Overweging van zondag 12-2-2017 door pastor Leon Teubner

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Ik zeg jullie: als jullie bewarende omgang niet meer is dan die van de schriftgeleerden en Farizeeën, zul je zeker niet binnengaan in het Rijk der hemelen. Jezus spreekt in de Bergrede als een wijsheidsleraar, en niet als een rechter die komt om te oordelen. Als leraar spreekt hij persoonlijk en authentiek. Hij praat niemand na, verkondigt ook geen algemene mening.
Hij zegt:           Jullie hebben gehoord, er is gezegd: … maar ik zeg jullie Net als zijn toehoorders kent Jezus de Tora, het OT. Daarin sluit God een liefdesverbond met zijn volk. Een verbond met aanwijzingen die het leven mogelijk maken en aangeven hoe je vruchtbaar met God en met elkaar kunt leven. Een verbond vraagt om wederkerigheid. Dit is wat er van de kant van de mens gevraagd wordt:
Hoor Israel, …. en je zult God gaan beminnen met heel je hart en je ziel en je verstand, en je naaste als jezelf. 

Gods woord horen doet je de ander en jezelf gaan beminnen. Jezus heeft deze liefdeswijzing van de Tora gehoord en deze is zo door Hem heengegaan dat het zijn vlees en bloed is gewordenHij werd het levende liefdesverbond van zijn Vader. Hij heeft met de ogen van God gekeken naar zichzelf en naar zijn naasten. En ook naar de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Vanuit zijn observaties leert Hij nu zijn leerlingen, hoe ook zij trouw kunnen blijven aan dit liefdesverbond. Of, in zijn woorden: welke de weg van bewaring is, die God met zijn mensen wil gaan. Hij zegt tegen ons leerlingen: Als jullie bewarende omgang met de mensen en de dingen niet meer is dan die van de schriftgeleerden en Farizeeën, dan zul je niet binnen kunnen gaan in het Rijk der hemelen.
Het rijk der hemelen staat voor de aanwezigheid van Godeen aanwezigheid die ons gidst in ons dagelijks leven. Het verlangen van God is het dat wij bewarend leven zoals Hij, dat wij bewarend omgaan met elkaar en met al wat is. In het woord bewaring zitten twee grondbetekenissen.  Enerzijds betekent  bewarend leven dat we zo omgaan met de mensen en de dingen dat zij behoed en bewaard worden voor bederf. Anderzijds heeft bewaring ook de betekenis van iets of iemand tot zijn waarheid komen laten. Iemand zo bejegenen, dat deze groeien kan in wie hij of zij wezenlijk van God uit bedoeld is. Dat vinden we terug in alle voorbeelden die Jezus ons vandaag voorschotelt. Voorbeelden uit het dagelijks leven die wij allemaal kennen, waar wij allemaal wel mee eens te maken hebben of ooit mee te maken hebben gehad.
Er is gezegd: Gij zult niet doden. Maar Ik zeg u: Al wie blijft toornen op zijn broeder of zuster, zal strafbaar zijn voor het gerecht. Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult geen echtbreuk plegen. Maar Ik zeg u: Alwie naar een vrouw blijft kijken om haar te begeren, heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd. Eveneens hebt gij gehoord, dat gezegd is: Gij zult geen valse eed doen, maar gij zult voor de Heer uw eden houden. Maar Ik zeg u in het geheel niet te zweren.
Wat opvalt is dat al de voorbeelden die Jezus geeft uit de relationele sfeer komen, een sfeer die van God uit getekend wil zijn door bewaring, omdat Hijzelf bewarend omgaat met zijn mensen. Het gaat om de relatie van broeders en zusters onderling, waarin het leven van de ander behoed zal worden door het wezen van elkaar tot waarheid te brengen, in plaats van dat het aan te tasten met een volgehouden toorn. Het gaat om de relatie tussen man en vrouw, waarin de groei van beide tot gelijkenis met God centraal staat. In plaats van deze relatie aan te tasten met een volgehouden begeerte die gericht is op eigen vervulling. En het gaat ook om de relatie tussen ik en mijn ziel, waarin mijn eigen spreken waar en authentiek zal zijn; een spreken dat niet opgehangen wordt aan een ander buiten mijzelf. op wie ik met een eed een beroep doe.
Jezus zegt ons vandaag: als jullie bewarende omgang niet méér is dan die van de schriftgeleerden en Farizeeën, dan zul je niet binnen kunnen gaan in het Rijk der hemelen. Bewarend leven is minimaal de ander niet doden. Méér doen dan dat is: niet blijvend te toornen op je naaste, want dat benauwt en beneemt de ander al het leven dat hem of haar van God uit gegeven wordt. Bewarend leven is minimaal geen overspel plegen. Méér doen dan dat is: ook niet durend een ander begeren voor je eigen vervulling – hetzij binnen, hetzij buiten je relatie. Want dat vernietigt het liefdesverbond wat je met een ander van God uit bent aangegaan. Bewarend leven is minimaal: geen valse eed afleggen. Méér doen dan dat is: helemaal geen eed afleggen. Want dat ontkracht je eigen waarachtig en authentiek spreken.
Als we kijken naar de bewarende omgang met onszelf en met elkaar, dan lijkt het heel moeilijk om Gods koninkrijk binnen te gaan. Dat is ook zo, als we bewarend proberen te leven uit eigen kracht alleen – ook Jezus kon dat niet. Hij zegt immers in deze zelfde Bergrede: ‘Noem mij niet goed, alleen God is goed.’ Daarmee raadt Hij ieder van ons aan: doe als ik – vertrouw je toe aan mijn Vader die ook jullie Vader is. In jouw toevertrouwen zal Hij bewarend aan het licht komen. Beweeg met Hem mee waar hij jou beweegt om bewarend om te gaan met Hem, met je naaste en met jezelf. Dan zal zijn heerschappij gestalte krijgen in ons leven met elkaar en treden wij allen samen binnen in zijn koninkrijk.

