Overweging van zondag 25-2-2018 door pastor Leon Teubner

Het verhaal van de gedaanteverandering van Jezus op de berg Tabor is zo beeldend, dat we gemakkelijk geneigd zijn dit verhaal als een voor onze ogen afspelende gebeurtenis, te beschouwen, als iets buiten onszelf. zoals een documentaire op de televisie.
Hier wordt echter óók iets verwoord van wat er aan je kan gebeuren, als je werkelijk contact maakt met de Schrift.
Jezus is voortdurend in contact met de Schrift met de woordenvan zijn Vader, en dat verandert Hem. Het maakt Hem transparant tot op God.
Jezus leert hier zijn leerlingen hoe ook zij transparant kunnen  worden op God, Hoe ook zij kunnen gaan leven in, met en vanuit God die Hij zijn Vader noemt. Dat is wat Hij hen en ons met zijn leven steeds voordoet: Hij laat de Vader in Hem spreken, Hij laat de Vader in Hem werken, en zo is Hij één met de Vader.
En met niet aflatende ijver probeert Hij zijn leerlingen en ons de ogen te openen voor dit leven in, met en vanuit de Vader.
Vandaag neemt Hij zijn leerlingen een hoge berg op. Hij leidt hen omhoog, in de richting van de hemel. Naar waar God verblijft, overdrachtelijk gezien. Hij is op die berg in gesprek met zijn leerlingen en legt hen de Tora uit, de boeken van Mozes, en de woorden van de profeten, hier in de persoon van Elia.
Jezus legt hen Mozes en Elia zo gezagvol uit, dat zij voor de leerlingen a.h.w. ín Jezus aanwezig komen, in Hem aan het licht komen, in zijn doen en laten, in zijn spreken en onderrichten. De leerlingen voelen zich in hun leergesprek met Jezus even één met Hem en met de Schrift en met de traditie, waarin zij met Hem staan.
Samen zoeken zij met Hem naar de betekenis van Gods woord, zoals dat tot hen komt in Jezus via Mozes en de profeten, Een betekenis voor hun eigen concrete leven met Hem en met de andere leerlingen.
Jezus leeft zijn leerlingen concreet voor hoe zij, datgene wat zijzelf dagelijks ervaren en meemaken, in gesprek moeten brengen met Gods woord in de Schrift. Door wat zij meemaken in gesprek te brengen met Mozes en Elia, en met Hemzelf, Hij die hun rabbi, hun leraar is. Niet met iedere leerling apart, maar samen met elkaar als leerlingen onder elkaar met hun leraar, in een leergesprek. En dat voelt goed. Zo goed, dat Petrus in dat gevoel wil blijven: Rabbi, laten wij drie tenten bouwen: een voor Jou, een voor Mozes en een voor Elia. Maar Petrus weet niet wat Hij moet zeggen. Hij stamelt maar wat voor zich uit van geluk. Nee, in, met en vanuit God leven gaat niet lukken als je het woord van God buiten jezelf probeert te houden, door het op te willen bergen in de tenten van je leraren. Nee, dat kan alleen als je zelf een tent wordt voor Gods woord. Daarom zegt God tegen de leerlingen en ons:
Hoor naar mijn beminde Zoon. Luister naar mijn woorden die Jezus tot jullie spreekt, zoals Hij luistert naar mijn woorden die Ik tot Hem spreek in Mozes en Elia. Luister zo naar mijn woorden in de Schrift dat Ikzelf binnen komen, in je oor, in je hart, in je spreken, doen en laten. Breng wat je vandaag ziet en meemaakt eerst in contact met hen door wie Ik mijn woorden tot je spreek. Doe dat eerst en vooral, en breng jezelf in gesprek met Mij, voordat je aan anderen gaat vertellen wat je overkomen is. En dat doen de leerlingen. Zij bespreken samen wat ze hebben gezien en overwegen wat die woorden van God die Jezus dan tot hen spreekt, toch kunnen betekenen:
‘dat de mensenzoon eerst uit de doden moet zijn opgestaan’.
Wij hebben afgelopen donderdagochtend in de bijbelgroep als leerlingen van Jezus ook die goddelijke woorden overwogen:
‘dat de mensenzoon eerst uit de doden moet zijn opgestaan.’
We deelden onze ervaring met elkaar, dat het samen lezen en overwegen van Gods woord af en toe een nieuw licht doet schijnen op ons leven, onze ogen even opent voor zijn werkzame aanwezigheid, ons even in contact brengt met die nieuwe mens in ons die ook transparant wil zijn tot op God, die nieuwe mens die wil leven in, met en vanuit Hem.
Maar ook de ervaring dat we daar niet in konden blijven, dat ook wij, net zomin als Petrus, dat geluk konden vasthouden. En toch: door de tijd heen, gebeurt het wel meer en meer. Samen sprekend kwamen we erachter, dat ‘uit de doden opstaan’ iets is wat in het leven zelf steeds weer opnieuw moet gebeuren. Want ‘uit de doden opstaan’ in ons leven betekent: élk hier en nu proberen te leven in, met en vanuit God. Dat is nooit een statisch gebeuren, iets wat je door toe-eigening kunt bezitten door het voor morgen op te bergen in een tent. Het is het gebeuren van een relatie, die je elke dag opnieuw weer moet aangaan. Totdat God zelf helemaal bezit van je neemt, zoals Hij ook gedaan heeft bij Mozes, en bij Elia, en bij Jezus en anderen. Dan zal de mensenzoon opnieuw uit de dood opstaan. Dan zal Gods Naam geheiligd zijn, zijn rijk gekomen. Dan zal zijn wil geschieden op aarde.

