Overweging van zondag 19-4-2015 door pastor Leon Teubner

Wat mij opvalt aan het evangelieverhaal van vandaag

is dat het menselijk lichaam zo centraal staat.

Jezus komt in het midden van de leerlingen staan,

maar zeer geschrokken, denken zij een geest te zien.

 

Zijn aanwezigheid brengt hen van hun stuk.

Zij zien met hun ogen wel zijn lichamelijke gestalte,

maar zij begrijpen niet wat zij zien.

Schrik en angst versluiert hun verstand

Zij raken verwart, hun hart is onrustig:

 

Waarom zijn jullie zo in de war, zegt Jezus,

waarom die twijfel in je hart?

 

Jezus probeert zijn leerlingen tot besef te brengen

van wat er innerlijk in hen allemaal beweegt

en hoe hen dit hindert om te ervaren wat werkelijk is.

Hij probeert hen tot helderheid te brengen

door een beroep te doen op hun en zijn lichamelijkheid:

 

Gebruik je ogen: bekijk mijn handen en voeten

gebruik je handen: betast mij – raak mij aan,

kom tot jezelf en ga zien:

een geest heeft immers geen vlees en been…

 

Zo bevrijdt Jezus zijn leerlingen van hun eerste schrik en angst.

Maar nu wordt hun hart in bezit genomen door verbazing en vreugde:

 

Maar ze konden van blijdschap nog niet geloven.

 

Net zoals zojuist angst en schrik onbegrip teweeg brachten,

benevelen nu verbazing en blijdschap het verstand van de leerlingen

zodat zij nog steeds niet werkelijk kunnen geloven

wat zij op dit moment ervaren.

 

Dan eet Jezus voor hun ogen een stukje gebakken vis,

en begint hij te spreken over de betekenis van zijn lichamelijke aanwezigheid

in de tijd toen hij nog bij hen was:

 

Alles wat in de Wet van Mozes en bij de Profeten

en in de psalmen over mij geschreven staat

moet in vervulling gaan.

 

En dan opent hij hun verstand om de Schriften te verstaan.

 

Niet ik ben van belang, zegt hij, om wie jullie nu zoveel vreugde ervaren.

Nee, het Woord van God moet vervuld worden –  dat is van belang!

De Schriften gaan wel over mij en over jullie,

maar jullie moeten haar woorden goed leren verstaan.

De vervulling van Gods woord kan enkel maar geschieden

in en door en met jullie lichaam.

En jullie lichaam moet geleid worden door een verstand

dat niet versluierd wordt door allerlei wisselende gemoedsbewegingen

als angst, verdriet, vreugde, verwondering of verbazing.

 

Jullie lichaam moet geleid worden door een leeg gemoed

wil Gods inwoning in jouw midden tot leven kunnen komen.

 

God schept mensen, om door hen heen aan het licht te komen.

En Hij heeft het lichaam van iedere mens nodig,

om er zijn koninkrijk mee op te bouwen.

 

Hij heeft onze handen en voeten nodig

die geleid moeten worden door een open verstand.

Een verstand dat door niets beneveld wordt,

maar dat helder is en leeg genoeg om zijn woord te verstaan,

om zijn wil aan te voelen en daaraan mee te bewegen.

 

God heeft mijn lichaam nodig,

maar mijn lichaam heeft mijn verstand nodig

om te gaan zien, om te gaan voelen, om te gaan begrijpen

dat God er is en in mij woont en door mij heen werken wil.

 

Daarvoor moet mijn verstand steeds weer open worden,

en mijn gemoedsgesteldheid vrij van eigenwilligheid,

vrij van allerlei beelden omtrent God en mijzelf

vrij van angst om hetgeen nu gebeurt,

en wat er mogelijk in de toekomst gebeuren zal.

 

In het leven met God gaat het niet om kennis over Hem,

die je kunt vergaren uit een catechismus of theologieboeken.

Kennis die Hem en mij op afstand houden van elkaar.

Het gaat om de relatie zelf, waarin ik Hem en Hij mij leert kennen.

 

Jezus deed niet aan kennisoverdracht bij zijn leerlingen,

maar hij opende hun verstand om de Schriften te verstaan.

Letterlijk staat er: Hij ontsluierde hun verstand.

 

Hij ontdeed het verstand van zijn leerlingen van hun eigen gedachten

van hun eigen vooronderstellingen, gevoelens en herinneringen,

opdat zij met een open mind de Schriften zouden kunnen lezen,

en Gods inwonende Stem zouden kunnen verstaan.

 

Want alleen zo kan God voor ons mensen tot leven komen:

wanneer wij zijn woorden in de Schrift tot een Stem laten worden

die ons persoonlijk aanspreekt en kan zeggen:

ook ‘ Jij bent mijn beminde in wie Ik welbehagen vind’.

