Overweging van zondag 28 mei 2017 door p. Tom Buitendijk

Inleidend woord

U allen van harte welkom in deze viering. Het is de zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren in. Een zondag van gebed en overweging. Wat is onze opdracht in de wereld die Jezus ons gaf bij zijn Hemelvaart? Hoe kunnen wij de opdracht volbrengen als de Geest ons niet helpt? Ons bidden is een bidden om de Geest van moed, kracht en geloof. Ons hart en ons gemoed staan niet altijd open voor de Geest van God. In een ogenblik stilte onderzoeken wij ons zelf. Daarna zingen we biddend om ontferming en loven wij God.

 

Overweging

De eerste lezing is als het ware een mededeling. De leerlingen keren na de Hemelvaart terug naar de Bovenzaal. Daar komen zijn samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders. Zij blijven daar samen eensgezind volhardend in gebed. In dat beeld van de Bovenzaal mogen wij het begin van de kerk zien. De kerk die een biddende gemeenschap is. De kerk die met Maria de moeder van Jezus bidt. De kerk die overweegt hoe de opdracht van Jezus waar te gaan maken. De kerk die bidt om de kracht van Geest die hen uit de Bovenzaal uit stuurt de wereld in. De kerk die overweegt uit haar beslotenheid te treden om aan de wereld het Rijk Gods te gaan verkondigen. Deze mededeling is ten diepste een oproep aan ons om vanuit ons gebed ‘s zondags in de kerk / het Rijk Gods in de wereld op te bouwen op de andere dagen. Voordat we erop uit trekken wachten we op de bezielende kracht van de Helper, de Geest. Kerkopbouw – parochieopbouw – samen kerk zijn begint niet met organisatie, maar met gebed. Het gebed is de grondslag van de kerk – een biddende gemeenschap. Op deze zondag wordt ons dat kernachtig in herinnering gebracht. Ons bidden wordt gedragen door het gebed van Jezus zelf. Jezus zit in dezelfde Bovenzaal met zijn leerlingen aan tafel. Hij heeft hen het voorbeeld van de voetwassing gegeven. Zo moet je elkaar liefhebben: in dienstbare liefde.
Jezus is zich bewust van zijn situatie. Judas zal Hem verraden en uitleveren aan zijn tegenstanders. Het uur van Zijn dood is nabij. Jezus is dan drie en dertig jaar. In de kracht van zijn leven. Hij verkondigt het Rijk Gods en maakt het zichtbaar in tekenen: hij geneest een blinde, wekt een dode op, breekt en deelt brood met een grote menigte, wast de voeten van zijn leerlingen en zegt: ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Op het uur van de naderende dood bidt Jezus. Zijn bidden is niet een gebedje doen. Zijn bidden is zijn hart uit spreken. Open leggen voor God wat hem bezield heeft. Zijn gebed is het uitspreken van vertrouwen dat God Hem ook nu niet in de steek zal laten. Zijn gebed is ook: bidden dat zijn leerlingen zijn werk zullen voortzetten. Zijn gebed is dat het Rijk van God dat in Hem begonnen is, zal doorgaan. Jezus bidt dat wij – zijn leerlingen- de Boodschap van Gods liefde handen en voeten geven.
Jezus bidt voor de mensen. Nadrukkelijk zegt Hij: “Ik bid niet voor de wereld”. Dat vinden wij vreemd. Hij is toch gekomen om de wereld te redden! Jezus heeft zijn leerlingen – en dus ook ons – weggeroepen uit de wereld. Wij leven als christenen IN de wereld terwijl wij niet VAN de wereld zijn. Wij behoren niet toe aan de wereld die vijandig staat tegenover God en zijn gebod van liefde. Wij behoren niet toe aan de wereld waarin geld en geweld de dienst uit maken. Wij behoren niet toe aan de wereld van machtsmisbruik en onderdrukking. Wij behoren niet toe aan de wereld van egoïsme, van zelfbehoud en van onverschilligheid voor het lot van andere mensen. De redding van deze wereld die zichzelf ten dode toe opjaagt ligt juist in de doorbraak van een andere wereld: de wereld van God, de wereld van de liefde.
Soms zijn er verschrikkelijke dingen nodig om dat te beseffen. Na de aanslag in Manchester vormden mensen met kaarsjes een hartje op de straat. daarin schreven ze met kleurkrijt: Liefde zal haat overwinnen. Er is een andere wereld mogelijk dan die van aanslagen en terreur. Geloof daar in! Na de aanslag op de bus met Koptische christenen komen de christenen in gebedswaken samen. De martelaren roepen hen op te blijven getuigen dat niet de terroristen het zullen winnen maar de vredebrengers en de zachtmoedigen.
Na een ernstig ongeluk waarin een jongen omkwam, komen zijn familie en vrienden samen. Zij spreken elkaar moed in voor het leven dat komen gaat. De vitaliteit van de jongen leeft nog in hen. Door het verdriet heen is er toekomst.
Na een nare uitslag van de dokter ben je helemaal verslagen en beduusd. Een klap op je kop. Met hulp van anderen kun je je zelf herpakken en zeggen: in leven en in sterven zijn we in Gods hand.
Moeten christenen, moet de kerk dan niet mee haar tijd mee gaan en zich aanpassen aan de wereld? We gààn juist als christenen mee met de tijd als we metterdaad laten zien dat het ànders kan. Tegen alle mensen die denken dat de wereld maakbaar is moeten we volhouden dat de wereld allereerst Gods Schepping is die wij als gave gekregen hebben.
Tegen alle mensen in die praten over zelfbeschikking, zelfredzaamheid, zelfontplooiing en jezelf worden, desnoods en koste van anderen, houden wij vol dat de samenleving een weefsel van betrekkingen is waarin mensen elkaar nodig hebben, voor elkaar broodnodig zijn. Het doorgeschoten individualisme maakt slachtoffers onder mensen die hulp, aandacht en zorg nodig hebben. De kerk staat aan de kant van de mensen waar Jezus voor kwam: de zieken, de kwetsbaren, de niet – getelden.
De redding van de wereld ligt in de bereidheid tot belangeloze liefde.
De moed tot belangeloze liefde hebben we niet vanzelf. Het is menselijk en makkelijk je vrienden en je familie lief te hebben. Dat doet de wereld ook wel. Daarom moeten wij als mensen van de kerk om die belangeloze liefde bidden. Deze liefde is de gave van de Heilige Geest die komen zal om woning te vinden in ons hart.
Bidden wij daarom: “ Kom, Schepper Geest daal tot ons neer, houdt Gij bij ons uw intocht, Heer, vervul ons hart dat U verbeidt, met hemelse barmhartigheid.”

Voorbeden

Pastor

Bidden wij tot God onze vader die ons het eeuwig leven wil schenken.

