Overweging Gebedsweek voor de eenheid, door p. Tom Buitendijk

28 januari 2018   Viering in de Paaskerk. Gebedsweek voor de eenheid. 

Zusters en broeders in Christus, in deze gebedsweek voor de eenheid van christenen laten we ons inspireren door de Raad van Kerken van de Cariben.
Ik weet niet of u weleens op de kaart van de Cariben gekeken hebt.  Ik heb het nu wel gedaan en ik heb me verbaasd over de hoeveelheid landen die erbij horen. Onze koningsrijkdelen Sint Maarten, Bonaire, Saba en St. Eustatius horen erbij evenals de landen binnen het Koninkrijk Curaçao en Aruba. En ook Cuba, Haïti, Suriname, de Maagdeneilanden, Bermuda, Jamaica enz. Het is een ontzettend veelvormig gebied en toch een eenheid.

Al die landen kennen we om een andere reden dan dat ze bij de Cariben horen. Cuba vanwege de sigaren; Jamaica vanwege de rum; Haïti vanwege de armoede en de natuurrampen; Bermuda vanwege een geheimzinnige driehoek in zee en de shorts; de Maagdeneilanden vanwege de corruptie en als belastingparadijs.

Wat al die landen bindt is de koloniale geschiedenis vanaf 1500 èn een gezamenlijke oorsprong die verloren is gegaan door vernietiging van de eigenlijke bewoners.

Cariben is de naam van een Indianenvolk dat niet meer bestaat. De eilanden zijn Nederlands, Frans, Engels , Spaans, Deens en Amerikaans geworden.

Veel van de huidige bewoners zijn afkomstig van slaven die door Europeanen uit Afrika en Azië zijn gehaald en verhandeld. De bevolking is sindsdien grotendeels Afrikaans, Chinees, Europees en Indiaas ( uit India). Het is één grote mengelmoes van mensen van zeer verschillende afkomst.

Van de huidige bevolking is 1,4 miljoen christen. Deze christenen hebben zich rond 1970 verenigd hebben in een Caribische Raad van Kerken. Deze Raad heeft zichzelf in 1983  als opdracht gegeven: “ Het bevorderen van oecumene en van sociale verandering in gehoorzaamheid aan Jezus Christus en in solidariteit met de armen.”

In deze opdracht proeft u de dynamiek van de verandering,

de concentratie op het helend en genezend handelen van Jezus, de concrete navolging van Hem door de band met de armen aan te gaan.  Weinig theo- logie maar veel theo – praxie.

Leer vàn of óver God ontvangt  zin en betekenis vanuit wat God voor ons doet en wij in Gods Naam voor elkaar doen.

Deze Caribische Raad heeft deze viering van vandaag voorbereid met als kernthema “Recht door Zee”.  Dat thema halen ze uit de eerste lezing uit Exodus. Uit het lied dat Mozes en Mirjam aanheffen na de doortocht door de Rode Zee.  Het is DE gebeurtenis, DE daad van God waardoor dat slavenvolk van Hebreeuwse stammetjes in Egypte geworden zijn tot het éne volk van God.   Je kunt het zo voor je zien:
Tussen het machtige Egyptische leger – paard en ruiter –  en de watermassa van de Rode Zee staat daar het troepje vluchtelingen dat een uitweg, een exodus,  zoekt uit het slavenbestaan. Zal God hen helpen? Zal God die hen wegroept er ook nu zijn?

Wanneer splitst het water zich zodat zij Recht door Zee kunnen? Toen Mozes zijn hand uitstrekte over het water? Toen de wind opstak en het water tot een muur blies?  Het verhaal zegt dat het water zich splitste toen een kind zijn voetje in het water zette. Toen week het water. Een pad Recht door Zee kwam vrij.  Gods werkzaamheid wordt gewekt door een daad van geloof: Theo-praxie.

Recht door Zee is niet alleen een plaatsbepaling tussen watermassa’s door. Recht door Zee is ook een houding: een houding van open en eerlijk elkaar tegemoet treden, een confrontatie aangaan, elkaar onbevangen kunnen aankijken.

De Caribische christenen herkennen zich in het bevrijdingsverhaal van Israël. Van harte zingen zij het lied mee.  Fier en vrolijk zingen zij van hun bevrijd bestaan.

Bevrijd van …. van machten die hun dwingen en binden….. vrij van koloniale overheersers … vrij van mensen die onze voorouders zijn. Kunnen wij met dit koloniale verleden dat deel van onze geschiedenis uitmaakt, hen Recht door Zee tegemoet gaan?

Of zouden wij beschaamd en nederig ons hoofd moeten buigen vanwege zwarte bladzijden in onze geschiedenis?  De discussie over de Coentunnel, het Mauritshuis en Zwarte Piet lopen hoog op. Zij leiden méér tot verharding van standpunten dan tot begrip van elkaar. En vooral leiden zij tot het minder verstaan van de geschiedenis die niet terug te draaien is.

 

Als wij lezen dat Gods rechterhand bevrijding brengt, kunnen wij ons met Caribische christenen verheugen.  Maar als we lezen dat Gods rechterhand de vijanden verpletterend verslaat, moeten we dan denken aan onze voorouders en aan ons zelf die hun nakomelingen zijn?

Ook al heeft onze generatie het niet gedaan, we mogen ons toch niet helemaal schuldloos voelen. Voor onze welvaart hebben hun voorouders geleden. We delen een stukje geschiedenis waarvan zij zich bevrijd voelen en waardoor wij ons belast weten.

Op dit moment zijn er vormen van neokolonialisme, zelfs vormen van concrete slavernij die even ernstig of zelfs ernstiger zijn dan het verleden. Wat wij hier niet durven doen, laten we daar gebeuren en wij profiteren ervan. Kinderarbeid en onderbetaling van werkers zijn aan de orde van de dag. De economische uitbuiting door de vrije markt maakt nu net als toen dagelijks slachtoffers.

De vraag kan ook anders klinken: zou Gods Rechterhand  niet onze beschaamde  en vernederde hoofden kunnen opheffen?   Zou God het mogelijk kunnen maken dat wij met onbezwaard hart en met een open oog onze van slavernij bevrijde zussen en broers  kunnen ontmoeten?

Aan de rand van de Rode Zee stond een kind dat zijn voet in het water stak….door dit geloof kon Gods Daad geschieden.  Vanaf de Caribische eilanden steken kinderen vanuit hun armoede en honger hun handen uit …… als wij dit zien, kan God dan in ons Zijn daad beginnen…. ? Gelooft u net als die kinderen daar in theo- praxie?

Wij mogen onze hoofden nooit zo ver naar beneden houden dat wij deze handjes niet zien. Dan wordt onze beschaming over toen tot een schande van vandaag.

Het lijkt mij dat de Raad van kerken van de Cariben ons een handreiking doet en daarmee onze hoofden opheft.  “Laten we samen kijken naar een hedendaagse manier van christen –zijn in gehoorzaamheid aan Jezus Christus”.

Hoe vernederend en mensonwaardig de geschiedenis door ons voor hen geweest is, toch zijn de Caribische christenen blij en dankbaar het verhaal van Israël en van Jezus ontvangen te hebben.  Doordat zij de troostende en bevrijdende kracht van dit verhaal van God en mens in hun eigen bestaan beleven, zijn zij in zekere zin onze leermeesters in Bijbel lezen geworden.

