Paneel Titus Brandsma Molenstraat

Op de plaats waar vroeger het Karmelklooster was aan de Molenstraat te Oss is op 15 juli 2018 het informatiepaneel Titus Brandsma ingezegend door pastor Tom Buitendijk. …

Verplaatst naar nieuwe website:

Verslag inzegening Informatiepaneel Titus Brandsma en Karmelklooster/Paterskerk aan de Molenstraat in Oss op 15 juli 2018


https://tbposs.nl/informeren/parochiebericht/verslag-inzegening-informatiepaneel-titus-brandsma-en-karmelklooster-paterskerk-aan-de-molenstraat-in-oss-op-15-juli-2018.html

Advertenties

Viering ter gedachtenis aan Titus Brandsma op 26 juli 2018 door p. Tom Buitendijk

Van harte welkom in deze viering.

Op 26 juli 1942 omstreeks 14.00 uur kreeg gevangene Anno Brandsma een dodelijke injectie. Daarna werd zijn schamel overblijfsel met een groot aantal andere lijken verbrand. Er is van deze mens letterlijk niets over. Tot stof en as teruggekeerd. Toch noemen wij Titus een getuige. Getuige van de hel van Dachau. Getuige van de God in wiens Tegenwoordigheid leefde. Als stervende getuigde hij van de liefde van God en van zijn heilige overtuiging dat Gods beeld leeft in iedere mens.

Heer, onze Heer hoe zijt Gij aanwezig.

Gij leeft in alles diep verscholen.

Hoe verborgen God is in ons leven;

Hij blijft genadig met ons bezig.

Moge God zich genadig naar ons toekeren

nu wij ons tot Hem keren met de roep om barmhartigheid.

 

Openingsgebed

Goede God, U woont verscholen in het hart van ieder mens. In daden van goedheid en liefde komt U aan het licht.
Wij bidden U: Doorstraal ons leven met uw licht en uw warmte zodat wij mensen worden die leven in de gezindheid van Jezus, uw Zoon. Help ons elkaar nabij te zijn zoals Hij ons nabij wil zijn. Dan komt er vrede over heel deze wereld. Dit vragen wij U op voorspraak van pater Titus door Christus onze Heer.

Amen.

 

Gebed over de gaven.

Goede God, herken in deze gaven van brood en wijn onze inzet voor onze geloofsgemeenschap. Dat wij die met elkaar uw Brood en Beker delen ook bereid zijn elkaars leven te delen zoals Jezus het ons heeft voorgedaan. Dit vragen wij U op voorspraak van pater Titus door Christus onze Heer. Amen.

 

Slotgebed.

Goede God, in deze viering hebben wij u willen eren en danken voor Titus Brandsma, naar wie deze gemeenschap genoemd is. Door zijn leven en werken is hij een levende getuige van uw goedheid en liefde. Mogen zijn voorbeeld tot ons blijven spreken opdat wij, door hem geïnspireerd, blijven zoeken naar U in het diepst van ons bestaan. Dat wij U daar vinden en ons kind naar uw hart weten. Dit vragen wij U op voorspraak van pater Titus Brandsma door Christus onze Heer. Amen

Overweging

Gisteren waren 36 jonge medebroeders Karmelieten en negen begeleiders uit vele landen van de wereld te gast in Oss. Zij volgen een Internationale Cursus over de Zalige Titus Brandsma. Via Megen kwamen zij naar Oss; via Boxmeer keerden zij weer terug naar Nijmegen. Hier in onze kerk hebben ze een inleiding gehoord over het veel goede werk dat Titus voor Oss gedaan heeft. Titus is weliswaar nooit parochiepastor geweest; zijn activiteiten kwamen wel voort uit pastorale bezorgdheid. Titus was – uitermate actueel voor vandaag – bezorgd over het verdwijnen van de rol van de religie in het publieke leven. Vanuit zijn pastoraal hart was hij begaan met de arme en werkloze menigte. Hij wilde hen in spiritueel en materieel opzicht verheffen. Vandaar: de krant, de school, de bibliotheek, het Heilig Hartbeeld. Titus heeft grote invloed gehad op de bouwstenen van de sociale en culturele ontwikkeling van Oss. In Nijmegen krijgen de jonge broeders vier inleidingen te horen: over de persoon van Titus, over zijn academisch werk, over zijn journalistieke loopbaan, over zijn inzet voor het middelbaar onderwijs. Zaterdag gaan zij naar Amersfoort, naar het kamp waarin Titus op Goede Vrijdag 1942 een rede heeft uitgesproken over lijdensmystiek. Zondag vertrekken zij naar Mainz. Titus heeft zich ingespannen voor de herbouw van het Karmeklooster daar. Vanuit Mainz gaan ze naar Dachau om Titus te ontmoeten als vriendelijke en optimistische gevangene in de hel van Dachau, als martelaar voor het evangelie. Het innerlijke van een mens, de kern van de ziel waar God in mensen tegenwoordig is, laat zich niet gevangen zetten of in boeien slaan. In de hel van Dachau bleef Titus een vrij en bevrijdend mens. Soeverein tegenover wie hem sloegen; beminnelijk voor wie hem scholden; geduldig tegen hen die hem opjaagden. Weerloos verzet dwingt hoe dan ook respect af. De namen van de beulen zijn vergeten; de naam van Titus Brandsma leeft wereldwijd voort.

