Overweging van zondag 21-5-2017 door pastor Leon Teubner

Nog een korte tijd en de wereld ziet mij niet meer;   maar jullie zullen mij aanschouwen, want ik leef en jullie zullen leven.

Waarom zag de wereld Jezus toen nog wel, maar kan ze Hem niet, zoals de leerlingen, aanschouwen als Hij is heengegaan? Waarom kan Jezus na zijn dood zich wel aan zijn leerlingen maar niet aan de wereld openbaren?
Johannes speelt hier met het woordje ‘zien’ en met het woordje ‘aanschouwen’. De wereld ziet wel, maar aanschouwt niet. Alleen een mens die leerling van Jezus wil zijn, kan Hem aanschouwen.
De wereld, de massa, de overheid, heeft een ander perspectief dan een leerling van Jezus. Het perspectief van de leerling is het schouwen van de liefde: Wanneer iemand Mij liefheeft, zegt Jezus, zal hij mijn woorden behoeden .
Jezus aanschouwen heeft te maken met liefhebben, en uit liefde zijn woord zorgvuldig behoeden en bewaren. Jezus aanschouwen is gaan zien hoe de liefde stroomt.
Als je van iemand houdt, dan hoor je niet alleen wat hij zegt, maar dan hoor je doorheen diens spreken ook hoe die ander zichzelf aan jou meedeelt, hoe die zich blootstelt aan jou. Je zult diens woorden dan niet wantrouwig aanhoren, ze niet analyseren en meten aan eerdere uitspraken, maar je zult de bewogenheid van zijn hart voelen. Wát die ander zegt, is in zekere zin dan niet zo belangrijk. Belangrijk is dat die ander zichzelf uitspreken kan, en dat jij die ander ter harte neemt. Zo is het ook bij de woorden van Jezus: Wanneer iemand Mij liefheeft,   dan zal hij mijn woorden behoeden.
De leerling die Jezus liefheeft, is diegene die tot in zijn hart geraakt wordt door zijn woorden, en die zich in zijn doen en laten door Hem tot instrument laat maken van zijn liefde. Dat is wat de wereld, de massa, de overheid, mist: het heeft geen hart, het kan niet geraakt worden. Alleen een individueel mens heeft een hart dat kloppen kan. Daarom kan Jezus niet zichtbaar worden in de wereld: er is daar geen hart, er is daar geen innerlijk, waarin zijn spreken wordt gehoord en behoed. Laat staan kan worden waargemaakt. Een leerling die Jezus liefheeft, laat zijn woorden toe tot in het hart. Hij behoedt ze, overweegt ze, eerbiedigt ze. Hij luistert achter de woorden, leest tussen de regels door. Hij maakt van Jezus geen geloofsleer of moraal. Steeds weer zoekt hij achter de woorden naar het hart dat spreekt. En dat neemt hij ter harte. En wanneer hij op die manier zijn woord ontvangt, laat hij ook Jezus zelf bij zich binnen. En dan laat hij niet alleen Jezus binnen, maar ook de Bron waaruit hij leefde: zijn Vader, die ook onze Vader is, die onvoorwaardelijk Liefde, een stroom van barmhartige vergeving.
Wanneer iemand Mij liefheeft,  zal hij mijn woorden behoeden mijn Vader zal hem ​liefhebben​ en mijn Vader en ik zullen bij hem komen en bij hem wonen.
Wie met liefde luistert naar het woord van God, wordt tot een verblijfplaats van de liefde, een tempel van de heilige Geest. Dat gaat niet in één keer. De liefde maakt maar langzaamaan ons innerlijk open. In het begin is onze liefde eng, op onszelf gericht ons hart nog gesloten voor de ander. Totdat we innerlijk aangeraakt worden: door een woord, een aanraking, de bewogenheid van een stem, waardoor ons hart wordt bewogen. Wie deze aanraking ter harte neemt, voelt hoe goed het is om een hart te hebben, dat klopt en zacht is, dat bewogen wordt en een zee aan tranen kan bergen. Zo ontstaat er innerlijk meer en meer ruimte, meer warmte, minder harteloosheid. Het hart wordt gevoeliger, ruimer. We worden open en kwetsbaarder voor elkaar. Maar we gaan ook meer beseffen van de Liefde, en dat de Liefde de Bron is van alle leven. Maar de wereld heeft deze Aanspraak van God niet gevoeld, niet gehoord, niet ter harte genomen. De wereld kan dat ook niet; alleen een mens kan dat. Alleen een mens die leerling wil zijn van de liefde. Hoe komt het toch, dat Jij jezelf wel kunt meedelen aan ons, maar niet aan de wereld, was de vraag van een van zijn leerlingen. Het antwoord van Jezus is: Dat komt omdat de wereld geen hart heeft en daarom niet ter harte kan nemen wat ik de mensen te zeggen heb. Ik kan er niet in bij de wereld, de massa, de overheid, en kan dus ook niet laten voelen wat ik hen te zeggen heb. Dat kan alleen jij als je mijn woorden horen en behoeden wilt. Laten wij als leerlingen van de liefde horen wat hij zegt en ter harte nemen wie hij is. Laten wij ons hart openen voor Hem om een verblijfplaats te worden voor de Bron waaruit hij leefde: de Liefde. Laten wij dagelijks oefeningen maken in liefde: iemand niet vastpinnen op zijn woorden, maar ter harte nemen wie hij is. Zodat ons hart ruim wordt en zacht en open voor de Liefde die God is, en die ons allen om niet in haar leven roept.

