Alle berichten door titusbrandsmaparochieoss

Overweging van zondag 14-10-2018 door p. Tom Buitendijk

Van harte welkom in deze viering.
Wat is voor u het belangrijkste in het leven? Waar gaat u voor?
Waar wordt u ten diepste gelukkig van ?
Is gezondheid het allerbelangrijkst? Of is het rijkdom en bezit?
Of is het macht en aanzien?
Als christen zou ik willen zeggen: meebouwen aan het Rijk van God op aarde!
Maar op het moment dat ik het zeg merk ik toch ook dat ik met andere dingen bezig ben.
De vraag naar: waar leef ik voor ?, houd mij lang niet altijd bezig.
Eerlijk gezegd: te weinig. Ik weet natuurlijk niet hoe het met u is. Maar….
De lezingen van vandaag zetten ons wel op dit spoor.
Willen we een ogenblik stil worden en bidden om Gods ontferming.

Overweging
We kennen het verhaal als het verhaal van de rijke jongeman.
We zouden het ook kunnen noemen: het verhaal van een mislukte roeping? Of doen we de jongeman daarmee te kort?
Jezus begon van hem te houden, wilde hem graag opnemen in zijn kring, maar de man bezat vele goederen en kon die laatste stap niet zetten. Jezus hield van de man omdat hij een hele goede vraag stelde:
Wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?

Is het een vraag die wij onszelf ook nog wel stellen?
Wat verstaan wij onder eeuwig leven?
Wij vertalen die vraag al heel gauw naar: hoe kom ik in de hemel?
Maar straks zal Jezus spreken over binnengaan in Gods Koninkrijk.
Is dat hetzelfde als de hemel?
Het Koninkrijk Gods begint nu al en wordt voltooid in de toekomstige wereld. Het eeuwige leven begint hier op aarde, onder ons mensen.
We moeten niet te gauw hemels denken en daarmee de aarde vergeten.

Als wij nu eens naast die man gaan staan en zijn vraag tot de onze maken…. zou Jezus ons dan liefdevol aankijken?
We weten niet waarom die man het eeuwige leven zocht.
Hij was heel rijk, dat wel. Tocht miste hij iets. Wat dan?
Misschien was hij niet echt gelukkig; was het leven hem te oppervlakkig, zonder diepgang. Misschien ook besefte hij dat je met al je geld niet verzekerd bent van waardevolle en liefdevolle relaties. Mensen vonden hem heus wel aardig om zijn geld. Vonden ze hemzelf een aardige en fijne man? Misschien was hij één brok onzekerheid. Ik hèb alles maar bèn ik ook iemand?

Hebben wij een reden om zo’n vraag naar het eeuwige leven te stellen?
De vraag is een vraag naar de kwaliteit van leven.
Leef ik echt zo dat ik het beste in mij naar boven haal
en dat ik voor anderen ten volle en oprecht een medemens bèn?
Durf ik zoals ik nu ben voor God te verschijnen?

Jezus vraagt de jongeman en dus ook aan ons: heb je de geboden onderhouden? Opvallend: Jezus noemt niet het gebod van de liefde en de eerbied voor God. Hij vraagt allen maar of wij de geboden onderhouden die de betrekkingen van mens tot mens regelen.
Hebben wij geen fouten en tekorten in ons omgaan met elkaar?
Heel eerlijk zegt de man: ik heb ze stipt onderhouden. Ik schiet in niets tekort.

Als dat zo is, zegt Jezus, dan moet je vier stappen verder zetten:
je bezit verkopen, weggeven aan de armen, terugkomen en dan mij volgen. Je moet je rijke leven los laten om het waarachtige en eeuwige leven te ontvangen. Nodig is dat je méér doet dan wat verplicht is, afgesproken is, gewoon en vanzelfsprekend is. Je bent géén slecht mens; je kúnt een heel goed mens worden.

De eerste stap – verkoop van bezit – bleek de moeilijkste
zodat er nooit een vierde stap – navolging van Jezus kwam.
Jezus keek de man liefdevol aan. Misschien heeft de man altijd dankbaar en met vreugde op dat moment teruggekeken. Misschien is hij toch wel een ander mens geworden? Wij weten het niet.
Wat we wel weten is dit: het is ook voor ons een onmogelijke opgave om ons bezit prijs te geven en uit te delen.
Wij schrijven heus wel een girootje uit voor Sulawesi of stoppen straks geld in de collecte voor dat zwaar getroffen eiland. Maar alles weggeven kan niet. Wordt dat dan wel aan ons gevraagd? Het was de roeping van deze man! Daarmee hoeft het nog niet onze roeping te zijn!

Wat wordt dan wel van ons gevraagd? In ieder geval dit: onze veiligheid, onze zekerheid en ons geluk niet te zoeken in geld en goed.
Dat gaat allemaal voorbij en heeft niet de kwaliteit van ons leven te verdiepen. Wat wèl kwaliteit heeft om ons leven een vleugje eeuwigheid mee te geven, zijn onze relaties met medemensen.
Hoe gaan wij met mensen om die mensen zijn zoals ik mens ben?