Wij westerse mensen vragen : is het waar?  hoe kan dat?  met hoeveel en wanneer? Daardoor scheppen wij een afstand tussen ons als lezer en de verhaalde gebeurtenis.

Caribische mensen lezen die verhalen als gebeurtenissen die heel direct hun hart raken en die in eigen leven toepasbaar zijn. “ Wij zijn op doortocht. Wij zijn bevrijd. Wij zijn Gods kinderen. Wij worden door Gods Geest geleid. Wij delen in Christus lijden.  Wij delen in Zijn heerlijkheid.  Ook als de dood over ons komt, dan staan we op.  Wij zijn de dochter van synagogeoverste Jairus,  Wij kennen zijn verdriet. Wij kennen zijn vreugde om genezing”.

Wat zou dat direct op eigen leven toepassen van een Bijbelwoord voor ons betekenen?  Kunnen wij bijvoorbeeld een woorden als slavernij op ons zelf toe passen?

Kunnen wij toegeven dat onze collectieve verslaving aan geld, meer geld en nog meer geld de armoede in vele delen van de wereld bevordert? Zolang wij niet bevrijd zijn van de waan dat onze economie moet groeien,  zullen we nooit tot eerlijk delen komen.

We zijn verslaafd aan onze gezichtshoek waaronder we alles bekijken. Wij denken dat wij vanuit Europa aan de rest van de wereld universele waarden moeten leren. Gelijkwaardigheid, vrijheid en democratie. Wanneer wij eisen dat anderen deze waarden direct tot de hunne maken, dan schieten we te kort in broederschap en zusterschap, in fijngevoeligheid en in hoffelijkheid. Is dat  zelfs niet een vorm van neokolonialisme?

Kunnen wij ook vanuit de gezichtshoek  van de Caribische Raad van kerken kijken wat  “in gehoorzaamheid aan Jezus Christus” voor ons  betekent?  Gehoorzaamheid heeft te maken met  ho- rig – heid. Ik luister en ik hoor naar Hem bij wie ik hoor en aan wie ik toebehoor. Horigheid als  knechtschap aan Jezus. Wat vraagt Jezus anders om te doen dan wat Hij ons heeft voorgedaan?  Jezus vraagt ons het dodelijke te overwinnen en het leven te bevorderen

Veel mensen in de Cariben lijden onder sociale misstanden, hardnekkige armoede en sociale ontworteling. Drugs, geweld, Aids  zijn haast onoplosbare problemen. De kerken zien dit als een enorme opgave waar ze heel hun kracht voor inzetten. Het lijkt wel of de samenleving daar – terneergeslagen en versuft – ten dode is opgeschreven. De kerk die in Jezus gelooft, weet: net zoals het dochtertje van Jairus is deze maatschappij niet dood maar slaapt. De goede krachten hebben een handreiking  nodig.

Zijn wij in – gehoorzaamheid aan Jezus-  bereid die hand te reiken ? Kiezen wij in Jezus ‘voetspoor voor solidariteit met de armen? Geloven wij dat  wanneer wij de hand van een hongerig kind vullen wij een nieuwe broodvermenigvuldiging op gang kunnen brengen? Zo’n kind hoopt en gelooft dat.

Kunnen wij als wij de Caribische mensen “Recht door zee” op ons afkomen met hun vragen  en noden hen “Recht door zee” tegemoet treden?

Als wij bereid zijn hun diaconaal  werk tot opbouw van de gemeenschap te steunen, als wij bereid zijn hoopvol de liederen Gods reddende kracht en bevrijding mee te zingen, dan zullen ze ons zeker welkom heten en ons met open armen begroeten.

Als onze theologie ook theopraxie insluit kunnen wel elkaar recht door zeer tegemoet gaan.

Voorbede

Goede God, u in Jezus een beweging van liefde onder de mensen begonnen bent,  help ons door oecumenische betrekkingen deze beweging te doen stromen  in de wereld van vandaag.

Dat wij als christenen daadkrachtige dienaren zijn die het leven bevorderen ; dat de woorden van genezing en bevrijding direct ons hart raken en ons zo maken tot opgewekte en opwekkende mensen.

S T I L T E    Laat ons bidden.

Goede God, voor de kerken in de gemeente Oss.

Dat wij wegen vinden om samen te werken aan  de beleving en verspreiding van het evangelie.

Dat wij door dienstbaarheid sacrament van heil zijn voor de samenleving.

Help ons de humaniteit te behoeden wanneer die wordt bedreigd.

S T I L T E    Laat ons bidden.

 

Goede God, voor mensen in onze geloofsgemeenschappen

voor wie het leven moeilijk is vanwege ziekte,  vanwege verlies van dierbaren, vanwege eenzaamheid en tegenslag.

Help ons elkaar de hand te reiken en te doen opstaan.

S T I L T E    Laat ons bidden.

Advertenties

Toespraak vrijwilliger van het Jaar door Henk Peters

VRIJWILLIGERSAVOND 2018

Toen men mij ooit vroeg wat het oudste beroep op de wereld was, dacht ik dat dit het niet onbetwiste beroep was waarin vrouwen zich liggende staande houden. Die gedachte had niet eens mogen op komen in het stoffige brein van iemand die ooit directeur van een Technische School was, vond de vragensteller. Het oudste beroep is namelijk dat van elektricien. Immers God had in het scheppingsverhaal nooit kunnen roepen dat het licht moest worden, als de elektriciens er niet voor hadden gezorgd dat de leidingen er toen al lagen. Breng daar maar eens iets theologisch tegen in. Overigens wordt het gelijk van de elektriciens bestreden door de metaalbewerkers. Die vinden de metaal de moeder van elke technische wetenschap. Ik geloof het wel.

Toch is het hier in huis op dinsdagmorgen op eieren lopen. Jan van Vlijmen en Harry Faasen zijn dan bezig om elk voorkomend technisch mankement aan pastorie of kerk vakkundig te verhelpen. Maar wie van de twee spreek je aan voor wat. Immers Jan van Vlijmen ken ik nog als metaalvakman bij Storck Protecon. Icoon van technisch vakmanschap. Als Jan zich uitsprak werd door de hele werkplaats instemmend gezwegen. Een man met gezag en technische bekwaamheid boven alle twijfel verheven en altijd proberend om de jeugd voor dat mooie vak te interesseren. In meerdere opzichten een man zoals je er helaas te weinig tegen komt, met het hart op de goeie plaats. Een beetje links van het midden.

Je snapt eigenlijk niet dat het goed kan gaan tussen Harry en Jan. Via hun kinderen moeten ze wel iets met elkaar. Maar Harry is dan wel zwaar opgeleid, maar niet in het soort technische kennis waar hier in huis een beroep op wordt gedaan. Meer elektronisch geïnteresseerd. De reactie van Harry op een reparatieverzoek is altijd vervat in een zin waar ook het woord proberen in voor komt. En dan zie ik Jan denken: niks proberen. Maar Harry probeert net zo lang tot het gemaakt, verholpen, gerepareerd is en weer werkt, pas dan is hij uitgeprobeerd. Voor Jan is het hard om dat te moeten aanzien. Hij gaat dan maar verven, schilderen. In zijn ogen moest het ook niet kunnen. Techniek is immers weten, is kennen, is kunnen, is altijd maken! Harry heeft tot nu toe ook alles gemaakt maar de weg naar dat resultaat moet je wel kunnen aanzien.

