Overweging van zondag 22-4-2018 door p. Tom Buitendijk

 

Inleiding

Van harte welkom in deze viering.

Op deze dag wordt in heel de kerk  – wereldwijd – gebeden om roepingen.  Tot het religieuze leven. Tot het ambt .

Het gaat dan om inspiratie en om leiding.

Iemand zei eens: er zijn wèl voldoende roepingen .Er zijn alleen te weinig antwoorden.

Hoe komt het dat mensen zo weinig antwoorden op Gods roepstem?

Ik denk dat roepingen alleen maar kunnen groeien in een goed kerkelijk klimaat. Dat is een klimaat waarin mensen religieus gevoelig zijn,

zich verantwoordelijk weten voor de gemeenschap,

uitdagingen zien om het evangelie handen en voeten te geven.

Wij allen zijn geroepen dit klimaat te bevorderen door ons oprecht  christelijk leven. Willen we God en elkaar bidden ontferming.

Overweging

Als je aan buitenlanders taalles geeft dan merk je al gauw dat de moeilijkste woorden de voorzetsels zijn. Op , in , bij , naar , tot. Wat is bv het verschil van : ik loop naar de deur of ik loop tot de deur. Hoe leg je uit dat je op de Hescheweg woont, aan de Hertogsingel en in de Staringstraat. Was je als kind op de verkennerij of onder de verkennerij? In het evangelie noemt  Jezus zich de Goede Herder. Loopt Hij voor de kudde uit , achter de kudde aan, of midden tussen de schapen door? Een pastor in de parochie: staat hij boven de mensen, onder de mensen, komt hij uit de gemeenschap voort  of staat hij tegenover de gemeenschap? Vandaag is het Roepingenzondag. Het thema dat het bisdom mee geeft is : Sluit je aan?  De eerste vraag is dan: waarbij ? Weer zo’n lastig voorzetsel.

Kun je vandaag aan de dag met droge ogen vragen: wil jij pastor worden? Wil je religieus worden?  Moderner gevraagd: wil jij inspiratie en leiding geven aan een godsdienstige gemeenschap? Wil jij samen met anderen een leefwijze voorleven die anderen kan aanspreken?  Hoe mooi je de vraag ook stelt…..  vraag je eigenlijk niet aan mensen: sluit je aan bij een instituut dat er voor de meeste  mensen niet meer toe doet?  Wil je beginnen aan een levenswijze die alleen nog maar door oudere mensen wordt beleefd? De jongste religieuzen zijn zestigers. Jaarlijks sluiten een paar kloosters hun deuren.

Als wij heel eerlijk zijn, dan vinden we het vreemd en ongewoon dat iemand voor het religieuze leven of voor het kerkelijke ambt kiest.  Eigenlijk vinden we het ook een beetje gek in onze tijd.  Zijn het geen zonderlinge types?

Het bisdom Rotterdam heeft eens een film laten maken over het dagelijkse leven van een priester. Hij  bidt, doet de eucharistieviering, gaat op huisbezoek, woont een vergadering bij, drinkt een biertje in de jongeren sociëteit. Op een ouderavond van een grote middelbare school laat de bisschop de film zien. Allenmaal positieve reacties. Boeiend. Interessant. Goed werk. Heeft de maatschappij nodig.

( Nou moeten de vrouwen even niet luisteren.) Vraag de bisschop aan de ouders: is dat iets voor uw zoon?  Roepen de ouders in koor: “welneen, we hebben liever dat hij vak kiest.”.

Wat wij roepingencrisis noemen is, denk ik, het logische gevolg van een kerkcrisis.  De kerkcrisis is ten diepste weer een geloofscrisis.

Geloven betekent  vertrouwen.  De vraag die ieder van ons zich moet stellen is deze: vertrouw ik mij toe een Jezus de Goede Herder die bereid is zich geheel en al in te zetten voor de gemeenschap? Sluit ik mij aan bij Jezus? Volg ik Jezus na op zijn weg naar God en naar medemensen?

Als wij de kerkgemeenschap van gelovigen noemen, dan is de vraag: werken wij in deze samenleving oprecht en daadkrachtig  aan het Rijk van God : de kern van Jezus’ boodschap?  Als wij, kerk mensen, niet gericht zijn op God, als wij niet geraakt zijn door de kern van het evangelie, hoe kan God dan uit ons midden mensen roepen?

Hoe zouden er in onze Titus Brandsmaparochie. roepingen tot pastoraat of religieus leven kunnen ontstaan? Is onze parochie een goed klimaat?

Jongeren zullen zich alleen maar geroepen kunnen weten wanneer zij religieus leven en pastorale betrokkenheid in de gemeenschap ervaren.