Advertenties

Overweging van zondag 5-2-2017 door p. Tom Buitendijk

Van harte welkom in deze viering.

Toen u het plein op liep zag u de vlag van de actie kerkbalans. En hier bij de piano hangt ook weer zo’n doek met kerkbalansactie er op. Ik ga het niet ontkennen: de kerkbalansactie is – financieel gezien – van levensbelang voor de kerk. Het gaat dus om de centen. We hebben in 2016 € 11.000 minder binnen gekregen dan in 2015. Meer ga ik er niet over zeggen. Maar de kerk is veel meer dan een centenkwestie. De kerk heeft – met de woorden van Jezus-  de functie om zout en licht te zijn in de samenleving van vandaag. Dat kan Jezus nu wel mooi zeggen, maar vinden wij dat ook?  Willen we bidden zingen om ontferming.

 

Openingsgebed

Goede God,  U roept ons op om ons geloof te beleven in het leven van alledag. Mogen wij door onze daden uw liefde uitstralen zodat door ons ook andere mensen uw goedheid leren kennen.

Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Gebed over de gaven

Goede God, verzameld rond uw tafel bidden wij om kracht om in het dagelijkse leven  uw wil te doen. Geef ons de moed om in gerechtigheid en dienstbaarheid te leven. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Slotgebed

Goede God,  door deze viering zijn wij ons meer bewust van onze roeping in de wereld. Help ons onze opdracht met vreugde te vervullen zodat de samenleving hartelijker, vriendelijker en menselijker wordt. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

Overweging
Ruim vijf miljoen Nederlanders zijn gedoopt. Dat is minder dan een derde van de bevolking. Vijf procent – vijftigduizend – bezoekt min of meer regelmatig een kerkdienst. Katholiek of protestants.

