Overweging van zondag 26-11-2017 door p. Tom Buitendijk

Christus Koning 2017 

Inleiding 

Van hart welkom deze viering op de laatste zondag van het kerkelijke jaar.  Sinds het Tweede Vaticaans Concilie is dit de zondag van Christus Koning.  Het feest in ingesteld in 1925 om tegenwicht te bieden tegen de grote ideologieën van het communisme, het nationalisme en in mindere mate tegen het liberale kapitalisme. De staatsalmacht en de economie hebben niet het laatste woord! Dat is aan Christus Koning, die de Heer van de kerk is.  Uit volle borst zongen we : Aan U, o koning der eeuwen. Het was het feest van de triomferende kerk.  Nu zijn we wat bescheidener en wat minder luidruchtig. Als Jezus koning is dan toch niet met pracht en praal.  Hij is wel een koning van barmhartigheid die ons oproept tot dienstbaarheid.  Het is beter om stil naar zijn stem te luisteren dan hem luid toe te zingen.  Hoe hebben wij hem gediend in het afgelopen jaar?  Een gewetensvraag!  

Overweging 

In het evangelie wordt Jezus niet vaak koning genoemd. En Jezus zegt het bijna nooit van zichzelf. Een keer zegt Jezus: “Ja, koning ben ik”.  Maar dan staat Hij voor Pilatus, die straks zal zeggen: ”Zie de mens”. De mens die bij de een deernis en bij de ander spot oproept. Jezus staat daar als een mislukte koning. Wel wordt in het evangelie er een paar keer verwezen naar Jezus, zoon van David.  Deze David was dan wel een koning, maar toch eerst nog een herder.  Hij was op zijn best méér een herderlijke koning dan een koninklijke herder.
In de bijbel is Gód de eigenlijke koning. Het hart van zijn koningschap is herderlijke zorg voor de zwakste schapen. Aardse koningen behoren herders te zijn met het oog gericht op mensen die in knel komen. De aardse koning hoort een rechtvaardige en wijze rechter te zijn die zoals een herder wijs de schapen van de bokken scheidt.  Vandaag komen die drie beelden samen: Christus Koning – Christus Rechter –Christus Herder. Van alle drie de beelden is het hart: barmhartige en zorgzame liefde.
Jezus noemt zichzelf het vaakst Mensenzoon. Daarmee duidt Hij aan dat Hij bij ons mensen hoort, in ons midden staat, met ons begaan is en meeleeft, dat hij met ons lacht, huilt en lijdt, dat hij een mens is van vlees en bloed. Tegelijk duidt Hij aan dat Hij ook geheel en al zoon van God is,  een mens die tot het uiterste aan het rijk Gods is toegewijd, die er helemaal voor gaat maar die ook bereid is ervoor te sterven.  Hij komt uit God voort om God mèt ons te zijn. Hij is de Zoon die sprekend de Vader is.
In de grote gelijkenis van het laatste oordeel komt Jezus naar voren als de Mensenzoon die met Gods heerlijkheid bekleed, rechter van de eindtijd is.  Als  koninklijke rechter hanteert hij een criterium  waaraan hij al onze daden beoordeelt. Deze maatstaf luidt: was jij er toen je zuster/ je broeder jou nodig had?  Liet jij het hart spreken toen het geraakt werd door het gelaat van de mens in nood?
En dan komt het bijzondere: de koninklijke rechter wéét of jij een barmhartig en zorgzaam mens was en bent. Hij weet dat uit eigen ervaring:  want ik was ziek , ik was in de gevangenis , ik was naakt, ik had honger en dorst….
De koning is de mensenzoon die in lotsverbondenheid met mensen mee lijdt, die zich onder de gewone mensen met hun zorgen en problemen bevindt, die zijn gelaat doet oplichten in het gezicht van de verwaarloosde en geminachte en noodlijdende mens.
Als ik het geweten, Heer, dan had ik u geholpen, zeggen de mensen zich niet belangeloos  voor anderen hebben in gezet.
Zij hebben onverschillig toegezien hoe de honger landen in Afrika in zijn greep houdt.  Zij hebben onverschillig de bootjes volgepakt met vluchtelingen zien zinken. “Zo, die komen niet meer bij ons”, zei een volksvertegenwoordiger door wie ik mij niet vertegenwoordigd wil voelen.