Hoe goed is het dan om hier samen te zijn.

Advertenties

Overweging van zondag 18-2-2018 door p. Tom Buitendijk

 

Inleiding

U allen van harte welkom deze eerste zondag van de veertigdagentijd. U kent de uitdrukking; wie A zegt ,moet ook B zeggen. Anders gezegd:  wie Carnaval viert, moet ook vasten. We gaan de veertigdagentijd in. Veertig is een getal dat met woestijn te maken heeft. Mozes, Elia, Jezus verbleven veertig dagen in de woestijn. In die woestijn keren zij in zichzelf en ontdekken zij hun roeping:  Mens van God te zijn. Woestijn heeft nog een andere betekenis: dor en droog land, geen woonplaats voor mensen. De Sahel is een reeks landen in Afrika waarin de Saharawoestijn alsmaar groter wordt. In deze vastentijd willen wij  het geld dat wij uitsparen ten goede doen komen aan de Osse Stichting Sahelp.  Deze stichting helpt al veertig jaar in de Burkina Faso de verwoestijning tegen te gaan. In deze veertigdagentijd kunnen wij ons zelf  er in oefenen mensen van God te zijn; mensen die van woestijn bewoonbaar land willen maken.
Keren we in een ogenblik in ons zelf.

Openingsgebed 

Barmhartige God, help ons in deze veertigdagentijd ons meer bewust te worden van de opdracht en de roeping die U ons gegeven hebt. Mogen wij ons zó inzetten voor het samen leven dat uw Rijk aan het licht kan komen. Maak ons bereid tot dienstbaarheid in Jezus’ Geest.
Door Christus onze Heer. Amen.

 Gebed over de gaven

Goede God, wij brengen u de gaven die wij van U ontvangen hebben.Mogen wij, gesterkt door deze maaltijd,steeds meer in staat zijnonze overvloed te delen met wie tekort komen.
Door Christus onze Heer. Amen.

 Slotgebed 

Barmhartige God, mogen wij geleid door uw Geest onze roeping beter verstaan. Mogen wij door het voorbeeld van Jezus gesterkt, ons dienstbaar inzetten voor medemensen zodat onze maatschappij geen woestijn van eenzaamheid wordt maar een plaats van ontmoeting en van elkaar in liefde toebehoren.

Door Christus onze Heer. Amen.

