Overweging van zondag 16-11-2015 door pastor Leon Teubner

Vanuit een diep menselijk verlangen naar vrede,

naar gerechtigheid, naar bewaring en naar menselijkheid,

zijn er veel zgn. eindtijdverhalen geschreven.

 

Dat zijn geen verhalen over het einde van wereld,

maar verhalen over de ondergang van een bepaalde wereld:

die van onderdrukking en onmenselijke verhoudingen,

van mensonwaardig gedrag waarin de wet van de sterkste geldt,

zoals sinds jaar en dag in Syrië, en eergisteren in Parijs.

 

Maar die we ook ervaren in het klein en hier onder ons.

Daar waar mensen elkaar zomaar laten vallen

wanneer ze er zelf beter van denken te worden;

daar waar ouderen kinderen misbruiken,

daar waar familieleden elkaar minachten en niet willen ontmoeten,

daar waar ontredderde vluchtelingen als groep verdacht gemaakt worden.

 

In die mensonwaardige situaties dromen mensen diep in hun hart

van de komst van de mensenzoon.

Marcus verhaalt vandaag op zijn wijze van dit visioen:

 

In die dagen na de verschrikking

zal de zon verduisterd worden,

en de maan haar licht niet meer laten schijnen,

en zullen de sterren van de hemel vallen

en de hemelse machten wankelen.

 

Dan zal men de Mensenzoon op wolken zien komen,

met veel macht en heerlijkheid.

 

De dagen der verschrikking, noemt hij de tijd waarin hij leefde.

Een wereld waarin het volk werd onderdrukt en afgeknepen,

en in het heilige der heiligen van de tempel,

de plaats van Gods inwoning onder de mensen,

een heidens afgodsbeeld geplaatst is.

 

Symbolisch staat dit heilige der heilige voor het menselijk hart

de innerlijke ruimte waarin God wonen en uitstromen wil,

als gunnende goedheid, als bewogenheid om mensen.

 

De dagen der verschrikking staan voor de verharding van een hart

dat niet langer op God gericht is, maar dat uit angst en zelfbehoud

zijn heil zoekt bij geld, geweld, eigen volk eerst, macht en bezit.

Die dagen zullen eindigen en na die verschrikkelijke dagen

 

zal de Mensenzoon komen,

met veel macht en heerlijkheid.

De mensenzoon in de Schrift is die mens

die niet meegaat met de angst en de verwildering van zijn tijd,

maar die blijft staan, als een rots in de branding,

voor menselijkheid, voor gunnende goedheid,

voor barmhartigheid en voor gerechtigheid.

 

De mensenzoon is die mens die ondanks alles menselijk blijft,

door zich elke dag opnieuw te ontvangen vanuit Gods hand;

die mee probeert te werken met Gods werkzaamheid in hem,

die, zoals Titus Brandsma, een instrument wil zijn in zijn hand.

 

De mensenzoon is die mens die blijft geloven

in Gods trouw aan hem en aan zijn schepping.

Die vertrouwt dat God nabij is, ook waar onrecht welig tiert.

Die gelooft dat God de verdrukking van zijn mensen voelt,

en dat Hij op zijn tijd breken zal de machten van het kwaad.

 

Dat illustreert Marcus met een adembenemende gelijkenis van Jezus.

Deze vergelijkt het einde van iedere goddeloze tijd

met het beeld van het uitbotten van de vijgenboom.

 

Leer van het beeld van de vijgenboom:

als zijn twijgen zacht worden

en zijn bladeren zich ontvouwen,

dan weten jullie dat de zomer in aantocht is.

 

Zo moeten jullie ook weten:

wanneer je deze dingen ziet gebeuren,

dan staat het vlak voor de deur.

 

Jezus schouwt wat wij niet of maar moeilijk zien,

maar waar wij wel hartstochtelijk van dromen:

Gods niet aflatende werkzaamheid in en onder ons,

juist ook daar, waar het einde verhaal lijkt te zijn.

 

Leer dan van het beeld van de vijgenboom:

als zijn twijgen zacht worden

en zijn bladeren zich ontvouwen,

dan weten jullie dat de zomer in aantocht is.

 

De boom, die bevroren de wintertijd heeft doorstaan,

ontdooit en zijn harde takken worden weer zacht.

Gods groei- en zonkracht brengt nieuw leven in hem.

Zo ook in en onder de mensen.

 

Na iedere tijd van kille, ijskoude en verstarde verhoudingen,

zal er weer warmte komen in de relaties van mensen en volken.

Mensenharten zullen weer zacht worden,

vreemden zullen zich weer openstellen voor elkaar.

Dat alles zál gebeuren, beklemtoont Jezus, ook al wijst niets daarop:

 

Ik verzeker jullie, deze generatie gaat niet voorbij

voordat dit allemaal gebeurd is.

Hemel en aarde zullen voorbijgaan,

maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.

 

Onmenselijke systemen zullen altijd weer ontregeld raken.

Elke menselijke orde die losraakt van de goddelijke, zal verdwijnen.

En een nieuwe Godmenselijke orde zal proberen zijn plaats innemen.

 

Dat wil een orde zijn van gunnende goedheid en mededogen,

een orde die erop gericht is iedereen het leven mogelijk te maken.

Een Godmenselijke orde, waarin de mens werkelijk zal mens worden,

de Godmenselijke orde van het koninkrijk van God.

 

Onze op zichzelf gerichte westerse cultuur

wordt op dit moment flink door elkaar geschud.

Velen verharden daardoor in paniek, uit angst en beven,

en proberen te behouden wat niet behouden kan worden:

onze zelfgemaakte ordeningen die enkel schijnveiligheid bieden.

 

Zal in onze winter het visioen van Jezus overeind blijven,

of zal onze angst en zelfgerichtheid belofte afdoen als naief?

Gelukkig is die keus niet alleen aan ons.

 

Want de zomer zál komen, belooft Hij, zelfs al blijven wij winterkil.

Onze harten zullen zacht worden, al is het met onze laatste zucht.

Het liefdeswoord van God gaat nooit voorbij.

 

Wij zúllen mens worden, want God heeft in zijn wijsheid besloten

om mens te worden in ieder van ons, en dat elke generatie weer.

Dat wij waakzaam daarom blijven

en meebewegen met die geboorte van God in ons:

Zijn bewogenheid om mensen.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s