Overweging van zondag 19-7-2015 door p. George Zeegers

Woord van Welkom

Goede morgen, beste mensen, van harte welkom vanmorgen weer in onze viering. Ook in vakantietijd zijn we met velen. Samen om ons te oriënteren op het waarlijk goede leven; samen om te luisteren naar Jezus onze herder.

 

 

 

Overweging

Jezus stuurde zijn leerlingen, de twaalf, op missiereis zoals we vorige week hoorden, nu vandaag horen we dat ze terugkomen en verslag uitbrengen. Jezus  neemt ze mee naar een stille plek om uit te rusten. Het lukt ze niet, want de mensen laten niet af én ze hebben Jezus bij zich en die oog heeft voor mensen. “Ze zijn als schapen zonder herder” horen we Jezus zeggen. Volgende week zouden we horen hoe uiteindelijk Jezus die hele menigte te eten zal geven van 5 broden en 2 vissen, maar wij vieren dan het Titus feest.

Jezus werd steeds bekender en de mensen zochten een herder, iemand die wijze dingen zegt en getuigt van oog en oor voor de mensen en hun situatie.  Echte leiders trekken altijd, spreken met gezag en worden gehoord.  Ieder van ons kent mensen die van groot belang waren in jouw leven en jouw leven hielpen richting vinden.  Vaak heel dichtbij: je moeder of je vader, of een van je leraren op school of een goede directeur of baas.  Een van de doorslaggevende eigenschappen die zo iemand moet hebben is onbaatzuchtigheid. Iemand die naar je luistert en aandacht heeft voor jou in jouw eigen levenssituatie.  De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen, heet het in de bijbels beeldspraak. En Jezus is DE goede herder.  Veel grote mensen uit de geschiedenis hebben inderdaad hun leven gelaten in hun inzet voor de medemens: Gandhi, Martin Luther King en vele anderen. Wij hier hebben pater Titus Brandsma als patroon gekozen. Onze huidige Paus  Franciscus ontpopt zich ook als iemand met gezag.

Onze wereld heeft grote behoefte aan mensen met gezag, want onze wereld verkeert op veel fronten in crisis. De economisch crisis gaat vooral over geld. De crisis zou over zijn maar ze treft  miljoenen mensen in hun welbevinden, in hun eigenwaarde, in hun bestaansmogelijkheden door werkeloosheid: in óns land, maar vooral in de zuidelijke Europese landen, en wereldwijd. De grote stroom vluchtelingen toont een onvermogen wereldwijd om goederen, voedsel, gezondheidszorg en levensbehoeften te delen, terwijl er nog steeds voldoende is voor elke mens. Het verhaal van Jezus die 5000 man te eten gaf van 5 broden en 2 vissen, gaat precies daarover. Geven jullie ze maar te eten is Jezus’ woord tot zijn leerlingen in dat verhaal, en er bleven twaalf volle korven brood over.

De afschuwelijke crisis in de Islam, wereldwijd, daar hebben wij geen antwoord op, maar wat duidelijk ontbreekt is een erkende herder, die zorgt, ook in de Islam. Onbaatzuchtig.

Onze herder is Jezus. Hij wijst de weg en ging  voor.

Wij lezen hier elke week uit ons heilige boek, beste mensen, omdat het teksten zijn die gaan over óns, voor ons geschreven. Dat kan heel ongemakkelijk  zijn. Voor mij die hier ben aangesteld als voorganger en herder van onze kleine kudde, zijn de woorden van het evangelie heel direct rakend. Maar voor ons allemaal, waar wij allemaal –ieder op eigen plek – in verantwoordelijkheid zijn gesteld; verantwoordelijk voor elkaar en voor de wereld waarin wij leven.  Wij worden hier steeds opgeroepen te worden als Jezus, die mens van God; geroepen in zijn voetstappen te gaan, herder te wezen voor ieder en alles wat op onze levensweg komt.

 

 

Advertenties

Overweging van zondag 15-7-2015 door p. George Zeegers

Woord van Welkom

Goede morgen beste mensen, van harte welkom weer in onze viering, Ook hebben we in deze tijd geen koor, zingen kunnen we voluit. We horen dat de leerlingen door Jezus worden uitgezonden twee aan twee om de goede boodschap te verkondigen, een soort stage voor het grote werk later.  Wij zijn ook leerlingen van Jezus, Hij brengt ons hier bijeen. Dat wij Hem hier ontmoeten in woord en brood.

 

 

 Overweging.

