Overweging zondag 3-5-2015 door p. Leon Teubner

In de Bijbel worden vaak beelden gebruikt

om iets te verhelderen over God of over mensen.

Ook Jezus probeert ons vaker iets te vertellen

over Hemzelf en over God en over ons

met behulp van beelden en gelijkenissen.

 

Vorige week gebruikte Hij het beeld

van een goede herder en zijn schapen.

Vandaag gebruikt Hij weer andere beelden

om andere kanten te belichten van de relatie

tussen Hem en zijn Vader en van ons met de Vader.

 

Ik ben ware de wijnstok, zegt Hij,

            en mijn Vader is de wijngaardenier.

 

Dat Jezus zichzelf en zijn Vader zo benoemt,

zegt iets over hoe Hij zijn relatie met Hem ervaart.

Een wijnstok wórdt geplant in een al aangelegde wijngaard.

Daarmee zegt Jezus: Ik geef mijzelf het bestaan niet.

De Vader geeft mij zijn leven, in deze tijd en in dit land;

 

Hij geeft mij dit lichaam, met al mijn vermogens,

deze plek op aarde, deze cultuur, deze taal,

Zo ben ik zijn woord dat in de wereld komt.

Maar er is méér:

 

            Ik ben ware de wijnstok,

Mijn Vader is de wijngaardenier,

            Hij snoeit mij opdat ik vruchten draag

 

Een wijnstok wordt niet alleen verzorgd en bemest,

Hij wordt ook gesnoeid met het oog op zijn vruchten.

Een wijnstok doet dat niet zelf, zegt Jezus:

 

Als een wijnstok snoeit de Vader mij bij.

Hij neemt van mij weg wat onvruchtbaar is,

opdat wat in zijn ogen wel vruchtbaar is,

alle groeikracht kan ontvangen:

 

zodat mijn betrokkenheid op mensen toeneemt,

mijn mededogen voor de ander en mijzelf zich verdiept,

mijn vergevingsgezindheid zich verwijdt,

mijn helende bewogenheid vrijkomt,

die in mij gewekt wordt door zieken en zondaars.

 

Zo werkt de Vader vruchtbaar in mij, zegt Jezus.

Daarom: Wie mij ziet, ziet de Vader.

Dan gebruikt Jezus het beeld van de wijnstok nog eens,

maar nu om zijn relatie met ieder van ons te verhelderen.

 

Ik ben de wijnstok,

            jullie zijn de ranken.

            Verblijf in Mij zoals Ik in de Vader verblijf.

 

De ranken leven maar vruchtdragend voort,

wanneer zij verbonden blijven aan de wijnstok.

Door hem heen stromen de vruchtbare sappen

vanaf de aarde door de stok naar zijn ranken.

Die vruchtbare sappen staan nu voor de woorden

die Jezus spreekt tot zijn leerlingen en tot ons.

 

Als jullie met Mij verbonden blijven

en mijn woorden in jullie blijven,

zullen jullie rijkelijk vrucht dragen

 

Die woorden zijn niet zijn woorden,

het zijn de woorden van de Vader die Hij spreekt.

Hij geef ze door, zoals een wijnstok de levenssappen doorgeeft

aan de ranken, waardoor deze vrucht gaan dragen.

Zijn woorden maken ons samen tot de ene ware wijnstok van de Vader,

of, zoals Paulus zegt, tot het ene lichaam van Christus.

 

Dit lichaam van Christus biedt plaats aan allen die het goede nastreven,

aan Joden en aan Grieken, aan slaven en aan vrije mensen,…

aan ieder mens die met zijn concrete leven God welgevallig is.

 

Ieder die ernaar streeft om God in zijn leven aan het licht te laten komen,

maakt deel uit van dit ene Lichaam van Christus,

zegt ook het 2e Vaticaanse concilie,

en verblijft al in het Koninkrijk van de Vader.

 

Niet Jezus of wij bepalen dus wie er al dan niet bij hoort,

Dat doet enkel degene, die God in zijn leven tot gestalte laat komen.

Wij moeten dan ook niet gaan uitmaken wie er bij ons hoort.

Integendeel, wij moeten met ons leven ervoor zorgen dat wijzelf erbij horen:

door steeds weer God te zoeken en Hem de ruimte bieden

in ons dagelijks leven om vruchtbaar aanwezig te komen.

 

Deel uitmaken van het lichaam van Christus

zit hem niet in het aanhangen en verkondigen van een geloofsleer.

– katholiek, protestant, joods, Islamitisch, boeddhistisch, humanistisch…

maar in kleine doch concrete vormen van liefde en naastenliefde,

die misschien nauwelijks nog iets voorstellen in onze ogen:

 

Wie niet tegen ons is, is al voor ons… zegt Jezus.

Wie een beker water geeft aan een van jullie, is al in het koninkrijk van God

Wie een vreemdeling een bed en een bad en wat brood geeft,

maakt al vruchtdragend deel uit van de wijnstok van de Vader.

 

Iemand die een dorstige een beker water gunt is al in Gods rijk,

dat koninkrijk waarin wij wel zeggen te geloven,

maar waar wijzelf misschien nog wel buitenstaan,

omdat wij anderen daarvan de toegang ontzeggen.

 

Wat is toch de bron van dit hardnekkige buitensluiten,

van het voortdurend indelen van mensen in groepjes wij-en-zij,

zij die er wel bij horen en zij die er niet bij horen?

