Brief van Mgr de Korte

TROUW BLIJVEN IN MOEILIJKE TIJDEN

 

 

September 2018

 

Broeders en zusters,

 

De afgelopen weken is onze Kerk helaas vaak negatief in het nieuws geweest.

 

Er was het nieuws over seksueel misbruik van minderjarigen in de Verenigde Staten.

 

En op het hoogste niveau van onze Kerk wordt onze goede paus ervan beschuldigd niet adequaat te hebben gereageerd op signalen van misbruik.

 

Alles bijeen veroorzaakt het recente nieuws bij velen pijn en verdriet.

 

Meerdere slachtoffers van seksueel misbruik die ik in het verleden heb gesproken, hebben met mij contact opgenomen en verteld dat hun pijn door het nieuws opnieuw wordt opgerakeld.

 

Niet weinig gelovigen in de parochie voelen verdriet om zoveel negatieve berichten.

 

Religieuzen, priesters en bisschoppen zijn in het recente verleden ontrouw geweest aan hun roeping. Ze hebben misdrijven gepleegd en levens van mensen ernstig beschadigd.

 

Door hun gedrag hebben zij mensen niet bij God gebracht maar in veel gevallen het geloof in het hart van mensen op de proef gesteld of zelfs gedoofd.

 

Dat vormt een reden tot diepe schaamte.

 

In Nederland kwam in 2010 het misbruik van minderjarigen aan het licht.

 

De Nederlandse bisschoppen zijn vanaf dat moment intensief bezig om recht te doen aan de slachtoffers van het misbruik.

 

Zij hebben zich tot het uiterste ingespannen, en zullen dat blijven doen, om de Kerk te zuiveren en te vernieuwen.

 

Alle aanbevelingen van de commissie Deetman, die onderzoek deed naar het seksueel misbruik van minderjarigen binnen onze Kerk, zijn opgevolgd.

 

Een groot aantal maatregelen is genomen om slachtoffers erkenning te geven en tegelijk om te voorkomen dat nieuwe slachtoffers worden gemaakt.

 

Natuurlijk is blijvende alertheid geboden, maar ik heb de vaste overtuiging dat onze Kerk in Nederland een veiliger plek is dan in het verleden, met name ook voor kinderen en jongeren.

 

In deze dagen van crisis wordt onze verbondenheid met de Kerk op de proef gesteld.

 

Mag ik u vragen om juist nu het lastig is, trouw te blijven?

 

Nu wij voor de Kerk een uitermate moeilijke tijd beleven, kan niemand worden gemist.

 

Binnen de geloofsgemeenschappen van onze parochies vinden ontzettend veel goede dingen plaats.

 

Zaken die ons moed en hoop kunnen geven.

 

Ik denk aan het samen vieren van Gods liefde zoals zichtbaar geworden in Jezus Christus.

 

Ik noem ook allerlei activiteiten op het terrein van geloofscommunicatie en catechese.

 

Niet in de laatste plaats wijs ik graag op allerlei vormen van diaconie en ander dienstbetoon, binnen en buiten de parochies.

 

Ik denk dan niet alleen aan de zorg voor ouderen en eenzamen maar ook de inzet voor vrede, gerechtigheid en het behoud van Gods schepping.

 

De Kerk van ons land en heel bijzonder van ons eigen bisdom van ’s-Hertogenbosch heeft alleen toekomst als velen het geloof van hun doopsel serieus nemen.

 

Laten wij in deze duistere dagen dicht bij Christus en zijn Evangelie blijven, ook door allen die het moeilijk hebben, nabij te zijn.

 

Wij hebben in deze tijd behoefte aan katholieken die, ondanks alles, hun geloof blijmoedig beleven.

 

Dank voor alle gelovigen, priesters, diakens, pastoraal werkers en alle andere gedoopten, die in trouwe volharding aan hun geloof gestalte geven.

 

Laten wij, onder de inspiratie van de Heilige Geest, onze vriendschap met Christus zichtbaar maken in de wereld van vandaag.

 

 

Mgr. dr. Gerard de Korte

 

 

Advertenties

Overweging van zondag 2 sept 2018 door pastor Leon Teubner

Waarom gedragen uw leerlingen zich niet

volgens de overlevering van de voorvaderen?

 

Met deze vraag roepen enkele Farizeeën en Schriftgeleerden

Jezus als leraar en als één van hen, ter verantwoording.

Want zijn leerlingen houden zich niet aan hun overlevering,

en Jezus onderricht zijn leerlingen dus niet goed in hun ogen.

 

Blijkbaar hecht Hij niet zoveel waarde aan de overlevering.

De Farizeeën en Schriftgeleerden echter wel.

Zoveel zelfs, dat ze Jezus opzoeken

en Hem daarmee indringend confronteren.

 

Waarom gedragen uw leerlingen zich niet

volgens de overlevering van de voorvaderen,

maar eten zij met onreine handen?

 

Bij ‘wat overgeleverd wordt’ kunnen we denken

aan regels en normen, aan de heersende mores.

Zoals hier: je zult je handen wassen voor het eten.

 

Van generatie op generatie worden normen en regels overgeleverd,

maar door de tijd heen zijn zij wel aan verandering onderhevig.

En zij verschillen ook van cultuur tot cultuur.

