Overweging van zondag 16-7-2017 door pastor Leon Teubner

Vandaag vieren we het feest van de Orde van Onze Lieve Vrouw van de Berg Karmel, ofwel het Karmelfeest. Daarom hoorden we zojuist twee andere lezingen dan in de rest van de kerk vandaag gelezen worden. We hoorden zojuist over het bezoek van Maria aan haar nicht Elizabeth. Elisabeth prijst Maria zalig, Want Maria heeft zich durven toevertrouwen aan het Woord van de Heer: nl. dat zij zwanger zou raken van H. Geest. Maria echter, prijst niet zichzelf maar haar God, omdat deze zo  genadig met haar en met alle mensen begaan is. Zij schreeuwt het uit en zegt: Mijn hart prijst groot de Heer, van vreugde juicht mijn ziel in God, mijn redder, ja gezien heeft Hij de gebogenheid van zijn dienstmaagd.
Dat besef, dat zij gezien is door God die genadig met haar en met alle mensen begaan is, dat besef tekent de houding van Maria. Vanuit dat besef, dat God haar ziet en redt, beroemt zij zich ook niet op zichzelf, niet op haar eigen verdienste en goede daden, maar legt zij daarvoor alle eer bij haar God. Zo corrigeert zij op milde wijze haar nicht, en ook ons. Want Maria voelt hoe nietig zijzelf is, en wij allen zijn, in het licht van Gods gunnende goedheid. Niet zij, maar enkel God zal door ons geprezen worden.
Deze houding kenmerkt niet alleen de joodse, maar ook de christelijke traditie, die mét Paulus zegt: Niemand van u zal de ene persoon verheerlijken ten koste van de andere. Want, wat heb je, dat je níet gekregen hebt? Als iemand al wil roemen, dan roeme hij op de Heer!
Hier spreekt geen angstvallige nederigheid of minderwaardigheid uit, maar een heel fier en zelfbewust realisme. Al wat een mens is en kan, zo beseft Maria, dat is maar van God uit gegeven. Je zult daarom niet mij zalig prijzen, zegt zij, maar enkel en alleen God, die mijn en jouw redder is. Maria zit anders in elkaar dan de profeet Elia uit de 1e lezing. Elia wil sterven en legt zich neer onder een braamstruik, maar wordt gewekt door een engel van God die hem water en brood geeft om verder te gaan. Als Elia uiteindelijk voor Gods gelaat verschijnt op de berg Horeb, dan beklaagt hij zich bij zijn God en zegt:

Ik heb me vol ijver ingezet voor jou,
maar Israël vermoordt jouw profeten,
en nu vrees ook ik voor mijn leven.

Er is veel ‘ik’ bij Elia, veel eigen ijver waarop hij zich beroemt. Elia is stukgelopen op zijn eigen weg. Terneergeslagen is hij, hij wil dood. Veel willen ook, en weinig ontvankelijkheid voor Gods wil. Maar God buigt de eigenwilligheid van zijn profeet om naar Zijn wil, en zendt hem weer weg. Elia zal een nieuwe koning zalven, die het afvallige volk weer zal doen omkeren tot zijn God. In tegenstelling tot Elia is er in Maria weinig ik-gerichtheid en eigen roem te vinden, zoals zij voor ons getekend wordt in het evangelie.

Er is weinig ‘ik’, doch veel ‘mij’:
Hier mij’, zegt zij heel eenvoudig tegen God,
mij geschiede naar jouw woord’.

