Teksten uitgesproken tijdens de avondwake voor George Zeegers, 21 september 2016

Overweging door pastor Leon Teubner

 

Op de goede weg zijn zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid Op de goede weg zijn zij die barmhartig zijn
Op de goede weg zijn zij die anderen bemoedigen en troosten

George was voor ons iemand op die goede weg. Hij was iemand die ons voorging in het zoeken van die weg. Die weg van God, die niet dezelfde is als onze eigen wegen. Die weg van God moet steeds weer gezocht worden in het concrete leven van elke dag. George zocht en voelde die weg van God in zijn bewogen worden door mensen.

Dagelijks probeerde hij die goede weg van God innerlijk te voelen en te peilen, gewoon midden in de wereld, midden in de waan van alle dag. Hoe actief en creatief hij ook was, steeds zocht hij in degene die hij ontmoette en in datgene wat op zijn weg kwam, contact met de Bron van zijn bestaan.

Altijd was er wel een stukje van zijn ziel vrij om de verbinding te zoeken met zijn God, om in en doorheen de dingen van alle dag, tastend en zoekend te onderscheiden wat hem te doen of te laten stond.

Bewogen om mensen was hij, dat was zijn innerlijk kompas, hongerend en dorstend om hun gerechtigheid, barmhartig en bemoedigend voor zijn naasten, voor allen die hem op zijn weg gegeven werden.

Daar waar regels het leven moeilijk maakten, kon hij niet anders dan reageren, bewogen, maar ook weldoordacht, innerlijk voelend wat er moest gebeuren. In de ogen van sommigen kon hij naïef spreken en handelen, maar naïef, dat was George zeker niet. Want steeds probeerde hij in en met en door zijn spreken en handelen Gods liefdeswijzing te vervullen. Niet zozeer naar de letter, alswel naar de geest van liefde, die God is. Om zo de goede weg te gaan van God met zijn mensen. Zo leefde hij ons concreet het leven op de Karmel voor. Een integere en waarachtige medebroeder was hij voor iedereen. Maar vooral een voorganger op de goede weg van God.

Dat hij voor ons een voorbeeld mag blijven van Gods weg met ons mensen.
Dat wij hem mogen blijven herinneren zoals hij hier met God en met ons heeft geleefd.

Mag ik Ineke Broers (Liturgisch Beraad)
Til van de Sande (Diakonaal Beraad),
en Harry Faassen (vorig Bestuur) vragen om, als naaste medewerkers van George, ons voor te gaan in zijn gedachtenis.

 

Ineke Broers

George was zo’n prachtig mens!!!

Ik ben dankbaar dat ik zo lang met hem heb mogen samenwerken. Bijna 17 jaar!
Voornamelijk bij en rond de liturgie.
In dankbaarheid gedenk ik zijn rijke leven. George heeft gewoekerd met zijn talenten en ons allen geleerd en aangezet om ook onze talenten te gebruiken: ten dienste van de gemeenschap en de naasten op ons pad.
In blijdschap warmde ik mij aan zijn vriendschap, zijn bewogenheid, en zijn creativiteit als hij ons voorging in de liturgie en ons de Schrift verklaarde en ons de vele liederen leerde, die hij in zijn hoofd had.
Maar ik heb ook veel met hem gelachen, zelfs toen hij ziek was en zo dapper om ook dat zware proces te delen met ons allen.
Wat zal ik hem missen!
Wat zullen wij allen hem missen.
Onze zoon zei deze week tegen mij:  Maar Mam, je moet niet zo bedroefd zijn: George is toch thuisgekomen?”.
Ja! en  dat wil ik nog delen met U allen:
Onze George is thuisgekomen bij zijn Vader!

Ineke Broers-van Warmerdam

 

Til van der Sanden

Wie of wat was George voor mij?
George was een leraar maar ook nog steeds een leerling. Op onze studiebijeenkomsten kon hij beiden zijn. We maakten dankbaar gebruik van zijn kennis, maar hij kon ook zijn eigen meningen ter discussie stellen.
Hij was sober, wars van uiterlijk vertoon en bescheiden. Maar wat kon hij genieten als we na een studiebijeenkomst samen aten. De laatste restjes waren altijd aan hem besteed.
Hij had een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel; hij kon niet tegen onrecht, armoede en de daardoor veroorzaakte sociale uitsluiting. Hij sloot zich na zijn komst in Oss dan ook direct aan bij het Platform Regio Oss Tegen Armoede (PROTA). En hoe bijzonder is het dat sinds gisteren, door de toezegging van de Titus Brandsmaparochie die hier nog mee in moest stemmen, het Solidariteitsfonds Oss definitief gestalte gaat krijgen. George zou daar erg blij mee zijn.
Hij kon, wat je nu noemt ‘out of the box’ denken en was initiatiefrijk zonder zich op de voorgrond te plaatsen.
Hij was betrokken en met het hart op de goede plaats.
George had tot op het laatst een luisterend oor.
George was een levensgenieter en was meestal vrolijk, maar soms kon het ook flink knetteren als hij het ergens niet mee eens was. Maar dat ging altijd op basis van respect en gelijkwaardigheid.
George was de belichaming van diaconie en ook een grote inspiratiebron voor de mensen die lid zijn of waren van het Diaconaal Beraad. We missen hem daar dan ook zeer.
En tot slot, George was voor mij en mijn man persoonlijk ook de pastor die Italiaans sprak. Die onze dochter heeft getrouwd en daardoor in de huwelijksmis de Italiaanse familie van onze schoonzoon, in het Italiaans kon toespreken, hetgeen zeer werd gewaardeerd. En wat zou het fijn zijn als iemand bij de hemelpoort een welkom en vrolijk “Avanti!” zou laten klinken als George daar aankomt, zoals hìj altijd deed wanneer je aan zìjn deur klopte.
Het was een groot voorrecht om George gekend te hebben, moge hij rusten in vrede.