Zij hebben de prijs van de medicijnen bewust hoog gehouden. Er moet toch verdiend worden.   Zij vinden dat de gevangenisstraffen niet zwaar genoeg kunnen zijn en kans op terugkeer in de samenleving is nergens voor nodig.   Zij vinden dat ziekenhuizen winst moeten maken en dat de zorg voor bejaarden zuiniger moet.
Die “zij” : zijn dat altijd de anderen of zit er in ons ikke, in ons wij , vaak ook niet een stukje van dat “zij” ?
Als wij geweten hadden , dan had ik wel geholpen. “O ja “,zal de koning dan zeggen, waarom dan pas? Waarom niet nu je de nood ziet?”
Mijn moeder zei een keer : “Die mensen zijn niet katholiek, maar ze kunnen wel een beter zijn dan wij”.  Eigenlijk zegt Jezus hetzelfde. De mensen die barmhartig zijn, hebben de band met God, met Jezus, met het Rijk van God zelf helemaal niet gelegd. Zij hebben goed en juist gehandeld omdat het goede gedaan moet worden! Nergens anders om.
Je moet, volgens de Mensenzoon, het goede niet doen om in de hemel te komen, om een lintje te krijgen op koningsdag, om voldaan te constateren dat jij toch wel een sociaal betrokken mens bent. “Ik doe graag goed”, zei een lid van een bezoekgroep, “want de mensen zijn zo dankbaar”.
Ook mensen die niet meer uitdrukkelijk geloven, mensen die niet meer naar de kerk gaan, kunnen het Koninkrijk van God binnen gaan zegt de koninklijke rechter  Ook zij behoren tot Gods kinderen. Omdat zij belangeloos en ongeweten gedeeld hebben in de herderlijke zorg van God.
Veel ouders maken zich er zorgen over dat hun kinderen de kerk niet meer zo vaak van binnen zien of dat de kleinkinderen niet gedoopt zijn. Die zelfde ouders zeggen ook: het zijn prima kinderen, altijd bereid te helpen, ze hebben idealen en gaan er ook voor.
Ook al hebben zij de Heer niet gezien, de Heer heeft hèn gezien toen zijn zich inzetten voor een betere wereld en voor wat meer menselijkheid in deze soms zo chaotische samenleving.
Er zijn veel barmhartige mensen die dan misschien niet zo hard in God geloven, maar die van binnenuit goede mensen voor anderen zijn.
Bij het laatste oordeel hebben christenen geen streepje voor bij de niet-gelovigen.  Deed jij het goede omdat het goede gedaan moest worden en nergens anders om?
Mag je nu zeggend dat barmhartigheid belangrijker is dan geloof?
Bij het eindoordeel wel.  Als we zijn ingedeeld bij de schapen of de bokken, dan kunnen we geen kant meer uit.  Maar dat oordeel vindt plaats in de toekomst. God weet wanneer? Wij niet.
In die tussentijd kunnen wij als het ware nog van rij verwisselen. Want uit onszelf zijn we vaak zo menslievend en barmhartig niet!   Niet die anderen zijn altijd fout en wij altijd  goed.  Ook wijzelf staan vaak aan de verkeerde kant van de streep.

Geloven helpt ons een beter mens te worden dan we nu zijn.
Geloven helpt ons onze band met God te verstevigen als zijn zonen en dochters.
Geloven is je laten inspireren door de verhalen van God en mens in de Bijbel.
Geloven is je voeden aan de vieringen van de sacramenten.
Geloven is het oefenen in barmhartigheid doen.
Geloven is in onze vaak zo verwarrende tijd hoognodig en broodnodig om zicht te houden op de fragmenten van het Rijk Gods die oplichten in de wereld van vandaag.
Er zijn talloos veel plekken waar de Koning zich niet laat zien, maar waar Hij wel vermoed kan worden.  Wie de samenleving in kijkt met een barmhartige en herderlijke blik,  ziet vanzelf waar hij een stukje koninkrijk kan beginnen.
Amen.

Advertenties

One thought on “Overweging van zondag 26-11-2017 door p. Tom Buitendijk”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s