Maria staat voor ons als een vruchtbaar model voor religieuze gevoeligheid en ontvankelijkheid. Zij beklaagt zich niet over haar leven bij God, maar laat Hem eenvoudigweg binnen. Zij ontvangt zijn werkzame inwoning in haar hart, en in haar spreken, in haar doen, en in haar laten, en laat Hem daar eenvoudigweg vruchtbaar werken. Zo wordt uit Maria Gods Gezalfde geboren, een redder die zijn volk weer zal doen terugkeren tot zijn God. En Maria, Maria prijst enkel haar God om de grote dingen die Hij in en aan haar doet. Zij buigt zich ontvankelijk naar God, haar redder, en God buigt zich welwillend tot Maria, zijn dienstmaagd.
Maria is een gebogene. Een gebogene in de Bijbel is geen terneergeslagen mens. Een gebogene is iemand die arm is van zichzelf, en hij weet dit. Een gebogene is arm aan zijn en rijk aan niet-zijn. Hij weet dat hij niets is uit zichzelf, en niets bezit, maar elk moment alles te ontvangen heeft: zijn lijf, zijn geest, zijn vermogens, zijn lief en leed, zijn hele mens-zijn, al wat is. Een gebogene is iemand die elke dag weer zich buigt naar God als de bron van zijn bestaan, om alles uit diens gunnende hand te ontvangen: zichzelf, zijn naaste, een hele schepping. Ook als hij lijden moet en het leven als een last ervaart, zijn kwetsbaarheid voelt, zijn onmacht, zijn tekort.
Gebogenheid is ook de grondhouding van de Messias, Christus, de Gezalfde, die uit elke Maria geboren wordt. Hij die vertrouwend is, zachtmoedig, teder en beminnelijk. Hij die zich geheel en al buigt voor het Geheim van alle leven, vanuit een nederige aanname van zijn eigen armoede en tekort. Maria vormt zo voor ons allen een uitdaging om te gaan ontvangen wat wij mogen worden, het lichaam van de Christus, de Gezalfde van God.
Dat ook aan ons geschieden zal wat wij op deze zondag van het Karmelfeest vieren, en met Maria durven zeggen:

Mijn hart prijst groot de Heer,
van vreugde juicht mijn ziel in God, mijn redder,
ja gezien heeft Hij de gebogenheid van zijn dienstmaagd.

Overweging van zondag 9-7-2017 door p. Tom Buitendijk

Van harte welkom in deze viering.

Vandaag aan het begin van de vakantie tijd horen we de uitnodiging van Jezus om tot rust te komen. Wanneer wij tot Hem gaan zal Hij ons rust en verlichting schenken. Wat biedt deze rust ons? Daar willen we bij stil staan. Willen wij bidden om Gods barmhartigheid om deze Eucharistie viering goed te kunnen vieren.

 

Openingsgebed.

Goede God, in Jezus uw zoon bent u ons verschenen als een brenger van rust en vrede. Biddend en gelovend kunnen wij komen tot rust. Doe ons delen in de zekerheid dat uw Koninkrijk groeiende is. Behoed ons voor het waandenkbeeld dat alle geluk van ons afhangt. U bent de Heer van tijd en eeuwigheid. Amen.

 

Gebed over de gaven.

Barmhartige God, brood en wijn zijn de tekenen van vreugde onder de mensen. Mogen wij in deze maaltijd gesterkt worden tot dienstbaarheid aan elkaars geluk. Aanvaard deze gaven en maak ze tot teken van verbondenheid met U. Door Christus onze Heer. Amen.

 

Slotgebed

Goede God, u bent nabij aan hen die U zoeken. U wilt de kracht zijn in onze pogingen uw Rijk gestalte te geven. Geef ons de rustige zekerheid dat wanneer wij doen wat ons te doen staat, ons leven een bijdrage is aan uw Koninkrijk. Moge uw vrede en de barmhartigheid over ons komen en ons de innerlijke rust schenken. Door Christus onze Heer.

