weer maken. Het beeld van de machteloze God, tenminste op het eerste gezicht. Hier is werkzaam wat de dichter Lucebert ooit helder verwoordde: ‘Wat van waarde is, is weerloos’. De vrede, de waarheid en de gerechtigheid zijn van hoge waarde en daarom altijd weer zo weerloos in onze wereld van geweld.

En toch: zíj hebben het laatste woord en niet het geweld.

Ons leven is altijd weer zo bedreigd, er gebeuren steeds zoveel gewelddadige dingen in onze wereld, er is zoveel vernietiging, zoveel verlies van goede lieve mensen en dingen, dat heel veel mensen geen kant op kunnen met een God die weerloos is tegen het kwaad.

En toch is dat de boodschap van ons geloof, beste mensen: God laat de mens niet los. Ook als wij Hem  loslaten, door alles heen zal God ons leven dragen blijft God ons trouw.

Advertenties

Overweging van zondag 15-3-2015 door p. George Zeegers

Woord van Welkom

Goede morgen beste mensen, van harte welkom vanmorgen in onze viering. Van ouds is het vandaag zondag “Laetare”, “zondag verblijd u”.  Dat willen we doen met halfvasten. We willen ons voeden met de woorden uit ons heilige boek, en mogen ons voeden aan de gaven van het altaar. Wij zijn mensen van het kruis, want dat is het embleem van Jezus.  En dat teken spreekt ons van redding.

 

Overweging

 

We kennen allemaal het embleem van de esculaap, achter op de auto van de dokter: een staf met een slang daaromheen gekronkeld. Het teken van de  Griekse halfgod Aesclepius. Waarschijnlijk is het verhaal in het boek Numeri veel ouder. U kent dat verhaal dat de Israëlieten – nog steeds op tocht door de woestijn-, moe waren van het trekken en de ontberingen en morden tegen Mozes en tegen God en dat God vurige slangen zond die de mensen beten en verwondden. Toen Mozes daarop tot God bad kreeg hij de opdracht om zelf een slang van koper te maken, die rond zijn staf te winden en ieder die naar die koperen slang opkeek, werd gered van de slangen.

Jezus gebruikt volgens het evangelie van Johannes dit beeld voor zichzelf en doelt dan op zijn  eigen kruisdood. Bij Johannes is de kruisdood van Jezus het ultieme gebaar van Gods redding en verlossing. In Jezus’ dood en verrijzenis vooral komt Gods bedoeling met de mens het scherpst naar voren. God redt de mens.  Het afschuwelijkste dat mensen overkomt of dat mensen elkaar aandoen zal niet regeren. De dood heeft niet het laatste woord. God redt door alles heen!

“Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven.” Dat is de kern van het evangelie van Johannes.  God heeft de mens lief  door alles heen en ondanks alles.

Maar het kruis staat toch vooral voor het lijden. En het kruis staat ook heel duidelijk in het leven van iedere mens. Geen huisje zonder kruisje zeggen wij. Wij mensen zijn  vooral bezig en geraakt door al het negatieve zodat we ons afvragen: moest dit gebeuren, waarom moet dit mij gebeuren , hoe is het mogelijk  dat mensen elkaar deze dingen aandoen. Allemaal vragen die meestal geen antwoord krijgen.  Geluk is heel gewoon! Daar zeggen we wel ‘Dank je wel’ voor, zeker en daar zijn we blij mee. Maar het is toch vooral het kruis, het lijden dat ons bezig houdt en vaak intens raakt: de pijn, het verdriet, het lijden, de vernieling, de dood. We weten daar meestal geen raad mee. Vooral als het ons persoonlijk raakt. Het kan ons ontzettend verlammen en letterlijk terneer slaan.

Maar het is voor ons ook altijd de motor om tot actie te komen.  We hebben een heel zorgstelsel opgebouwd; ook al staat dat momenteel onder spanning. We hebben een geweldig groot stelsel van gezondheidszorg opgebouwd, ook al zitten daar tekorten in. Wereldwijd zijn er grote hulpacties bij rampen en om te helpen bij ontwikkeling.

En ikzelf geloof dat deze positieve reactie op het lijden, vooral een christelijk antwoord is op het vele lijden dat er is. Het kruis van Jezus: het is het embleem van het lijden  dat er is. En het is  ons embleem, ómdat precies door dat kruis van Jezus wij ons geroepen weten om ons te weer te stellen  tegen alle vormen van lijden.  Wij christenen worden door ons geloof in Jezus altijd uitgedaagd om heel positieve mensen zijn. Niet alleen omdat we zoveel hebben om dankbaar voor te zijn, omdat er zoveel goede dingen en goede mensen zijn in ons leven, maar zeker ook door de boodschap van ons geloof: dat God zoveel van ons houdt dat wij niet verloren lopen, dat heil en redding onze eindbestemming zijn. En dat het onze opdracht is daarvan te getuigen in woord en daad; om teken te zijn van redding van de mens, van iedere mens. “Want zozeer heeft God de wereld lief”.