De evangelisten, vooral Marcus, zijn meestal heel kort en kernachtig in hun beschrijving van wat gebeurde.  Vorige week hoorden we dat Jezus zelf in zijn eigen plaats Nazareth niets kon uitrichten en daarop volgend vandaag over de uitzending van de 12 leerlingen. Hij had zich leerlingen en medewerkers gezocht vooral bij de vissers van Kafarnaum. Die roepingsverhalen zijn heel kort: kom en volg mij, en ze lieten hun netten in de steek, staat er dan. Dat is natuurlijk een heel proces geweest van wegen en afwegen.  Maar ze waren Hem gevolgd. Een hele reeks mensen verzamelde Hij langzamerhand om zich heen en  liep met Hem mee, maar twaalf in het bijzonder die had Hij speciaal geroepen.  En deze zond Hij uit om zijn werk uit te voeren en later voort te zetten. Zij leerden in de praktijk, al doende, het goede doende. En dat leer je niet uit boeken, het leven leer je in de praktijk van het leven zelf, net zoals je zwemmen en autorijden niet vanaf het schoolbord leert.

Jezus had dus een uitzendbureau om zo te zeggen. Hij was zijn tijd ver vooruit! En Hij heeft dat uitzendbureau nog steeds en wij zijn de gezondenen en met Hem vormen wij het uitzendbureau Titus Brandsma. Wij zijn die leerlingen, wij moeten er op uit. Getuigen van een God die het goede wil voor iedereen.  Wii kunnen niet binnenkerkelijk gezellig zitten samenzijn, wij moeten naar buiten, naar Oss en omstreken.. Wij zijn  een missionaire kerk, want wij hebben een boodschap. Vroeger stuurden wij missionarissen naar verre landen en ondersteunden hen met allerlei acties . De tijden zijn veranderd. Die missionarissen hebben we bijna niet meer.  Maar onze opdracht en roeping blijft. Getuigen van God die het goede wil voor iedere mens. Dat gebeurde vroeger trouwens ook heel duidelijk. Als we ons realiseren wat onze ouders en grootouders allemaal hebben opgezet  in eigen omgeving: onderwijs, ziekenzorg , ouderen zorg, armenzorg, allerlei vormen van zorg en verdieping in de arme en vrome tijd van toen. Geweldig!

Maar  wij nú, in onze tijd. Want onze kernopdracht blijft: getuigen zijn!  Soms, vaak? tegen de machthebbers in zoals die Amos, een eenvoudige vijgenkweker en veehoeder, maar een die zijn opdracht verstond en daaraan trouw bleef.

En voor deze opdracht hoeven wij niet geleerd te zijn of rijk te wezen. Eenvoud en soberheid kenmerkte de opdracht voor de eerste christenen. Getuigen van een God die Liefde is, doe je door zelf goed te zijn, zorgzaam, welwillend naar iedere mens; niet oordelend en zeker niet veroordelend, maar geïnteresseerd en met belangstelling voor de mens op onze levensweg. Door hier in onze bijeenkomsten gastvrijheid uit te stralen en mensen die nieuw zijn  of die we niet kennen te benaderen en welkom te heten. Het is tekenend dat in de evangelie wordt gezegd dat de leerlingen olie meekregen om de zieken te genezen. Olie, maakt soepel en dringt diep door in de huid, weldadig en beschermend. Wij gebruiken dat nog steeds bij onze sacramenten. Maar het mag ook voor ons het beeld zijn van de werking van Jezus’volgers in de samenleving van onze tijd. De smeerolie van God zijn tussen de mensen hier en nu.

Overweging van 1 juni 2015 door Dirk Kramer

 

Inleidend woord:

Zaad in de aarde geborgen een lange winter lang

wacht op de warmte en het licht van de lente,

ontkiemt en loopt uit, staat bloot aan allerlei gevaren,

en als het overleeft brengt het rijkdom en voorspoed,

vrede en vreugde aan wie goed willen.

 

DE STILLE KRACHT VAN GOD.

In de Bron, de geschiedenis van Israel vertelt James Michener het verhaal van een vrouw die 10 000 jaar geleden wakker wordt en naar buiten gaat om graan – spelt – aren te oogsten en dit te malen en er brood van te bakken.

De mensen zijn na een periode van nomaden te zijn geweest hebben zich gevestigd op vruchtbare grond. Dit werd mogelijk toen zij ontdekt hadden dat zij zaad konden verzamelen, dit uitzaaien en het oogsten. Het bespaarde hen veel werk want zij hoefden niet meer grote afstanden af te leggen om  voor hun dagelijks eten te zorgen.