 

Opdat wij dan van harte antwoorden:

‘ Hier ben ik, mij geschiedde naar jouw woord’.

 

Dat kan alleen maar als ik zijn woorden niet hinder

met allerlei betekenissen die er al in mijn hoofd en mijn hart zitten,

waardoor ik al denk te weten wat die Stem wil gaan zeggen.

 

Het is als met elke andere ontmoeting:

Hoe beter ik iemand denk te kennen,

hoe meer ik al denk te weten wat de ander zal zeggen,

hoe minder die ander de kans krijgt zich te tonen:

hoe hij is en wat hij wil.

 

God heeft het lichaam van ieder van ons nodig

om zichzelf onder ons aanwezig te stellen

en om zo in ieder van ons a.h.w. te verrijzen.

Tot dat besef moet ons verstand steeds weer geopend worden.

 

Dat wij ons toevertrouwen aan Hem alleen,

als wij gevangen zitten in angst, verdriet of vertwijfeling

als het lijden van de Messias op onze weg komt die zegt:

 

‘Zal de Messias niet lijden en opstaan uit de doden?’

 

Lichaam van Christus worden doet ook pijn,

omdat het een sterven betekent aan onszelf.

‘Als de graankorrel niet sterft’, zegt Hij,

‘Wie zijn leven niet verliest…’,

‘Wie zijn kruis niet opneemt…’

 

Dat wij ons toevertrouwen aan Hem,

Hij die ons door alles heen bewaren zal

en vormen wil tot wie Hijzelf is:

gunnende goedheid, teder en bewarend,

trouw tot in eeuwigheid.

 

Laat ons bidden

 

Bewarende God,

Jij, die ons in jouw leven roept

en ieder van ons bemint,

open ons hart voor jouw woord,

dat ons in dit leven bevrijden wil

tot dienstbaarheid aan elkaar en aan jouw schepping.

Maak ons tot instrument van jouw liefde.

Laat ons zingend bidden

 

Bewarende God,

Jij, die ons schept in jouw beeld,

en tot jouw gelijkenis,

wijs ons de weg die Jij met ons wil gaan,

opdat wij werkelijk tot leven komen,

en wegen gaan van bewaring –

gunnend en bevestigend leven met elkaar.

Laat ons zingend bidden

 

Bewarende God,

Jij, die ieder van ons bewaart

en niemand verloren laat gaan,

open ons hart voor de kwetsbaarheid van elkaar.

Leer ons onze naasten te vergeving,

jouw bevrijdende liefde en vergeving te delen,

onwaarschijnlijke vergeving om niet.

amen

 

Advertenties

Overweging van 12-4-2015 tgv eerste H. Communie door p. George Zeegers

Welkom

Goeie morgen, beste kinderen. Jullie allemaal op z’n Paasbest, zeggen we.  Jullie zien er prachtig uit.  En dat moet ook want het is vandaag groot feest.  Eindelijk is het zover. Jullie gaan voor het eerst te communie samen met alle mensen hier in de kerk. Met Jezus aan tafel!

En we beginnen met…ja, hoe beginnen we altijd?   Met het kruisteken.

 

In de Naam van de Vader, en de Zoon en de heilige Geest.

 

Ook welkom u, ouders, U bent ook flink druk geweest voor vandaag, met de hele voorbereiding samen met uw kind. En dan het feest zelf.  Het feest begint hier vanmorgen. De eerste Communie ixs is altijd een soort mijlpaal in het leven van uw kind. Het begint nu groot te worden, het mag helemaal meedoen hier in de kerk en dan langzaamaan ook elders..

En welkom aan u allen opa’s en oma’s en alle familieleden en vrienden.

Overweging.

Met hoeveel mensen zat Jezus aan tafel, daar bij dat laatste Avondmaal?     Wie weet dat?

Juist  12  en met Jezus erbij 13.  En misschien nog wel meer mensen maar dat weten we niet.

Die 12 hoe heten die???  Hoe worden die genoemd????   De 12 Apostelen!!!   Want apostel betekent:  iemand die gezonden wordt, een boodschapper.  Wie met Jezus optrekt en met Hem aan tafel mag zitten, wordt zelf ook boodschapper.

En welke boodschap hebben zij dan?  Dat God met ons mensen is. God is bij de mensen, bij alle mensen, want Hij houdt van mensen.   Dat is de boodschap van Jezus, En als je met Jezus meegaat en als bij Hem aan tafel zit, is dat ook de boodschap.  Mensen, wat er ook gebeurt: God staat naast je, God is bij je. God houdt van mij en van jou en van jou…

En iedere keer als je bij Jezus aan tafel gaat en te Communie gaat, moet je je goed herinneren: dat God bij  jou is.