Lector

Voor de kerk in deze wereld. Dat wij ervoor waken niet van de wereld te worden. Help ons tegen de geest van de tijd in te gaan door te streven naar belangeloze liefde.

S T I L T E  Laat ons bidden.

Lector

Voor hen die verantwoordelijkheid dragen voor ons land.Dat zij het oog gericht houden op heel de samenleving; dat zij ruimhartig zijn voor hen die hulp nodig hebben. Maak ons land leefbaar en bewoonbaar voor iedere mens die hier woont.

S T I L T E  Laat ons bidden.

Lector

Voor kinderen in ons midden. Dat wij hen de weg leren van liefde en de saamhorigheid. Dat zij opgroeien in een samenleving van respect voor een ander, van liefde tot de naaste, van eerbied voor de schepping.

Help ons een goede wereld aan de kinderen over te dragen.

S T I L T E  Laat ons bidden.

Lector

Voor onze parochiegemeenschap bidden wij. Voor de zieken en de bedroefden om aandacht. Voor de vereenzaamden: om een luisterend oor en een vriendelijk woord. Voor een gezin met drie kinderen waarvan de moeder is overleden. Om sterkte in deze moeilijke dagen. Voor onze eigen intenties die wij in stilte noemen:

s t i l t e

Hoor onze gebeden en geef wat goed voor ons is.

S T I L T E  Laat ons bidden.

Pastor

Goede God, zend ons uw Geest om door uw liefde deze wereld om te vormen tot Rijk van God. Dit bidden wij u op voorspraak van Titus Brandsma door Christus onze Heer.

Overweging van Hemelvaart 2017 door p. Tom Buitendijk

Hemelvaart 2017 

Van harte welkom op deze viering van de Hemelvaart van de Heer. Wat voor de leerlingen van Jezus eerst een droevige gebeurtenis schijnt te zijn, is toch een blijde en zinvolle gebeurtenis. Ze zijn verheugd dat de Heer na zijn verrijzenis in hun midden is, maar aangeslagen nu Hij weer weggaat. Maar juist door weg te gaan, kan Hij voor altijd bij ons blijven. Tronend naast de Vader zendt Hij zijn Geest en blijft Hij in ons midden: alle dagen tot aan de voleinding van de wereld. Meestal zijn we ons niet zo bewust dat Jezus midden onder ons. Hij is er ook alleen als wij  leven en handelen in Zij Naam.
Dat is zijn opdracht aan ons.  Maken wij die waar?

Laat ons zingend bidden om ontferming.

Overweging.

Een van de grote problemen in het onderwijs en in de zorgsector is het probleem van de overdracht.  Omdat er zoveel part time banen zijn moet er steeds iets worden overgedragen. Omdat mondelinge overdracht meestal niet mogelijk is, moet dat schriftelijk gebeuren.  Rapportjes maken vreet tijd. Tijd die beter aan de mensen besteed had kunnen worden, wordt dan gezegd. Soms ook worden de rapporten niet goed begrepen.  Daardoor ontstaan er fouten.

Vandaag lezen we twee verhalen waarin Jezus zijn werk overdraagt aan zijn leerlingen.  Begrijpen wij het rapport van Lucas en van Mattheus? Lezen wij het wel goed? Trekken wij er de juiste opdrachten uit voor ons leven?

Voordat Jezus ten hemel wordt opgenomen eet en spreekt Hij met zijn leerlingen. Hij spreekt over het Rijk Gods, over een samenleving waarin Gods wil gedaan wordt, waarin mensen kinderen naar Gods hart zijn. Een samenleving waarin God zich niet hoeft te schamen dat Hij de mensen in het leven geroepen heeft. Hij verwacht van zijn leerlingen dat het Rijk Gods uitgangspunt en doel is van hun leven. Hij verwacht dat dan ook van ons als wij ons zijn leerlingen willen noemen. Ons hart moet allereerst gericht zijn op het Rijk van God. Al het andere zal ons erbij gegeven worden. Is dat bij ons zo, dat de verlangens van ons hart uitgaan naar het komende Koninkrijk?

In ieder geval niet bij de leerlingen aan tafel.  Als Jezus het heeft over het Rijk van God, beginnen zij over het herstel van het koninkrijk van Israël.  De droom dat Israël eens een machtige natie was waar andere volken naar opkeken, waarin zij dan zouden mogen zitten ter rechter- en ter linkerzijde van koning Jezus, waarin zij zouden delen in zijn macht en zijn glorie. Wat ze willen is macht ; waartoe ze geroepen zijn is dienstbaarheid. Jezus corrigeert hen. Jullie zullen met de kracht van de Heilige Geest mijn getuigen worden: wereldwijd.  Jullie zullen de boodschap van het Koninkrijk gestalte moeten geven in een wereld die er niet van weten wil. Jullie zullen de machten die gebaseerd zijn op onderdrukking en geweld ondermijnen door de kracht van de dienende liefde. Als een slaaf die zijn medeslaaf de voeten wast. Na deze woorden wordt Jezus opgenomen in Gods heerlijkheid. Een wolk onttrekt Hem aan hun ogen. Jezus zal de Afwezige in ons midden worden en zo voor altijd bij ons zijn. Als wij macht zoeken te koste van elkaar zal Hij de Afwezige blijven; als wij dienstbaar zijn aan zijn boodschap zal Hij met ons zijn.

In een oud Missaal van de Karmelieten in Krakau is een leuke afbeelding van de Hemelvaart.  Je ziet een kring leerlingen die om een bergtopje heen staan. Ze kijken naar boven. Ondertussen trekken twee engelen hen aan de mouwen. Je hóórt de apostelen zeggen: Nou even niet.  Als je met de leerlingen naar boven kijkt, zie je een wolk. Daar bungelen twee voeten uit. En als je naar beneden kijkt dan zie je twee heldere afdrukken van de voeten in het zand.  Daar moeten de leerlingen naar kijken. Waarom?  Om in zijn voetstappen te treden!

