Overweging van zondag 14-10-2018 door p. Tom Buitendijk

Van harte welkom in deze viering.
Wat is voor u het belangrijkste in het leven? Waar gaat u voor?
Waar wordt u ten diepste gelukkig van ?
Is gezondheid het allerbelangrijkst? Of is het rijkdom en bezit?
Of is het macht en aanzien?
Als christen zou ik willen zeggen: meebouwen aan het Rijk van God op aarde!
Maar op het moment dat ik het zeg merk ik toch ook dat ik met andere dingen bezig ben.
De vraag naar: waar leef ik voor ?, houd mij lang niet altijd bezig.
Eerlijk gezegd: te weinig. Ik weet natuurlijk niet hoe het met u is. Maar….
De lezingen van vandaag zetten ons wel op dit spoor.
Willen we een ogenblik stil worden en bidden om Gods ontferming.

Overweging
We kennen het verhaal als het verhaal van de rijke jongeman.
We zouden het ook kunnen noemen: het verhaal van een mislukte roeping? Of doen we de jongeman daarmee te kort?
Jezus begon van hem te houden, wilde hem graag opnemen in zijn kring, maar de man bezat vele goederen en kon die laatste stap niet zetten. Jezus hield van de man omdat hij een hele goede vraag stelde:
Wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?

Is het een vraag die wij onszelf ook nog wel stellen?
Wat verstaan wij onder eeuwig leven?
Wij vertalen die vraag al heel gauw naar: hoe kom ik in de hemel?
Maar straks zal Jezus spreken over binnengaan in Gods Koninkrijk.
Is dat hetzelfde als de hemel?
Het Koninkrijk Gods begint nu al en wordt voltooid in de toekomstige wereld. Het eeuwige leven begint hier op aarde, onder ons mensen.
We moeten niet te gauw hemels denken en daarmee de aarde vergeten.

Als wij nu eens naast die man gaan staan en zijn vraag tot de onze maken…. zou Jezus ons dan liefdevol aankijken?
We weten niet waarom die man het eeuwige leven zocht.
Hij was heel rijk, dat wel. Tocht miste hij iets. Wat dan?
Misschien was hij niet echt gelukkig; was het leven hem te oppervlakkig, zonder diepgang. Misschien ook besefte hij dat je met al je geld niet verzekerd bent van waardevolle en liefdevolle relaties. Mensen vonden hem heus wel aardig om zijn geld. Vonden ze hemzelf een aardige en fijne man? Misschien was hij één brok onzekerheid. Ik hèb alles maar bèn ik ook iemand?

Hebben wij een reden om zo’n vraag naar het eeuwige leven te stellen?
De vraag is een vraag naar de kwaliteit van leven.
Leef ik echt zo dat ik het beste in mij naar boven haal
en dat ik voor anderen ten volle en oprecht een medemens bèn?
Durf ik zoals ik nu ben voor God te verschijnen?

Jezus vraagt de jongeman en dus ook aan ons: heb je de geboden onderhouden? Opvallend: Jezus noemt niet het gebod van de liefde en de eerbied voor God. Hij vraagt allen maar of wij de geboden onderhouden die de betrekkingen van mens tot mens regelen.
Hebben wij geen fouten en tekorten in ons omgaan met elkaar?
Heel eerlijk zegt de man: ik heb ze stipt onderhouden. Ik schiet in niets tekort.

Als dat zo is, zegt Jezus, dan moet je vier stappen verder zetten:
je bezit verkopen, weggeven aan de armen, terugkomen en dan mij volgen. Je moet je rijke leven los laten om het waarachtige en eeuwige leven te ontvangen. Nodig is dat je méér doet dan wat verplicht is, afgesproken is, gewoon en vanzelfsprekend is. Je bent géén slecht mens; je kúnt een heel goed mens worden.

De eerste stap – verkoop van bezit – bleek de moeilijkste
zodat er nooit een vierde stap – navolging van Jezus kwam.
Jezus keek de man liefdevol aan. Misschien heeft de man altijd dankbaar en met vreugde op dat moment teruggekeken. Misschien is hij toch wel een ander mens geworden? Wij weten het niet.
Wat we wel weten is dit: het is ook voor ons een onmogelijke opgave om ons bezit prijs te geven en uit te delen.
Wij schrijven heus wel een girootje uit voor Sulawesi of stoppen straks geld in de collecte voor dat zwaar getroffen eiland. Maar alles weggeven kan niet. Wordt dat dan wel aan ons gevraagd? Het was de roeping van deze man! Daarmee hoeft het nog niet onze roeping te zijn!

Wat wordt dan wel van ons gevraagd? In ieder geval dit: onze veiligheid, onze zekerheid en ons geluk niet te zoeken in geld en goed.
Dat gaat allemaal voorbij en heeft niet de kwaliteit van ons leven te verdiepen. Wat wèl kwaliteit heeft om ons leven een vleugje eeuwigheid mee te geven, zijn onze relaties met medemensen.
Hoe gaan wij met mensen om die mensen zijn zoals ik mens ben?

