overweging van zondag 27 mei 2018 door p. Tom Buitendijk

Jaarlijks sta ik er verbaasd over dat de meeste eerste communicanten nog geen kruisteken kunnen maken. Is dat dan zo belangrijk dat ze dat dan al kennen?, vragen ouders dan.  Het duidt ergens op. Hier wordt een stukje katholieke traditie los gelaten.
In moderne kerken zijn geen wijwaterbakken meer om met wijwater een kruisteken te maken. Ter herinnering: ik ben een gedoopt mens.  Ook    onze  Sint Jozef kerk heeft geen wijwaterbak meer. Vijftig jaar geleden vond men dat  niet meer nodig. Ook hier wordt een katholieke traditie los gelaten. Vroeger had iedereen een wijwaterbakje op zijn slaapkamer. Nu niet meer. Hebt u er nog een? Ik eerlijk gezegd niet .
Het kruisteken is op vele manieren een symbool. Als ik me bekruis – en als ik dat dan bewust doe, want vliegen weg slaan is geen kruisteken maken, zei mijn moeder,  –  dan stel ik me in Gods Tegenwoordigheid.
Ik stel mij onder de hoede van God die ik noem: Vader, Zoon en Geest. In deze naam ben ik gedoopt, ondergedompeld en tot nieuw mens opgestaan.
Bidden in het openbaar is ook voor ons als gelovige mensen steeds moeilijker geworden. Een kruis slaan in een restaurant doen nog maar heel weinig mensen. Een  bestuur van een vereniging had een etentje in een restaurant. De voorzitter vroeg om een moment stilte voor het eten. Toen het hem lang genoeg geduurd had, zei hij:“ Bent u klaar met bidden, mevrouw Jansen ?”
Een kruisteken maken – met of zonder wijwater – betekent  ons doopsel in herinnering brengen.  Wij zijn – op een woord van Jezus – gedoopt in de Naam van de Vader, de Zoon en  de Heilige Geest.  En als gedoopten worden we geleerd de geboden te onderhouden die Jezus ons bevolen heeft.  Dan zal Hij met ons zijn alle dagen tot aan de voleinding der wereld.  Wie een kruisteken maakt zoekt verbinding met God de Vader; belijdt te willen leven in Jezus’ Geest; getuigt dat Gods Geest in hem woont en werkzaam is.   Je kunt het korter zeggen: wie een kruisteken maakt laat zien dat hij kind van God wil zijn.
Een kruisteken symboliseert ook de wereldwijde betekenis van ons geloof.  Noord Zuid Oost West zijn de richtingen waarnaar wij ons uitstrekken. Wereldwijd.  Ook ons héle lichaam is erbij: ons hoofd en al onze verstandelijk vermogens, ons hart en al onze gevoelige vermogens, en al onze daadkracht in armen en handen. Het gaat om de héle mens die kind van God is.
Een traditie als kruistekens maken voor en na het eten, bij slapen gaan en opstaan kun je niet opleggen en min of meer dwingend invoeren. Toch vind ik dat ouders het kruisteken aan hun kinderen moeten leren.  De traditie is te kostbaar om zomaar verloren te laten gaan.
De samenleving van vandaag heeft bewuste en getuigende christenen nodig.  Een samenleving die van God los is, is ten dode gedoemd. Miljoenen mensen zijn dagelijks slachtoffer van communistische  en kapitalistische  denk – en gedragswijzen. Hun systeem is gebouwd op concurrentie en niet op de liefde van God die er voor alle mensen wil zijn.
De wisseling van de zorgzame samenleving naar de participatie maatschappij brengt  onnodig veel leed mee. Solidariteit – verbondenheid wordt in geruild  voor ‘ieder voor zich’, voor solitair – zijn.  In het gelaat van de ander zien we  God niet meer oplichten. Ik had honger .. ik was ziek … ik was vreemdeling ….
Een samenléving zonder God is geen sàmenleving; het is het samen gaan van elkaar bestrijdende groeperingen: arm tegen rijk; kanslozen tegen goed opgeleiden; jong en gezond tegenover oud en verzorgingsbehoeftig; bekende Nederlanders tegenover mensen die afgeschreven zijn.
Het kruisteken laat zien dat wij God-gelovige mensen zijn. Ook al is ons geloof vaak een zoekend geloven.  We weten niet zo goed wie God voor ons is.  In het evangelie staat de troostende zin: “Toen de apostelen de Verrezen Heer zagen wierpen zij zich in aanbidding terneer; sommigen echter twijfelden”. Geloven en twijfelen sluiten elkaar niet uit
Spreken over God als Vader Zoon en Heilige Geest blijft altijd moeilijk.
In de filosofie en in de theologie is men voor dit samengaan van deze drie  Godsnamen het woord: Drie –eenheid gaan gebruiken. Het is een zelf gesmeed woord om uit te drukken dat Vader Zoon en Geest even goddelijk zijn.  Drie–eenheid is geen Bijbels woord. Ook al is het geen Bijbels woord,  daarom is het in onze katholieke traditie wel een zeer kostbaar woord.  Het geeft aan dat God zich op drievoudige wijze met ons verbindt. Als Schepper en Heer van het Heelal gaat God de Vader alles te boven.  Als mens geworden Woord van God is Jezus sprekend de Vader. Deze Jezus is het menselijke gezicht van God naar ons toe. Hij is onze vriend, herder, leidsman.
Als kracht tot liefde en verbondenheid werkt Zijn Geest in alle mensen. De Geest die ons vervult maakt ons tot mensen die Jezus navolgen en zo  de wil van de Vader doen. Je zou kunnen zeggen: God boven ons, God in ons, God met ons. Als je een kruisteken maakt , wijs  je op je hoofd: God gaat ons te boven; Als je je hart aanraakt: zijn Geest is in ons werkzaam. Als je je handen spreidt: samen met Jezus wil ik concreet daden van liefde doen. Als katholieke christenen kunnen we er voor zorgen dat dit geloofsgebaar levende traditie blijft door het onze kinderen en kleinkinderen bewust door te geven.