De vrouw kijkt naar buiten, ziet de lucht, de zon en haar wereld en denkt bij zichzelf hoe goed zij en haar familie het heeft.

Dankbaarheid aan een hoger wezen welt in haar op.

Zaaien en vertrouwen dat er geoogst kan worden is een reden tot dankbaarheid.

Het beeld van de zaaier van van Gogh roept hetzelfde gevoel op. Ritmisch en krachtig stapt hij voort over het veld, dat gereed gemaakt is voor het zaad dat hij gul en breedwerpig uitstrooit. Vol vertrouwen op de kracht van het zaad, dat goed gekozen is en onzichtbaar in de grond zal ontkiemen en een nieuw gewas en een nieuwe oogst zal leveren.

In september wordt in onze parochie – het wordt al een hele traditie – het jaarlijkse reisje georganiseerd naar het kloosterdorp Steyl. In 1875 heeft Arnold Janssen daar een eerste klooster gesticht. Hij was geïnspireerd door het boek van de openbaring dat er iets nieuws begonnen moest worden.  In die tijd was de wereld een grote puinhoop. Er was oorlog en onrust, het kolonialisme was de leer van de wereld en wij blanken dachten dat de wereld van ons was. Hij durfde ondanks de onrust en de oorlogen iets nieuws te beginnen. Hij vertouwde op de toekomst.

Janssen stichtte een nieuwe congregatie van missionarissen en zusters die eerst naar China en later naar vele andere landen de Blijde boodschap gingen brengen. Velen van hen gingen de wereld door en werden Chinezen met de Chinezen,Indonesiër met de Indonesiërs, Afrikaan met de Afrikanen,  een met de mensen waar zij terecht kwamen onder de leuze:. “Het hart van Jezus leeft in het hart van alle mensen”.

De wereld is veranderd. Wij kijken met andere ogen naar onze wereld en zijn bewoners, het gelijk zijn van iedereen, onafhankelijkheid van vroegere koloniën, mede verantwoordelijkheid voor elkaar.

Daardoor zijn er weinig of geen missionarissen meer zoals toen. De eigen bevolking kiest hun eigen geestelijek leiders die de blijde boodschap verder verspreiden.

De mede verantwoordelijkheid voor de wereld en hun bewoners, zeker voor de minderbedeelden blijkt uit vele activiteiten van mensen die in ons land en in de rest van de wereld.

Nu worden er geen missionarissen en zusters gevormd in Steyl en zoekt men een andere invulling krijgt, maar wel wel in de geest van Arnold Janssen bijvoorbeeld door studenten uit de derde wereld te huisvesten.

Gastvrijheid is daarbij een belangrijk uitgangspunt. Mensen een thuis bieden, op verhaal laten komen, zodat ze daarna hun eigen weg veilig kunnen volgen.

Het begint heel klein zoals het mosterdzaadje, het kleinste van alle zaden. Je ziet het bijna niet en het verwaait waar je bijstaat. De zaaier zaait het uit en hij vertrouwt op de kiemkracht zodat het boven de grond zal komen en uitgroeien. Het wordt een boom. De vogels nestelen er in en de grazende dieren vinder beschutting onder als de dag op het heetst is.

Je moet het lef maar hebben, iets nieuws beginnen.

Dat vertrouwen is wel nodig want er kan zoveel mis gaan. Droogte, stormen en overstromingen kunnen de oogst onzeker maken en toch zaait de zaaier en toch gelooft hij in de oogst ook al zal hij die misschien niet meer meemaken.

Dat is het vertrouwen van de vrouwen van 10 000 jaar geleden, dat is het geloof van de zaaier en dat is ook het geloof van alle goedwillende mensen. Dat is de vruchtbare grond waar het zaad ligt te wachten om tot volle wasdom te komen en een rijke oogst voort te brengen, ook al zul je het zelf misschien niet meer meemaken.

Voor hen en ons geldt  de tekst van de dichter Adriaan Roland Horst:

Ik zal de halmen niet meer zien,

noch binden ooit de volle schoven.

maar doe mij in de oogst geloven,

waarvoor ik dien.

 

 

 

Overweging van 5 juli 2015 door p. George Zeegers

 

Woord van welkom

Goede morgen beste mensen, van harte welkom hier weer in onze viering. In Brabant begint pas volgende week de vakantie, maar onze parochie is vandaag al op vakantie en we zullen dus zonder koor zijn.  Maar zingen… dat kunnen we.

Vandaag is het thema de  Profeet.  Jezus vergelijkt zijn optreden met dat van een profeet, hij die namens God spreekt. Mogen wij hier Gods aanwezigheid in woord en daad beleven.