Het is een gouden duo, dat zonder overdrijving voor onze parochie goud heeft verdiend en dat daar hopen wij nog jaren mee door blijft gaan. Als parochiebestuur waren we er snel uit. Na de bloemengroep die onder leiding van die aardige Fien de boel versiert door de bloemetjes niet buiten te zetten maar binnen te halen, zou het reparatie duo Jan en Harry de onvergankelijke eer gegund moeten zijn om vrijwilliger van het jaar te worden. Bij de bloemengroep is duidelijk wie de baas is, daar regeert Fien met ijzeren hand. Maar hoe gaan we dat doen met de reparatieploeg.

Het vakmanschap, het scherpe technische inzicht van Jan is boven elke twijfel verheven, dat erkent Harry volmondig (als Jan er niet bij is). Het is ook niet voor niks dat Harry zich bij schoolt in het repairecafé. Daar wordt hij altijd wijzer van en hij doet er ook weer een goed werk mee, maakt mensen blij. Maar ik heb hem ook bij zien beunen met het repareren van fietsen. Van Godweet hoeveel fietsen heeft Harry 100 fietsen weten te knutselen waarmee men veilig kan deelnemen aan het Osse verkeer. Daar hebben we vluchtelingen blij mee kunnen maken maar ook een heleboel kinderen die in gezinnen moeten opgroeien waar het bepaald geen vetpot is. Op die manier probeert Harry zijn achterstand in technische kennis en vaardigheden in te lopen op Jan.
Hij lijkt van dat inlopen bezeten te raken. Ik kwam Harry – vermomd als kerstman – in december weer tegen bij de Santa Run. Ook weer aan het inlopen en er ondertussen voor zorgen dat het budget van Leergeld weer verhoogd werd met 2500 euro, maar hij was minstens even royaal voor nog zes andere regionale doelen.  Het had van de zomer maar een haartje gescheeld of we waren hem kwijt geweest toen hij dreigde de lucht in te gaan met een van de vijftig balonnen die vanuit Oijen het luchtruim kozen. Ik heb hem met moeite met beide voetjes op de grond weten te houden. En jawel Leergeld werd daar weer 12000 euro wijzer van.

Die Harry is royaal begiftigd met een soort van Redder van de wereld talent. Een multitalent en ook getrouwd met een multitalent. Wil die tot op vandaag fors bij draagt aan het op peil houden van de kennisvergaring op Hooghuis TBL en hier de personenadministratie toegankelijk houdt. Harry heeft in een heel moeilijke transitieperiode als voorzitter bestuurlijk de parochie weer in het goede spoor en op de rails weten te krijgen. We zijn hem ontzettend veel dank verschuldigd als parochiegemeenschap. Het wordt hoogtijd dat we dat tegenover hem ook eens laten blijken. We hebben daarom besloten om Harry tot vrijwilliger van 2018 uit te roepen. Eeuwige roem die afstraalt op zijn vrouw Wil en ook op zijn maat Jan van Vlijmen, die te kennen heeft gegeven dat hij vindt dat Harry het verdient om alleen in de schijnwerpers te staan. Want hoe je het ook wendt of keert, schijnwerpers zijn toch meer iets voor elektriciens en niet voor bankwerkers.

In de persoon van Harry Faasen willen wij daarom Jan van Vlijmen en alle vrijwilligers van de parochie uit de grond van ons hart bedanken voor hun inzet. Vrijwilligers zijn de olie van een samenleving. Alles loopt vast als we het zonder vrijwilligers moesten stellen. Bij het bouwen aan een samenleving waar er voor iedereen een plaatsje in de zon is ingericht, zijn we vergeten dat dit zonder hart, hoofd en handen van vrijwilligers een onmogelijk streven is. Daar komen we eigenlijk veel te laat achter in onderwijs, gezondheidszorg, kerk en samenleving.

Elke vrijwilliger kan vanavond met een gerust geweten tegen zichzelf zeggen: Wat fijn dat ik er nog steeds toe doe; dat ik nog steeds iets beteken voor anderen. Daar gaan we er ene op vatten.

 

Henk Peters

Overweging van zondag 21-1-2018 door p. Tom Buitendijk

 Bekeer je – geloof me – volg me

 

U allen van harte welkom in deze viering. Vandaag horen we in een  adem drie grondwoorden van het geloof:
bekeren – geloven – volgen.
Daarmee komt een beweging op gang. Deze beweging die Jezus op gang bracht is uiteen gevallen in verschillende kerken. Deze zondag valt binnen de gebedsweek  voor de eenheid van de christelijke kerken. Deze week is van 18 – 25 januari. Komende zondag – 28 januari – zijn wij te gast bij de Paaskerk. De uitdaging van de Gebedsweek  is:
Kunnen we van de vele  kerken weer één christelijke beweging maken die de samenleving dient en die het oog gericht houdt op het rijk van God dat komen gaat?
Zijn wij ons voldoende bewust van deze uitdaging?

 Gebeden 

Openingsgebed

Goede God, Jezus uw Dienaar roept ons allen op Hem te volgen in vertrouwen op U en in liefde tot de naasten. Geef ons de moed op deze uitnodiging in te gaan en een beweging van vrede en gerechtigheid op gang te houden in deze wereld. Moge zo uw Rijk zichtbaar worden. Door Christus onze Heer.

 

Gebed over de gaven

Goede God, u nodigt ons uit aan uw Tafel om hier gesterkt te worden in onze toewijding aan u en aan elkaar. Moge de Geest die dit brood en deze wijn bezielt ook ons hart bezielen en ons geschikt maken voor uw Rijk. Door Christus onze Heer.

 

Slotgebed

Goede God mogen wij door deze viering gesterkt worden in onze roeping om in Christus te leven. Mogen wij al onze begaafdheden en krachten inzetten om de beweging die Jezus begonnen is gaande te houden. Doe ons  zo vurig verlangen naar de komst van uw Rijk dat ons doen en laten daarop gericht zijn.
Door Christus onze Heer.

 

Overweging

Het is allang geleden, maar sommigen onder u herinneren het zich vast nog wel :  Lou de Palingboer.  Hij werd geboren in 1898 in een streng protestants gezin. Hij heette Louwrens Voorthuizen. In 1927 kreeg hij een mystieke ervaring en hoorde een stem zeggen “Jij bent de Zoon des mensen”. In de jaren veertig ontmoette hij Mien Wiertz. Die was zo onder de indruk van Lou als ‘Zoon des mensen’ dat zij overal gaat  vertellen dat hij God is.  In 1950 krijgt Lou weer een mystieke ervaring. Hij ziet zich zelf  als het opstandingslichaam van Jezus. Hij verkoopt zijn vissersboot en begint te preken op de Dappermarkt in Amsterdam.  Door een mengsel van vroomheid en humor  krijgt hij talrijke volgelingen die in Lou zijn.

