Overweging van zondag 22-11-2015 door p. Ben Wolbers

Overweging bij Johannes 18, 33b-37

 

In het evangelie hoorde u het verhoor dat Pilatus Jezus afnam vlak voordat Jezus zou worden veroordeeld. Pilatus was bezorgd vanwege de verhalen die rondgingen over de populariteit van Jezus. Een bezorgdheid die – vanuit zijn gezichtspunt bezien – eigenlijk best begrijpelijk was. Pilatus was als zetbaas van de Romeinse bezetter voortdurend op zijn hoede voor allerlei bewegingen die probeerden om hem en zijn bezettingsmacht te verjagen.

En nu hadden zijn spionnen hem ingefluisterd dat Jezus wel eens een van de voormannen zou kunnen zijn van zo’n opstandige bevrijdingsbeweging…

 

U hoorde een klein stukje van het verhoor. Pilatus: “Bent u de koning van de joden?” Jezus: “Hebt u dat van u zelf of hebben anderen u dat verteld?” “Pilatus weer: “Nee, uw eigen mensen zeggen dat…” En dan zegt Jezus iets dat de basis vormt van het feest van vandaag:  “Mijn koningschap is niet van deze wereld… als mijn koningschap van deze wereld zou zijn,

dan had ik mijn mensen wel opgeroepen om voor mij te vechten… mijn koningschap is niet van deze wereld… “ Jezus zegt het tot twee keer toe…

 

Het spannende in dit verhoor is dat Pilatus hier een woord gebruikt – koning, bent u de koning van de joden.. – dat ook nu nog in onze belevingswereld een heel bepaalde betekenis oproept. Bij een koning denken wij vaak aan macht en majesteit, pracht en praal, gouden koets, ridders en edelen… Pilatus heeft ongetwijfeld ook gedacht aan de macht van een wereldse leider..

Maar Jezus zet hem op een heel ander spoor… “Mijn koningschap is niet van deze wereld…Het is niet het koningschap dat deze wereld gewend is…”  En daarmee komen we bij de betekenis die ik graag zou willen geven aan die titel ‘Christus Koning’. Christus is niet een koning zoals bij voorbeeld Willem Alexander koning is; hij is geen machtige leider zoals een Obama dat is, of een Assad of een Merckel. Zijn koningschap is wel machtig, maar niet machtig zoals wij soms machtig zouden willen zijn of zoals de economie machtig is, of zoals het kapitalisme dat is of het socialisme of welke –ismes ook. Het koningschap van Christus Jezus, van Christus Koning, is op een heel andere manier machtig: het is machtig in de liefde, machtig in de waarheid, machtig in zijn barmhartigheid en zachtheid, machtig in zijn onophoudelijke strijd voor recht en gerechtigheid…

Iemand noemde het feest van Christus Koning eens een “onthullend” feest: het onthult de ware verhoudingen in deze wereld én in onszelf… het maakt ons bewust van wat werkelijk van waarde is in het doen en laten van onze wereld én in het doen en laten van ieder van ons.. Een paar voorbeelden:

Toen de farizeeërs en de Schriftgeleerden een vrouw wilden stenigen die overspel had gepleegd, vroegen ze daarover eerst de mening van Jezus. Zijn onverwachte antwoord was: “wie onder u nooit iets fout heeft gedaan, laat die de eerste steen maar gooien”… ik vind dat een koninklijk antwoord, waar ieder van ons iets aan heeft… het geeft ook ons te denken…

Een ander voorbeeld. Eens zag Jezus dat een arme weduwe het normaal vond dat ze van haar schamele bezit toch nog iets stond aan de tempel, d.w.z. aan de armenzorg, wij zouden zeggen aan de caritas… Toen hij dat zag, sprak hij daar luid en duidelijk zijn bewondering over uit… “zij wist te delen ondanks haar armoede”, zei hij… dat hij daar oog voor had en dat hij daar aandacht voor vroeg… dat is koninklijk én het geeft ons opnieuw te denken…

Nog een voorbeeld. Toen twee van zijn leerlingen aan Jezus vroegen voor hem te bemiddelen voor een mooi plaatsje in het hiernamaals, was hij heel duidelijk in zijn commentaar: “Wees a.u.b. niet als de leiders van deze wereld want die maken meestal misbruik maken van hun macht; wie onder jullie groot wil zijn, moet dienaar zijn…”; dat zijn woorden van een échte koning… en ook deze woorden geven ons te denken…

Christus was koning omdat hij de tijd nam voor al die vele mensen die een beroep op hem deden, zieken, gehandicapten, mensen op zoek naar de zin van hun leven… en waar hij kon hielp hij hen… Hij geeft ons met deze titel te denken…

Dit zijn zomaar wat voorbeelden. Er zijn er veel meer. Ze maken zichtbaar hoe wij dat koningschap van Christus Koning dienen te verstaan. In Jezus leefde een vurige, onvoorwaardelijke liefde voor de mens, in het bijzonder voor de kleine mens en voor de rechteloze mens en voor de mens die geslagen wordt; door zijn woorden en daden gaf hij hen hoop, want ze herkenden in hem dat hij met hart en ziel geloofde wat ze diep in hun hart ook zelf wel wisten: hoe kostbaar iedere mens afzonderlijk is in de ogen van God.

