Overweging van zondag 24-9-2017 door p. Tom Buitendijk

 

 

God nodigt in de parabel van vandaag iedereen uit om in zijn wijngaard te werken en om samen van de vruchten te genieten. Met een beetje verbeeldingskracht ziet u het voor U:  een wereld waarin alle mensen vrolijk zijn, genieten van een goede maaltijd en een feestelijk glas wijn.  Zo zou de vredesweek toch kunnen eindigen: een feest voor iedereen in deze wereld! De werkelijkheid is anders: er hangt een sfeer van oorlogsdreiging in de wereld; in de samenleving in ons land neemt de ongelijkheid toe. De sfeer is meer grimmig dan vredig. Juist dan moeten we onze verbeeldingskracht laten werken:  het kan anders! Willen we stil worden en bidden om Gods ontferming over ons .

 

Openingsgebed.

God, uw goedheid gaat uit naar alle mensen zonder onderscheid. U nodigt ons allen uit te werken in uw wijngaard en te genieten van de oogst. Wij bidden U: Help ons in vrede te leven met elkaar en nu reeds te werken aan uw Koninkrijk van vrede dat komen zal en duren zal in eeuwigheid. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Gebed over de gaven

Goede God,  aanvaard in dit  brood en in deze wijn onze bereidheid ons in te zetten voor vrede in deze wereld. Moge de maaltijd die wij vieren een teken van eenheid en saamhorigheid zijn met al uw mensenkinderen. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Slotgebed

Goede God,  In het leven, sterven en verrijzen van Jezus, uw Zoon, hebt u ons de weg gewezen naar de waarachtige vrede. Maak ons tot mensen die gerechtigheid beoefenen en in onderlinge liefde elkaar willen dienen. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Overweging

