Overweging van zondag 17 januari door p. Falco Thuis

Beste Medegelovigen, Zusters en Broeders,

Zoals u weet zijn de heilige boeken van het Oude en van het Nieuwe Testament vol beelden. Zij maken ons iets duidelijk van het heil en het geluk dat God voor heeft met het Volk van Israël of met de leerlingen van Jezus die zijn weg van gerechtigheid willen gaan.

In de lezing uit Jesaja (de z.g. derde Jesaja, het boek van de profeet Jesaja heeft meerdere auteurs) droomt de profeet over de mooie heerlijke toekomst die God aan zijn volk zal schenken. En hij ziet het uitverkoren volk als Gods Bruid, van wie alle ontrouw van weleer, welke werd bestraft met de ballingschap, is vergeven. Het verwoeste Jeruzalem, nu bevrijd, moet worden herbouwd. Bijna lyrisch bezingt de profeet de nieuwe heerlijkheid. “Als de zon zal haar gerechtigheid stralen, haar heil branden als een fakkel …de volkeren zullen uw gerechtigheid aanschouwen…gij zult niet meer heten de Verlatene, maar Mijn Welbehagen, ..Mijn Gehuwde/ God zal zich in zijn volk verheugen als een bruidegom in zijn bruid.

De vreugde van geluk en geborgenheid die onze God van mensen voor de hele mensheid heeft bedoeld, kwam ons menselijk het meest nabij in de geboorte van Jezus de Mensenzoon. Na de Doop in de Jordaan, waarbij deze Mensenzoon expliciet werd geduid als de Messias, God grootste Welbehagen, begon zijn openbaar optreden, en riep hij zijn eerste leerlingen.

Vandaag in de lezing van de evangelist Johannes is er opnieuw sprake van de vreugde van een bruiloft, waarbij Jezus zijn eerste wonderteken doet in het openbaar.

Beste Mensen, dit verhaal over de bruiloft van Kana is een beetje ingewikkeld. De evangelist Johannes is een beschouwende schrijver, die ons meer wil laten weten dan we op het eerste gezicht lezen. Wat opvalt is, dat, als zijn moeder Maria tot Jezus zegt: “Ze hebben geen wijn meer”, Jezus tot verbazing zegt: “Vrouw is dat soms uw zaak? Nog is mijn uur niet gekomen”. Dit gaan we begrijpen als we doorlezen naar het slot van deze lezing. Jezus openbaart zijn heerlijkheid. Maar die ‘heerlijkheid’ waarvan de wijn een teken is, wordt pas geheel geopenbaard op het kruis. Bij Johannes ligt ‘Jezus’ verheffing’ op het kruis in het perspectief van zijn ‘verheffing’ door de Vader in verrijzenis en hemelvaart. Ook de titel “Lam van God’ waarmee Johannes de Doper hem had aangeduid, wijst op de kruisdood.

Dus, Beste Mensen, wij lezers zijn op de bruiloft van Kana, maar verborgen horen we al over Jezus’ kruisdood. Nog een andere verbinding laat Johannes ons maken, nl. met de laatste avond van Jezus’ aardse leven. In hoofdstuk 15 zegt Jezus tot zijn leerlingen: ‘Ik ben de ware wijnstok, en de Vader is de wijngaardenier.. Jullie, wij dus, zijn de ranken die met de wijnstok Jezus verbonden moeten blijven, anders brengen we geen vruchten voort. En vruchten voort brengen is de vreugde van de Vader, de wijngaardenier. Door deze verbindingen krijgt het verhaal over de bruiloft van Kana een bijzondere lading. Daarom nog even terug naar Jesaja die immers sprak over God die zijn volk huwt als zijn bruid. Op die goddelijke bruiloft zitten we als het ware hier in Kana, waar we Jezus’ Moeder horen zeggen: ‘Ze zitten zonder wijn’. En hier krijgen we de diepere laag van het verhaal bij Johannes te Kana, waar er geen wijn meer is en waar water nieuwe wijn te voorschijn brengt door Jezus de Mensenzoon. ‘Geen wijn meer’: het verwijst naar de ontrouw van het volk van Israël dat zich niet houdt aan het Verbond met God. Wijn is het beeld van Gods genade, van Gods gunnende, barmhartige liefde, waar heel de Bijbel over gaat. Het water in de kruiken duidt op de Doop, op een doortocht nodig om Gods genade, Gods gunnende, barmhartige liefde te ontvangen.