 

Overweging

Jezus nodigt ons uit om bij Hem te komen en om bij Hem rust te vinden. Dat rust vinden betekent wèl dat je bereid bent de lasten die Hij je oplegt te dragen. Hij legt je, zo belooft Hij, een zacht juk op. Hij nodigt ons niet uit om lekker op vakantie te gaan om daarna het oude leven weer op te pakken en aan te kunnen. Misschien in een rustiger tempo.  De rust waartoe Hij ons uitnodigt ligt op een dieper niveau: het is de rust waarin je thuis bent bij jezelf; de rust van het toeven bij God als bron van je bestaan; de rust van goede verhoudingen met medemensen. Deze rust vind je alleen als je in keert in jezelf, als je de reis naar je binnenste, naar je ziel maakt. Dat is een stuk moeilijker dan een vakantie reis. Die rust heeft te maken met de rust die God nam, nadat Hij in het scheppingsverhaal aarde en hemel had voltooid. Het is de rust na gedane arbeid. De rust van het zalige genieten. Het is de rust van de joodse  sabbat en van de christelijke zondag.  De dag waarop God en mens elkaar ontmoeten in gebed en overweging, in inspiratie en nieuwe oriëntatie voor het leven van alledag.  Onze samenleving zou een stuk rustiger, minder opgejaagd en gehaast zijn als we de zondag weer zouden respecteren als Dag des Heren. We zouden er als samenleving een stuk gezonder op worden. Zondag als dag van recreatie, van herschepping, van genieten, van herbronning naar God toe. De 24 uurs economie die ons meer en meer wordt opgedrongen, leidt tot de nare ziekte van de kokende kikker. Wij leven als kikkers in een diep pan met water dat alsmaar warmer wordt door het vuur eronder. We spartelen met onze pootjes om boven water te blijven. De randen van de pan zijn te glad om houvast te vinden. Wat er gebeuren gaat laat zich raden. Zo zit wel onze maatschappij in elkaar. We komen niet meer op adem en vinden geen rust. Het enige wat schijnt te helpen is onverschillig worden voor onze omgeving, ons nergens meer iets van aantrekken en uitsluitend naar ons eigen belang kijken. Dat is precies wat er ook gebeurt.  De mensen die sterk zijn en zich goed kunnen redden vinden dat we in een gezonde economie leven en in een gaaf land wonen. Ze zien niet dat de armoede toeneemt; ze zijn onverschillig voor de zorgbehoeftigen; hebben nauwelijks belastingmoraal; willen van sociaal onrecht niet weten. Economie als eerlijke verdeling van de schaarste is verworden tot “ik wil meer hebben dan een ander en de ander zie ik niet meer staan.” En als de ander zich meldt, dan is er ineens sprake van sociale onrust. Het is waar: we leven in een ontzettend onrustige wereld. Maar je kunt niet van deze wereld afstappen naar een andere wereld waarin het rustiger is.  De komst van migranten naar Europa; de Islam in onze streken; de gevolgen van de klimaatverandering; de aanslagen en terreurdaden; de schending van het milieu: al die wereldproblemen vragen om een antwoord. Hoe dat antwoord eruit moet zien, weten we niet. We weten wel dat een antwoord dat begint met “ik zal mij redden ten koste van anderen” nooit zal helpen! Alle wereldproblemen kunnen alleen maar worden opgelost door ‘samen met elkaar’ naar oplossingen te zoeken.  De samenleving gaat kapot aan individualisme en aan groepsbelang. Heel de samenleving snakt naar solidariteit, naar toekomstperspectief voor allen. De kerk is niet de instantie om alle problemen op te lossen. Wel is het goed dat de kerk problemen signaleert en benoemt zoals paus Franciscus doet in zijn encycliek Laudato Si. Het gaat immers om het geluk van mensen, het gaat om menselijkheid voor allen, het gaat om de eerbiediging van alle mensen die Gods kinderen zijn. Het gaat in de kerk om onze betrokkenheid op God. Op God die deze wereld schiep, die ons het leven geeft, die de grond is van ons bestaan. Het gaat om de zorg voor onze ziel en om de rustige zekerheid, die wij daar mogen ervaren: God is er toch! Het besef: God is er toch! schenkt ons te midden van alle onrust de rust die Jezus belooft. In de hel van Dachau bleef Titus Brandsma naar God zoeken. Ook in zijn beulen. Er moest iets goeds zijn in iedere mens. God is er toch. In de gevangenis op Robbeneiland heeft Nelson Mandela de rustige zekerheid gekend: eens verdwijnt de apartheid en worden wij vrije mensen. God is er toch. In de onrust van deze wereld kunnen we onze rust vinden in onze ziel: de plek waar wij door God worden aangesproken: jij mens; de plek waar wij onze medemensen aanspreken: jij bent mijn medemens;  de plek waar ik mezelf toespreek: wees een medemens, wees andermans naaste. Jezus nodigt ons uit om vanuit onze ziel, vanuit dit innerlijk centrum te leven in de wereld van vandaag. De schokkende onrust van de wereld kan ons ons verwarren, maar nooit helemaal schokken. In ons leeft de overtuiging: God is er toch! Het komt goed! Vanuit die innerlijke overtuiging leren we ook dat onze bereidheid de naaste te zijn, een begin is van de oplossing van alle wereldproblemen. Daar is moed voor nodig. Niet de moed van mensen die met een vloek en een zucht, met geweld en overmacht de zaak wel even klaren. De ervaring van eeuwen leert dat geweld alleen maar meer geweld oproept.  We hebben zachtmoedigheid nodig: de moed om zacht voor elkaar te zijn. De zachte krachten zullen het winnen. Daar is nederigheid voor nodig. Niet het zichzelf wegcijferen tot er niets meer van je overblijft. Nederigheid is zelfbewust je plaats weten te midden van mensen en van daaruit je gaven en capaciteiten aanwenden om deze wereld mooier te kleuren. Nederige mensen zullen de lasten van een zacht juk moedig kunnen dragen. Toen Jezus’ ziel verontrust was door de tegenstand die Hij ontmoette vond Hij zijn rust in de overtuiging dat Gods Rijk zou aanbreken. Nederig gezeten op een veulen reed Hij zijn stad Jerusalem binnen en met grote moed legde hij getuigenis af dat liefde tot God en de naaste de grondslag is van een nieuwe maatschappij. Als christenen hebben wij de lichte last opgelegd gekregen dit getuigenis te laten klinken en er naar te leven. Alleen zo kan de onrust die onze maatschappij zo kenmerkt bezworen worden. We weten dat de echte oplossing van ieder wereldprobleem begint de rustige zekerheid: God die liefde is, die is er toch! 

