Overweging van zondag 18-6-2017 door pastor Leon Teubner

Vandaag is het sacramentsdag. We vieren het feest van Gods aanwezigheid in ons leven dat door zijn aanwezigheid geheiligd wil worden. Al wat is en leeft, is een sacrament van God. Ieder van ons een teken van zijn levende aanwezigheid. Daarom kan Jezus, die het Woord van God is, zeggen: “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald.  Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, omwille van het leven der wereld.”
In de hele evangelietekst van vandaag komt het woord ‘leven’ maar liefst 9x voor.
Leven!
Dat is het, waar het God om te doen is, en waar zijn aanwezigheid in en onder ons op uit is: dát wij toch tot leven komen!
Leven dat is van ons uit gezien: ademen, eten en drinken, relaties aangaan, werken en ontspannen, slapen en opstaan: weer een nieuwe dag. Maar echt tot leven komen is vanuit de Schrift gezien: Gods aanwezigheid gaan voelen in en doorheen ons ademen, eten en drinken, relaties aangaan, enz.
God daarin meer en meer gaan smaken geeft een ongekende rijkdom aan het leven, dat een leven zonder God doet verbleken. Leven, daar kun je over nadenken, over tobben, erin opgaan, zelfs eraan voorbij gaan. We dénken geregeld veel over ons leven na. Want we zijn zelden geheel en al voldaan.
Ons verlangen, zo ervaren we, is veel groter dan wat het aardse leven ons te bieden heeft.
We staan wel uit op vervulling, doch we kunnen maar mondjesmaat de honger en de dorst van ons hart en onze maag vullen. Mijn ervaring is: telkens als ik iets graag wil of: iets graag niet wil, dat de vervulling daarvan mij maar korte tijd kan bevredigen, of het nu materieel of geestelijk is, triviaal of hoog verheven. Er ontstaat altijd wel snel een nieuw verlangen, wat daarna weer gevolgd wordt door een ander verlangen. Tot nu toe is mijn verlangen nooit langdurig vervuld geweest. En dat geldt denk ik voor ons allemaal. Gaandeweg ons leven leren we uit ervaring, dat ons verlangen eigenlijk uitstaat naar ‘iets’  wat het leven zelf ons helemaal niet bieden kan. Iets dat ons aandoet en raakt in ons hart in en doorheen al die dingen die ons verlangen wekken, maar daar zelf niet mee samenvalt. Dit leren we door steeds weer te ervaren dat er niets is bij alles wat we ons toe-eigenen, dat ons leven blijvend en geheel vervult.  Daar kun je verbitterd en gefrustreerd van raken. Maar je kunt er ook van leren. Je kunt ook gaan inzien dat ons hart uitstaat naar ‘iets’ anders, Iets dat niet geschapen is, Iets dat je niet kunt begrijpen, aanleren, kopen of verdienen. Iets dat ons doorheen en voorbij alles wenkt. Iets dat zichzelf onvoorwaardelijk geeft in alles als wij het willen ontvangen mét alles.
Dat ‘andere’ dat Zichzelf geeft in alles wat Hij geeft, dat is datgene dat wij hier God noemen. God is de Enige die ons hartsverlangen durend en geheel vervullen kan. Want Hij woont in alles en iedereen.
Maar die vervulling, waar we een leven lang op uitstaan, die geschiedt maar als wij Hem in alles ontvangen én gaan meebewegen met zijn Zelfgave, door óók onszelf te geven in al wat aan ons geschiedt.
Als ook wij onszelf onvoorwaardelijk gaan geven in alles, komt God in zijn Zelfgave in ons leven tot gestalte. En dan komen wij werkelijk tot leven, tot goddelijk leven. Wij zijn immers bedoeld zoals Jezus, om uit te groeien tot de zichtbare gestalte van zijn verborgen aanwezigheid. Hoe wij er in ons leven ook aan toe zijn, hoe onwaardig wij onszelf misschien ook voelen, God verlangt in alles en iedereen aan het licht te komen. Hijzelf vormt immers onze diepste waardigheid.
Dat durven geloven en beamen door elke dag jezelf vanuit en mét God proberen te geven, dat is sacramenteel leven zoals Jezus ons voorleefde.  Om het ontvangen van God in ons leven te verbeelden, gebruikt Hij symbolen die horen bij eten en drinken: brood en wijn, vlees en bloed.
God ontvangen in je leven is zoiets als het eten van brood en wijn. Als wij, zoals onze maag het voedsel, het woord van God ontvangen en laten doordringen tot in ons hart, ons denken en spreken, doen en laten, dan horen we niet alleen wát zijn Woord ons zegt, maar dan komt Hijzelf mee naar binnen – om ons langzaam maar zeker om te vormen tot Hemzélf. Wij zijn het sacrament, het geheim van Zijn liefde, om te worden wat wij zijn: Gods onvoorwaardelijke Zelfgave, het lichaam van Christus.
Door het Woord van God tot ons te nemen zodanig dat het bezit van ons leven kan nemen, in ons spreken én in ons dóen en laten, zullen we ons meer en meer gaan geven aan elkaar.
Dan zullen wij door Hem, met Hem en in Hem goddelijk aan leven, een leven dat niet maakbaar, maar enkel te ontvangen is: zijn Zelfgave – waardoor Hij alles in alles zal zijn.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s