Er zijn enige mensen met geld die ‘ in Lou’ zijn.  Zij kopen een huis voor Lou en Mien  in Muiderberg. Dat huis wordt een centrum voor allen die ‘in Lou’ zijn.
Lou dacht dat hij onsterfelijk was. Tegen zijn eigen geloof in sterft Lou in 1968.  Mien verklaarde in 2005 nog – ze was toen negentig jaar  dat Lou doodgegaan was vanwege de onderlinge ruzies tussen zijn volgelingen. Met zijn dood had hij daarom iedereen gestraft. Op het hoogtepunt telde deze beweging zes honderd volgelingen Van deze beweging is nu niets meer over.

Naast aanhangers die ‘in Lou ‘ waren, waren er mensen die hem bestudeerden, zoals theologen en sociale wetenschappers. Waarom waren theologen zo geïnteresseerd in Lou en waren ze geabonneerd op het  Tijdschrift  “In Lou zijn “ ?  Omdat ze in Lou geloofden? Natuurlijk niet. Maar wèl kun je precies zien hoe een religieuze beweging ontstaat en zich ontwikkelt. Zonder oneerbiedig te zijn: er valt een gelijkenis te trekken tussen het evangelie van vandaag en het Lou verhaal.
Een mystieke ervaring  van Jezus bij zijn doop. Een stem uit de hemel
“Jij ben mijn geliefde zoon”. Vissers die zich ineens geroepen weten. Die hun netten in de steek laten en hun boot verkopen. Jezus en zijn volgelingen beginnen een beweging met als kernpunt: in Jezus is het Rijk Gods nabij.  Later zal Paulus benadrukken dat  ‘in Christus zijn’  de kern is van het geloof.
Wat opvalt bij het begin van een nieuwe beweging is het radicalisme. Op dit moment is dat een gevaarlijk woord. Radicalisme wordt gelijk verbonden met Islam terreur. Als iemand radicaliseert dan is hij gevaarlijk.
Toch  zijn Jezus woorden radicaal:

“De tijd is vervuld. Het Rijk Gods is nabij. Bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap. Kom en volg mij. “ Wie “ja” zegt tegen Jezus is radicaal. En misschien mòet een radicaal christen ook wel gevaarlijk zijn voor de gevestigde orde!
Als je het puur menselijk bekijkt dan kan het toch niet dat Simon en Andreas zomaar hun netten in de steek laten. Petrus heeft ook nog een vrouw. Jacobus en Johannes laten ook hun vader achter. Het hele bedrijf gaat eraan. Kan het echt waar zijn dat het Rijk Gods of dat   “in Jezus  zijn” dit van je vraagt?

Maar door die vraag: “kan het waar zijn”?  te stellen, ontkracht je de geestdrift, de bewogenheid en het vurige verlangen naar Gods komend rijk. Je haalt het vuur er uit. Als je er wetenschappers op los laat zullen ze wel tot de conclusie komen dat het wel los liep  met die radicaliteit. Die overrompelende indruk die Jezus en Zijn boodschap maakten en dat enthousiasme waarmee de vier vissers Jezus gingen volgen, worden binnen fatsoensnormen gebracht en daarmee onschadelijk gemaakt.
Na Jezus ‘dood zien we het gebeuren: de beweging van bewogenheid om mensen die Jezus opriep wordt tot een kerk gemaakt die keurig binnen de maatschappij past. Het Rijk God als wenkende toekomstperspectief heeft zijn aantrekkelijkheid verloren.
De Deense schrijver Kierkegaard zegt in 1833 : “Als Christus destijds geen wetenschappers nodig had om zijn leer te verkondigen, maar genoegen nam met vissers, dan heeft Hij  heden ten dage nog veel harder vissers nodig.”
“Ja”  tegen Jezus zeggen vraagt ook vandaag om bekering. Bekering is niet van protestant katholiek worden of andersom. Bekering is je eigen levensstijl loslaten om “in Christus” te zijn.
Dat betekent dat voortaan Jezus jouw doen en laten bepaalt;  dat jij kiest  voor mensen waar Hij voor koos ; dat jij jou door Hem laat leiden.
Niemand wordt als christen geboren. Door doopsel en vormsel zijn we christenen in wording. Misschien blijven we dat wel tot onze dood.
Pas door een radicaal “ja” tegen Jezus te zeggen worden wij mensen die echt ‘in Christus’  leven. Het kan best zijn dat wij er nooit toe komen zo’n radicale stap te zetten.
Het is voor iedereen een uitdagende vraag: heb ik in mijn leven ooit eens “ja” tegen Jezus gezegd zodat ik daardoor een nieuw en ander mens ben geworden? Heb ik ooit echt gekozen voor de randfiguren waar Jezus voor koos?  Heb ik aandacht voor die mensen naar wie Hij om zag? Zieken en zondaars. Durf ik mijn zekerheden los te laten en te vertrouwen dat God voor ons zorgt?  Laat ik me echt leiden door Gods bedoelingen met mij of ga ik eigen wegen?
Ik zou het van mezelf niet met grote zekerheid beweren dat ik ‘in Christus” ben;  dat het Rijk van God mijn diepste verlangen is.
En toch is dat onze roeping!
Christen –zijn houdt altijd iets radicaals in – in zekere zin moeten we allemaal vissers worden. Niet van vissen , maar vissers van mensen. Mensen vissen betekent mensen uit het water van de ondergang halen,  redden en opvangen om hen te doen leven.  We moeten vandaag even radicaal  “ja” tegen Jezus zeggen als de vier vissers van toen die de uitdaging om mensenvisser te worden aan namen.
Iemand zie een keer : “O als ik in de tijd van Jezus geleefd had en ik er bij mocht zijn dat Hij mensen riep,  dan zou ik heel zeker “ja, hier ben ik “, gezegd hebben?” Toen zei een ander droogjes : “Als je dat echt meent, dan kun je vandaag nog beginnen. Jezus roept ook nu nog mensen om vissers van mensen te worden ”.  Lou de Palingboer startte een beweging van ‘in Lou’ zijn. Zes honderd mensen.
Zouden wij met christenen uit allerlei kerken opnieuw een beweging van ‘in Christus zijn’  kunnen beginnen?  Het zou de samenleving grondig veranderen, maar het rijk van God zou wellicht een stukje dichter bij komen.   Christen-zijn vraagt  om radicaliteit van liefde tot de medemens en van vertrouwen op God. Ik eindig met een lied

“ Jezus die langs het water liep en Simon en Andreas riep, om zomaar zonder praten hun netten te verlaten, – Hij komt misschien vandaag voorbij en roept ook ons, roept u en mij, om alles op te geven en trouw Hem na te leven.”

Voorbede

Pastor

In deze gebedsweek voor de eenheid onder de christen bidden wij:

Lector

Mogen christenen van verschillende kerken in deze stad elkaar vinden in dienstbaarheid aan de  samenleving en in verlangen naar uw Rijk. Leer ons samen op te trekken en de stroom van de naastenliefde gaande te houden.

S T I L T E   Laat ons bidden.

 

Lector

Mogen christenen binnen hun eigen kerk  zich  verantwoordelijk voelen voor de vitaliteit van de gemeenschap. Maak ons bereid onze bekwaamheden en begaafdheden in te zetten voor deze gemeenschap.

S T I L T E   Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden voor de dopelingen die vanmiddag in de kerk worden opgenomen: Marilena Leeijen, Rob van Dijk en Chairo Niessen. Mogen zij met de hulp van hun ouders en door ons gebed en meeleven blije christenen worden.