Overweging van zondag 14-05-2017 door p. Tom Buitendijk

Van harte welkom in deze viering. Wij horen in het evangelie dat Jezus ons een huis belooft in de hemel en dat Hij zelf de weg daarheen is. Aan ons is het de vraag: zijn wij op weg naar God om ons bij Hem thuis te weten? Vaak zijn  we alleen maar op weg naar onze eigen bedoening en vergeten we dat we uitgenodigd worden tot een nieuw en beter leven. Niet alleen later, maar ook nu al.

Willen we in onszelf keren en bidden om ontferming.

 

Openingsgebed

Goede God,  u hebt ons de wereld toevertrouwd  om er een bewoonbaar  huis van te maken voor alle mensen. Versterk in ons de bereidheid elkaar zo te dienen dat wij onze leefwereld tot een gastvrij en veilig huis maken voor alle medebewoners. Mogen wij eens onze plaats vinden in het hemels vaderhuis waarin ruimte is voor al uw mensen. Dit vragen wij U door Christus onze broeder en Heer. Amen.

 

Gebed over de gaven.

Goede God wij brengen brood en wijn op tafel als tekens van onze bereidheid ons leven te delen met iedere mens. Geef ons de moed om in uw Naam iedereen te ontvangen die een veilig thuis nodig heeft om in  vrede te wonen.  Dit vragen wij U door Christus onze broeder en Heer. Amen.

 

Slotgebed.

Goede God, aan uw tafel hebben wij onze verbondenheid met u en elkaar gevierd. U zendt ons dit huis uit om te bouwen aan  het huis van onze samenleving. Mogen wij door onze bereidwilligheid  en dienstbaarheid het welzijn en geluk van iedereen bevorderen. Help ons oor elkaar stukjes hemel op aarde te maken.

Dit vragen wij U door Christus onze broeder en Heer. Amen.

 

Overweging

“ In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen”, belooft Jezus ons. Omdat deze lezing vaak gebruikt wordt bij uitvaarten denken we automatisch  dat het huis het hemels vaderhuis is waarin je welkom wordt geheten na je dood. Dat kan dan wel waar zijn, maar het hemels huis is en blijft toch een verbeelding van wat we op aarde huis noemen. Wat is nou precies een huis?  Is een huis vier muren met een dak erboven?  Is een huis een adres met een huisnummer en een postcode. Het minste wat je kunt zeggen is dat een huis een woning is.

Als je in een nieuwbouwwijk een stel pas opgeleverde huizen ziet, dan zie je eigenlijk alleen maar woonbakken. In rijtjes naast elkaar of in lagen boven elkaar. Als je een half jaar later door dezelfde wijk fietst dan zie je dat mensen er woningen van gemaakt hebben. Woonhuizen met een eigen inrichting en een eigen uitstraling. Aan de buitenkant kun je al een beetje zien wat voor mensen er wonen: artistieke mensen, tuin- en plantenliefhebbers, soms ook wel een beetje rommelige mensen of uiterst nette mensen die geen grasje dulden op het tegelpad. Als je bij iemand voor het eerst binnenkomt dan schat je automatisch in wat voor mensen er in dat huis wonen.  Zijn er boeken? Hangen er schilderijen? Een huis is een woning waarin mensen uitdrukken wat van waarde is en waar zij van houden. Daarnaast is een huis ook: veiligheid, bescherming, je eigen plek waarin jij een ander toelaat in jouw leefwereld.  Jouw huis is jouw eigenste leefomgeving. Een huis ademt sfeer. Vandaag is het Moederdag. Een dag om moeders te prijzen. Waar moeders het meest om geprezen worden is dat zij voor een fijne goede en huiselijke sfeer zorgen. Je kunt je bij moeders echt thuis voelen  Een bloemetje is op Moederdag op  zijn plaats. Wonen is dus méér dan een dak boven je hoofd. Het kunnen wonen in een huis is een grondrecht.  Dat grondrecht mag aan niemand ontzegd worden. Ook niet aan vreemdelingen en vluchtelingen. Ook niet aan hoogbejaarden die niet meer zelfstandig kunnen wonen. Ook niet mensen die vanwege geestelijke of lichamelijke beperkingen niet voor zichzelf kunnen zorgen. Voor hen die sterven gaan zijn er nu “ bijna thuis huizen”. Voor eenzamen zijn er inloophuizen zoals HOI. Zelfs gevangenissen noemen we huis: huis van bewaring. Ieder heeft recht op “een thuis”. Het is een dure plicht van ons allen dat mensen zich thuis kunnen voelen bij elkaar.