Nog anders gezegd: als parochianen vrijwillig pastorale taken op zich nemen dan kunnen enkelen zeggen: daar maak ik mijn beroep van.

De gemeenschap roept mij.
Heerst er in onze parochie een gezindheid van herderlijke zorg voor elkaar? Zien wij in onze gemeenschap naar elkaar om?

Hebben wij pastorale bezoekgroepen voor zieken en ouderen?

Vinden wij wegen naar armen en eenzamen?  Staan we open voor vluchtelingen en zijn we gastvrij voor vreemdelingen?

Heerst er in onze gemeenschap een gezindheid van dienstbaarheid?

Zijn wij bereid ons voor elkaar in te zetten?  Koffie drinken na de viering is erg gezellig. Maar is de koffieclub op sterkte?

De kerk ziet er schoon en verzorgd uit.  Er zijn maar twee kosters. Is er nou echt niemand te vinden die koster wil worden?  Mogen wij  elkaar tot deze vorm van dienstbaarheid roepen?

We zien bijna geen kinderen of jongeren in de kerk?

De eeuwige vraag is: hoe krijgen we jongeren in de kerk?

Draai de vraag eens om: wat kan de kerk voor jongeren doen?

Waarom staan bezorgde ouders niet op en zeggen samen: we gaan met en voor onze kinderen een jongerengroep oprichten of een jongerenkoor organiseren.
Als je aan die paar kandidaten voor het religieuze leven of voor het pastoraat die er nu nog zijn, vraagt hoe ze aan hun roeping komen,  dan is dat zelden een stem van God . Veel vaker is het een voorbeeld van een mens die geloofwaardig christelijke leefde en handelde. Door parochiaan te zijn roept de een de ander tot pastor.
Bij  al die voorzetsels die de revue gepasseerd zijn is er een het allerbelangrijkste: : ‘voor’ in de betekenis van ‘ten dienste van’ of ‘ten bate van’. Dat ‘ten bate van en ten dienste van’ heeft Jezus tot het uiterste toe beleefd. Hij is de Goede Herder die zijn leven geeft voor de schapen.
Als wij als parochianen  ons aan sluiten bij Jezus en Hem volgen op zijn weg naar God en de naasten, dan wordt ons geloof bron van ‘samen kerk zijn’ en ons ‘samen kerk zijn’  bron van religieus en ambtelijk leven.

Waarom niet antwoorden als we geroepen worden?

 

Voorbede

 

Pastor

Bidden wij voor onze geloofsgemeenschap.

Dat wij onze roeping gestalte geven ten dienste van de samenleving.

 

Lector

Voor allen die in de kerk leiding geven.

Voor paus Franciscus, voor de religieuzen en de geestelijken.

Voor de leden van het parochiebestuur en het secretariaat.

Om een geest van dienstbaarheid.

S T I L T E  Laat ons bidden.

 

Lector

Voor de werkgroepen, voor de koren, voor, voor de stille werkers op de achtergrond.

Dat zij Jezus, de Goede Herder, als inspiratiebron zien.

Mogen zij handelen en wandelen in zijn voetspoor.

Dat door hun inzet het gemeenschapsleven  kan bloeien en groeien.

Om plezier en voldoening in het  werk.

S T I L T E  Laat ons bidden.

 

Lector

Voor de wereldsamenleving.

Dat de Goede Boodschap van Gods liefde overal gehoord wordt.

Dat missionarissen en ontwikkelingswerkers handen en voeten geven aan het evangelie.

Voor de jonge kerkgemeenschappen in Afrika,  Azië en Latijns Amerika.

S T I L T E  Laat ons bidden.

Pastor

Leer ons zo luisteren naar Jezus de Goede Herder

dat wij zijn stem verstaan en Hem volgen op de wegen ten leven.

 

 

Openingsgebed

Goede God, als een Herder draagt u zorg voor de kerk

opdat zij de boodschap van liefde wereldwijd blijft uitdragen.

In alle tijden roept u mensen op

hun leven te verbinden aan de kerk

als religieus, als pastoraal werker, als priester.

Moge uw roepstem klinken in onze gemeenschap

zodat ook uit ons midden er mensen opstaan

die U antwoorden en de kerk gaan dienen.

Dit bidden wij u door Christus onze Heer.

 

Gebed over de gaven

Goede God, mogen deze gaven van brood en wijn die wij aandragen een teken zijn van bereidheid deze gemeenschap te versterken.

Moge Uw Geestkracht die deze gaven zal bezielen werkzaam zijn in onze harten.  Dat wij uw roepstem verstaan en beantwoorden.