Natuurlijk hebben mensen en ook medebroeders weleens de vraag gesteld: veronderstel dat Titus Dachau overleefd zou hebben, zou zijn invloed dan ook wereldwijd zijn? Waarschijnlijk zou Titus weer hoogleraar geworden zijn: een beetje saai en verstrooid, maar wel hartelijk en bemoedigend voor zijn studenten. Die als… als… als vragen zullen nooit adequaat beantwoord kunnen worden.

Dat pater Titus Brandsma ondanks zichzelf wereldwijd een naam heeft, heeft toch te maken met zijn gewone wijze van leven en werken en van met zijn omgang met mensen. Hij was bescheiden wanneer hij mensen tegemoet trad maar ook wel een beetje ijdel wanneer hij ergens optrad.

Toen vanuit de gevangenis van Scheveningen zijn boekjes ‘Mijn Cel’ en ‘Het laatste geschrift’ verschenen, bereikten ze in zeer korte tijd hele hoge oplagecijfers, duizendtallen. Dat geldt meer nog voor zijn gedicht “O Jezus als ik U aanschouw”. Voor veel mensen is dit een troosttekst geworden die hen de oorlog heeft door geholpen.

Deze teksten werden direct gelezen als teksten van een innig vrome karmeliet die ook in deze situatie van zijn leven wilde leven in Gods Tegenwoordigheid.

Het waren ook teksten van die onverzettelijke en vasthoudende pater die achter alle goede doelen aanliep, die overal geld bedelde voor zijn projecten, die het opnam voor de kleine man, die vanuit zijn binnenste over God sprak en die tevens de noden van de studenten, de arbeiders, de huismoeders, de journalisten verstond. Iedereen die met Titus te maken heeft gehad was onder de indruk van zijn hoffelijkheid en vriendelijkheid.

Titus was tijdens zijn leven al de man die de mensen bij God bracht en God bij de mensen. Het getuigenis van zijn leven ligt niet zozeer in wat hij deed dan wel in wie hij was. Een getuige van Gods liefde voor mensen. Liefde die om antwoord van mensen vraagt.

Van die inspirerende kracht van Gods liefde is Titus ook blijven getuigen in Dachau. Deze kleine man liet zich niet klein krijgen. Hij bleef een vrije mens die de andere wang aanbood; hij deelde het weinige wat hij had; hij bleef zelfs zijn beulen behandelen zoals hij zelf behandel wilde worden. Dat wil zeggen: met eerbied.

Want hoe geschonden een mens is naar lichaam en geest, door er te zijn getuigt een mens al van God. In Hem immers leven wij; bewegen wij ons en zijn wij.

Titus leefde in het besef dat wij meer van God zijn dan van onszelf. De menselijkheid waar Titus naar bleef streven zag hij als gave Gods. Het lijden was bijna ondragelijk en de situatie uitzichtloos maar wie zijn hoop en geloof laat varen, verliest de kracht van de liefde die alles overwint, zelfs de dood.

Titus getuigde ervan dat het leven sterker is dan de dood. Hoe zeer ook als gestorven mens tot niets dan wat stof en as teruggebracht, des te meer spreekt hij tot ons op inspirerende wijze van léven, léven dat dodelijke krachten overwinnen kan.