 

Vroeger mocht een leraar een leerling een klap geven,

nu niet meer.

Maar in veel andere culturen is dat nog heel gewoon.

Vroeger was overal roken heel gewoon,

nu vinden we dat roken alleen nog maar kan op speciale plekken.

 

Wat de voorvaderen overleveren aan normen en regels,

moet door elke nieuwe generatie opnieuw heengaan,

en wordt aangepast aan de inzichten en noden van de nieuwe tijd.

 

Maar het gaat hier wat Jezus betreft niet om normen en regels

waar hij anders tegenaan zou kijken, of die zou willen veranderen.

Het gaat Hem erom welke waarde deze hebben of moeten hebben,

in het licht van het alledaagse leven van mensen met God.

 

Zijn reactie op de vraagstellers is onverwacht scherp:

 

Huichelaars!

 

Jullie laten het gebod van God varen

en houden vast aan de overlevering van mensen.

Mensenwet is wat jullie leren.

Dit twistgesprek is een gesprek onder leraren.

Jezus is een rabbi die leerlingen onderricht,

en zo doen ook de Farizeeën en Schriftgeleerden.

En het gaat daarbij om het onderricht in de relatie met God.

 

Wat hier in onze cultuur allang gescheiden is,

de opvoeding thuis en op school,

én het geloofsonderricht over de relatie met God,

dat is in Jezus’ tijd nog één en hetzelfde.

 

Alle spreken en zwijgen, denken en doen van de mens

werd toen beoordeeld binnen de relatie van die mens met God.

Elke gelovige mens leefde in het besef te staan voor Gods gelaat,

en moest van daaruit ook zuiver leven, en God welgevallig zijn.

 

In die zin is de vraag van de Farizeeën en Schriftgeleerden:

niet vreemd en zeker gelegitimeerd t.a.v. deze collega rabbi.

Opvallend scherp is wel Jezus’ reactie op hun vraag:

 

Huichelaars!

Jullie laten het gebod van God varen

en houden vast aan de overlevering van mensen.

 

Die scherpte is er om de vraagstellers flink wakker te schudden.

Om hen te laten zien wat er feitelijk in hun dagelijks leven gebeurt.

In Jezus’ ogen staat hun relatie met God op het spel.

 

Met al hun aandacht voor de overlevering van de voorvaderen,

is ongemerkt hun aandacht verschoven van het gebod van God,

naar de door mensen gemaakte normen en regels.

 

Mensenwet is wat jullie leren.

 

Dat is wat Jezus hen hier voorhoudt.

Het hart van de overlevering –

d.i.: de relatie met God in het dagelijks leven,

is in zijn ogen daaruit verdwenen.

 

De mensen leven wel in relatie met hun naasten,

maar die relaties worden vooral bepaald

door de normen en regels van de cultuur,

door de wetten van mensen, i.p.v. de wijzing van God.

 

Jullie laten het gebod van God varen

en houden vast aan de overlevering van mensen.

 

Opvallend is, dat er niet staat: de geboden van God – maar hét gebod.

Jezus spreekt hier niet voor dovemansoren.

Hét gebod van God – dat is het grote liefdesgebod,

waaruit alle wijzingen, regels en normen voortvloeien:

 

Hoor Israël, de Heer jullie God, de Heer is de Enige.

En je zult de Heer je God beminnen met heel je hart,

met heel je ziel en met heel je vermogen.

 

Dit grote liefdesgebod vat héél de Schrift samen.

En het begint niet met: je zult beminnen, maar met: Hóór.

Het beminnen vloeit a.h.w. uit het horen naar God als vanzelf voort.

Door werkelijk naar God te horen – die liefde is,

ga je als vanzelf God beminnen, en je naaste en jezelf.

 

En uit dit liefdevolle horen vloeien dan als het goed is,

weer de juiste normen en regels voort

die een menswaardige samenleving mogelijk maken.

Een gemeenschap waarin mens en God samen door het leven gaan

en waardoor zijn koninkrijk gestalte kan krijgen.

 

Wie oren heeft die hore!

 

zegt Jezus tot de Farizeeën en Schriftgeleerden.

Want alleen zo kan de Vader in ons werken,

en kunnen wij de werken van de Vader doen.

 

Maar hoe is het nu met ons gesteld, met mij en met u?

Leven wij wél elke dag in en vanuit het besef

dat God in ons woont en door ons heen wil werken?

 

Is ook ons leven vaak niet geheel gevuld

met zelf en op eigen kracht zo goed mogelijk proberen te leven,

en wel binnen de normen en de regels welke onze samenleving

en onze cultuur aan ons overleveren?

 

Is ook bij ons niet het hart verdwenen van die God die liefde is –

en is zijn plaats ingenomen door de regels van de economie,

de productiviteit en de beheersbaarheid van de samenleving?

Hebben die de macht niet overgenomen in onze cultuur?

 

Wat is het toch moeilijk om te leven in het vertrouwen dat God in ons werkt!

Een Belgische karmeliet omschreef het ooit eens heel kernachtig aldus:

“Het is gemakkelijker om viool te spelen voor God, dan om een viool te zijn in zijn handen.”

Dat wij net als J. het aandurven ons aan te bieden als een prachtig instrument in zijn handen.