Actueel: In Sulawesi zijn duizenden doden. Het zijn de levenden die nu eten nodig hebben en een dak boven het hoofd. Als wij in die ellende zaten, zouden we geholpen willen worden! Helpen wij hen zoals wij geholpen zouden willen worden? Niemand kan een ander verplichten te geven. Maar als jij daar zat ….
Actueel: we hebben bootvluchtelingen niet uitgenodigd hierheen te komen. Moeten wij dan ineens gastvrije mensen zijn en helpen? Het hoeft niet, maar daarom kan het nog wel van je zelf moeten.
Actueel: de thuiszorg doet zijn stinkende best op tijd te komen. Maar als ik nou een beetje handig ben, kan ik ook wel de buurvrouw helpen haar kousen aan te trekken. Ik begin er niet aan want dan moet ik altijd. De thuiszorg wordt betaald en ik niet. Of help ik haar toch maar.
Actueel: we hebben een mooie parochie die gedragen wordt door vrijwilligers. Mezelf te binden om bijv. op zondagen koster te zijn, dat doe ik niet. Ik betaal liever iets meer kerkbijdrage. Geeft geld léven aan een gemeenschap? Dat doen toch mensen!

Dit soort keuzes hebben te maken met: de ander belangrijker vinden dan mij zelf. Met mijzelf prijsgeven om de ander ter wille te zijn. Met meer doen dan strikt nodig is. Met mezelf geven in toewijding en aandacht aan de mens die mij aankijkt.

Hoe kan ik het eeuwige leven verwerven is een vraag naar de kwaliteit van ons leven met elkaar? Zouden we de manier van leven zoals ik nu leef al Koninkrijk van God durven noemen? Een spel van menselijke betrekkingen waarin we elkaar opbouwen tot een gemeenschap waarin recht gedaan wordt aan iedere mens en iedere mens in vrede kan leven?
Als wij die vraag naar de kwaliteit van leven van binnenuit stellen kijkt Jezus ook ons liefdevol aan. En in die blik lezen wij dan helder en klaar onze roeping: “doe dit als je mij wilt volgen”.
Waartoe roept Hij ons ? Denken we daar in stilte over na.

Advertenties

Overweging van zondag 31-10-2018 door pastor Leon Teubner

Presentatieviering vormelingen

 

Het thema van de viering vandaag is:

Wij horen erbij!

Door het Vormsel te willen ontvangen,

zeggen jullie: Wij willen erbij horen.

 

Erbij horen!

Dat is precies waar het bij de leerlingen van Jezus

vandaag ook over gaat.

 

Zij zien anderen hetzelfde doen als zij

– iemand genezen in Jezus’ naam.

Maar die anderen zijn onbekenden voor de leerlingen.

Daarom verhinderen zij hen om ook mensen te helpen,

want ze horen er volgens de leerlingen niet bij.

 

En als ze weer bij Jezus teruggekomen zijn,

vertellen ze hem triomfantelijk wat ze hebben gedaan.

Maar Jezus is niet blij,

want zijn leerlingen hebben niet in de gaten

dat zij iets afschuwelijks hebben gedaan.

 

Zij hebben andere mensen buitengesloten.

Zij hebben hen a.h.w. weggesneden uit hun midden.

Die andere mensen die ook goed doen,

maar die zich niet bij de leerlingen aansluiten en hen niet volgen,

die horen er volgens de leerlingen niet bij.

 

Die moet je wegsturen. Weg ermee!

En dat vindt Jezus afschuwelijk.

Daarom houdt Hij hen een spiegel voor

die net zo afschuwelijk is als wat zij hebben gedaan.

Hij zegt tegen zijn leerlingen:

 

als jouw hand jou niet volgt en doet wat jij wil,

hak die dan ook maar af.

En als jouw voet jou niet volgt en doet wat jij wil,

hak die dan ook maar af.

En als jouw oog jou niet volgt en doet wat jij wil,

werp die dan ook maar weg.

Wat je een ander aandoet,

dat zul je ook jezelf aandoen.

 

Eigenlijk zegt Jezus met zoveel woorden

waar het in de hele Bijbel over gaat:

Wat jij niet wilt dat jou geschiedt,

doet dat ook een ander niet.

Dat is de hele Bijbel in één zin:

Wat jij niet wilt dat jou geschiedt,

doet dat ook een ander niet.

 

Zo opent Hij zijn leerlingen de ogen.

Zij begrijpen nu:

Je zult niet een ander wegsnijden uit je midden,

net zomin als je je hand, voet of oog

zult wegsnijden van je lichaam.

 

Ze hebben het nu begrepen.

Iedereen hoort erbij, zoals ook jullie vormelingen erbij horen.

En ook alle mensen die jullie in je leven tegen zult komen

– ook die horen erbij.

 

Want ook zij worden door God geschapen en aan jullie gegeven.

En wat God op elkaar betrekt, dat zal een mens niet scheiden.

 

Jezus is eigenlijk heel laagdrempelig

als het gaat over wie erbij horen:

Wie niet tegen ons is, is voor ons.’

 

Ook niet-gedoopten, ook anders-gelovigen,

ja zelfs al iemand die jou een bekertje water geeft.

Laten we dus net als Jezus proberen te kijken met de ogen van God:

naar onszelf, naar de ander en naar al wat Hij ons geeft,

en met God zeggen: Zie, het is zeer goed!

 

Die woorden hebben jullie de afgelopen week

gelezen in het Scheppingsverhaal.

En van dat verhaal hebben jullie een prachtig schilderij gemaakt.

En daaruit blijkt dat jullie dat woord van God hebben begrepen.

 

 

Brief van Mgr de Korte

TROUW BLIJVEN IN MOEILIJKE TIJDEN

 

 

September 2018

 

Broeders en zusters,

 

De afgelopen weken is onze Kerk helaas vaak negatief in het nieuws geweest.

 

Er was het nieuws over seksueel misbruik van minderjarigen in de Verenigde Staten.

 

En op het hoogste niveau van onze Kerk wordt onze goede paus ervan beschuldigd niet adequaat te hebben gereageerd op signalen van misbruik.

