Alle berichten door titusbrandsmaparochieoss

Overweging van zondag 10 december 2017 door p. Tom Buitendijk

Inleiding

 

Op deze tweede zondag van de Advent ontmoeten we de figuur van Johannes de Doper. Hij is een charismatisch prediker die Jezus aan spreekt. Door hem geïnspireerd zal Jezus zijn zending beginnen. Vandaag roept deze profetische figuur ons op om de weg te bereiden zodat Jezus ook tot ons kan komen. Hij preekt een boodschap van bekering. Jezus zal komen om een boodschap van vreugde te brengen in woord en daad. Zijn licht zal over de wereld stralen. Ten teken hiervan ontsteken wij de tweede Adventskaars en zingen het lied: “Sla uw ogen op naar het licht, daar is de Heer. “ Staat ons hart wel altijd open voor Hem die komen zal? Vaak is ons hart vervuld van andere verlangens dan naar het Rijk van God. We zeggen wel dat het rijk van God het belangrijkste is, maar werken we er echt aan? Willen we zingend bidden om ontferming.  

 

Openingsgebed

God, U roept uw volk op de paden recht te maken en de weg te effenen voor uw komst. Help ons om ons om te keren naar U toe. Maak ons tot mensen die vol geloof en hoop verlangen naar uw komend Koninkrijk. Mogen wij u spoedig ontmoeten in Jezus, Uw Zoon, onze broeder en Heer in eeuwigheid.

 

Gebed over de gaven

God, U roept ons op tot gerechtigheid en vrede. Moge deze maaltijd een begin zijn van een nieuwe samenleving waarin U wilt wonen te midden van ons mensen. Zend over ons en deze gaven uw Heilige Geest en maak ons nieuw. Dit bidden wij u door Christus onze Heer. Amen.

 

Slotgebed

God, u schenkt troost en bemoediging aan mensen die willen leven in de gezindheid van Jezus. Moge zijn aanwezigheid in Woord en Sacrament ons dagelijks leven steeds vernieuwen. Houd ons oog gericht op de nieuwe samenleving die Jezus met ons beginnen zal. Dit bidden wij u door Christus onze Heer. Amen.

 

Overweging 

De woorden van de profeet Jesaja: “Troost, troost toch mijn stad”, zijn in zekere zin tijdloos geworden. Of beter gezegd: ze passen in iedere tijd. Als het herenkoor straks zingt: Consolamini, consolamini popule meus, dan raakt dat ergens een snaar van binnen. Deze woorden kleuren ons Adventsverlangen. Wij zoeken naar troost, naar bemoediging en naar innerlijke vrede. In de onrustige wereld van vandaag biedt geloof in God ons deze troost. God gaat in op ons verlangen. Geloof biedt troost. Maar pas op…
Deze troost wordt pas aangeboden nà bekering, nà een ommekeer in mentaliteit. De stad Jeruzalem – de samenleving waarin mensen wonen, leven en werken – kan pas troost ontvangen nà haar straftijd.
De samenleving heeft eerst zwaar te lijden gehad. Vaak door eigen schuld. Door eigen wijsheid. Door zich van God af te keren. Door een Godvergeten samenleving te willen zijn. Pas als alle ongerechtigheid uit stad en land verdreven zijn, kan God zijn woning vinden tussen de mensen. Ook deze woorden passen in iedere tijd.
In beide lezingen wordt gesproken over de woestijn. Een stem roept: “Bereidt een weg waarlangs de Heer komen kan. Draag zorg voor een effen en rechte weg.”
Een weg bereiden betekent een weg gaan. Er ontstaat alleen maar een weg door hem met eigen voeten te maken. Je moet zelf de stappen zetten. Om de richting van de weg te bepalen moet je wel weten waar je zit. Van daaruit kun je beginnen. Dus: Waar staan wij hier en nu in de samenleving van vandaag?
Lijkt onze samenleving op Jeruzalem, de stad van vrede en gerechtigheid? Kent onze samenleving nog de grondwoorden van het geloof: barmhartigheid, vergeving, liefde, nieuwe kans?
Heeft onze samenleving vaak niet de trekken van een woestijn?
De gedroomde samenleving waar we troost en bemoediging ontvangen is nog ver weg. Oss is nog geen Jeruzalem. Nederland land nog niet het beloofde land. Wij zitten in zekere zin in verwoestijnde samenleving. We zoeken een weg om er uit te komen. En die weg moet een andere weg zijn dan die we nu begaan! Nu raken we steeds verder en dieper de woestijn in. Ommekeer is nodig! Bekering! Een woestijn wordt gekenmerkt door tegenstellingen: overdag gloeiend heet, ’s nachts bitter koud. De woestijn is dor en droog, maar bij een beetje neerslag bloeit de woestijn met de mooiste bloemen.
Een woestijn is een plek van eenzaamheid waardoor je tot diepere zelf komt zoals Johannes de Doper. Je gaat scherper zien wat er aan de hand is in kerk en samenleving. Johannes ziet scherp en voelt zich geroepen het onrecht aan de kaak te stellen en nieuwe wegen te wijzen. Johannes nodigt stad en land, Jeruzalem en Judea uit om naar de woestijn te komen. Van daaruit kunnen mensen zich opnieuw oriënteren. En als bekeerlingen een nieuwe start maken. Door het doopwater van de Jordaan heen nieuw land binnen. Jeruzalem nieuw.
Als we vandaag de troost van Godswege willen ontvangen, moeten we de verwoestijning van ònze samenleving helder onder ogen zien. Dan alleen kunnen wij tot bekering komen. We moeten toegeven dat ook wij niet zonder schuld zijn dat de samenleving woestijntrekken heeft.
Wanneer wij de groei van de economie belangrijker vinden dan het welzijn van mensen, dan zal de verkilling in de samenleving toenemen.
Er komen koude winters aan in de zorg voor ouderen, in de zorg voor mensen met beperkingen. Wie niet nuttig is, wordt niet gezien en telt niet mee. De economie groeit voorspoedig, maar is onze samenleving er gelukkiger en warmer van geworden? Reken er maar op: verhalen zullen steeds schrijnender worden.
Wanneer wij tegenstellingen blijven creëren van wij en zij: arm – rijk, slecht opgeleid – goed opgeleid, allochtoon – autochtoon, zullen wij zelf vuurtjes van onrust blijven stoken. Hete zomers staan ons te wachten. In het onderwijs lopen de leraren zich al warm. Mensen aan de onderkant van de samenleving worden boos. Wanneer wij geen zorg dragen voor het milieu en geen eerbied hebben voor de schepping als gave Gods, zal deze aarde uitgeput raken en onbewoonbaar worden voor komende generaties. Wanneer wij de aarde beheersen in plaats van beheren, blijven woestijnen letterlijk groeien. In de samenleving en in de natuur.
Wanneer de kerk een gezelligheidsvereniging wordt, waarin de stem van de profeten zoals paus Franciscus is, niet meer worden gehoord, zullen kerk en godsdienst steeds meer verdwijnen uit onze samenleving. In een Godvergeten samenleving geldt het recht van de sterkste en wordt de kwetsbare klein mens naar de rand gedreven van de maatschappij. Egoïsme triomfeert! Juist daarom is de oproep van Johannes de Doper tot ommekeer uiterst actueel. Een keer van onszelf af en een keer naar God toe zijn hoogst nodig. Maar: willen wij op een keerpunt in ons leven staan? Maken we serieus werk van een rechte weg waarlangs God ons tegemoet kan komen?
Wij staken de tweede Adventskaars aan als teken van hoop. Hoop alleen voor onszelf of voor heel de wereld?
Wij houden een Adventsactie voor meisjes en jonge vrouwen in Burkina faso. De hele me too actie heeft wereldwijd wat losgemaakt. Op de tv gaat veel aandacht uit naar ministers, filmsterren en senatoren die zich schuldig hebben gemaakt aan misbruik. Wij, mensen van de kerk, willen hulp bieden aan naamloze misbruikte meisjes. De groten der aarde redden zich wel maar die hulpeloze meisjes in het armste land van de wereld! De deurcollecte is een mooie steun. Maar meer nog zeggen we: “jullie zijn iemand, jullie tellen mee, horen erbij”. Consolamini. consolamini, popule meus. Als wij volk van God zijn; zij niet minder.  Volgende week zondag willen de armste gezinnen in Oss nabij zijn. Dan zamelen we houdbare voedingsmiddelen in voor de voedselbank. Dit zijn allemaal stapjes die samen een weg vormen om van de woestijn een leefbare wereld te maken. Maar de voornaamste stap die wij moeten zetten is toch een innerlijke stap: durf ik te gaan leven in de gezindheid, in de mentaliteit van de Komende. Durf ik een mens van God te worden, durf ik met Jezus, het Kind van Bethlehem, een nieuw begin te maken met de samenleving.
Een samenleving waar Gods komend Rijk van gerechtigheid en liefde centraal staat. Als wij die heroriëntatie aan durven is er toekomst. Als wij ons niet bekeren groeit de Godvergeten woestijn steeds verder. Maar… dat wilt u toch niet! Neen toch zeker!

