Overweging van zondag 10 januari 2016 door p. Jan Brouns

Ziekenzalving 

Zoals gezegd in mijn inleidend woordje, zijn we dit uur verzameld rondom een aantal ons dierbaar geworden mensen, met wie we ons – ieder op eigen manier – bijzonder verbonden voelen. En dat niet alleen maar door hun ziekte of door hun ouderdom en alles wat hen overkomt, maar eerst en vooral door onze geschiedenis met hen, ons leven met hen. Gedurende dat leven hebben wij hen leren kennen, zijn we van hen gaan houden, hebben we hen leren waarderen om wat ze deden en vooral om wie ze voor ons zijn. Hoe dierbaarder en hoe meer ze deel van ons leven geworden, des te meer voelen we ons met hen verbonden nu ze gebrekkig en ziek zijn, nu we moeten aanzien hoe ze lijden. Hun lijden doet ook ons pijn. We lijden met hen mee. Hun onmacht wordt de onze. Zo zijn we op een indringende manier één met elkaar.

Die verbondenheid en de daaruit voortkomende zorg, aandacht en hulpvaardigheid waren in de voorbije tijd en zullen – in dit uur – maar zeker ook in de komende tijd, voor ons allemaal troostend en bemoedigend zijn. Ik zeg met nadruk: voor ons allemaal. Want waar één lid lijdt, zegt Sint Paulus, lijden allen.

Hete thema van deze viering luidt: gedoopt met de heilige geest en met vuur. In het evangelie hoorden we over de doop van Jezus. Zijn latere volgelingen hebben gedurende zijn leven ervaren dat Jezus een man was vol geest en vuur, en wel zodanig dat het hem ‘van boven af’ gegeven moest zijn. Hij had het als het ware niet van zichzelf, zo bijzonder was het. Hij wordt ons beschreven als een man met bijzondere aandacht voor zieken en voor mensen die mede door hun ziekte naar de rand van de samenleving werden geduwd. Hij had voor hen, zo zeggen zijn leerlingen, een woord dat hen heil bracht, een woord dat hen heelde, dat hen kracht gaf om meer te zijn dan hun ziekte. Ze overwonnen hun ziekte; ja, zelfs de dood werd overwonnen. Dat betekent niet dat de ziekte verdwijnt en dat de dood niet ons aller deel wordt. Nee, die wonderverhalen betekenen dat de mensen in de ontmoeting met Jezus ervoeren dat ze meer waren en meer móchten zijn dan hun ziekte en hun zwakheid. Een mens wordt niet bepaald door zijn sterfelijkheid. Hij is meer dan dat!

Ik denk dat het voor iedereen die ervaring heeft met ziekte, pijn en ongemak, heel herkenbaar is dat die pijn en de daar vaak mee verbonden angst, onrust en onzekerheid, je leven gaan beheersen. Je wordt als het ware gedwongen met jezelf bezig te zijn. Je kunt bijna niet meer anders.

Als we dit uur in gebed hier bijeen zijn, gezonden en zieken, luisterend naar woorden uit de heilige Schrift, mogen we die Jezus aanwezig weten. Hij spreekt tot ons allemaal, maar heel zeker tot u die straks gezalfd zult worden met heilige olie, met geest en vuur, een woord van troost en van heelheid. Hij wil ons doen aanvoelen dat we er mogen zijn zoals we zijn en dat we waardevol zijn, ook waar we voor regering en ziekenfondsen slechts handelswaar lijken te zijn geworden, afgerekend op economisch nut. Gemeenschappen die leven in de geest van Jezus, weten en laten het aan elkaar voelen: je bent meer, je bent mens, je bent geliefd. En waar we dat aan elkaar laten merken, daar kan iets oplichten van ons vermoeden, onze hoop, ons verlangen dat uiteindelijk het woord bewaarheid zal worden dat we zongen in de openingszang – ik herhaal enkele zinnen daaruit:

Het noodlot wordt onderbroken,
In mens na mens komt God ons nader.
Woestijn is om ons heen en allen vallen, sterven.
Maar: als alles is volbracht, zal de dood niet meer zijn.
Ons verleden is voltooid.
Wensdromen worden waar.
Want we spreken een taal van hoop en van vrede.

Moge die hoop en die vrede ons aller ten deel vallen. Zeker u, die we nu de handen gaan opleggen zoals Jezus dat deed. We zalven met olie, symbool voor de geestkracht die Jezus bezielde. Hijzelf is aanwezig in deze eenvoudige menselijke gebaren. Hij zal aanwezig zijn in alle warmte en genegenheid, in alle zorg een aandacht die u ook in de komende tijd geschonken zal worden.

Moge dit teken van Gods beschermende aanwezigheid u tot kracht zijn en u sterken in de overtuiging dat u gezien, gekend en bemind bent door … noem het God. U mag weten dat Hij als een herder zijn schapen zal weiden, in zijn armen ze samenbrengen. De lammeren draagt hij tegen zijn boezem; de schapen geleidt hij met zachte hand. Ik bid u toe dat u het ervaren mag.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s