Dat lezen we allemaal bij Lucas. Bij Mattheus lezen we nauwkeuriger wat ons te doen staat.  Er is geen sprake van Hemelvaart zoals bij Lucas. Maar wel van een zendingsbevel en een belofte.
“ Gaat, doopt, leert ”, als jullie dat doen, dan zal ik bij jullie zijn!
Nu zou u kunnen denken: dat is mooi voor de bisschoppen en de pastoors. Dat gaat niet over ons gewone christenen. Ik denk dat het allereerst gaat over Jezus’ volgelingen zoals we àllen willen zijn. Pas als wij àllen die geest van  “ gaan,  dopen, en leren” proberen waar te maken, heb je kans dat er mensen zijn die zeggen: “ik voel mij geroepen daar mijn levenswerk van te maken”.
“Gaan”  : dat is gaan naar die mensen die tekens van Gods liefdevolle nabijheid het meest nodig hebben.  Die mensen vind je meestal niet in je buurt.  Ze leven altijd ergens aan de randen van onze leefwereld: de zieken, de armen, de vluchtelingen, de verwaarloosden.  Het is verduveld moeilijk om een stap naar de ander toe te zetten. Maar als we het doen ervaren we iets van: De Heer is bij ons.
“Dopen”:  dat is je bewust weten dat Gods Naam over je is uitgeroepen en dat God zijn reddende hand naar jou heeft uitgestoken.  Hij heeft je gered uit de wereld van eigenbelang en egoïsme waaraan de wereld dagelijks kapot gaat. Hij heeft je op weg gezet naar het Koninkrijk waarin mensen omzien naar elkaar, elkaar het goede gunnen, in vrede leven en barmhartigheid metterdaad doen.  Als zusters en broeders van Jezus mogen we elkaar herinneren aan de verbondenheid met God.
“Leren”: leren is niet elkaar de maat nemen en zeggen of een ander het goed of fout doet. Leren is samen oefenen om in de samenleving van vandaag tekens op te richten waarin het Rijk Gods zichtbaar wordt.  Inzet in vrijwilligerswerk in parochie en samenleving.  Leren is met elkaar de Schrift lezen in de bijbelgroepen van onze parochie. Leren is ook met elkaar in gesprek gaan over  kerk en samenleving en hoe wij wegen kunnen vinden  om zout en licht te zijn in de wereld.
Waar wij die drieslag “gaan dopen en leren” concreet maken, worden wij wèg geroepen van het verlangen ons eigen rijkje te bouwen en worden wij óp geroepen getuigen te zijn van Jezus die door onze harten en handen het Koninkrijk opbouwt en al doende in ons midden is.

Kan Jezus met een gerust hart Zijn Koninkrijk aan ons over dragen ?

 

Voorbede

 

Pastor

Bidden wij vol vertrouwen tot de Vader in de hemel die Zijn Zoon heeft opgenomen in heerlijkheid.

Lector

Dat wij die uw kerk op aarde zijn, het werk van Jezus voortzetten: gemeenschap stichten waar verdeeldheid is ; liefde bieden waar haat de boventoon voert; brood en beker delen met hen wie hongeren en dorstig zijn; help ons het messiaanse werk dat Jezus begonnen is voort te zetten.

S t  i l t e  Laat ons bidden

Lector

Dat wij, die in Jezus ‘voetstappen treden, de weg naar de ander gaan die onze hulp en ons meeleven nodig heeft. Dat wij afzien van macht en kiezen voor een dienstbare levenshouding.

Dat de geest en de gezindheid van Jezus woning vinden in ons hart.

S t  i l t e  Laat ons bidden

 

Lector

Voor de zieken, de bedroefden, de vereenzaamden in onze kringen. Dat onze aandacht hen troost en genezing zal schenken, nieuw leven. Voor alle slachtoffer van de aanslag in Manchester. Voor de gewonden: om spoedig herstel. Voor de families die een dode te betreuren hebben.  Om sterkte in dit verdriet. Voor alle vakantiegangers en dagjesmensen die deze dagen genieten van vrije tijd en het mooie weer. Dat zij dankbaar beseffen dat God de gever van alle goeds is.

S t  i l t e  Laat ons bidden

 

Pastor

Wij bidden U : mogen wij ons getroost weten door de belofte van Jezus’ blijvende aanwezigheid en door hem gesterkt worden zijn werk voort e zetten tot de dag dat uw Rijk doorbreekt in onze wereld. Amen.

 

 

Overweging van zondag 21-5-2017 door pastor Leon Teubner

Nog een korte tijd en de wereld ziet mij niet meer;   maar jullie zullen mij aanschouwen, want ik leef en jullie zullen leven.

Waarom zag de wereld Jezus toen nog wel, maar kan ze Hem niet, zoals de leerlingen, aanschouwen als Hij is heengegaan? Waarom kan Jezus na zijn dood zich wel aan zijn leerlingen maar niet aan de wereld openbaren?
Johannes speelt hier met het woordje ‘zien’ en met het woordje ‘aanschouwen’. De wereld ziet wel, maar aanschouwt niet. Alleen een mens die leerling van Jezus wil zijn, kan Hem aanschouwen.
De wereld, de massa, de overheid, heeft een ander perspectief dan een leerling van Jezus. Het perspectief van de leerling is het schouwen van de liefde: Wanneer iemand Mij liefheeft, zegt Jezus, zal hij mijn woorden behoeden .
Jezus aanschouwen heeft te maken met liefhebben, en uit liefde zijn woord zorgvuldig behoeden en bewaren. Jezus aanschouwen is gaan zien hoe de liefde stroomt.
Als je van iemand houdt, dan hoor je niet alleen wat hij zegt, maar dan hoor je doorheen diens spreken ook hoe die ander zichzelf aan jou meedeelt, hoe die zich blootstelt aan jou. Je zult diens woorden dan niet wantrouwig aanhoren, ze niet analyseren en meten aan eerdere uitspraken, maar je zult de bewogenheid van zijn hart voelen. Wát die ander zegt, is in zekere zin dan niet zo belangrijk. Belangrijk is dat die ander zichzelf uitspreken kan, en dat jij die ander ter harte neemt. Zo is het ook bij de woorden van Jezus: Wanneer iemand Mij liefheeft,   dan zal hij mijn woorden behoeden.
De leerling die Jezus liefheeft, is diegene die tot in zijn hart geraakt wordt door zijn woorden, en die zich in zijn doen en laten door Hem tot instrument laat maken van zijn liefde. Dat is wat de wereld, de massa, de overheid, mist: het heeft geen hart, het kan niet geraakt worden. Alleen een individueel mens heeft een hart dat kloppen kan. Daarom kan Jezus niet zichtbaar worden in de wereld: er is daar geen hart, er is daar geen innerlijk, waarin zijn spreken wordt gehoord en behoed. Laat staan kan worden waargemaakt. Een leerling die Jezus liefheeft, laat zijn woorden toe tot in het hart. Hij behoedt ze, overweegt ze, eerbiedigt ze. Hij luistert achter de woorden, leest tussen de regels door. Hij maakt van Jezus geen geloofsleer of moraal. Steeds weer zoekt hij achter de woorden naar het hart dat spreekt. En dat neemt hij ter harte. En wanneer hij op die manier zijn woord ontvangt, laat hij ook Jezus zelf bij zich binnen. En dan laat hij niet alleen Jezus binnen, maar ook de Bron waaruit hij leefde: zijn Vader, die ook onze Vader is, die onvoorwaardelijk Liefde, een stroom van barmhartige vergeving.
Wanneer iemand Mij liefheeft,  zal hij mijn woorden behoeden mijn Vader zal hem ​liefhebben​ en mijn Vader en ik zullen bij hem komen en bij hem wonen.
Wie met liefde luistert naar het woord van God, wordt tot een verblijfplaats van de liefde, een tempel van de heilige Geest. Dat gaat niet in één keer. De liefde maakt maar langzaamaan ons innerlijk open. In het begin is onze liefde eng, op onszelf gericht ons hart nog gesloten voor de ander. Totdat we innerlijk aangeraakt worden: door een woord, een aanraking, de bewogenheid van een stem, waardoor ons hart wordt bewogen. Wie deze aanraking ter harte neemt, voelt hoe goed het is om een hart te hebben, dat klopt en zacht is, dat bewogen wordt en een zee aan tranen kan bergen. Zo ontstaat er innerlijk meer en meer ruimte, meer warmte, minder harteloosheid. Het hart wordt gevoeliger, ruimer. We worden open en kwetsbaarder voor elkaar. Maar we gaan ook meer beseffen van de Liefde, en dat de Liefde de Bron is van alle leven. Maar de wereld heeft deze Aanspraak van God niet gevoeld, niet gehoord, niet ter harte genomen. De wereld kan dat ook niet; alleen een mens kan dat. Alleen een mens die leerling wil zijn van de liefde. Hoe komt het toch, dat Jij jezelf wel kunt meedelen aan ons, maar niet aan de wereld, was de vraag van een van zijn leerlingen. Het antwoord van Jezus is: Dat komt omdat de wereld geen hart heeft en daarom niet ter harte kan nemen wat ik de mensen te zeggen heb. Ik kan er niet in bij de wereld, de massa, de overheid, en kan dus ook niet laten voelen wat ik hen te zeggen heb. Dat kan alleen jij als je mijn woorden horen en behoeden wilt. Laten wij als leerlingen van de liefde horen wat hij zegt en ter harte nemen wie hij is. Laten wij ons hart openen voor Hem om een verblijfplaats te worden voor de Bron waaruit hij leefde: de Liefde. Laten wij dagelijks oefeningen maken in liefde: iemand niet vastpinnen op zijn woorden, maar ter harte nemen wie hij is. Zodat ons hart ruim wordt en zacht en open voor de Liefde die God is, en die ons allen om niet in haar leven roept.

