Overweging van zondag 22-10-2017 door p. Tom Buitendijk

Inleiding

Van harte welkom in deze viering. Het thema van deze viering luidt: geloof òf politiek . Hoe dan ook is er een spanning tussen wereld en kerk; tussen Bijbelse opdracht en dagelijks handelen. Ons leven speelt zich niet af binnen een kerkgebouw; in de alledaagse leefwereld moeten wij laten zien wat christen –zijn concreet betekent. Dat kan best weleens spannend zijn. Willen we aan het begin van deze viering in stilte na denken over onze manier van christen-zijn vandaag.

Openingsgebed

God, U bent onze Heer en niemand anders. Help ons oprechte en onkreukbare christenen te zijn in deze tijd. Dat wij ons niet blind staren op geld en goed voor onszelf alleen. Dat wij het algemeen welzijn zijn toegedaan en mensen in nood willen helpen. Mogen wij zo gelijken op Jezus uw Zoon die het levende beeld is van menslievendheid. Door Christus onze Heer.

Gebed over de gaven

Goede God, wereldwijd nodigt u mensen uit aan uw tafel. Mogen wij met alle mensen in vrede en gerechtigheid uw gaven delen. Geef dat wij door uw gaven gesterkt een wereld opbouwen waarin het voor alle mensen goed wonen is. Door Christus onze Heer.

 

Slotgebed

God, uw zorgzame goedheid strekt zich wereldwijd uit. Maak ons bereid ons met toewijding en goedgeefsheid in te zetten voor een samenleving waarin alle mensen kunnen opbloeien en gelukkig zijn.  Mogen wij in Jezus’ Geest voor elkaar beelddragers van God zijn. Dat Gods menslievendheid weerspiegeld wordt in ons gelaat. Door Christus onze Heer.