 

Alles bijeen veroorzaakt het recente nieuws bij velen pijn en verdriet.

 

Meerdere slachtoffers van seksueel misbruik die ik in het verleden heb gesproken, hebben met mij contact opgenomen en verteld dat hun pijn door het nieuws opnieuw wordt opgerakeld.

 

Niet weinig gelovigen in de parochie voelen verdriet om zoveel negatieve berichten.

 

Religieuzen, priesters en bisschoppen zijn in het recente verleden ontrouw geweest aan hun roeping. Ze hebben misdrijven gepleegd en levens van mensen ernstig beschadigd.

 

Door hun gedrag hebben zij mensen niet bij God gebracht maar in veel gevallen het geloof in het hart van mensen op de proef gesteld of zelfs gedoofd.

 

Dat vormt een reden tot diepe schaamte.

 

In Nederland kwam in 2010 het misbruik van minderjarigen aan het licht.

 

De Nederlandse bisschoppen zijn vanaf dat moment intensief bezig om recht te doen aan de slachtoffers van het misbruik.

 

Zij hebben zich tot het uiterste ingespannen, en zullen dat blijven doen, om de Kerk te zuiveren en te vernieuwen.

 

Alle aanbevelingen van de commissie Deetman, die onderzoek deed naar het seksueel misbruik van minderjarigen binnen onze Kerk, zijn opgevolgd.

 

Een groot aantal maatregelen is genomen om slachtoffers erkenning te geven en tegelijk om te voorkomen dat nieuwe slachtoffers worden gemaakt.

 

Natuurlijk is blijvende alertheid geboden, maar ik heb de vaste overtuiging dat onze Kerk in Nederland een veiliger plek is dan in het verleden, met name ook voor kinderen en jongeren.

 

In deze dagen van crisis wordt onze verbondenheid met de Kerk op de proef gesteld.

 

Mag ik u vragen om juist nu het lastig is, trouw te blijven?

 

Nu wij voor de Kerk een uitermate moeilijke tijd beleven, kan niemand worden gemist.

 

Binnen de geloofsgemeenschappen van onze parochies vinden ontzettend veel goede dingen plaats.

 

Zaken die ons moed en hoop kunnen geven.

 

Ik denk aan het samen vieren van Gods liefde zoals zichtbaar geworden in Jezus Christus.

 

Ik noem ook allerlei activiteiten op het terrein van geloofscommunicatie en catechese.

 

Niet in de laatste plaats wijs ik graag op allerlei vormen van diaconie en ander dienstbetoon, binnen en buiten de parochies.

 

Ik denk dan niet alleen aan de zorg voor ouderen en eenzamen maar ook de inzet voor vrede, gerechtigheid en het behoud van Gods schepping.

 

De Kerk van ons land en heel bijzonder van ons eigen bisdom van ’s-Hertogenbosch heeft alleen toekomst als velen het geloof van hun doopsel serieus nemen.

 

Laten wij in deze duistere dagen dicht bij Christus en zijn Evangelie blijven, ook door allen die het moeilijk hebben, nabij te zijn.

 

Wij hebben in deze tijd behoefte aan katholieken die, ondanks alles, hun geloof blijmoedig beleven.

 

Dank voor alle gelovigen, priesters, diakens, pastoraal werkers en alle andere gedoopten, die in trouwe volharding aan hun geloof gestalte geven.

 

Laten wij, onder de inspiratie van de Heilige Geest, onze vriendschap met Christus zichtbaar maken in de wereld van vandaag.

 

 

Mgr. dr. Gerard de Korte

 

 

Overweging van zondag 2 sept 2018 door pastor Leon Teubner

Waarom gedragen uw leerlingen zich niet

volgens de overlevering van de voorvaderen?

 

Met deze vraag roepen enkele Farizeeën en Schriftgeleerden

Jezus als leraar en als één van hen, ter verantwoording.

Want zijn leerlingen houden zich niet aan hun overlevering,

en Jezus onderricht zijn leerlingen dus niet goed in hun ogen.

 

Blijkbaar hecht Hij niet zoveel waarde aan de overlevering.

De Farizeeën en Schriftgeleerden echter wel.

Zoveel zelfs, dat ze Jezus opzoeken

en Hem daarmee indringend confronteren.

 

Waarom gedragen uw leerlingen zich niet

volgens de overlevering van de voorvaderen,

maar eten zij met onreine handen?

 

Bij ‘wat overgeleverd wordt’ kunnen we denken

aan regels en normen, aan de heersende mores.

Zoals hier: je zult je handen wassen voor het eten.

 

Van generatie op generatie worden normen en regels overgeleverd,

maar door de tijd heen zijn zij wel aan verandering onderhevig.

En zij verschillen ook van cultuur tot cultuur.

 

Vroeger mocht een leraar een leerling een klap geven,

nu niet meer.

Maar in veel andere culturen is dat nog heel gewoon.

Vroeger was overal roken heel gewoon,

nu vinden we dat roken alleen nog maar kan op speciale plekken.

 

Wat de voorvaderen overleveren aan normen en regels,

moet door elke nieuwe generatie opnieuw heengaan,

en wordt aangepast aan de inzichten en noden van de nieuwe tijd.

 

Maar het gaat hier wat Jezus betreft niet om normen en regels

waar hij anders tegenaan zou kijken, of die zou willen veranderen.

Het gaat Hem erom welke waarde deze hebben of moeten hebben,

in het licht van het alledaagse leven van mensen met God.

 

Zijn reactie op de vraagstellers is onverwacht scherp:

 

Huichelaars!