Wij zijn in Nederland als kerk en geloofsgemeenschap soms wat vermoeid. Als Karmelorde zijn wij stevig aan krimp onderhevig. Gisteren waren hier 36 jonge karmelieten om het getuigenis van Titus te aanhoren, te beleven en verder te dragen, wereldwijd.

De lekenkarmel en de parochie van Oss hebben hen een mooie ontvangst bereid. Graag breng ik hen de dank van de Orde over.  

 

Voorbede

 

Pastor Worden we een ogenblik stil en keren wij ons hart tot God en leggen wij aan Hem voor alles wat ons ten diepste beweegt

Lector                 

Bidden wij voor de wereld waarin wij wonen: om vrede en rust in alle haarden van oorlog, geweld en onderdrukking; om veiligheid en opvang voor mensen die als vluchtelingen toevlucht zoeken in ons land. Dat er steeds weer mensen zijn die in de geest van Titus de moed hebben om te geloven in daadkrachtige liefde en gerechtigheid.

Stilte Laat ons bidden:

 

Lector       

Wij bidden voor onze geloofsgemeenschap die de naam van pater Titus draagt. Moge zijn eenvoud en de bescheidenheid ons doen en laten kenmerken. Om hechte saamhorigheid en verbondenheid opdat het geestelijk leven van deze gemeenschap kan bloeien. Geef dat wij heel ons leven richten naar het visioen van het Komende Koninkrijk waarin Gods Naam geheiligd wordt en Zijn wil geschiedt.

Stilte Laat ons bidden:

 

Lector

Wij bidden voor de Internationale Orde van de Karmelieten. Dat de persoon van Titus voor jonge Karmelieten in vele landen van de wereld een bron van inspiratie zal zijn. Dat de jonge medebroeders het getuigenis van Titus verder dragen. Voor Nederlandse Karmel en voor de Karmelitaanse lekenbeweging. Dat wij het charisma van de Orde zo aanstekelijk beleven dat anderen daardoor geraakt worden. Doe ons beseffen te leven in Gods Tegenwoordigheid en ten dienste van de mensen.

Stilte Laat ons bidden

 

Pastor       

Goede God, U die woont in het diepst van ons wezen, kom aan het licht in onze daden van dienstbare liefde. Dit vragen wij U op voorspraak van Titus Brandsma

Door Christus onze Heer. Amen.

Overweging van zondag 15 juli 2018 door p. Tom Buitendijk

Karmelfeest Oss 2018

Inleiding

Van harte welkom in deze viering. Vandaag vieren we de plechtige gedachtenis van Maria, Onze Lieve Vrouw van de Berg Karmel.
De naam van deze feestdag verwijst naar een kapel die aan Maria was toegewijd op de berg Karmel.
Sinds 1890 zijn de karmelieten in Oss aanwezig. Vanaf 1923 dragen zij pastorale verantwoordelijkheid. Als 95 jaar.
Onze parochie is zo nauw met de Orde van Karmel verbonden
dat de geest van de Karmel zal heersen in deze parochie.
In het bijzonder de liefde tot Maria, de moeder van de barmhartigheid.
Willen wij Gods barmhartigheid over ons afsmeken door samen te bidden en te zingen.

Overweging

De woestijn is in de traditie van de Karmel een bevoorrechte plek.
Niet dat het wonen in een woestijn gemakkelijk is. Het kan er dor en doods zijn. Maar juist daar in de woestijn leer je te kijken naar kiemen van leven.
In de woestijn is er niets om je af te leiden van datgene waarnaar je werkelijke op zoek bent. In de woestijn leer je zien waar het op aan komt. In de woestijn wordt je teruggebracht tot de kern van je bestaan.
Zo sta jij voor God. Met lege handen, met een ontvankelijk hart,
met niets meer dan je bent: een kwetsbaar mens.
Die pure ontvankelijkheid – de mens die uit zichzelf niets heeft,
maar alles van God verwacht – maakt een mens mooi.
Als God komt, dan komt de woestijn tot leven, dan wordt de groeikracht van God zichtbaar. Overal water en mooie bloemen. Overal vrolijkheid en vreugde.
God bekleedt de woestijn met zijn eigen schoonheid.
Zo ook bekleedt God de mens die Hem en Hem alleen zoekt
zich met zijn eigen stralende schoonheid.
Wie in de woestijn naar God zoekt zal eens door Hem gevonden worden.
U begrijpt: de woestijn is een geestelijke werkelijkheid.
Het is een concentratie op het wezenlijke en het voortdurend voorbij zien aan alles wat je niet dichter bij God brengt.
Je wordt daardoor een zuiverder , mooier en meer verstilde mens.