Overweging

We komen vandaag in de lezingen twee wereldheersers tegen. De ene is koning Cyrus van Perzië ; de ander is keizer Tiberius  te Rome. Cyrus heerste 550 jaar vòòr Christus over het geweldig grote Perzisch Rijk in het Midden Oosten. Alle landen waarvan we dagelijks de ellende op de televisie zien, horen daartoe : Syrie, Jordanië, Israël , Irak en Iran. Vorige koningen hadden alle volkeren van hun eigen woonplaats verdreven. Ook de joden moesten in ballingschap en leefde ver van hun vaderland. Het Rijk was een mengelmoes van volken, stammen en talen.  Al die volkeren hadden een eigen godsdienst. Van al die godsdiensten was de godsdienst van de joden wel het meest eigenaardig: ze kenden slecht één God en van die éne God was er géén beeld.  De joden vermeden angstvallig hun godsdienst met die van anderen te vermengen.  De joden hadden één grote wens: terug te mogen keren naar Jeruzalem, de stad waar eens de tempel stond en naar het kleine staatje Judea, het beloofde land.
Cyrus was een wijze en vredelievende koning. Zijn voorgangers hadden alle volkeren door elkaar geschud en naar vreemde gebieden verbannen.  Het kostte enorm veel moeite om alle verdreven volken rustig te houden. Het militaire apparaat wat daarvoor nodig was  vroeg handen vol geld. Met zware belastingen moest dat betaald worden. Vanwege de belastingdruk waren er dan ook veel onrusten. Cyrus besloot de volkeren naar hun landen te laten terug gaan.
De profeet Jesaja zegt in de eerste lezing van vandaag dat  het God is die Cyrus geroepen heeft om het joodse volk terug te laten gaan. Want: “Ik ben de Heer, en niemand anders! Buiten Mij is er geen God”.
Koning Cyrus is een instrument in Gods hand. Het is God die alles leidt. 30 Jaar na Christus – 600 jaar later – is er een ander groot Rijk:  het Romeinse keizerrijk. In dat Romeinse keizerrijk heeft dat kleine staatje Judea een aparte plaats. De keizer van Rome had daar een bevriende Jood tot koning gemaakt, koning Herodes, en in de stad Jeruzalem zat ook nog landvoogd Pilatus. Ondanks de stevige bezetting bleef het grootste deel van de joodse bevolking onrustig, opstandig en soms zelfs gewelddadig. De tollenaars die de belastingen inden, werden alom gehaat. De joodse religieuze leiders verboden de bevolking afbeeldingen van de keizer te hebben.  Keizer Tiberius die zichzelf een Godheid waande voelde zich door dat kleine joodse staatje voortdurend belachelijk gemaakt. Alleen daar, op dat plekje in de wereld, werd zijn goddelijke heerschappij niet erkend.
De joodse religie en de politieke werkelijkheid staan op gespannen voet met elkaar.  In deze wereld vol spanningen en conflicten verkondigt Jezus het Rijk van God. Er is een samenleving mogelijk die niet gebouwd is op politieke macht  of op religieuze overheersing. Er is een samenleving mogelijk van mensen die allereerst luisteren naar wat God voor mensen wil en die dan daarnaar gaan handelen. En wat God wil is dit: dat je een integer mens bent; dat je  trouw bent aan God je Vader ; dat je gerechtigheid beoefent; dat je in liefde en vrede leeft; kortom dat je nederig wandelt met je God.
De oprechte en eerlijke geloofsverkondiging van Jezus roept weerstand op. Allereerst bij de  joodse religieuze leiders – de farizeeërs : door nauwgezette handhaving van geboden en verboden proberen ze macht over mensen uit te oefenen. Wie de regels niet goed kan onderhouden, telt niet mee en wordt uit de synagoge gezet. Jezus zegt: God kijkt naar het hart van de mens en naar zijn goede wil. God vergeeft en geeft nieuwe kansen.  Ook zondaars en tollenaars kunnen tot het Rijk van God behoren. Zo’n barmhartige God willen de leiders niet ; liever een God die duidelijk zijn Wet handhaaft.  En die Wet leggen zij dan wel uit.
Jezus krijgt ook te maken met de aanhangers van koning Herodes.  Jezus roept op tot gerechtigheid en vrede. Herodes kan alleen maar regeren door vriendjespolitiek en geweld. Hij heeft Joannes de Doper laten onthoofden. Jezus noemt hem een sluwe vos. De Herodianen hebben hun macht te danken aan de keizer en aan Pilatus. Pilatus dwingt van het gewone volk de belasting af om de bezetting te betalen.
Jezus die onkreukbaar is en de weg van God leert zonder de mensen naar de ogen te zien, roept daardoor bij beide groepen weerstand op. Ze sluiten een monsterverbond om Jezus onschadelijk te maken. Ze hebben een manier gevonden. Iedereen moet belasting betalen. Ook Jezus en zijn leerlingen. “Is het geoorloofd belasting te betalen aan de keizer of niet” Als Jezus ‘neen’ zegt , zeggen de Herodianen dat hij opstand preekt; Als Jezus ‘ja’ zegt, zeggen de farizeeërs dat Hij God verloochent. Jezus kan geen kant uit, denken ze.   Kan jezus geen kant uit? Wie zelf  onkreukbaar is, is zeer gevoelig voor de valsheid van anderen.
Jezus weigert op de vraag in te gaan, maar geeft een antwoord dat ons vandaag aan de dag doet nadenken. Jezus vraagt: “Laat zo’n munt eens zien?”  Verbazingwekkend genoeg hebben ze zo’n munt. Ze betalen dus toch belasting!  Maar daar gaat Jezus niet op in: “Wiens kop staat erop? ”. “Van de keizer”. “Laat de keizer zijn munten maar houden, maar  geef aan God wat aan God toekomt?” Waar kunnen we de kop van God zien om het zomaar eens te zeggen? Wie draag zijn beeld?  Dat is toch het gelaat van een andere mens? Het gelaat van de mens die geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis. Wat komt aan God toe?  Dat is toch dat wij in iedere mens, wie die ook is,  Gods beeld eerbiedigen! Dat is toch dat wij iedere mens de kans geven om meer zichzelf te worden en daardoor meer beeld van God te worden! Geen keizer, geen koning, geen politicus, geen kamerlid, geen profeet,  geen paus, geen bisschop en zeker geen  pastoor heeft het recht het beeld van God in een ander te beschadigen. Geen mens mag een ding worden voor de ander; geen mens mag onder geschoffeld worden door een ander. In ieder mens moet Gods beeld gerespecteerd worden.  Ook in de meest beschadigde mensen mogen we Gods beeld zoeken.
Eigenlijk zegt Jezus: laten politici hun gang maar gaan. Tegenhouden kun je ze niet.  Maar van jullie die mijn volgelingen zijn verwacht ik iets anders. Ik verwacht dat jullie aan God geven wat aan God toekomt.  Jullie moeten wereldwijd de hoop leven houden dat het anders kan. Jullie zijn de dragers van de menselijkheid.  Jullie zijn instrumenten in Gods hand.  Jullie zijn christenen, gezalfde mensen. Betaal eerlijk je belasting voor het algemeen belang en blijf op komen voor het beeld van God dat in iedere mens zichtbaar kan worden.   Zijn wij in het dagelijkse leven van die gezalfde mensen? Zijn wij integere christenen?