Dit bidden wij u door Christus onze Heer.

 

Slotgebed.

Goede God, Uw Zoon Jezus nodigt ons uit Hem te volgen

en in eensgezindheid en vrede met elkaar te leven.

Versterk in ons de Geest van dienstbaarheid en van bereidheid naar elkaar om te zien. Moge onze herderlijk zorg voor elkaar

bron zijn van nieuw leven in Jezus ’Geest.

Dit bidden wij u door Christus onze Heer.

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Overweging van 15-4-2018 door p. Tom Buitendijk

 

Inleiding.

U allen van harte welkom deze derde zondag van Pasen. Dat Jezus is opgestaan en ons wil laten delen in de nieuwheid van zijn leven is een Mysterie dat wij nauwelijks kunnen bevatten. Het is een Mysterie: dat betekent dat we er nooit helemaal grip op kunnen krijgen. Hoe we het ook willen verwoorden, altijd zullen woorden tekortschieten. Het gaat ons verstand te boven. Maar als we de schriften lezen zullen we tot verstaan komen. We hebben niet alleen een open en eerlijk en nuchter verstand nodig. Nodig is ook een open en ontvankelijk hart en de moed om te zeggen: “Ja, Heer ik geloof. “

 

Openingsgebed

Goede God, in Jezus zijn al uw beloften vervuld. In Hem zien wij hoe wij toekomst kunnen ontvangen en tot nieuwheid van leven kunnen komen. Leer ons de Schriften zo lezen  dat wij geraakt worden door Hem over wie geschreven staat: “ Zie, ik maak alles nieuw.”
Dit bidden wij U door Christus de Verrezen Heer die eeuwig leeft. Amen.

 

Gebed over de gaven.

God, onze Vader, In het breken van het brood hebben de leerlingen uw Zoon Jezus herkend. Laat ook ons de Heer erkennen wanneer Hij zich in brood en wijn aanbiedt  als voedsel en drank van eeuwig leven. Dit bidden wij U door Christus de Verrezen Heer die eeuwig leeft. Amen.

 

Slotgebed.

 

Barmhartige God, door Jezus de verrezen heer zijn wij verzameld tot uw volk. Leer ons te leven vanuit zijn liefde en vergevingsgezindheid opdat wij nieuwe kansen bieden aan mensen die geen toekomst hebben. Raak ons in ons hart opdat wij opengaan voor U en van U de levenskracht ontvangen die Jezus de verrezen Heer bezielt. Dit bidden wij U door Christus de Verrezen Heer die eeuwig leeft. Amen.

 