 

Pastor

Bidden wij tot God die liefde is en ons leven doet.

 

Lector

Bidden wij voor de kerk in de wereld en in ons land. Dat de kerk vrijmoedig de tekorten in de samenleving aanwijst. Dat de kerk de harten van de mensen kan richten op God.
S T I L T E  laat ons bidden.

 

Lector

Bidden wij voor hen die  politieke verantwoordelijkheid dragen. Dat het algemeen welzijn van iedere mens in ons land hun hoogste doel is. Dat zij oog en oor en hart hebben voor kwetsbare mensen.

S T I L T E  Laat ons bidden.

 

Lector

Bidden wij voor de vakantiegangers. Dat zij rust en ontspanning vinden. Dat zij  de natuur, de cultuur, de medemensen leren waarderen als gaven van God.

S T I L T E  Laat ons bidden.

 

Lector

Bidden wij voor onze parochiegemeenschap. Voor de zieken en bedroefden. Om genezende aandacht. Voor mensen die niet op vakantie kunnen. Dat zij niet vergeten worden. Voor de jarigen. Om levensvreugde en gezondheid.

S T I L T E  Laat ons bidden.

 

Pastor

God maak ons tot zachtmoedige mensen die uw liefde uitdragen en zo meewerken aan de komst van uw koninkrijk. Door Christus onze Heer.