 

Jullie laten het gebod van God varen

en houden vast aan de overlevering van mensen.

Mensenwet is wat jullie leren.

Dit twistgesprek is een gesprek onder leraren.

Jezus is een rabbi die leerlingen onderricht,

en zo doen ook de Farizeeën en Schriftgeleerden.

En het gaat daarbij om het onderricht in de relatie met God.

 

Wat hier in onze cultuur allang gescheiden is,

de opvoeding thuis en op school,

én het geloofsonderricht over de relatie met God,

dat is in Jezus’ tijd nog één en hetzelfde.

 

Alle spreken en zwijgen, denken en doen van de mens

werd toen beoordeeld binnen de relatie van die mens met God.

Elke gelovige mens leefde in het besef te staan voor Gods gelaat,

en moest van daaruit ook zuiver leven, en God welgevallig zijn.

 

In die zin is de vraag van de Farizeeën en Schriftgeleerden:

niet vreemd en zeker gelegitimeerd t.a.v. deze collega rabbi.

Opvallend scherp is wel Jezus’ reactie op hun vraag:

 

Huichelaars!

Jullie laten het gebod van God varen

en houden vast aan de overlevering van mensen.

 

Die scherpte is er om de vraagstellers flink wakker te schudden.

Om hen te laten zien wat er feitelijk in hun dagelijks leven gebeurt.

In Jezus’ ogen staat hun relatie met God op het spel.

 

Met al hun aandacht voor de overlevering van de voorvaderen,

is ongemerkt hun aandacht verschoven van het gebod van God,

naar de door mensen gemaakte normen en regels.

 

Mensenwet is wat jullie leren.

 

Dat is wat Jezus hen hier voorhoudt.

Het hart van de overlevering –

d.i.: de relatie met God in het dagelijks leven,

is in zijn ogen daaruit verdwenen.

 

De mensen leven wel in relatie met hun naasten,

maar die relaties worden vooral bepaald

door de normen en regels van de cultuur,

door de wetten van mensen, i.p.v. de wijzing van God.

 

Jullie laten het gebod van God varen

en houden vast aan de overlevering van mensen.

 

Opvallend is, dat er niet staat: de geboden van God – maar hét gebod.

Jezus spreekt hier niet voor dovemansoren.

Hét gebod van God – dat is het grote liefdesgebod,

waaruit alle wijzingen, regels en normen voortvloeien:

 

Hoor Israël, de Heer jullie God, de Heer is de Enige.

En je zult de Heer je God beminnen met heel je hart,

met heel je ziel en met heel je vermogen.

 

Dit grote liefdesgebod vat héél de Schrift samen.

En het begint niet met: je zult beminnen, maar met: Hóór.

Het beminnen vloeit a.h.w. uit het horen naar God als vanzelf voort.

Door werkelijk naar God te horen – die liefde is,

ga je als vanzelf God beminnen, en je naaste en jezelf.

 

En uit dit liefdevolle horen vloeien dan als het goed is,

weer de juiste normen en regels voort

die een menswaardige samenleving mogelijk maken.

Een gemeenschap waarin mens en God samen door het leven gaan

en waardoor zijn koninkrijk gestalte kan krijgen.

 

Wie oren heeft die hore!

 

zegt Jezus tot de Farizeeën en Schriftgeleerden.

Want alleen zo kan de Vader in ons werken,

en kunnen wij de werken van de Vader doen.

 

Maar hoe is het nu met ons gesteld, met mij en met u?

Leven wij wél elke dag in en vanuit het besef

dat God in ons woont en door ons heen wil werken?

 

Is ook ons leven vaak niet geheel gevuld

met zelf en op eigen kracht zo goed mogelijk proberen te leven,

en wel binnen de normen en de regels welke onze samenleving

en onze cultuur aan ons overleveren?

 

Is ook bij ons niet het hart verdwenen van die God die liefde is –

en is zijn plaats ingenomen door de regels van de economie,

de productiviteit en de beheersbaarheid van de samenleving?

Hebben die de macht niet overgenomen in onze cultuur?

 

Wat is het toch moeilijk om te leven in het vertrouwen dat God in ons werkt!

Een Belgische karmeliet omschreef het ooit eens heel kernachtig aldus:

“Het is gemakkelijker om viool te spelen voor God, dan om een viool te zijn in zijn handen.”

Dat wij net als J. het aandurven ons aan te bieden als een prachtig instrument in zijn handen.

Brief over sexueel misbruik door Paus Franciscus

Brief van paus Franciscus over seksueel misbruik

 

 

Na het verbijsterende rapport over seksueel misbruik door priesters in Pennsylvania, schrijft paus Franciscus een brief ‘aan het volk van God’.

 

 

Wanneer een lid lijdt, delen alle ledematen in het lijden. (1 Korintiërs 12, 26) Deze woorden van Sint-Paulus weerklinken krachtig in mijn hart als ik nogmaals het lijden vaststel dat vele minderjarigen ondergaan door seksueel misbruik, machtsmisbruik en misbruik van geweten door een groot aantal geestelijken en godgewijde personen. Misdaden die diepe wonden van pijn en machteloosheid veroorzaken, voornamelijk onder de slachtoffers, maar ook bij hun familieleden en in de grotere gemeenschap van zowel gelovigen als niet-gelovigen.