De schoonheid van de Karmel wordt vanouds gezien als een afspiegeling van Gods schoonheid. De Karmel is niet alleen een bergtop die uitkijkt over de zee.
De Karmel is een prachtige bosrijke bergrug waar het goed toeven is voor mensen die God, en God alleen, zoeken in hun leven.

Net als de woestijn is ook de berg Karmel een geestelijke werkelijkheid.
Het is het willen toeven in Gods nabijheid. Niets anders meer verlangen dan in zijn tegenwoordigheid te leven. Het is het genieten van de schoonheid die hij legt in de natuur en in de mens die zich opent voor zijn Aanwezigheid.

Woestijn en tuin zijn levenswijzen voor gelovige mensen. Met voorbij gaan van alles God zoeken, en als je gevonden wordt, toeven in zijn Tegenwoordigheid. Als je gevonden wordt…… We kunnen God niet dwingen in ons leven te komen. We kunnen door naar Hem te zoeken, ons laten vinden.

Maria heeft God gezocht. Ze was open voor Hem en volkomen bereid zijn wil te doen. God heeft haar bereid gevonden de moeder te worden van Jezus, Zijn Zoon. Zij was een volkomen open mens. Gods schoonheid straalde op haar af zodat zij zelf Gods liefde uitstraalde. Gods liefde: is barmhartigheid, gerechtigheid en vrede.
Daarvan zingt zij in haar lofzang : mijn ziel prijst groot de Heer.

Onze parochie is een Karmel parochie. Dat betekent dat iets van de geest van de Karmel zal doorklinken in ons parochieleven. Zoals het gaat met een geest, een sfeer, een gezindheid, een mentaliteit: je kunt het nooit vast leggen en aanwijzen. Je kunt nooit zeggen: daar, dat is typisch Karmel. Het is wel de Karmelgeest die spreekt uit de concrete dingen die we doen en die we beleven.

Onze parochie wil een gastvrije parochie zijn voor alle mensen die aandacht, vriendschap, liefde nodig hebben.
Het gaat hierbij om een sfeer van hartelijkheid voor elkaar en betrokkenheid op elkaar. Religieus gezien: het gaat om zusterschap, broederschap.
Een bijzondere aandacht gaat uit naar mensen aan de rand : de armen in onze stad, maar ook mensen in nood in bijv. ontwikkelingslanden en oorlogslanden. Het gaat ons erom dat ook kleine mensen de kans krijgen voluit menselijk te leven. Het gaat ons om menselijkheid waartoe God ons oproept.

Onze parochie wil ook en biddende gemeenschap zijn. Bidden betekent het oog op God gericht houden naar de toekomst toe, maar evenzeer God proberen te vinden diep in je eigen hart, in je binnenste. Onze verlangen is dat in ons leven iets van Gods goedheid aan het licht komt. Wij willen zoals Maria, blije ,vrolijke en stralende mensen zijn.

Onze parochie wil betrokken zijn op de samenleving. Bidden om het rijk van God en hopen dat het alle mensen goed gaat is nooit vrijblijvend. Wij kunnen in onze straten en buurten iets van Gods liefde uitstralen door goede verhoudingen met de buren, door vriendelijkheid als we elkaar tegen komen, door begrip te hebben voor mensen die anders leven dan wij gewend zijn. Vooral wordt ons gevraagd aandacht te hebben voor mensen die zonder onze aandacht, kunnen vereenzamen.

Je kunt het heel groots zeggen:
wij willen van de woestijn een leefbare en bewoonbare wereld maken, een wereld waarin God zich bij ons mensen thuis kan voelen. Of:
Wij willen dat heel de samenleving een Karmel wordt :
een prachtige tuin waarin God en mens wandelen in elkaars Tegenwoordigheid.
Of: wij willen dat de stad Oss een stralend middelpunt wordt voor heel Nederland waarvan mensen zeggen: zie hoe goed ze als zussen en broers met elkaar omgaan.

Onze grote ereburger van Oss , pater Titus Brandsma zei:
Karmelmensen – dus ook parochianen van de Karmelparochie – zijn niet geroepen om grootste dingen te doen, maar om de kleine en eenvoudige dingen op grootse wijze te doen. Wat wij gewone mensen doen zal God groot maken en voltooien…. als wij maar beginnen!

