Overweging van zondag 9-10-2016 door p. Tom Buitendijk

 

Inleiding.

Van harte welkom in deze viering. “ Iemand wegzetten ”of “ iemand uitsluiten|” zijn woorden die je tegenwoordig vaak hoort. Je weet dat dat niet mag en je wilt er niet een mee doen. Maar toch….. Het is moeilijk mensen die aan de randen van de samenleving staan uit te nodigen met ons mee te gaan doen. Dan moet je een stap naar de ander zetten. Laten we nooit vergeten dat God een eerste stap naar ons toe zet en dat wij mogen leven vanuit zijn leven gevende liefde. Worden we stil en bidden we om ontferming.

 

Openingsgebed

Barmhartige God, wij danken U voor de liefde waardoor u ons tot leven roept. Wij danken u voor Jezus van Nazareth die ons uw barmhartigheid op menselijke wijze heeft voorgeleefd. Dat wij in zijn Geest elkaar aanvaarden en niemand uitsluiten. Help ons iedere mens – hoe geschonden ook – tegemoet te treden als medemens.
Dit vragen wij U door Christus onze Heer. Amen.

 

 

Overweging

Ik wou beginnen met een gebeurtenis  uit 1220 die in 1246 is opgeschreven.  Dat is dus 770 jaar geleden. Deze gebeurtenis is nog actueel. Zijn biograaf schrijft:
“Franciscus reed op zijn paard in de buurt van Assisi en kwam een melaatse tegen. Gewoonlijk deed het zien van melaatsen hem huiveren en vluchtte hij vol afkeer van hen weg. Daarom moest hij zich geweld aan doen, maar liet zich niet afschrikken.Hij gleed van zijn paard. Gaf een geldstuk aan de melaatse en kuste hem de hand. Daarop omhelsde de melaatse hem en gaf aan Franciscus de vredeskus”.
Twee jaar geleden reed paus Franciscus in zijn pausmobiel over het Sint Pietersplein. Hij zag een man met een gezicht vol gezwellen. Hij liet de auto stoppen. Kuste de man op zijn getekend voorhoofd. De man sloeg zijn arm om de paus heen.
De ridder Franciscus en de paus Franciscus moesten beiden zichzelf overwinnen om hun handen uit te strekken en om de geschonden mensen te kussen. Beiden moesten zich laten welgevallen dat de ander hen beetpakten. Ook prinses Diana van Engeland reikte ooit een Aidspatiënt de hand. Iets wat niemand toen durfde.
Meer nog dan aids in onze dagen boezemde in Jezus’ tijd en de middeleeuwen melaatsheid afschuw en angst in. Men wist geen ander middel te bedenken dan de zieken uit de samenleving te sluiten. Door hen te verwijderen.Melaats worden betekende tot de levende doden gerekend gaan worden.Franciscus koos er op zijn bedeltochten in Italië voor om zich onder de melaatsen te begeven, voor hen te gaan zorgen, met hen contact te onderhouden. Hij zei op zijn sterfbed: “ de omgang met melaatsen heeft mij opnieuw geboren doen worden als een mens die barmhartigheid ervaren heeft.”
De melaatsheid waar de Bijbel over spreekt is een verzamelnaam voor allerlei huidziekten die misschien nu te genezen zijn. Maar wie getroffen werd door deze besmettelijke kwaal, kwam wel buiten het gewone leven te staan. Je werd verwijderd uit de sociale en religieuze samenleving. Dus: niet alleen geïsoleerd van de zorg van mensen, maar ook geïsoleerd van de liefde van God. Ziekte werd in die tijd gezien als straf van God. Ook nu nog vragen mensen met een kwaal zich af: waar heb ik het aan verdiend? Ook al weten we dat het geen straf van God is, toch zoeken we naar een reden. Het valt niet mee om ziekte zomaar te aanvaarden als uitdrukking van de kwetsbaarheid van ons bestaan. Melaatsen werden de eeuwen door naar de randen van de samenleving gebannen. Ze waren verplicht om mensen die toevallig bij hen in de buurt kwamen te waarschuwen. Ze moesten roepen: ”Onrein, onrein, onrein”. Iemand die hen eten wilde geven moest het voedsel op de grond zetten en dan weglopen. Wie een melaatse aanraakte werd ook zelf onrein. Onrein betekent niet vies en vuil. Onrein betekent: niet meer geschikt om deel te nemen aan het religieuze en sociale leven.  “O”, zei een slimme jongen, “als je onrein bent mag je niet meer naar de kerk toe. Dat is leuk.” “ Klopt ”, antwoordde ik, “maar dan mag je ook niet gaan voetballen”.
Niet meer mee mogen doen betekent dat je aan de aan de rand, aan de onderkant van de maatschappij leeft. Eigenlijk ben je maatschappelijk dood verklaard. Melaatsen zijn levende doden. Ook in medische zin: je bent niet ten dode toe ziek maar je gezondheid is wel aangetast zodat je geen gaaf mens meer bent.
Lucas vertelt ons van de ontmoeting van Jezus met tien melaatsen. Het is een heel bijzonder verhaal. De melaatsen roepen niet zoals het moet: “onrein, onrein”. Ze roepen: “Jezus, ontferm u over ons. Wees barmhartig. Zie ons staan. Laat ons mee doen.” Ze vragen niet om genezing van hun kwaal. Ze vragen om er bij te mogen horen. Bij de mensen en in Gods liefde. Jezus ziet hen aan en zegt: “ Ga u laten zien aan de priesters. Doe wat de religieuze leiders van je vragen”. Het is een enorm vertrouwen in Jezus’ woord dat ze naar Jeruzalem gaan. Ze gaan om van levende doden weer levende mensen te worden Mensen in het volle leven van alledag. Gaandeweg worden ze alle tien genezen. Ze mogen alle tien straks mee doen aan het sociale leven en zijn ook weer welkom in de eredienst van de tempel, welkom bij God.
Onder de tien melaatsen is er één bijzonder: hij is een Samaritaan, iemand die voor joodse leiders altijd al een randfiguur is. Maar juist déze man ziet in Jezus Gods barmhartige liefde. Hij dankt en verheerlijkt God omdat hij Jezus mocht ontmoeten. De andere negen zullen Jezus heus wel dankbaar zijn geweest, maar ze keren terug naar het oude sociale en religieuze leven waarin melaatsen hardvochtig worden buitengesloten. De negen vergeten dat Jezus hen met liefde en medelijden aan zag. Ze vergeten dat Jezus het niet kon aanzien dat zijn werden buitengesloten. Ze vergeten dat Jezus hen op een nieuwe weg in het leven gezet heeft.  Alleen de vreemdeling ziet dat in Jezus God zelf ons aankijkt met zorgzame en vriendelijke liefde. Voor God telt iedereen mee. God sluit niemand uit.
Melaatsheid komt als ziekte in Nederland niet meer voor. Maar wel worden er mensen als melaatsen gemeden. Wel worden er mensen naar de rand van de samenleving geduwd. Kwetsbare mensen hebben vaak het gevoel niet mee te mogen doen met de samenleving. Te oud en dus te duur. Te gebrekkig en dus niet nuttig. Te vreemd en dus hier niet welkom. Te weinig opgeleid en dus geen werk. Te arm en dus waardeloos. Creëren we zo niet onze eigen melaatsenkolonies? Buurten waar zij niet uit mogen en waar wij niet in gaan. Op de afdeling personeelszaken worden sollicitatiebrieven gesorteerd op postcode. Brieven met postcode zoveel en zoveel worden opzij gelegd en niet eens open gemaakt. U dacht dat melaatsheid verdwenen was?
Wij die Jezus ontmoet hebben, kunnen wij nog mee doen met een samenleving die groepen mensen weg zet? Wij zijn toch geroepen met Jezus mee kijken met ogen vol barmhartigheid! Zouden ook wij met Franciscus van Assisi en met paus Franciscus de randfiguren de hand kunnen reiken en zeggen: “voor God tel jij mee. Ik aanvaard jou in Zijn Naam als mijn zus en broer?” Het kost mij en iedereen, denk ik, moeite zichzelf te overwinnen en de ander de hand te reiken. Het kost altijd moeite.