 

Pastor

Bidden wij tot de ene God, buiten wie er geen andere godheid is .

Lector  : Wij bidden voor de komende regering die sociale en politieke verantwoordelijkheid draagt. Dat niet groepsbelang, maar het welzijn van allen hun drijfveer is. Maak hen tot betrouwbare en oprechte mensen die dienstbaar willen zijn aan het landsbelang.

S t i l t e Laat ons bidden.

 

Lector: Wij bidden voor de kerk die wij samen vormen. Dat wij in alle politieke omstandigheden allereerst de menselijke waardigheid willen dienen.  Dat wij in ieder mensenkind Gods beeld willen zoeken. Dat wij U, o God, eerbiedigen door niemand in de steek te laten die onze zorg nodig heeft.

S t i l t  e Laat ons bidden.

 

Lector:  Wij bidden u voor onszelf. Dat wij in de complexe samenleving waarin wij wonen de juiste keuzes maken in doen en laten. Dat wij ons oog gericht houden op uw komende Rijk en wegen vinden dit op te bouwen. Mogen wij wanneer wij uitgedaagd worden sterk staan in onze principes en niet versagen.

S t i l t  e Laat ons bidden.

 

Lector: Wij bidden voor onze geloofsgemeenschap van Titus Brandsma. Voor de zieken in onze kringen. Om goed moed. Voor Nora Niesink die vanmiddag gedoopt wordt. Dat zij een blije en gelukkige christen mag worden. Voor onze eigen intenties bidden wij, Om verhoring van deze gebeden op voorspraak  van de Z. Titus Brandsma.

S t i l t  e Laat ons bidden.

 

Pastor

Goede God, wij willen geven wat u toe behoort. Een wereld waarin mensen in liefde en vrede wonen. Geef ons de kracht daartoe door Christus onze Heer. Amen.

 

 

Advertenties

Overweging van zondag 15-10-2017 door p. Tom Buitendijk

Van harte welkom in deze viering. Ook deze week horen we weer een parabel uit het evangelie volgens Matteüs. Jezus is in discussie met de religieuze leiders van zijn tijd. Als je goed kijkt dan zijn die discussies uiterst actueel. God wil dat het leven een feest is. Hij nodigt ons ertoe uit. Maar we hebben het te druk met ons leven op te bouwen volgens onze denkwijzen. We horen zijn uitnodigende stem niet voldoende en gaan onze eigen gang. Willen we God en elkaar om vergeving vragen.