In een gesprek zei iemand mij :  Echt waar. Ik kan niet tegen onrecht! Rechtvaardig zijn is een mooie eigenschap, zei ik. Ja, zei de man, als ik benadeeld word, dan word ik laaiend van woede. En als anderen benadeeld worden, vroeg ik voorzichtig. Tja, die moeten maar voor zichzelf zorgen, zei hij. Daar kan ik niet zoveel aan doen.
Is opkomen voor recht en gerechtigheid hetzelfde als opkomen voor je eigenbelang?  Niet zo’n gekke vraag, lijkt mij. De parabel over de wijngaard heeft twee kanten: de parabel vertelt over de mateloze goedheid van de landeigenaar, God. Hij laat iedereen werken in zijn wijngaard; hij kijkt niet naar de prestaties maar naar de bereidwilligheid; hij geeft aan ieder de afgesproken beloning; er is allen reden om een wijnfeest te vieren nu de oogst binnen is. Op 3 september  was ik in Bernkastel, een stadje aan de Moezel. Er was een oergezellig wijnfeest aan de gang. Veel mensen liepen op het plein met een glas wijn in de ene en een Curryworst  in de andere hand.  Vrede en vreugde alom. Maar dan de andere kant. Iemand zegt: “Ik kan niet tegen onrecht. Ik heb vanaf vanmorgen zes uur gewerkt en die daar maar één uur – vanaf vijf uur.”    “U stelt die daar gelijk met ons die de hitte van de dag gekend hebben”. Die gelijke betaling wordt aanleiding tot ruzie, twist, verwijten.
De harde werkers vinden het onrechtvaardig dat zij niet méér krijgen dan de afgesproken beloning. Zij vinden dat de landeigenaar niet zò met mensen mag omgaan. God, de eigenaar, mag mensen in hun ogen geen gelijke behandeling geven.  Dat is onrechtvaardig. God moet onderscheid maken en in hen betere mensen zien vanwege betere prestaties. De mooie parabel van Gods mateloze goedheid wordt gebruikt om onder de mensen verdeeldheid te bewerken. Wij weten beter dan God wat een eerlijke betere verdeling is!  Je hebt harde werkers, gewone werkers,  luie werkers en profiteurs. Waarom delen de profiteurs gratis en voor niks in de oogst?  “Ik kan niet tegen onrecht wanneer ik mij benadeeld voel!”
Laten we eerlijk zijn. Die onruststokers die meer willen, daar hebben we begrip voor. Het is toch niet oneerlijk om te verwachten dat je meer krijgt omdat je betere prestaties geleverd hebt. Het is toch altijd loon naar werken.  In de werkelijkheid van de wereld gaat het er toch zo aan toe. Je hebt arme landen en rijke landen. De rijke landen denken dat ze meer rechten hebben. Ze nemen wat ze hun deel noemen, van de arme landen af. Zo komt er oorlog in de wereld. Als wij wel ons verstand maar niet onze verbeeldingskracht blijven gebruiken, dan blijft het de komende jaren nog wel oorlog. De strijd om zuiver drinkwater zal zeer heftig worden. Maar als wij de droom waar maken dat waar gedeeld wordt er voor iedereen genoeg is, dan kàn het anders worden. “De aarde heeft niet voldoende voor ieders begeerten, maar wel voor ieders behoeften”. Ik weet niet meer van wie deze wijsheid is. In de werkelijkheid van ons land gaat het ook zo. De troonrede op Prinsjesdag had inhoudelijk nog niet zoveel te melden, maar de toon was optimistisch. Het gaat goed in Nederland ! De economie draait  op volle toeren en daar worden de méésten beter van. Niet iedereen natuurlijk: ouderen, zieken, mensen met beperkingen, vluchtelingen, die presteren niet. We moeten zorgen dat ze het hoofd boven water houden. Dat is voor hen voldoende. Dat de slimme mensen en de harde werkers méér krijgen is toch logisch. Maar: stel je nou eens voor dat we in plaats van al ons menselijk rekenwerk eens uitgingen van Gods mateloze goedheid! Heeft u in het evangelie het schrijnende zinnetje gehoord: “Niemand heeft ons gehuurd.  Wij stonden vanmorgen om zes uur ook al op de arbeidsmarkt, maar niemand heeft ons nodig”.
Als je een verkeerde postcode hebt …. een verkeerde naam …… een ander kleurtje dan wit……  Als je baan overtollig word…. als je wegens slijtage maar gedeeltelijk kunt werken … als je in persoonlijke moeilijkheden komt … Als je diploma’s niet erkend worden …… als je Nederlands niet goed genoeg is … als je nog geen verblijfsvergunning hebt…. “Niemand heeft ons gehuurd”. In de parabel krijgen al deze mensen een kans. De landeigenaar kijkt niet naar de prestatie, maar naar de bereidwilligheid. Hij wil dat iedereen helpt om de oogst binnen te halen en het feest van de vrede en vreugde te vieren. Zou het nou niet onze droom kunnen zijn dat wij iedereen een kans geven om volwaardig mee te draaien? Zouden wij – ondanks alle verschillen – mensen niet als gelijken kunnen behandelen? Onze gedachten zijn niet dezelfde gedachten als die van God. Dat is waar. Waarom zouden we niet proberen met God mee te denken? Jezus nodigt ons daartoe uit. Onze wegen zijn niet de wegen die God kiest. Jezus gaat ons voor op de weg van God. Het is de weg naar de mensen die niet gehuurd zijn. Waarom zouden we kwaad op God zijn omdat wij niet méér krijgen dan wat afgesproken is ?  We zouden toch ook uitdelers kunnen worden van Gods mateloze goedheid! Ik kan niet tegen onrecht. Als ik me benadeeld voel, word ik woedend. Ik kan niet tegen onrecht. Als ik zie dat anderen benadeeld worden: ….word ik dan woedend ? …. of doe ik dan niets?
Wat voor wereld ziet u in uw verbeelding?