Overweging

Het was na een Eerste Communieviering. Ik had verteld dat de priester net als Jezus het brood brak en dat ging uitdelen onder alle mensen. En dat de kinderen voor het eerst mochten meedoen. Zegt zo’n meisje na de viering : Jezus , mag ik met jou op de foto.   “ik ben toch Jezus niet “, zei ik lachend.
“Jawel, zei ze want jij brak toch net dat brood.” Werkelijkheid en beeld liggen soms heel dicht bij elkaar. We zijn samen op de foto gezet en het is nog een mooie foto geworden ook. De vraag is nu: als ze tweeduizend jaar geleden een fotocamera hadden gehad, zouden ze dan  Jezus te midden van de leerlingen op de foto hebben kunnen zetten? Jezus wordt heel  concreet beschreven. Hij toont handen en voeten, de littekens van zijn lijden aan het kruis. Hij vraagt hen een stukje vis en eet dat voor hun ogen op. Een geest heeft geen vlees en beenderen, zegt Hijzelf.  Maar Hij zegt  niet dat Hij een lichaam heeft. Ook wordt er niet verteld dat de leerlingen  hem betast hebben. De beschrijving is heel concreet en tegelijk eerbiedig en terughoudend. Als we een foto hadden mogen maken, dan zouden we dat – denk ik –  beschroomd geweigerd hebben. Wat Lucas die dit verhaal heeft opgeschreven wil benadrukken  dat er een nieuwe werkelijkheid is aangebroken die ons zien, kennen en begrijpen te boven gaat. Maar die nieuwe werkelijkheid staat niet los van alles wat Jezus gedaan heeft  en van wat er met Hem gebeurd is. De verrezen Heer die zijn handen toont is dezelfde als de gekruisigde Jezus. De verrezen Heer die een stukje vis eet is dezelfde Jezus als die het brood brak en uitdeelde, De verrezen Heer die  Schrift uit gaat leggen is dezelfde Jezus als die de Blijde Boodschap van het rijk Gods verkondigde. Omgekeerd: Jezus die eerst twaalf en later twee en zeventig leerlingen erop uitstuurt is de verrezen Heer die nu zegt: ga vanuit Jeruzalem wereldwijd getuigen dat Gods liefde uitgaat naar alle volkeren . Wat Lucas zegt is dat heel het leven van Jezus – zijn woorden en daden – zijn weldoende rond gaan – zijn  vergeving en genezing – zijn maaltijden en zijn parabels – ; dat heel het leven van Jezus  van zijn geboorte tot zijn dood moet worden voortgezet in de gemeenschap van de leerlingen die samen Lichaam van Christus zijn. Lucas schildert in dit verhaal Jezus als bron van nieuw leven. Als middelpunt van een nieuwe wereld orde. Als krachtcentrale voor iedereen die zich  in hoop en vertrouwen wil inzetten voor een nieuwe wereld. Die nieuwe wereld is begonnen in nacht van de verrijzenis. Komt ons tegemoet in de verschijningsverhalen van de verrezen Heer. Wordt toevertrouwd aan onze handen.  Wij zijn voortaan Lichaam van Christus, teken van Gods aanwezigheid in deze wereld.  Die nieuwe wereld is heel concreet: het is goed en positief nieuws waarover we ons mogen verheugen en  waarbij wij ons kunnen aansluiten.  Het getuigenis dat Jezus de levende is wil aanstekelijk en aantrekkelijk werken. In de journalistiek geldt: slecht nieuws is goed nieuws. Er is weleens gepoogd om een krant met blije berichten te maken. Dan komen er van die gewone dingen in te staan er een poes gered is , dat in een verzorgingshuis een weduwe met een weduwnaar getrouwd is, dat het druk is in tuinen van Appeltern en dat het Mariabeeld in de veldkapel is schoongemaakt.  Die blije kranten worden ook saai. Wat betekent het dan dat die nieuwe wereld wel positief en goed nieuws is. Het eerste woord van de Verrezen is “Vrede zij met U”.  Met Kerstmis zongen wij: “Vrede voor aller mensen van goede wil “.   God steekt zijn hand naar mensen uit en zegt:  Tussen jou en mij is het wat mij betreft altijd goed. Mijn hand erop!  Jezus is kind naar mijn hart en jij bent het ook als je in zijn Geest leeft.  Positief is ook dat die vrede van Godswege uitgaat naar alle volkeren.  Wij zouden ons meer bewust moeten zijn van de opbouwende en beschavende krachten van het wereldwijde christendom. Het christelijk geloven en handelen  is in Azië, in  Afrika in Latijns Amerika een motor in de vooruitgang.  Het Europese christendom kan veel van de jonge kerken leren. Positief is ook de vergiffenis der zonden.  De zonden zijn de doodlopende wegen die mensen begaan:  de verslaving aan geld waaraan veel mensen lijden ; de ik –gerichtheid waardoor er onverschilligheid en hardheid ontstaan; het gevoel van méér zijn dan een ander, waardoor wij meer rechten hebben; de tweedelingen die wij creëren.  Van al die zondige wegen waar mensen op dood lopen roept Jezus ons terug en leert ons een nieuw gedrag: geef zonder iets terug te verlangen; wees barmhartig en zie naar elkaar om; dien elkaar met vreugde. De samenleving zou zo veel gezonder zijn als christenen als christenen leefden!

Natuurlijk zullen pijn en verdriet, ziekte en dood, tegenslag en domheid nooit helemaal verdwijnen. Mensen zullen elkaar uit eigenbelang onder de maat blijven behandelen. Maar christene kennen woorden als:  belangeloosheid, liefde schenken om niets, genade boven recht, barmhartigheid boven vergelding. Door de oude wereld heen is er een nieuwe wereld aan gebroken. De littekens van de oude wereld zullen in de nieuwe wereld zichtbaar blijven. Maar in de nieuwe wereld  zullen dodelijke krachten uiteindelijk geen macht meer hebben.  Christus is verrezen – toont zijn wonden-  en stuurt ons erop uit om wereldwijd vrede en nieuw leven aan te reiken..

 

 

Voorbede

 

Pastor             Barmhartige God, zie naar ons om en luister naar ons.

 

Lector             Wij bidden voor de wereldkerk die leeft onder alle volkeren. Dat de beschavende kracht van het geloof in Jezus als onze Heer en Leidsman ten leven, vrede en eensgezindheid bewerkt. Dat de kerk een zichtbaar teken wordt van uw liefde.

Laat ons bidden.