S T I L T E   Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden voor onze parochie: voor hen die in het ziekenhuis of verpleeghuis zijn opgenomen. Om goede moed.
Voor Hans Donkers, onze koffieschenker, die vijftig jaar geworden is. Dat hij nog lang in ons midden mag werken. Voor allen die ons gebed om gebed gevraagd hebben en die uw hulp nodig hebben.

S T I L T E   Laat ons bidden.

Pastor

Goede God moge de eenmakende kracht van de liefde ons helpen de verdeeldheid te overwinnen, de eenheid te bevorderen, de samenleving te dienen.

Dit vragen wij U door Christus onze Heer.

 

 

Overweging van zondag 14-1-2017 door p. Tom Buitendijk

Woord van welkom

Van harte welkom in deze viering. Alle kerstvieringen zijn geweest: de Geboorte van de Heer, de Openbaring van de Heer en de Doop van de Heer.  We beginnen de gewone zondagen door het jaar. We beginnen met een getuigenis van wie deze Heer is. Wie is deze Jezus? Wat komt Hij doen?  Waarvoor komt Hij? Johannes de Doper getuigt van Hem: Hij is het Lam Gods. Hij draagt de zonden van de wereld weg.  Hij is de Zoon van God. Wat betekenen deze woorden in onze dagen? Vaak zijn wij toch te onnadenkend christen. Willen we daarom bidden om Gods ontferming om deze Eucharistie goed te kunnen vieren.

 

Openingsgebed

God, onze Vader, in Jezus uw Zoon hebt u ons allen tot uw kinderen gemaakt. Vervul ons hart met de Geest van Jezus opdat ook wij leed en kwaad uit deze wereld weg dragen door van harte goede mensen te zijn. Dit vragen wij U door Christus onze Heer. Amen.

Gebed over de gaven

God, aan deze tafel breken wij het brood en schenken wij de wijn. Wij zien op naar het Lam Gods dat verdeeldheid en kwaad overwint en dat ons verzamelt tot uw volk. Moge zijn liefde bron zijn van onze kracht om als goede mensen te leven. Dit vragen wij U door Christus onze Heer. Amen.

Slotgebed.

God, in Jezus uw Zoon bent U ons rakelings nabij gekomen. U heb ons in Jezus tot uw kinderen gemaakt. Mogen wij het Lam Gods volgen op onze levensweg opdat wij door hem gesterkt uw kinderen worden en medewerkers aan een gave schepping.
Door Christus onze Heer.

Overweging

Meestal zijn we bezig met andere dingen zoals je zakdoek pakken, je neus nog even snuiten, kijken hoe je straks zult gaan staan en lopen,  als de priester zegt: “Zie, het Lam  Gods dat de zonde van de wereld wegneemt.” Kort daarvoor hebben  we driemaal Agnus Dei of Lam Gods gezongen. Ook dat  doen we veelal  onoplettend en denken we niet  na  bij wat deze woorden betekenen. Het hoort er gewoon bij en het is een vanzelfsprekend onderdeel van de rite.  Vandaag vraagt Johannes de Doper ons om nu eens wel even stil te staan bij deze woorden: zie het  Lam Gods.   “Want”, zegt hij, “er is iets volkomen nieuws aan de hand.”
Het begint al met het woordje “Zie” .  “Zie” is een oproep of een uitnodiging om verder te kijken dan je neus lang is.   Er komen heel veel mensen naar Johannes de Doper toe. Soldaten, hoeren, tollenaars, zondaars van allerlei slag, en ook religieuze leiders die nieuwsgierig zijn naar de prediking van Johannes. Een grote naamloze menigte van mensen waarin niemand bijzonder opvalt en iedereen  in de massa opgaat. Maar ineens ….. Het is als een drukke zaterdag in het centrum van Oss waarin je vrouw ineens zegt:  “Zie, zie, Tonny ”, daar loopt je zus.” Ineens wordt die zus dan boven de menigte uitgetild.
Johannes de Doper roept ons toe: “Zie”, hier komt een mens aan die voor jou belangrijk is. Die moet je beter leren kennen!    “ Zie –  Jezus – het lam van God”.  Je ziet een mens zoals andere mensen, maar je wordt uitgedaagd naar  Hem  te kijken met nieuwe ogen.
In Hem kun je het Lam van God zien. Wat zie je dan? De twee leerlingen gaan op ontdekkingstocht. Ze gaan met de man op wie Johannes wijst, mee. Gaandeweg zullen ze begrijpen wat lam van God betekent.
Een lam in de lente vinden we allemaal leuk en lief. Een lam is vertederend. Een lam betekent: nieuw begin,  de winter is voorbij, de zomer komt eraan.  Een lam vraagt ook om bijzondere zorg. De herder koestert het lam liefdevol en zorgt ervoor dat het hem aan niets zal ontbreken.  Jezus is het Lam van God: God houdt op een bijzondere manier van Jezus. Hij houdt van Jezus zoals van zijn eigen kind.  Hij noemt Jezus : “veelgeliefde zoon, kind naar mijn hart”.
“Zie”, zegt Johannes,” hoe innig Jezus met  God verbonden. Ze kunnen niet zonder elkaar.  Ze zijn als Vader en Zoon. Meer nog: zo Vader zo zoon.”  Lam Gods betekent bijzondere verbondenheid.
In de bijbel – en Johannes weet  dat ook –  betekent een lam ook nog wat anders. Als het joodse volk wegtrekt uit het slavenhuis van Egypte slachten ze een lam, eten dat haastig op, gesterkt door deze maaltijd beginnen ze de uittocht, de bevrijdingstocht naar een nieuw leven, naar een nieuw land. Het Lam wordt gebroken en gegeten.  Om een nieuw begin te maken wordt een Lam geslacht.  Een bevrijdingslam. Dit verhaal lezen we altijd in de viering van Witte Donderdag.
Johannes ziet nog iets anders.  Hij ziet hoe een dienaar van God – iemand die zijn leven op het spel zet om Gods  wil te doen, naar de slachtbank wordt geleid.  Iemand die weerloos is tegen het kwaad dat vijanden hem aan doen  Iemand die lief en goed blijft zijn en weigert mee te doen met boosheid en haat.  Een Lam is bereid zichzelf prijs te geven.  Een offerlam.  Dit verhaal lezen we altijd in de viering van Goede Vrijdag.
Wij  noemen Jezus ook het Paaslam.  Hij bevrijdt ons  van de slavernij  van onze zonde en sterkt ons op de weg naar een nieuwe toekomst.  In iedere Eucharistieviering gedenken wij  dit offer  en delen er in, wanneer wij het gebroken brood eten . Daarmee zeggen we: Ook ik ben offerbereid om in een nieuw land te komen, het land van God.
“Zie, let op”, zegt Johannes, “ hier komt iemand aan die  bereid is in alles Gods wil te doen en die ons daardoor bevrijdt van de zonde van de wereld”.  De zonde van de wereld is niet helemaal  hetzelfde als mijn zonden.  Het gaat niet om mijn fouten,  tekorten en zwakheden.  De zonde van de wereld is dat wij een chaos van het leven maken.
Sla de krant open, zet de radio en de televisie aan en u ziet wat de zonde van de wereld is:  de tweedeling in de samenleving waarin de bovenkant het goed heeft ten koste van de onderkant ; de ongelijkheid van mensen waardoor de een zich rechten toe kent en de ander op zijn plichten wijst; de problemen waarmee we anderen op zadelen om het zelf gemakkelijk te hebben. Concreet de ellende in Groningen en de welvaart van Nederland; De zonde van de wereld is dat wij onszelf centraal stellen, dat wij ons ego de boventoon laten voeren; dat wij ons groepsbelang het hoogst achten; dat wij bereid zijn de medemensen af te schrijven als voor ons onbelangrijk. Zonde is chaos.
Het gaat dus om een gerichtheid van ons hart:  buig ik mij naar mij zelf toe en ben ik vervuld van eigenliefde?  Splits en scheid ik ? Maak ik chaos. Of: Richt ik mijn blik, mijn visie, mijn verlangen, mijn doen en laten op het welzijn van de ander? Leef ik vanuit de liefde voor een ander naar een andere mens toe?  Streef ik naar eenheid en saamhorigheid?
God wil een gave schepping waarin het goed leven is voor alle mensen. Hij wil dat mensen in eenheid leven als zussen en broers van elkaar.  Johannes heeft de Geest als een duif zien neerdalen. Het was de Geest die ooit eens  de oervloed temde en ordening aanbracht in licht en donker, in aarde en zee, in mens en in dier.
De Geest van de schepping, Gods nieuwe begin met ons mensen. Deze duif rust nu op Jezus en rust hem toe met vernieuwende Geestkracht.  “Zie, het Lam God dat nieuwheid van  leven brengt.”  Met Hem begint de goede schepping opnieuw.
Hoe heeft Jezus de zonden van de wereld weggedragen terwijl de schepping nog steeds chaos is en wij ons meer laten leiden door ons ikke dan door de wil van God? Alleen maar door ons voor te gaan en de weg te wijzen. De uitweg uit de chaos is een begin maken met de liefde.
Liefde die vernieuwend en bevrijdend werkt. Jezus wijst ons de weg om te midden van de zonde van de wereld staande te blijven. Hij gaat ons voor op de weg naar de nieuwe schepping.  Wij kunnen Hem volgen in zijn bewogenheid om mensen, in  zijn vergevingsgezindheid, in  zijn barmhartigheid en begrip, in zijn liefde voor mensen in nood.  Wij  kunnen Hem volgen door dienstbaar te zijn aan elkaars geluk. Waar mensen tweedeling overwinnen en tot  eensgezinde saamhorigheid komen, daar groeit de nieuwe schepping, wordt chaos overwonnen,  de zonde der wereld weggedragen.
In het doopsel en vormsel heeft de Geest van de  Nieuwheid ook op ons gerust en ons hart aan geraakt; door die Geest zijn ook wij op weg gezet naar het nieuwe land waarin Gods schepping tot bloei kan komen.  Maar  dat vraagt dat ook wij ons soms laten breken als gebroken brood.  “Zie het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneem”,  zegt de priester.
Als wij dan kijken naar het gebroken brood dat we gaan ontvangen,  zien we dan ook onze opdracht  herderlijke en menslievende mensen te zijn?   Onze onmacht te overwinnen en het kwaad uit deze wereld weg te dragen. Geef ons de moed om lam te zijn tussen de wolven.
Dit vragen wij U door Christus onze Heer.