 

Pastor: Keren wij ons tot God die door de woestijn van het leven heen ons tegemoet wil komen.

 

Lector

Voor de wereldkerk, de kerk van ons bisdom en voor onze parochiegemeenschap. Dat wij de woorden van de profeet Johannes verstaan en ons bekeren. Dat wij wegbereiders worden voor Gods komst in onze samenleving.

S t i l t e Laat ons bidden.

 

Lector

Voor de samenleving in onze stad en in ons land. Dat wij in Jezus’ Naam warmte en licht brengen aan wie in duisternis zitten; dat wij troost en bemoediging schenken aan wie geen uitzicht hebben. Help ons telkens opnieuw een begin te maken met het Rijk Gods in ons midden.                  S t i l t e Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden voor de zuster van de Goede herder in Burkina Faso die misbruikte meisjes en vrouwen opvangen. Dat deze meisjes hun waardigheid terug vinden en recht op door het leven kunnen gaan. Wil goed God, aan deze mensen uw troost, bemoediging en genezing schenken.               S t i l t e Laat ons bidden.

 

Lector

Voor ieder van ons persoonlijk. Dat wij de moed hebben onrecht te benoemen en te herstellen Dat wij barmhartig en mild zijn tegenover hen die verkeerde wegen bewandelen. Help ons elkaar op de weg van Jezus te houden om Hem te begroeten als Hij komt.          S t i l t e Laat ons bidden.

 

Pastor

Verhoor de gebeden van uw volk en schenk ons uw heil in Jezus de komende Redder. Amen.

 

 

Advertenties

Overweging van zondag 3 december 2017 door p. Tom Buitendijk

Woord van welkom

 

U allen van harte welkom op de eerste zondag van het nieuwe kerkelijke jaar. Vandaag beginnen w de Advent: de tijd van verlangend uitzien naar de komst van Jezus in ons midden. We beginnen dit jaar ook met de lezing van het Marcus evangelie. De boodschap van Jezus wordt daarin kernachtig verteld. Vandaag horen we vier maal het woord waakzaamheid: wachtend uitzien naar. Als symbool van ons ontwakend verlangen ontsteken we de eerste kaars aan de Adventskrans. Daarbij zingen we het leid: Sla uw ogen op naar het licht. Het licht nodigt ons uit verder te kijken. Maar soms zijn we zo druk met onszelf bezig dat we het licht niet eens opmerken.

Willen we biddend zingen om ontferming.

 

Overweging

Heel vaak begint een stukje evangelie met de woorden: “in die tijd.”

Meestal betekent het niets. Maar vandaag toevallig wel. In die tijd slaat terug op het stuk dat vooraf gaat. Daarin wordt gesproken over de ondergang van de tempel, over oorlogen tussen de volkeren, over ruzies in families, over haat en nijd jegens gelovigen, over de komst van de Mensenzoon die komt oordelen, over de ondergang van hemel en aarde.

 

Marcus schrijft dat op in het jaar 70 na Christus’ geboorte. Die tijd was inderdaad een rampzalige tijd. Want de Romeinse bezetters hebben heel Jerusalem veroverd en de glorieuze joodse tempel vernietigd. De inwoners van Jeruzalem hebben ze verdreven over het hele land. Farizese joden gaven de christen geworden joden de schuld.  De joodse christenen zeiden: “Hadden jullie ook maar naar Jezus geluisterd”.

 

Veel mensen waren angstig en dachten dat de wereld inderdaad zou vergaan met al die oorlogen en terreurdaden. Enkelen bleven de hoop koesteren:  Jezus de Mensenzoon komt om Zijn Rijk te vestigen. In al die ellende ontkiemt een nieuw begin. Daarom eindigt Marcus met de oproep: wees waakzaam.