Til van der Sanden

 

Harry Faassen

ALS George hier stond, hadden we samen als parochiegemeenschap iets te vieren, vaak in blijdschap soms met verdriet.
ALS George hier stond, wist hij inspirerende en bemoedigende woorden te vinden voor mensen die het moeilijk hadden.
ALS George hier naast mij stond, mochten we een jubilaris of vrijwilliger van het jaar in de bloemetjes zetten, mochten we feest vieren.
We zullen het nooit vergeten:
ZOALS George hier vorig jaar naast mij stond en we wereldkundig moesten maken dat hij ernstig ziek was.
ZOALS George hier vorig jaar stond en hij graag  gewoon en zo lang mogelijk verder wilde gaan.
ZOALS George hier vorig jaar stond en we het ereburgerschap van Titus Brandsma, zijn grote voorbeeld vierden tegelijk met zijn eigen 50 jarig priesterjubileum.
ZOALS George hier vorig jaar stond en hij ook 125 jaar Karmeliet in Oss wilde zijn.
ZOALS George hier vorig jaar stond en ik hem een cadeau mocht aanbieden, zodat hij nog een paar reizen zou kunnen maken en zijn nieuwe TOM TOM kon uitproberen. Voor zijn laatste reis heeft hij al zijn leven lang een goede Navigator gehad.

ALS George hier nu zou staan, zag hij een fijne parochiegemeenschap die hij zelf mede tot stand heeft gebracht.
ALS George hier nu zou staan, zou hij ons bemoedigen om op de ingeslagen weg verder te gaan.
ALS   A. L. S. er niet was geweest,……

George bedankt en goede reis.

 

Harry Faassen

 

 

 

 

 

Teksten uitgesproken bij de Uitvaart van George Zeegers, 22 september 2016

Overweging door Prior Provinciaal Jan Broens 

In de eerste lezing hoorden we twee keer uit de mond van de profeet Elia: “Ik heb me met volle overgave ingezet voor JHWH, de God van de hemelse machten”. Het was het antwoord van Elia, die murw geslagen de woestijn in was gevlucht en het bijltje erbij wilde neergooien. Hij verlangde naar de dood.

Als vanzelf gingen mijn gedachten naar deze Bijbeltekst, toen ik de overweging van vandaag ging voorbereiden. Laat ik meteen zeggen dat dit niet was vanwege het genoemde verlangen naar de dood, hoewel George dat zeker de laatste dagen kende en uitsprak. Het gaat mij om iets anders. Evenals de profeet Elia heeft George zich namelijk met al zijn krachten en talenten ingezet voor wat we in geloofstaal ‘het Rijk van God’ noemen: een nieuwe wereld, gekenmerkt door recht en gerechtigheid. George heeft dat als karmeliet gedaan in de functies van katecheet en parochiepastor in Almelo en hier in Oss; heel expliciet heeft hij geijverd voor de werkloze en daardoor arm gemaakte arbeiders gedurende de jaren dat hij in Twente werkzaam was voor de Stichting Zingeving en Emancipatie door Gerechtigheid. George was zich gaandeweg bewust geworden van de onrechtvaardige structuren, waardoor mensen werden geknecht, waardoor hen de mogelijkheid tot menswaardig leven werd ontnomen. Iets in hem verzette zich daartegen van binnen uit. Diep in hem wortelde de uit zijn geloof voortvloeiende overtuiging dat hij zich moest verzetten tegen alles wat mensen kleineerde. Dat heeft hij gedaan, creatief en strijdbaar. Hij ging daarbij niet over één nacht ijs, maar liet zich goed informeren en bestudeerde de problematiek die ten grondslag lag en ligt aan de door hem gesignaleerde onrechtvaardigheid in vrijwel alle sectoren van de maatschappij, in met name het bedrijfsleven. Hij kon dit op een authentieke manier doen, omdat hij voor zichzelf uiterst sober leefde; op gelijke voet met de armen. Hij nam bijvoorbeeld zo goed als altijd genoegen met tweedehands kleding. George was een bescheiden en eenvoudige, behulpzame mens. Dat was ook zo in de functies die hij bekleedde in onze Orde. We zijn hem zeer dankbaar.
De mentaliteit van George ligt dicht bij de woorden die we konden beluisteren in de evangelielezing. Daar wordt ons op niet mis te verstane manier voorgehouden waar het om gaat in het leven: om oprechte aandacht en daadwerkelijke zorg voor de mensen die honger en dorst hebben, die geen kleding hebben om hun lichaam te beschermen, om hulp aan zieken en gevangenen. Het gaat volgens Jezus niet om woorden, het gaat er ook niet om dat je je er van bewust bent dat het met God van doen heeft, nee: het gaat uitsluitend om daden van solidariteit, van mededogen en medeleven. Niet degenen die zegt “Heer, Heer” zal ingaan in het rijk van God, maar hij die de wil van de Vader doet, lezen we elders in de heilige Schrift. De wil van de Vader is ons bekend; die kennen we allemaal in ons geweten. George heeft, geïnspireerd door de heilige Schrift en de Regel van de Karmel, en luisterend naar de stem van zijn geweten gekozen voor een levenshouding, gekenmerkt door de gevraagde solidariteit. De teksten op het gedachtenisprentje dat straks wordt uitgereikt, zijn getuige van die houding.