 

 

 

 

 

Gerard Oude Hengel

Overweging van zondag 8-3-2015 door p. George Zeegers

Woord van welkom

Goede morgen, beste mensen, weer van harte welkom in onze viering om te danken en ons op te laden. Eucharistie is dank je wel zeggen. In de vastentijd horen we altijd de grote verhalen van het verleden van God met ons mensen.  Vandaag horen we in de eerste lezing Gods tien wijze woorden, 10 handwijzers voor ons leven. In het evangelie horen we hoe Jezus zich kwaad maakt als de tempel wordt ontheiligd.

Maken we het een ogenblik stil om tot inkeer te komen.

 Overweging.

Dit is een verrassend verhaal over Jezus. Wij kennen allemaal de Bijbelse verhalen zo goed dat het niet meer nieuw is, maar een Jezus met een karwats in zijn hand, is toch een zeer ongewoon beeld. En Hij gaat niet achtzinnig te werk. Weg met dat alles, maak van het huis van mijn vader geen markthal. En hij drijft ze de tempel uit, schrijft Johannes. Jezus kon kennelijk goed boos worden; alle vier de evangelisten verhalen dit gebeuren, al verhaalt Johannes dit aan het begin van Jezus openbare optreden en de andere drie aan het begin van de laatste week van Jezus leven.

Het huis van Vader: de tempel! Daar waar god aanwezig is. Dat kan en mag geen markthal zijn. En als Hij even later ter verantwoording wordt geroepen, vergelijkt hij die tempel met zijn lichaam, de tempel van zijn lichaam. Ons lichaam als tempel van god, als tempel van Vader!  Wij dragen Gods leven in ons hart, Wij dragen Gods trekken. “Naar Gods beeld en gelijkenis schiep Hij hen” zegt het scheppingsverhaal.  Wij realiseren ons dat niet zo, maar ook ons lichaam is een huis van God; we moeten daar geen markthal van maken, maar het met zorg en dankbaarheid behoeden.

Voor ons is dit huis hier een godshuis. Hier komen wij samen om te bidden en te danken.  En ik geloof dat de hele wereld Gods huis is. Het huis van Vader!. Overal licht Gods aanwezigheid  op in ons bestaan. Overal waar het wonder ons raakt: in ons eigen leven, in onze omgang met elkaar, in de natuur en al wat ons omgeeft, in wat ons in ons leven overkomt. Overal ontwaren wij sporen van God’s aanwezigheid want onze hele werkelijkheid is huis van Vader.

Wat wij allemaal in onze dagen met grote verbazing meemaken is dat God zover uit het huidige leven is weggeraakt. In onze jeugd was het hele leven –ook het openbare leven-  doordrongen met ons geloof.

Na de oorlog is er een hele andere wind gaan waaien door de samenleving, met het opkomen van de welvaart en vooral toen onze instituties en de maatschappelijk organisaties uit de handen van de kerken zijn genomen en staats zaken geworden: het onderwijs, de ziekenzorg, en bejaardenzorg, Organisaties op elke gebied ze zijn opgericht vanuit de kerken, vooral ook vanuit onze katholiek kerk, maar ze zijn met ons aller instemming overgenomen door de staat. En dat was een goed zaak.

Vanaf de 80tiger jaren kwam de neoliberale wind uit Amerika overgewaaid en moest in alles de marktwerking  worden ingevoerd.

En zo  is het huis van Vader weer een markthal geworden. Als studenten de universiteitsgebouwen bezetten is dat hun protest tegen de vermarkting van het onderwijs. Als hier in Oss verpleegkundigen en werksters in de thuiszorg het stadhuis bezetten is dat een heel terecht protest tegen de marktwerking van de zorg. Onze wereld één grote markthal! Als Jezus nu leefde zou Hij de karwats gebruiken!

 

De liturgie van deze zondag houdt ons een heel andere manier van denken voor en een heel andere inrichting van de samenleving. De tien wijze  woorden die Mozes al ontving, weven een heel andere patroon. Wij spreken van de tien geboden, maar dat zijn het eigenlijk  niet. Het Grieks zegt decaloog: de 10 woorden, het Hebreeuws spreekt van richtingwijzers. IK ben de Heer uw God!  Daarmee beginnen die tien woorden. Gij zult geen andere goden aanbidden. Geen markt! niet de geldgod, IK ben de Heer uw god! En dan volgen heel  elementaire levensopdrachten: eer uw vader en uw moeder: heb zorg voor elkaar! gij zult niet doden, Heb respect voor je medemens. Gij zult niet stelen: respecteer het bezit van de ander. De markt kent geen respect, geen eerbied. Daar geldt het recht van de sterkste, het recht van de jungle. Het huis van Vader vraagt eerbied, want het is niet van ons. Wij kunnen geen karwats gebruiken, maar hoe houden we Vader en zijn huis in ere?