 

Openingsgebed

Goede God, mensen van alle volkeren, culturen en godsdiensten nodigt u uit om hartelijk en eensgezind het leven tot en feest te maken. Ieder van ons wijst u een plaats aan het feestmaal dat U ons aanbiedt. Mogen wij op uw uitnodiging ingaan en in ons leven van alle dag wegen zoeken naar vrede en gerechtigheid. Dit bidden wij u door Christus onze Heer.

 

Gebed over de gaven

Heer, zie naar de gaven van brood en wijn die wij U aanbieden. Help ons te delen met alle anderen die u genodigd hebt aan het feestmaal. Maak ons eensgezind en saamhorig, maak ons tot uw ene volk van uw koninkrijk. Dit bidden wij u door Christus onze Heer.

 

Slotgebed.

Goede God, u hebt uw dienaren uitgezonden naar de hoeken van de straten en de kruispunten van de wegen. U hebt ons in alle verscheidenheid en verschil samengebracht aan uw éne tafel. Help ons het visioen voor ogen te houden van het hemels bruiloftsmaal. Maak onze handen krachtig en onze geest vindingrijk om nu reeds uw Koninkrijk op te bouwen in deze wereldtijd. Dit bidden wij u door Christus onze Heer Dat de Bijbel actueel is horen we vandaag heel duidelijk in de lezingen. Beide lezingen zijn visioenen van een gedroomde toekomst. Die visioenen worden ons voorgehouden om ons denken en doen er door te laten leiden. Zij zijn geen onrealiseerbare dromen, geen waandenkbeelden, maar beloften van Godswege: zo zal het eens kunnen worden! in die richting moeten jullie, luisteraars, het zoeken. Vandaag zijn wij die luisteraars!

 