Overweging

Waar dachten de mensen in Jezus’ tijd aan bij het woord woestijn? Waarschijnlijk dachten ze het eerst aan het woord ‘verlatenheid’. Plekken waar je geen mens tegenkomt.  Plaatsen waar geen gemeenschap van ‘samen leven is’. Je bent er eenzaam en verlaten. Jezus wordt door de Geest de verlatenheid in gedreven. Wat is er gebeurd dat Jezus zo opgejaagd wordt? Waarom moet Jezus als het ware de verlatenheid van de woestijn in?  Veertig dagen nog wel!
Jezus stond aan de oever van de Jordaan.  Hij werd geraakt door de prediking van Johannes de Doper.  “Bekeert u want het oordeel is op komst. Zorgt dat u een goed mens bent als God op uw weg komt.  Laat Hij u vinden als een rechtvaardig mens.” Jezus die aandachtig naar Johannes luistert, laat zich door hem dopen.  “Ik ga met de man mee doen. Ik stem in met zijn oproep tot nieuw leven.” Als hij dan gedoopt is, klinkt er een stem: “Jij bent mijn veel geliefde zoon. In jou vind Ik mijn vreugde”. Juist om die woorden te overdenken, wordt Hij de woestijn in gedreven.  Hij gaat de verlatenheid in om met zich zelf geconfronteerd te worden. “Wat betekent het ik dat ik Gods geliefde zoon ben? Wat is voortaan mijn weg?”
Jezus is niet de eerste die veertig dagen de verlatenheid van de woestijn in gaat om te  ontdekken wat zijn levensopdracht is. Ook Mozes ging veertig dagen de woestijn in om te ontdekken dat hij de leidsman moest zijn om het volk Israël veertig jaar (!) door de woestijn te leiden naar het beloofde land.  Ook Elia ging veertig dagen de woestijn om van God de opdracht te krijgen om de samenleving te vernieuwen en het verbond van God met het volk Israël te bevestigen.
Als Jezus dan in de verlatenheid van de woestijn overweegt wat  het betekent  Gods veel geliefde zoon te zijn, blijkt hij niet alleen. Ook de Satan is daar. Satan de beproever  en aanklager. Wij weten niet hoe Jezus zijn roeping leerde verstaan. Ook niet wat de aanklager in twijfel trok om Jezus onzeker te maken van zijn roeping.  Wel weten we dat Jezus als Zoon van God geen gebruik of misbruik maakte van zijn positie om voor zichzelf macht, roem en bezit te verwerven. Jezus wil niets voor zichzelf.  Zoon van God zijn betekent voor Hem Dienaar van mensen willen zijn. Zoals Mozes en Elia er voor de mensen waren.   In de lijn van Johannes de Doper wil ook Jezus mensen toe bekering oproepen, tot een verandering van mentaliteit. Maar Jezus wil niet eindigen met het dreigement van Gods oordeel.  Jezus wil dat zijn oproept tot bekering tot een nieuwe samenleving leidt, een samenleving waarin mensen uit eigen beweging en overtuiging Gods wil gaan doen. “Bekeert u gelooft in de Blijde Boodschap. Het Rijk van God is nabij.”
“Dat kun je vergeten”, zegt de Satan. “zo gek krijg je de mensen niet. Zolang er mensen zijn, wil de één macht hebben over de ander, wil de één meer bezitten dan de ander, wil de één geprezen worden door een ander om laag te drukken”.
“Dat kun je  vergeten”, zegt dat Satan, “ mensen zullen altijd meer voor zichzelf gaan zorgen dan elkaar te dienen”.
Door de Satan beproefd, kiest Jezus voor de weg van de dienstbaarheid. “Wanneer ik als Zoon van God de weg van de dienstbaarheid ga, zullen mensen mij volgen”.
“Dat wil ik nog wel eens zien”, zegt de Satan.
De woestijn is niet alleen een zandbak of een onherbergzaam gebergte, de woestijn is elke plek waar ‘verlatenheid ‘ heerst. Ook een stad met veel mensen op straten en pleinen kan een woestijn zijn…..Ook een appartementenflat of een galerij flat kan een woestijn zijn … Zelfs een kerk kan soms een woestijn zijn …De woestijn is daar waar mensen zich eenzaam en alleen ervaren. Op zichzelf teruggeworpen zijn.  Waar niemand naar iemand omziet. Waar de een ten koste van de ander wil leven. Waar iedereen een individu is dat zichzelf maar moet zien te redden in concurrentie met anderen.  Waar de mensen aan hun lot over gelaten worden totdat een ander het niet meer kan aanzien en dan gaat helpen…. of weg kijken. Want… ik ben toch niet verantwoordelijk!  Ben ik mijn broeders hoeder? Is de participatie samenleving niet een woestijn aan het worden? Ieder zijn eigen zelfredzaamheid en de ander moet maar zien!
“ Het Rijk van God in deze wereld….? Dat kun je  vergeten”, zegt dat Satan, “ mensen zullen altijd meer voor zichzelf gaan zorgen dan elkaar te dienen”.
“Wanneer ik als Zoon van God de weg van de dienstbaarheid ga, zullen mensen mij volgen”, zegt Jezus.
Ooit eens was de samenleving zozeer tot woestijn geworden dat  God spijt kreeg van zijn schepping en vooral dat hij de mens tot  leven had geroepen. Door een grote watervloed  liet God zijn schepping ten dode toe verdrinken. Hij spaarde Noach en zijn gezin uit. Zij hadden niet mee gedaan met de  verwoestijning van de wereld. Met die paar uit heel de mensheid gespaarde mensen sluit God een nieuw Verbond:  “Ik zal mijn handen nooit meer van mensen af trekken. Als zij Mij zoeken zal ik er zijn.  Ik geef de regenboog als teken van mijn trouw en van jullie hoop” De wereld zal nooit meer helemaal woestijn worden. Altijd zullen er uitgespaarde mensen zijn die weten dat samen leven zorgzaamheid en dienstbaarheid vraagt. Altijd zullen er mensen zijn die de weg proberen te gaan die Jezus ons is voor gegaan. De vraag van  vandaag is: zijn wij  die mensen?  