Amen. 

Pastor

Goede God, U bent ons in Jezus rakelings nabij. Hoor ons bidden om uw aanwezigheid in alle menselijke nood.

Lector

Wij bidden u voor uw kerk die steeds meer aan de rand van de samenleving komt te staan. Dat wij blijven getuigen dat weerloosheid van het Lam de weg naar de vrede is. Dat wij de moed hebben tot belangeloze liefde die zich breken laat. Help ons de dragers te zijn van menselijkheid  in de harde wereld van vandaag.

S T I L T E  Laat ons bidden.

Lector

Wij  bidden voor de samenleving in ons land, waarin  de tweedeling ernstige vormen gaat aan nemen tussen goed opgeleide mensen en mensen met minder talenten, tussen zieken en gezonden, tussen welvarende en arme mensen, tussen jongen en ouderen. Breng in onze samenleving het gevoel van saamhorigheid terug en laat  de bijdrage van iedere mens gewaardeerd worden. Dat wij geen medemensen  afschrijven als nutteloos en te kostbaar.

S T I L T E   Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden voor onszelf. Help ons trouwe navolgers te worden van Jezus uw Zoon. Maak ons bereid om op te komen voor waarheid en gerechtigheid. Help ons om geduldig de vrede en de liefde te bewaren. Stel ons in staat te werken aan een gemeenschap waarin het voor iedereen goed leven is.

S T I L T E   Laat ons bidden.

 

Pastor

Goede God,

help ons in deze samenleving te leven als moedige christenen. Bewaar ons voor het egoïsme en cynisme  dat onze samenleving kenmerkt. Help ons een woord van verzoening te spreken en in vrede te leven.

Amen

Ovwerwqeging van Driekoningen door pastor Leon Teubner

We hoorden zojuist het bekende verhaal van de drie koningen

die de pasgeboren koning der Joden zoeken

om aan Hem hun hulde te bewijzen.

 

Dit verhaal is, mede door onze kerststallen, zó beeldend,

dat we het moeilijk van ons netvlies kunnen verwijderen.

Maar het verhaal zelf nodigt ons vandaag uit

om er ook op een andere manier naar te kijken.

 

Tweemaal in het verhaal klinkt aan ons de oproep: Zie!

Meteen aan het begin, als het gaat over Koning Herodes,

die onverwachts een paar onbekende wijzen ontmoet:

 

Zie,

uit het oosten komen wijzen aan te Jeruzalem

 

De tweede keer klinkt deze oproep halverwege het verhaal

als de wijzen Herodes weer verlaten en op weg gaan naar Bethlehem.

 

Zie,

de ster die de wijzen uit het oosten gezien hadden

ging voor hen uit

totdat ze boven het kind stil bleef staan

 

Tweemaal: Zie –

er valt iets meer te zien dan wat op ons netvlies staat,

en ons door kerststal en schilderijen wordt aangereikt.

 

Wat valt er dan te zien en te ontdekken?

Twee posities biedt het verhaal ons vandaag aan om in te nemen:

die van koning Herodes en die van de wijzen uit het oosten.

Beiden, zo zullen we nog zien, zijn kanten in onszelf.

 

Het eerste ‘Zie’ richt ons oog op Koning Herodes.

Een koning die door de Romeinen is aangesteld om over de Joden te heersen.

Herodes is een heerser die op zijn troon zit en daarop blijft zitten,

ook als hij geschokt wordt door de wijzen uit het oosten.

 

Wanneer dezen hem vertellen dat er

een door God gezalfde koning geboren is,

blijft hij zitten waar hij zit.

 

Hoewel hij geschokt wordt in zijn eigenmachtigheid

vertrouwt hij zich enkel toe aan zichzelf en zijn macht.

Zijn eigen heerschappij is en blijft zijn doel,

en dat doel heiligt alle middelen.

 

De wijzen zijn geen heersers maar onderzoekers,

zoekers die door iets getrokken worden:

door een licht, een aanvoelen, een intuitie, …

Iets als een ster dat hen lokt en meetrekt

en hen brengt waar zij zelf niet komen kunnen.

