Overweging van zondag 13-11-2016 door pastor Leon Teubner

Wij bouwen tempels en kerken om God dichtbij ons te weten. Om een plaats voor Hem te maken waarheen wij kunnen gaan om Hem te bezoeken en om Hem te danken of om dingen te vragen waar wij nood bij hebben. De plaatsen die wij maken om door God te laten bewonen, proberen wij zo mooi mogelijk te maken. Niet alleen met kunstzinnige uitingen zoals deze lezenaar, of die prachtige nis van mozaïek met het tabernakel achter mij, maar ook met onze goede intenties en vaste voornemens.
Toch, zegt de blijde boodschap ons, ondanks al dat uiterlijke en innerlijke goed en moois, zal er van onze tempels en kerken niets overblijven. We hoorden:

Er zal een tijd komen dat er geen steen van op de andere zal blijven staan 

En ook van al het andere wat wij zo mooi proberen te maken, de natuur, ons land en onze relaties, daarvan zegt Jezus dat alles vergankelijk is, dat waar wij zoveel energie in steken. Er zullen aardbevingen zijn die onze plaatselijke wereld verwoesten, ziekte en hongersnood die dood en verderf zullen zaaien, oorlogen en onlusten die de volken ten dode toe verdelen, en verraad in de relaties door hen die ons zo dierbaar zijn. Maar al die beelden die voor ons het einde lijken te zijn, blijken echter het einde helemaal niet te zijn, want:

Dit alles moet gebeuren, maar terstond is niet het einde. 

Dat klinkt raadselachtig: terstond is niet het einde. Het woordje ‘terstond’ heeft bij Lucas een heel bepaalde betekenis. Met dit woordje geeft hij aan dat het God is die aan het werk is. God is erbij, waar onze eigen werelden zullen vergaan. Want overal waar God verdwijnt , waar de mens Hem geen ruimte meer biedt, daar zal God weer plaats maken voor zichzelf. Dit alles moet dus wel gebeuren, weet Jezus, want wij mensen kunnen het niet laten om God te willen zijn. Wij kunnen het niet laten Hem buiten de deur te zetten. om zelf autonoom en soeverein het leven te bezitten en volgens onze eigen logica vorm te geven.
Wij verdragen het eigenlijk niet dat wij vergankelijk zijn en afhankelijk zijn van Hem die ons zijn leven geeft. En dus bouwen wij een mooie plaats voor Hem, en bergen Hem veilig op in een boek en in een tabernakel. Maar God laat zich niet door ons opbergen en zoekt ons steeds weer op, elke dag weer, want Hij verlangt in ieder van ons tot gestalte te komen. En ook wijzelf verlangen ergens vurig naar zijn komst, want wij blijven met ons eigenmachtige en eigenwillige leven onvoldaan en onvervuld, omdat het onvolmaakt blijft. Dat is een spanning die wij niet kunnen opheffen in een leven lang moeten ondergaan: aan de ene kant onafhankelijk willen zijn als God en aan de andere kant het gegeven dat wij niet God zijn. Paulus beschreef die onoplosbare spanning als volgt: De hele schepping kreunt en lijdt barensweeën, altijd door. Toch zij is niet zonder hoop, want ook de schepping zal verlost worden uit de slavernij van de vergankelijkheid. En ook wijzelf, ook wij zuchten over ons eigen lot, zolang wij nog wachten op onze aanneming tot kinderen, op de verlossing van ons lichaam. In deze hoop zijn wij gered. Al die beelden van ontwrichting en verwoesting van vandaag blijken niet over het absolute einde van de wereld te gaan. Ze gaan over het einde van een tijdperk, maar niet over het einde der tijden. Ze gaan over het einde van óns tijdperk.Het tijdperk dat wijzelf regeren over ons bestaan, het tijdperk waarin wijzelf het centrum zijn van ons leven. Het verhaal vertelt dus eigenlijk een blijde boodschap, nl.: dat God niet opgeborgen wil zijn in boeken en kerken en religies, maar dat Hij in relatie wil staan met ieder van ons. Hij wil geen stenen gebouwen maar lichamen en harten bewonen. In ieder van ons wil Hij wonen en aan het licht komen. Maar dat zal ten koste gaan van onze maaksels en bouwwerken, materieel en geestelijk, ook de meest verheven en heilige. Maak je dan geen zorgen, zegt Jezus, als dit gebeurt, want dit alles móet gebeuren, omwille van jouzelf en van mijn menswording in jou.
Verdedig jezelf daartegen dan niet, opdat Ik in jou tot gestalte kan komen. Vertrouw je dan toe aan Mij – Ik zal er zijn.
Durven wij Gods zoeken naar ons te herkennen, daar waar onze eigen wereldjes vergaan? Daar waar in het klein gebeurt wat vandaag uitvergroot tot ons komt?
Durven wij ons aan God toe te vertrouwen gedurende een crisis in onze relaties, een crisis op het werk, een crisis in de kerk, een crisis tussen landen en volken?  Durven wij ons dan toe te vertrouwen aan Hem die beloofd heeft:
Ik ben met je – altijd al?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s