Overweging van zondag 1-3-2015 door p. George Zeegers

Woord van Welkom

Goede morgen beste mensen, van harte welkom vanmorgen in onze viering.  Eigenlijk zou pastor Leon hier vanmorgen staan, maar hij is –zoals zovelen in deze tijd – geveld door de griep. Jammer, want Leon heeft zijn eigen kleur en het is een van de rijkdommen van onze parochie dat we meerdere inkleuringen van ons gezamenlijke geloof mogen horen.

In de Vastentijd horen we de grote verhalen uit onze geloofstraditie; vandaag het verhaal van de verheerlijking van Jezus, met weer die woorden: Jij bent  mijn zoon, mijn welbeminde, luistert naar Hem. Dat willen we doen. We luisteren naar Hem in zijn woord en ook in het delen van het brood geven wij gehoor aan zijn uitnodiging.

Maken we het een ogenblik stil.

 

Overweging.

Marcus schetst de plek van Jezus binnen het heilsplan van God. Hij doet dat in de vorm van een visioen voor zijn lezers; lezers van toen op de eerste plaats maar ook nu nog voor ons. Marcus schreef zijn evangelie rondom het jaar 70 toen er een grootse opstand was  in Palestina die zou eindigen met de verwoesting van de tempel en de verstrooiing van de joodse bevolking.

Jezus gaat met drie van zijn leerlingen Petrus, Jacobus en Johannes de berg op. En daar ontvouwt zich dat visioen: Jezus in stralend wit  licht en de twee groten van de joodse geloofsgeschiedenis Mozes en Elia met Hem in gesprek.  Mozes de grote  leider die het volk had weggeleid uit de slavernij van Egypte, Mozes die het volk zijn 10 geboden had gegeven, gegrift op stenen tafelen, rechtstreeks ontvangen van God. En Elia die het volk had bewaard voor het geloof in de God van Israël, in een titanengevecht met de aanhangers van de vruchtbaarheidsgoden Baal en Astjarte. Beide hadden hun grote Godservaringen op de berg. Het is steeds op de berg dat God zich openbaart. Hier op de berg treffen we ze in samenspraak met Jezus, heel harmonisch, de grote Godsgetuigen bijeen.

En uit de wolk spreekt dan Gods stem: deze is mijn zoon, mijn welbeminde, luistert naar Hem!

Jezus staat naast Mozes en Elia, niet er tegenover of er tegen in. Integendeel, dit visioen zet Jezus in de  lijn van de grote mannen van God. Jezus staat helemaal in de traditie waarvan Mozes en Elia de kampioenen zijn. Dat is wat Marcus hier laat zien.

De latere geschiedenis heeft  dit beeld wel doen kantelen en  zijn er geweldige joden-vervolgingen geweest in de geschiedenis van het christendom.

De liturgie zet hier nog een ander verhaal naast, van Isaac die op uitdrukkelijk bevel van God niet wordt gedood. In Abrahams tijd was het een ultieme daad van geloof om je eigen kind aan de goden te offeren om in zeer benarde tijden de hulp  van de goden af te smeken.  In dit zeer oude verhaal wordt verteld van Abraham, de trouwe gelovig en Vader van het gelovige Israël, dat ook hij zich geroepen voelt om zijn zoon, zijn enige, te offeren – op de berg  natuurlijk. En als hij dan zijn mes ter hand neemt, wordt hem dat verhinderd door de engel, dus direct door God zelf. En de boodschap is duidelijk: “Ik wil geen kinderoffers, ik wil geen mensenoffers.” Vanaf dan zullen voortaan dieren geofferd worden.

Twee bijzondere verhalen. Als je de berichten over IS hoort, denk je:  Hoe is het mogelijk? Waartoe kan geloof in God mensen brengen?

Elk fanatisme gaat over de grenzen van menselijkheid heen. De afgelopen eeuw is de mensheid daar heel afschuwelijk getuige van geweest. En nog ook wij  in onze dagen. De beeldenstorm van 1566, we zien het zo weer gebeuren.

Geloof is een heel kostbaar weten. Leven met God en leven naar Gods hart is een groot goed voor de  mens; maar het maakt dus veel uit welk beeld je van God hebt. Het beeld van onze lange geloofstraditie is die van een God die geen mensenoffers wil. Het beeld van een God die in zijn tien geboden wijze levenslessen meegeeft en uitdaagt tot het goede. Abraham, Mozes, Elia  ook voor ons standbeelden van groot geloof.

Maar ons beeld wordt helemaal gekleurd door de persoon van Jezus. In Hem heeft God zich  uitgesproken en getoond in onze wereld. Jij bent mijn zoon, mijn welbeminde! Luistert naar Hem!