 

Lector             Wij bidden voor de samenleving. Dat wij erop vertrouwen dat een samenleving die gebaseerd is op barmhartigheid , zachtmoedigheid en vergevingsgezindheid, een gezonde samenleving zal zijn waarin mensen in vrede en veiligheid kunnen wonen,

Laat ons bidden

 

Lector             Wij bidden voor mensen die niet verder kunnen kijken dan hun  eigenbelang en die daardoor de samenleving beschadigen,   Doorbreek hun eng gezichtsvermogen en toon hen de ruimte van een  wereld waarin alle mensen waardig leven mogen.

S t i l te Laat ons bidden.

 

Lector             Wij bidden voor onze geloofsgemeenschap van Titus Brandsma. Dat de viering van vijftig jaar St. Jozefkerk het parochieleven kan inspireren. Voor de zieken: thuis, in  het ziekenhuis en in het verpleeghuis. Om overgave en om moed. Voor de jarigen in ons midden.

Om gezondheid en levensgeluk. Voor onze persoonlijke intenties.

Stilte Laat ons bidden

 

Pastor Goede God, raak ons aan met uw liefde.  Maak nieuwe  mensen van ons,.  Dat wij op Jezus de verrezen Heer mogen gelijken.

Amen.

Overweging paaswake 2018 door p. Tom Buitendijk

Paaswake 2018 preek

 

In de afgelopen week heb ik enkele malen de ziekenzalving mogen toedienen aan parochianen. Het zijn korte vieringen waarin nogal geïmproviseerd moet worden.

De mensen zitten of staan in een kring rond de zieke.

De jongere aanwezigen – kinderen en kleinkinderen – kijken toe naar een voor hen vreemd gebeuren.

Ik leg altijd wat we gaan doen en ik hoop dat de betekenis van de rite overkomt.

Bij de ziekenzalving hoort de geloofsbelijdenis: de twaalf artikelen van het geloof. De ouderen kunnen deze uit hun hoofd opzeggen; de jongeren niet meer.

Ik vertel erbij dat veel geloofswoorden vreemd zijn en dat het niet gek is als je vragen en twijfels hebt.

Bij de ziekenzalving zijn de belangrijkste woorden:

“ik geloof in de vergeving van de zonden, in de verrijzenis van het lichaam en het eeuwige leven Amen.”

Bij vergeving vertel ik dat het goed is om bij fouten en tekorten stil te staan en tegen elkaar te zeggen: het wàs nu eenmaal zo, jammer!  Maar laat het niet zo blijven! Laten we elkaar vergeven zoals God ons vergeven zal!

Bij het eeuwig leven vertel ik dat Gods barmhartige liefde ons voorbij de dood roept en in ons scheppend werkzaam zal blijven.

Bij de verrijzenis van het lichaam ben ik zelf altijd wat verward en onzeker en meestal zeg ik er maar niets over. En toch hoort dat erbij.  Verrijzenis is de kern van ons geloof.

 

De verrijzenis!  Als je ziet hoe uitgeteerd en vermagerd een zieke geworden is, kun je je dat niet voorstellen. Eigenlijk zou je dat niet eens willen dat iemand in dat gebrekkige en geschonden lichaam verrijst. Straks wordt dat lichaam begraven of na de crematie verstrooid, wat is er dan nog over dat verrijzen zal?

 

Dat zijn allemaal vragen vanuit onze menselijke kant. Vragen gesteld vanuit  ons redeneren. Natuurlijk ook met gevoel en emotie, maar vooral toch met ons verstand.

Maar voor wie gelóven durft is er ook een andere kant.

Vanuit God bezien ziet het er toch anders uit. Verrijzenis van het lichaam kan dan betekenen dat God interesse in ons heeft en begaan is met héél ons menselijk leven. Hij is begaan met onze bezield lichaam of met onze belichaamde ziel.  God houdt van héél ons mens-zijn , van héél onze levensgeschiedenis, van alles wat ons als mensen lief en dierbaar is. 

God houdt van de mens zoals ik in de loop van het leven geworden ben. Door zijn scheppende liefde schenkt hij ons nieuw en eeuwig leven. Leven met kwaliteit van blijvende duurzaamheid.

 

Wij mensen denken dat het menselijk bestaan een einde heeft – dood is dood. We moeten nog maar afwachten wat er na komt. Leven na de dood! Is dat er wel?

Het tijdelijke leven heeft in zekere zin geen einde.

God herstelt en voltooit ons leven door in ons sterfelijk bestaan zijn goddelijke kracht te ontplooien. Korter gezegd: hij doet ons opstaan door de dood heen: hij schenkt ons het leven voorbij de dood; hij schenkt ons de verrijzenis.