Als wij vandaag in verdriet en dank George gedenken, ons zijn zinvolle leven te binnen brengen, wordt dat pas echt betekenisvol naarmate wij in ons eigen leven doen wat George deed: echt aandacht hebben voor de zwakke medemens, echt zorg dragen voor de tallozen die op ons een beroep doen. George dankbaar gedenken vraagt dat wij de tijd nemen om het lijden van de wereld – in al zijn vormen – onder ogen te zien en over te gaan tot handelen. Moge dat de erfenis zijn die George ons nalaat en waar wij – nu mag het een keer – om zullen vechten …..

 

Voorbeden

Voorbede Uitvaartdienst George

Pastor Het leven van George was goed aan ontmoetingen en daden.
Wij willen God die George het leven gaf, bedanken.

Lector
Goede God, wij willen u danken voor het leven van George, onze broer en oom, broeder in de Karmel, pastor voor velen binnen en buiten de parochies.  In de kring van familie en vrienden was George een geziene en lieve persoon. In de gemeenschap van de kerk en de Karmelorde heeft George met de kracht van Elia getuigd van U als de God van gerechtigheid en vrede, als de God die voor kleine mensen bereikbaar is. Wij danken u voor de vele gaven die U hem geschonken hebt en waardoor hij voor ons tot zegen geworden is, teken van uw liefde.

STILTE   laat ons bidden.

Lector
Goede God, wij willen u danken voor de vriendschap die van hem uitging,  waardoor hij een hartelijk en toe genegen mens geworden is. Wij bidden voor zuster Roos Scholten Linde en haar familie met wie George jarenlang nauw verbonden was. Wij bidden voor Toos Wiersma en haar gezin bij wie George de laatste maanden heeft gewoond. Hij heeft het er goed gehad en was Toos zeer dankbaar
voor haar lieve zorgzaamheid. Sterk en troost deze mensen en ons allen met de gelovige zekerheid  dat George deelt in het leven van de verrezen Christus en voorgoed gelukkig is.

STILTE   laat ons bidden.

Lector
Goede God, wij danken u voor de inzet en de inspiratie die George geboden heeft als parochiepastor in Almelo en in Oss.  Hij verkondigde uw voorkeursliefde voor de gewone mensen en bracht die daadkrachtig in praktijk. Voor velen is hij een nabije en vriendelijke pastor geweest, die leefde en handelde in de voetspoor van Jezus de Goede Herder.  Moge George aan de hand van de Goeder Herder het hemelse vaderland binnengaan en er rust en vrede vinden.

STILTE   laat ons bidden.

Pastor
U die weet wat in mensen omgaat
en het onzegbare in ons hart kent,
verhoor onze beden voor George.
Herstel hem in gaafheid en goedheid
ontvang hem in uw hemel,
en noem hem met de naam
die U geschreven hebt in de palm van uw hand,
opdat hij leven zal in uw Tegenwoordigheid.

Amen.

 

 

IN MEMORIAM  door Henk Peters, vice-voorzitter

Van Titus Brandsma wordt verteld dat hij de gewoonte had als er mensen aan de kloosterpoort kwamen die rammelden van de honger dat hij hen dan desnoods te eten gaf van het eten dat broeder kok had gereserveerd voor de communiteit. Titus vond dat de communiteit het dan maar met minder moest doen en vond dat hij geen nee kon verkopen. De gasten die niet tevergeefs aanklopten zullen het gedrag van Titus voorbeeldig hebben gevonden, ik vermoed dat zijn medebroeders genuanceerder hebben gedacht over die opgelegde solidariteit. Titus een zalige man en spraakmakend voorbeeld. Leraar en herder.