 

Ik denk hier aan de pianist die een dag na de vreselijke aanslagen in Parijs met een piano voor het theater ging staan waar zoveel mensen omkwamen… en daar speelde hij “Imagine” van John Lennon… “imagine”.. stel je voor, betekent dat… zoekt u de tekst maar op op Google: stel je voor dat onze wereld een wereld van vrede zou zijn… droom daarvan… denk daarover na… dat zal je sterk maken… dat zal maken dat je zelf die vrede uit gaat stralen…

Die mooie muziek maakte die angstige, gekwetste mensen voor even weer sterk… Ze voelden de solidariteit van die man, terwijl die toch nauwelijks een woord met hen sprak, alleen maar speelde op een oude piano die hij achter zijn fiets had aangesleept… Ze voelden dat die man op zijn heel eigen wijze geloofde in de kostbaarheid van iedere mens… en dat hadden ze nodig, daar, toen…

Eigenlijk heeft Christus Koning hetzelfde gedaan: de mensen geloof geven in zichzelf… hij deed dat, door steeds maar weer, waar hij maar kon, uit te stralen hoe kostbaar iedere mens is in de ogen van God…

Dát zou ik vandaag van harte ‘koninklijk’ willen noemen.

 

 

Oss, Titus Brandsmaparochie, 22 november 2015 – Ben Wolbers O.Carm.

 

Advertenties

Overweging van zondag 16-11-2015 door pastor Leon Teubner

Vanuit een diep menselijk verlangen naar vrede,

naar gerechtigheid, naar bewaring en naar menselijkheid,

zijn er veel zgn. eindtijdverhalen geschreven.

 

Dat zijn geen verhalen over het einde van wereld,

maar verhalen over de ondergang van een bepaalde wereld:

die van onderdrukking en onmenselijke verhoudingen,

van mensonwaardig gedrag waarin de wet van de sterkste geldt,

zoals sinds jaar en dag in Syrië, en eergisteren in Parijs.

 

Maar die we ook ervaren in het klein en hier onder ons.

Daar waar mensen elkaar zomaar laten vallen

wanneer ze er zelf beter van denken te worden;

daar waar ouderen kinderen misbruiken,

daar waar familieleden elkaar minachten en niet willen ontmoeten,

daar waar ontredderde vluchtelingen als groep verdacht gemaakt worden.

 

In die mensonwaardige situaties dromen mensen diep in hun hart

van de komst van de mensenzoon.

Marcus verhaalt vandaag op zijn wijze van dit visioen:

 

In die dagen na de verschrikking

zal de zon verduisterd worden,

en de maan haar licht niet meer laten schijnen,

en zullen de sterren van de hemel vallen

en de hemelse machten wankelen.

 

Dan zal men de Mensenzoon op wolken zien komen,

met veel macht en heerlijkheid.

 

De dagen der verschrikking, noemt hij de tijd waarin hij leefde.

Een wereld waarin het volk werd onderdrukt en afgeknepen,

en in het heilige der heiligen van de tempel,

de plaats van Gods inwoning onder de mensen,

een heidens afgodsbeeld geplaatst is.

 

Symbolisch staat dit heilige der heilige voor het menselijk hart

de innerlijke ruimte waarin God wonen en uitstromen wil,

als gunnende goedheid, als bewogenheid om mensen.

 

De dagen der verschrikking staan voor de verharding van een hart

dat niet langer op God gericht is, maar dat uit angst en zelfbehoud

zijn heil zoekt bij geld, geweld, eigen volk eerst, macht en bezit.

Die dagen zullen eindigen en na die verschrikkelijke dagen

 

zal de Mensenzoon komen,

met veel macht en heerlijkheid.

De mensenzoon in de Schrift is die mens

die niet meegaat met de angst en de verwildering van zijn tijd,

maar die blijft staan, als een rots in de branding,

voor menselijkheid, voor gunnende goedheid,

voor barmhartigheid en voor gerechtigheid.

 

De mensenzoon is die mens die ondanks alles menselijk blijft,

door zich elke dag opnieuw te ontvangen vanuit Gods hand;

die mee probeert te werken met Gods werkzaamheid in hem,

die, zoals Titus Brandsma, een instrument wil zijn in zijn hand.

 

De mensenzoon is die mens die blijft geloven

in Gods trouw aan hem en aan zijn schepping.

Die vertrouwt dat God nabij is, ook waar onrecht welig tiert.

Die gelooft dat God de verdrukking van zijn mensen voelt,

en dat Hij op zijn tijd breken zal de machten van het kwaad.

 

Dat illustreert Marcus met een adembenemende gelijkenis van Jezus.

Deze vergelijkt het einde van iedere goddeloze tijd

met het beeld van het uitbotten van de vijgenboom.

 

Leer van het beeld van de vijgenboom:

als zijn twijgen zacht worden

en zijn bladeren zich ontvouwen,

dan weten jullie dat de zomer in aantocht is.