Zoals een schip dat achter de horizon verdwijnt uit zicht is en toch niet weg is, zo is het ook met onze doden. Aan de dood voorbij zijn ze niet weg. Wel uit ons zicht maar levend in de ruimte van God.

 

Je kunt je afvragen: wat heb ik nou aan het geloof dat mijn partner, mijn kind, mijn geliefde als verrezene in Gods liefde leeft.  Ik had de dode liever hier gehouden dan in de hemel?  Dat is een eerlijk gevoel. De vraag naar het waarom van de dood zal altijd een open vraag blijven……

 

Maar juist door de gave van de verrijzenis laat God zien dat Hij niet instemt met onze menselijke beperktheid. Ziekte, armoede, geweld, onrecht en slavernij tekenen ons menselijk bestaan. Soms lijkt het wel alsof het leven één groot gebeuren is van miscommunicatie. 

Landen en volken in oorlog, ruzies in de familie en twisten tussen mensen, tweedeling in de samenleving.  Al die negatieve krachten die ons leven tekenen en die God tegen spreken, wil Hij ten goede keren door het aanbieden van nieuw leven.

 

Door de gave van de verrijzenis laat God zien hoe Hij ons leven wèl waardeert en eerbiedigt. Hij verheft onze liefde voor elkaar tot volkomen geluk.  Hij voltooit onze inspanningen om de wereld mooier te kleuren; hij geneest en heelt onze wonden. 

Al het goede en mooie wat wij doen gebruikt hij als waardevolle voertuigen om in ons tot leven te komen…om ons te doen opstaan ….om in ons op te staan. 

 

Geloven in de verrijzenis is geloven dat er altijd nieuw leven mogelijk is en dat wij mensen nu reeds als nieuw kunnen leven. Wij geloven dat dit mogelijk geworden is door Jezus van Nazareth, een man die de Geest over zich uitgestort kreeg. 

Een man die heel concreet en daadwerkelijk een beweging op gang bracht waarin mensen nieuw leven ervaarden, zich door God als door een lieve Vader bemind wisten, en die ons gebood met vallen en opstaan elkaar lief te hebben. Deze man die volkomen Gods liefde uitstraalde en een menselijk gezicht gaf, deze mens is aan het kruis geslagen en gedood.

Toen mensen “neen” zeiden tegen Jezus en hem de wereld uitsloegen, heeft God “ja” gezegd tegen dit leven van weldoende rondgaan. In hem brak Gods toekomst door.

Het Rijk van God in ons midden. Hij heeft Jezus gemaakt tot eersteling van de nieuwe schepping. Tot middelpunt en sleutelfiguur van een nieuwe gemeenschap. Een gemeenschap waarin de dood geen plaats meer heeft,  omdat de kracht van de liefde leven doet.  

Over alle mensen die Zijn naam dragen – leerling van Jezus, christen–  is dat   “ Ja, mens ,sta op en leef ! ” uitgeroepen.

In de toediening van de ziekenzalving klinkt het door .

 “ Ik geloof in de verrijzenis van het lichaam” betekent dan:

“ Hoor God stem : “Jij mens, sta op en leef”.

 

Als  we  goed luisteren wordt het iedere dag dat we ’s morgens opstaan gezegd.  Elke dag wordt ons gegeven om te leven alsof Gods toekomst reeds is aangebroken. In heel ons leven, iedere dag opnieuw,  komt Gods toekomst ons tegemoet.  Jezus de Levende, de Verrezen Heer is altijd in ons midden. 

Van harte wens ik u een Zalig Paasfeest toe.

  

Gebed na Scheppingsverhaal

Heer onze God, uw  schepping hebt u ons toevertrouwd om te behoeden en te bewaren als veilige woonplaats  voor al uw mensen en dieren. Maak ons bewust dat wij duurzaam om moeten gaan met land, water en lucht. Maak ons tot medewerkers aan uw schepping opdat deze aarde voltooid kan worden tot de nieuwe hemel en de nieuwe aarde waarin U eens alles in alle zult zijn.
Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Gebed na Exodus

Heer, onze God,  u bent een God van bevrijding voor allen die geknecht en klein gehouden worden. U hebt uw volk  Israël met machtige hand verlost uit de slavernij van Egypte. Toon opnieuw uw wondere kracht en bevrijd ons van de verslavingen  van deze tijd  waardoor wij onder onze maat leven. Bevrijd ons van de zucht naar meer en beter waardoor wij anderen tekort doen. Maak ons tot mensen die elkaar het goede leven gunnen om het in vrijheid te beleven.
Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Gebed van Pasen

Heer, onze God,  u bent trouw aan uw Verbond met ons en schenkt ons telkens nieuw leven. Waar wij eigenzinnig zijn en afdwalen van de weg die u ons wijst, komt u ons tegemoet om ons opnieuw op weg te zetten. Mogen wij luisteren naar uw stem en de weg gaan die u ons wijst.  Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

 

Gebed over de gaven.