Vandaag voor de eerste keer. Want je bent nu groot genoeg om die boodschap van Jezus door te geven. En voortaan mag je altijd weer te communie gaan en getuigen van je boodschap: dat God met jou is.

 

Overweging van zondag 11-4-2015 door p. George Zeegers

Woord van welkom.

Goede avond beste mensen. Van harte welkom in deze viering die wat bijzonder is omdat zoals u ziet de kerk al is klaar gezet voor morgenvroeg als 29 kinderen de Eerst heilige Communie doen. De kerk is dan helemaal bezet met de families en dus vanavond maar een bijzondere viering.

En we horen de eerste verschijning van Jezus na zijn kruisdood. En daarbinnen de figuur van Tomas, een welbekende. Door de eeuwen heen gegaan als de ongelovige Tomas. We kunnen nog best veel van hem leren.

Overweging

Die Tomas, hè: Eerst zien en dan geloven. Zo is dat. We kennen hem ten voeten uit. Typisch een man van deze onze tijd.  Want zo is onze tijd: rationeel, sceptisch, klare cijfers moeten wij zien, duidelijke foto’s om te herkennen. Zwevende verhalen daar hebben we niets aan.

Tomas zegt: ik heb gezien dat ze hem gekruisigd hebben. Als ik niet de wondtekenen zie  en kan aanraken; als ik mijn hand niet kan leggen in zijn zijde, geloof ik er niets van. De Gekruisigde zien, dat is niet zo  onvoorstelbaar, maar de Verrezene zien?? Dat is kennelijk anders, dat is niet zo direct. Dat blijkt uit alle verschijningsverhalen. Maria Magdalena denkt dat ze de tuinman spreekt.  Als de leerlingen later van armoe maar weer gaan vissen en Jezus aan de oever staat, herkennen ze hem eerst niet.  Materiële dingen zien wij gemakkelijk, immateriële dingen kennelijk niet.  Dan komt het aan op geloof!!!  Zalig zij die niet zien en toch geloven, laat Johannes Jezus zeggen.

Geloven doe je die mensen die je vertrouwen kunt.  Dat is wezenlijk. Een klein kind zal van alles geloven als zijn ouders dit zeggen, want die zijn te vertrouwen; dat heeft het ondervonden. Ook wij geloven de ander, als we die kennen als betrouwbaar, als iemand die te vertrouwen is. En daar draait het dan om. Maar zonder geloof is leven onmogelijk. Niet alleen voor het kind,  voor iedere mens! Want allen zijn wij afhankelijk van elkaar. We kunnen geen stap naar buiten zetten als er niet op vertrouwen dat anderen zich aan de verkeersregels houden. Daar moet je geloof in hebben!  We kunnen geen boterham eten als we er niet op vertrouwen dat de bakker zijn werk goed gedaan heeft en gezond brood verkoopt.  Alles wat wij hebben, we hebben het via anderen en door andermans arbeid. En in heel dat verkeer is geloof  zeer essentieel. De bankencrisis van de laatste jaren  laat zien hoe desastreus het is als het fundamenteel vertrouwen in ons handelssysteem geschokt wordt en banken onbetrouwbaar blijken. Dingen die we niet zien, mensen die we niet zien, daar moeten we geloof  in kunnen hebben, anders kunnen wij niet leven.!  Daarom is het schenden van vertrouwen zo erg. Daarom is het zo indringend als je vertrouwen beschaamd wordt.

De verrijzenisverhalen beschrijven op beeldende wijze wat onzichtbaar is. De eerste christenen waren net als wij mensen die het van het gehoor moesten hebben, van wat hen verteld werd. En de boodschap was dat Jezus nog aanwezig is in zijn Geest die Hij ons naliet en die nog onze drijfveer mag en moet zijn: Vrede en vergeving. De erfenis van die gekruisigde is zijn Geest met een hoofdletter: de Geest van de Vader van Jezus. Die bewerkt Vrede en de weg daarheen is vergeving.   Dat is wat Tomas leren moest: geloof in de verrezen Heer, in die gekruisigde die verrees.  Die Tomas toch.

 

Leren zien wat nog niet is

De steen is weg.
Het graf is leeg.
En uit de mist
van kille onmacht
die ons altijd weer
in het gezicht slaat,
stroomt zacht wat licht ons tegemoet.

 

Want Hij die dood was, leeft.
Hoop kan niet meer ontvreemd.
Er zal een morgen zijn,
van lachen en van troosten.

Wij horen op te staan.
Kom, geef een hand,
jij die ontmoedigd bent,
jij met je hoofd gebogen.

Wij mogen leven zonder angst.
Het woord dat Hij ons gaf
brandt in ons hart.

Wij leren zien wat nog niet is
met onze diepste ogen.