Overweging

Jesaja schildert het visioen van een wereldmaaltijd. Een maaltijd niet alleen voor de eerst genodigden: het joodse volk. Integendeel, alle volkeren worden uitgenodigd om deel te nemen aan het overvloedige feestmaal van lekker eten en goede wijn. U kent de uitspraak: de aarde brengt voldoende voedsel voort voor ieders behoefte, maar niet voor ieders begeerte. Het visioen van een wereldmaaltijd – geen kind met honger naar bed – kan waar worden. Waar worden …inderdaad, als wij maar willen. Op die dag in de toekomst dat de wereldmaaltijd aanbreekt zullen alle volken zeggen: “Dat is de Heer op wie wij vertrouwden”. Vertrouwen in de toekomst mogen mensen hebben, wanneer zij zich in hun handelen laten leiden door de belofte van Godswege. Zonder leidend visioen blijft de toekomst gebrekkig mensenwerk. Het evangelie is een parabel: Het Rijk der hemelen, de nieuwe maatschappij zoals God die voor ons mensen wil, gelijkt op een feestelijke bruiloftsmaal. Vanzelfsprekend worden de joodse religieuze leiders en hun aanhang – het joodse volk – uitgenodigd. De dienaren van God zijn de profeten van het joodse volk die alsmaar oproepen tot een samenleving waarin het leven voor iedereen goed is. Waarin recht gedaan wordt aan de mensen die onrecht lijden. waarin zorg is voor hen die zorg behoeven; waarin veiligheid is voor wie oorlog en honger ontvluchten; waarin mensen elkaar zien als kinderen van een Vader en die dààrom als zussen en broers met elkaar omgaan. God verbindt zich aan zo’n samenleving. Zoals in een huwelijk man en vrouw intiem verbonden zijn, zo verbindt God zich met zijn volk dat zijn visioen nastreeft. Gerechtigheid – vrede – barmhartigheid – gastvrijheid. Zoals toen is het ook nu weer waar: naar profeten wordt zelden geluisterd.  De akker waar je van eet en de zaken waaraan je verdient schijnen belangrijker dan het bruiloftsfeest. Geld – de economie – schijnt belangrijker dan sociale samenhang, dan gelijke kansen voor ieder, dan delen met elkaar.  Groei van de economie schijnt belangrijker dan feestelijk leven voor allen. We zouden ons in het rijke Nederland de vraag moeten stellen of we met royaal gedeelde welvaart toch niet gelukkiger zouden zijn? Misschien héb je het dan persoonlijk minder maar de armen in ons land gaan er dan ook een stukje op vooruit. Wij kennen soms wel het getal van de armen – zo’n tien procent van de bevolking – maar we  zien het gezicht van de armoede zelden of nooit …. of: we sluiten onze ogen ervoor.  Maar God zal ze ons altijd onder ogen brengen! Het devies “vertrouwen in de toekomst” kan alleen dan mooi zijn wanneer we vol vertrouwen uitzien naar de toekomst zoals God die belooft. Anders blijft de toekomst gebrekkig mensen werk. Maar de parabel gaat verder: de gewone mensen die vanzelfsprekend uitgenodigd zijn, komen niet. Er komen nieuwe dienaren. Zij zijn de profeten van vandaag. Zij roepen de mensen die op de kruispunten van de wegen staan op tot het feest.  Alle mensen – goeden en slechten – kunnen een bijdrage leveren aan het feest, een samenleving waarin Gods belofte waar worden. Ook de slechten tellen mee. Want zijn kunnen zich ten goede keren wanneer de goeden hen een kans bieden. Die dienaren van vandaag scherpen ons op vele manieren het visioen in. Paus Franciscus verbindt in zijn encycliek Laudato si armoede, oorlog en milieu met elkaar. Hij wijst op de samenhang en roept op tot een serieuze aanpak.  Wordt er naar de paus geluisterd door hen de politieke verantwoordelijkheid dragen? Ligt hier niet een taak voor katholieke politici? Rutte, Buma, Segers zijn protestant. De Ican, een beweging voor een kernwapenvrije wereld heeft dit jaar de Nobelprijs voor de vrede gekregen. Wie vrede wil moet de vrede voorbereiden. Zij hebben concrete stappen bereikt. “Kernwapens de wereld uit” is nog steeds actueel. In het dagblad Trouw is er een lijst van 100 personen die zich inzetten voor vergroening en verduurzaming. Het zijn 100 concrete manieren van doen die om navolging vragen. Iedereen kan op eigen wijze mee doen met duurzaamheid. De parabel eindigt met de zin: de bruiloftszaal liep vol gasten. De mensen die vanzelfsprekend de genodigden zijn, kunnen zich voegen bij de mensen die de oproep tot het feest wèl verstaan hadden en gekomen zijn. In het visioen van Jesaja gaat het om het joodse volk dat zich moet openstellen voor niet-joodse volken, de heidenen. Het feestelijk maal is voor iedereen. In de parabel van de bruiloft gaat het om het Jodendom ten tijde van Jezus dat zich het gewone normale Jodendom noemde. Jezus’ probleem met het gewone Jodendom is dat het geen oog had voor zondaars, zieken, mensen aan de rand van de samenleving. Jezus, haalt ze van de straat en geeft hen een plaats aan tafel. In de samenleving van vandaag gaat het om de vraag of de gewone normale Nederlanders aandacht hebben voor kwetsbare mensen en of ze bereid zijn hen een plaats te geven. Bij die kwetsbare mensen heb je de hoogbejaarden, de mensen met lichamelijke en geestelijk beperkingen, de vluchtelingen en de mensen die tot armoe geraakt zijn. Om het Bijbels te zeggen: laten we deze mensen toe in de zaal van het bruiloftsmaal. Of laten we ze in de kou staan op de kruispunten van de wegen. “Vertrouwen hebben in de toekomst” vraagt om vertrouwen in Gods belofte. Waar we dat vertrouwen in God niet hebben zal de toekomst gebrekkig rekenwerk van mensen blijven. In de Eucharistie lopen we vooruit op wat de toekomst brengen: een wereld maaltijd voor alle volken.  Amen.

 

 

 

 

 

 

 

Pastor:

Laat ons bidden tot God die alle mensen roept tot een feestelijk leven.