Als Karmelmensen kijken we graag naar Maria, Onze Lieve Vrouwe.
Maria die zojuist gelovig had uitgesproken moeder van Gods Zoon te willen worden, spoedde zich naar Elisabeth om haar dienstbaar ter zijde te staan. Dienstbaarheid aan mensen en vol zijn van God horen bij elkaar.

Vanaf 1890 is er sprake van Karmelieten in Oss.
De bescheiden pater Titus Brandsma is op uitstekende wijze dienstbaar geweest aan de stad Oss. Op dez
De geest van de Karmel leeft dankzij onze parochie nog steeds door.
Op de plek waar het klooster en de paterskerk gestaan heeft staat nu een bescheiden monumentje. Het is niet groots, maar iedereen voorbijganger die er even bij stil staat, neemt er iets goeds van mee.
Direct na de viering lopen we er heen om het monument te zegenen en om de stad Oss aan Maria, Onze Lieve Vrouwe van de Karmel aan te bevelen.

Voorbede

Pastor
Goede God wil onze gebeden verhoren
die wij op voorspraak van Onze Lieve Vrouw van de Karmel tot u richten.

Lector
Voor onze stad Oss.
Dat wij door onze manier van leven en met elkaar omgaan
uw liefde een menselijk gezicht geven.
Help ons een samenleving te vormen
waarin iedereen zich in vrijheid kan ontplooien.
s t i l t e
Lector
Voor onze parochie.
Dat wij in eenvoud en bescheidenheid de geest van de Karmel beleven.
Doe ons beseffen dat u, o God, de bron van alle leven bent;
dat wij in U leven en door U bestaan.
Help ons als biddende mensen te verlangen naar uw Tegenwoordigheid.
Daartoe zingen wij :
Wees gegroet Maria

Lector
Voor de Karmelorde, verspreid over heel de wereld en aanwezig in ons land.
Dat de Orde door haar aanwezigheid te midden van de mensen het verlangen naar God levend houdt ;
dat de Orde de dienstbaarheid van Maria beleeft en voor leeft;
dat ons streven naar gerechtigheid en vrede de wereld mooier maakt.
s t i l t e

Lector
Met dankbaarheid gedenken wij de zusters Karmelietessen en de broeders Karmelieten die in Oss gewoond en gewerkt hebben.
Met genegenheid denken wij terug aan de vele pastores die dienstbaar zijn geweest aan de parochiegemeenschap.
Moge hen gedenken ons tot zegen zijn.
Daartoe zingen wij:
Wees gegroet Maria

Goede God,
Onze Lieve Vrouwe brengt onze gebeden bij U.
Wil ons omwille van haar gebed verhoren.
Schenk ons uw zegenen uw vrede.
Door Christus onze Heer.
Amen .

Overweging van zondag 8-7-2018 door p. Tom Buitendijk

 

Overweging
Zoals u weet zijn er vier evangeliën: Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes.
Het zijn vier geloofsgetuigenissen over Jezus die voor bepaalde groepen mensen geschreven zijn. Ook al gaan ze alle vier over Jezus, toch verschillen ze veel van elkaar en spreken elkaar ook soms tegen.
Of: ze vertellen eenzelfde verhaal anders.
Nu staat het evangelie van Markus het dichts bij de gebeurtenissen rond Jezus. Er is nog niet zoveel tijd geweest om na te denken over de bijzondere persoon die Jezus was. Dus ook niet om dat bijzondere uit te drukken. Voor Markus is Jezus allereerst gewoon een rondtrekkende prediker, een wonderdoener, een genezer van boze geesten en kwalen.
Voor Matteüs is Jezus een leraar, de nieuwe Mozes. Voor Lucas is Jezus de man in wie Gods barmhartigheid zichtbaar wordt.
Voor Johannes is Jezus bovenal de Zoon van de Vader. Johannes heeft het langst kunnen nadenken over wie Jezus voor hem was. Hij laat de apostel Thomas de eerste geloofsbelijdenis zeggen: Mijn Heer en mijn God.

Omdat Markus het dichtst bij de gebeurtenissen van Jezus staat, vertelt zijn verhaal dan ook heel gewone dingen. Helemaal niet verheven of hemels. Rondtrekkende rabbi’s waren er wel meer en Jezus was heus niet de enige genezer.