Er is een weg gebaand
voor iedereen
omzoomd met
bloesemende bomen.

*

Van de Vlaamse schrijfster en dichteres Kris Gelaude, actief in de Leuvense dominicaanse gemeenschap ‘De Filosofenfontein‘ en TGL-auteur. Ontleend aan de suggesties voor de zondagsvieringen van de Vlaamse dominicaanse werkgroep van Schilde, Bergen.

 

 

 

 

 

 

Overweging van Pasen 2015 door p. George Zeegers

Woord van welkom

Goede morgen beste mensen, Welkom hier vanmorgen. allemaal op ons Paasbest hier, feestelijk, want het is Pasen. We hebben een intense week gehad, de lijdensweek van Jezus.  Gisterenavond n de avondwake hebben we het vuur ontstoken in de nacht, het doopwater gewijd, onze doop hernieuwd, de nieuwe Paaskaars gewijd. We hebben ze hier binnengedragen. Nu vandaag vieren wij de apotheose, het sluitstuk van deze week:  de  opstanding en verrijzenis van onze Heer.

Moge dit een mooie viering zijn.

 

Overweging

Het is altijd een heel vreemd én indrukwekkend moment als je bij het sterven van een medemens staat.  Je vraagt je af wat er gebeurt, je realiseert je nauwelijks dat deze mens er niet meer is, terwijl zijn of haar lichaam nog zo tastbaar is.

Bij een begrafenis als de kist langzaam in het graf neegelaten wordt, is dat nog weer zo, maar niet meer zo intens. En hoe dichter je bij de overledene leefde, hoe meer je met hem of haar verbonden was, des onwerkelijker is de dood.  De dood hoort in onze beleving niet bij het leven. Onze geliefden willen we vasthouden en we houden ze ook vast in  ons geheugen, vaak ook in ons doen en laten.

Maar met ons verstand hoort de dood helemaal bij het leven. Ons leven is sterfelijk. Wij slijten. Ons lichaam is onderhevig aan verval en samen daarmee ook onze geestelijke vermogens; we  dragen ziektes mee die ons de baas worden op enig moment.  En het is ook niet mogelijk als alle mensen zouden blijven leven, dan was onze aarde gauw te klein. We weten dat. We begrijpen dat. Met ons verstand  is de dood  onherroepelijk het einde van ons bestaan.  Dood, af, uit, amen!

En toch blijft de dood een groot mysterie. Het grootste mysterie waar de mens van alle tijden en de mensheid als geheel altijd mee heeft geworsteld en blijft worstelen.

Wij hebben geluisterd naar een verhaal van een leeg graf. Maria  van Magdala, Maria Magdalena zeggen wij meestal, had zeker een bijzondere band met Jezus. Zij wordt met naam genoemd bij de vrouwen die stonden onder het kruis en zíj is de eerste bij het lege graf. Ën Zij is de eerste aan wie Jezus verschijnt, al denkt zij aanvankelijk dat het de tuinman is.

En Petrus zal vervolgens de eerste zijn die de werkelijkheid van dat lege graf zal openbaren en verkondigen: “Ze hebben Hem aan het kruishout geslagen en vermoord,. God heeft Hem echter op de derde dag doen opstaan.“

Jezus is gedood, gestorven in het graf gelegd én Hij is verrezen.  Dat is het verhaal van het christendom, het verhaal van onze geloofsgemeenschap ook. Het verhaal voor ieder van ons. God staat in het leven van ons mensen, van ieder van ons én Hij laat niet af. Hij zal ons  niet in de dood achter laten. zal elke mens roepen bij zijn naam.  Wat een boodschap, beste mensen.

Met ons verstand zien we hier niets van. Onze huidige rationele wereld wil hier niet aan. En inderdaad: De dood hoort bij het leven. Maaaaar…Het leven hoort niet bij de dood. Ik wil maar zeggen: Leven is de maatstaf. Leven is onze eerste werkelijkheid , niet de dood. En dat is wat wij vandaag mogen en willen vieren. Wij zijn tot leven geroepen! Onze bestemming is te leven. Hier, nu  …zegt de Schrift en zeggen die oude verhalen van de Schrift….nu, én… later na dit aardse sterfelijke leven.

Hier in dit leven  mogen en moeten wij ons wijden aan het leven. Ons eigen leven en het leven van de andere.  Dat moeten wij dienen en koesteren. De dood is om ons heen, veel meer is het leven om ons heen. Op elk moment in ons eigen leven, in het leven van de ander naast ons, is het leven de bron, de krachtbron ook; zijn wij uitgedaagd om het leven te zoeken en te vinden, want overal is het om ons heen. Pasen zegt ons: de dood is overwonnen en kan ons leven niet vasthouden, want het leven is van God.

Hij lééft, Christus is verrezen!!!.