 

Lector:

Voor de kerk:

dat wij leven en handelen vanuit het Bijbelse visioen

van gerechtigheid en vrede voor alle mensen.

S T I L T E   Laat ons bidden.

 

Lector:

Voor de komende regering:

dat zij het welzijn en de menselijke waardigheid van alle mensen

in het oog houdt.

Voor de kinderen in ons land :

dat hun een veilige en goede toekomst gegund wordt.

S T I L T E   Laat ons bidden

 

Lector

Voor de gewone normale Nederlanders:

dat zij aandacht schenken aan de kwetsbare mensen,

aan de randfiguren, aan de mensen die hulp nodig hebben.

Doe ons beseffen dat ook zij geroepen zijn tot een feestelijk leven.

S T I L T E   Laat ons bidden

 

Lector

Voor parochiegemeenschap:

om meeleven met zieken, bedroefden en vereenzaamden.

Om geluk en gezondheid voor jarigen in ons midden.

Voor onze persoonlijke wensen, vragen en verlangens.

S T I L T E   Laat ons bidden

 

Pastor

Goede God,

hoor onze beden , luister naar w at leeft in ons hart,

schenk ons wat goed voor ons is op voorspraak van Titus Brandsma door Christus onze Heer.

 

 

 

 

 

 

  • .

 

 

 

 

 

 

 

 