Als we naar het verleden kijken, weten we dat we nooit genoeg kunnen doen wanneer we om vergeving vragen en de schade proberen te herstellen. En als we naar de toekomst kijken, moet geen moeite worden gespaard om een ​​cultuur te creëren waarin dergelijke situaties niet meer kunnen voorkomen, laat staan dat ze kunnen worden afgedekt en daardoor bestendigd. De pijn van de slachtoffers en hun families is ook onze pijn. Daarom moeten we dringend nog eens ons engagement bevestigen om de bescherming van minderjarigen en kwetsbare volwassenen te verzekeren.

  1. Wanneer een lid lijdt …

In de afgelopen dagen werd een rapport openbaar gemaakt waarin de ervaringen van minstens duizend overlevenden werden beschreven, allemaal slachtoffers van seksueel misbruik, machts- en gewetensmisbruik door priesters in een periode van ongeveer 70 jaar. Hoewel we kunnen zeggen dat de meeste van deze gevallen tot het verleden behoren, hebben we toch de pijn van veel van de slachtoffers leren kennen.  We beseffen dat deze wonden nooit verdwijnen en dat ze ons dwingen deze gruweldaden te veroordelen en met vereende krachten deze cultuur van de dood te ontwortelen. Deze wonden verdwijnen nooit.

De hartverscheurende pijn van deze slachtoffers, die het uitschreeuwen tot in de hemel, werd lang genegeerd, stil gehouden of het zwijgen opgelegd. Maar de schreeuw was krachtiger dan alle maatregelen die haar tot zwijgen wilden brengen en dan beslissingen die een oplossing moesten bieden, maar het in feite nog erger maakten door in medeplichtigheid te vallen. De Heer hoorde die roep en liet ons opnieuw zien aan welke kant Hij staat. Maria’s lied is geen vergissing en blijft door de eeuwen heen zacht echoën. Want de Heer herinnert zich de belofte aan onze voorouders: Hij toont de kracht van zijn arm; slaat trotsen van hart uiteen. Heersers ontneemt Hij hun troon, maar verheft de geringen. Die hongeren overlaadt Hij met gaven, en rijken zendt Hij heen met lege handen. (Lucas 1, 51-53)

 

 

 

 

Beschaamd beseffen we dat onze levenswijze onze woorden heeft ontkend en blijft ontkennen. Met schaamte en berouw erkennen we als een kerkelijke gemeenschap dat we niet waren waar we moesten zijn, dat we niet tijdig hebben gehandeld en ons bewust waren van de omvang en de ernst van de schade die aan zoveel levens werd toegebracht. We toonden geen zorg voor de kleinen; we lieten ze in de steek.

Ik maak me de woorden van toenmalig kardinaal Ratzinger eigen wanneer hij zich tijdens de kruisweg voor Goede Vrijdag in 2005 identificeerde met de kreet van pijn van zoveel slachtoffers en riep: Hoeveel vuiligheid is er in de Kerk, en zelfs onder hen die als priesters volledig aan [Christus] zouden moeten toebehoren! Hoeveel trots, hoeveel zelfvoldaanheid! Het verraad van Christus door zijn leerlingen, hun onwaardige ontvangst van zijn lichaam en bloed, is stellig het grootste leed dat de Verlosser te verduren heeft; het doorboort zijn hart. We kunnen enkel tot Hem roepen vanuit de diepte van ons hart: Kyrie eleison – Heer, red ons! (Matteüs 8, 25) (negende statie).

  1. … delen alle ledematen in het lijden

De omvang en de ernst van alles wat er is gebeurd, vereist een alomvattende en gecoördineerde aanpak. Hoewel het belangrijk en noodzakelijk is voor elke weg tot bekering om de volle waarheid te erkennen, dit is op zich niet genoeg.

Vandaag worden we als Volk van God uitgedaagd om de pijn van onze broeders en zusters die fysiek en mentaal verwond werden, op ons te nemen.

Waar we in het verleden reageerden met verwaarlozing, moet solidariteit voortaan in de diepste en meest uitdagende zin onze handelwijze zijn in heden en toekomst. En dit in een omgeving waar conflicten, spanningen en alle slachtoffers van elk type misbruik een uitgestoken hand kunnen vinden om hen te beschermen en hen te redden van hun pijn (vergelijk Evangelii Gaudium 228).

Een dergelijke solidariteit vereist dat we op onze beurt alles veroordelen wat de integriteit van een persoon in gevaar brengt. Een solidariteit die ons oproept om alle vormen van corruptie te bestrijden, vooral spirituele corruptie. Dit laatste is een comfortabele en zelfvoldane vorm van blindheid. Alles lijkt dan aanvaardbaar: bedrog, laster, egoïsme en andere subtiele vormen van egocentrisme, want ‘de satan zelf vermomt zich als een engel van het licht’ (2 Korintiërs 11, 14) (Gaudete et Exsultate, 165). De aansporing van Sint-Paulus om te lijden onder hen die lijden, is het beste tegengif tegen al onze pogingen om de woorden van Kaïn te herhalen: Ben ik de hoeder van mijn broer? (Genesis 4,9).

Ik ben me bewust van de moeite en het werk dat in verschillende delen van de wereld wordt gedaan om de nodige manieren te vinden om de veiligheid en bescherming van de integriteit van kinderen en kwetsbare volwassenen te garanderen, en ook van het implementeren van nultolerantie en manieren om mensen die overtredingen begaan of misdaden toedekken, voor hun verantwoordelijkheid te plaatsen.

We hebben getalmd om acties en sancties toe te passen die zo noodzakelijk zijn, maar ik ben er zeker van dat ze zullen helpen om een ​​grotere zorgcultuur te garanderen vanaf nu.