En dan is er de tafelmeester die niet weet waar die goede wijn vandaan komt.

Dat horen we vaker in het verdere evangelie van Johannes dat men niet weet waar Jezus vandaan komt, wie is hij, is hij werkelijk de Messias die komen moest, licht dat alle mensen verlicht? Waarom de goede wijn tot het laatst bewaard? Waarom dan nu pas Jezus de Messias? We zullen het evangelie moeten doorlezen tot het einde, om meer geloofsinzicht te krijgen wie deze Jezus Messias voor ons is. Hij blijkt niet een aardse Kurios vol macht en majesteit, niet een Heer die alle machtigen der aarde overheerst, maar een dienaar onder zusters en broeders, die het lijden kent en deelt, die gekruisigd werd als een uitgestotene, maar niet in de dood en vernedering werd gelaten, maar door de Vader verheven en verheerlijkt tot nieuw leven. De goede wijn, bewaard tot het laatst!

Zusters en Broeders, het zo bekende verhaal over de bruiloft van Kana heeft grote diepgang en is door Johannes zorgvuldig gecomponeerd.

Dit eerste teken van Jezus in zijn openbaar leven is een boodschap van hoop en bemoediging voor ons allen hier in de concrete omstandigheid van ons leven. Door het water van de Doop kwam de goede wijn van Gods vergevende liefde en barmhartigheid ook bij ons binnen. Deze liefdevolle, bevrijdende Aanwezigheid blijft ons omgeven, blijft ons dragen, met name op momenten als onze menselijke krachten erg worden beproefd. Wij mogen dit hoopvol zeggen, omdat onze Redder en Messias als onze broeder het lijden met ons deelde en werd gekruisigd.

In verbondenheid denken wij hier aan de tallozen die lijden de wereld over, door oorlog en uithongering, door marteling en moord. Maar ook dichtbij zijn bij ons onze dierbare zieken in onze parochiegemeenschap, met name zij die pas nog hier het sacrament van de ziekenzalving ontvingen.

Moge het hun en ons allen worden gegeven, ook in het kruis dat we dragen, de vreugde te ervaren van de Goede Wijn tot het laatst bewaard. AMEN

  1. Falco Thuis

Overweging van zondag 10 januari 2016 door p. Jan Brouns

Ziekenzalving 

Zoals gezegd in mijn inleidend woordje, zijn we dit uur verzameld rondom een aantal ons dierbaar geworden mensen, met wie we ons – ieder op eigen manier – bijzonder verbonden voelen. En dat niet alleen maar door hun ziekte of door hun ouderdom en alles wat hen overkomt, maar eerst en vooral door onze geschiedenis met hen, ons leven met hen. Gedurende dat leven hebben wij hen leren kennen, zijn we van hen gaan houden, hebben we hen leren waarderen om wat ze deden en vooral om wie ze voor ons zijn. Hoe dierbaarder en hoe meer ze deel van ons leven geworden, des te meer voelen we ons met hen verbonden nu ze gebrekkig en ziek zijn, nu we moeten aanzien hoe ze lijden. Hun lijden doet ook ons pijn. We lijden met hen mee. Hun onmacht wordt de onze. Zo zijn we op een indringende manier één met elkaar.

Die verbondenheid en de daaruit voortkomende zorg, aandacht en hulpvaardigheid waren in de voorbije tijd en zullen – in dit uur – maar zeker ook in de komende tijd, voor ons allemaal troostend en bemoedigend zijn. Ik zeg met nadruk: voor ons allemaal. Want waar één lid lijdt, zegt Sint Paulus, lijden allen.

Hete thema van deze viering luidt: gedoopt met de heilige geest en met vuur. In het evangelie hoorden we over de doop van Jezus. Zijn latere volgelingen hebben gedurende zijn leven ervaren dat Jezus een man was vol geest en vuur, en wel zodanig dat het hem ‘van boven af’ gegeven moest zijn. Hij had het als het ware niet van zichzelf, zo bijzonder was het. Hij wordt ons beschreven als een man met bijzondere aandacht voor zieken en voor mensen die mede door hun ziekte naar de rand van de samenleving werden geduwd. Hij had voor hen, zo zeggen zijn leerlingen, een woord dat hen heil bracht, een woord dat hen heelde, dat hen kracht gaf om meer te zijn dan hun ziekte. Ze overwonnen hun ziekte; ja, zelfs de dood werd overwonnen. Dat betekent niet dat de ziekte verdwijnt en dat de dood niet ons aller deel wordt. Nee, die wonderverhalen betekenen dat de mensen in de ontmoeting met Jezus ervoeren dat ze meer waren en meer móchten zijn dan hun ziekte en hun zwakheid. Een mens wordt niet bepaald door zijn sterfelijkheid. Hij is meer dan dat!