Advertenties

Overweging van Pinksteren 2018 door p. Tom Buitendijk

 

Inleiding

Van harte welkom op deze Pinksterdag. Wij vieren dat  Maria, de groep apostelen en andere leerlingen in vuur en vlam werden gezet door de Heilige Geest . In wind en vuur overkwam Hij hen. Zou die Geestkracht zijn uitgewaaid? Pessimistische mensen denken van wel, maar mensen met hoop en vertrouwen zien nog steeds tekenen dat de Geest Gods werkzaam is. Misschien geen laaiend vuur maar wel een ondergrond vuurtje dat smeult. Als wij ons hart voor die geest openen zal Hij ook ons kunnen herscheppen. Bezinnen we ons een ogenblik over de vraag of wij de Geest  wel toelaten.  

 

Overweging

Ik weet niet of u het ook wel eens hoort, maar er zijn twee godsdienstige genootschappen die via de radio reclame maken. Het Apostolische Genootschap somt een aantal belangrijke levensvragen op en zegt dan: het antwoord ligt in jezelf. Een remonstrants predikant zegt; Pinksteren is voor mij vrijheid, verdraagzaamheid,  verbondenheid met elkaar. En eindigt dan met: Geloof begint bij jezelf. Beide gemeenschappen hebben een optimistische mensvisie.  Het zijn hele sympathieke clubs.  Maar het puzzelt mij dat ze zo’n nadruk leggen op “ je zelf”. Ze reageren daarmee op kerken die een sterke leertraditie hebben zoals onze katholieke kerk.  Een kerk met leergezag zien ze helemaal niet zitten. Ze willen zelf wel bepalen wat ze geloven. Mijn vraag is dan : zou er ooit wel christelijk geloof en een christelijke kerk ontstaan zijn als de apostelen de antwoorden op hun vragen in zichzelf gezocht hadden? Als ze waren stil staan bij hun eigen wankel, aarzelend en twijfelend geloof? 
Jezus belooft ons een Helper te zenden.
De Geest die ons bijstaat om onze vragen te verhelderen en om antwoorden te vinden.  De Geest die ons meer en meer bewust maakt van ons gelovige inzichten en van ons vertrouwen in God.   Maar die Geest brengt ook wat mee. Hij roept ons telkens het leven van Jezus in herinnering.
Ten eerste: zijn boodschap dat Gods liefde uitgaat naar alle mensen;
ten tweede: dat de diepte van Gods liefde zichtbaar geworden is in Jezus’ dood aan het kruis en in zijn verrijzenis;
ten derde: dat ieder die zich durft te hechten aan Jezus deelt in het nieuwe leven dat duurzaam, sterk en eeuwig is. Mensen leven als waarachtige mensen als zij  kinderen naar Gods hart zijn; als in hun leven de liefde zichtbaar wordt die Jezus ons heeft voorgeleefd. Als wij dat “zelf” van ons laten raken door de Geest dan stijgen we boven onszelf uit, dan worden wij nieuwe en vernieuwende mensen. Het is de Geest van Pinksteren die de liefde van Jezus voor God en mens instort in ons hart en ons tot mensen van God maakt.  Over die Geest kunnen we niet beschikken; die Geest kun je ook niet als een soort bezit hebben; die Geest wordt ons voortdurend geschonken wanneer we ons met vallen en opstaan hechten aan Jezus.
Afgelopen vrijdag was er onze kerk een boeiend symposium: “geloven gaat door”.  Deze titel is al een uitspraak van vertrouwen. Het is het geloof dat God zijn kerk niet in de steek laat. Het is het geloof dat Gods Geest waait en mensen overkomt  in dit gebouw dat nu vijftig jaar bestaat.  Het is het geloof dat deze kerk –dit gebouw –  een plek is van ontmoeting van  God met mensen  en van ontmoetingen van mens tot mens. Als ergens sprake is van liefde en vriendschap waar God bij is, dan wordt dat toch concreet in een geloofsgemeenschap. In onze vieringen, in onze dienst aan de samenleving, in onze betrokkenheid bij jonge kerken in de Derde Wereld. Het is het geloof dat  onze gemeenschap een teken is  van Gods liefde voor mensen in de samenleving van vandaag. Daarom is een vitale kerkgemeenschap in een aansprekend en gastvrij  kerkgebouw belangrijk voor de stad.  Durven wij als kerkmensen deze uitdaging vandaag aan de dag nog aan?