 

 

Hand in hand met die inspanningen moeten alle gedoopten zich betrokken voelen bij de kerkelijke en sociale verandering die we zo hard nodig hebben. Deze verandering vraagt ​​om een ​​persoonlijke en gemeenschappelijke bekering die ons de zaken doet zien zoals de Heer ze ziet. Paus Joannes Paulus II zei vaak: Als we echt opnieuw beginnen vanuit de beschouwing van Christus, dan leren we Hem te zien in de gezichten van de mensen met wie Hij wilde geïdentificeerd worden. (Novo Millennio ineunte, 49).

Om de realiteit te zien zoals de Heer doet, om te zijn waar de Heer wil dat we zijn, om een ​​bekering van hart in zijn aanwezigheid te ervaren. Om dit te doen, zullen gebed en boetedoening helpen. Ik nodig het hele trouwe gelovige volk van God uit voor een boetedoening van gebed en vasten, volgens het bevel van de Heer. Dit kan ons geweten wakker schudden en onze solidariteit en toewijding aanwakkeren tot een cultuur van zorg die nooit meer zegt tegen elke vorm van misbruik.

Er bestaat geen bekering van de Kerk zonder de actieve deelname van alle leden van Gods Volk.

Sterker nog, telkens wanneer we probeerden om het Volk van God te vervangen, dood te zwijgen, te negeren of te verengen tot kleine elites, creëerden we gemeenschappen, projecten, theologische benaderingen, spiritualiteiten en structuren zonder wortels, zonder geheugen, zonder gezichten, zonder lichamen en uiteindelijk zonder leven.

Het wordt duidelijk in een bepaalde opvatting van het gezag van de Kerk, die voorkomt in veel gemeenschappen waar seksueel misbruik en machts- en gewetensmisbruik plaatsvonden. Denk aan klerikalisme, een benadering die niet alleen de persoonlijkheid van christenen vernietigt, maar ook afdoet aan de genade van het doopsel, dat de Heilige Geest in het hart van ons volk uitstortte.                                                                           Of klerikalisme nu door priesters of door leken tot stand komt, het leidt tot een snee in het kerkelijke lichaam die veel van het kwaad dat we vandaag veroordelen, bevordert en in stand houdt. Nee zeggen tegen misbruik, is ook nadrukkelijk nee zeggen tegen alle vormen van klerikalisme.

Het is altijd goed te onthouden dat in de heilsgeschiedenis de Heer één volk heeft gered. Je identiteit is niet volledig als je niet tot een volk behoort. Daarom is niemand alleen gered, als een geïsoleerd individu. Integendeel, God trekt ons naar zich toe, rekening houdend met het complexe weefsel van interpersoonlijke relaties in de menselijke gemeenschap. God wilde het leven en de geschiedenis van een volk binnengaan. (Gaudete et Exsultate, 6).

Daarom kunnen we op dit kwaad, dat zoveel levens verduisterde, alleen maar samen antwoorden door het te beleven als een taak die ons allemaal aangaat, als het Volk van God. Dit besef deel uit te maken van een volk en een gedeelde geschiedenis zal ons in staat stellen om onze zonden en fouten uit het verleden te erkennen met een berouwvolle openheid die toelaat om van binnenuit vernieuwd te worden.

Zonder de actieve deelname van alle leden van de Kerk zijn alle inspanningen om de cultuur van misbruik in onze gemeenschappen te ontwortelen en de noodzakelijke dynamiek voor degelijke en realistische verandering teweeg te brengen, tevergeefs.

De boetvaardige dimensie van vasten en gebed zal ons als Gods volk helpen om voor de Heer te komen staan, en voor onze gewonde broeders en zusters, als zondaars die om vergeving smeken en om de genade van schaamte en bekering. Zo zullen we op ideeën komen voor acties en maatregelen afgestemd op het evangelie.

Want: Telkens als we de moeite doen om terug te keren naar de bron en de originele frisheid van het Evangelie herontdekken, ontstaan nieuwe wegen, openen zich nieuwe mogelijkheden van creativiteit, met verschillende vormen van expressie, welsprekender tekenen en woorden met een nieuwe betekenis voor de wereld van vandaag. (Evangelii Gaudium , 11).

Het is essentieel dat wij, als Kerk, in staat zijn om met verdriet en schaamte de wreedheden te erkennen en te veroordelen, begaan door godgewijde personen, geestelijken, en mensen belast met de missie om te zorgen voor de meest kwetsbaren. Laten we vergeving vragen voor onze eigen zonden en de zonden van anderen. Een besef van zonde helpt ons om de fouten, misdaden en wonden uit het verleden te erkennen en maakt ons in het heden meer open en toegewijd op weg naar hernieuwde bekering.

Zo ook zullen boetedoening en gebed ons helpen om onze ogen en ons hart voor het lijden van andere mensen te openen en om de dorst te weerstaan naar macht en bezit, zo vaak de oorzaak van deze vormen van kwaad. Mogen vasten en bidden onze oren openen voor de verzwegen pijn van kinderen, jongeren en gehandicapten. Een vasten dat ons hongerig en dorstig naar gerechtigheid kan maken en ons ertoe aanzet in de waarheid te staan en alle gerechtelijke maatregelen te ondersteunen die nodig zijn. Een vasten dat ons wakker schudt en ons toegewijd maakt aan de waarheid en de naastenliefde met alle mannen en vrouwen van goede wil, en de samenleving in het algemeen op de strijd tegen alle vormen van machtsmisbruik, seksueel misbruik en het misbruik van het geweten.