Jezus zegt :  “In huis van mijn vader is ruimte voor velen”.  Dit kunnen wij verstaan als een belofte:  “Iedere mens mag zich bij God thuis voelen”.   Maar kun jij je bij  God thuis voelen als jij anderen buitensluit en aan anderen geen thuis wilt bieden?  Neen toch!  We kunnen niet voor onszelf verlangen wat we anderen ontzeggen!  Ons aards huis kan pas een beeld van het huis van God worden als wij het tot een thuis voor allen maken. Een huis is ook het beeld van een kerk waarin God en mensen elkaar ontmoeten. Boven sommige kerkdeuren staat in mooie letters: Domus Dei porta caeli. In ieder geval in Leiden. Het huis van God is poort naar de hemel. Maar iedere zondag worden we na de Mis weggezonden om de huiselijke gemeenschap op aarde te realiseren, een stukje bewoonbare wereld waarin God zich kan thuis voelen.
De kerk als huiselijke geloofsgemeenschap is in de wereld van vandaag een kwetsbaar iets.  Voor de buitenwereld heeft de kerk als instituut aan geloofwaardigheid verloren. Gelukkig geeft paus Franciscus door zijn pastorale houding nieuwe Schwung. Hij trekt weer mensen aan om het evangelie als goede boodschap te beluisteren. Naar binnen toe is het in de kerk vaak een rommeltje. Zozeer zelfs dat mensen zich afvragen: wil ik hier wel bij horen ? Voel ik me hier wel thuis?
“Samen een thuis bouwen voor iedereen”  is van het begin af aan heel moeilijk geweest in de geschiedenis van de kerk. We hoorden in de eerste lezing dat de weduwen van de Grieks sprekende joden werden achter gesteld bij weduwen van de Hebreeuws  sprekende joden. Al dat gekrakeel hield de apostelen af van hun eigenlijke taak: de verkondiging en het gebed. Daarom stelden zij zeven mannen aan aan wie zij de zorg voor de ondersteuning toevertrouwden. Hun eerste taak was: te zorgen dat het er aan de tafels eerlijk aan toe ging en er niemand werd uitgesloten of achtergesteld.

Het zal een blijvende opdracht van de kerk als huis van God zijn om ervoor te zorgen dat mensen zich thuis blijven voelen bij elkaar.  Het grondrecht op een woning wordt uitgebreid met een grondrecht op voedsel.  In onze dagen ook nog met het recht op onderwijs, medische verzorging en op  lichamelijke en geestelijke onschendbaarheid. Het is de opdracht van de kerk om te waken over de kwaliteit van leven en om de medemenselijkheid te bevorderen. Al deze grote woorden kunnen we alleen maar waar maken in kleine daden en in bescheiden gebaren. In al ons doen en laten kunnen we het oog gericht houden op wat God ons belooft: een ruimte voor iedereen.  Uit onszelf  kijken we soms niet verder dan onze thuissituatie. Jezus nodigt ons uit bij God te beginnen. Zoals in de hemel kan het ook op aarde worden. Ons aardse huis kan een weerspiegeling van het hemelse zijn.

Als wij beseffen dat God ons roept tot dienstbaarheid aan elkaar, dan mogen we erop rekenen dat Hij ons ook de kracht geeft tot deze dienende taak.  Met de woorden van Jezus: “ het is God zelf die blijvend in ons zijn werk verricht”.
Wij zijn Gods handen die brood en drinken bieden aan hongerige en dorstige zusters en broeders;

wij zijn Gods handen die strelend troosten en genezend helen; wij zijn Gods handen die woningen bouwen voor een stad van vrede. Wij kunnen de wereld niet uit eigen kracht tot een leefbaar en bewoonbaar thuis voor iedereen maken. Wij kunnen wel instrument in Gods handen willen zijn.  God belooft wel dat Hij ons pogen zal voltooien.
“ In het huis van de Vader is ruimte voor ieder’, is een belofte die de moeite waard is hier te beleven om voor straks te geloven en in het hiernamaals te krijgen.  Amen.