In de titel  “geloven gaat door”  klink ook wel enige twijfel. Je kunt er ook een vraagteken achter zetten. De kerkbetrokkenheid van onze parochianen schommelt rond de tien procent. De onverschilligheid voor geloof en kerk bij jongeren is groot. Je ziet ‘s zondags alleen maar grijze of kalende koppies. Op enkele uitzonderingen na. Het lijkt soms wel of er deken van moedeloosheid over het kerkelijk leven ligt. Is vandaag samen kerk zijn een onbegonnen werk dat toch tot mislukken gedoemd is?
Met Pinksteren vieren we niet alleen een spectaculaire gebeurtenis van vuur  en wind over de apostelen toen.  We vieren dat diezelfde Geest ook nu werkzaam is. We vieren de geboorte van de kerk toen; we vieren ook de tot nu toe voortgaande beweging van de liefde zoals Jezus ons heeft voorgeleefd. We vieren dat de apostelen de boodschap van Jezus  gaan uitdragen ; we vieren ook dat Jezus voorbeeld nog steeds doorwerkt in het doen en laten van mensen.
Toen de apostelen als een bang groepje bijeen zaten heeft de Pinkstergeest de ramen en deuren opengezet en hen naar buiten toe gejaagd.  Ook vandaag bemoedigt de Geest moedeloos geworden mensen om over de kerkmuren heen de wereld in te kijken en te zien hoeveel sporen van liefde, geestkracht, moed en vertrouwen er in de samenleving zijn.  Er is heel veel christelijks te vinden dat niet kerks is.
Als je ook gelovig christen kunt zijn in de wereld, dan heb je de kerk niet nodig, zeggen veel mensen vandaag. Of ook: we gaan wel niet naar de kerk, maar we geloven wel.   Maar ergens heb je het christen-zijn toch geleerd; ergens heb je toch het verhaal van Jezus gehoord; ergens toch heb je woorden als naastenliefde, vergeving, barmhartigheid opgepakt als belangrijk voor jouw leven. Pinksteren kent een dubbele beweging: binnenkerkelijke mensen worden uitgedaagd sporen van God te zoeken in de samenleving. Onze kinderen die niet meer naar de kerk gaan beleven vaak toch de christelijke waarden. Veel mensen in het vrijwilligerswerk in sport, cultuur en welzijn zijn van huis uit christen.   Met die mensen moeten wij als kerk mensen verbondenheid zoeken. Andersom: mensen die in de samenleving en aan de randen van de kerk staan worden uitgedaagd de ruimte van de kerk binnen te treden. De kerk is de ruimte waarin Gods Woord verkondigd wordt. Waarin  wij in de Eucharistie de maaltijd vieren van alle volkeren. Waarin wij door het doopsel burgers zijn geworden van het komende Koninkrijk, de droom van een samenleving waarin het goed leven is voor alle mensen. De kerk is een gave van Gods Geest aan de samenleving. De kerk is de beweging van Jezus in de samenleving van vandaag.
De kerk leert ons het verhaal van Jezus kennen die ons uitnodigt met hem mee te gaan doen.  Om die uitnodiging te horen blijven we de Helper nodig hebben die Jezus ons geeft.  In de kracht van die Heilige Geest worden wij waarachtige mensen. Komen wij tot ons diepste zelf. Worden wij mensen van God.  