Overweging van zondag 14-05-2017 door p. Tom Buitendijk

Van harte welkom in deze viering. Wij horen in het evangelie dat Jezus ons een huis belooft in de hemel en dat Hij zelf de weg daarheen is. Aan ons is het de vraag: zijn wij op weg naar God om ons bij Hem thuis te weten? Vaak zijn  we alleen maar op weg naar onze eigen bedoening en vergeten we dat we uitgenodigd worden tot een nieuw en beter leven. Niet alleen later, maar ook nu al.

Willen we in onszelf keren en bidden om ontferming.

 

Openingsgebed

Goede God,  u hebt ons de wereld toevertrouwd  om er een bewoonbaar  huis van te maken voor alle mensen. Versterk in ons de bereidheid elkaar zo te dienen dat wij onze leefwereld tot een gastvrij en veilig huis maken voor alle medebewoners. Mogen wij eens onze plaats vinden in het hemels vaderhuis waarin ruimte is voor al uw mensen. Dit vragen wij U door Christus onze broeder en Heer. Amen.

 

Gebed over de gaven.

Goede God wij brengen brood en wijn op tafel als tekens van onze bereidheid ons leven te delen met iedere mens. Geef ons de moed om in uw Naam iedereen te ontvangen die een veilig thuis nodig heeft om in  vrede te wonen.  Dit vragen wij U door Christus onze broeder en Heer. Amen.

 

Slotgebed.

Goede God, aan uw tafel hebben wij onze verbondenheid met u en elkaar gevierd. U zendt ons dit huis uit om te bouwen aan  het huis van onze samenleving. Mogen wij door onze bereidwilligheid  en dienstbaarheid het welzijn en geluk van iedereen bevorderen. Help ons oor elkaar stukjes hemel op aarde te maken.

Dit vragen wij U door Christus onze broeder en Heer. Amen.

 

Overweging

“ In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen”, belooft Jezus ons. Omdat deze lezing vaak gebruikt wordt bij uitvaarten denken we automatisch  dat het huis het hemels vaderhuis is waarin je welkom wordt geheten na je dood. Dat kan dan wel waar zijn, maar het hemels huis is en blijft toch een verbeelding van wat we op aarde huis noemen. Wat is nou precies een huis?  Is een huis vier muren met een dak erboven?  Is een huis een adres met een huisnummer en een postcode. Het minste wat je kunt zeggen is dat een huis een woning is.

Als je in een nieuwbouwwijk een stel pas opgeleverde huizen ziet, dan zie je eigenlijk alleen maar woonbakken. In rijtjes naast elkaar of in lagen boven elkaar. Als je een half jaar later door dezelfde wijk fietst dan zie je dat mensen er woningen van gemaakt hebben. Woonhuizen met een eigen inrichting en een eigen uitstraling. Aan de buitenkant kun je al een beetje zien wat voor mensen er wonen: artistieke mensen, tuin- en plantenliefhebbers, soms ook wel een beetje rommelige mensen of uiterst nette mensen die geen grasje dulden op het tegelpad. Als je bij iemand voor het eerst binnenkomt dan schat je automatisch in wat voor mensen er in dat huis wonen.  Zijn er boeken? Hangen er schilderijen? Een huis is een woning waarin mensen uitdrukken wat van waarde is en waar zij van houden. Daarnaast is een huis ook: veiligheid, bescherming, je eigen plek waarin jij een ander toelaat in jouw leefwereld.  Jouw huis is jouw eigenste leefomgeving. Een huis ademt sfeer. Vandaag is het Moederdag. Een dag om moeders te prijzen. Waar moeders het meest om geprezen worden is dat zij voor een fijne goede en huiselijke sfeer zorgen. Je kunt je bij moeders echt thuis voelen  Een bloemetje is op Moederdag op  zijn plaats. Wonen is dus méér dan een dak boven je hoofd. Het kunnen wonen in een huis is een grondrecht.  Dat grondrecht mag aan niemand ontzegd worden. Ook niet aan vreemdelingen en vluchtelingen. Ook niet aan hoogbejaarden die niet meer zelfstandig kunnen wonen. Ook niet mensen die vanwege geestelijke of lichamelijke beperkingen niet voor zichzelf kunnen zorgen. Voor hen die sterven gaan zijn er nu “ bijna thuis huizen”. Voor eenzamen zijn er inloophuizen zoals HOI. Zelfs gevangenissen noemen we huis: huis van bewaring. Ieder heeft recht op “een thuis”. Het is een dure plicht van ons allen dat mensen zich thuis kunnen voelen bij elkaar.