 

Zij laten zich niet leiden door hun positie of macht,

maar door een dieper weten of geloof dat in hen oplicht

en hen uitnodigt zich aan dat licht toe te vertrouwen.

 

Zij verlaten hun huis en hun eigen koninkrijk

en gaan op weg met een fonkelend lichtje

dat niet hun doel is, maar slechts een middel

om in beweging te komen en zich te laten leiden.

 

Dat licht doet hen uitgaan uit alles wat hun eigen is,

om gebracht te worden naar wat voor hen voelt

als hun werkelijke thuis, hun werkelijke leven:

de Messias, Christus, de gezalfde koning van God uit,

 

Met Kerstmis zagen wij al dat wij de beoogde Gezalfde zijn,

dat wij in de kribbe liggen, maar onszelf daarin niet herkennen.

Wij zijn Gods Gezalfde om Hem méér en méér te worden.

Vandaar de oproep van God aan ieder van ons in de eerste lezing:

 

Sta op – word licht,

ja, gekomen is uw licht

de heerlijkheid van Jahwe is over u opgegaan.

Sta op en word licht!

 

Om op te staan en dat licht te worden wat op ons is,

moeten we het voorbeeld van de wijzen volgen.

Dan moeten ook wij ons laten leiden door dat licht,

en uitgaan uit alles wat wij willen en wat wij kennen,

uit alles wat wij hopen en verwachten,

ons eigen huis en ons eigen koninkrijk.

 

De eerste die we dan in onszelf zullen tegenkomen

is niet de Gezalfde van God, maar een oude koning

die al heel lang in ons huist – Koning Herodes!

 

Want als wij Gods licht in ons ontdekken

en ermee op weg willen gaan,

om zijn Gezalfde te worden die ook in ons geboren is,

dan, zegt de profeet Jesaja,

 

zal ook ons hart angstig geschokt worden

De Herodes in ons, onze eigenmachtigheid en eigenwilligheid,

die zal willen blijven zitten waar hij zit – op zijn eigen troon;

die wil helemaal niet zijn paleis verlaten en op weg gaan,

het onbekende in, waar niet hij, maar God heer en meester is.

 

Gelukkig blijft ook dán het licht van God een appèl op ons doen,

en blijft het ons verlokken in beweging te komen en haar te volgen,

om op te staan en uit te gaan uit onszelf,

om het licht te worden dat God in ons is,

zijn Gezalfde, lichaam van Christus.

 

Als wij dat licht zien en ons eraan toevertrouwen,

dan moeten ook wij niet terugkeren naar Herodes.

 

Want die zal proberen de Gezalfde in ons te doden

door ons voor te houden dat de Gezalfde iemand anders is dan wijzelf,

en dat wij veel te kwetsbaar zijn en ongeschikt en onwaardig.

En dat Hij al eens en voorgoed geboren is,

zo’n 2000 jaar geleden.

 

Maar onze kerk leert niet een éénmalige,

doch een drievoudige komst van de Gezalfde.

Bernardus van Clairvaux, kerkleraar en mysticus,

Schrijft in een van zijn Kerstpreken:

 

Wij kennen een drievoudige komst van de Heer.

Bij zijn eerste komst lang geleden, werd Hij gezien op aarde.

en bij zijn laatste komst ‘zal heel de mensheid Gods redding zien’.

Maar zijn middelste komst heeft plaats hier in dit leven

en wel in het verborgene:

alleen de wijzen zien Hem in hun hart

en hun ziel zal vervuld zijn met vreugde.

 

Dat wij dit nieuwe jaar luisteren naar de wijzen

en ons niet laten misleiden door die oude koning in ons.

 

Dat wij, geleid door Gods licht, op zoek blijven gaan

naar die nieuwgeboren koning in ons,

naar de Gezalfde in ons die wij worden mogen,

om Hem met ons leven de hulde te brengen

die Hem alleen toekomt.

Nieuwjaarstoespraak van Henk Peters

NIEUWJAAR 2018

Als zelfstandige parochie zijn wij een witte raaf binnen het bisdom Den Bosch, maar ook wij zullen er op termijn niet aan ontkomen dat wij moeten gaan aansluiten bij een conglomeraat van parochies. Maar we vieren in 2018 samen met bisschop de Korte toch met trots ons 150 jarig bestaan als Carmelparochie. Kome wat komt.

Op een bijeenkomst met de bisschop in Nijmegen ontmoette ik een mij bekende boer uit Bergharen, onderdeel van de parochie van de twaalf apostelen van Wijchen en omgeving. Zij waren heel enthousiast over hun samenwerking, de onderlinge verhoudingen en ook de toekomst. Was het kerkbezoek dan zo hoog en de kerkbetrokkenheid bovengemiddeld? Welnee, vertelde hij, maar we hebben het heilig bömke waar we ons aan optrekken. Nooit van hun heilig bömke gehoord.

Hij vertelde dat er in 17e eeuw een trappistenabdij stond in Bergharen. Vanuit die abdij is de grond ontgonnen en de bevolking gekerstend. Maar ondanks dat succes raakte de abdij in verval en vertrok ooit de laatste monnik. En de bevolking kon de stenen van de gebouwen uitstekend gebruiken voor het verbeteren of uitbreiden van hun boerderijen en voor het verharden van wegen. Van de abdij zelf was in een mum van tijd niks meer te zien. Het enige wat er van de trotse abdij over was: een boom die op de binnenplaats had gestaan. Nou ja, boom was eigenlijk een te groot woord want het was maar een bömke. De abdij was gesloopt maar de mensen waren nooit vergeten hoeveel welzijn en welvaart ze te danken hadden aan die monniken. Eeuwen achtereen bonden ze in de meimaand linten van allerlei kleur in dat bömke als teken van dankbaarheid en vooral van het vertrouwen dat Maria en de monniken voor wat wind in de rug zouden zorgen, mocht de tijd hen eens tegen komen zitten.

De schrik was dan ook enorm toen door een najaarsstorm het bömke onder het natuurgeweld knakte. Waar moesten de mensen heen met hun gevoelens van dank en vertrouwen als je daarvoor geen aanknopingspunt meer hebt. Ze lieten wat er over was van het bömke maar liggen zoals het was geworden, want opruimen is dan weer zo onherroepelijk.

In het voorjaar gebeurde er in Bergharen echter een groot wonder. Uit de resten van het geknakte bömke kwamen maar liefst 15 scheuten op. En de mensen zagen die scheuten en herkenden daarin de nieuwe initiatieven die in kerk en geloof van de grond waren gekomen, terwijl het kerkbezoek niet opkrabbelde net zo min als het bömke. Dat het omzien naar elkaar bijvoorbeeld gestalte kreeg met het één keer in de week in het gemeenschapshuis koken voor de ouderen en gehandicapten of in de vrijwillige bemensing van de buurtbus of in het wegwijs maken van mensen die het moeilijk hebben door naar voor hen noodzakelijke ondersteuning te zoeken of in een soort interparochieel leerhuis waar de gezamenlijke kerken actuele thema’s bespraken of in ziekenbezoek of in een repairecafé of in andersoortige vieringen in de kerk of door de kerstpakketten voor minderbedeelden. Enz. Eigenlijk veel méér dan 15 min of meer nieuwe scheuten.
Wij mensen vinden het lastig om te erkennen. Maar er is eigenlijk geen enkele situatie in een mensenleven zonder uitzicht; God trekt altijd met ons op; altijd is er een “en toch”, een nieuw perspectief. Maar dat zie je pas achteraf. Als je terugkijkt. Maar het leven wordt voorwaarts geleefd. Als je naar de toekomst kijkt speelt altijd toch zoiets op van : “Als ik hier maar door heen kom!” of “Ik moet het allemaal nog maar zien”. Twijfelend geloven.