 

 

 

Overweging van zondag 2 juli 2017 door p. Tom Buitendijk

Welkom

U allen van harte welkom in deze viering. De vakantietijd breekt aan. Veel mensen gaan op weg om andere landen te bezoeken. Toeristen zijn als gasten van harte welkom. Veel mensen komen naar Oss toe om hier te gast te zijn bij familie en vrienden. Gastvrijheid is een belangrijke deugd. Een samenleving die gastvrij en open is naar andere mensen is een goede en beschaafde samenleving. In abdijen ontvangt de abt de gasten als waren zij Christus zelf. Wie een gast opneemt, neemt Christus op. Zijn wij gastvrije mensen? is een vraag die Jezus ons vandaag stelt.

 

Overweging

Het tiende hoofdstuk van Mattheus heet de zendingsrede. Jezus stuurt zijn leerlingen erop uit om Zijn Boodschap van het komende Rijk van God aan te kondigen en te beleven. Vorige week hoorden we Jezus tot vier keer zeggen: natuurlijk loop je tegenstand op, maar: wees niet bang. Je maakt je als mijn volgeling niet populair, maar uiteindelijk zul je je tegenstanders toch overwinnen! God is met je! Dus: wees niet bang! Ik heb toen verteld over paus Franciscus en over bisschop Gerard de Korte die hun hart laten spreken voor en die hun handen uitstrekken naar mensen die zich door de kerk aan de rand geduwd voelen. De homo’s, de gescheiden mensen, de vreemdelingen in ons midden, maar ook de zondaars die spijt hebben over hun daden. Al deze mensen moeten mogen rekenen op de liefde en de zorgzaamheid van de geloofsgemeenschap. Er zijn mensen die menen namens God een hard oordeel te moeten uitspreken. Paus Franciscus en bisschop Gerard willen ook in deze mensen Gods oproep horen tot barmhartigheid. Zij willen ook in hen het beeld van God zien.
Mattheus legt Jezus een hele moeilijke zin in de mond: “Wie u die mijn leerling bent, opneemt, neemt mij op. Wie Mij- Christus -opneemt, neem Hem op die mij gezonden heeft. Die “ Hem” is God de Vader. Wij die als leerlingen gezonden zijn om de boodschap van het evangelie uit te dragen, wij worden als Christus opgenomen en ontvangen of wij worden als Christus tegengesproken en weggestuurd. Als wij in de samenleving getuigen van ons christen zijn dan delen wij in hetzelfde lot als Christus die zijn kruis moest dragen en zijn leven moest geven. Maar ook kunnen wij – zoals Christus – welwillend en gunstig ontvangen worden en gaan mensen met ons mee doen. Waar er twee of drie in mijn Naam bijeen zijn, ben ik – Christus – in hun midden.
Leerling van Jezus zijn betekent niet het theoretisch eens zijn met zijn leer of zijn geboden. “Jezus, ik kan een heel stuk met u mee denken”. Leerling van Jezus zijn betekent alles voor Hem en voor zijn Boodschap over hebben als voor je beste en intiemste vriend. Leven in vriendschap met Jezus betekent: heel jouw wezen laten door dringen van zijn persoonlijke nabijheid. Die band met Jezus is hechter dan de band met je ouders of met je kinderen. Die band met Jezus kan de band met je ouders en met je kinderen zelfs verdiepen. Die band van vriendschap met Jezus kan vragen dat je alles en iedereen los laat omwille van Hem. En als je alles hebt los gelaten omwille van Hem, dan kom je tot je waarachtige zelf. Je komt tot de mens die zoals Jezus onbevreesd en belangeloos, open en vrij tegenover andere mensen staat. Je ervaart jezelf als mens die door Jezus wordt bemind. En: je bent voor niemand meer bang. God is met je. Leerling van Jezus zijn, christen zijn, vriend van Jezus zijn, betekent dezelfde moed en dezelfde kracht als Christus hebben om het Rijk van Godgestalte te geven. Om het heel scherp te zeggen: wie Christus opneemt in zijn leven, wordt daarmee Christus in de wereld van vandaag. Je kunt niet een beetje christen zijn en voor de rest jezelf, je eigen ik. Je bent christen of je bent het niet. Maar- dat moeten we heel eerlijk toegeven – als christen kunnen we lang niet altijd de maat van Christus zelf bereiken. We schieten altijd te kort in christen–zijn. Dat we dagelijks tekort schieten in christen zijn, wil niet zeggen dat we volkomen falen. Er gebeuren gelukkig ook altijd veel goede dingen in de samenleving doordat christenen hun stem laten horen en verantwoordelijkheid op zich nemen. Niet alle christenen doen dat op dezelfde wijze en in dezelfde mate. De kinderombudsvrouw mevrouw Margrite Kalverboer wil de rechten van kinderen van asielzoekers die langer dan vijf jaar in ons land wonen, respecteren. Zij pleit er voor hen gastvrij op te nemen in onze samenleving. Zij pleit voor een nieuw kinderpardon. Sommige christenen stemmen met haar plannen in, andere christenen zijn terughoudend. Christen–zijn betekent belangeloos goed zijn en ruim denkend handelen. Wat blijkt nu: lang niet altijd maken we de keuze die Christus zou maken. Als christenen falen wij en zijn wij lang niet altijd in alles geloofwaardig.
Christen zijn betekent steeds meer keuzes richting Christus maken. Christen willen zijn is altijd christen willen worden.
Gastvrijheid is een deugd die beloond wordt. Wie een profeet opneemt, neemt iemand op die namens God spreekt. Dat spreken van God kan weleens heel lastig en veeleisend zijn zoals het spreken van Christus is. Het zou goed zijn als christenen helderder en overtuigender hun stem laten horen in de wereld van vandaag. Maar ook: het zou goed zijn voor de samenleving om gastvrijer te zijn voor christenen en om meer te luisteren naar hun profetisch spreken. Christenen oordelen niet allereerst over andermans fouten en tekorten, maar nodigend uit om de weg van Christus te gaan. Christenen die authentiek en van binnenuit spreken zullen zeker ontvangen worden. Zeker als hun spreken vergezeld gaat van geloofwaardige daden. Wie als christen de persoon van Christus in de samenleving brengt zal zowel gastvrijheid als tegenstand ervaren.
Gastvrijheid bouwt een samenleving op die door tegenstand niet kan worden afgebroken. Wees niet bang om christen te zijn! Amen