 

Pastor:

God, u hebt ons in uw dienst in de wijngaard geroepen. Help ons onze taak goed te vervullen.

Lector

Mogen de vredesinitiatieven van de  kerken de landen en volken behulpzaam zijn om hun samenleving op te bouwen in gerechtigheid en vrede voor allen. Bidden we ook voor volken die in hun verlangen naar vrijheid met gewelddadigheid worden tegen gewerkt. Dat zij de moed tot vrede niet opgeven.

S T I L T E  Laat ons bidden .

 

Lector

Voor alle mensen die werken voor hun dagelijks brood. Dat door hun arbeid vrede en welvaart voor allen toenemen. Dat wij dit brood in vrede en rust kunnen eten. Dat wij bereid zijn te delen met hen die tekort komen.

S T I L T E  Laat ons bidden .

 

Lector

Voor mensen die ‘niet gehuurd’ worden en daardoor buiten de samenleving komen te staan. Dat wij hen een plaats bieden in de samenleving waarin zijn kunnen groeien in zelfrespect en in waardigheid.

S T I L T E  Laat ons bidden .

 

Lector

Wij bidden voor onze geloofsgemeenschap. Voor de zieken, de bedroefden de vereenzaamden. Dat onze aandacht genezend zal zijn. Voor Ruben Kuijs die vanmiddag het Doopsel zal ontvangen. Dat hij opgroeit als een blije en gelukkige christen.

 

Pastor

Goede God, geef dat ons leven en werken vruchten voortbrengen die allen te goed komen. Houd ons gaande op de weg naar uw Koninkrijk . Amen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Overweging van zondag 3-9-2017 door pastor Leon Teubner

Overweging

Jezus trekt met zijn leerlingen door Galilea. Vanaf het moment dat Johannes de Doper door Herodes gevangen genomen is in Jeruzalem blijft Jezus ver weg van die stad. Hij trekt rond in de steden en dorpen in het Noorden van Israel, verkondigd in de synagogen de goede boodschap van het Koninkrijk van God en geneest er de zieken. Maar tijdens zijn preken en rondtrekken door Galilea, verandert de stemming onder de mensen tegenover Hem en zijn leerlingen. De sfeer wordt dreigender. Hij wordt niet begrepen door de religieuze autoriteiten, de Schriftgeleerden en de farizeeen. Want Hij doet dingen op de Sabbat die in hun ogen verboden zijn en die zij daarom gaan verbinden met het werk van de Satan. Ook door het gewone volk wordt Hij steeds minder begrepen, hetgeen erop uitloopt dat Hij zijn geboortestreek niet wordt erkend. Ook zijn eigen familie begrijpt Hem niet meer en wordt bang. Zij vinden de verkondiging en het gedrag van Jezus ‘gestoord’. Daarop maakt Jezus zich los van zijn familie met de woorden: Alleen wie de wil doet van mijn Vader in de hemel, die is mijn broer, mijn zus en mijn moeder. Zo wordt het kringetje om Jezus steeds kleiner en wordt Hij meer en meer teruggeworpen op zijn leerlingen. Als Hij dan hoort dat Johannes de Doper in Jeruzalem door Herodes is vermoord, dan komt het moment waarvan wij zojuist hoorden, dat Hij tegen zijn leerlingen zegt, dat hij naar Jeruzalem moet gaan, daar veel zal moeten lijden en ter dood zal worden gebracht, om op de 3e dag te worden opgewekt uit de dood. Nu na de dood van Johannes er geen profeet meer is in de stad, moet Híj er de goede boodschap van zijn Vader verkondigen, aan het volk en aan de priesters en de ouden in de tempel. Hij moet ook daar de armen bemoedigen en de zieken genezen, ook als die op de Sabbat aan Hem gegeven zullen worden. Petrus voelt zijn einde en protesteert heftig tegen dit scenario, waarop Jezus hem bars aanspreekt met ‘Satan’, en tegen hem zegt:

‘kom achter mij, want Jij denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat mensen willen.’