 

Dat Jezus in de synagoge het woord neemt is ook helemaal niet vreemd.
Iedere man die bewezen heeft dat hij in de boekrol kan lezen, mag zeggen wat hij ervan vindt. Als het onderricht goed is dan zij de mensen best bereid te luisteren.
Blijkbaar is Jezus een goed predikant want ze luisteren…en al luisterende beginnen ze te schuifelen met hun stoelen…. ze raken verbaasd….. ze worden geïrriteerd … ze voelen zich uitgedaagd …. ze voelen zich beschuldigd …. wat hij zegt klinkt allemaal mooi en goed…… als je zijn boodschap ècht hoort, dan moet je hier en nu een ander mens worden! Die wijsheid is Hem dan wel geschonken, maar waar heeft Hij die dan vandaan? Van God soms? Maar hij is toch onze vroegere timmerman….. zijn hele familie woont hier in de stad… we kennen ze stuk voor stuk, we kennen zij moeder Maria.

Welk recht en welke bevoegdheid heeft hij om ons op te roepen tot een andere levensstijl! Hij praat als een profeet en hij timmert mooi aan de weg, maar hij is toch maar gewoon de timmerman.
( Tussen haakjes: Matteüs zegt: de zoon van de timmerman) .
De bozige toehoorders slaan de spijker op zijn kop. De timmerman praat als een profeet. Teleurgesteld en bedroefd constateert Jezus: een profeet wordt overal geëerd , behalve in zijn eigen vaderstad. Hij staat verwonderd over hun ongeloof. Hij begrijpt hun wantrouwen niet.
Hij lijdt er onder dat zijn goede boodschap niet overkomt. Het doet Hem pijn zo afgewezen te worden. Markus tekent Jezus in zijn menselijke teleurstelling.
Maar òòk zegt hij dat Jezus een profeet is die namens God spreekt. Hij heeft geen eigen verhaal, maar spreekt een woord van God tot mensen gericht. Een woord dat inbreuk maakt op ons gewone bestaan.
Hij spreekt een woord dat oproept tot verandering, bekering, tot je leven een nieuwe oriëntatie geven.
Hij biedt ook iets aan: het Rijk van God waarin plek is voor zieken en bezetenen, voor melaatsen en onreinen, voor tollenaars en zondaars, voor vluchtelingen en vreemdelingen.
Het Rijk van God als verzamelplaats voor alle mensen aan de rand van de samenleving. Als je hoort dat God met jou een nieuw begin wil maken, open je dan je hart ….of stop je je ogen en oren dicht?

Denkt u eens in: als wij op die gewone sabbat in de synagoge hadden gezeten en naar Jezus geluisterd hadden, wat dan ….. ? Zouden wij ons dan ook niet geërgerd hebben dat de timmerman Gods Woord verkondigt? Hadden wij dan wèl zo naar Jezus geluisterd dat wij nieuwe wegen zouden gaan? Zijn wij wezenlijk andere mensen dan de toehoorders in Nazareth?
Het is misschien het ergerniswekkende van het christelijk geloof dat het zo eenvoudig is dat een timmerman je dat kan vertellen. Zijn profetisch woord is belangrijker dan alle theologieboeken, pauselijke encyclieken, bisschoppelijke vermaningen of pastorale woordjes in een parochieblad.
Zijn profetisch woord zegt: het Rijk Gods is nabij,
waar de ene mens naar de ander omziet,
waar de mensen elkaar respecteren en elkaar eerbiedig in hun waarde laten.
Het rijk Gods is daar waar de mensen in elkaar het beste naar boven roepen en misstappen vergeven.
Het Rijk Gods is daar waar de ene mens de ander dient en het goede gunt.
Het Rijk Gods is daar waar rechtvaardigheid en barmhartigheid elkaar ontmoeten, waar liefde en waarachtigheid elkaar kussen.
Het Rijk Gods is zo menselijk gewoon en eenvoudig;
het is Gods zichtbare goedheid iedere mens.

Voor wie er aan begint is het Rijk Gods aanwezig.
De vraag is: begint u ermee?
Of denkt u: die timmerman, die kan me nog meer vertellen? Hij is toch een gewone jongen uit Nazareth. Hij moet niet denken dat Hij Onze Lieve Heer is. Want stel je voor als Hij het wel is: dan moet ik toch een ander mens worden! Nazareth en Oss liggen niet ver van elkaar……
Amen