Probeer niet ten onder te gaan in het geweld en tumult van deze tijd. Zie uit naar de toekomst die God geven zal. Wees waakzaam, let op de tekens, verlang er naar dat Zijn Rijk zal doorbreken.

 

Als we naar de geschiedenis kijken dan zien we dat in bijna iedere eeuw er een ramptijd is geweest waarvan de mensen dachten: dit is het einde.

In de veertiende eeuw is een derde van de Europese bevolking gestorven aan de pest. Tegelijk woedde er de honderdjarige oorlog van 1350 – 1450 tussen Engeland en Frankrijk. Door oorlogsgeweld en honger kwamen talloos veel mensen om.

In de 16e eeuw had je in Duitsland de boerenopstanden die dood en verderf zaaiden over heel midden Europa.  In de vorige eeuw waren er twee wereldoorlogen. Velen van u hebben de tweede wereldoorlog nog mee gemaakt. Als je films of foto’s ziet van gebombardeerde steden dan begrijp je niet dat mensen dit elkaar kunnen aandoen. Als je op de televisie de beelden van Aleppo in Syrie ziet of van Sana, de hoofdstad van Jemen, dan zie dat mensen dat elkaar nog steeds aan doen. De cholera epidemie doodt duizenden kinderen en ouderen in Jemen. Op vele plekken in de wereld zie je dat de strijdende partijen niet tot vrede te bewegen zijn.

 

“In die tijd… “ begint het evangelie. Die tijd verschilt niet met “in onze tijd”.  Het is waar: in iedere fase van de geschiedenis leek het einde nabij en toch is het einde nog niet gekomen. Gebleven is wel de angst.

Vandaag aan de dag heeft de angst grond in de werkelijkheid.

Het is inderdaad een reële angst.

–  Er zijn in deze wereld geen verantwoordelijke politieke wereldleiders.

–  Landen die elkaar gevonden hebben in een sociale en economische gemeenschap vallen uit elkaar.

–  De democratie blijkt vatbaar voor antidemocratische stromingen.

De vraagstukken van klimaat, milieu, duurzaamheid worden niet voldoende serieus genomen. De kernbewapening waarover onverantwoordelijke landen en leiders beschikken zijn in staat de aardbol werkelijk te vernietigen. Er zal geen mens overblijven om te getuigen van deze stompzinnigheid!

 

Paus Franciscus schrijft een diepgravende encycliek Laudato Si en enkele Nederlandse Kamerleden reageren: “Ach, het is van de kerk.

Het zal wel niets zijn.” Dit laat precies zien wat er aan de hand is:

waarschuwingen worden in de wind geslagen omdat men met zichzelf bezig en met eigen belangen bezig is.  Is het dan vreemd dat er onvrede en angsten heersen in vele landen van de wereld, en ook in Nederland?

 

In die tijd van Jezus en in die tijd van Markus die in zekere zin ook onze tijd is, klinkt er een hoopvolle en waarschuwende oproep:

Wees waakzaam. Kijk verlangend uit. Blijf hoop koesteren op. Heb vertrouwen in. Blijf verlangen naar.

Want in die tijd van angst en onzekerheid groeit ook het Rijk van God dat komen zal. Het Rijk van God dat sterker is dan alle menselijke vermogens om deze aardbol en wereld in het niets te laten verdwijnen. Waarom mogen we er dan toch nog op vertrouwen dat onberekenbare mensen die de wereld te gronde kunnen richten, het niet zullen doen?

 

Waarom? Omdat er altijd waakzame deurwachters zullen zijn. En die deurwachters…. dat zijn wij. Wij mensen van de kerk. Wij mensen van Jezus en van God. Wij mensen die zich niet alleen met zichzelf bezig houden maar die oog hebben voor wat er werkelijk in de wereld hand is, en voor wat komen gaat.

 

Wij, deurwachters, hebben als waakzame mensen de opdracht onze gemeenschap te beschermen voor alle vormen van kwaad die de gemeenschap binnen dringen. Echt waar: we moeten een aantal stromingen buiten de deur zien te houden. Stromingen zoals:

  • De mens moet beoordeeld worden naar zijn economische waarde;
  • wij hebben meer rechten en meer eigenwaardigheid dan andere mensen;
  • wat volkswil genoemd wordt, willen alle leden van ons volk.

 

Als waakzame deurwachters moeten we elkaar ook wijzen op tekens waar iets goeds geschied. We moeten die gastvrij ontvangen en koesteren. Overal waar de menselijkheid wordt hoog gehouden moeten wij als kerk aanwezig zijn:

aandacht voor zieken, ontvangst van vluchtelingen, eerbied voor mensen met beperkingen, delen van voedsel en drinken. U kent ze wel; de werken van barmhartigheid zoals ze zijn afgebeeld op de mantel achter in de kerk.

 

Wij deurwachters, wij zijn ook dienaren die zich laten gezeggen door God. Door God die alleen onze Heer is.  Op Hem mogen wij ons vertrouwen stellen. Niet op hen die zich opwerpen als wereldleider of leider van een machtsblok. Aan Gods handen mogen wij ons overgeven. Wij , wij zijn instrument van zijn werkzame aanwezigheid in deze wereld.

 

Wij gelovigen van vandaag zijn deurwachters op de grens tussen de donkere mensenwereld en de lichtende wereld van God. Wij mogen elkaar erop wijzen dat het licht van Godswege het duister verdrijven zal. De eerste Adventskaars is ontstoken. In de nacht van Kerstmis zal Gods licht stralen een Mensenkind . Heb vertrouwen. Wees waakzaam.

 

Pastor

God, U komt ons tegemoet komt wanneer wij onze beden richten tot U, hoor ons bidden.

 

Lector       

God, onze Vader en onze Verlosser, toon  toch uw menselijkheid in de wereld van vandaag. Steun en sterk de mensen die naar vrijheid en rechtvaardigheid zoeken.

S t i l t e   Laat ons bidden.

 

Lector

God, onze Herder en Leidsman, toon uw zorgzaamheid en liefde aan onze samenleving. Leid ons op wegen van vrede en verzoening en breng ons nader tot elkaar.

S t i l t e   Laat ons bidden.

 

Lector  

God, Schepper en  Hoeder, wij bidden u voor land en volk van Burkina Faso, waar de tegenstellingen tussen rijk en arm zijn zeer groot zijn.

Meisjes en vrouwen worden uitgebuit, mishandeld en misbruikt.

Moge onze hulp hen ten goede komen.

Ook voor hen wil Jezus als redder komen.