Jezus zegt :  “In huis van mijn vader is ruimte voor velen”.  Dit kunnen wij verstaan als een belofte:  “Iedere mens mag zich bij God thuis voelen”.   Maar kun jij je bij  God thuis voelen als jij anderen buitensluit en aan anderen geen thuis wilt bieden?  Neen toch!  We kunnen niet voor onszelf verlangen wat we anderen ontzeggen!  Ons aards huis kan pas een beeld van het huis van God worden als wij het tot een thuis voor allen maken. Een huis is ook het beeld van een kerk waarin God en mensen elkaar ontmoeten. Boven sommige kerkdeuren staat in mooie letters: Domus Dei porta caeli. In ieder geval in Leiden. Het huis van God is poort naar de hemel. Maar iedere zondag worden we na de Mis weggezonden om de huiselijke gemeenschap op aarde te realiseren, een stukje bewoonbare wereld waarin God zich kan thuis voelen.
De kerk als huiselijke geloofsgemeenschap is in de wereld van vandaag een kwetsbaar iets.  Voor de buitenwereld heeft de kerk als instituut aan geloofwaardigheid verloren. Gelukkig geeft paus Franciscus door zijn pastorale houding nieuwe Schwung. Hij trekt weer mensen aan om het evangelie als goede boodschap te beluisteren. Naar binnen toe is het in de kerk vaak een rommeltje. Zozeer zelfs dat mensen zich afvragen: wil ik hier wel bij horen ? Voel ik me hier wel thuis?
“Samen een thuis bouwen voor iedereen”  is van het begin af aan heel moeilijk geweest in de geschiedenis van de kerk. We hoorden in de eerste lezing dat de weduwen van de Grieks sprekende joden werden achter gesteld bij weduwen van de Hebreeuws  sprekende joden. Al dat gekrakeel hield de apostelen af van hun eigenlijke taak: de verkondiging en het gebed. Daarom stelden zij zeven mannen aan aan wie zij de zorg voor de ondersteuning toevertrouwden. Hun eerste taak was: te zorgen dat het er aan de tafels eerlijk aan toe ging en er niemand werd uitgesloten of achtergesteld.

Het zal een blijvende opdracht van de kerk als huis van God zijn om ervoor te zorgen dat mensen zich thuis blijven voelen bij elkaar.  Het grondrecht op een woning wordt uitgebreid met een grondrecht op voedsel.  In onze dagen ook nog met het recht op onderwijs, medische verzorging en op  lichamelijke en geestelijke onschendbaarheid. Het is de opdracht van de kerk om te waken over de kwaliteit van leven en om de medemenselijkheid te bevorderen. Al deze grote woorden kunnen we alleen maar waar maken in kleine daden en in bescheiden gebaren. In al ons doen en laten kunnen we het oog gericht houden op wat God ons belooft: een ruimte voor iedereen.  Uit onszelf  kijken we soms niet verder dan onze thuissituatie. Jezus nodigt ons uit bij God te beginnen. Zoals in de hemel kan het ook op aarde worden. Ons aardse huis kan een weerspiegeling van het hemelse zijn.

Als wij beseffen dat God ons roept tot dienstbaarheid aan elkaar, dan mogen we erop rekenen dat Hij ons ook de kracht geeft tot deze dienende taak.  Met de woorden van Jezus: “ het is God zelf die blijvend in ons zijn werk verricht”.
Wij zijn Gods handen die brood en drinken bieden aan hongerige en dorstige zusters en broeders;

wij zijn Gods handen die strelend troosten en genezend helen; wij zijn Gods handen die woningen bouwen voor een stad van vrede. Wij kunnen de wereld niet uit eigen kracht tot een leefbaar en bewoonbaar thuis voor iedereen maken. Wij kunnen wel instrument in Gods handen willen zijn.  God belooft wel dat Hij ons pogen zal voltooien.
“ In het huis van de Vader is ruimte voor ieder’, is een belofte die de moeite waard is hier te beleven om voor straks te geloven en in het hiernamaals te krijgen.  Amen.

 

 

 

Voorbede

Pastor

Goede God , tot u richten wij onze beden voor kerk en wereld opdat zij een  thuis mogen zijn voor al uw mensen.
Lector

Wij bidden voor kwetsbare mensen die niet zelfstandig kunnen wonen wegens ouderdom of geestelijke en lichamelijke beperkingen. Dat wij ons ervoor verantwoordelijk weten dat  de huizen waarin zijn wonen ook een echt thuis kunnen zijn. Maak ons bereid om aandacht aan deze mensen te schenken en zorg voor hen te dragen.

S T L T E  Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden op Moederdag voor onze moeders die door hun zorgzame liefde een huiselijke sfeer scheppen waarin kinderen goed kunnen opgroeien tot volwassen mensen. Wij bidden vooral voor moeders die in de moeilijke omstandigheden van oorlogen en op de vlucht zijn voor kinderen en ouderen blijven zorgen. Moge Moeder Maria voor alle moeders een krachtige hulp zijn.

S T L T E  Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden voor mensen die zich niet thuis kunnen voelen in deze veeleisende en ingewikkelde samenleving. Dat wij, waar wij kunnen, hen hulp bieden. Voor de zieken in onze gemeenschap. Om genezende aandacht. Voor jongeren die eindexamen doen. Om helderheid van geest en om succes.

Voor Dafne Reijs die vanmiddag gedoopt wordt. Dat zij mag opgroeien als een blije en vrolijke christen. Voor onze kosteres Toos Wiersma die vandaag haar 75 verjaardag viert.

Om geluk en gezondheid. Voor de intenties die onuitgesproken zijn maar die leven in ons hart .

S T L T E  Laat ons bidden.

 

Pastor

God, doe ons deze wereld zo bewonen dat zij een hemel op aarde wordt voor ieder mensenkind.

Dit bidden wij u door Christus onze Heer. Amen.

 

 

d.

 

Overweging van zondag 7 mei door p. Tom Buitendijk

Woord van welkom

U allen van harte welkom in deze viering. Deze vierde zondag van  Pasen wordt genoemd: de zondag van de Goede herder. De kerk heeft daar gelijk aangekoppeld: roepingenzondag. Heel vaak denken wij dan : roeping is iets voor anderen. Dat gaat niet over mij. Maar het zou best weleens kunnen zijn dat de stem van de enige Herder  ook ons roept tot herderlijke zorg voor elkaar. Als wij immers zeggen : als christen wil ik gaan in het voetspoor van Jezus, dan delen we ook in zijn herderlijke zorg die naar alle mensen uitgaat.  Willen we aan het begin van deze viering biddend zingen om ontferming.

Openingsgebed

Barmhartige God, u hebt ons samengeroepen tot een gemeenschap. Mogen wij hierin van elkaar de herderlijke zorg ontvangen voor ons dagelijks leven. Wanneer wij zorgzaam met elkaar omgaan zal het ons aan uw liefde nooit ontbreken. Wees met ons op de wegen die wij gaan  en voer ons eens binnen in uw huis van rust en vrede. Dit bidden wij U door Christus onze Heer. Amen.