Pastor        God wil met ons verbonden zijn. In gebed wenden wij ons tot Hem.

Lector

Wij bidden U, God, om uw geestkracht nu wij de veertigdagentijd ingaan. Dat wij tot bezinning komen, onze roeping beter verstaan en in liefde onze medemensen ontmoeten. Maak ons tot navolgers van Jezus, uw Zoon.

S T I L T E           Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden voor de samenleving waar we deel van uit maken. Dat onze toewijding aan medemensen een warmer en vriendelijker klimaat brengt in onze maatschappij. Maak ons dienstbaar aan elkaars welzijn en geluk.
S T I L T E           Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden u voor het land en de bevolking van Burkina Faso. Met grote ijver proberen mensen daar de woestijn tegen te gaan door landbouwprojecten. Daarvoor hebben ze onze hulp nodig. Maak ons bereid hen te helpen.

S T I L T E           Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden voor onze Titus Brandsmageloofsgemeenschap. Voor de zieken, thuis, in het ziekenhuis of verpleeghuis. Om goede moed en beterschap. Om overgave aan Gods wil .
Verhoor de gebeden van uw mensen en geef hen wat goed voor is. Dit vragen wij u op voorspraak van de  Z.Titus Brandsma

S T I L T E           Laat ons bidden.

 

Pastor

God help ons Jezus na te volgen op zijn weg van dienstbaarheid. Dan groeit uw Koninkrijk in ons midden. Door Christus onze Heer.

Overweging van zondag 11-2-2018 door p. Tom Buitendijk

Welkom 

U allen van harte welkom in deze viering. In het bijzonder de zangers van het Afrika – Enga koor.
Wij horen vandaag over de genezing van een melaatse. Melaatsheid en andere huidziekten isoleren. De zieken worden buiten de maatschappij gezet. Nu is melaatsheid goed te genezen. Het beeld van  “iemand als een melaatse mijden”  is blijven bestaan. Iemand “als melaats beschouwen” is het ergste wat je iemand kunt aan doen. Toch gebeurt dat vaak in onze samenleving. Vandaag leert Jezus ons om met melaatsen om te gaan. Denken wij in stilte na over ons omgaan met elkaar.

Bidden wij zingend om Gods ontferming en loven wij Hem om zijn goedheid.

 Openingsgebed

Goede God,

waar uw stem weerklinkt, gebeurt wat u zegt. U raakt ons hart en maakt ons rein en ontvankelijk voor uw woord. U vergeeft ons tekort en maakt ons nieuw. Mogen wij in uw geest elkaar genezend tegemoet treden.
Dit vragen wij u door Christus onze Heer.

 

Gebed over de gaven

Goede God, mogen wij rond uw tafel elkaar ontmoeten als zusters en broeders. Dat wij door deze maaltijd gesterkt worden naar medemensen toe te gaan om hen in uw liefde te laten delen.
Dit vragen wij u door Christus onze Heer.

 

Slotgebed.

Goede God, uw liefde gaat uit naar alle mensen. Maak ons daarom bereid al uw mensen te ontmoeten. In vele landen van Afrika is onze hulp nodig, maak ons hier bereid die te geven. Afrikaanse mensen bieden ons hun vrolijkheid en hoop aan. Help ons met het een nieuwe wereld op te bouwen. Schenk ons uw toekomst en begeleid ons met de bezielende kracht van uw Heilige Geest.
Dit vragen wij u door Christus onze Heer.