S t i l t e  Laat ons bidden.

 

Lector

God onze Genezer en Heler, toon uw aandachtige zorg voor hen die ziek in zijn onze kringen; voor mensen die getroffen worden door baanloosheid; voor mensen die tegenslag op tegenslag te verduren krijgen.

toon uw goedheid aan mensen die om uw gunsten vragen.

Wij bidden voor onze eigen intenties.

s t i l t e

Wij bieden u deze gebeden aan op voorspraak van  de Z. Titus Brandsma.  Laat ons bidden.

 

Pastor

God, u bent de bron van menselijkheid in deze wereld.

Maak ons waakzaam om u te zien als u tot ons  komt.

Wil woning vinden in ons hart.

Amen.

Overweging van zondag 26-11-2017 door p. Tom Buitendijk

Christus Koning 2017 

Inleiding 

Van hart welkom deze viering op de laatste zondag van het kerkelijke jaar.  Sinds het Tweede Vaticaans Concilie is dit de zondag van Christus Koning.  Het feest in ingesteld in 1925 om tegenwicht te bieden tegen de grote ideologieën van het communisme, het nationalisme en in mindere mate tegen het liberale kapitalisme. De staatsalmacht en de economie hebben niet het laatste woord! Dat is aan Christus Koning, die de Heer van de kerk is.  Uit volle borst zongen we : Aan U, o koning der eeuwen. Het was het feest van de triomferende kerk.  Nu zijn we wat bescheidener en wat minder luidruchtig. Als Jezus koning is dan toch niet met pracht en praal.  Hij is wel een koning van barmhartigheid die ons oproept tot dienstbaarheid.  Het is beter om stil naar zijn stem te luisteren dan hem luid toe te zingen.  Hoe hebben wij hem gediend in het afgelopen jaar?  Een gewetensvraag!  

Overweging 

In het evangelie wordt Jezus niet vaak koning genoemd. En Jezus zegt het bijna nooit van zichzelf. Een keer zegt Jezus: “Ja, koning ben ik”.  Maar dan staat Hij voor Pilatus, die straks zal zeggen: ”Zie de mens”. De mens die bij de een deernis en bij de ander spot oproept. Jezus staat daar als een mislukte koning. Wel wordt in het evangelie er een paar keer verwezen naar Jezus, zoon van David.  Deze David was dan wel een koning, maar toch eerst nog een herder.  Hij was op zijn best méér een herderlijke koning dan een koninklijke herder.
In de bijbel is Gód de eigenlijke koning. Het hart van zijn koningschap is herderlijke zorg voor de zwakste schapen. Aardse koningen behoren herders te zijn met het oog gericht op mensen die in knel komen. De aardse koning hoort een rechtvaardige en wijze rechter te zijn die zoals een herder wijs de schapen van de bokken scheidt.  Vandaag komen die drie beelden samen: Christus Koning – Christus Rechter –Christus Herder. Van alle drie de beelden is het hart: barmhartige en zorgzame liefde.
Jezus noemt zichzelf het vaakst Mensenzoon. Daarmee duidt Hij aan dat Hij bij ons mensen hoort, in ons midden staat, met ons begaan is en meeleeft, dat hij met ons lacht, huilt en lijdt, dat hij een mens is van vlees en bloed. Tegelijk duidt Hij aan dat Hij ook geheel en al zoon van God is,  een mens die tot het uiterste aan het rijk Gods is toegewijd, die er helemaal voor gaat maar die ook bereid is ervoor te sterven.  Hij komt uit God voort om God mèt ons te zijn. Hij is de Zoon die sprekend de Vader is.
In de grote gelijkenis van het laatste oordeel komt Jezus naar voren als de Mensenzoon die met Gods heerlijkheid bekleed, rechter van de eindtijd is.  Als  koninklijke rechter hanteert hij een criterium  waaraan hij al onze daden beoordeelt. Deze maatstaf luidt: was jij er toen je zuster/ je broeder jou nodig had?  Liet jij het hart spreken toen het geraakt werd door het gelaat van de mens in nood?
En dan komt het bijzondere: de koninklijke rechter wéét of jij een barmhartig en zorgzaam mens was en bent. Hij weet dat uit eigen ervaring:  want ik was ziek , ik was in de gevangenis , ik was naakt, ik had honger en dorst….
De koning is de mensenzoon die in lotsverbondenheid met mensen mee lijdt, die zich onder de gewone mensen met hun zorgen en problemen bevindt, die zijn gelaat doet oplichten in het gezicht van de verwaarloosde en geminachte en noodlijdende mens.
Als ik het geweten, Heer, dan had ik u geholpen, zeggen de mensen zich niet belangeloos  voor anderen hebben in gezet.
Zij hebben onverschillig toegezien hoe de honger landen in Afrika in zijn greep houdt.  Zij hebben onverschillig de bootjes volgepakt met vluchtelingen zien zinken. “Zo, die komen niet meer bij ons”, zei een volksvertegenwoordiger door wie ik mij niet vertegenwoordigd wil voelen.
Zij hebben de prijs van de medicijnen bewust hoog gehouden. Er moet toch verdiend worden.   Zij vinden dat de gevangenisstraffen niet zwaar genoeg kunnen zijn en kans op terugkeer in de samenleving is nergens voor nodig.   Zij vinden dat ziekenhuizen winst moeten maken en dat de zorg voor bejaarden zuiniger moet.
Die “zij” : zijn dat altijd de anderen of zit er in ons ikke, in ons wij , vaak ook niet een stukje van dat “zij” ?
Als wij geweten hadden , dan had ik wel geholpen. “O ja “,zal de koning dan zeggen, waarom dan pas? Waarom niet nu je de nood ziet?”
Mijn moeder zei een keer : “Die mensen zijn niet katholiek, maar ze kunnen wel een beter zijn dan wij”.  Eigenlijk zegt Jezus hetzelfde. De mensen die barmhartig zijn, hebben de band met God, met Jezus, met het Rijk van God zelf helemaal niet gelegd. Zij hebben goed en juist gehandeld omdat het goede gedaan moet worden! Nergens anders om.
Je moet, volgens de Mensenzoon, het goede niet doen om in de hemel te komen, om een lintje te krijgen op koningsdag, om voldaan te constateren dat jij toch wel een sociaal betrokken mens bent. “Ik doe graag goed”, zei een lid van een bezoekgroep, “want de mensen zijn zo dankbaar”.
Ook mensen die niet meer uitdrukkelijk geloven, mensen die niet meer naar de kerk gaan, kunnen het Koninkrijk van God binnen gaan zegt de koninklijke rechter  Ook zij behoren tot Gods kinderen. Omdat zij belangeloos en ongeweten gedeeld hebben in de herderlijke zorg van God.
Veel ouders maken zich er zorgen over dat hun kinderen de kerk niet meer zo vaak van binnen zien of dat de kleinkinderen niet gedoopt zijn. Die zelfde ouders zeggen ook: het zijn prima kinderen, altijd bereid te helpen, ze hebben idealen en gaan er ook voor.
Ook al hebben zij de Heer niet gezien, de Heer heeft hèn gezien toen zijn zich inzetten voor een betere wereld en voor wat meer menselijkheid in deze soms zo chaotische samenleving.
Er zijn veel barmhartige mensen die dan misschien niet zo hard in God geloven, maar die van binnenuit goede mensen voor anderen zijn.
Bij het laatste oordeel hebben christenen geen streepje voor bij de niet-gelovigen.  Deed jij het goede omdat het goede gedaan moest worden en nergens anders om?
Mag je nu zeggend dat barmhartigheid belangrijker is dan geloof?
Bij het eindoordeel wel.  Als we zijn ingedeeld bij de schapen of de bokken, dan kunnen we geen kant meer uit.  Maar dat oordeel vindt plaats in de toekomst. God weet wanneer? Wij niet.
In die tussentijd kunnen wij als het ware nog van rij verwisselen. Want uit onszelf zijn we vaak zo menslievend en barmhartig niet!   Niet die anderen zijn altijd fout en wij altijd  goed.  Ook wijzelf staan vaak aan de verkeerde kant van de streep.