 

Gebed over de gaven

Heer in deze gaven gedenken wij de uw Zoon die als de Goede  Herder voor ons zijn leven gegeven heeft. Moge Hij hier aanwezig zijn in ons midden als bron van kracht voor het samen op weg gaan als een gemeenschap. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Slotgebed.

Heer, God, als een herder trekt gij voor ons uit en u kent ieder van ons bij name. U spreekt ons toe en nodigt ons samen een gemeenschap van hart en geest te zijn. Help ons zo naar elkaar te luisteren dat wij op merken wat ieder van ons nodig heeft. Maak onze handen en onze harten bereid elkaar ter wille te zijn. Schenk uw zegen aan onze gemeenschap en trek met ons mee door dit leven op onze weg naar U toe die onze bestemming bent. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Overweging

In vind het altijd een beetje ongemakkelijk om te preken op roepingenzondag. De bedoeling is dat je een pleidooi houdt voor het ambt in de kerk en voor het religieuze leven. En ook dat je jonge mensen uitnodigt eens te gaan kijken in kloosters of op het seminarie van het bisdom. Mijn ongemak is: wil ik dat nog wel. Jongeren vragen om priester of pastoraal werker te worden? Wil ik jonge mensen nog wel op het kloosterleven wijzen? Ik hel er naar over om dat nu niet te willen. Geloof ik niet meer in mijn eigen roeping als karmeliet en als pastor? Maakt u zich niet ongerust. Ik houd van mijn werk, ik houd van mensen, ik houd van de geloofsgemeenschap. Ik probeer als religieus het oog op God gericht te houden, te werken aan zijn Koninkrijk, te leven in Zijn Tegenwoordigheid. Ik ben nog steeds bezig mijn roeping gestalte te geven. Het lukt de ene dag meer dan de ander. Ik blijf de stem van de goede herder horen. Als je zo in je eigen roeping gelooft, waarom, zou je anderen niet uitnodigen om te kijken of dat ook iets voor haar /voor hem is ?
Vroeger had ik een trucje om dat ongemak om te preken over ambt en religieus leven te omzeilen. Ik zeg nu trucje, maar ik meende toen wel wat ik zei.  Ik vertelde dan dat roeping ook een element was in andere beroepen: verpleegkundigen, artsen, ontwikkelingswerkers, onderwijzers, politie en brandweer.    Al deze beroepen hebben ook met roeping te maken. Als je het om alleen maar om het geld zou doen zou je een ander beroep kiezen. Er moet iets méér in zitten. Houden van mensen, willen zorgen voor anderen, iets van waarden en normen doorgeven. Dat méér heet dan roeping.  Ook vandaag geloof ik zelfs dat het waar is . Roeping is een goed woord dat niet alleen op priesters en religieuzen slaat. Hoe waar het ook is wat ik zei over al die mooie beroepen: roepingenzondag gaat wèl over priesters en religieuzen. Waarom wil ik het er dan toch niet over hebben? Mijn probleem is dat roepingen niet los te krijgen zijn. Los van de geloofsgemeenschap die als het ware een roeping oproept. Roepingen komen toch van God en zijn puur persoonlijk? Misschien is dat ook waar. Maar eerst moeten roepingen toch gewekt worden. Roepingen komen op in een religieus, kerkelijk en maatschappelijk klimaat waarin er smaak kan groeien voor het ambt als dienst, voor pastoraat als herderlijke zorg, voor catechese om het verhaal van God en mens levend te houden. Zijn wij nu een gemeenschap die roepend en uitnodigend is? Mijn zorg is dat het klimaat waarin roepingen gewekt kunnen worden in Nederland ontbreekt. Op die manier kunnen we niet uitnodigend zijn voor jonge mensen. Hoe zou een klimaat waarin roepingen kunnen groeien er dan wel uit zien? Volgens mij moet de geloofsgemeenschap zich meer bewust worden dat wij allen een herderlijke taak hebben die door allen moet worden gedaan. Pas in een gemeenschap die zich zelf geroepen weet tot dienst aan elkaar, kunnen bijzondere roepingen groeien. De gemeenschap zelf moet haar roeping beleven als uitdrukking van ons geloof in Jezus en van navolging van Hem. Ik zal proberen het concreet te maken. Ouderen klagen: Op school doen ze niets meer aan godsdienst. In onze tijd hadden we catechismus. Wat gebeurde er ? De godsdienstige opvoeding van kinderen werd uitbesteed aan school. Het gevolg is dat ouders zelf weinig gevormd zijn om hun kinderen godsdienstig op te voeden, Bijbelverhalen te vertellen, feesten op christelijke wijze te vieren. Is het nou niet de roeping van de geloofsgemeenschap om te gaan zorgen voor goede catechese aan kinderen en jongeren? Hoe sterk zijn onze catechese groepen? Pas als er in de gemeenschap een klimaat heerst waarin geloofsuitwisseling heb je kans dat er iemand zegt: hier wil ik mijn roeping in zien !
Bij koffie merkte iemand op dat zij gehoord had dat een mijnheer die ziek is geklaagd had dat hij nooit iemand van de kerk had gezien. Al veertig jaar betalen ze kerkbijdrage. “ Het is toch een schande dat zulke mensen geen bezoek krijgen!”. Daarmee eindigde het verhaal. “Weet je wie dat is?”, vroeg ik. “Neen dat weet ik niet; ik heb het alleen maar gehoord”. U begrijpt: op deze manier kunnen we niet omzien naar elkaar. Hoe sterk is onze pastorale bezoekgroep? Hoe sterk leven we met elkaar mee? Hoe zorgzaam gaan we om met elkaar? In een klimaat waarin pastorale zorg goed georganiseerd is kan iemand op het idee komen zich geroepen te weten!
Een geloofsgemeenschap staat niet los van een concrete samenleving. Een samenleving heeft sterke en kwetsbare kanten. Ook de Osse samenleving heeft zijn moeilijke kanten. Er is veel eenzaamheid. Er zijn veel arme gezinnen. Veel kinderen komen aandacht te kort. Er zijn vluchtelingen die Nederlands willen leren. Er zijn mensen die geholpen moeten worden uit hun schulden te komen. Heeft onze kerk een sterke caritas groep die mensen in nood daar opzoekt waar zij te vinden zijn? Hoe vaak vragen wij vanuit onze herderlijke zorg: kan ik iets voor u doen? Zou in een diaconaal gerichte gemeenschap niet een roeping kunnen ontstaan om zich van harte en voor altijd als diaken in te zetten.
Misschien denkt u nu: waar blijft hij met priesterschap en met de liturgie? De viering van de sacramenten en vooral de zondags eucharistievieringen zijn toch hoogtepunten van het gemeenschapsleven. Dat is waar! Maar liturgie die los staat van het leven van de geloofsgemeenschap, voedt het gelovige leven niet. Catechese, pastoraat en diaconie werken naar liturgie toe. Als een gemeenschap zich geroepen weet deze drie taken te vervullen dan staan er ook weer mensen op die willen voorgaan in de liturgie. Een vitale geloofsgemeenschap brengt priesterkandidaten voort. Dat is mijn hoop.
Voor veel jongeren is de kerk niet geloofwaardig meer omdat ze haar taken niet waar maakt. Dat is de situatie van de kerk in heel Europa en Noord Amerika. Niet het tekort aan priesters is dramatisch. Het grote drama is dat de individualisering zo zeer de geloofsgemeenschap is binnengeslopen dat wij niet meer omzien naar elkaar. Wij wijzen elkaar niet meer op Jezus die voor ieder van ons het voorbeeld is van de Goede Herder. Wij vergeten dat wij allen geroepen zijn herder te zijn voor elkaar.
Daar moet Roepingenzondag over gaan !