Zalig Pinksterfeest.

  

Voorbede

Pastor:

U schenkt uw gaven zevenvoud. Hoor, God, ons zevenvoudig gebed en komt met uw Geest over ons.

 

Lector

Wij bidden voor onze geloofsgemeenschap die vijftig jaar samenkomt in dit kerkgebouw. Dat wij hier inspiratie kunnen vinden voor het leven van alledag. Dat wij hier rust en geborgenheid vinden als het leven moeilijk is.   Kaars 1

 

Lector

Wij bidden voor alle mensen die zich als vrijwilliger in zetten om deze gemeenschap vitaal te houden. Dat wij door onze activiteiten elkaar goed doen. Dat wij het oog gericht houden op het welzijn van onze stad. Laat ons zingen. Kaars 2

 

Lector

Wij bidden voor alle kerken in onze stad. Dat wij elkaar vinden en elkaar kunnen inspireren.  Dat wij over kerkmuren heen stappen om elkaar als zussen en broers in Christus te ontmoeten. Kaars 3

 

Lector

Wij bidden voor de jonge kerken in de Afrika, Azië en Latijns Amerika. Namens ons werken daar vele mensen als missionaris en ontwikkelingswerker.  Dat wij met ons gebed en onze financiële steun deze mensen bijstaan. Laat ons zingen. Kaars 4

 

Lector

Wij bidden voor Oosters Orthodoxe kerken. Vooral voor de kerken in het Midden-Oosten. Dat zij staande blijven in deze tijd van vervolging, oorlog en rampspoed. Dat de Geest die de Helper is, hen kracht en moed geeft.  Kaars 5

 

Lector

Wij bidden voor  de vereenzaamden, de zieken en de bedroefden in onze kringen. Dat onze aandacht voor hen genezend zal zijn. Voor de mensen die zich mislukt en miskend voelen. Dat wij hen de hand reiken en hen op de goede weg brengen. Laat ons zingen. Kaars 6

 