 

Maken we het stil een ogenblik.

 Gebed:

Goede God, U bent in geen beeld te vangen,

alleen verstaanbaar met een gelovig hart.

Maak ons open en ontvankelijk.

Geeft dat wij uw wonderlijke aanwezigheid zien en erkennen

in wat er aan bevrijdend leven van mensen aanwezig is.

Geef dat wij het alledaagse wonderlijke verhaal van mensen ,

die elkaar het leven mogelijk maken,

kunnen zien als uw verhaal in ons midden.

Dat vragen wij U in naam van Jezus,

uw zoon en onze broeder. Amen

Overweging

Wie is jouw profeet? Dat lijkt de liturgie ons vandaag te vragen. De eerste lezing gaat daarover en zeker de tweede, de evangelielezing.  Een profeet is iemand die spreekt namens God, die jou Gods woord brengt, die jou wijst naar God en de werkelijkheid duidt vanuit Gods ogen. Maar wie is dan die profeet in míjn leven? Waar vind ik die?  Zijn er in onze tijd nog profeten? Jazeker! Profeten zijn van alle tijden. Mensen die indringend uitdagen tot en oproepen tot het goede.

Indringend uitdagen en indringend oproepen alléén is niet genoeg. Er zijn genoeg valse profeten, telkens weer. In  het publieke politieke leven, ook in onze Nederlandse rooms katholieke kerk waar we staan voor indringende ontwikkelingen, maar waar ons gelovige leven vaak alleen maar wordt gezien vanuit een organisatorische en wettische oogpunt.

Boeiend en inmiddels overtuigend is het spreken en handelen van onze nieuwe Paus, Franciscus. Althans zo komt hij op mij over. Wetten en regels, wíj mensen maken die, en ze zijn belangrijk en een richtingwijzer, maar je moet je altijd afvragen hoe en waar ze de mens dienen. Want daarin toont zich  Gods kijken: het heil van de mens. Dat is de kern van ons christelijk geloven : dat God ons welwillend gezind is, dat God het heil wil voor iedere mens. En degeen die míj daarvan indringend getuigt, die is mijn profeet.  Titus Brandsma die midden in het leven van zijn tijd bleef getuigen van Gods zorg voor mensen tot in de hel van Dachau toe, die is mijn profeet. Ook onze Paus, Franciscus,  in wie ik steeds overtuigender een oprechte aandacht voor mensen beluister, maag ik profeet noemen in onze tijd. Maar vooral de mensen met wie ik nu leef. U, parochianen bij ik zoveel welwillendheid en zorg ondervind; mijn medebroeders en zusters in de Karmel ook: wij zijn profeten voor elkaar.

Ik denk dat het evangelie ons heel scherp de weg wijst naar Gods woord in ons leven, naar Dé profeet.

Jezus kwam in zijn eigen dorp terug. Hoe zijn leven daarvoor in Nazareth was geweest, daarover vertelt de traditie ons niets. Hij had daar waarschijnlijk de timmerwinkel van zijn vader, Jozef, voortgezet, maar was gaan studeren in een rabbijnenschool – allemaal mijn speculatie! Maar het evangelieverhaal vertelt ons nu zijn terugkomst in Nazareth na weg te zijn geweest. Hoe hij op sabbat naar de synagoge ging en het woord nam; en de mensen verbáásde door zijn woord en uitleg. Ennnnn… ze slóten zich!     Dat kán toch niet, dat is toch maar gewoon onze timmerman, wat verbeeldt die zich wel?

En als je zo vastgepind wordt op je verleden, dan sla je  dicht, raak je verlamd en kun je dus niets zinnigs meer betekenen. “Hij kon daar geen enkel wonder doen”, staat er. Hij kon niemand de ogen openen voor Gods wondere werken, want Hij ontmoette alleen ongeloof.

 

Kent u dat ook dat na enige jaren afwezigheid je die vroegere buurjongen of dat buurmeisje weer eens tegenkomt en je verbaast hoe die zich gemaakt heeft. Wat een intelligente jonge vrouw zij geworden is of wat een aardige jonge man, of zie je alleen nog steeds dat rotjoch van vroeger?  Om iemand te laten opbloeien en zich te laten ontwikkelen, heeft die mens vertrouwen en geloof nodig.

Ik begon met de vraag: wie is jouw profeet?  Onze belangrijkste profeet, mijn belangrijkste profeet is Jezus, die timmerman uit Nazareth, de zoon van Maria! Hij heeft mij gewezen op God die mijn vader is en in wiens hand ik geborgen ben.