Op deze manier kunnen we duidelijk onze roeping laten zien als een teken en instrument van communie met God en van de eenheid van het hele menselijke ras. (Lumen Gentium, 1)

Als één lid lijdt, delen alle ledematen in het lijden, zei Sint-Paulus. Door een houding van gebed en boetedoening, stemmen we ons als individu en als gemeenschap af op deze oproep, zodat we groeien in de gave van mededogen, in rechtvaardigheid, preventie en herstel.

Maria koos ervoor om aan de voet van het kruis van haar Zoon te staan. Zonder aarzeling stond ze vastberaden naast Jezus. Zo had ze haar hele leven gedaan. Als we de verwoesting voelen veroorzaakt door kerkelijke wonden, doen we er goed aan om met Maria meer op het gebed aan te dringen, om des te meer te groeien in liefde en trouw aan de Kerk (Sint-Ignatius van Loyola, Geestelijke Oefeningen 319). Zij, de eerste van de leerlingen, leert ons allen als leerlingen hoe we moeten halt houden bij het lijden van onschuldigen, zonder excuses of lafheid. Naar Maria kijken, is het model ontdekken van een ware volgeling van Christus.

Moge de Heilige Geest ons de genade van bekering schenken en de innerlijke zalving die nodig is om onze wroeging te uiten en onze vaste wil om deze misdaden van mishandeling moedig te bestrijden.

Vaticaanstad, 20 augustus 2018                                                           Franciscus

 

 

Overweging van zondag 19-8-2018 door p. Tom Buitendijk

 

Woord van welkom.

Fijn dat U weer gekomen bent om Eucharistie te vieren en om samen te luisteren naar Jezus’ woorden in het Johannesevangelie. Het gaat om moeilijke woorden die we eigenlijk alleen in geloof en vertrouwen kunnen verstaan. Bidden wij zingend om Gods ontferming opdat wij geschikt worden om deze viering met een open hart te beleven.

 

Openingsgebed

Goede God, u nodigt ons uit te delen in de maaltijd van brood en wijn, begin van het eeuwige leven. Geef ons het geloof en vertrouwen dat Jezus ons laat delen in zijn eigen leven en dat Hij leven wil in ons. Dat wij in Hem en door Hem mensen worden ten dienste van elkaar. Door Christus onze Heer.

 

Gebed over de gaven.

Goede God in brood en wijn gedenken wij hoe Jezus vlees en bloed voor ons wil zijn. Hij heeft uit liefde zijn leven gegeven opdat zijn kracht ons zal doen leven. Maak ons door deze maaltijd geschikt voor het gastmaal van het eeuwige leven. Amen

 

Slotgebed

Goede God, in brood en wijn hebben wij Jezus uw Zoon ontmoet. Mogen wij door deze ontmoeting met Hem groeien in geloof en vertrouwen dat U ons altijd nabij bent. Maak ons sterk in dienstbaarheid aan elkaar zodat uw Rijk kan groeien op aarde. Door Christus onze Heer.

 

Overweging

In de afgelopen weken hebben we telkens over ‘brood ‘gesproken. Het brood om je honger te stillen. Het brood als geestelijk voedsel: de wil van God om naar te leven. Het brood van het samen delen om in vrede te leven. Het brood van je aan elkaar toevertrouwen in dienstbaarheid. Het brood van de zelfgave.

 We hoorden Jezus ook zeggen: ik bèn het brood van eeuwig leven. Jullie moeten niet alleen vàn mij eten.  Jullie moeten mij zelf eten. Hoe meer Jezus zegt: “Ik bèn jullie brood “,  des te minder begrijpen zijn toehoorders wat hij hen aanbiedt. Nu moeten wij niet doen alsof wij het wel begrijpen.
Als wij alleen al maar zouden begrijpen dat wij  in Jezus ‘geest voor elkaar broodnodig zijn, dan zou onze samenleving heel wat minder ik – gericht, minder egoïstisch en minder individualistisch zijn.  Er zijn steeds meer signalen te zien in de samenleving dat individualisme leidt  tot  spanningen, tot eenzaamheid en zelfs tot zelfdoding. Ook onder jonge mensen.
Jezus maakt het zijn toehoorders en daarmee ook ons,  nog moeilijker. Hij zegt: het brood dat ik zal geven is mijn vlees ten bate van het leven van de wereld.  Sterker nog: hij nodigt ons uit zijn vlees te eten en zijn bloed te drinken.
Als wij Hem eten en drinken blijft Hij in ons en wij in Hem.
Jezus biedt aan om Hem  in ons leven te laten delen;  Hij wil deel uit maken van ons  leven;  Hij wil als vlees en bloed in ons leven. De joodse toehoorders vragen zich af:  Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?
Laten wij ook hier niet denken dat wij wèl begrijpen wat de joden niet begrepen.  Waar denkt u aan als u aan vlees denkt ? Wat weet u van vlees? De slimste mens!  Vroeger dacht ik : slager – karbonade – gehakt – pas.
Tegenwoordig denk ik : dierenleed- vegetarisch eten – bio-industrie – af en toe – pas. Zouden de joodse mensen gedacht hebben: Jezus bedoelt dat vlees eten letterlijk! ? Dat lijkt mij niet.  Volgens de joodse wet mogen mensen wel vlees eten, maar niet met het bloed er nog in.  Bloed is het levensbeginsel.
Wij kunnen andermans leven niet leven. Maar Jezus zegt nu juist: mijn bloed  – het levensbeginsel  – is echte drank. “Leef mijn leven”,  zegt  Hij. Daarmee maakt Jezus het nog moeilijker om zijn woorden te verstaan. We zouden kannibalen zijn als we het letterlijk zouden verstaan.
Maar als we het alleen maar geestelijk zouden verstaan, dan doen we Jezus te kort die duidelijk zegt: mijn vlees is ècht voedsel en mijn is bloed èchte drank!
We stoten hier op woorden van Jezus die we nooit ten volle zullen begrijpen. Woorden die tòch een werkelijkheid aanduiden die voor ons betekenis heeft.
Jezus’ woorden –  Jezus’ brood – Jezus vlees en bloed  schenken ons het eeuwige en waarachtige leven. Dit is het Geheim van het Geloof. Na de consecratie belijden wij : “ Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt.” In brood en wijn, in vlees en  bloed, deelt Jezus’ zijn sterfelijk bestaan uit. Opdat wij daarin delen en geestelijk zullen groeien en leven. Wij leven van zijn dood, van zijn zelfgave in vlees en bloed op het kruis.  Jezus die ten dode toe leeft…. en leeft op in ons.
Jezus stierf niet zomaar. Zijn dood was een politieke moord, een uitgelokte executie, een doelbewuste poging om hem uit de weg te ruimen.  Jezus’ dood was het antwoord van zijn tegenstanders toen Hij sprak over Gods liefde, over Gods liefde voor mensen die in Hem vlees en bloed is geworden.  Dat in deze mens Gods liefde een menselijk gezicht kreeg, weigerden zijn tegenstanders te geloven. Zij vertrouwden zijn woorden en werken niet.
Als u zegt : ik ken de losse woorden allemaal wel, maar ik begrijp de verbanden niet, dan hebt u helemaal gelijk. Het is ook niet te begrijpen dat iemand zichzelf zo helemaal weg geeft  – vlees en bloed –  dat wij daardoor het leven van hem kunnen leven.
Toch zijn er voorbeelden die ons aan het denken kunnen zetten.
Afgelopen maandag keek ik naar het programma “ Kijken in de ziel”. Het was na “De slimste mens”.  Het ging over abortus. Als de medische complicatie zo is dat de moeder moet sterven of het kind, wie moet je dan kiezen?
Vanzelfsprekend de moeder, zeiden sommigen. De oerkatholieke zuster Anima Christi zei het zo:  “Je zou van de moeder de heroïsche daad kunnen vragen zelf te sterven en het nieuwe leven een kans te geven”.
Dat klinkt anders dan: de officiële leer van de kerk zegt…..
Hier gaat het om de moed om lief te hebben…. liefde voor het leven.    