Geloven helpt ons een beter mens te worden dan we nu zijn.
Geloven helpt ons onze band met God te verstevigen als zijn zonen en dochters.
Geloven is je laten inspireren door de verhalen van God en mens in de Bijbel.
Geloven is je voeden aan de vieringen van de sacramenten.
Geloven is het oefenen in barmhartigheid doen.
Geloven is in onze vaak zo verwarrende tijd hoognodig en broodnodig om zicht te houden op de fragmenten van het Rijk Gods die oplichten in de wereld van vandaag.
Er zijn talloos veel plekken waar de Koning zich niet laat zien, maar waar Hij wel vermoed kan worden.  Wie de samenleving in kijkt met een barmhartige en herderlijke blik,  ziet vanzelf waar hij een stukje koninkrijk kan beginnen.
Amen.

Overweging van zondag 19-10-2017 door pastor Leon Teubner

Jezus onderricht zijn l.l. veel over de relatie tussen hen en God.

Hij spreekt over die relatie bijna altijd d.m.v. gelijkenissen.

Dan spreekt Hij vaak over wat Hij noemt: het koninkrijk der hemelen.

 

In die vele gelijkenissen probeert Hij ook onze ogen te scherpen

voor de relatie met God waarin en waaruit wij leven,

en hoe het koningschap van God in ons leven tot gestalte kan komen

en hoe wij dit vaak ongemerkt en uit onwetendheid verhinderen.

 

Zijn gelijkenissen zijn voor ons hier en nu bedoeld.

Zij gaan niet over anderen van 2000 jaar geleden.

Zij willen besef en wijsheid in ons wekken,

opdat God met ons zijn weg kan gaan.

 

Gelijkenissen zijn geen krantenberichten

die gaan over objectieve feiten en gebeurtenissen.

Vaak geven zij twee wegen aan:

de weg met God en de weg zonder God.

 

Vorige week was er de gelijkenis van de bruidsmeisjes:

Vijf wijze meisjes gingen hun weg met het woord van God

en vierden met Hem de bruiloft;

vijf dwaze gingen hun eigen weg zonder zijn woord,

Zij vergaten Gods woord mee te nemen en werden door Hem niet gekend.

 

Zo kennen we ook de gelijkenissen van de jongste en de oudste zoon,

die van het graan en het onkruid op de akker,

en die van de werkers van het eerste en laatste uur.

Al die gelijkenissen tonen ons twee wegen:

 

Hoe we kunnen meebewegen op de weg die God met ons gaat –

een weg die ten leven is, ook al gaat Hij met ons doorheen lijden en dood;

en anderzijds hoe je beweegt op de weg die jij zelf wilt gaan met God –

een weg die ten dode is, ook als die voorspoed, eer en status oplevert.

 

Gelijkenissen nodigen ons uit er met aandacht binnen te gaan

om er de twee wegen te smaken en te herkennen in ons eigen leven.

Zij houden ons een spiegel voor omtrent de weg die wij meestal gaan

– niet om ons door de mand te laten vallen -,

maar om ons vrij te maken voor de weg van God met ons.

Zo ook de gelijkenis van vandaag: die over de talenten.

Twee wegen worden ons voorgespiegeld:

Die van de vijf en van de drie talenten werken mee

met wat God hen geeft aan levenskracht,

inzicht, vermogen en grenzen.

En die met het ene talent die niet met Hem meewerkt,

maar het gegeven talent met God in de aarde begraaft

en op eigen kracht, inzicht en vermogen zijn leven leeft.

Hij eigent zich het leven toe als was het van hemzelf.

Het springende punt in deze gelijkenis is niet

dat een mens op zichzelf en los van God zou moeten werken,

om zo op eigen kracht de hemel te verdienen

en in te gaan in de vreugde van de Heer.

 

Het gaat erom dat wij al werkende met Hem in relatie blijven

zoals Jezus ons met zijn leven daadwerkelijk heeft voorgedaan.

Wijzelf zijn niet de bron van onze kracht, inzicht en vermogens.

God schenkt aan ons zijn kracht, inzicht, vermogen en grenzen.

 

Hij schenkt ze aan ieder van ons, elk moment van ons leven,

en wel in de begrensde hoeveelheid die Hij bepaald.

Hij alleen is de bron van alle leven en werken.

 

Meester Eckhart, een 13e eeuwse dominicaan en mysticus,

verwoordt dit heel puntig als hij zegt:

 

Als de timmerman niet werkt,

wordt het huis niet.

God en ik zijn één,

Hij werkt en ik word.

 

God werkt Zichzelf uit in zijn talenten

die Hij in ons wekt en doet groeien.

Zo komt God zelf tot gestalte in mijn wording

en groeien wij tot zijn gelijkenis.

