Overweging van zondag 3-9-2017 door pastor Leon Teubner

Overweging

Jezus trekt met zijn leerlingen door Galilea. Vanaf het moment dat Johannes de Doper door Herodes gevangen genomen is in Jeruzalem blijft Jezus ver weg van die stad. Hij trekt rond in de steden en dorpen in het Noorden van Israel, verkondigd in de synagogen de goede boodschap van het Koninkrijk van God en geneest er de zieken. Maar tijdens zijn preken en rondtrekken door Galilea, verandert de stemming onder de mensen tegenover Hem en zijn leerlingen. De sfeer wordt dreigender. Hij wordt niet begrepen door de religieuze autoriteiten, de Schriftgeleerden en de farizeeen. Want Hij doet dingen op de Sabbat die in hun ogen verboden zijn en die zij daarom gaan verbinden met het werk van de Satan. Ook door het gewone volk wordt Hij steeds minder begrepen, hetgeen erop uitloopt dat Hij zijn geboortestreek niet wordt erkend. Ook zijn eigen familie begrijpt Hem niet meer en wordt bang. Zij vinden de verkondiging en het gedrag van Jezus ‘gestoord’. Daarop maakt Jezus zich los van zijn familie met de woorden: Alleen wie de wil doet van mijn Vader in de hemel, die is mijn broer, mijn zus en mijn moeder. Zo wordt het kringetje om Jezus steeds kleiner en wordt Hij meer en meer teruggeworpen op zijn leerlingen. Als Hij dan hoort dat Johannes de Doper in Jeruzalem door Herodes is vermoord, dan komt het moment waarvan wij zojuist hoorden, dat Hij tegen zijn leerlingen zegt, dat hij naar Jeruzalem moet gaan, daar veel zal moeten lijden en ter dood zal worden gebracht, om op de 3e dag te worden opgewekt uit de dood. Nu na de dood van Johannes er geen profeet meer is in de stad, moet Híj er de goede boodschap van zijn Vader verkondigen, aan het volk en aan de priesters en de ouden in de tempel. Hij moet ook daar de armen bemoedigen en de zieken genezen, ook als die op de Sabbat aan Hem gegeven zullen worden. Petrus voelt zijn einde en protesteert heftig tegen dit scenario, waarop Jezus hem bars aanspreekt met ‘Satan’, en tegen hem zegt:

‘kom achter mij, want Jij denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat mensen willen.’

Jezus lijkt daarmee Gods wil te koppelen aan het lijden en de dood die hij over niet al te lange tijd móet ondergaan. In onze ogen lijkt het alsof Hij zichzelf iets oplegt wat Hij toch niet willen kán. Iets waartoe Hij bijna gedwongen wordt. Toch kennen wij dat allemaal. Je moet soms iets willen wat je niet wilt, maar het moet nu eenmaal gebeuren: – je ontfermen over een ander die op je weg komt, niet uit morele plicht of overtuiging, maar omdat je vanuit een diep weten voelt: ik moet het doen, ik kan niet anders.

– bij je geliefden blijven of deze juist loslaten, niet uit plicht of angst voor wat anderen ervan vinden, maar omdat je vanuit een diep weten voelt: ik moet het doen, ik kan niet anders.

– in verzet te komen tegen onrechtvaardigheid, niet uit morele plicht of overtuiging, maar omdat je vanuit een diep weten voelt: ik moet het doen, ik kan niet anders, ook al neemt mijn leven daardoor een wending die ik zelf eigenlijk niet wil.

Jezus krijgt hier de beker aangereikt van zijn lot, Hij is vanaf nu in de hof van Olijven. Hij moet naar Jeruzalem gaan, Hij voelt dat het zo moet gaan. Er zijn twee soorten ‘moeten’: een moeten uit een morele plicht, en een ‘intrinsiek’ moeten, een moeten dat voortkomt uit de aard van iets waar je voor leeft of leven wilt. Als je verlangt topsporter te worden, dan moet je trainen. Als je arts wilt worden, dan moet je studeren. Als je een relatie wilt, dan moet je jezelf geven. Dat is een moeten dat te maken heeft met: het kan niet anders, er is geen andere manier. Jezus wil misschien wel anders, maar het kan niet anders. En Hij accepteert dat.

Waarom kan het niet anders? Jezus weet dat Hij zijn leven en alles wat Hem op zijn weg gegeven wordt uit Gods hand ontvangt als zijn Zoon, als zijn beminde. Omdat Jezus trouw wil blijven aan zijn Vader die liefde is en die Hem liefdevol bemint, is het zijn diepste wilsverlangen om op God gericht te blijven en tot het uiterste de liefdeswil van zijn Vader te doen. En dat doet Hij, door zich telkens weer volledig toe te vertrouwen aan Hem. Niet alleen als het gaat zoals Hij wil, maar ook als het leven angstig en bedreigend wordt.

De liefdeswil van de Vader doet Hem steeds weer woorden van vergeving spreken en dingen van liefde doen, die Hem in de ogen van zijn geloofsgenoten, maar ook van zijn familie en zijn leerlingen,

maken tot een overtreder van de joodse wet. Jezus voelt gaandeweg dat zijn leven op het spel komt te staan, als Hij het verlangen van zijn Vader trouw blijft. Maar Hij voelt ook dat Hij zijn Vader ontrouw wordt wanneer Hij uit angst zijn eigen leven probeert te redden. En dat Hij, als Hij zijn vertrouwen in zijn Vader loslaat, Hij zijn ware leven zal verliezen. Ook in Hem is er een natuurlijke neiging om zichzelf te redden welke in Hem gewekt wordt door de woorden van Petrus: dit lijden en deze dood mag jou niet gebeuren. Daarom ook zijn heftige reactie, eerst naar Petrus, maar meteen ook naar zijn andere leerlingen:

‘Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, moet zijn ​kruis​ op zich nemen en mij volgen. Dat moet, het kan niet anders. Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen,

maar wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het behouden. Dat wij ons in alle situaties van ons leven, – ook de meest uitzichtloze, met Jezus ons blijven toevertrouwen aan zijn Vader die ook onze Vader is. Hij zal ons bewaren ten Leven door al onze doodsmomenten heen.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s