 

Misschien ligt dit wel hierin,

dat wij steeds weer vergeten dat wijzelf en al wat is,

zomaar gegeven wordt om niet,

voortkomt uit pure genade van God uit.

 

En vanuit dat vergeten ontstaat de illusie

dat wij op onszelf aangewezen zijn,

en dat wij van alles te verliezen hebben

als wij gaan delen met elkaar.

 

Maar al wat bestaat komt enkel maar voortdurend voort

uit de gunnende goedheid van de Vader

die niets of niemand buitensluit,

maar onvoorwaardelijk alles in allen wil worden.

 

Wij kunnen alles delen, want wij hebben niets te verliezen.

Elke adem moet ik nog van God krijgen: nu, en nu, en nu,…

En met die adem ontvang ik al wat ik bezit,

mijn familie, mijn werk, moet ik nog ontvangen.

Ik hoef niet bang te zijn om ook maar iets te verliezen,

want ik kan niet verliezen wat mij nog niet gegeven is.

 

Dat wij onszelf en elkaar durven ontvangen

vanuit de gunnende goedheid van de Vader.

Dat wij ons toevertrouwen aan zijn scheppen handen,

Hij, die ons omvormen zal tot lichaam van Christus, de ware wijnstok.

 

Ik ben de ware wijnstok

en mijn Vader is de wijngaardenier,

Blijf één met mij zoals ik één blijf met de Vader,

dan zullen jullie rijkelijk vruchtdragen.

Dan wordt onze Vader verheerlijkt

en zal Hij alles in allen zijn.

Uit de 1e brief aan de Korinthiërs

 

Ons lichaam met zijn vele delen vormt één geheel,

en alle lichaamsdelen, hoe vele ook,

zijn samen één lichaam –

zo is het ook met Christus.

 

Want wij allen, Joden en Grieken, slaven en vrijen,

zijn in de kracht van een en dezelfde Geest

tot één lichaam gedoopt,

en allen zijn wij doordrenkt met één Geest.

 

Een lichaam bestaat nu eenmaal

niet uit één lichaamsdeel, maar uit vele.

Het oog kan niet tegen de hand zeggen:

‘Ik heb je niet nodig’,

en evenmin het hoofd tegen de voeten:

‘Ik heb jullie niet nodig.’

 

Nog sterker,

juist die leden die het zwakst schijnen te zijn,

zijn onmisbaar.

En die leden die wij beschouwen als minder eerbaar,

eren wij des te meer.

 

De andere leden hebben dat niet nodig.

Nee, God heeft het lichaam zo samengesteld

dat hij aan wat tekortkwam meer eer gaf,

opdat er in het lichaam geen scheuring is

maar de leden eendrachtig voor elkaar zorgen.

 

Wanneer één lid lijdt,

delen alle andere in het lijden;

wordt één lid geëerd,

dan delen alle andere in die vreugde.

 

Welnu,

jullie zijn het lichaam van Christus,

en ieder van julie is van dit lichaam een deel.

 

 

Uit het Evangelie volgens Johannes hoofdstuk 15

 

Ik ben de ware wijnstok

en mijn Vader is de wijngaardenier.

Als een van mijn ranken geen vrucht draagt,

snoeit Hij die weg.

 

En als een rank wel vrucht draagt,

snoeit Hij die bij, zodat ze gezuiverd wordt

en nog rijkelijker vrucht draagt.

 

Jullie zijn al gezuiverd

door het woord dat Ik jullie verkondigd heb.

 

Laten we met elkaar verbonden blijven,

jullie en Ik,

want zoals een rank

geen vrucht kan dragen uit eigen kracht,

maar alleen als ze verbonden blijft

met de wijnstok,

zo kunnen ook jullie geen vrucht dragen

als je niet met Mij verbonden blijft.

 

Ik ben de wijnstok

en jullie zijn de ranken.

Alleen wie met Mij verbonden blijft

– zoals Ik met hem –

draagt rijkelijk vrucht,

want los van Mij kunnen jullie niets.

 

Wie niet met Mij verbonden blijft,

wordt weggegooid als een wijnrank:

ze verdorren,

men haalt ze bijeen

en gooit ze in het vuur,

waar ze verbranden.

 

Als jullie met Mij verbonden blijven

en mijn woorden in jullie blijven,

vraag dan wat je wilt,

en het valt je ten deel.

 

Mijn Vader wordt verheerlijkt

wanneer jullie rijkelijk vrucht dragen

en jullie je mijn leerlingen betonen.

 

 

Laat ons bidden

 

Bewarende God,

Jij, die ons in jouw leven roept

en ieder van ons bemint:

open ons hart.

Dat daar jouw verlangen werkzaam wordt,

en Jij zult zijn alles in allen

Laat ons zingend bidden

 

Bewarende God,

Jij, die ieder van ons schept

in jouw beeld tot jouw gelijkenis,

Breng ons tot besef dat Jij ons geeft

elk moment van ons levenen

en wij gunnend tot de ander zeggen:

‘Leef – wees welkom in ons midden’.

Laat ons zingend bidden

 

Bewarende God,

Jij, die ieder van ons bewaart

en niemand verloren laat gaan,

open ons hart voor de tekorten van elkaar.

Leer ons jouw liefde te delen,

jouw vergeving te schenken aan elkaar,

onwaarschijnlijke vergeving om-niet,

amen

 

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s