 

Wij leven geen moment uit eigen kracht in zijn schepping,

wij leven maar binnen de mogelijkheden en grenzen

die Hij ieder van ons geeft en waarin Hij

in onze gegevenheid tot gestalte wil komen.

 

Zeggen wij daar ja op, dan gaan wij de weg

van de trouwe dienaren in de gelijkenis.

Dan komt God in onze talenten tot gestalte

en gaan wij binnen in de vreugde van onze Heer.

 

Hij leeft zich dan op vruchtbare wijze uit in ons

en wij zullen vruchtbaar zijn en leven in overvloed.

 

Zeggen wij daar nee op en ontkennen wij

Gods werkzame aanwezigheid in en onder ons,

dan gaan wij de weg van de ontrouwe en nutteloze dienaar.

Dan komen wij niet aan in de vreugde van onze Heer

maar treffen wij ons telkens weer aan in geween en in duisternis.

 

Dat betekent niet dat we stil in een hoekje moeten gaan zitten

en dat God buiten ons om zijn koninkrijk wel zal stichten.

Dat wij niets moeten doen en Hij alles alleen.

 

Nee, dat betekent dat wij moeten stoppen

met proberen mooi viool te spelen voor God

en ons aan Hem geven als een viool in zijn handen.

Dat betekent dat wij met Maria onszelf aanbieden aan Hem

en zeggen:

 

Zie mij,

de dienstmaagd van de Heer,

mij geschiede naar jouw woord.

 

Als we dat doen, dan zullen we een stuk onbezorgder

samen kunnen werken met elkaar

en met alles wat op onze weg gegeven wordt

aan gezondheid en ziekte, leven en dood.

 

Maar laat bij dat alles dít steeds onze belangrijkste zorg zijn:

dat wij in relatie met de Vader proberen te blijven

in al ons denken en spreken, doen en laten.

Hij weet immers wel wat wij nodig hebben.

 

Zoek zijn koninkrijk, elke dag, in al je doen en laten,

en alles zal je daarbij gegeven worden

– in overvloed.

 

Niet dit gebouw, niet deze liturgie,

noch een moreel hoogstaand leven uit eigen kracht,

is het wat ons tot Christenen, tot volk van God maakt.

 

Wat ons tot zijn volk maakt is enkel dit:

samen in relatie leven met God en met elkaar

en Hem laten werken door mee te bewegen met Hem.

 

Laten wij in al ons doen en laten God ontvangen en werken,

dan zullen wij vruchtbaar leven in overvloed

en samen binnengaan in de vreugde van onze Heer

Overweging van zondag 12-11-2017 door p. Tom Buitendijk

Inleiding

Van harte welkom in deze viering. Het kerkelijke jaar loopt ten einde.  De lezingen die we dan horen gaan over de eindtijd. Ze bemoedigen ons in moeilijke tijden om vol te houden ; ze waarschuwen ons ook om actief te blijven. Het Rijk van God, de nieuwe samenleving waarnaar we verlangen, komt naderbij. Maar je moet wel voorbereid zijn om in die nieuwe wereld een plaats te hebben. Staan wij open voor Gods komen in ons midden? Willen we biddend zingen om ontferming en hem daarna loven

 

Openingsgebed.

God, in de donkerste uren wilt U ons al stralend licht tegemoet komen in Christus onze Heer. Doe ons oprecht verlangen naar de komst van uw Rijk in ons midden. Maak ons tot wijze mensen die op uw komst zijn voorbereid. Door Christus onze Heer.

 

Gebed over de gaven.

God, herken in deze gaven onze inzet voor uw komend Rijk. Maak ons bereid te delen met alle mensen: dichtbij en ver weg. Moge de Tafel die u aanbiedt aan alle volkeren, bron van kracht voor ons zijn. Door Christus onze Heer.

Slotgebed

God door uw Woord en Sacrament zijn wij  gesterkt en toegerust om onze diensttaak in de wereld aan te pakken. Mogen wij door daden van goedheid en barmhartigheid uw Rijk in deze wereld gestalte geven. Doe ons vurig verlangen naar de dag dat Rijk doorbreekt en vindt ons dan gereed om binnen te treden in de hemelse vreugde. Door Christus onze Heer.

Overweging

In het portaal van een grote gotische kerk in Duitsland zag ik aan de ene kant een rij beelden van vijf wijze meisjes en aan de andere kant een rij met vijf dwaze meisjes. Wijs en dwaas is een betere vertaling dan dom en verstandig. Wijs betekent: oplettend, vooruit denkend, goed voor bereid zijn. Dwaas beteken: we hebben het nu leuk; we zien wel ; we redden ons straks wel. Wijs en dwaas slaan op hun houdingen in plaats van op hun intellectueel peil. De vijf wijze meisjes stonden in hun nissen te stralen: om te stelen, zo mooi. De vijf dwaze meisjes stonden chagrijnig op hun sokkels met allerlei vertrokken lelijke koppen. Het aardige was ook dat de wijze meisjes fakkels in hun hand hadden en aan hun voeten een vaatje olie. Precies dat was wat ontbrak bij die chagrijnige meiden: ze hadden wel een fakkel, maar geen olie om de fakkel in te doven als hij uitging. De beeldhouwer van de kathedraal van Erfurt , geloof ik , was een betere Bijbelkenner dan de vertaler van deze lezing.