 

 

 

Voorbede

Pastor

Goede God , tot u richten wij onze beden voor kerk en wereld opdat zij een  thuis mogen zijn voor al uw mensen.
Lector

Wij bidden voor kwetsbare mensen die niet zelfstandig kunnen wonen wegens ouderdom of geestelijke en lichamelijke beperkingen. Dat wij ons ervoor verantwoordelijk weten dat  de huizen waarin zijn wonen ook een echt thuis kunnen zijn. Maak ons bereid om aandacht aan deze mensen te schenken en zorg voor hen te dragen.

S T L T E  Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden op Moederdag voor onze moeders die door hun zorgzame liefde een huiselijke sfeer scheppen waarin kinderen goed kunnen opgroeien tot volwassen mensen. Wij bidden vooral voor moeders die in de moeilijke omstandigheden van oorlogen en op de vlucht zijn voor kinderen en ouderen blijven zorgen. Moge Moeder Maria voor alle moeders een krachtige hulp zijn.

S T L T E  Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden voor mensen die zich niet thuis kunnen voelen in deze veeleisende en ingewikkelde samenleving. Dat wij, waar wij kunnen, hen hulp bieden. Voor de zieken in onze gemeenschap. Om genezende aandacht. Voor jongeren die eindexamen doen. Om helderheid van geest en om succes.

Voor Dafne Reijs die vanmiddag gedoopt wordt. Dat zij mag opgroeien als een blije en vrolijke christen. Voor onze kosteres Toos Wiersma die vandaag haar 75 verjaardag viert.

Om geluk en gezondheid. Voor de intenties die onuitgesproken zijn maar die leven in ons hart .

S T L T E  Laat ons bidden.

 

Pastor

God, doe ons deze wereld zo bewonen dat zij een hemel op aarde wordt voor ieder mensenkind.

Dit bidden wij u door Christus onze Heer. Amen.

 

 

d.

 

Overweging van zondag 7 mei door p. Tom Buitendijk

Woord van welkom

U allen van harte welkom in deze viering. Deze vierde zondag van  Pasen wordt genoemd: de zondag van de Goede herder. De kerk heeft daar gelijk aangekoppeld: roepingenzondag. Heel vaak denken wij dan : roeping is iets voor anderen. Dat gaat niet over mij. Maar het zou best weleens kunnen zijn dat de stem van de enige Herder  ook ons roept tot herderlijke zorg voor elkaar. Als wij immers zeggen : als christen wil ik gaan in het voetspoor van Jezus, dan delen we ook in zijn herderlijke zorg die naar alle mensen uitgaat.  Willen we aan het begin van deze viering biddend zingen om ontferming.

Openingsgebed

Barmhartige God, u hebt ons samengeroepen tot een gemeenschap. Mogen wij hierin van elkaar de herderlijke zorg ontvangen voor ons dagelijks leven. Wanneer wij zorgzaam met elkaar omgaan zal het ons aan uw liefde nooit ontbreken. Wees met ons op de wegen die wij gaan  en voer ons eens binnen in uw huis van rust en vrede. Dit bidden wij U door Christus onze Heer. Amen.

 

Gebed over de gaven

Heer in deze gaven gedenken wij de uw Zoon die als de Goede  Herder voor ons zijn leven gegeven heeft. Moge Hij hier aanwezig zijn in ons midden als bron van kracht voor het samen op weg gaan als een gemeenschap. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Slotgebed.

Heer, God, als een herder trekt gij voor ons uit en u kent ieder van ons bij name. U spreekt ons toe en nodigt ons samen een gemeenschap van hart en geest te zijn. Help ons zo naar elkaar te luisteren dat wij op merken wat ieder van ons nodig heeft. Maak onze handen en onze harten bereid elkaar ter wille te zijn. Schenk uw zegen aan onze gemeenschap en trek met ons mee door dit leven op onze weg naar U toe die onze bestemming bent. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Overweging

In vind het altijd een beetje ongemakkelijk om te preken op roepingenzondag. De bedoeling is dat je een pleidooi houdt voor het ambt in de kerk en voor het religieuze leven. En ook dat je jonge mensen uitnodigt eens te gaan kijken in kloosters of op het seminarie van het bisdom. Mijn ongemak is: wil ik dat nog wel. Jongeren vragen om priester of pastoraal werker te worden? Wil ik jonge mensen nog wel op het kloosterleven wijzen? Ik hel er naar over om dat nu niet te willen. Geloof ik niet meer in mijn eigen roeping als karmeliet en als pastor? Maakt u zich niet ongerust. Ik houd van mijn werk, ik houd van mensen, ik houd van de geloofsgemeenschap. Ik probeer als religieus het oog op God gericht te houden, te werken aan zijn Koninkrijk, te leven in Zijn Tegenwoordigheid. Ik ben nog steeds bezig mijn roeping gestalte te geven. Het lukt de ene dag meer dan de ander. Ik blijf de stem van de goede herder horen. Als je zo in je eigen roeping gelooft, waarom, zou je anderen niet uitnodigen om te kijken of dat ook iets voor haar /voor hem is ?
Vroeger had ik een trucje om dat ongemak om te preken over ambt en religieus leven te omzeilen. Ik zeg nu trucje, maar ik meende toen wel wat ik zei.  Ik vertelde dan dat roeping ook een element was in andere beroepen: verpleegkundigen, artsen, ontwikkelingswerkers, onderwijzers, politie en brandweer.    Al deze beroepen hebben ook met roeping te maken. Als je het om alleen maar om het geld zou doen zou je een ander beroep kiezen. Er moet iets méér in zitten. Houden van mensen, willen zorgen voor anderen, iets van waarden en normen doorgeven. Dat méér heet dan roeping.  Ook vandaag geloof ik zelfs dat het waar is . Roeping is een goed woord dat niet alleen op priesters en religieuzen slaat. Hoe waar het ook is wat ik zei over al die mooie beroepen: roepingenzondag gaat wèl over priesters en religieuzen. Waarom wil ik het er dan toch niet over hebben? Mijn probleem is dat roepingen niet los te krijgen zijn. Los van de geloofsgemeenschap die als het ware een roeping oproept. Roepingen komen toch van God en zijn puur persoonlijk? Misschien is dat ook waar. Maar eerst moeten roepingen toch gewekt worden. Roepingen komen op in een religieus, kerkelijk en maatschappelijk klimaat waarin er smaak kan groeien voor het ambt als dienst, voor pastoraat als herderlijke zorg, voor catechese om het verhaal van God en mens levend te houden. Zijn wij nu een gemeenschap die roepend en uitnodigend is? Mijn zorg is dat het klimaat waarin roepingen gewekt kunnen worden in Nederland ontbreekt. Op die manier kunnen we niet uitnodigend zijn voor jonge mensen. Hoe zou een klimaat waarin roepingen kunnen groeien er dan wel uit zien? Volgens mij moet de geloofsgemeenschap zich meer bewust worden dat wij allen een herderlijke taak hebben die door allen moet worden gedaan. Pas in een gemeenschap die zich zelf geroepen weet tot dienst aan elkaar, kunnen bijzondere roepingen groeien. De gemeenschap zelf moet haar roeping beleven als uitdrukking van ons geloof in Jezus en van navolging van Hem. Ik zal proberen het concreet te maken. Ouderen klagen: Op school doen ze niets meer aan godsdienst. In onze tijd hadden we catechismus. Wat gebeurde er ? De godsdienstige opvoeding van kinderen werd uitbesteed aan school. Het gevolg is dat ouders zelf weinig gevormd zijn om hun kinderen godsdienstig op te voeden, Bijbelverhalen te vertellen, feesten op christelijke wijze te vieren. Is het nou niet de roeping van de geloofsgemeenschap om te gaan zorgen voor goede catechese aan kinderen en jongeren? Hoe sterk zijn onze catechese groepen? Pas als er in de gemeenschap een klimaat heerst waarin geloofsuitwisseling heb je kans dat er iemand zegt: hier wil ik mijn roeping in zien !
Bij koffie merkte iemand op dat zij gehoord had dat een mijnheer die ziek is geklaagd had dat hij nooit iemand van de kerk had gezien. Al veertig jaar betalen ze kerkbijdrage. “ Het is toch een schande dat zulke mensen geen bezoek krijgen!”. Daarmee eindigde het verhaal. “Weet je wie dat is?”, vroeg ik. “Neen dat weet ik niet; ik heb het alleen maar gehoord”. U begrijpt: op deze manier kunnen we niet omzien naar elkaar. Hoe sterk is onze pastorale bezoekgroep? Hoe sterk leven we met elkaar mee? Hoe zorgzaam gaan we om met elkaar? In een klimaat waarin pastorale zorg goed georganiseerd is kan iemand op het idee komen zich geroepen te weten!
Een geloofsgemeenschap staat niet los van een concrete samenleving. Een samenleving heeft sterke en kwetsbare kanten. Ook de Osse samenleving heeft zijn moeilijke kanten. Er is veel eenzaamheid. Er zijn veel arme gezinnen. Veel kinderen komen aandacht te kort. Er zijn vluchtelingen die Nederlands willen leren. Er zijn mensen die geholpen moeten worden uit hun schulden te komen. Heeft onze kerk een sterke caritas groep die mensen in nood daar opzoekt waar zij te vinden zijn? Hoe vaak vragen wij vanuit onze herderlijke zorg: kan ik iets voor u doen? Zou in een diaconaal gerichte gemeenschap niet een roeping kunnen ontstaan om zich van harte en voor altijd als diaken in te zetten.
Misschien denkt u nu: waar blijft hij met priesterschap en met de liturgie? De viering van de sacramenten en vooral de zondags eucharistievieringen zijn toch hoogtepunten van het gemeenschapsleven. Dat is waar! Maar liturgie die los staat van het leven van de geloofsgemeenschap, voedt het gelovige leven niet. Catechese, pastoraat en diaconie werken naar liturgie toe. Als een gemeenschap zich geroepen weet deze drie taken te vervullen dan staan er ook weer mensen op die willen voorgaan in de liturgie. Een vitale geloofsgemeenschap brengt priesterkandidaten voort. Dat is mijn hoop.
Voor veel jongeren is de kerk niet geloofwaardig meer omdat ze haar taken niet waar maakt. Dat is de situatie van de kerk in heel Europa en Noord Amerika. Niet het tekort aan priesters is dramatisch. Het grote drama is dat de individualisering zo zeer de geloofsgemeenschap is binnengeslopen dat wij niet meer omzien naar elkaar. Wij wijzen elkaar niet meer op Jezus die voor ieder van ons het voorbeeld is van de Goede Herder. Wij vergeten dat wij allen geroepen zijn herder te zijn voor elkaar.
Daar moet Roepingenzondag over gaan !

 Pastor

Goede God, luister naar onze gebeden voor kerk en wereld , versta onze zorgen en moeiten, wees ons nabij.  

Lector

voor de kerk van Nederland die in crisis verkeert vanwege veroudering en krimp. Dat wij niet teleurgesteld, angstige of wanhopig worden. Help ons de crisis als een kans te zien tot nieuwe wijzen van kerkelijk leven. Moge uw Geest ons leiden.

S t i l t e  Laat ons bidden.

Lector

voor de geloofsgemeenschappen: dat wij wegen vinden ons geloof en vertrouwen met elkaar te delen ; om het doorgeven van het verhaal van God en mens aan jongeren. Help ons zo naar elkaar te luisteren dat wij de roepstem van Goede Herder horen.

S t i l t e  Laat ons bidden.

 Lector

Voor de mensen in ons midden die aandacht en zorg nodig hebben. Dat wij wegen vinden om de pastorale zorg voor elkaar gestalte te geven. Dat niemand in onze gemeenschap verloren loopt of eenzaam is. Help ons naar elkaar om te zien met de blik van de Goede herder.

S t i l t e  Laat ons bidden.

 Lector

Voor de mensen in ons midden die door armoede, door ziekten of beperkingen niet mee kunnen doen in onze welvarende samenleving. Dat wij ons met hen durven verbinden en ons hun lot aan trekken. Help ons hen met de barmhartigheid van de Goede Herder tegemoet te treden.

S t i l t e  Laat ons bidden.

Pastor

Goede God door Jezus de Goede Herder worden wij allen geroepen tot herderlijke zorg voor elkaar. Geef ons de moed en de durf om elkaars herder te zijn in de kerk en in de samenleving van vandaag. Dit bidden wij U door Christus onze Heer. Amen.

Overweging van Pasen 2017 door p. Tom Buitendijk

03Pasen2017Oss

Welkom in deze viering van Pasen. We horen weer de boodschap van Jezus de verrezen Heer.  Maar meer nog: we horen ook dat de Heer met ons mee trekt. Ongezien door ons, maar wel herkenbaar in de tekens van zijn aanwezigheid.  Letten wij wel goed op en zien ook wij vandaag die tekens dat Jezus leeft in kerk en in samenleving?  Willen we biddend zingen om ontferming.

 

Openingsgebed.

Goede God, Jezus de verrezen Heer komt ons tegemoet en vergezelt ons op onze weg. Open onze ogen voor Hem opdat wij Hem herkennen; Open onze oren voor Hem opdat wij zijn woorden  horen en verstaan; Open onze geest voor het begrijpen van de Schriften. Mogen wij de weg gaan die Hij ons wijst. Dan komen wij aan in het beloofde Koninkrijk  dat duren zal in eeuwigheid. Amen.

 

Gebed over de gaven

God, Vader, in het breken van het brood hebben de leerlingen uw Zoon herkend. Laat ook ons de Heer herkennen die zich als levend brood aanbiedt op onze levensreis naar U toe die leeft in eeuwigheid. Amen.

 

Slotgebed

Goede God, op onze weg naar u toe wil Jezus onze reisgenoot zijn. Mogen wij Hem herkennen in ieder gebaar van goedheid en liefde, Mogen wij Hem aanwezig weten waar mensen  voor elkaar  medemens willen zijn in uw Naam. Blijf bij ons als de avond valt en ons leven glansloos en somber wordt. Ontsteek in ons opnieuw uw licht opdat onze harten ontbranden in vreugde. Blijf bij ons in tijd en eeuwigheid. Amen.

 

Overweging

De meesten van u zullen het interview van het jaar wel gezien hebben. Het gesprek met koning Willem Alexander met Wilfried de Jong.  Het was een mooi en soms ook ontroerend gesprek. Vooral hoe Willen –Alexander over zijn vader prins Claus en zijn broer Friso sprak.   Opeens waren die twee mensen weer even aanwezig in ons hoofd en in ons hart. Wat hij vertelde over prins Claus houdt een boodschap voor vandaag in.  Als Duitser en als Europeaan voelde prins Claus zich schuldig aan de Holocaust waar hij persoonlijk niets mee te maken had. Het was wèl zijn volk en zijn generatie. Voelen wij ons mede verantwoordelijk voor het vele oorlogsleed dat wij dagelijks zien of zijn we er onverschillig voor? Dat is de vraag die  prins Claus ons via Willem – Alexander stelt.
Op 4 mei om 20.00 staan wij weer met velen bij het monument aan de Nieuwe Hescheweg. Allereest gedenken wij de joodse slachtoffers van de oorlog. Wij gedenken hen als mensen die er niet mochten zijn en die daarom gedood werden. Uit Oss zijn 252 mensen weg gevoerd en er maar zes terug gekomen. Met hen gedenken wij ook andere slachtoffers van oorlog en terreur. Ook gedenken wij hen die omkwamen in het verzet en als militair, vooral onze bevrijders uit vele andere landen. Wij zullen zeggen: “Nooit meer oorlog. Nooit meer oorlog. We zijn dankbaar voor 70 jaar vrede in Europa.”  Maar ook moeten we op 4 mei onder ogen zien dat de oorlogen nog lang de wereld niet uit zijn. Misschien moeten we zelfs erkennen dat wij enigermate medeschuldig zijn door politieke keuzes, door winstgevende wapenhandel, door gebrek aan werken voor de vrede en door de weigering slachtoffers van oorlogen op te vangen. Ook voor zaken waar wij persoonlijk niets mee te maken hebben, kunnen we ons verantwoordelijk voelen. Als we maar ietsje  aanvoelen van wat het betekent vluchteling te zijn, kunnen we niet meer zo iets zeggen als : “ga terug naar je eigen land en blijf hier weg”.