 Pastor

Goede God, luister naar onze gebeden voor kerk en wereld , versta onze zorgen en moeiten, wees ons nabij.  

Lector

voor de kerk van Nederland die in crisis verkeert vanwege veroudering en krimp. Dat wij niet teleurgesteld, angstige of wanhopig worden. Help ons de crisis als een kans te zien tot nieuwe wijzen van kerkelijk leven. Moge uw Geest ons leiden.

S t i l t e  Laat ons bidden.

Lector

voor de geloofsgemeenschappen: dat wij wegen vinden ons geloof en vertrouwen met elkaar te delen ; om het doorgeven van het verhaal van God en mens aan jongeren. Help ons zo naar elkaar te luisteren dat wij de roepstem van Goede Herder horen.

S t i l t e  Laat ons bidden.

 Lector

Voor de mensen in ons midden die aandacht en zorg nodig hebben. Dat wij wegen vinden om de pastorale zorg voor elkaar gestalte te geven. Dat niemand in onze gemeenschap verloren loopt of eenzaam is. Help ons naar elkaar om te zien met de blik van de Goede herder.

S t i l t e  Laat ons bidden.

 Lector

Voor de mensen in ons midden die door armoede, door ziekten of beperkingen niet mee kunnen doen in onze welvarende samenleving. Dat wij ons met hen durven verbinden en ons hun lot aan trekken. Help ons hen met de barmhartigheid van de Goede Herder tegemoet te treden.

S t i l t e  Laat ons bidden.

Pastor

Goede God door Jezus de Goede Herder worden wij allen geroepen tot herderlijke zorg voor elkaar. Geef ons de moed en de durf om elkaars herder te zijn in de kerk en in de samenleving van vandaag. Dit bidden wij U door Christus onze Heer. Amen.

Overweging van Pasen 2017 door p. Tom Buitendijk

03Pasen2017Oss

Welkom in deze viering van Pasen. We horen weer de boodschap van Jezus de verrezen Heer.  Maar meer nog: we horen ook dat de Heer met ons mee trekt. Ongezien door ons, maar wel herkenbaar in de tekens van zijn aanwezigheid.  Letten wij wel goed op en zien ook wij vandaag die tekens dat Jezus leeft in kerk en in samenleving?  Willen we biddend zingen om ontferming.

 

Openingsgebed.

Goede God, Jezus de verrezen Heer komt ons tegemoet en vergezelt ons op onze weg. Open onze ogen voor Hem opdat wij Hem herkennen; Open onze oren voor Hem opdat wij zijn woorden  horen en verstaan; Open onze geest voor het begrijpen van de Schriften. Mogen wij de weg gaan die Hij ons wijst. Dan komen wij aan in het beloofde Koninkrijk  dat duren zal in eeuwigheid. Amen.

 

Gebed over de gaven

God, Vader, in het breken van het brood hebben de leerlingen uw Zoon herkend. Laat ook ons de Heer herkennen die zich als levend brood aanbiedt op onze levensreis naar U toe die leeft in eeuwigheid. Amen.

 

Slotgebed

Goede God, op onze weg naar u toe wil Jezus onze reisgenoot zijn. Mogen wij Hem herkennen in ieder gebaar van goedheid en liefde, Mogen wij Hem aanwezig weten waar mensen  voor elkaar  medemens willen zijn in uw Naam. Blijf bij ons als de avond valt en ons leven glansloos en somber wordt. Ontsteek in ons opnieuw uw licht opdat onze harten ontbranden in vreugde. Blijf bij ons in tijd en eeuwigheid. Amen.

 

Overweging

De meesten van u zullen het interview van het jaar wel gezien hebben. Het gesprek met koning Willem Alexander met Wilfried de Jong.  Het was een mooi en soms ook ontroerend gesprek. Vooral hoe Willen –Alexander over zijn vader prins Claus en zijn broer Friso sprak.   Opeens waren die twee mensen weer even aanwezig in ons hoofd en in ons hart. Wat hij vertelde over prins Claus houdt een boodschap voor vandaag in.  Als Duitser en als Europeaan voelde prins Claus zich schuldig aan de Holocaust waar hij persoonlijk niets mee te maken had. Het was wèl zijn volk en zijn generatie. Voelen wij ons mede verantwoordelijk voor het vele oorlogsleed dat wij dagelijks zien of zijn we er onverschillig voor? Dat is de vraag die  prins Claus ons via Willem – Alexander stelt.
Op 4 mei om 20.00 staan wij weer met velen bij het monument aan de Nieuwe Hescheweg. Allereest gedenken wij de joodse slachtoffers van de oorlog. Wij gedenken hen als mensen die er niet mochten zijn en die daarom gedood werden. Uit Oss zijn 252 mensen weg gevoerd en er maar zes terug gekomen. Met hen gedenken wij ook andere slachtoffers van oorlog en terreur. Ook gedenken wij hen die omkwamen in het verzet en als militair, vooral onze bevrijders uit vele andere landen. Wij zullen zeggen: “Nooit meer oorlog. Nooit meer oorlog. We zijn dankbaar voor 70 jaar vrede in Europa.”  Maar ook moeten we op 4 mei onder ogen zien dat de oorlogen nog lang de wereld niet uit zijn. Misschien moeten we zelfs erkennen dat wij enigermate medeschuldig zijn door politieke keuzes, door winstgevende wapenhandel, door gebrek aan werken voor de vrede en door de weigering slachtoffers van oorlogen op te vangen. Ook voor zaken waar wij persoonlijk niets mee te maken hebben, kunnen we ons verantwoordelijk voelen. Als we maar ietsje  aanvoelen van wat het betekent vluchteling te zijn, kunnen we niet meer zo iets zeggen als : “ga terug naar je eigen land en blijf hier weg”.