 

 

Pastor

God, luister naar onze gebeden en schenk verhoring. Geef wat goed voor ons is.

 

Lector

Voor allen die zich christen noemen. Dat Christus het centrum van hun leven is en dat zijn hun doen en laten op Hem gericht zijn. Help ons steeds meer christen worden in de wereld van vandaag.

S T I L T E Laat ons bidden.

 

Lector

Voor de vervolgde medechristenen. Dat zij in navolging van Jezus hun kruis kunnen dragen. Dat zij staande blijven in het geloof en daadkrachtig zijn in het beleven van de liefde.  Wees hen nabij met uw kracht en uw steun.

S T I L T E Laat ons bidden.

 

Lector

Voor de kinderen van asielzoekers die hier geboren, geworteld en ingeburgerd zijn. Dat wij hen gastvrij ontvangen als waren zij Christus zelf. Dat wij hen de kans geven hun talenten in te zetten voor de opbouw van ons land.

S T I L T E Laat ons bidden.

Lector

Voor onze parochiegemeenschap bidden wij: voor de zieken thuis en in het ziekenhuis;

  • voor de bedroefden en de vereenzaamden
  • voor de armen in ons midden en vooral voor de kinderen die tekort komen.

Mogen wij voor elkaar gastvrij zijn en elkaar opnemen omwille van Christus zelf.

S T I L T E Laat ons bidden.

 

Pastor

Goede God, mogen wij door waarachtig christen te zijn medebouwers worden aan uw Rijk dat komen zal. Dit vragen wij u door Christus onze Heer.

Amen