Lector

Wij bidden voor ons zelf. Dat wij met vreugde christen zijn. Dat wij hier in deze kerk elkaar ontmoeten als tochtgenoten naar Gos Koninkrijk. Dat wij voor elkaar begeesterende mensen mogen zijn in de kracht van de Heiige Geest.  kaars 7

 

Pastor

God u zendt uw Geest uit over heel de schepping en maakt alles nieuw. Wees onze Helper op onze weg Jezus achterna. Laat ons steeds vuriger bidden en zingen om uw Geest,

Laat ons zingen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overweging van zondag 13 mei 2018 door p. Tom Buitendijk

Van harte welkom in deze viering tussen Hemelvaart en Pinksteren. Jezus is ons voorgegaan naar de hemel, naar God Zijn vader toe; de Geest moet nog komen. Deze zondag zijn we in zekere zin verweesd. Wat weeskinderen doen, is stil staan bij de woorden van hun ouders. Het is vandaag ook Moederdag. Dat is geen kerkelijke feestdag. Maar met Maria de Moeder van Jezus, kunnen wij stil staan bij de woorden die Jezus ons heeft nagelaten. Voordat we dit gaan doen willen we eerst zingen bidden om ontferming en God loven en danken.

Overweging

In de eerste lezing uit de Handelingen van de apostelen horen we een bijzondere gebeurtenis. Er is een gemeenschap van honderd en twintig mensen bijeen. 10 x 12.

Symbolische getallen. Tien kan duiden op de Tien Woorden die ons als richtingwijzers naar het Beloofde Land gegeven zijn. Wij zeggen gewoonlijk de tien geboden. Maar daarmee zit je al spoedig in de sfeer van niet moeten en mogen, de sfeer van de moraal. Niet meer zoals bedoeld is, in de sfeer van Belofte.

Als je die weg gaat, kom je uit bij het rijk Gods. Aan het ene volk van de twaalf stammen is het Rijk Gods beloofd.

De twaalf apostelen zijn de opvolgers van de twaalf stammen.

Zij zijn de grondleggers van het nieuwe volk van God – de gemeenschap van de kerk.  Door het uitvallen van Judas is de gemeenschap beschadigd.  De kerk – hoezeer ook een instelling van Godswege met allerlei menselijke kanten – kan niet apostolisch genoemd worden als er geen twaalf grondleggers zijn.   Het getuigenis van Jezus als de verrezen heer krijgt zijn volle kracht als het twaalftal compleet is.

Petrus neemt de leiding, stelt het probleem aan de orde. Vanuit de gemeenschap komen er twee kandidaten naar voren.  Biddend om de Geest gaan zijn over tot loting. Mattias wordt gekozen en vult het twaalftal apostelen aan.  Zo wordt de kerk gereed gemaakt om haar zending in de wereld te beginnen.

Die zending is allereerst: gemeenschap te zijn die leeft vanuit de Belofte en naar die Belofte toe.  Wat ons beloofd is, is niet dat we als we braaf leven in de hemel zullen komen. Ons is het Rijk Gods beloofd waarin de hemel op aarde doorbreekt en onze gemeenschap nieuw maakt en tot haar wezen brengt.

Het wezen – het kenmerk van het Rijk Gods –  is de zusterschap en de broederschap van alle mensen.

In de evangelielezing biedt Jezus zich aan aan alle mensen om onze broeder te zijn en Hij  spoort ons aan God als Onze Vader of als onze Moeder te belijden.  God Vader of Moeder noemen is een beeldspraak waarin Jezus ons voorgaat.

God is geen onpersoonlijk “iets” dat als een hogere macht ergens in de lucht zweeft. Veel mensen noemen zich  “ietsisten” van er moet wel “iets” zijn. Maar “iets” is zo niets. Daar zit geen hart in. In ons christelijk geloof gaat het om een God die liefdevol en persoonlijk op ons betrokken is.

God is als een Vader die zijn kinderen in deze wereld bewaart voor het kwaad.

God is als een Vader die ons Jezus als broer gegeven heeft als Kind naar zijn hart, als de volmaakte mens, als voorbeeld hoe ieder van ons kan leven.