 

Overweging  

Melaatsheid  is een ander woord voor lepra. Lepra is een ziekte die veroorzaakt wordt door bacillen.  Als je niet behandeld wordt, krijg je ontstekingen aan de uiteinden van je lijf: tenen, neus en vingers. Melaatsen gaan erg verminkt door het leven. In veel landen in Afrika komt lepra nog voor, maar wordt ook met succes bestreden. Veel mensen in Afrika denken dat lepralijders vervloekt zijn.  Verminkte mensen werden vroeger niet geholpen maar  buiten de samenleving geplaatst waar ze in eenzaamheid hun levenseinde moesten afwachten. In de bijbel wordt ook over melaatsheid gesproken. Maar daar is het een woord voor allerlei huidziekten zoals eczeem, schimmelinfecties en andere huidkwalen.
In onze straat woonde vroeger een vrouw met een grote rode wijnvlek aan de rechterkant van haar gezicht.  Ze was heel vriendelijk en toch waren we als kind bang van haar.  Je blééf er naar kijken, terwijl je het ook heel akelig vond. Nu weet ik dat die mevrouw te wijde bloedvaten in haar gezicht  heeft.  Onze angstige manier van kijken moet haar wel vaak eenzaam gevoel gegeven hebben.
Iedereen die weleens een huidprobleempje – een pukkel, een ontsteking –  heeft, ervaart de gevolgen ervan in het sociale leven. Nu is een kleurtje zelf geen huidprobleem, maar in ons omgaan met elkaar kan zwart of blank wel mee spelen.
Je huid is toch hoe je je laat zien !  Door allerlei misverstanden kan dat  onbegrip en angst oproepen. En ook afkeer. En ook uitsluiting  En ook eenzaamheid.
We kennen de uitdrukking: iemand als een melaatse mijden of als een melaatse beschouwen.  Met die mensen ga je niet om!  Je blijft uit de buurt want het zou weleens besmettelijk kunnen zijn.  Ook al weet je dat het niet waar is , de angst voor besmetting laat zich niet weg redeneren.  Een van de beroemdste foto’s van prinses Diana is die waarop  ze een hand geeft een aan sterk vermagerde aidspatiënt.  Die foto heeft heel veel mensen geholpen hun angst voor aidspatiënten te overwinnen. Maar ook Diana heeft haar angst moeten overwinnen.
Nu zijn we dichtbij het evangelie verhaal van vandaag. Je kunt kortweg  zeggen: “Jezus geneest een melaatse”.
Maar er gebeurt veel meer. Mensen met een duidelijk zichtbare  huidziekte zijn niet aantrekkelijk en vaak zelfs afstotend. Die melaatse komt op Jezus af en gebiedt haast: “Als jij wilt, kun je mij reinigen”.
Er klinkt door: “Waag het eens het niet te doen”.  Maar ook het vertrouwen dat  bij Jezus genezing te vinden is, klinkt mee.  Die melaatse knielt voor Jezus. Knielen is een eerbiedsbetuiging die alleen God toekomt.
Als kind van zijn tijd zal ook Jezus afkeer gevoeld hebben. Ook zijn maag draaide misschien om. Deze gevoelens van afkeer en angst worden overwonnen door een van binnen uit opkomen gevoel van medelijden: “Zo geschonden kan een mens toch niet door het elven gaan!”  Medelijden is geen soft gevoel. Het komt bij Jezus voort uit diepe verontwaardiging: “Ik wil wordt rein”.
Het verhaal gaat dus vooral over angst overwinnen en een ontmoeting aandurven. Een ontmoeting, zo zegt dit verhaal,  is genezend. Door die ontmoeting met Jezus kan die man zijn plaats weer gaan in nemen in de samenleving.  Als een geheeld en gaaf geworden mens. Het wonder is niet de genezing, maar de hernieuwde opname in de samenleving.  Dat wordt bevestigd door de priester in de tempel die de man genezen verklaart.   Dat wonder gebeurt aan de kant van de genezen man. Maar het andere wonder is dat Jezus de angst overwint en bereid is het lot van de melaatse te dragen.  Hij raakt daardoor wel in eenzaamheid.   Veel mensen – met name de overheden  –  zullen het hem kwalijk nemen dat hij een melaatse aanraakt.  Maar vele anderen zien hierin  een bevrijdend gebaar en zoeken Hem op. Toch komen ze, al die mensen die hopen op genezing.
Er is nog een beroemd verhaal. Dat van Franciscus. Hij had een afkeer van melaatsen, zoals hij zelf bekende. Op een dag komt hij op zijn paard gezeten een melaatse tegemoet.  Hij stapt af en tot zijn eigen verwondering kust hij de melaatse. Franciscus voelde zich genezen van zijn afkeer en koos ervoor arm te worden met de armen, ziek met de zieken, melaats met de melaatsen. Hij koos voor de onderkant van de samenleving om vandaar uit een nieuwe maatschappij op te bouwen.  Gebaseerd op liefde voor de minste mensen, op verontwaardiging over onrecht, op bereidheid in elkaars armoede te delen.
Ook vandaag klinkt het in onze samenleving:  “Gelovige christenen, als jullie willen, kunnen jullie zorgen dat wij er ook bij horen. Dat ook wij rein zijn ”.  Dat horen we op twee manieren: dichtbij en ver af.
Dichtbij: mensen die chronisch ziek zijn, gehandicapten of ook dementerenden   worden vaak gemeden.  “Je hebt er niets aan als jij ze opzoekt”, is dan de klacht.
Maar horen deze mensen niet bij ons? Als je een chronisch zieke bezoekt, verruim je zijn omgeving. Een dementerende kan naar je lachen. Een gehandicapte voelt zich geteld.  Deze mensen worden ten onrechte vaak in de steek gelaten.
Hen ontmoeten kan beiden verrijken. Terecht vragen we om betere zorg voor deze mensen van de alsmaar bezuinigende overheid.  Maar zelf kunnen we ook heel wat doen.
Veraf:  over heel veel Afrikaanse landen wordt neerbuigend gesproken.  Arm, nog niet goed ontwikkeld, onbestuurbaar.  We vergeten dat er in die landen veel ontwikkelde, hoogst intelligente mensen zijn die het goed met hun land voor hebben.
We vergeten dat opkomen uit armoede een hele, hele lange weg is.  Wij zijn bang voor bevolkingsexplosies in veel Afrikaanse landen. Deze angst is in feite de angst dat wij hier tekort zullen komen.
Dit korte verhaaltje zegt ons: overwin je angst,  ga de ander tegemoet, deel in zijn lot,  je zult er beiden een rijker mens van worden.  Ontmoeting is het recept om vele vormen van melaatsheid te genezen.