Heer, onze God, in brood en wijn gedenken wij het lijden, sterven en verrijzen van Jezus uw Zoon. Hij roept ons aan deze tafel en bereidt ons dit Paasmaal. Mogen wij door hem gesterkt opnieuw gaan leven voor elkaar opdat wij eens aan de hand van de Verrezen Heer het eeuwig leven bereiken.
Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Intenties aan Tafel

Wij bidden aan Tafel rond de verrezen Heer voor onze parochiegemeenschap. Voor de zieken in onze kringen. Om beterschap en om overgave aan Gods wil. Dat het Paasfeest hen nieuwe moed geeft. Voor hen die overleden zijn:
Mogen zij delen in de levenskracht van de Verrezen Heer en bij God voorgoed gelukkig zijn.

Voorbeden

Leon

In deze nacht van Pasen zijn wij verzameld rond de Verrezen Heer en bidden wij uit dankbaarheid om Zijn leven gevende Aanwezigheid in ons bestaan.

Lector

Wij danken u voor de bemoediging die u ons schenkt wanneer wij ons klein en machteloos voelen in het grote wereldgebeuren. Maak ons tot moedige mensen die het oog gericht houden op het Rijk van God.  Dat heel ons leven met God van doen heeft.

S T I L T E  Laat ons zingen

Lector

Wij danken u voor onze geloofsgemeenschap voor wie deze kerk vijftig jaar een geestelijk thuis is. Wij danken u voor de Sacramenten die wij hier mochten ontvangen; voor de verkondiging van uw Woord door de pastores die deze gemeenschap gediend hebben; voor de gebeden die ons tot steun zijn geweest en voor de inspiratie waardoor ons leven richting heeft ontvangen. Wij danken u dat deze kerk  50 jaar getuigt van uw aanwezigheid in onze stad.

S T I L T E  Laat ons zingen

 

Lector

Wij danken u voor de positieve en welwillende aandacht van onze gemeenschap voor mensen voor wie het leven zwaar en moeilijk is. Mensen dichtbij die door ziekte, armoede en tegenslag getroffen worden. Mensen in Burkina Faso die ons door onze vastenactie ter harte gaan. Help ons te geloven dat de kracht van Jezus’ verrijzenis mede dankzij ons doorwerking vindt in heel de maatschappij.

S T I L T E  Laat ons zingen.

 

Leon doet het slotgebed van de voorbede en van de viering.

Heer, onze God, door het vieren van het Mysterie dat het leven sterker is dan de dood en dat liefde alle haat kan overwinnen,  worden wij bemoedigd om in deze wereld uw goedheid te verkondigen en uw liefde uit te dragen. Mogen daardoor vele mensen kunnen opstaan uit nood en benauwenis om  voluit tot leven te komen. Moge de kracht van de Verrezen Christus in ons werkzaam zijn. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overweging van 1e Paasdag 2018 door pastor Leon Teubner

Aangekomen zijn wij bij het graf van Jezus.

Jezus, wiens Naam betekent: God bevrijdt,

Jezus, het Woord van God,

het Woord dat God zelf was.

 

Met Jezus hebben wij dus God begraven.

Aangekomen zijn wij bij het graf van God.

 

God is dood, zegt onze moderne cultuur.

Na een eeuwenlange lijdensweg is Hij begraven.

Vastgepind in Godsbeelden en geloofsleer,

is Hij uiteindelijk bezweken en onder ons gestorven.

 

Hij heeft ten lange leste de Geest gegeven,

en bijna onmerkbaar is Hij uit ons midden verdwenen.

Wij hebben een mooi graf voor Hem uitgehouwen,

en er een zware steen voor gezet.

God is dood.

 

En toch klinkt hier het onwaarschijnlijke verhaal

van een leeg graf, waarvan de steen is verwijderd.

Een graf dat gevuld slechts is

met wat windselen en een hoofddoek.

 

Wij zijn erbij vandaag als toehoorders en toekijkers,

samen met Maria van Magdala,

met Petrus en met een andere leerling.

 

Hoe gaan zij om met deze dode God en dit lege graf?

Maria van Magdala komt niet dichtbij het graf.

In het duister van de morgen neemt zij op een afstand waar,

dat de zware sluitsteen van het graf is weggerold.

 

Hij is er niet meer, concludeert zij, deze God die dood is.

Maar waar is Hij dan wel?

Maria herinnert zich het beeld van haar God vóórdat Hij stierf.