God brengt ons samen als familie die hecht en liefdevol met elkaar verbonden is.

Het is dure opdracht van de kerk om in deze wereld teken van zusterschap en broederschap te zijn.  Deze opdracht staat haaks op wat wij doorgaans van de samenleving maken. Onze samenleving noemt zich samenleving van tolerante mensen die elkaars eigenheid respecteren; waarin alle mensen gelijkwaardig behandeld dienen te worden; waarin wij zelf wel onze relaties bepalen.

Dat klinkt allemaal heel mooi. Maar het uitgangspunt van deze samenleving is in feite het individuele ikke.

Heel vaak bepalen we onze relaties helemaal niet.  Wij zijn  onverschillig voor wat een andere mens overkomt, meemaakt, te dragen krijgt.

De armen, de zieken, de vluchtelingen, de gehandicapten,. de vereenzaamden….. worden ze gezien?

Toch weten we uit het evangelie dat Jezus juist naar deze mensen ging… dat als wij God Onze Vader noemen, juist deze mensen onze zusters en broeders zijn……. dat zij niet zonder ons kunnen……..

In het evangelie  zien we het woordspel ‘in de wereld’ en ‘van de wereld’.

Het is de realiteit dat we leven in een wereld waaraan van alles mankeert. Jonge mensen vragen zich af of het verantwoord is kinderen te  willen hebben in deze wereld. Willen we vader en moeder worden?

Ik vind dat een tragische vraag.

We kunnen weigeren van deze wereld te zijn. We hoeven deze wereld die alleen maar van ikke uitgaat, niet toe te behoren. We zijn in de wereld. We kunnen er ook niet van af stappen. Maar we hoeven ons er ook niet aan over te geven.

Het evangelie dat de kerk uitdraagt is een uiterst kritische noot op onze maatschappij:

-doe niet klakkeloos mee met die wereld waarin mensen alleen maar zichzelf zoeken; –

leef in saamhorigheid en in verbondenheid als zussen en broers met elkaar.

Verander de wereld en begin bij jezelf : word een zusterlijk / broederlijk mens.  Alleen dan kan God Onze Vader zijn.

Jezus leerde ons het Onze Vader bidden. Vanuit zijn verbondenheid met God noemde Hem Vader.  Maar ook had Jezus het beeld van Moeder kunnen gebruiken.

In 1978 hadden we een paus van 33 dagen: Johannes Paulus I.  Hij heeft maar een paar toespraken gehouden.  En in een van die toespraken zei hij dat God ook onze Moeder is.  De kardinalen hebben deze woorden weg willen moffelen.  Ze vonden dat te modieus en niet bijbels.  Pastorale pausen krijgen wel vaker kritiek van kardinalen.

Ondanks de kardinalen heeft God in de bijbel soms ook een moederlijke kant.   “Zoals een kind rust aan de borst van zijn moeder,  zo rust mijn ziel in God”. Toegegeven die zinnen zijn zeldzaam.  Maar waarom zou je aan God geen moederlijke eigenschappen toekennen zoals aardse moeders die hebben.

Terecht worden op Moederdag de moeders geprezen en bedankt.

Er zijn dingen die moeders soms beter kunnen dan vaders.

Onvoorwaardelijke liefde  – verzoening en bemiddeling – begrip en aanvoelen.

Met de woorden van Jezus zoals die klinken in het evangelie:

moeders bewaren de eenheid ; moeders delen in de vreugde van de kinderen ; moeders wijden zich aan het gezin toe. Misschien nog het meest: moeders bidden en blijven bidden voor hun kinderen.

Moeders hebben toch iets van God weg en God iets van moeders.

Voorbede

Pastor         Laten wij bidden met onze Heer Jezus die ons naar de Vader is voorgegaan om de kracht van de Heilige Geest.

