Overweging van zondag 27 december door p. Ben Wolbers

Overweging bij Lucas 2,41-52 – Titus Brandsmaparochie Oss – 27 december 2015

 

“Kind, waarom heb je ons dít aangedaan? Denk toch eens met wat een pijn je vader en ik naar je hebben gezocht!”

Het feest van de heilige familie dat we vandaag vieren voert ons vlak na Kerstmis al weg van de herders en weg van Bethlehem. Het plaatst ons middenin een strijd die voor veel ouders en kinderen herkenbaar is: de strijd van een kind dat buiten de verwachting van zijn ouders zijn eigen keuzen maakt… en de strijd van ouders om dat te verwerken… Het kind van Betlehem is een mens geworden met zijn eigen levensweg, zijn eigen gedachten en beslissingen. Ik denk hier aan wat de Libanese dichter Kahlil Gibran schreef in zijn beroemde boekje De Profeet: “Uw kinderen zijn uw kinderen niet; u mag hen geven van uw liefde, maar niet van uw gedachten, want zij hebben hun eigen gedachten […] en hun zielen toeven al in het huis van morgen”.

 

Voor Jozef en Maria kwam het moment dat hun kind zijn eigen weg ging te vroeg, zo lijkt het; want Maria zegt: “Kind, waarom heb je ons dit aangedaan?” Let dan op het antwoord van Jezus. In het Lucasevangelie zijn het de eerste woorden van Jezus: “Waarom hebben jullie mij gezocht? Wisten jullie niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?” Wij denken bij ‘huis van mijn Vader’  meestal spontaan aan de tempel van Jeruzalem. Maar letterlijk vertaald staat er: ‘wist je dan niet dat ik in de dingen van mijn Vader moest zijn?’ Lukas beschrijft hier dus niet enkel het verblijf in de tempel, maar hij heeft het al over de totale toewijding van Jezus aan de zaak van God. Dáár wilde Jezus zijn, dáár wilde hij zich kennelijk al mee bezig houden.

Maar hoe je het ook vertaalt, het antwoord van Jezus is en blijft pijnlijk. “Denk toch eens met wat een pijn je vader en ik hebben gezocht”, zegt Maria. “Wist je dan niet dat ik in het huis van míjn Vader moest zijn?” Twee vaders, twee soorten thuis. Jezus is thuis bij Maria en Jozef, die hem opvoedden en die hem vertrouwd maakten met de joodse tradities. Maar gaandeweg ontdekt hij dat er nog een ander thuis is, waar hij ook thuis is, ten diepste thuis… het huis van de hemelse Vader… De hemelse Vader zal de richting van heel zijn leven gaan bepalen.

In dat huis van de hemelse Vader voelde hij zich vrij… Dat zien we in alle vier de evangelies terug; door zijn band met God voelde Jezus zich vrij… vrij van de aanspraken van zijn familie, vrij om in de synagoge de boekrol te openen en daar hardop te zeggen: “de Geest des Heren heeft mij gezalfd”… Vandaag worden we met dit verhaal van die twaalfjarige Jezus in de tempel als het ware gewaarschuwd. Dat kleine kwetsbare kind is niet meer dat kwetsbare kind… het is een puber geworden die verder keek dan de verwachtingen van zijn ouders… hij zou uitgroeien tot een heel bewust levende, creatieve man, die zich vrij voelde om over allerlei drempels heen te stappen… hoe voelde zich vrij om bevriend te raken met tollenaars en zondaars, vrij om op sabbat aren te plukken, vrij om allerlei menselijke beperktheden aan de kaak te stellen, vrij om aandacht te vragen voor een nieuwe manier van God dienen… en uiteindelijk zelfs… zó vrij dat hij het kruis kon opnemen en aanvaarden…

 

Dit gedrag van Jezus en ook de reactie van Jozef en Maria plaatsen ons voor de vraag waar wij ‘thuis’ zijn, bij welke dingen wij zijn met onze aandacht, onze energie, onze liefde. In deze laatste dagen van 2015 gaan onze gedachten misschien uit naar alles wat ons in dit jaar in beslag heeft genomen: onze familie, in mijn geval de Karmel… Titus Brandsma ereburger van Oss… de gezondheid van ieder van ons… de parochie… heel zeker ook de ziekte van George… het afscheid van dierbaren… Als ik dit alles even ‘het huis van ons leven’ mag noemen, dan lijkt me dat we onszelf naar aanleiding van het evangelieverhaal de vraag kunnen stellen of er in dit huis van ons leven ook plaats is geweest voor ‘de dingen van Jezus’?

Wat Jezus deed, daar, toen, in de tempel, is in feite laten zien dat mooie godsdienstige gebruiken, zoals bij voorbeeld de jaarlijkse bedevaart naar Jeruzalem, wel belangrijk waren, maar dat er meer is. En daarmee schokte hij zijn ouders. En later zou hij de farizeeën schokken en de Schriftgeleerden. Maria kon daar mee omgaan, – zij bewaarde al die wederwaardigheden in haar hart, staat er. Zij probeerde te begrijpen wat er in hem omging. De Schriftgeleerden konden dat niet. Zij raakten verstrikt in een eng soort dogmatisme.

 

Om nog wat dichterbij het gevoel te komen wat Jezus misschien gehad heeft, wil ik u een kort citaat voorlezen uit de Roerom van april dit jaar. Daar schrijft iemand: “Als kind had ik al het gevoel dat er een groot Geheim bestaat. Ik zeg het met mijn woorden van nu. Als kind voelde ik me omgeven. Ik wist: ik woon in een Geheim. In de natuur heeft me dat het eerst aangesproken. Als klein kind ging ik ’s morgens vroeg de tuin in. Dat was voor mij geheimvol… Daar was iets… ik wist niet wat… Ik noemde het geen God. Daar was ‘geheim’. Dat vond ik prachtig en dan werd ik heel stil van binnen en gelukkig. Die twee vielen samen: stilte en geluk…”

Zou Jezus dat als kind ook zo ervaren hebben? We weten het niet. We weten wel dat hij dat geheimvolle later ‘liefde’ is gaan noemen en ‘God’ en Vader, Abba… En dat hij dat Geheim aanwezig wist in iedere mens… En dat daarom iedere mens belangrijk was voor hem… en dat daarom iedere mens recht moest worden gedaan… en dat geen enkele mens buitengesloten mocht worden… Ik acht het heel waarschijnlijk dat hij dáár naar zocht, toen, in zijn gesprek met de Schriftgeleerden in de tempel… naar dat Geheim.

 

 

Ben Wolbers

 

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s