Ik denk dat het voor iedereen die ervaring heeft met ziekte, pijn en ongemak, heel herkenbaar is dat die pijn en de daar vaak mee verbonden angst, onrust en onzekerheid, je leven gaan beheersen. Je wordt als het ware gedwongen met jezelf bezig te zijn. Je kunt bijna niet meer anders.

Als we dit uur in gebed hier bijeen zijn, gezonden en zieken, luisterend naar woorden uit de heilige Schrift, mogen we die Jezus aanwezig weten. Hij spreekt tot ons allemaal, maar heel zeker tot u die straks gezalfd zult worden met heilige olie, met geest en vuur, een woord van troost en van heelheid. Hij wil ons doen aanvoelen dat we er mogen zijn zoals we zijn en dat we waardevol zijn, ook waar we voor regering en ziekenfondsen slechts handelswaar lijken te zijn geworden, afgerekend op economisch nut. Gemeenschappen die leven in de geest van Jezus, weten en laten het aan elkaar voelen: je bent meer, je bent mens, je bent geliefd. En waar we dat aan elkaar laten merken, daar kan iets oplichten van ons vermoeden, onze hoop, ons verlangen dat uiteindelijk het woord bewaarheid zal worden dat we zongen in de openingszang – ik herhaal enkele zinnen daaruit:

Het noodlot wordt onderbroken,
In mens na mens komt God ons nader.
Woestijn is om ons heen en allen vallen, sterven.
Maar: als alles is volbracht, zal de dood niet meer zijn.
Ons verleden is voltooid.
Wensdromen worden waar.
Want we spreken een taal van hoop en van vrede.

Moge die hoop en die vrede ons aller ten deel vallen. Zeker u, die we nu de handen gaan opleggen zoals Jezus dat deed. We zalven met olie, symbool voor de geestkracht die Jezus bezielde. Hijzelf is aanwezig in deze eenvoudige menselijke gebaren. Hij zal aanwezig zijn in alle warmte en genegenheid, in alle zorg een aandacht die u ook in de komende tijd geschonken zal worden.

Moge dit teken van Gods beschermende aanwezigheid u tot kracht zijn en u sterken in de overtuiging dat u gezien, gekend en bemind bent door … noem het God. U mag weten dat Hij als een herder zijn schapen zal weiden, in zijn armen ze samenbrengen. De lammeren draagt hij tegen zijn boezem; de schapen geleidt hij met zachte hand. Ik bid u toe dat u het ervaren mag.

Uit het personeelsblad van het Titus Brandsmalyceum

Het goede Schoolleven

In de social media is een opvallend youtube filmpje viral gegaan. Het clipje  is meer dan  één miljoen keer bekeken.
Twee jongens gaan de straat op met een Bijbel ‘vermomd’ als Koran, en laten mensen passages lezen. Bijvoorbeeld de  passage uit Leviticus, waarin staat dat mannen die met elkaar slapen vermoord moeten worden. Of het stuk waarin staat dat de vrouw onderdanig moet zijn.
De reacties op straat zijn zoals je zou verwachten, van ,,Hoe kan je hierin geloven” tot ,,Het komt over alsof ze je willen onderdrukken”. Daarnaast zijn de mensen op straat van mening dat de islam duidelijk een stuk agressiever is dan het christendom. ,,De rol van de vrouw is in de Bijbel veel groter”, meent een vrouw.
Dan besluiten de jongens te verklappen dat alles wat ze zojuist hebben gelezen, niet uit de Koran komt zoals de omslag doet vermoeden maar uit de Bijbel. Dat levert een hoop rode hoofden en zenuwachtige lachjes op. Het is duidelijk een les voor de mensen. ,,Je moet eigenlijk geen oordeel hebben, maar zo zie je maar,: “Ik doe het zelf ook”, geeft een jongen beschaamd toe. Het past bij wat Einstein ooit zei: ” Het is makkelijker een atoom kapot te slaan dan een vooroordeel”.