 

Lector:        Voor alle christenen waar ter wereld ook.    Dat alle mensen die God  als hun Vader belijden bereid zijn als zussen en broers met elkaar om te gaan.

s t i l t e

 

Lector:        Voor paus Franciscus die als een goede herder de eenheid in de kerk zoekt te bewaren. Dat  Hij kracht ontvangt apostel voor de kerk van vandaag te zijn.

s t i l t e  Laat ons  bidden.

 

Lector         :         voor de gezinnen in ons stad en in ons land. Dat mensen leren wat zusterschap en broederschap kan betekenen voor heel de samenleving.

s t i l t e

 

Lector:        voor mensen die lijden onder de onverschilligheid van  medemensen.    Dat zij eens gezien en gehoord worden. Dat  onze samenleving opnieuw leert wat onderlinge verbondenheid  betekent.

s t i l t e Laat ons  bidden.

 

Lector         Voor alle moeders: dat zij vreugde beleven aan hun kinderen;    dat zij hun kinderen helpen op te groeien tot gave mensen die hun plek in de samenleving kunnen vinden.

s t i l t e

 

Lector         Voor onze parochiegemeenschap:  voor de zieken : om genezende aandacht; voor de jarige koster en de andere jarigen : om geluk en gezondheid;  voor de intenties die leven in ons hart.

s t i l t e Laat ons  bidden.

 

Pastor        God die als een Moeder ons in eenheid bewaren wil, schenk ons de vreugde van de verbondenheid met u en met elkaar.

Door Christus onze

 

 

Overweging vasn zondag 17 mei 2018 door pastor Leon Teubner

Met de liefde die de Vader mij toedraagt,

heb ik jullie lief, zegt Jezus.

 

De Vader heeft Jezus lief.

En Jezus heeft ons lief

met de liefde van de Vader.

 

God is liefde en alle liefde komt van God,

zegt Johannes in zijn 1e brief.

Met die liefde, zegt Jezus tot ons, heb ik jullie lief.

 

We kunnen dit liefdesspel van God en Jezus met ons

vergelijken met een bron en een rivier.

 

De Vader is de Bron van alle liefde.

Jezus is als een rivier aangesloten op deze Bron.

Door te drinken aan deze Bron van liefde,

door de woorden van de Vader in de Schrift te overwegen,

wordt Hij één en al wat Hij drinkt: liefde.

 

En al drinkend aan deze Bron van alle liefde,

laat Hij die liefde door zich heen uitstromen naar ons.

Hij houdt de liefde van de Vader niet vast voor zichzelf alleen,

maar geeft haar onvoorwaardelijk en om-niet

aan alles en iedereen wat Hij op zijn weg tegenkomt.

 

Met de liefde die de Vader mij toedraagt,

heb ik jullie lief.

Blijf in mijn liefde.

 

Jezus geeft aan ons de opdracht om één te blijven

in die liefde van de Vader die Hij aan ons doorgeeft.

Blijf in mijn liefde, die de liefde van de Vader is.

Ja, die de Vader zèlf is.

 

Want God is liefde en alle liefde is uit God.

Verblijf daarin, zegt Hij ons, en wel zó,

dat je met elkaar en met Mij verbonden blijft.

Verblijven in deze liefde doe je, zegt Jezus,

als je naar mijn woorden hoort en ze bewaard:

 

Als jullie mijn geboden bewaren,

zullen jullie één blijven met mijn liefde,

zoals ik de geboden van mijn Vader heb bewaard,

en één blijf met zijn liefde.

 

Net zoals bij de liefde is het ook met de geboden.

Jezus bewaart de geboden van zijn Vader,

door zich met zijn leven daar voor in te zetten.

En zo zullen ook wij de geboden van de Vader

met ons concrete leven bewaren:

door ons in te blijven zetten voor elkaar.

 

Want alleen dan verblijven wij in Góds liefde,

en blijven wij één met Jezus en met elkaar.

 

Wat zijn nu de geboden van Jezus en zijn Vader?

Jezus zegt het nadrukkelijk hier en elders:

 

Dit is mijn gebod:

dat jullie elkaar liefhebben.