We hoorden het mooie Emmaüs verhaal. Het is een stuk evangelie en dat betekent : Blijde Boodschap.  In dat verhaal ligt dus vreugde en blijdschap besloten. Waar vinden we die vreugde in dat verhaal? Het begint met twee leerlingen van Jezus die teleurgesteld en verdrietig om alles wat er met Jezus gebeurd is, terugkeren naar hun oude bestaan.  Ze hadden de veiligheid van hun oude bestaan verlaten omdat ze hoopten op iets nieuws. Ze hoopten op de bevrijding van Israël uit de handen van de Romeinse bezetters. Jezus boodschap van het komende Rijk Gods verstonden zij als verzetsdaad. Nu keerden ze terug naar huis, naar vroeger, naar een onvrij bestaan. Een van de leerlingen heet Kleopas. Waarom noemt Lucas nou die andere naam niet?  Ik denk dat Lucas zo ieder van ons uitnodigt om in het verhaal te stappen en met Kleopas mee te lopen.  Met Kleopas op weg gaande bespreken wij de teleurstellingen in ons leven en vertellen we hem hoe we vroeger hoop hadden. Hoe mooi het geloof in Jezus voor ons als kind was en hoe wij als mensen van de kerk idealen hadden om de wereld te verbeteren, om wereldwijd vrede te brengen, om voor alle grote problemen oplossingen te vinden. Wij vertellen ook hoe teleurgesteld we zijn in de kerk en hoe we ons bedrogen voelen nu al die mooie idealen niet zo uitvoerbaar bleken. Wij zelf zijn de andere leerling die met Kleopas terugkeert naar een veilig bestaan. Maar dan komt er ineens een vreemdeling met ons mee lopen. We weten niet wie hij is en waar hij vandaan komt. Veronderstel nu dat de vreemdeling gezegd had: “ Kijk eens goed. Ik ben Jezus.” Dan hadden we Hem met eigen ogen  gezien.  Maar dan had Hij ons geen uitleg gegeven van de Schriften. Veronderstel nu dat een van ons samen met Kleopas hadden gezegd: “ Laat ons  met rust. Wat gaat het jou aan wat wij bespreken. Neem je eigen weg.” Maar dan was hij niet tot aan de vroege avond tot bij onze huisdeur mee gelopen.  Dan hadden wij zonder Jezus verder gegaan. Een weg zonder Jezus die naar ons verdriet luistert, die onze hoop herkent, die ons uitleg en uitweg biedt. Veronderstel nu eens dat wij bij de deur gezegd hadden: “Nu, wij zijn er. Jij nog een  prettige reis waar je ook heen gaat.” We hadden hem niet gastvrij uitgenodigd om met Hem brood en wijn te delen.  Maar dan Hij had niet kunnen tonen dat Hij de Gastheer van het leven is, die in de tekens van Brood en Wijn  aanwezig wil zijn. Wanneer wij Hem aan dit oergebaar van breken en delen herkennen, kan Hij verdwijnen uit ons midden en toch aanwezig zijn.  Waar twee of drie in mijn naam… Verheugd constateert Kleopas met een ieder van ons: Brandde ons hart niet in ons  zoals Hij met ons onderweg sprak, de schriften uitlegde en aan tafel het brood brak. Als wij tot op vandaag in dit Emmaüsverhaal mee lopen dan mogen we blij en verheugd zijn dat wij  bij de leerlingen van Jezus horen, dat wij een plek hebben in de beweging die Hij begonnen is. We mogen blij zijn met de Schriften die ons van het begin tot het einde op Jezus als de Christus wijzen. We mogen blij en dankbaar zijn voor Zijn Aanwezigheid in de Eucharistie. Maar mee lopen in het Emmaüverhaal brengt ook verantwoordelijkheid met zich mee waaraan we ons niet mogen onttrekken. Het verhaal van God en mens zoals in de Bijbel beschreven moet worden doorverteld en uitgelegd. De bijbel is geen leesboek dat je in kast kunt laten staan. Het is een leerboek en een leef boek. Je leert uit de Schrift jouw leven verstaan.  We hebben verantwoordelijkheid voor vreemdelingen. We kunnen luisteren naar hun verhaal en hen ruimte bieden om te wonen en te werken, om onze zuster en broeder te zijn.  Ieder van ons kan een klimaat scheppen waarin een vreemdeling die misschien Jezus is,  met ons mee kan lopen. In de kerk leren we gastvrij brood en beker te delen met wie hongeren en dorsten naar spijs en drank en naar gerechtigheid. In de jaren veertig en vijf en veertig van de vorige eeuw zijn vele mensen onder druk van de bezetting boven zichzelf uitgegroeid.  Ze hebben uit hun verantwoordelijkheidsgevoel wonderen verricht van medemenselijkheid.  Aan hen hebben wij onze vrijheid te danken.  Ook al zijn we persoonlijk niet verantwoordelijk voor veel leed, zijn we dan toch niet ergens schuldig als Nederlander en Europeaan? De vraag van prins Claus ….

Voorbede

Pastor

Goede God, U schenkt ons in Jezus nieuwe toekomst. Mogen wij Hem herkennen op onze levensweg.

Lector

In deze dagen nu wij de slachtoffers van de oorlogen gedenken en onze bevrijding vieren, willen wij u bidden voor ons land en alle bewoners. Om eerbied en respect  in ons omgang met elkaar. Doe ons beseffen dat alleen een liefdevolle benadering mensen bij elkaar kan brengen. Moge het gebaar van breken  en delen door ons worden voortgezet in het leven van alledag.

s t i l t e  Laat ons bidden.

Lector

Wij bidden voor de kerk die het verhaal van Jezus verkondigt in onze wereld. Dat de vrede die Hij bracht Moslims en Christenen wereldwijd inspireert. Dat het bezoek van paus Franciscus aan Egypte ervaren wordt als teken van vrede .

s t i l t e  Laat ons bidden.

Lector

Wij bidden voor mensen die gevangen zitten in eigen vanzelfsprekendheden en geen oog hebben voor nieuwe kansen en uitdagingen. Kom hen tegemoet, spreek hen aan, en  ontsteek in hun hart een vonk van liefde. Moge het gebaar van Jezus hun ogen openen voor de ander als medemens.

st i l te  Laat ons bidden.

Lector

Wij bidden voor onze parochiegemeenschap. Voor de zieken en bedroefden. Om sterkte en goede moed. Voor de intenties die ons ter harte gaan.

Verhoor onze gebeden op voorspraak van Titus Brandsma en geef wat goed voor ons is .

Laat ons bidden.

 

Pastor

God,  Jezus trekt als een vreemdeling met ons op en laat zich kennen door het gebaar van de liefde.  Mogen wij Hem ontmoeten en van Hem de liefde leren. Amen.