Pastor:

God, u luistert naar het gebed wanneer mensen bidden voor elkaar. Hoor ons bidden en schenk ons verhoring.

Lector

Voor mensen in onze samenleving die niet geteld worden. De armen in ons midden die geen uitzicht zien. De vereenzaamden naar wie niemand om kijkt. De hoogbejaarden die zo vaak vergeten worden. De gehandicapten die geen plek in ons midden hebben. Velen voelen zich gemeden alsof ze melaats zouden zijn. Geef ons de moed naar deze mensen toe te gaan en hen als medemens te ontmoeten.
Laat ons bidden.

 

Lector

Voor de landen in Afrika die tot de vergeten landen behoren omdat zij geen rol spelen in de wereldeconomie. Help ons de bewoners van deze landen niet in de steek te laten. Dat wij kunnen bijdragen aan onderwijs, gezondheidszorg, aan landbouw en industrie. Schenk deze landen welvaart en vrede,
Laat ons bidden.

 

Lector

Voor land en volk van Malawi. De Osse Stichting Misuku Malawi helpt jonge mensen een goede opleiding te volgen. Mogen wij vanuit Nederland meewerken aan de opbouw van goed opgeleid kader om het land te besturen.
Laat ons bidden.

 

Lector

Voor onze parochiegemeenschap. Voor de zieken in ons midden. Om goede moed. Voor de carnavalsvierders . Om dagen van ontspanning. Voor de mensen die ons om gebed hebben gevraagd of ons gebed nodig hebben.
Laat ons bidden.

 

Pastor

God wij danken u voor uw bereidheid met liefde naar ons om te zien. Doe ons liefdevol omzien naar elkaar. Amen.

 

Twee collectes.

Mededelingen  naast de mededelingen op het prikbord en de kabelkrant.

 

Na Carnavalsdinsdag komt Aswoensdag, Om 19.00 uur is er een Eucharistieviering waarin het askruisje als teken van boete en inkeer wordt gegeven.

 

Op Weg naar Pasen is een bezinningsprogramma op de vrijdagen in de veertigdagentijd. 16 februari bezinnen we ons op Psalm 2; 23 februari bekijken we een film.  We beginnen om 14.00 uur.

 

 

Zondag 18 februari is er om 12.00 uur in het kader van Da’s Passie een zondagsconcert door twee gitaarensembles.

 

Bij de uitgang is er een collecte voor de Stichting Misuku Malawi.  Veel mensen geven met carnaval een rondje.  Een gemiddelde consumptie kost € 2,50  .  Als wij nu allemaal twee  Malawiërs in ons rondje mee laten delen…

 

Iemand van de Stichting komt vertellen hoe nodig het is.