Maar het kan wel. Amen.

Voorbede

Pastor: Bidden wij tot God wiens hart openstaat voor de noden en verlangens van ieder mensenkind.

Lector

Bidden wij voor de kerk en voor onze parochie. Dat wij door ons geloof geleid, bijdragen aan een samenleving voor alle mensen. Help ons in iedere mens een medemens te zien en niemand uit te sluiten uit de gemeenschap.

S T I L T E  Laat ons bidden .

 

Lector

Bidden wij voor de samenleving van ons land en voor onze stad Oss. Dat wij in Jezus’ Geest de hand reiken aan mensen die aan de rand staan. Help ons eerbied en mededogen te hebben met mensen  die door ouderdom of ziekte niet meer vol op mee kunnen doen. Help ons gastvrij te zijn voor vreemdelingen en vluchtelingen die een nieuwe toekomst willen opbouwen in ons midden.

S T I L T E  Laat ons bidden .

Lector

Bidden wij voor mensen die zich in de steek gelaten en miskend voelen. Voor de mensen die baanloos zijn geraakt. Voor de mensen eenzaam en bedroefd door het leven gaan. Dat wij hen de hand reiken en laten weten dat zij zich bij ons thuis mogen voelen.

S T I L T E  Laat ons bidden .

 

Pastor

Barmhartige God, uw liefde omvat ieder mens en  niemand valt buiten uw liefde. Help ons in de naam van Jezus elkaar te aanvaarden,  elkaar de hand te reiken. Genees onze samenleving van de wonden die wij elkaar toebrengen en geef ons de moed in vrede met iedereen te leven. Dit bidden wij u op voorspraak van Titus Brandsma door Christus onze Heer.

 

Gebed over de gaven

Barmhartige God, verzameld aan uw tafel ontmoeten wij elkaar als zussen en broers. Door de kracht van de liefde helpt u ons afstanden te overbruggen. Maak ons een van hart en een van geest om een samenleving op te bouwen waarin brood en vrede is voor iedere mens met wie wij deze wereld bewonen. Dit vragen wij U door Christus onze Heer. Amen.

 

Slotgebed

Barmhartige God, mogen wij door deze viering gesterkt worden om mensen in nood de hand te reiken. Mogen wij door daden van liefde van uw goedheid getuigen en zo in deze wereld uw Rijk van Vrede opbouwen. Help ons onszelf te overwinnen en naar de ander toe te gaan. Schenk ons de ruimhartige geest van Jezus.

Dit vragen wij U door Christus onze Heer. Amen.

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s