De tien meisjes zijn vriendinnen van de bruid. De bruid komt in het verhaal niet voor. Wel dat bruidegom lang wegblijft. Er wordt niet verteld waarom. Waarschijnlijk was hij nog in onderhandeling over de bruidsschat met zijn schoonfamilie. Maar dan nog is de komst van de bruidegom midden in de nacht een raar tijdstip. Had hij niet een paar uur kunnen wachten tot het licht werd! Midden in de nacht betekent bijbels gezien dat de donkere crisistijd voorbij is en dat er iets nieuws aanbreekt.
Een bruiloft is, zoals u weet, een beeld van de ontmoeting van God en zijn Volk: hier wordt het Verbond van God en mens gevierd. Het licht breekt door het donker heen. Ook al is het midden in de nacht.
Zoals midden in de nacht Christus wordt geboren. Zoals midden in de nacht de Paaskaars ontstoken wordt. In de donkerste uren straalt Gods licht. Het feest kan beginnen! De bruiloft begint en de vijf meisjes met brandende fakkels mogen de feestzaal binnen. Maar de meisjes die in de nacht nog olie moesten zien te vinden – in het donker , want de fakkels waren uit – komen te laat. Pech, de deur is op slot. De bruidegom laat niemand meer toe.
De parabel is eigenlijk een heel onlogisch verhaal. Je zou bijvoorbeeld kunnen vinden dat die wijze meisjes egoïstisch zijn. Ze hadden elkaar ook kunnen helpen. Waarom dat rare tijdstip? Waarom is er geen bruid? U begrijpt wel, denk ik, dat deze parabel een beeldverhaal is en dat die beelden vermengd worden met de joodse manier waarop bruiloften gevierd worden. Al de details waar je lang over kunt twisten zijn bijzaak. De belangrijkste zin in het verhaal is: “Zie. De bruidegom. Kom. Ga hem tegemoet’.   Die zin : heeft die vandaag nog betekenis?
In zijn encycliek Laudato si zegt paus Franciscus: “ Er is een wijze van leven en een wijze van handelen die tekort schieten ; die wijzen van leven en handelen gaan zo tegen de schepping in dat zij haar vernietigen. Waarom kunnen we hier niet bij stil staan en hier samen over nadenken?” De paus wijst op de crisis waarin de wereld verkeert. Hij noemt het ecologische crisis. Ecologie is leer over het bewoonbaar en leefbaar houden van de wereld. De paus ziet scherp in dat bewoonbaarheid en leefbaarheid in gevaar zijn. Bewoonbaarheid wordt bedreigd door milieu vervuiling en door het tekort aan drinkwater. De leefbaarheid wordt bedreigt door de ongelijke verdeling tussen rijk en arm, tussen mensen die kansen hebben of voor wie het leven uitzichtloos is. Steeds grotere groepen mensen hebben niets te vertellen over hun eigen leven; de macht ligt in handen van steeds kleinere groepjes mensen die alleen maar aan zichzelf denken. Eigenbelang gaat boven het algemeen belang. De paus constateert dat wij door ons menselijk gedrag snel toelopen op het van de wereld en de vernietiging van de mensheid. Dat is een reële mogelijkheid. Atoomwapens. Klimaatverandering. Oorlogen op wereldschaal. Schending van de aarde. De mens als koopwaar. Sta hier bij stil en denk na! , zeggen de paus en het evangelie. Tegelijk biedt de paus in de beschrijving van dit donkere uur van de mensheid uitzicht. Hij wijst erop dat Jezus het rijk van God aankondigde als een nieuwe samenleving
– waarin de armen mee tellen ,
– waarin de goederen van de wereld eerlijk verdeel worden;
– waarin zorgzaamheid, barmhartigheid en verbondenheid
de belangrijkste waarden zijn;
– waarin liefde en gerechtigheid de fundamenten zijn.

Jezus is die nieuwe samenleving in eigen persoon. Allen die zich christen noemen verlangen ernaar dat zijn Rijk doorbreekt in dit uur van de wereld. Als christenen worden we uitgedaagd wakkere mensen te zijn. Laten we niet zitten te dommelen in deze nacht van de wereld. Laten we niet denken: het duurt mijn tijd wel. Dat is dwaas. Laten wij wijs zijn en ons voor bereiden op de komst van dat Rijk van God in ons midden.
Zie: speur in het donker van deze angstige, donkere en sombere tijd naar licht. Zie of er kansen tot verbetering zijn. Zie wat jijzelf concreet kunt doen om de leefbaarheid te vergroten.
De bruidegom! Jezus komt om zijn Rijk te vestigen. Zijn boodschap klinkt niet tevergeefs. Altijd zijn er mensen om Hem te verwelkomen. Blijf verlangen naar zijn verschijning in onze samenleving. Houd dat verlangen brandend.
Kom. Sta op en neem andere mee. Nodig mensen uit dat Rijk Gods een plek te geven in het sociale, economische en politieke handelen. Het Rijk Gods is een licht in de donkere crisissen die we zelf veroorzaken.
Ga hem tegemoet. Geloof het , zegt het evangelie, God is onderweg naar ons toe. Ga dan de weg die God je wijst en je zult Hem vinden. Let op dat je geen doodlopende wegen kiest, Richt je voeten op de weg naar shalom: naar vrede , welzijn en geluk voor allen.
Zou de deur van de feestzaal echt op slot gaan als wij te laat aan komen? Gods vergevingsgezindheid is groter dan al onze fouten. Maar die waarschuwing moeten we wel ernstig nemen: een samenleving die met God en zijn Rijk geen rekening wenst te houden vernietigt zich zelf.
We kunnen beter in de stralende rij van de wijze meisjes gaan staan dan in de chagrijnige rij van de dwaze meisjes. Ik wens u allen wijsheid toe. Amen.

 

Pastor:

De Heer roept ons op tot waakzaamheid. Bidden wij daarom met aandacht:

Lector:

Voor alle christenen die verlangen naar het Rijk van God. Dat wij stil staan bij de gebeurtenissen in de wereld van vandaag. Dat wij niet angstig of onverschillig worden. Geef ons de moed de crisissen onder ogen te zien en laat ons hoop putten uit het evangelie.

S T I L T E Laat ons bidden.

 

Lector:

Voor hen die verantwoordelijkheid dragen in het leefbaar houden van ons land. Dat wij werken aan verbondenheid en samenhang; dat wij niemand afschrijven en weg zetten als onbruikbaar. Geef ons de inspiratie om goede regelingen te treffen voor armen, vreemdelingen en voor hoogbejaarden, voor mensen met beperkingen en mensen zonder werk. Mogen alle mensen in onze samenleving een plaats kunnen vinden.

S T I L T E Laat ons bidden.

 

Lector

Voor onze parochiegemeenschap van Titus Brandsma. Dat wij groeien in vriendschap en in hartelijke omgang met elkaar, Voor de zieken en eenzamen in onze gemeenschap. Dat wij oog en oor voor hen hebben. Voor jongeren: dat zij idealen koesteren voor een mooiere wereld. Voor iemand die de komende week een ernstige behandeling moet ondergaan. Voor een goede afloop en een gunstige uitslag. Voor Maud Theunisse die vanmiddag gedoopt wordt. Dat zij een blije christen mag worden. Moge uw Rijk van de vrede in ons midden groeien.

S T I L T E Laat ons bidden.

 

Pastor

Heer Jezus , in de donkerste uren van de wereld breekt u door als licht en toekomst.
Dat wij van harte naar de komst van uw Rijk verlangen. Amen.

 

 

 

 

 

 

Overweging van 5 november 2017 door p. Tom Buitendijk

Titus Brandsmazondag 5 november 2017

 

Woord van welkom

U allen van harte welkom in deze  viering op het patroonsfeest van onze parochie.

