Overweging bij de ziekenmiddag 14-12-2015 door pastor Leon Teubner

Kerstmis.

Het feest van de stal met het kind in de kribbe,

de engelen en de kerstboom, zoals we hier zien;

maar ook van de nachtmis en het samen eten, ….

de cadeaus en de romantiek.

 

Dat alles is de aantrekkelijke buitenkant van het feest.

De binnenkant ervan, de betekenis die wij hier vieren,

dat is de geboorte van God in de mens

en die van de mens in God.

 

Wat we eigenlijk jaarlijks met kerstmis vieren

is iets onbegrijpelijks en iets heel wonderlijks,

iets wat geheel niet te vatten is:

de wederzijdse geboorte van God en mens in elkaar.

 

Augustinus, de welbekende 4e eeuwse bisschop,

schrijft in een van zijn Kerstpreken:

 

God is mens geworden zodat de mens God kon worden.

Die geboorte van God gebeurt aldoor,

Maar, wat als zij niet in mij gebeurt,

wat helpt me dat dan?

Dát deze geboorte in mij gebeurt,

daar hangt alles van af!

 

Augustinus zegt dat de geboorte van in ons God aldoor gebeurt.

Hij wordt elk moment en zonder uitzondering in ieder mens geboren.

In elke generatie, ook in ons.

Zijn geboorte, dat is ons leven,

met elke ademhaling en elke harteklop

geeft Hij ieder van ons zijn leven.

 

Dat is zijn voortdurende geboorte in ons:

Hij geeft zichzelf en wij leven.

Maar Hij wil méér dan ons alleen het leven geven.

 

Hij wil in ieder van ons zijn liefde laten werken.

Zijn genade laten uitstromen in alle mensen

en in heel zijn schepping – in al wat is.

Want God is liefde, onvoorwaardelijke liefde.

 

Ook dat is iets totaal onbegrijpelijks:

Zijn onvoorwaardelijke liefde.

 

Dat is jezelf geheel en al geven met wat je bent en bezit

en je geheel toevertrouwen aan een ander,

en zo die ander beminnen zoals deze is.

Zelfs de ander die je vijand is, en die jou niet bemint.

Dat gaat ons verstand en onze logica te boven.

Wij kunnen elkaar maar binnen onze grenzen

en binnen onze voorwaarden beminnen.

Alleen God kan onvoorwaardelijk beminnen.

 

Daarom zegt Augustinus ook:

 

Wat als die geboorte van God niet in mij gebeurt?

Dat zij in mij gebeurt, daar hangt alles van af.

 

God geeft aan ieder van ons wel onvoorwaardelijk zijn leven,

maar kan Hij zich ook onvoorwaardelijk uitleven in ons?

Durven we Hem wel de ruimte te geven,

zoals Maria, deed toen zij zei:

 

Hier ben ik, mij geschiedde naar jouw woord.

 

Wij willen wel leven, maar ontvangen het niet echt.

We eigenen het heel vaak toe aan onszelf,

alsof het van ons is – iets waar we recht op hebben.

Dan plaatsen we God veilig ver weg in een hemel.

Hem zullen we later wel een keer ontmoeten, misschien.

 

Onbewust eigenen wij ons het leven toe dat van God is,

en proberen telkens weer onszelf uit te leven.

Wij proberen zelf zo goed als God te zijn,

maar hebben daarbij niet in de gaten

dat we Hem buiten de deur zetten.

 

Zoals de herbergier in het kerstverhaal

die de geboorte van God niet in zijn huis liet plaatsvinden,

maar Hem de deur wees – want vol is vol.

 

Wat als die geboorte van God niet in mij gebeurt?

vraagt Augustinus zichzelf en ons vandaag af,

want dat zij in mij gebeurt, daar hangt alles van af.

 

Hoe is het met ons gesteld?

Is er ruimte voor God om in ons geboren te worden?

Ook nu wij oud zijn en ziek misschien of gebrekkig?

Maken wij ruimte voor Hem in onze laatste levensfase?

 

Want dat is wat Hij het liefste wil en wil doen

en wel tot onze laatste zucht aan toe:

Hij wil in ons leven en zich uitleven in ieder van ons –

als bewarende liefde, als gunnende goedheid;

 

Hij zegt tot ieder van ons: jij mag er zijn zoals je nu bent:

onvolmaakt en in je eigen ogen wellicht minder wordend.

Maar in mijn ogen prachtig gemaakt en het leven waardig.

Leef dus, en maak elkaar het leven mogelijk,

zoals Ik jou het leven mogelijk maak.

Geef jezelf aan wie je tegenkomt,

zoals Ik mijzelf geef aan jou.

 

Dat lijkt moeilijk als je denkt dat je het zelf kunt en moet doen.

Maar het is niet moeilijk als je Hem zijn gang laat gaan in jou.

Als je zijn liefde voor jou niet voor jezelf alleen houdt,

maar vrijuit geboren laat worden uit jou.

 

Je verlies niets, zegt God, als je mijn liefde deelt,

want Ik blijf geheel in jou zolang als je leeft.

En toch stroom Ik geheel uit naar al wat is

als je Mij laat werken door jou.

 

God wil mens worden zodat de mens God kan worden.

Deze geboorte van God gebeurt aldoor,

Maar, wat als zij niet in mij gebeurt,

wat helpt me dat dan?

Dát zij in mij gebeurt, daar hangt alles van af!

 

Alleen als God zichzelf in ieder van ons kan wegschenken,

en wij Hem niet hinderen in zijn zelfgave,

alleen dan krijgt zijn koninkrijk gestalte in en onder ons.

 

Alleen dan worden wij zijn volk,

alleen dan wordt het lichaam van Christus,

zijn eniggeboren zoon opnieuw geboren op aarde.

 

Bij ons klopt Hij elke dag daartoe aan.

Doen wij Hem open om Hem binnen te laten?

Onze intentie, ons verlangen daartoe is al genoeg voor Hem

om in ons te komen en aan het werk te gaan.

 

God klopt elke dag bij ons aan,

hopend dat wij verlangend zijn Hem binnen te laten.

Want Hij gunt ieder van ons een zalig kerstfeest.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s