In een laatste interview met het Brabants Dagblad vertelde George Zeegers dat hij aan het einde van zijn opleiding ernstig getwijfeld had of hij zich wel priester moest laten wijden en niet beter kon kiezen om sociaal werker te worden. Veel medebroeders die wel gekozen hadden om priester te worden kozen ervoor die roeping uit te oefenen als priester arbeider of als ontwikkelingswerker, in  de vakbeweging of in de weer voor uitgebuite boeren of voor betere werkomstandigheden in fabrieken, voor werklozen en WAO-ers. Veel karmelieten werden priesters die zich bij het gestalte geven aan hun roeping altijd bekommerden om het lot van de kleine man aan de zelfkant van de samenleving. Aanvankelijk veelal met het verzorgen van kwalitatief goed onderwijs om kader te vormen voor een eerlijker samenleving. In de latere jaren kom je ze eigenlijk vaak tegen aan de randen van een samenleving waar ze bezig zijn om mensen op de been te helpen of in de benen te brengen dan wel op de been te houden. Daar roepen ze ook toe op door het zelf voor te doen. George is in onderwijs en pastoraat altijd op die manier zijn gang gegaan.

Zo had ook George Zeegers eigenlijk meer oog voor mensen aan de rand van de kerk of daarbuiten dan voor mensen binnen de kerk. Niet dat de laatste groep te klagen had over onvoldoende aandacht maar je merkte aan alles dat zijn hart niet warm liep voor discussies over een rechtzinnige leer of hoog kerkelijke neuzelarijen. Als discussies daar op dreigden uit te draaien, keerde George zich af. Zei ja en amen en deed zijn ding zoals het hem goed leek. Niet rebels en tegendraads, maar hij kon er geen energie in steken. Met kerkelijke gezagsdragers ging hij geen discussie aan tenzij het ging om mensen aan de zelfkant. Die raakten zijn hart. En daar was George van de vroege morgen tot in de late avond mee bezig. Met niet aflatende inzet en grote ijver: zeven dagen, dag en nacht. Voor kleine mensen bereikbaar.

Nooit vroeg hij zich af of mensen wel terecht een beroep op zijn hulp deden en of die hulp wel goed terecht kwam en op de juiste plaats. Hij vond dat zijn linkerhand niet hoefde te weten wat zijn rechterhand deed. Hij was allergisch voor alles wat de geloofwaardigheid in twijfel trok van mensen die om hulp vroegen. Misbruik bestond in zijn ogen niet en als het er wel was wees hij liever naar het misbruik dat andere maakten van hun posities aan de bovenkant van de maatschappelijke ladder. In zijn opstelling dreef hij net als Titus anderen wel eens tot wanhoop omdat hij alleen oog leek te willen hebben voor mensen die om hulp vroegen die hij geen nee kon verkopen. In hun ogen een voorbeeld omdat hij  zich gelukkig doof hield voor het gemopper van anderen dat in mijn ogen minstens ook begrijpelijk was.

Toen de ziekte ALS zich bij hem openbaarde ging er een schok van medeleven door Oss over  parochie-grenzen heen. De broodpater waarin velen een pleitbezorger hadden gevonden, had dit lot niet mogen treffen. Even royaal als hij voor iedereen was die een beroep op hem deden, kreeg hij ondersteuning van Toos Wiersma. Zij kon alles aan de kant zetten om zich aan de zorg voor George te wijden. In de ogen van velen is Toos ook iemand die in staat is op te brengen waarin anderen afhaken. Dank je wel, Toos

Maar een paar mensen zijn tot een manier van leven in staat, waarvoor anderen blokkades voelen omdat ze of te veel privacy moeten inleveren of bang zijn misbruikt te worden of belachelijk gemaakt. Voorbeeldige mensen. Ook George Zeegers was een mens die over dergelijke blokkades heen stapte en zijn weg ging. Trouw aan zichzelf en wat hem bewoog, altijd onbezorgd zingend tot het zingen hem verging. Zijn ziekte ten spijt bleef hij in zijn geloof en idealen ongebroken. George een zalige man  en spraakmakend voorbeeld zoals zijn medebroeder Titus. Ook leraar en herder. Dank je wel George. A Dieu!

 

 

 

 

 

Overlijden pastor George Zeegers

In alle rust is onze pastor George Zeegers in de vroege morgen van 18 september 2016 overleden.

Wij gedenken hem als parochiegemeenschap in een avondwake op woensdag om 19. 00 uur.
Op donderdag  bent u in de gelegenheid om persoonlijk afscheid te nemen tussen 10.00 en 10.50 uur.
George wordt opgebaard in de Mariakapel.

Om 11.00 uur  begint de uitvaartmis waarin pater Brouns, prior provinciaal zal voorgaan.
In de middag omstreeks 15.30 uur zal George na een absouteplechtigheid in de kerk van Zenderen begraven worden bij de medebroeders op het kloosterkerkhof.

U bent welkom om hem te gedenken.

De gedachten van Mgr. Gerard de Korte over God.

Waarom?