Jezus lijkt daarmee Gods wil te koppelen aan het lijden en de dood die hij over niet al te lange tijd móet ondergaan. In onze ogen lijkt het alsof Hij zichzelf iets oplegt wat Hij toch niet willen kán. Iets waartoe Hij bijna gedwongen wordt. Toch kennen wij dat allemaal. Je moet soms iets willen wat je niet wilt, maar het moet nu eenmaal gebeuren: – je ontfermen over een ander die op je weg komt, niet uit morele plicht of overtuiging, maar omdat je vanuit een diep weten voelt: ik moet het doen, ik kan niet anders.

– bij je geliefden blijven of deze juist loslaten, niet uit plicht of angst voor wat anderen ervan vinden, maar omdat je vanuit een diep weten voelt: ik moet het doen, ik kan niet anders.

– in verzet te komen tegen onrechtvaardigheid, niet uit morele plicht of overtuiging, maar omdat je vanuit een diep weten voelt: ik moet het doen, ik kan niet anders, ook al neemt mijn leven daardoor een wending die ik zelf eigenlijk niet wil.

Jezus krijgt hier de beker aangereikt van zijn lot, Hij is vanaf nu in de hof van Olijven. Hij moet naar Jeruzalem gaan, Hij voelt dat het zo moet gaan. Er zijn twee soorten ‘moeten’: een moeten uit een morele plicht, en een ‘intrinsiek’ moeten, een moeten dat voortkomt uit de aard van iets waar je voor leeft of leven wilt. Als je verlangt topsporter te worden, dan moet je trainen. Als je arts wilt worden, dan moet je studeren. Als je een relatie wilt, dan moet je jezelf geven. Dat is een moeten dat te maken heeft met: het kan niet anders, er is geen andere manier. Jezus wil misschien wel anders, maar het kan niet anders. En Hij accepteert dat.

Waarom kan het niet anders? Jezus weet dat Hij zijn leven en alles wat Hem op zijn weg gegeven wordt uit Gods hand ontvangt als zijn Zoon, als zijn beminde. Omdat Jezus trouw wil blijven aan zijn Vader die liefde is en die Hem liefdevol bemint, is het zijn diepste wilsverlangen om op God gericht te blijven en tot het uiterste de liefdeswil van zijn Vader te doen. En dat doet Hij, door zich telkens weer volledig toe te vertrouwen aan Hem. Niet alleen als het gaat zoals Hij wil, maar ook als het leven angstig en bedreigend wordt.

De liefdeswil van de Vader doet Hem steeds weer woorden van vergeving spreken en dingen van liefde doen, die Hem in de ogen van zijn geloofsgenoten, maar ook van zijn familie en zijn leerlingen,

maken tot een overtreder van de joodse wet. Jezus voelt gaandeweg dat zijn leven op het spel komt te staan, als Hij het verlangen van zijn Vader trouw blijft. Maar Hij voelt ook dat Hij zijn Vader ontrouw wordt wanneer Hij uit angst zijn eigen leven probeert te redden. En dat Hij, als Hij zijn vertrouwen in zijn Vader loslaat, Hij zijn ware leven zal verliezen. Ook in Hem is er een natuurlijke neiging om zichzelf te redden welke in Hem gewekt wordt door de woorden van Petrus: dit lijden en deze dood mag jou niet gebeuren. Daarom ook zijn heftige reactie, eerst naar Petrus, maar meteen ook naar zijn andere leerlingen:

‘Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, moet zijn ​kruis​ op zich nemen en mij volgen. Dat moet, het kan niet anders. Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen,

maar wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het behouden. Dat wij ons in alle situaties van ons leven, – ook de meest uitzichtloze, met Jezus ons blijven toevertrouwen aan zijn Vader die ook onze Vader is. Hij zal ons bewaren ten Leven door al onze doodsmomenten heen.