 

Dat wij elkaar liefhebben – is zijn gebod

zoals wij worden liefgehad door Hem en door de Vader.

 

Het is geen nieuw gebod dat Jezus ons hier geeft.

Dit is het grote liefdegebod uit Deuteronomium,

dat geheel de Schrift samenvat:

 

Hoor Israël, Jahwe onze God is één!

Gij zult Jahwe uw God beminnen met heel uw hart,

met heel uw ziel en met al uw krachten -,

en uw naaste als uzelf -, voegt Jezus toe.

 

Elkaar liefhebben begint hier niet met liefhebben.

Nee, dat begint heel verrassend met: horen.

 

Hoor Israël, en je zult beminnen met heel je hart,

met heel je ziel en met al je krachten.

 

De liefde van God, die voorafgaat aan al ons liefhebben,

en er ook de Bron van is,

komt niet voort uit onszelf, maar wordt gewekt

in het hóren naar de woorden van de Vader.

 

Hoor, zegt Jezus tot vandaag tot ons,

naar deze woorden die Ik van de Vader heb gehoord:

 

De grootste liefde die iemand zijn naaste kan betonen,

bestaat hierin dat hij zich met zijn leven voor hem inzet.

 

Als je dit enkel hoort als een gebod of morele opdracht,

dan krijg je een heel zwaar juk opgelegd,

een onmogelijke verplichting die niet te doen is.

 

Dit kan alleen maar geschieden als we gaan voelen,

dat niet wij op onszelf in staat zijn tot liefhebben.

 

Dat wij gaan zien dat niet wijzelf

– en ook Jezus niet –

de bron van die liefde is,

maar dat de Vader zichzelf geheel en al

als liefde in ons uitgiet.

 

Wij worden al bemind van onze geboorte af,

nog vóór ook wij maar gingen beminnen.

En tot op de dag van vandaag heeft de Vader ons lief,

onvoorwaardelijk en om niet, zo hoorden we bij Jesaja:

 

Komt allen die dorst hebt, hier is water;

en gij, die geen geld hebt, komt,

koopt koren en eet zonder geld,

en drinkt zonder betaling wijn en melk.

 

Zo gaat de Vader ons voor in de grootste liefde die wij kunnen betonen.

De Vader immers zet zich met zijn liefde in voor ieder van ons.

Zonder reden, zonder onze verdienste, onvoorwaardelijk en om-niet.

Hij kan niet anders: want Hij is liefde en alle liefde komt uit Hem.

 

Wij, op onszelf, kunnen niet onvoorwaardelijk en om-niet beminnen.

Gelukkig is de Vader er, alle dagen van ons leven.

Wij hoeven slechts te drinken aan die bron van liefde die Hij is,

en, net als Jezus, die liefde door ons heen te laten stromen

uit te laten stromen naar wie we op onze weg tegenkomen.

 

We hoeven geen moment bang te zijn ooit zelf iets tekort te komen,

want de Vader houdt nooit op zichzelf aan ons te schenken.

Als wij dat aandurven, mondjesmaat, dan zullen wij groeien in liefde.

 

Beter gezegd: dan zal de Vader in ons tot gestalte komen

zoals Hij ook in Jezus’ leven en zelfgave tot gestalte kwam.

Dan zal zijn koninkrijk naderen hier onder ons op aarde.

Niet uit onze kracht, maar door ons heen uit zijn kracht.

 

Want: van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, amen.

Dan worden wij met Jezus deelgenoot aan de vreugde van de Vader,

en zal onze vreugde volkomen zijn.

 

Met de liefde die de Vader mij toedraagt,

heb ik jullie lief – zegt Jezus.

Blijf in mijn liefde.

 

Jezus dronk aan de Bron van alle liefde: het woord van zijn Vader.

Dat ook wij meer en meer ons laven aan die Bron van levend water,

door samen het Woord van de Vader in de Schrift te overwegen,

en meer en meer op Hem mogen gaan gelijken:

onvoorwaardelijk uitstromende liefde voor elkaar en al wat is.