In het bisdom Den Bosch wonen 400.000 gedoopte katholieken. 25.000 gelovigen – ruim zes procent – bezoeken de zondagse vieringen. Dat zijn meestal ouderen. Deze 25.000 ouderen hebben de ontzettend grote opdracht om de boodschap van het evangelie te beleven in en voor te leven aan de samenleving van stad en land.  Dat zijn wat cijfers. Maar nu vraag ik u om uw fantasie te laten werken. Laten we samen eens een gedachtesprong maken. Hoe zou de stad Oss er uit zien als er geen kerken waren?  Wat zou de samenleving missen als die kleiner worden gemeenschappen van biddende en van dienende mensen ophoudt?  Wat zou er gebeuren als op de zondagen het evangelie niet meer wordt verkondigd en uitgelegd voor mensen van vandaag? Wat zou er gebeuren als we niet meer als zussen en broers aan tafel het Brood van Jezus ontvangen en rond Hem de nieuwe wereld van vrede en gerechtigheid gestalte geven? Maakt het verschil in de samenleving of er kerken in de steden en dorpen zijn of maakt dat niets uit? Dienen wij als geloofsgemeenschap nog ergens toe of hadden we er net zo goed niet kunnen zijn? Waarom zijn wij vanmorgen hier om samen kerk te zijn en om straks als gezonden en gezegende mensen de maatschappij in te gaan? Veel moderne mensen willen ons doen geloven dat geloof een privé zaak is, dat geloven achterhaald is, dat geloof en kerk geen plek hebben in het openbare leven. Als wij als gelovige mensen in onze schulp kruipen dan hebben deze mensen gelijk. Als wij als gelovigen de moed hebben om te zijn wie we zijn, dan bewijzen wij het ongelijk van deze mensen. Als we zijn wie we zijn……

Vandaag hoorden we Jezus tegen zijn leerlingen dus ook tegen ons zeggen:  “ jullie zijn het licht der wereld; jullie zijn het zout de aarde”. “Jullie geven aan waar het naar toe moet met deze wereld; jullie zijn de smaakmakers en de geestelijke krachten van de samenleving”. Let op: hij zegt niet jullie mòeten het zijn. Jullie zijn het al. Zoals je nu bent! Jezus zegt dat niet tegen een groep gelukkige, tevreden en welvarende mensen. Hij zegt het tegen armen, tegen hongerige en dorstige mensen, tegen treurende en rouwende mensen, tegen mensen die vervolgd worden omdat zij integer en recht door zee zijn. Hij zegt het tegen al die mensen die hij zalig en gelukkig noemt, omdat zij op de goede weg zijn. De goede weg is de weg naar een samenleving waarin iedereen geteld wordt, waarin oog en oor is voor het hulpgeroep van de armen, waarin aandacht en omzien naar is voor hoogbejaarden en kwetsbare mensen, waarin veiligheid is en gastvrijheid voor mensen die van huis en haard verjaagd worden. “ Jullie, ja jullie kleine mensen die bescheiden leven en die zonder ophef van woorden doen wat gedaan moet worden, jullie zijn het zout der aarde en het licht der wereld”.

Dus: die 25.000 mensen in het bisdom den Bosch; de 200 mensen in de Titus Brandsmaparochie, zijn licht en zout. Als we samen kerk zijn, dan zijn we het al!