Het is 32 jaar gelden dat paus Johannes Paulus II  deze bescheiden Karmeliet heeft zalig verklaard. Het proces voor zijn heiligverklaring is in volle gang. Voor ons hier in Oss, is het  mede van belang dat Titus in 2015 postuum ereburger van onze stad is geworden. Die eer deelt hij  met slechts drie anderen.  Je bent nier zomaar ereburger.

Graag heet ik mijn zuster in de Karmel welkom: Marieke Rijpkema.

Zij is van Friese afkomst en is in de verte ook nog familie van Titus.

Als pastoraal werkster in Nuland heeft zijn ion Oss gewoond en is vele manier in onze parochie aanwezig geweest.

Zij is nu de actieve beheerder van het Titus Brandsma memorial in Nijmegen.  Op vele manieren help zij om de gedachtenis aan Titus in Nederland hoog te houden.

Marieke heeft onlangs een reis begeleid naar Dachau.

“ In het spoor van Titus “.  Door zijn leven te overdenken, door iets van zijn bewogenheid te ervaren en door iets mee te beleven dat ‘de hel van Dachau’ is, is Titus ons naderbij gekomen als mens en … als inderdaad een heilige.

In deze viering zal Marieke mede voorgaan en de verkondiging verzorgen.

Titus, een mens om God bewogen,  wil ons nader brengen trot God en tot elkaar. Bidden wij zingend om ontferming.

Openingsgebed

Goede God, U woont verscholen in het hart van ieder mens.

In daden van goedheid en liefde komt U aan het licht.

Wij bidden U :

Doorstraal ons leven met uw licht en uw warmte zodat wij mensen worden die leven in de gezindheid van Jezus, uw Zoon.

Help ons elkaar nabij te zijn zoals Hij ons nabij wil zijn.

Dan komt er vrede over heel deze wereld.

Dit vragen wij U op voorspraak van pater Titus door Christus onze Heer. Amen.

Gebed over de gaven.

Goede God, herken in deze gaven van brood en wijn

onze inzet voor onze parochiegemeenschap.

Dat wij die met elkaar uw Brood en Beker delen

ook bereid zijn elkaars leven te delen

zoals Jezus het ons heeft voorgedaan.

Dit vragen wij U op voorspraak van pater Titus door Christus onze Heer. Amen.

Slotgebed.

Goede God, in deze viering hebben wij u willen eren en danken voor Titus Brandsma, naar wie deze gemeenschap genoemd is

Door zijn leven en werken is hij een levende getuige van uw goedheid en liefde. Mogen zijn voorbeeld tot ons blijven spreken

opdat wij, door hem geïnspireerd,

blijven zoeken naar U in het diepst van ons bestaan.

Dat wij U  daar vinden en ons kind naar uw hart weten.

Dit vragen wij U op voorspraak van pater Titus Brandsma door Christus onze Heer. Amen

Overweging van zr Marieke Rijpkema Ocarm

 

Overweging zo. 5 nov.17 – Titus Brandsmazondag in Oss                   

 

Titus Brandsma is één van de 206.000 mensen die gevangen gezeten hebben in kamp Dachau, onder het nazi regime in Duitsland.

Eén van de ruim 41.500 mensen die daar zijn omgekomen.

En dit was een gevangenkamp, een werkkamp, geen vernietigingskamp, zoals bijvoorbeeld kamp Auschwitz.

Te lezen en te horen en iets van beeldmateriaal te zien over de gruwelijkheden in dat kamp is vreselijk, en niet te bevatten. Wat mensen mensen kunnen aandoen… Titus Brandsma hield het in Dachau maar enkele weken uit. Totaal verzwakt ook al vanwege zijn verblijf in kamp Amersfoort. 61 jaar oud was hij.

Waarom gedenken we deze ene man in het bijzonder? Van al die mensen die omgekomen zijn in Dachau, en in al die plaatsen in de wereld die lijken op kamp Dachau.

Natuurlijk, deze mens heeft een jaar of 14 hier in Oss gewoond. Dat brengt hem nabij. We kunnen ons voorstellen hoe hij hier vlak om de hoek in het grote klooster woonde. Hoe hij door de stad gelopen heeft. Hij richtte hier de leeszaal op, de HBS, blies nieuw leven in de krant ‘de Stad Oss’, liet het H.Hartbeeld oprichten, en wat al niet meer.

Ook kunnen we zeggen dat hij veel voor Katholiek Nederland betekent heeft, door zijn inzet voor het katholiek onderwijs en de katholieke journalistiek. En ook door zijn onderzoekswerk naar spiritualiteit en mystiek, zijn colleges daarover, zijn stukjes in De Gelderlander. Maar ook heeft hij veel betekent voor de Oecumene, de Friese taal en cultuur, en het vredeswerk.

Dat maakt hem zeker gedenkwaardig. Maar daarmee alleen zou hij denk ik niet zalig verklaard zijn, of naamgever van jullie parochie geworden zijn.

 

In het proces dat heeft geleid tot zijn Zaligverklaring zijn er heel veel mensen gehoord, die hem hebben meegemaakt. En in die getuigenissen klinkt door hoe hij als mens opviel. Als iemand die aandacht had voor ieder met wie hij in contact kwam. Zijn zachtmoedigheid viel op, en ook zijn doortastendheid. En ook zijn eenvoud ondanks zijn grote geleerdheid en scherpe verstand. En zijn gerichtheid op het welzijn van de ander, zijn grote dienstbaarheid.

En ronduit indrukwekkend zijn de getuigenissen over hem uit kamp Amersfoort en kamp Dachau. De rust die van hem uitging, deed mensen om hem heen ontzettend goed, zijn diepe geloof. En ook de manier waarop hij de bewakers tegemoet trad. Wanneer we Jezus in het Lucas evangelie horen zeggen “heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten”, dan kunnen we naar Titus Brandsma in deze fase van zijn leven kijken, om te zien wat dat in de praktijk betekenen kan. Hij heeft die woorden waargemaakt.

Rafaël Tijhuis, een medebroeder die kamp Dachau overleeft heeft, schrijft in zijn dagboek over die periode ondermeer over Titus Brandsma:

 

In de omgang is hij steeds de rust en kalmte in persoon. Zelfs wanneer hij door de Block- of Stubenälteste geslagen wordt. Ook nadien zal hij niet op hen schelden of zelfs het woord ‘moffen’ op hen toepassen. