Overweging van Witte Donderdag door pastor Leon Teubner

We hoorden in de brief van Paulus die bekende woorden die Jezus tot zijn leerlingen sprak bij het laatste avondmaal. Die woorden, die Hij toen tot hen sprak, horen wij nog steeds elke zondag. Wat er bij de consecratie uitgesproken wordt over de gaven die dan op het altaar staan, dat is volgens Augustinus, bisschop en kerkleraar uit de 4e eeuw, een groot geheim.

Zo meteen brengen wij opnieuw onze gaven naar het altaar. Wij zien daar dan met eigen ogen het brood en de beker. Ons geloof, zegt Augustinus, leert ons dan, dat het brood het lichaam van Christus is, en de beker het bloed van Christus.

We kunnen ons de vraag stellen: hoe is dan het brood zijn lichaam, en hoe is de wijn zijn bloed? Hoe vormen zij samen het lichaam van Christus?   Om te begrijpen wat het lichaam van Christus is, moeten we te rade gaan bij de apostel Paulus. In een van zijn andere brieven zegt hij: ‘Jullie zijn het lichaam van Christus en ieder van jullie is een lid van dat lichaam’.

Als wij dus het lichaam van Christus zijn, en ieder van ons een lid is van zijn lichaam, dan ligt met het brood en de wijn ons geheim op de tafel van de Heer, dan ontvangen wij in brood en wijn ons geheim.

Brood wordt niet gemaakt van één, maar van vele graankorrels. Na gemalen te zijn en vermengd met water, zout en gist, worden zij tot één geheel gekneed en gebakken. Ook de wijn wordt gemaakt van vele druiven.
Zoals nu het brood en de wijn gemaakt zijn van vele graankorrels en vele druiven, zo vormen ook wij allen tezamen één lichaam.

Wij zijn het lichaam van Christus en ieder van ons is een lid van dat lichaam. Wat gebeurt er nu als wij brood eten en wijn drinken? Door het brood en de wijn tot ons te nemen, verenigen wij onszelf met het brood en de wijn. Wij worden er één mee.
Voedsel, zoals brood, eten we hap voor hap. Bij het eten ervan, komt het eerst in de mond. Is de smaak goed, dan kauwen we totdat het fijn genoeg is.  We vermengen het met ons speeksel, om het verder naar binnen te laten komen. Het is nog steeds te onderscheiden als brood, ook al is er al een vermenging met onszelf.

Daarna wordt het innerlijk in ons afgebroken, om ten slotte als brood geheel in ons te verdwijnen, om onnavolgbaar ons eigen vlees en bloed te worden. Het brood vormt zich geheimvol om tot onszelf.

Vanuit het brood gezien betekent dit vernietiging: het brood verliest zich in onszelf die het eten. Maar vanuit ons gezien, die het brood eten, verandert het geheimvol in kracht en energie, die het ons mogelijk maakt om ons leven vorm te geven.

Datzelfde nu gebeurt ook met het drinken van de wijn. Dus in het eten en drinken worden wij niet brood en wijn, maar het brood en de wijn worden óns, en wijzelf blijven min of meer dezelfde.

Maar wat gebeurt er nu als wij die woorden van Christus werkelijk tot ons nemen:

DIT IS MIJN LICHAAM, DIT IS MIJN BLOED,

Wat gebeurt er nu als wij zijn woorden werkelijk geloven: dat wij het lichaam van Christus eten en drinken? Bij het woord van Christus gaat het niet als met brood en wijn. Want zijn woorden nemen bezit van ons, i.p.v. wij van hen. Als wij werkelijk horen naar zijn woord, ….. als het laten doordringen tot in ons hart, ….. als wij het daar overwegen en in ons opnemen,… dan horen we niet alleen wát Hij tot ons zegt, maar dan komt Hijzelf op onnavolgbare wijze met zijn woord mee naar binnen, om ons geheimvol om te vormen tot Hemzélf. In tegenstelling tot het brood en de wijn die omgevormd worden wat wijzelf zijn, wil God in zijn zelfgave ons omvormen tot wat Hijzelf is.
In het tot ons nemen brood en de wijn áls lichaam van Christus, komt de Gezalfde zélf mee naar binnen om ons te zalven, en dringt Hij krachtig door tot in ons diepste wezen, om ons te doen groeien in zijn beeld tot zijn gelijkenis,
Nemen wij brood en wijn tot ons áls lichaam van Christus, dan verenigt God zich met ons tot in ons spreken, doen en laten.
Zo heeft Jezus bij het laatste avondmaal een beeld van ons samen gegeven. Hij heeft gewild dat wij als één gemeenschap, als leden van één lichaam met Hem verenigd zouden zijn.
Het is hier op zijn tafel dat Hij Gods zegen afsmeekt over het geheim van onze eenheid met Hem.
Ontvang dus wat je bent, zegt Augustinus en word wat je ontvangt: het lichaam van Christus.

Als wij dan zo meteen ter communie gaan, dan horen wij, als wij het brood ontvangen: ‘Lichaam van Christus’
Als wij dan antwoorden: ‘Amen’, dan zeggen wij vanuit ons geloof: ‘Zo is het’.
Dan beamen wij, dat wij in het ontvangen van zijn lichaam en bloed, met Hem verenigd willen zijn en zijn lichaam willen worden. En daarmee, met zijn lichaam, ontvangen wij het geheim van onze eenheid: zijn vrede. Dat wij zijn vrede ontvangen en delen met elkaar, en met al degenen die ons op onze weg gegeven worden. En zo worden wat wij zijn: lichaam van Christus.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s