Overweging van zondag 6-9-2015 door pastor L. Teubner

Marcus 7, 31

Jezus vertrekt uit het gebied van Tyrus naar het meer van Galilea.
Ze brengen Hem iemand die doof was en moeilijk sprak,
en ze dringen er bij Hem op aan om hem de hand op te leggen.

Vandaag wordt vanuit de rand van het gelovige gebied van Israel,
een doofstomme mens bij Jezus gebracht om hem te genezen.

Als er sprake is van doofstomheid in de Schrift
gaat het vaak om iemand met een onreine geest.

Iemand met een onreine geest is een mens
die zich niet toewijdt aan God,
maar die zich toewijdt aan zichzelf
en aan zijn eigen plannen en wegen.

Dat is dus iemand die op zich wel kan spreken en horen,
maar die eigenlijk alleen zichzelf hoort en over zichzelf spreekt.
Iemand die gericht is op zichzelf als het centrum van zijn leven.

Zo iemand is eigenlijk gesloten voor alles wat hemzelf overstijgt,
voor datgene wat hij niet kent, niet denkt, en niet kan overzien.
Zo iemand is gesloten voor al datgene wat niet past
bij zijn taal, bij zijn beelden, bij zijn geloof en zijn overtuigingen.

Zo iemand brengen ze vandaag bij Jezus:

iemand die niet horen wil en niet goed spreekt,
en ze dringen er bij Hem op aan om hem de hand op te leggen.

De mensen brengen bij Jezus randgelovige met een ontwijde geest,
iemand met een gerichtheid die vooral toegekeerd is naar zichzelf.
En zij vragen hem deze mens de handen op te leggen.

Maar Jezus, het Woord van God, haalt hem weg uit zijn omgeving,
weg bij de mensen die hij gebruikt om zichzelf een gehoor te verschaffen,
om deze in zichzelf opgesloten mens weer in contact te brengen,
met zijn oorspronkelijke Gehoor: met Jezus’ Vader die ook zijn Vader is.

Hij neemt hem uit de menigte apart,
steekt zijn vingers in zijn oren,
spuuwt en raakt zijn tong aan.
Opkijkend naar de hemel, zucht Jezus, en zegt tegen hem:
‘Effata’, wat betekent: ‘Wordt geopend.’

Zacht zuchtend, bijna verstild en teder,
klinkt hier Gods woord in de oren van de mens:
Wordt geopend!

Wordt geopend,
jij mensenzoon,
tot voorbij jezelf, tot voorbij al wat geschapen is,
tot voorbij wat je kunt waarnemen
voorbij waarover je kunt spreken.

Wordt geopend,
kind van God,
tot op je Vader, die in je woont,
en zich daadwerkelijk uitspreken wil in jou.

Wordt geopend,
opdat jij het levende verhaal van God gaat vertellen
en niet langer het verhaal met jezelf in het centrum.

Wordt geopend,
tot op de Bron van alle leven die liefde is,
opdat deze jou kan omvormen tot zijn gezalfde,
tot zijn zoon en dochter in wie Hij welbehagen vindt.

Wordt geopend,
jouw oren en mond
zodat mijn woord jouw hart bereiken kan,
en Ik van daaruit tot spreken kan komen
in al jouw doen en laten.

Hier worden we iets gewaar van de profetie van Jesaja, die zegt:

Houd moed, wees niet bang, hier is jouw God,
Hij brengt de wraak mee, de goddelijke vergelding,
Hij komt jou redden.

De goddelijke wraak voor deze van God en mensen afgekeerde mens
is niet een veroordeling of een straf, noch zijn vernietiging.
Nee, de wraak van God op zijn afgekeerdheid en teruggebogenheid,
Is zijn niet ophoudend sprekend woord dat zijn redding zal zijn.

Want dat is de betekenis van Jezus’ naam:
God bevrijdt met zijn Woord.
En dat doet Hij, trouw en niet aflatend, zegt Jesaja, opdat

geopend zúllen worden de ogen van de blinden
en geopend de oren van de doven.

Ook al proberen we God misschien wel tot onze laatste zucht
buiten ons te houden, veilig ver weg in een of andere hemel,
aanhoudend zal zijn uitnodiging ons oor blijven zoeken
en bij ons aankloppen: Wordt toch geopend! Hoor Mij,

Bijna smekend klinkt dit vandaag in onze oren:
Kom toch open voor Mij en voor mijn woord,
laat mijn woord jou bevrijden:
van jouzelf en van al die meningen,
van al die stemmen die verdeeldheid zaaien in het hart,
van al die visies en overtuigingen in je,
die er eigenlijk vooral zijn om jezelf veilig te stellen.

Kom open voor mijn woord, want, zo profeteert Jesaja,

dan komt er een gebaande weg die de heilige weg zal heten.
Geen onreine zal die betreden, die gaat zijn eigen weg,
geen dwazen dwalen daar rond, alleen verlosten bewandelen die.

De doofstomme mens in het verhaal durfde zich toe te vertrouwen
aan dat tot hem sprekende woord van God:

Wordt geopend!
En zijn oren gingen open, zijn tongriem ging los,
en hij sprak recht.

Deze doofstomme, niet toegewijde mens,
spreekt niet langer meer zichzelf.
Hij spreekt méér en méér ‘recht’,
d.w.z. rechtstreeks verbonden met en vanuit God.

Aldus leeft en verhaalt hij met zijn leven
méér en méér van het woord van God dat zegt:
Zie elkaar staan en hoor naar elkaar;
maak elkaar het leven mogelijk, wees levengunnend,
zoals Ik levengevend ben voor jou;
Wat jij niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet.

Dat is Gods liefdeswoord, de rest is commentaar.

Dat wij zijn Woord door ons leven laten gaan,
dan zullen wij vrije mensen worden,
levengevend voor elkaar.

Laat ons bidden

Bewarende God,
Jij, die leeft in ieder van ons:
open onze ogen tot op Jou,
die ieder van ziet als jouw geliefde zoon;
open onze oren voor jouw woord
en kom in ons tot leven,
Jij die toch alles in allen wilt zijn.
Laat ons zingend bidden

Bewarende God,
Jij, die ieder van ons bewaart
en niemand verloren laat gaan:
open ons hart voor jouw vertrouwen in ons,
opdat wij vertrouwvol de weg kunnen gaan
die heilig is en ons thuis zal brengen in Jou –
Jij die beloofd hebt: Ik zal met je gaan.
Laat ons zingend bidden

Bewarende God,
Jij, die ieder van ons bewaart
en niemand verloren laat gaan,
maak ons gevoelig voor de tekorten van elkaar,
en leer ons onszelf toe te vertrouwen
aan jouw vergevende aanwezigheid
in onszelf en in de ander.
Laat ons zingend bidden

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s