Zijn wij “licht”? Wij zeggen: de dag begint ’s morgens en eindigt in de avond. De Bijbel zegt het anders: het werd avond en het werd morgen. Het licht volgt op de duisternis. Wij laten het duister achter ons en leven naar het licht toe. Door naar het licht toe te leven brengen we mensen aan het licht. We zien mensen staan in het groeiende licht: de zieken die we bezoeken, de eenzamen die we bemoedigen, de baanlozen met wie wij meeleven. Het is belangrijk dat wij elkaar lichtdrager blijven noemen en dat wij het licht van Christus dat ons met het doopsel gegeven is, fier en zelfbewust blijven uitdragen. Juist nu de wereld verduisterd wordt door dreigend geweld, door oorlog en ellende, door gebrek aan verantwoordelijke leiders is het belangrijk je oog te richten op Christus, Licht der wereld en te weten dat wij naar hem genoemd zijn: christen, vredebrenger en lichtdrager. Wij zijn het licht!
Zijn wij het zout? Zout heeft zoals u weet, twee functies. Behoeden tegen bederf en smaakmaker. Wij behoeden de wereld voor bederf door telkens te wijzen waar het wezenlijk om gaat. Politiek gaat niet om eigen groepsbelang maar dient het algemeen belang. Economie gaat niet over het vergroten van winst maar over eerlijk delen. De zorg gaat niet over bezuiniging maar over het bevorderen van de kwaliteit van leven. Zout kan een reinigende werking hebben – hoe pijnlijk ook. Zout is ook een smaakmaker. Door milde en barmhartige mensen te zijn brengen wij iets van zachtmoedigheid in de samenleving. Door op te komen voor gerechtigheid en door solidariteit met mensen die in de knel zijn geraakt, brengen wij iets van onkreukbaarheid. Anderen wéten aan ons wat christenen voor samenleving voor ogen hebben. Een wereld waarin Gods menslievendheid zichtbaar kan worden.

Wij met die paar honderd betrokken christenen in Oss zijn zout in deze wereld! Jezus kan ons nu wel mooi zout en licht noemen, maar zien we het zelf ook zo?  Het is niet alleen uit bescheidenheid dat we er moeite mee hebben. Ongemerkt wordt er veel van je gevraagd. Als christen moet je bewust leven, soms tegen de gangbare meningen in gaan, vaak tegen de stroom in zwemmen, soms daden doen waartoe niemand je verplichten kan, maar die voor een ander heilzaam zijn. Als christen sta je op wacht om de medemenselijkheid in de samenleving te behoeden en te beschermen. Als christen voorkom je dat mensen de weg naar het licht niet meer zien en ten dode verdwalen. Geloof je van je zelf dat je zout en licht bent?

Een meisje van vijftien jaar, een havoleerling schreef : “Jij bent het zout der aarde….

Misschien ben je maar één korrel, maar ook die proef je!” Jij bent het licht der wereld…..

Misschien ben je maar veertig watt maar ook dat verlicht de kamer. Jij bent de stad op de berg ….

Nou, misschien ben je maar één huis, maar ook uit dat huis straalt de vriendelijkheid uit de vensters!

 

 

Pastor

Bidden wij tot de hemelse Vader, die de verlangens en vragen van ons hart kent

nog voor wij ze hebben uitgesproken.
Lector
Wij bidden voor de samenleving. Dat er in ons midden inspirerende mensen opstaan die leiding geven aan het vrijwilligerswerk in straten en buurten. Voor mensen die verantwoordelijkheid op zich nemen om de leefomgeving sociaal te houden. Mogen het zout van hun inspiratie smaak geven

aan de dagelijkse omgang met elkaar.

S T I L T E  Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden voor onszelf als christenen die door Jezus gevraagd zijn lichtend voorbeeld te zijn. Dat wij opkomen voor gerechtigheid voor iedere mens. Dat wij de nood van anderen tot ons toe laten. Mogen wij wegen vinden om op onze wijze dienstbaar te zijn aan elkaars geluk.

S T I L T E  Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden voor onze Titus Brandsmaparochie en de andere kerken in Oss. Dat onze gemeenschappen een stralende uitwerking hebben in het stedelijk leven, Dat mensen aan ons de vreugde en de blijdschap van het evangelie ervaren. Mogen wij door onze vriendelijkheid en zorgzame aandacht een steun zijn voor bedroefden, bron van troost voor onze zieken, bemoediging voor hen die lijden onder pech en tegenslag.

S T I L T E  Laat ons bidden.

 

Pastor

Goede God, beziel ons met uw Geest opdat wij iedere dag ons christen-zijn beleven  als een bijdrage aan de wereld van vandaag.

Door Christus onze Heer.