Bij deze nieuwjaarsontmoeting wil ik elk van ons uitnodigen om eens op z’n Bergharens te kijken naar de bömkes in uw eigen persoonlijk leven. Misschien ook wel eens gedacht: veel van wat me dierbaar is, heb ik geïnvesteerd in mijn kinderen, maar lijkt in de knop gebroken. Maar als je goed naar hen kijkt dan zijn er wel meer dan 15 scheuten die ontroeren en je ongelijk aantonen. Of als je kijkt naar onze parochiegemeenschap: volop nieuwe scheuten, volop positieve ontwikkelingen, volop leven in de brouwerij. De bömkes in ons leven hebben in de voorbije 50 jaar zwaar geleden onder de stormen van de welvaart, maar scheuten van Liefde, vertrouwen, omzien naar elkaar zijn er echt volop. Ik wens elk van ons veel scheuten dankbaarheid en veel scheuten geluk toe. Onze bömkes worden mooie struiken. En dat gaan we komend jaar uitbundig vieren. Ook als parochie.

Zalig Nieuwjaar.

Henk Peters,
kerkbestuur

Overweging van Nieuwjaar 2018 door pastor Leon Teubner

Nadat de acht dagen vervuld waren

en men Hem moest besnijden,

werd zijn naam Jezus geroepen,

zoals Hij door de engel van God was geroepen

voordat Hij in de schoot ontvangen werd.

 

Niet in de tempel van Jeruzalem,

maar in de plaatselijke synagoge

wordt het pasgeboren kind

volgens de joodse Tora

acht dagen na de geboorte besneden.

 

Dan wordt ook de naam van het kind

voor het eerst hardop uitgesproken

voor God en voor het volk:

 

zijn naam Jezus werd geroepen,

zoals Hij door de engel van God was geroepen

voordat Hij in de schoot ontvangen werd

 

Jehoshua – Jezus,

‘Jahwe redt’ is zijn naam van God uit.

Die naam zal zijn roeping zijn:

Jahwe redt, Hij die zijn volk bevrijdt.

 

In de naam Jeshoea, Jezus dus,

wordt de Naam van Jahwe aangeroepen.

Hij wil ons redden in zijn Naam.

Dat was ook met Kerstmis de blijde boodschap:

een boodschap die een grote vreugde wezen zou

voor alle mensen van geslacht op geslacht:

 

vreest niet!

Heden is jullie een redder geboren

 

Een vreugdevolle boodschap die vrees wekt?

Maar waarom zouden we moeten vrezen?

Het is toch God die ons komt redden!

Voor wie of wat zouden wij dan bang zijn?

 

Wij vrezen zijn komst, omdat dat ons ons leven kost.

God bevrijdt ons van onszelf, niet met geweld,

maar zijn woord: met Jezus, zijn Gezalfde.

En dat Woord van God is niet onschuldig of krachteloos.

Zijn woord zal ons ons eigen leven afnemen.

Want het zal ons omvormen tot wat het is:

God zelf.

 

Dat is ook de ervaring van Augustinus,

bisschop, kerkleraar en mysticus.

In zijn Belijdenissen getuigt Hij

dat het woord van God tot hem zei :

 

‘Ik ben het voedsel van volwassenen:

groei en je zult Mij eten.

Maar je zult Mij niet veranderen in jouzelf,

zoals gewoon voedsel verandert tot jouw vlees -,

nee, jij zult veranderd worden in Mij.’

 

Het woord van God wil ons niet onberoerd laten.

Het wil ons veranderen in wat het zelf is.

Het wil ons omvormen tot lichaam van Christus –

Jehoshua – Gods beminde zoon.

 

Die weg is Jezus ons voorgegaan.

Hij werd die Naam: Jahwe redt

die al voor zijn geboorte

van God uit geroepen werd.

 

Zelf verdween hij, door voortdurend

plaats te maken in zichzelf voor zijn Vader.

Dat was zijn enige activiteit:

zijn Vader alle ruimte geven in zijn leven.

 

Niet zijn eigen woorden sprak Hij,

niet zijn eigen wegen ging Hij,

niet zijn eigen werken deed Hij,

maar die van Jahwe,

zijn God die ook onze God is.

 

Zo werd Hij elke dag opnieuw die Naam

die van God uit geroepen werd:

Jehoshua – Jezus: Jahwe redt.

 

Als wij Hem werkelijk durven navolgen,

Zullen wij als Maria zijn woord overwegen in ons hart,

en ons als instrument aanbieden in Gods hand:

 

Hier mij, mij geschiede naar jouw woord

 

 

Dan zal gaandeweg de oude mens in ons sterven,

en zal de nieuwe mens in ons zal opstaan.

Wij zullen verrijzen als lichaam van Christus.

 

Dan wordt in ons dit nieuwe jaar

zijn naam opnieuw uitgeroepen:

Jezus – Jehoshua – Jahwe redt.

 

En in die Naam zal God verheerlijkt en geloofd zijn,

en zullen wij door Hem gezegend worden,

en een zegen zijn voor elkaar en voor de schepping.

 

Als wij Hem niet buiten de deur laten,

maar toelaten in ons hart,

dan zal Hij in ons komen en in ons werken.

 

Hij zal bezit nemen van ons denken en doen en laten.

Zo zal zijn koninkrijk naderbij komen,

en zijn vrede gaan heersen in het land:

 

Gezegend Nieuwjaar!  

Numeri 6  

22 Jahwe sprak tot Mozes: 23 Zeg aan Aäron en zijn zonen: Als gij de Israëlieten zegent, doe het dan met deze woorden: 24 `Moge Jahwe u zegenen en u behoeden! 25 Moge Jahwe de glans van zijn gelaat over u spreiden en u genadig zijn! 26 Moge Jahwe zijn gelaat naar u keren en u vrede schenken!’ 27 Als zij zo mijn naam over de Israëlieten uitspreken, zal Ik hen zegenen.

 

Lucas 2

 

15 Zodra de engelen weer van de herders waren heengegaan naar de hemel, zeiden zij tot elkaar: ‘Komt, laten we naar Betlehem gaan om te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons heeft bekend gemaakt.’ 16 Ze haastten zich er heen en vonden Maria en Jozef en het pasgeboren kind, dat in de kribbe lag. 17 Toen ze dit gezien hadden, maakten ze bekend wat hun over dit kind gezegd was. 18 Allen die het hoorden, stonden verwonderd over hetgeen de herders hun verhaalden. 19 Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en overwoog ze bij zichzelf. 20 De herders keerden terug, terwijl zij God verheerlijkten en loofden om alles wat zij gehoord en gezien hadden; het was juist zoals hun gezegd was. 21 Nadat de acht dagen vervuld waren en men Hem moest besnijden, werd zijn naam Jezus geroepen, zoals Hij door de engel was geroepen voordat Hij in de moederschoot ontvangen werd.