Op 14 augustus was de gedachtenis van Maximliaan Kolbe. Deze minderbroeder was gevangene van Auschwitz. Zoals iedere morgen was er een appèl. De SS commandant zocht een aan aantal gevangenen uit voor de hongerbunker.
Een man riep uit dat hij zijn twee kinderen toch niet alleen kon laten.  Maximilaan stapte uit de rij naar voren en zei: “Ik ben een katholieke priester; ik wil sterven voor die man. Ik ben oud; hij heeft een vrouw en kinderen… ik heb niemand.”
De commandant aanvaardde het aanbod. Op 31 juli 1941 ging de pater met een groep andere mannen de hongerbunker in. Op 14 augustus leefde er nog vier van hen. Een dokter haalde ze er uit en gaf hun een dodelijke injectie. Maximilaan was 47 jaar. Door de gaven van zijn vlees en bloed hebben de vader en twee kinderen het leven.
Aan de grenzen van dood en leven moeten wij niet praten met woorden als:  dat mag wel ; dat mag niet ; dat is verboden.
Jezus’ dood aan het kruis had dan wellicht ook niet gemogen.

Maar doordat wij zijn dood in brood en beker gedenken, leeft Hij in ons en leven wij door Hem.In de Eucharistie geeft Jezus ons in brood en wijn ‘ zijn vlees en bloed’ .
Niet letterlijk natuurlijk ,maar ook niet alleen geestelijk. Hij geeft het ons daadwerkelijk.  In iedere Eucharistie groeit de liefde van God in ons leven. Wij mogen die uitdragen in de wereld. In ons leven komt aan het licht hoe Gods liefde in ons werkzaam is. Wij zijn geen helden…… maar het kan ons ooit gevraagd worden wel heldhaftig te zijn.  Hoe groot is dàn ons vertrouwen dat Jezus ons nabij is, dat Hij in ons leeft?

 

Pastor: Goede God, in Jezus bent u met ons allen verbonden.              Luister naar onze gebeden en verhoor ons.

 

Lector

Wij bidden voor de christenen die volhouden christen te zijn in landen waar het geloof wordt onderdrukt en vervolgd. Voor hen die als martelaren voor hun geloof sterven. Dat zijn voor ons bron van inspiratie zijn ; dat wij hen niet vergeten.

Laat ons bidden:

 

 

Lector

Wij bidden voor de vele landen  waarin mensen honger lijden vanwege droogte, misoogsten en oorlogsgeweld. Geef ons hier honger naar gerechtigheid opdat wij van onze overvloed leren delen.

Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden voor onze parochiegemeenschap: voor Daniel Staal en Elise Tode die vanmiddag het heilig doopsel zullen ontvangen. Dat zijn opgroeien tot blije christenen.  Voor de zieken: thuis, in het ziekenhuis en verpleeghuis. Om beterschap en om overgave aan God wil. Voor de vakantiegangers: om een fijne tijd en om behouden terugkeer. Voor onszelf: dat wij groeien in geloof en liefde.

Laat ons bidden.

 

Pastor

God vervult ons met het vertrouwen dat U ons nabij bent als wij naar u zoeken. Doe ons uit zien naar uw Rijk en naar het eeuwig leven. Amen.