Overweging van zondag 8-10-2017 door pastor Leon Teubner

We hoorden in de 1e lezing de profeet Jesaja de liefde bezingen van zijn Geliefde voor diens wijngaard: Ik wil zingen van mijn Geliefde, het lied van mijn liefste en zijn wijngaard. In dit lied staat de Geliefde waarover gezongen wordt, voor God. En zijn wijngaard, dat is zijn geliefde vriendin, zijn volk. In het lied wordt bezongen dat God zijn volk als een wijngaard plaatst op een vruchtbare helling. De zon schijnt er overvloedig, de grond is er vruchtbaar, de stenen heeft Hijzelf verwijderd. En, vervolgt het lied: God beplant zijn wijngaard vol met edelwingerds, met wijnstokken van de allerbeste soort. Alle voorwaarden zijn er voor een overvloedige oogst en voor een wijn van de beste kwaliteit. Maar de wijngaard brengt enkel wilde bessen voort.
Hoe kan dat toch?
Wij zijn de geliefde wijngaard van God, en ieder van ons is daarin een edelwingerd, en door Hem een plek in zijn volk gegund. Ieder van ons is als een uitstekende wijnstok in zijn ogen, en gepland op de juiste plek in zijn volk en wel zo, dat allen gericht staan op de zon, dat is op Hemzelf. Met liefde verzorgt Hij ons en snoeit Hij ons bij, en schenkt ons aan onszelf en aan elkaar. Opdat wij één worden met elkaar en met Hemzelf: Gods volk.
Maar niet alleen schenkt Hij óns aan onszelf en aan elkaar, Hij geeft ons daarbij ook nog een hele werkelijkheid: de natuur en de cultuur waarin wij leven, lichamelijk en geestelijk. Al wat is wordt om niet aan ieder van ons gegeven. En daar zit misschien wel ons probleem dat de oorzaak ervan is, dat wij vaak wilde vruchten voortbrengen i.p.v. druiven die samen een goede wijn maken. Ons probleem is, dat wij gegeven worden zoals we zijn, met al onze talenten die vrucht kunnen dragen, maar ook met al onze tekorten, die onze vruchtbaarheid lijken te hinderen.
Lijken te hinderen.
Want het zijn niet onze tekorten die verhinderen dat wij gave vruchten voortbrengen, maar dat wij óns ergeren aan onze eigen en elkaars tekorten. Daardoor gaat er veel energie zitten in het opheffen van ons tekort. Energie die juist nodig is voor een goede vruchtvorming. Het is de manier waarop wij naar onze tekorten kijken, en ze met geweld soms proberen op te heffen, dat het werkelijke probleem is waar de wijngaard van God mee te kampen heeft. Want wij willen die wijngaard vaak anders dan zij is. Wij willen alleen maar de talenten en niet de tekorten. Wij, als edelwingerds, willen een volmaakte wijngaard met enkel en alleen volmaakte wijnstokken, die alleen volmaakte vruchten voortbrengen.
Wij kunnen onszelf vaak niet uit Gods hand ontvangen zoals we gegeven worden, en ook de ander niet zoals deze ons gegeven wordt. We vinden onszelf niet goed genoeg, en vaker ook: de ander niet goed genoeg. En uiteindelijk is ook God niet goed genoeg. Dan verandert onze onvrede ongemerkt en ongewild in agressie tegen onszelf, of tegen de ander, en daarmee ook tegen de Schenker van al wat is. Als wij zelf de eigenaar van de wijngaard willen zijn, dan worden wij de wijnbouwers uit de gelijkenis van Jezus, die onze naasten, de dienaren van God, vastgrijpen. Dan mishandelen we de ene en de ander doden we. En daarmee doden we ook langzaam maar zeker de zoon van de eigenaar: de geboorte van God in ons eigen leven. Dan ontkennen we onze oorsprong, onze voortkomst vanuit God, als een geschenk aan onszelf en aan elkaar. Zijn beeld, dat wij allen in ons dragen, raakt dan misvormt en tenslotte vernietigd. Als wij onszelf niet als een geschenk durven ontvangen uit zijn hand, kunnen wij niet anders dan God uit zijn wijngaard gooien. Gelukkig houdt God niet op ons te geven in ons onvermogen, en blijft Hij bezig ons te beminnen om niet, onvoorwaardelijk en belangeloos. Totdat wij wezenlijk gaan voelen, dat Hij ons wenst zoals we zijn; totdat we durven beseffen: ik mag er zijn, het is goed dat ik er ben. En wel hier en nu, in deze wijngaard zoals die is. Ik word bemint – altijd al! Elk moment dat wij het aandurven onszelf te laten beminnen, zoals we gegeven worden op dit moment en op deze plaats, worden wij drager van Gods liefde die ons zal doordrenken als een droge spons. Niet op grond van onze prestaties of verdiensten, maar omdat Hij ieder van ons onvoorwaardelijk bemint. In Gods ogen zijn wij waardevol zondermeer. Durven wij ons te openen voor de grootheid van ons wezen?
Als ik dit laat doordringen tot in het diepst van mijn wezen, dan komt er onvermijdelijk een reactie op gang. Ik ga dan ook de naasten die mij gegeven worden, bezien met dezelfde ogen als waarmee God mij aankijkt. Ik stel dan niet langer meer voorwaarden aan hen. Er komt een beweging van belangeloze liefde voor de ander op gang in het ontvangen van Gods onvoorwaardelijke liefde voor mij. Gaandeweg worden wij zo één met die Bron van liefde, dat wij niets meer te verliezen hebben, en het niet langer nodig hebben ‘iemand’ te zijn. Het wordt mogelijk onszelf geheel en al te geven, omdat we het aandurven onszelf geheel en al te ontvangen. Gaandeweg, want dit duurt een leven lang. Maar alleen dán wordt de wijngaard een vruchtbare wijngaard, die gave vruchten voortbrengt voor de goede wijn die de Geliefde is. Gelukkig is de Bron van alle liefde lankmoedig en trouw, geduldig en vertrouwvol. Al die stemmen in ons die zeggen dat wij of de ander niet goed genoeg zijn, niet mooi genoeg, niet intelligent genoeg, niet eerlijk genoeg of waarachtig, die zal Hij met stomheid slaan. Onze wijngaard zal in bloei komen. Want ze ligt altijd al in de zon en op een vruchtbare helling. De stenen worden weggehaald, de ranken gesnoeid; de oogst kan worden binnengehaald en teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar en de Zoon van God wordt niet langer in ons gekruisigd, maar komt in ieder van ons tot leven.