Gerard de Korte is sinds 14 mei bisschop van Den Bosch. Zijn komst is toch redelijk onverwachts. Hij was hulpbisschop in Utrecht, bisschop in Groningen. Waarom dan ineens bisschop worden van het grootste bisdom in Nederland? Meer nog; waarom niet een priester uit het Bossche bisdom zelf?
Paus Franciscus heeft blijkbaar met opzet de zetel van Den Bosch aan de Korte toevertrouwd. We kennen de beweegredenen van de paus niet. Een ding is wel duidelijk: paus Franciscus en Gerard de Korte zijn beiden stevig verankerd in de kerkelijke leer – een beetje conservatief zelfs – en beiden geven blijk van een milde, open en pastorale houding. Die pastorale houding heeft Bijbelse en pastoraal theologische wortels. Paus Franciscus heeft de kerk weer een toonbare smoel gegeven. Het is weer fijn om katholiek te zijn. Zou dat ook niet een opdracht zijn aan Gerard de Korte? Het Brabantse katholicisme weer een nieuw gezicht geven. Zelf constateerde de bisschop in een gesprek met pastores:  Brabanders zijn doet–mensen; de Brabantse cultuur is doordrenkt van (19e -eeuws?) katholiek leven; het katholicisme is Mariaal gekleurd.
Aan deze op zich zeer positieve karakteristiek kanten van het Brabantse katholicisme zitten enkele schaduwen. Het katholicisme is weinig doordacht, nog veel te veel vanzelfsprekend, niet altijd gegrond in overtuigend en bewust gekozen geloof. Kortom: er is voor een bisschop veel werk te doen!
Waarom het Godsgeloof van de bisschop?
Dat bisschoppen gewone mensen zijn, wordt soms maar al te pijnlijk duidelijk. Ze hebben hun zwakheden en ijdelheden, hun spanningen en conflicten. Waarom zou het geloof van de bisschoppen belangrijker zijn dan dat van een willekeurige gelovige die actief zijn geloof beleeft en er serieus over na denkt? Natuurlijk is een bisschop allereerst gelovige met de gelovigen. Maar hij is ook voor ons herder en verkondiger.

Bovenal is hij boven ons gesteld om leiding te geven en ons in eenheid te bewaren. De woorden voor en boven drukken uit dat een bisschop gezag heeft over de kudde. Hij ziet van bovenaf op de gemeenschap toe. Episkopein – bisschop – is een Grieks woord dat letterlijk betekent: er boven op zien.

Dat gezag bezit hij niet uit zichzelf. Het is hem verleend en opgedragen door Jezus zelf die twaalf apostelen uit zond om de Blije Boodschap van het Koninkrijk te verkondigen; die de apostelen met Pinksteren aanvuurde met Heilige Geest om wereldwijd her Rijk Gods gestalte te geven. Dit apostelcollege wordt vanaf Mattias aangevuld met mannen die geloven, verkondigen en getuigen dat God werkzaam aanwezig is in Jezus’ aardse leven, in zijn lijden en sterven en in zijn verrijzenis uit de doden. Geloven, verkondigen, getuigen dat God in Jezus aan het licht komt, dat zijn de bisschoppelijke taken.
Dat de bisschoppen rechtstreeks teruggaan tot op de apostelen die getuige waren van Jezus’ leven en verrijzenis behoort tot het geloof van de kerk. Ook al is het historisch niet waar te maken dat er als het ware een pijplijn loopt van, zeg maar,  de apostel Thomas of Andreas naar Gerard de Korte, toch drukken wij met het woord ‘apostolisch’ uit dat er een kerkelijk gezag is dat de Heer van de Kerk aan mensen heeft toevertrouwd. Als een bisschop over God spreekt doet hij dat met apostolisch  gezag. Als een priester of diaken preekt doet hij dat in eenheid met de bisschop. Op deze manier blijft de kerk apostolisch verbonden met het Woord van God dat mens geworden is in Jezus.