Titus Brandsma is 6 november ereburger geworden van Oss. Niet voor niets. Hij was sterk maatschappelijk betrokken en heeft veel initiatieven genomen op het gebied van emancipatie, journalistiek en onderwijs. Hij heeft veel voor Oss en ons betekend,  niet alleen om wat hij gedaan heeft maar meer om wie hij was. Titus was een markante persoonlijkheid. Hij stond voor zijn mening ook al was die anders dan die van anderen. Dat eigenzinnige maakt hem bijzonder. Hij verzette zich tegen de Duitse bezetter en tegen het Nazisme. Dat deed hij met grote vastberadenheid en dat in de wetenschap dat dit een groot gevaar voor hem opleverde. Hij was pleitbezorger van persvrijheid en die gebruikte hij om zich te verzetten tegen de nationaal socialistische opvattingen een ideologie die in de kern mensen uitsluit en groepen mensen tegen elkaar opzet.

Wat zou het betekend hebben als hij nu geleefd zou hebben. Hoe zou Titus Brandsma aankijken tegen de uitspraak van Rutte dat we in oorlog zijn. Een harde uitspraak met grote gevolgen omdat die uitgaat van een kloof tussen wij en zij, tussen wij en onze vijanden. Het is een weergave van het egocentrische denken van Europa, zoals we dat ook zagen in de Tweede Wereldoorlog.  Wat te denken als Wilders bij al zijn uitspraken zich beroept op vrijheid van meningsuiting.  “Je mag zeggen wat je wil en ik doe dat voor elke burger”. Hij beroept zich op een gelijksoortig grondrecht als wat Titus deed, maar lijkt daarbij voorbij te gaan aan een ander universeel grondrecht, namelijk de vrijheid van denken.
In dit denken zou moeten zijn opgesloten dat je afweegt wat het voor de ander betekent als je iets zegt of vindt. Met daarbij de gedachte wil ik iets voor de ander betekenen of gaat het alleen om mijzelf, eigenbelang, autonomie en vrijheid  zonder rekening te willen houden met de ander.

Dat was nu precies het verschil voor de wijze waarop Titus Brandsma dacht en handelde. Zijn standvastige inzet voor  persvrijheid zette hij in om duidelijk te maken dat niemand mag worden uitgesloten, dat er geen ruimte is voor hij en zij denken en dat je geen haat koestert tegen mensen,  maar je wel ten diepste verzet tegen het gedachtengoed en het handelen van mensen dat gebaseerd is op minachting en uitsluiting.

In de geest van zijn denken geven wij inhoud aan ons werk. Wij voeden onze leerlingen op met de gedachte dat met alle keuzes die we maken ons altijd de vraag stellen wat die keuze  voor de ander betekent. Als we op deze manier omgaan met onze vrijheid wordt daarmee er een oplossing  gevonden voor het onrecht, de groeiende kloof tussen hij en zij, tussen rijk en arm tussen Islam en Christendom. Wij zijn zelf verantwoordelijk.  De slachtoffers van het onrecht zijn onze medemensen, mensen met idealen en menselijke gevoelens. We kunnen ze niet laten verdrinken, uithongeren of bij de grens tegenhouden, terwijl wij zelf met een overvloed aan voedsel leven die we voor een groot deel weggooien.
De politiek kan geen uitweg bieden als ieder van ons niet ook naar eigen vermogen zijn bijdrage levert.
Dat is onze verantwoordelijkheid en gelukkig maar zien we dat om ons heen. Alle deelnemers op school: OOP’ers, vakdocenten, mentoren en teamleiders handelen in de geest van Titus Brandsma. Onze leerlingen geven we mee dat vrijheid onlosmakelijk is verbonden met de verantwoordelijkheid naar elkaar. We zijn altijd op zoek naar gewenste afhankelijkheid. Dat gegeven: ik ben er voor een ander en de anders is er ook voor mij, is in essentie  meer waard dan een havo of vwo diploma. Wij zorgen daarmee dat we met elkaar een bijdrage leveren aan de levensbeschouwelijke vorming van mensen en we leggen daarmee de kiem om te kunnen samenleven.
Jonge burgers die weten waar ze voor willen staan en daarmee hun toekomstige rol in de samenleving waardig kunnen vervullen. Het is dat wat Titus Brandsma bedoelde dat kennis maar de helft is waar het in het onderwijs over dient te gaan.