Overweging van zondag 5 juni door pastor Leon Teubner

Het evangelie dat we zojuist hoorden lijkt bij eerste lezing een heel helder verhaal te zijn. We zien met de leerlingen meelopend het geschetste tafereel zo voor ons.  Als we met Jezus aankomen bij de stad Naïm, komt een begrafenisstoet bij de stadspoort ons tegemoet: een weduwe doet haar dode zoon uitgeleide, haar enige, en met haar in rouwklacht is een grote menigte. Dan geschiedt er plotseling een wonder, d.w.z. iets dat tegen de natuur ingaat, vindt plaats: Jezus, ontroerd door het verdriet van de weduwe, wekt haar dode zoon opnieuw ten leven en geeft hem weer levend aan haar terug, zodat zij niet eenzaam en onverzorgd achter blijft. Zo gezien gaat het hier over een wonderlijke gebeurtenis, die ooit, 2000 jaar geleden is gebeurd, en voor de mensen van toen grote betekenis had, maar geen betekenis meer lijkt te hebben voor onze tijd. Geen mens is immers in staat om een dode tot leven te wekken. Tegelijk blijven er ook vragen over die het verhaal bij ons wekt.
Waarom wordt ons verteld dat de jongen gaat zitten en gaat spreken?
Waarom zegt Jezus tegen hem: waak op, en zeggen de mensen op het einde van het verhaal: een groot profeet is onder ons opgewekt?   Waarom wordt God verheerlijkt en niet Jezus met eensluidende woorden die ook in Exodus klinken: God heeft naar zijn volk omgezien?  En bovenal: waarom worden wij opgeroepen om te gaan zien wat overduidelijk is:
Zie, zegt het verhaal tegen ons, zie, een dode die de stad wordt uitgedragen, de enige zoon van zijn moeder die weduwe is, en het volk dat met haar begaan is?
Zie! Er valt misschien wel meer te zien dan wat er te zien is. Wat zegt het verhaal ons bijv. over het zien van Jezus? Er staat:
Als de Heer haar ziet, wordt Hij inwendig over haar bewogen en zegt Hij tot haar: Ween niet.
En tegen haar zoon zegt Hij: Jongen, waak op! Het zien van Jezus wordt inwendig gestuurd door bewogenheid. In het zien van het verdriet van de weduwe wordt Jezus tot in zijn ingewanden geroerd. Hij vertrouwt zich toe aan dit innerlijk bewogen worden, en beweegt mee in woord en daad. Hij loopt naar de jongen toe en zegt: waak op! En de jongen waakt op, gaat zitten en begint te spreken. Hier wordt een beeld gebruikt dat we bij Jezus vaker zien. als Hij zijn leerlingen of de mensen over God onderricht. Dan gaat Hij altijd eerst zitten voordat Hij begint te spreken. Gaan zitten en spreken is een beeld voor profetisch onderricht. Het gaan zitten en spreken van de jongen is hier een sprekend voorbeeld van profetisch onderricht.
Daarom zeggen de mensen ook tegen elkaar: een groot profeet is onder ons opgewekt. Zij zien ineens wat Jezus ook ziet: de jongen is niet dood, maar leeft nog niet echt. Hij slaapt nog en moet nog tot op God ontwaken, en met woord en daad getuigen van Gods werkzame aanwezigheid in en onder het volk.
Het gaan getuigen van de jongen brengt nu het volk in beweging. Ontzag neemt allen in bezit en zij verheerlijken God, zeggend: Een groot profeet is onder ons opgewekt, en: God ziet naar zijn volk om. De mensen zien de jongen ontwaken en horen hem het woord van God spreken, en zij voelen en getuigen: God ziet naar ons om, naar zijn volk. Dat besef nu gaat als een vuurtje door heel het joodse land, dat God omziet naar zijn volk – dat nieuws gaat de wijde wereld in. En zo getuigen niet alleen Jezus en de jongen van God maar nu ook heel het volk.
Dat is de betekenis van het verhaal tot op de dag van vandaag. Dat allen met hun leven gaan getuigen van Gods aanwezigheid. Wij moeten met Jezus op een andere manier gaan kijken naar wat leven en dood eigenlijk van God uit gezien is. Leven betekent niet zozeer biologisch leven,  maar in al je doen en laten, in je spreken en zwijgen van God getuigen in plaats van jezelf niet van jezelf. Dood is niet de biologische dood op het eind van ons leven, maar is onbewust en zonder besef van God door het leven gaan, en niet voelen dat God door jou wil omzien naar zijn volk. Het echte wonder in het verhaal geschiedt pas als wij gaan zien dat God in en doorheen ieder van ons zich bekommeren wil om zijn volk. Het echte wonder geschiedt wanneer wij gaan voelen dat Hij voortdurend bezig is onze ogen te scherpen voor zijn aanwezigheid in ons leven, en ons voortdurend vraagt om mee te bewegen met Hem. Waaraan merken wij nu dat God met ons bezig is? Het verhaal van vandaag geeft aan dat dáár waar je innerlijk bewogen raakt om mensen,..daar waar je wakker wordt op het leven van je naaste, … dat daar God in je aan het werk is. Maar daaraan meebewegen vraagt om onderscheiding. Onderscheiding in wat je al dan niet moet zeggen en doen. De Bijbel geeft ons daartoe handvaten om te onderscheiden. In de evangelieverhalen is het spreken van Jezus altijd bevrijdend, en zijn handelen is altijd bewarend en genezend. Alle verhalen getuigen dat Hij altijd contact met de Vader maakt in de ander die Hem op zijn weg gegeven wordt. En dat Hij wakker is op wat er dan innerlijk aan Hem gebeurt. En bewarend en bevrijdend omgaat met zijn naasten.
Morgenavond is er hier een bijeenkomst waarop we samen in de geest van Titus Brandsma willen nadenken wat we voor de vluchtelingen kunnen en willen betekenen die aan ons hier in Oss gegeven worden. Dat wij in de geest van Jezus en Titus bewarend en bevrijdend omgaan met hen, maar ook met degenen die zich door hun komst bedreigd voelen. Dat wij goed luisteren naar wat ons innerlijk beweegt en samen onderscheiden wat levengevend is en wat niet.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s