De Godsvraag

Toen Gerard de Korte 25 jaar priester was, keek hij terug naar de wortels van zijn priesterroeping en naar de toekomst van de kerk. Als kind speelde hij pastoortje. Aan het eind van de middelbare school koos hij voor het vak geschiedenis en niet voor de theologie. Tijdens de studie is zijn kinderlijk verlangen priester te worden uitgezuiverd en gerijpt.  De vraag naar zin en doel deed zich kennen in de bestudering van de geschiedenis. Hij ontdekte dat alle vragen van de 18e -eeuwse Verlichting in deze twintigste eeuw als het ware zijn gedemocratiseerd. Het zijn niet meer alleen de vragen van de denkende elite; het zijn ook de vragen geworden van de gewone mensen. Hij constateerde dat de Godsvraag veel onzekerheid en verwarring schept onder alle soorten gelovigen.  elovigen, zo vindt de Korte,  kunnen zich niet onttrekken aan de seculiere wereld waarin God er als het ware niet meer toe doet. Maar aanpassing aan de seculiere cultuur die alleen maar vertrouwt op de wetenschap en de menselijke maat, is ontrouw zijn aan de boodschap van het evangelie. Daarom formuleert de bisschop krachtig: Katholiek geloven betekent openstaan naar de wereld die de wereld van God is. De seculiere wereld behoort vanuit geloofsperspectief toe aan God. De Korte voelt zich hierin verwant met paus Benedictus. Deze paus maakte zich zorgen over de snelle ontkerstening van vooral de westerse wereld. Centraal in de meeste toespraken van de paus staat de Godsvraag. Binnen het huidige religieuze pluralisme is Benedictus, zegt de Korte, een vrome en erudiete getuige van Gods openbaring in Jezus Christus. De Korte sluit in zijn denken over God zeer nauw aan bij deze paus. Uiteindelijk gaat het om God- in – Christus.
Maar ook met de niet-gelovige wereld moeten wij als gelovigen mee denken over God. De Godsvraag blijft prikkelen. De vraag naar wie of wat God is, is in principe niet te beantwoorden. God gaat al onze begrippen te boven. Dat betekent natuurlijk niet dat we niets over God kunnen zeggen. We kunnen heel redelijk over God spreken. Het is ook redelijk om in God te geloven. We kunnen alleen nooit zeggen: Dat daar is God. Hij behoort niet tot de dingen in de wereld. Hij is ook geen mens hoewel Hij wel in mensen aan het licht komt. Hij is ook niet de som van al wat bestaat. Ook daar gaat Hij boven uit. Hij overstijgt ons menselijke verstand op twee manieren: Hij is boven en voor ons uit. Hij is dieper in ons dan wij bij onszelf kunnen komen.

Een van de eerste vragen is: bestaat God wel?
Er waren twee rabbi’s aan het discussiëren over de vraag: Bestaat God? Na een lang debat besloten ze: Neen, hij bestaat niet. Ze gingen slapen en troffen elkaar de volgende morgen in de sjoel.
Zegt de een tegen de ander: zullen we samen het morgengebed bidden?
Ben jij gek. Gisteravond hebben we toch besloten dat God niet bestaat.
Antwoord: dat heeft er toch helemaal geen pest mee te maken!

De filosofische Godsvraag: daar kom je niet uit. Geloven in God geschiedt in de praktijk van het bidden. Niet de taal van de filosofie brengt ons God nabij; wel de taal van het gebed. Biddend naderen we tot God en in het gebed kan God ons nabijkomen. Bisschoppen zullen allereerst biddende mensen zijn. Om vanuit hun eigen gebedservaring te geloven, te verkondigen en te getuigen.

Godsbegrip

Naast de vraag naar Gods bestaan is er een vraag die dieper gaat: hoe zie jij God, welk beeld van God heb je, wat kun je van hem begrijpen. Wij kunnen God nooit totaal begrijpen; we kunnen wel helemaal door God gegrepen worden.

“Wij geloven allen met het hart en wij belijden het allen met de mond dat er een enige en eenvoudig geestelijk wezen is, dat wij god noemen: eeuwig, ondoorgrondelijk, onzienlijk, onveranderlijk, oneindig, almachtig, volkomen wijs, rechtvaardig en goed en een zeer overvloediger bron van al het goede”, over deze zin in een protestantse geloofsbelijdenis is lang nagedacht.

De Bijbel geeft ons andere beelden van God: “De Heer daalde neer in een wolk. Hij kwam naast Mozes staan en riep uit: de Heer. De Heer ging voor hem langs en riep uit: De Heer! De Heer! Een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig”. Ex. 34, 5- 6.

Welk beeld raakt ons hart? Tot wie zou je biddend je hart verheffen? Als een bisschop spreekt over God, gaat het dan over de God van de filosofen en theologen of de God van de Bijbel? Zelfs als de bisschop zijn theologie goed kent zou hij als verkondiger toch uit het hart moeten spreken. Meer nog: vanuit het gebed.

Taal om over God te spreken

Alles moet toch een oorzaak hebben; alles moet toch een doel hebben; alles moet toch ergens vandaan komen. Er moet wel een God zijn! Lange tijd heeft men zo eenvoudig kunnen denken. Maar voor een mens die opgroeit met een wetenschappelijk doordacht wereldbeeld en die een heel andere beleving kent van tijd en ruimte, is het antwoord ontoereikend.  De vraag alleen al of er buitenaardse intelligentie is en of er niet meer bewoonde werelden zijn in andere heelallen, gebiedt ons op een andere manier over God te denken. De vraag naar God en naar een moderns Godsbeeld is heel spannend.

De Korte merkt allereerst iets op over de taal. Hij vraagt zich zelfs af of de taal wel geschikt is om over God te spreken. Kan taal spreken over een werkelijkheid die de schepping overstijgt? Stoot de taal dan niet op grenzen: hier zijn geen woorden voor?  In de brede katholieke traditie leeft het besef dat ons spreken over God metaforisch en analoog van karakter is. We spreken altijd in beelden en altijd vergelijkenderwijs. God is  bijvoorbeeld het best benaderbaar in het beeld van Vader; vergelijkenderwijze hebben vaders iets gemeenschappelijk met God.

Niet voor niets is er in de traditie sprake van negatieve theologie.

Alles wat we positief bevestigend over God zeggen moeten we meteen ook weer van een negatie voorzien. God is goed: ja! Positief! Maar God is niet goed zoals wij mensen goed zijn! Negatie. Gods goedheid gaat altijd alle menselijke goedheid te boven. Met een moeilijk woord: transcendent.

De Korte formuleert heel mooi: De God die van zich doet spreken is dezelfde als die zich aan ons onttrekt. Verder zegt hij: Openbaring en verborgenheid van God kunnen wij niet tegen elkaar uitspelen. God is altijd groter dan mensen kunnen denken en verwoorden. Uiteindelijk blijft al ons denken over God een cirkelen om een geheim. God is in ons midden aanwezig als genade, als een onverdiend geschenk.  Dat laatste: God is in ons midden aanwezig, is voor de Korte een leven gevend uitgangspunt. Ons hele christelijke bestaan valt of staat met de genadevolle ervaring, beleving en bevestiging van Gods bestaan in ons midden.

Is God een werkelijkheid die spreekt en handelt?
Is onze God een schepper en voltooier?
Is God verzoenende liefde?
Heeft God op de Paasochtend de dood doorbroken?
Deze vragen, zegt de Korte, raken het diepst van ons bestaan. Het gaat letterlijk om zin en onzin, om leven en dood.

In de christelijke traditie spreken we over God als een ten opzichte van de mens, externe werkelijkheid. Tegen die achtergrond pleit hij voor een theologisch realisme. God is een werkelijkheid die aan ons mensen vooraf gaat. Gods realiteit vormt de voorwaarde voor onze relatie met Hem.

God is er niet pas als wij mensen hem ter sprake brengen; God is niet te vangen in ons begrippenkader; God is aanwezig als geschenk dat wij mogen aanvaarden als wij “ het leven” willen. Wie gelooft heeft eeuwig leven, zal Jezus zeggen.
De vraag naar God in deze tijd.

In 1932 stelde Titus Brandsma de vraag naar het Godsbegrip. Hoe komt het dat zoveel mensen – prat op kennis en fier van bewustzijn – zich van God af keren?
Het is voor Titus een raadsel. Ligt het alleen aan die mensen of ook aan ons als gelovigen?, vraagt Titus zich af. Ook de Korte stelt zich die vraag: hij veroordeelt de seculiere wereld en mensen niet. Hij wil met hen in gesprek. Hij keert zich als bisschop niet van mensen af die met God geen raad weten.  Hij signaleert wel dat het los laten van God en het geloof in God meer een onbewust wegglijden is dan een bewuste keuze. Ineens ontdekken mensen: ik kan ook zonder God goed leven. God is niet nodig. Hij citeert Stefan Paas: “ In meer dan een millennium werd Europa christelijk en het werd seculier in minder dan een eeuw.”

Toch is er geen reden tot wanhoop of somberheid. Als we goed om ons heen kijken dan is onze cultuur minder seculier en meer christelijk dan we op het eerste gezicht denken. Heel de burgerlijke moraal is schatplichtig aan het christelijk denken. Het begrip naastenliefde is geen privilege van christenen. Is het dan wel waar wat Titus in 1932 zei: “de nood aan een goed Godsbegrip is groter dan alle materiele noden?”

De crisis in het vanzelfsprekend Godsgeloof hangt samen met de ontwikkeling van de natuurwetenschappen, de ontdekking van andere religies en culturen, met de ander beleving van tijd en ruimte. Veronderstel dat het je voelen vallen in een oneindig zwart gat jouw eeuwigheid is. Wat een verschrikking! Dan is er nog de strijd tussen evolutionisten en creationisten met als tussenpositie de Intelligente ontwerper van een plan.

Meer nog hangt de crisis samen met de ervaring van het kwaad. Hoe kan een mens 6 miljoen mensen vermoorden in Auschwitz? Hitler, Stalin, Mao, Pol Pot. Is er geen God om deze mensen tegen te houden? Blijkbaar niet.

De Korte haalt Leo Vroman aan: “Snik maar, want van hier tot God, snikt om ons lot niemand, niemand.” Waar is God in het grote wereldleed en in het leed dat mensen treft zoals een jonge terminale moeder die weet dat zij haar kinderen achterlaat.

De diepte van de crisis rond het geloof in God op existentieel en intellectueel niveau moeten we als geloofsgemeenschap onder ogen zien. We mogen er niet voor weg lopen en nog minder ontkennen.  Als mensen problemen hebben met de Godsvraag kan het nog best zijn dat ze de waarden, deugden en normen van de christelijke traditie belangrijk vinden. Geloof is toch ergens goed voor! Maar dat vindt de bisschop te weinig, want het eigene van het geloof is toch een relatie met God en een biddende omgang met God!

De eerste opdracht van de christelijke gemeenschap was en is het geheim van God ter sprake te brengen in de samenleving van vandaag. Een bisschop behoort te verkondigen en te getuigen. De kerk mag zich niet isoleren van de wereld die immers de wereld van God is. De kerk kan zich ook niet aanpassen aan de seculiere stromingen want dan wordt zij het evangelie ontrouw. Wie met de tijdgeest huwt is snel weduwnaar, zegt de Korte. Meegaan met de algemene stroom lijkt mooi maar is een verloochening van Gods werkzaamheid in deze wereld.

Fundamenteel zegt de bisschop is deze overtuiging:  Spreken over God vanuit onze menselijke kant brengt ons nooit bij een God tot wie wij kunnen bidden en met wie wij een relatie kunnen aangaan. God heeft ons als eerste gezocht en lief gehad. Nog voor wij de vraag naar God konden stellen, was Hij al aanwezig .

Misschien het meest op de manier van de Afwezige, als naar Iemand naar wei verlangd wordt. God gaat ons altijd vooruit.  Niet vanuit onze kant is God benaderbaar. Hij komt ons tegemoet in het verhaal van God en mens, in de Bijbel.

Krachtig stelt de bisschop: de kerk heeft de opdracht om de God van Israël ter sprake te brengen. God heeft dit volk uitverkoren. Op het hoogtepunt van de tijd is deze God van Israël zichtbaar geworden in de joodse mens Jezus die wij als Christus belijden. Het is de opdracht van de kerk mensen te helpen in de kracht van Gods Geest Christus te ontmoeten en via Hem de Vader. Incarnatie en Triniteit vormen het spirituele hart van het geloof van de katholieke christen.

De bisschop zelf zegt: “hiermee leg in mijn kaarten op tafel”.

De vraag naar God kan alleen maar vanuit de Bijbel beantwoord worden.
In de kerk dient de spiritualiteit van de Triniteit centraal te staan.

Wij leven vanuit de relatie met de God van Schepping en Verbond die in Jezus Christus aan onze geschiedenis deel heeft en deel neemt en die tot de dag van vandaag zijn goede Geest uitzendt.

Wat houdt dan die relatie in? Wat bewerkt die relatie in mij?

Het gaat om een transformatie, om omvorming in Christus.

Met Paulus: Niet ik leef, Christus leeft in mij.

Dit is het kloppende hart van het klassieke katholicisme.

Daar wil Gerard de Korte voor gaan en staan. Het gaat hem om vriendschap met God in Christus, een vriendschap die ons brengt bij de imitatio Christi. Het beroemde traktaat van Thomas van Kempen. De Nederlandse Vroomheid van de Moderne Devotie werkt door, naar de overtuiging van Titus en van Gerard de Korte.

Ons Godsbegrip zegt de bisschop kan alleen maar Bijbels geworteld zijn. Vanuit de Bijbel leren we dat relatie met God Gods initiatief is en dat ons antwoord een biddend en een ons leven veranderend antwoord kan zijn. Het Bijbels Godsbegrip brengt ons tot Omvorming in Christus.

De Bijbel helpt ons over God te spreken, maar leert ons ook over God te zwijgen. Gods onbereikbare heiligheid houdt ons verlangen naar Hem gaande. De waarheid omtrent God kunnen we ons niet toe-eigenen, maar wordt ons geschonken als genade. Godskennis komt voort uit ons verlangen naar God èn uit Gods genadige schenking van zich zelf in ons hart. Let wel: niet in ons verstand, maar in ons hart.

De bisschop constateert dat de vraag naar God in deze tijd misschien dan wel fundamenteel beantwoord is, maar dat die God van de Bijbel zeer zeker niet door alle gelovigen beaamd, bevestig en beleefd wordt. De vraag naar God blijft een aangevochten vraag. Daar moet ook binnen de kerk ruimte voor zijn en eerbied voor de mensen die zich de vraag naar God en naar het Godsbegrip blijven stellen.

Als katholiek bisschop pleit de Korte voor enkele dimensie die we in de volkskerk van vroeger tegen kwamen:

De kerk moet open staan voor religieus voelende en zoekende mensen.

Participatie aan het geloofsleven kent gradaties. Van meelopers en meelifters tot overtuigde en getuigende gelovigen.

Alle gedoopte zijn in Gods hand, ook al merken WIJ weinig van hun doopsel. Wij weten niet hoe Gods genade in mensen werk.

Mensen zijn meer van God dan van zichzelf.

Daarnaast zal de kerk de band met de wereld nooit mogen opgeven: Het ware, het goede en het schone buiten de kerk mag gezien worden als het wek van Gods Geest. Ook al weet de seculiere wereld dat niet, vanuit geloof bekeken, leeft de wereld vanuit God en naar God toe. God is haar oorsprong en bestemming.

De bisschop wijst er op dat de pausen Benedictus en Franciscus vurige pleitbezorgers zijn van een christelijk humanisme als bron van genezing voor de vele wonden in de geschonden wereld van vandaag. In deze traditie wil bisschop de Korte staan en ons laten delen :  – in zijn ernst met de Godsvraag,  – in zijn bijbels Godsgeloof, – in zijn relationeel Gods begrip – ,in zijn vriendschap met God in Christus.

Deze bisschop zal in staat zijn ons dichter bij God in Christus te brengen.