Actueel: In Sulawesi zijn duizenden doden. Het zijn de levenden die nu eten nodig hebben en een dak boven het hoofd. Als wij in die ellende zaten, zouden we geholpen willen worden! Helpen wij hen zoals wij geholpen zouden willen worden? Niemand kan een ander verplichten te geven. Maar als jij daar zat ….
Actueel: we hebben bootvluchtelingen niet uitgenodigd hierheen te komen. Moeten wij dan ineens gastvrije mensen zijn en helpen? Het hoeft niet, maar daarom kan het nog wel van je zelf moeten.
Actueel: de thuiszorg doet zijn stinkende best op tijd te komen. Maar als ik nou een beetje handig ben, kan ik ook wel de buurvrouw helpen haar kousen aan te trekken. Ik begin er niet aan want dan moet ik altijd. De thuiszorg wordt betaald en ik niet. Of help ik haar toch maar.
Actueel: we hebben een mooie parochie die gedragen wordt door vrijwilligers. Mezelf te binden om bijv. op zondagen koster te zijn, dat doe ik niet. Ik betaal liever iets meer kerkbijdrage. Geeft geld léven aan een gemeenschap? Dat doen toch mensen!

Dit soort keuzes hebben te maken met: de ander belangrijker vinden dan mij zelf. Met mijzelf prijsgeven om de ander ter wille te zijn. Met meer doen dan strikt nodig is. Met mezelf geven in toewijding en aandacht aan de mens die mij aankijkt.

Hoe kan ik het eeuwige leven verwerven is een vraag naar de kwaliteit van ons leven met elkaar? Zouden we de manier van leven zoals ik nu leef al Koninkrijk van God durven noemen? Een spel van menselijke betrekkingen waarin we elkaar opbouwen tot een gemeenschap waarin recht gedaan wordt aan iedere mens en iedere mens in vrede kan leven?
Als wij die vraag naar de kwaliteit van leven van binnenuit stellen kijkt Jezus ook ons liefdevol aan. En in die blik lezen wij dan helder en klaar onze roeping: “doe dit als je mij wilt volgen”.
Waartoe roept Hij ons ? Denken we daar in stilte over na.

Advertenties

Overweging van zondag 31-10-2018 door pastor Leon Teubner

Presentatieviering vormelingen

 

Het thema van de viering vandaag is:

Wij horen erbij!

Door het Vormsel te willen ontvangen,

zeggen jullie: Wij willen erbij horen.

 

Erbij horen!

Dat is precies waar het bij de leerlingen van Jezus

vandaag ook over gaat.

 

Zij zien anderen hetzelfde doen als zij

– iemand genezen in Jezus’ naam.

Maar die anderen zijn onbekenden voor de leerlingen.

Daarom verhinderen zij hen om ook mensen te helpen,

want ze horen er volgens de leerlingen niet bij.

 

En als ze weer bij Jezus teruggekomen zijn,

vertellen ze hem triomfantelijk wat ze hebben gedaan.

Maar Jezus is niet blij,

want zijn leerlingen hebben niet in de gaten

dat zij iets afschuwelijks hebben gedaan.

 

Zij hebben andere mensen buitengesloten.

Zij hebben hen a.h.w. weggesneden uit hun midden.

Die andere mensen die ook goed doen,

maar die zich niet bij de leerlingen aansluiten en hen niet volgen,

die horen er volgens de leerlingen niet bij.

 

Die moet je wegsturen. Weg ermee!

En dat vindt Jezus afschuwelijk.

Daarom houdt Hij hen een spiegel voor

die net zo afschuwelijk is als wat zij hebben gedaan.

Hij zegt tegen zijn leerlingen:

 

als jouw hand jou niet volgt en doet wat jij wil,

hak die dan ook maar af.

En als jouw voet jou niet volgt en doet wat jij wil,

hak die dan ook maar af.

En als jouw oog jou niet volgt en doet wat jij wil,

werp die dan ook maar weg.

Wat je een ander aandoet,

dat zul je ook jezelf aandoen.

 

Eigenlijk zegt Jezus met zoveel woorden

waar het in de hele Bijbel over gaat:

Wat jij niet wilt dat jou geschiedt,

doet dat ook een ander niet.

Dat is de hele Bijbel in één zin:

Wat jij niet wilt dat jou geschiedt,

doet dat ook een ander niet.

 

Zo opent Hij zijn leerlingen de ogen.

Zij begrijpen nu:

Je zult niet een ander wegsnijden uit je midden,

net zomin als je je hand, voet of oog

zult wegsnijden van je lichaam.

 

Ze hebben het nu begrepen.

Iedereen hoort erbij, zoals ook jullie vormelingen erbij horen.

En ook alle mensen die jullie in je leven tegen zult komen

– ook die horen erbij.

 

Want ook zij worden door God geschapen en aan jullie gegeven.

En wat God op elkaar betrekt, dat zal een mens niet scheiden.

 

Jezus is eigenlijk heel laagdrempelig

als het gaat over wie erbij horen:

Wie niet tegen ons is, is voor ons.’

 

Ook niet-gedoopten, ook anders-gelovigen,

ja zelfs al iemand die jou een bekertje water geeft.

Laten we dus net als Jezus proberen te kijken met de ogen van God:

naar onszelf, naar de ander en naar al wat Hij ons geeft,

en met God zeggen: Zie, het is zeer goed!

 

Die woorden hebben jullie de afgelopen week

gelezen in het Scheppingsverhaal.

En van dat verhaal hebben jullie een prachtig schilderij gemaakt.

En daaruit blijkt dat jullie dat woord van God hebben begrepen.