 

Zo moeten jullie ook weten:

wanneer je deze dingen ziet gebeuren,

dan staat het vlak voor de deur.

 

Jezus schouwt wat wij niet of maar moeilijk zien,

maar waar wij wel hartstochtelijk van dromen:

Gods niet aflatende werkzaamheid in en onder ons,

juist ook daar, waar het einde verhaal lijkt te zijn.

 

Leer dan van het beeld van de vijgenboom:

als zijn twijgen zacht worden

en zijn bladeren zich ontvouwen,

dan weten jullie dat de zomer in aantocht is.

 

De boom, die bevroren de wintertijd heeft doorstaan,

ontdooit en zijn harde takken worden weer zacht.

Gods groei- en zonkracht brengt nieuw leven in hem.

Zo ook in en onder de mensen.

 

Na iedere tijd van kille, ijskoude en verstarde verhoudingen,

zal er weer warmte komen in de relaties van mensen en volken.

Mensenharten zullen weer zacht worden,

vreemden zullen zich weer openstellen voor elkaar.

Dat alles zál gebeuren, beklemtoont Jezus, ook al wijst niets daarop:

 

Ik verzeker jullie, deze generatie gaat niet voorbij

voordat dit allemaal gebeurd is.

Hemel en aarde zullen voorbijgaan,

maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.

 

Onmenselijke systemen zullen altijd weer ontregeld raken.

Elke menselijke orde die losraakt van de goddelijke, zal verdwijnen.

En een nieuwe Godmenselijke orde zal proberen zijn plaats innemen.

 

Dat wil een orde zijn van gunnende goedheid en mededogen,

een orde die erop gericht is iedereen het leven mogelijk te maken.

Een Godmenselijke orde, waarin de mens werkelijk zal mens worden,

de Godmenselijke orde van het koninkrijk van God.

 

Onze op zichzelf gerichte westerse cultuur

wordt op dit moment flink door elkaar geschud.

Velen verharden daardoor in paniek, uit angst en beven,

en proberen te behouden wat niet behouden kan worden:

onze zelfgemaakte ordeningen die enkel schijnveiligheid bieden.

 

Zal in onze winter het visioen van Jezus overeind blijven,

of zal onze angst en zelfgerichtheid belofte afdoen als naief?

Gelukkig is die keus niet alleen aan ons.

 

Want de zomer zál komen, belooft Hij, zelfs al blijven wij winterkil.

Onze harten zullen zacht worden, al is het met onze laatste zucht.

Het liefdeswoord van God gaat nooit voorbij.

 

Wij zúllen mens worden, want God heeft in zijn wijsheid besloten

om mens te worden in ieder van ons, en dat elke generatie weer.

Dat wij waakzaam daarom blijven

en meebewegen met die geboorte van God in ons:

Zijn bewogenheid om mensen.

 

Opening Expositie; Gedicht door Jan van den Boom

Titus Brandsma

Bij leven klein, maar gesmeed
uit onbuigzaam staal.

Nu .. vast in bruinig brons gegoten
staat hij daar en staart
over de straat waarin hij
aanzet gaf tot:
Een echte bieb, het regionale blad
“de Stad Oss” én middelbaar onderwijs.

Zo schiep de kleine Fries in grijs verleden
ruimte in een dorpse stad
voor nieuwe mogelijkheden.

In zijn spoor een stoet van Karmelieten,
die huis en haard verlieten
om -voor eigen ziel en zaligheid-
met vuur God en mens te dienen.

 

Opening Expositie; openingswoord door Leon Teubner

Beste mensen,

Zo meteen wordt de tentoonstelling
125 jaar KarmeI in Oss geopend. Om ons heen staan heel wat verbeeldingen van wat de Karmelieten in Oss aan betekenis hebben gehad.

Het is goed om bij deze beeldvorming even stil te staan.
We laten ons hierbij leiden door Titus Brandsma.

In een kerkkalender uit 1924 beschrijft Titus het leven van de heilige Teresa van Avila.  Titus gaat onder meer in op de beeldvorming rond Teresa.  Hij zegt:

‘Beelden schieten te kort om uit te drukken,
wat niet onder beelden is te brengen
.

Wij verlustigen ons in het beeld van de Heilige van Avila,
maar vergeten vaak, dat het straalt-

niet in een aureool van wereldse grootheid,
maar straalt in het licht van God’
.

Einde citaat.

Volgens Titus lopen wij het gevaar, ons te verlustigen in de beelden die wij maken.  Niet alleen van Teresa, maar ook van anderen en van onszelf. Titus is helemaal niet tegen beelden,
maar wil ons waarschuwen dat de beelden die wij maken,
ongemerkt ook het wezen verduisteren
van het oorspronkelijke beeld in al wat is: God zelf.

De beeldvorming rond Teresa, waar Titus over schreef, overkwam ook hemzelf.  Hij, die gisteren werd uitgeroepen tot Ereburger van onze stad, wordt ook door ons bekleed met allerlei beelden.
Daar waren we gisteren weer getuige van.

Bij de zaligverklaring van Titus, schreef de karmeliet Kees Waaijman daarover:

Het is vanzelfsprekend, dat mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog
hun leven waagden voor de vrijheid, 
in Titus vóór alles de verzetsheld zagen. 

Het is vanzelfsprekend
dat journalisten in Titus 
vooral een voorvechter van de persvrijheid zien.

Het is vanzelfsprekend dat de Karmelieten in Titus een karmeliet zien zoals die moet zijn. 

Het is vanzelfsprekend dat mensen in nood in Titus hun persoonlijke hulp en toeverlaat zien.

Het is vanzelfsprekend dat mensen die geïnteresseerd zijn in mystiek,
hem vooral zien als mysticus.

Einde citaat.

Precies nu die vanzelfsprekendheid
kan misleidend werken. Want deze verhult heel gemakkelijk
dat Titus maar ‘een vóór-beeld’ is. Een beeld vóór een ander beeld, dat zelf niet te vatten is: Titus als beeld van de onverbeeldbare God.

Van die onverbeeldbare God heeft Titus in al zijn rollen zijn leven lang getuigd.  Misschien blijft hij ons dáárom wel boeien.
Omdat wij, naar hem kijkend, geraakt worden door een “ik weet niet wat’. lets dat niet met Titus samenvalt, maar dat eeuwig onverbeeld blijft. En dat tóch altijd, in hem, maar ook in alles en iedereen, tot onze verbeelding blijft spreken.

Vandaag zijn wij in deze kerk omringd
met prachtige verbeeldingen Van 125 jaar Karmel in Oss. Ook doorheen deze verbeeldingen probeert die onverbeeldbare God; onze aandacht te trekken.

In februari vroegen wij aan de makers ervan: Maak iets voor deze tentoonstelling dat voor jóu verbeeldt, waar de Karmelieten of deze Karmelparochie voor staat’.

Welke bezieling tref je er aan?

Deze vraag riep bij jullie een aantal kernwoorden op:

zoekend leven,
een luisterend oor,
dichtbij mensen
rechtvaardig leven
bezinning en inkeer,
eenvoud,
een thuis,
ruimte en respect,
oog voor de zwakken,
bewarend omzien naar elkaar.

Daarna zijn jullie aan de slag gegaan.
En dat heeft geresulteerd in deze veelheid van vormen en afbeeldingen. Door al deze werken heen straalt
– voor wie het wil zien – óók iets van die ongrijpbare, beeld loze God van Titus en Teresa.  Een ‘ik weet niet wat’, dat, doorheen al deze beelden en woorden,  ook ons vandaag raken en bezielen wil.

Dat onzichtbare beeld van God dat ook in ons opstraalt wanneer wij meebewegen, met die innerlijke aandrang om dichtbij mensen te staan,  een luisterend oor te zijn, zoekend door het leven te gaan;

Zijn onzichtbare beeld dat ook in ons opstraalt,
wanneer wij dat verlangen volgen naar eenvoud,
naar bezinning en naar inkeer; Dat beeld dat telkens in ons opstraalt,  wanneer wij ingaan op dat appel respectvol en bewarend om te zien naar de ander,  die ons op onze weg gegeven wordt.

Wij mogen ons zo meteen uitgenodigd weten.
om in al jullie prachtige werken, óók contact te maken met die verborgen, goddelijke bezieling in ons.

Dank jullie wel.

Opening expositie: Toespraak ADA BRAAT over haar bijdrage

TOESPRAAK ADA, JOZEFKERK OSS, ZATERDAG 8 NOVEMBER 2015

Op 31 mei van dit jaar werd mij gevraagd of ik ook iets wilde maken
voor de expositie ivm. Titus. Ja, dat wilde ik graag. Het werk zou
komen te hangen in de Jozefkerk, deze kerk dus. Een
samenkomstkerk, waar mensen zitten rondom een tafel. Waar ik me
welkom voel.

Ik nam me voor veel te gaan lezen over hem.

In de eerste week van juni was het nogal warm. In Heesch, waar ik
woon, staan 3 grote groenblijvende magnolia-bomen. vlak voor de
Hema en Blokker. Er stonden voorheen platanen, maar die moesten
weg. Ik maakte me al eerder wat zorgen over deze uitheemse
planten, ze komen immers hier niet vandaan. Ze krijgen geen extra
water als het zomer is, en in de winter overleven ze moeizaam, ze
hebben gelukkig een dikke huid.

Er lagen een paar bruine bladeren op de stoep, die raapte ik maar op,
de stengeltjes waren verdord. Omdat ik er elke dag langs kom, zag ik
er steeds meer liggen. Thuis waste ik ze, en liet ze drogen. Moeilijk
vond ik het, die bomen die alsmaar kaler werden. De caissière van de
Hema kwam elke keer naar buiten, als ze me bezig zag. Ook sprak
ik een bewoonster van de appartementen die boven de winkels
liggen. “Soms geef ik ze een beetje water”, zei ze. “Misschien gaan ze
wel dood”.

De natuur doet me altijd denken aan mensen, en mensen doen me
denken aan de natuurverschijnselen. Die Titus Brandsma, wat was
het toch dat maakt dat er zoveel over hem gesproken wordt, dat er
zoveel over hem in boeken staat? Hij was priester, hij had een
overtuiging. Om die reden werd hij gevangen gezet in een
concentratiekamp. Zovelen heeft hij zien sterven.

 

Er lagen steeds meer bladeren op de grond. Aan de bomen steeds
minder. Thuis had ik de gedroogde bladeren met koperen
splitpennetjes op een stuk stramiengaas bevestigd. Het werd een
wandtapijt, de bladeren kregen een tweede leven. De gaatjes van het
stramien leken wel gevangenisraampjes. Om de bladeren goed vast
te zetten, druk ik de pennetjes uiteen. Toen ik op een keer de
achterkant bekeek van het doek, leken de splitpennetjes als
koperkleurige vogeltjes uit de raampjes te komen.

Intussen ging ik nog steeds elke dag bladeren rapen, sommige waren
nog groen, of half geel, of bruingroen. Totdat op een dag ik aan de
kale takken vreemde knoppen zag. Zouden er toch weer nieuwe
bladeren komen. Was de boom niet stervende?

Op een avond in juli, wandelden we even langs de bomen. Het rook
lekker, ik keek om me heen. Nee, niemand met parfum. Aan een van
de magnolia’s zag ik iets wits, een prachtige. bloem. Heerlijke geur!

Toen begreep ik het: de bladeren moesten vallen om de bloemen
kansen te geven. Toen begreep ik waarom ik de bladeren
verzamelde. Toen begreep ik iets van Titus Brandsma. En waarom hij
zalig is verklaard. En waarom hij wat mij betreft heilig genoemd mag
worden.

Was hij als het blad dat zich opoffert, zodat iets anders groeien kan?
Was hij als de boom die weet waar alles toe dient?

En wie is dan de bloem?

Vanmorgen liep ik nog even langs de bomen.

Waar de bloemen hadden gezeten, zag ik nu stevige vruchten met
heel veel zaden.

 

Ada Braat

 

 

 

Pater Titus Brandsma en zijn internationale onderneming door Prior Generaal Fernando Millan Romeral

Pater Titus Brandsma en zijn internationale onderneming

 

Allereerst wil ik zeggen dat ik erg blij ben om hier in Oss te zijn (een stad die nogal verbonden is met het leven van Titus Brandsma). Ik wil mijn dankbaarheid uiten aan de Nederlandse Provincie van de Karmelieten,aan pater Zeegers en de Karmel Parochie, aan de plaatselijke autoriteiten en aan allen die deze vieringen hebben georganiseerd bij de 125e verjaardag van de Karmelieten in deze stad.

Tijdens de afgelopen jaren ben ik in de gelegenheid geweest om deel te nemen aan diverse vieringen ter ere van de Zalige Titus Brandsma, hier in Nederland en in andere delen van de wereld. Ik wil even enkele van deze gebeurtenissen en feesten met u delen zodat u een idee krijgt hoe populair Titus Brandsma is, de man die in deze stad doceerde en in diverse plekken in de wereld. Laten we beginnen met te zeggen dat TB waarschijnlijk de populairste moderne “heilige” is (ik ga geen exacte canonieke onderscheidingen maken) in wat we het “Karmelitaanse universum” zouden kunnen noemen. Hiervoor zijn vele redenen: hij was een zeer betrokken persoon en had enkele universele waarden, zoals vrijheid, broederschap of vrede; hij had de moed om de bezettende Nazi-regering te weerstaan; hij was een man met cultuur, spiritualiteit en sociale bewogenheid; en – niet in het minst – hij was een man van dialoog en oecumenische gesteldheid, en toch een standvastig iemand met betrekking tot de belangrijkste overtuigingen (in deze zin was de verklaring van Christine Mohrman, de befaamde taalkundige uit Nijmegen, bij het proces van zaligverklaring zeer interessant) .

*****

Ik wil even met u enkele momenten of anekdotes delen die zeer belangwekkend zijn met betrekking tot de verschillende dimensies van Titus’ leven en tot hoe mensen in verschillende landen hem zien en eren.

  1. Titus en Esperanto

Op Eerste Kerstdag 2009 was ik op het Sint Pieters Plein met mijn familie. Zij bezochten Rome en ook mij. Toentertijd was ik een artikel aan het schrijven over Titus en Esperanto (de kunstmatige taal die ontworpen werd door Doctor Ludwig Zamenhof). Titus was erg enthousiast over deze taal en trachtte (met gering succmilie naar Rome om me te bezoeken. Het was Kerstmis en we gingen naar het Sint Pieters Plein voor de zegen Urbi et Orbi van de paus. Het was koud en mijn neef verveelde zich na enige tijd te hebben gewacht, dus nam ik hem mee voor een wandeling rond het plein. Toen zag ik een spandoek van de “Associazione Cattolica di Esperantisti”. Dus ging ik erheen en stelde mezelf voor en ik vroeg hen of ze ooit van Titus Brandsma hadden gehoord. Een van hen zei: “Natuurlijk kennen we hem! We beschouwen hem als onze patroonheilige”. De belangstelling van Titus Brandsma voor deze taal is veel meer dan een curiositeit in zijn levensbeschrijving. Het zeesperantogt veel over zijn houding ten opzichte van het leven, van mensen en van de dialoog en het begrip. Ik zei altijd dat Titus een beroepsvertaler was, dat wil zeggen, iemand die in staat is om mensen elkaar te doen verstaan. Het zou te lang duren om dit idee uit te diepen, dus wil ik doorgaan naar het tweede verhaal.

 

  1. Titus en volkscultuur

 

Ik heb veel reizen gemaakt naar Latijns Amerika gedurende de afgelopen paar jaar om de Karmelitaanse aanwezigheid in verschillende landen te bezoeken (EI Salvador, Bolivia, Colombia, Venezuela, Argentinië enz.). Het was erg interessant om te zien dat er op sommige plekken “bibliothecas populares” (volksbibliotheken) zijn onder de naam van Titus Brandsma. Ik heb er drie “ingewijd”: een in Temperley. een volkswijk van Buenos Aires (de enorme hoofdstad van Argentinië), een andere in Tarija, een heel aardige stad in Bolivia en de laatste in Medellin (Colombia) in de volkswijk genaamd “12 de octubre”.biblioteca Titus

Het is interessant dat in verafgelegen plekken Titus herkend wordt en er is die “link” tussen hem en de volkscultuur. Het hoofddoel van deze bibliotheken is om de cultuur te delen met de armste bevolkingsgroepen, vooral in gebieden waar onderwijs (basisonderwijs) erg minimaal is en soms zelfs helemaal niet bestaat.

Eigenlijk gaat achter dit feit een soort grote ingeving schuil. Titus was altijd iemand die nogal betrokken was bij het scheppen van cultuur en ook bij het toegankelijk maken van cultuur. Het volstaat om eraan te herinneren hoe hij de Friese taal en cultuur ontsloot, waarbij hij een leerstoel creëerde op de Katholieke Universiteit Nijmegen. Het zou goed zijn om ook zijn grote activiteit te memoreren ten behoeve van het Katholieke onderwijs, waarbij hij enkele Karmelscholen stichtte, waarvan een in deze stad Oss. De conclusie is heel interessant en is een soort uitdaging voor de Karmelieten vandaag de dag: om geïnspireerd door Titus Brandsma plekken en ruimtes voor ontmoeting en cultuur te creëren en mogelijk te maken.

biblioteca popular

3. Fabio Borg, Iria Fernández en Caroline Peyron

 

Gedurende de afgelopen jaren heb ik contact gehad met enkele kunstenaars op diverse plekken. Als er dan een soort vertrouwensband of zelf vriendschap is, vroeg ik altijd een afbeelding van (of liever gezegd hun eigen kijk op) de Zalige Titus Brandsma te maken. Tegelijkertijd schrijf ik kleine artikeltjes in ons tijdschrift in Spanje (een tijdschrift over volksdevotie genaamd “Escapulario del Carmen”, met de bedoeling dat het ooit een boek zal worden.

Intussen ontving ik een uitnodiging om een conferentie te verzorgen in de geboorteplaats van Titus Brandsma, in Bolsward, Friesland. Het museum van Titus Brandsma in zijn vaderstad organiseert diverse tentoonstellingen en in dat jaar ging de tentoonstelling over Titus Brandsma in de moderne kunst. De organisator, de heer Tjebbe de Jong, is kort geleden overleden en ik maak van de gelegenheid gebruik om hem te gedenken en te eren om zijn grote bijdrage aan de kennis over professor Brandsma. Tijdens het jaar dat ik daar was, was de tentoonstelling over Titus Brandsma met diverse artistieke presentaties. Het was een grootse tentoonstelling en Tjebbe vroeg om verschillende stukken uit verscheidene Karmelitaanse vestigingen in de wereld. Van daaruit pakte ik het idee op om deze kleine artikeltjes te schrijven en – wat belangrijker is – om jonge kunstenaars te vragen om de Zalige Titus Brandsma te schilderen. Graag wil ik drie voorbeelden uit de meest recente tijd noemen. Het eerste is van de Maltezer schilder Fabio Borg. Hij heeft diverse thema’s uit de Karmelitaanse Spiritualiteit en geschiedenis geschilderd en toen ik hem voorstelde om Titus te schilderen, was hij opgetogen. Ik stuurde hem enkele boeken en na enige weken schreef hij me terug en zei dat het schilderij kltitus schilderij 1aar was.

Het tweede is de Spaanse jonge naïeve kunstenaar Iria Fernández. Haar zus woont in Los Angeles en ik ontmoette haar bij een bezoek aan onze Karmelieten daar. Ze sprak met me over Iria die toentertijd in Rome woonde. Ik nodigde haar uit om naar onze Curia te komen en ze wist dat ik aan Titus werkte dus besloot ze om een portret te schilderen in haar speciale stijl.

Het derde is deFranse kunstenares, woonachtig in Titus schilderij 2Napels, Caroline Peyron. In haar beroemde “book notes” (quaderni) heeft Caroline gewerkt aan verscheidene grootheden van de spiritualiteit zoals Johannes van het Kruis, Edith Stein, Beatrix van Nazare
th, enz. Toen ik haar de eerste keer ontmoette, sprak ik met haar over Titus en stuurde ze haar versie van Titus’ spiritualiteit.

Ze hebben alle drie Titus weergegeven op verschillende manieren en met verschillende technieken. In zekere zin hebben zij de nauwe band voortgezet die professor Brandsma had met enkele kunstenaars uit zijn tijd. De beroemdste was de Belgische expressionist Albert Servaes, die zijn beroemde Via Crucis (de kruisweg) schilderde. Men beschouwde zijn Via Crucis als te menselijk, te veel vervreemd voor de kitscherige mentaliteit van die dagen. Na een lange strijd, die zeer goed is beschreven in de inleiding door Hein Blommestijn en Jos Huls van het boek Ecce homo. Contemplating the way of love (meditations on the way of the cross of Albert Servaes), besloot het Vaticaan om het tonen van de Via Crucis in godshuizen te verbieden. Brandsma zei tegen de schilder en tegen hen die hem steunden om aan het bevel uit Rome te gehoorzamen, maar tegelijkertijd reproduceerde hij de veertien staties in het nieuwe tijdschrift Opgang en maakte hij een zeer fraaie toelichting bij elke statie. Vandaag de dag kunnen we zeggen dat de vriendschap tussen Titus Brandsma en kunstenaars doorgaat!

 

  1. Titus Brandsma en Teresa van Avila

 

De grote bewondering en liefde die pater Titus betuigde voor de Spaanse mystica is wel bekend. Toen hij nog student was, publiceerde hij een soort bloemlezing van teksten van Teresa vertaald vanuit het Frans (het had geen hoog academisch gehalte, maar het was de eerste onderneming om Teresa in het Nederlands te lezen!) Gedurende heel zijn leven ging Titus door met het publiceren van enkele academische studies over het leven, het werk en de spiritualiteit van Teresa. Hij bestudeerde bijvoorbeeld haar relatie met de Rijnlands-Vlaamse mystiek en met de devotio moderna (met name Ruysbroek). Zelfs in de gevangenis van Scheveningen ging Titus door met een soort spirituele bi
ografie van de Heilige van Avila. De eerste pagina’s zijn op gewoon papier met het briefhoofd van de gevangenis. Op een geven moment echter blijkt dat men het papier heeft weggehaald zodat hij nu doorgaat met schrijven tussen de regels van een ander boek (een Leven van Jezus door Cyril Verschaeve) dat na de oorlog werd gevonden en nu wordt bewaard als relikwie door de Nederlandse Karmelieten. Enkele getuigen (inclusief de verpleegster die hem de dodelijke injectie toediende) verklaarden tijdens het zaligverklaringsproces dat hij teksten van Teresa uitsprak in de laatste dagen (in de laatste ogenblikken!) van zijn leven.

Dit jaar hebben we de 5OOe geboortedag van Teresa van Jezus gevierd. In de hele wereld zijn er vele congressen geweest, toespraken, workshops,  kunsttentoonstellingen, theatervoorstellingen … Honderden boeken zijn gepubliceerd in vele talen. In deze context is ook Titus Brandsma aanwezig, professor Brandsma, die “de geschiedenis van de mystiek” doceerde op de Katholieke Universiteit Nijmegen. In enkele publicaties en congressen wordt zijn bijdrage aan een beter begrip van Teresa’s mystieke leer onderstreept. Het was mij een eer om het toe te lichten in een belangrijk congres dat gehouden werd nabij Mexico DF, genaamd “Juntos andemos, de la memoria al compromiso” (“Laten we samen voortgaan: van herinnering tot betrokkenheid”). In die context was het zeer ontroerend om de getuigenis van Titus weer te geven en hoe hij zijn leven werkelijk betrok op zijn toewijding aan en bewondering voor Teresa van Avila.

 

 

  1. Radio Titus in EI Salvador

 

EI Salvador is een van de kleinste landen van Latijns Amerika. Het is nu befaamd vanwege de heiligverklaring van “Monseñor Romero”, de katholieke bisschop die vocht tegen onrecht, institutioneel geweld en extreme armoede van het volk in zijn land.

De Karmelieten aldaar hebben veel projecten en zeer belangwekkende activiteiten. Als onderdeel daarvan zou ik met u de zogenaamde “Radio Titus” willen delen. Het is een radiostation dat u op het internet kunt vinden, geleid door een groep jonge leken- Karmelieten die erg hard werken om het bekendheid te geven, niet alleen in EI Salvador maar ook in andere landen van Centraal Amerika en over de hele wereld. Radio Titus is nu in feite verbonden aan “La fonte Radio” in Mexico, en er wordt gewerkt aan de samenwerking met andere katholieke zenders. Titus was journalist en enthousiast over journalistiek en communicatie. Vanaf de tijd dat hij student was, was hij betrokken bij enkele tijdschriften en kranten waarmee hij bleef samenwerken zelfs toen hij in Rome studeerde.

Toen hij terugkeerde naar Nederland in 1909 werkte hij erg hard op dit terrein en hij had een internationale perskaart. Hij was redacteur (hier in deze stad!) van de plaatselijke krant De stad Oss. Na enige jaren werd hij aangesteld als “Kerkelijk assistent van de Katholieke pers” en na zijn reis naar de Verenigde Staten in 1935 (waarbij hij zeer onder de indruk was van de sterke ontwikkeling van de massamedia daar) trachtte hij een leerstoel journalistiek te creëren op de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij kon deze droom niet tot werkelijkheid zien worden, maar na de oorlog werd de “zetel der journalistiek” gecreëerd.

In feite was zijn passie voor de journalistiek, voor heldere, eerlijke en ethisch verantwoorde informatie de reden (naast andere de concrete reden) waarom hij gearresteerd werd in januari 1942. Zoals u weet bezocht hij, als Kerkelijk Assistent van de Katholieke pers, alle redacteuren van katholieke tijdschriften, waarbij hij ze ervan op de hoogte stelde dat ze geen Nazi slogans en propaganda mochten publiceren, met name die tegen de Joodse bevolking niet. Hij was zich er wel van bewust dat het een moeilijke positie was voor die leken-redacteuren met gezinnen, die hun leven en hun banen riskeerden. Titus was heel blij dat de meesten moedig waren en vaderlandslievend en dat ze bereid waren en klaar om verzet te plegen.

Na zijn arrestatie bevond Titus zich in diverse gevangenissen en huizen van bewaring en hij zou sterven in het concent
ratiekamp Dachau, nabij München in juli 1942.

Er zullen nog veel meer voorbeelden zijn in de hele wereld over hoe de persoon van Titus Brandsma zeer inspirerend is met betrekking tot communicatie en journalistiek. Laten we in gedachte houden de Internationale Prijs van de UCIP (de Unie van de Katholieke Internationale Pers) die elke twee jaar het werk van journalisten over de hele wereld waardeert met betrekking tot vrede en vrijheid van meningsuiting. Of ook de “Titus Brandsma prijs” die to
egekend wordt door het Titus Brandsma Media Center (TMBC) in Manilla.

Maar ik heb die kleine radiozender in EI Salvador gekozen (waarbij men behalve naar religieuze programma’s en bezinning kan luisteren naar “Bachata”, “Lambada” of “Merengue”) omdat het een aardig eerbetoon is door jonge mensen aan onze Karmeliet en diens werk op dit terrein.

Toen Titus Brandsma in Rome werd zalig verklaard op 3 november 1985 door paus Johannes Paulus II, opende het belangrijkste TV-journaal van de RAl (de officiële Italiaanse televisiezender) met te zeggen: “Vandaag is één van ons, de journalist Tit
us Brandsma, verheven tot de eer van Bernini.”

De stad Oss, uw stad, was heel belangrijk in het leven van Titus Brandsma en ook bij de innerlijke tocht in zijn groeipro
ces als man, als gelovige, als iemand die betrokken was op Ch
ristelijke waarden van broederschap, vrede en respect voor het menselijk leven. Hij was zeer verbonden met Oss. Het is mij een grote eer om vandaag hier te zijn en met u samen te vieren in deze betekenisvolle en gastvrije stad.

 

Fernando Millán Romeral, O.Carm.

 

vertaling: Drs. N.F.S. Smit

 

Expositie: Kunst in de Jozefkerk

Oss, 31 10 2015
Opening EXPOSITIE “Kunst in de Jozefkerk”
Dit jaar wordt gevierd dat de karmelieten zich 125 jaar geleden in Oss vestigden.
In dit kader heeft Karmel Kring Oss parochianen en enige anderen uitgenodigd om uit te beelden, wat Karmelspiritualiteit voor hen betekent. Vijftien beeldende kunstenaars, professionals en amateurs hebben die uitdaging aangenomen en zijn aan de slag gegaan.
Wat zij gemaakt hebben wordt van 7 t/m 29 november tentoongesteld in de St. Jozefkerk aan de Oude Molenstraat 8, 5342 GC Oss.
De expositie “Kunst in de Jozefkerk” wordt op zaterdagmiddag 7 november om 15.30 u feestelijk geopend m.m.v. Balletschool Dymphy, gitaarensemble “Chitarra Divertimento” van de Muzelinck en Stichting Cultuur Podium Oss.
De kerk is open om 15.00 u. Er is voldoende parkeergelegenheid op het naast de kerk gelegen parkeerterrein van MSD.
Open dagelijks van 9.00 u tot 12.00 u en van 13.30 u tot 15.30 uur.
Behalve op vrijdagmiddag, zaterdag en tijdens diensten.
Voor informatie:
Peter Lammers, 0412 624367
Namens Comité van Viering 125 jaar Karmel Oss
en Karmel Kring Oss
Johan Wagemakers