Naar die God zoals zij die kende, verlangt zij terug.

 

Ze gaat weg en zegt tegen de leerlingen:

 

Ze hebben de Heer weggenomen

en we weten niet waar zij Hem hebben neergelegd.

 

Daarop snellen Petrus en een andere leerling naar het graf.

Het wordt lichter en de leerling die Jezus liefhad is er het eerst.

 

Hij komt al dichterbij het graf dan Maria.

Zo dichtbij dat Hij, neerbukkend, de windselen ziet

waarin men zijn God begraven heeft.

 

De windselen, dat zijn de achtergebleven omhullingen van God.

Dat zijn de beelden die wij van Hem maken.

Omhullingen waarin wij Hem behapbaar opbergen:

beelden van God die aansluiten bij ons begrip en onze logica.

 

God als Drie-eenheid, God als Vader, als rechtvaardige Rechter,

God als almachtige, als de Barmhartige, de Beminde…

De geliefde leerling werpt een blik op deze windselen

maar hij gaat het graf niet binnen om dit verder te onderzoeken.

Nog niet.

 

Petrus komt na hem aan en gaat weer een stap verder.

Hij gaat het graf binnen en ziet ook de hoofddoek

waarmee het gelaat van God bedekt is geweest.

 

Het gelaat van God is niet zijn gezicht,

maar het is de indruk die Hij in ons achterlaat

wanneer Hij ons even raakt met zijn aanwezigheid.

 

Maar met die achtergebleven indruk valt God niet samen.

In die zin laat ook de hoofddoek ons achter met lege handen.

God blijft dood.

 

Hij komt niet tot leven in onze beelden en verhalen en indrukken.

Want dat zijn allemaal gestolde, levenloze windselen en hoofddoeken.

Het zijn de sporen van God die alweer afwezig is, voorbijgegaan,

na zich even te hebben laten voelen in onze ervaring.

 

Is dat alles wat het lege graf ons te bieden heeft?

Nee, gelukkig is er nog meer.

Maar dat wordt niet expliciet verteld,

omdat het niet kan worden verteld,

behalve dan misschien in die paar woorden:

 

de geliefde leerling ziet en vertrouwt.

 

De geliefde leerling betreedt heeft nu ook het graf betreden.

Hij ziet … en hij vertrouwt, is alles wat het verhaal zegt.

De geliefde leerling ziet niet langer iets,

zoals windselen en een hoofddoek.

Nee, hij ziet – hij ziet in absolute zin, hij schouwt.

 

 

 

Voor hem is het graf van God even helemaal echt leeg,

omdat het geheel gevuld is met wat niet te zien is,

met datgene of diegene die geen beeld heeft,

met de Beeldloze, de Onzegbare, de Onzienlijke.

 

In deze leegte waaraan de geliefde leerling zich blootstelt,

wordt hij geheel vervuld met een onverwacht vertrouwen

in een ogenschijnlijk gestorven en begraven God.

 

Hij wordt a.h.w. even zelf het graf met de windselen

en de hoofddoek van deze dode en begraven God,

die op paradoxale wijze als een levend vertrouwen

in hem aanwezig komt.

 

Zo wordt deze geliefde leerling in navolging van zijn Meester

nu zelf een gestalte van God,

precies door zijn God in zijn hart te begraven.

 

Dat klinkt u misschien vreemd in de oren,

maar dat is wat we elke Goede Vrijdag horen,

in het slot van de Mattheus Passie.

 

Daarin klinkt de prachtige Aria: Mache dich, mein herze rein:

Vertaald klinkt er:

 

Maak jezelf, mijn hart, rein,

ik wil Jezus in mijzelf begraven.

Wereld vol beelden, ga weg, laat Jezus binnen!

Maak jezelf, mijn hart, rein,

ik wil Jezus in mijzelf begraven.

 

De geliefde leerling zag en vertrouwde.

Even was zijn hart leeg en gezuiverd

van de wereld van de Godsbeelden en de geloofswaarheden,

waarin zijn God niet tot leven komen kan.

 

In zijn ontlediging is God nu in hem gestorven en begraven,

en toch verrezen in die lege ruimte van zijn vertrouwen,

als een op afwezige wijze

toch aanwezige bron van ware liefde en eeuwig leven.

 

Dit mysterie zullen wij nooit kunnen begrijpen.

Het verhaal van Pasen nodigt ons uit

ons als geliefde leerling blind toe te vertrouwen

aan die ene God die ons altijd ontglippen zal

en wiens enige Naam is: Ik ben die Ik ben;

alleen zo ben Ik bevrijdend met jullie, alle dagen van jullie leven.