We hoorden het mooie Emmaüs verhaal. Het is een stuk evangelie en dat betekent : Blijde Boodschap.  In dat verhaal ligt dus vreugde en blijdschap besloten. Waar vinden we die vreugde in dat verhaal? Het begint met twee leerlingen van Jezus die teleurgesteld en verdrietig om alles wat er met Jezus gebeurd is, terugkeren naar hun oude bestaan.  Ze hadden de veiligheid van hun oude bestaan verlaten omdat ze hoopten op iets nieuws. Ze hoopten op de bevrijding van Israël uit de handen van de Romeinse bezetters. Jezus boodschap van het komende Rijk Gods verstonden zij als verzetsdaad. Nu keerden ze terug naar huis, naar vroeger, naar een onvrij bestaan. Een van de leerlingen heet Kleopas. Waarom noemt Lucas nou die andere naam niet?  Ik denk dat Lucas zo ieder van ons uitnodigt om in het verhaal te stappen en met Kleopas mee te lopen.  Met Kleopas op weg gaande bespreken wij de teleurstellingen in ons leven en vertellen we hem hoe we vroeger hoop hadden. Hoe mooi het geloof in Jezus voor ons als kind was en hoe wij als mensen van de kerk idealen hadden om de wereld te verbeteren, om wereldwijd vrede te brengen, om voor alle grote problemen oplossingen te vinden. Wij vertellen ook hoe teleurgesteld we zijn in de kerk en hoe we ons bedrogen voelen nu al die mooie idealen niet zo uitvoerbaar bleken. Wij zelf zijn de andere leerling die met Kleopas terugkeert naar een veilig bestaan. Maar dan komt er ineens een vreemdeling met ons mee lopen. We weten niet wie hij is en waar hij vandaan komt. Veronderstel nu dat de vreemdeling gezegd had: “ Kijk eens goed. Ik ben Jezus.” Dan hadden we Hem met eigen ogen  gezien.  Maar dan had Hij ons geen uitleg gegeven van de Schriften. Veronderstel nu dat een van ons samen met Kleopas hadden gezegd: “ Laat ons  met rust. Wat gaat het jou aan wat wij bespreken. Neem je eigen weg.” Maar dan was hij niet tot aan de vroege avond tot bij onze huisdeur mee gelopen.  Dan hadden wij zonder Jezus verder gegaan. Een weg zonder Jezus die naar ons verdriet luistert, die onze hoop herkent, die ons uitleg en uitweg biedt. Veronderstel nu eens dat wij bij de deur gezegd hadden: “Nu, wij zijn er. Jij nog een  prettige reis waar je ook heen gaat.” We hadden hem niet gastvrij uitgenodigd om met Hem brood en wijn te delen.  Maar dan Hij had niet kunnen tonen dat Hij de Gastheer van het leven is, die in de tekens van Brood en Wijn  aanwezig wil zijn. Wanneer wij Hem aan dit oergebaar van breken en delen herkennen, kan Hij verdwijnen uit ons midden en toch aanwezig zijn.  Waar twee of drie in mijn naam… Verheugd constateert Kleopas met een ieder van ons: Brandde ons hart niet in ons  zoals Hij met ons onderweg sprak, de schriften uitlegde en aan tafel het brood brak. Als wij tot op vandaag in dit Emmaüsverhaal mee lopen dan mogen we blij en verheugd zijn dat wij  bij de leerlingen van Jezus horen, dat wij een plek hebben in de beweging die Hij begonnen is. We mogen blij zijn met de Schriften die ons van het begin tot het einde op Jezus als de Christus wijzen. We mogen blij en dankbaar zijn voor Zijn Aanwezigheid in de Eucharistie. Maar mee lopen in het Emmaüverhaal brengt ook verantwoordelijkheid met zich mee waaraan we ons niet mogen onttrekken. Het verhaal van God en mens zoals in de Bijbel beschreven moet worden doorverteld en uitgelegd. De bijbel is geen leesboek dat je in kast kunt laten staan. Het is een leerboek en een leef boek. Je leert uit de Schrift jouw leven verstaan.  We hebben verantwoordelijkheid voor vreemdelingen. We kunnen luisteren naar hun verhaal en hen ruimte bieden om te wonen en te werken, om onze zuster en broeder te zijn.  Ieder van ons kan een klimaat scheppen waarin een vreemdeling die misschien Jezus is,  met ons mee kan lopen. In de kerk leren we gastvrij brood en beker te delen met wie hongeren en dorsten naar spijs en drank en naar gerechtigheid. In de jaren veertig en vijf en veertig van de vorige eeuw zijn vele mensen onder druk van de bezetting boven zichzelf uitgegroeid.  Ze hebben uit hun verantwoordelijkheidsgevoel wonderen verricht van medemenselijkheid.  Aan hen hebben wij onze vrijheid te danken.  Ook al zijn we persoonlijk niet verantwoordelijk voor veel leed, zijn we dan toch niet ergens schuldig als Nederlander en Europeaan? De vraag van prins Claus ….

Voorbede

Pastor

Goede God, U schenkt ons in Jezus nieuwe toekomst. Mogen wij Hem herkennen op onze levensweg.

Lector

In deze dagen nu wij de slachtoffers van de oorlogen gedenken en onze bevrijding vieren, willen wij u bidden voor ons land en alle bewoners. Om eerbied en respect  in ons omgang met elkaar. Doe ons beseffen dat alleen een liefdevolle benadering mensen bij elkaar kan brengen. Moge het gebaar van breken  en delen door ons worden voortgezet in het leven van alledag.

s t i l t e  Laat ons bidden.

Lector

Wij bidden voor de kerk die het verhaal van Jezus verkondigt in onze wereld. Dat de vrede die Hij bracht Moslims en Christenen wereldwijd inspireert. Dat het bezoek van paus Franciscus aan Egypte ervaren wordt als teken van vrede .

s t i l t e  Laat ons bidden.

Lector

Wij bidden voor mensen die gevangen zitten in eigen vanzelfsprekendheden en geen oog hebben voor nieuwe kansen en uitdagingen. Kom hen tegemoet, spreek hen aan, en  ontsteek in hun hart een vonk van liefde. Moge het gebaar van Jezus hun ogen openen voor de ander als medemens.

st i l te  Laat ons bidden.

Lector

Wij bidden voor onze parochiegemeenschap. Voor de zieken en bedroefden. Om sterkte en goede moed. Voor de intenties die ons ter harte gaan.

Verhoor onze gebeden op voorspraak van Titus Brandsma en geef wat goed voor ons is .

Laat ons bidden.

 

Pastor

God,  Jezus trekt als een vreemdeling met ons op en laat zich kennen door het gebaar van de liefde.  Mogen wij Hem ontmoeten en van Hem de liefde leren. Amen.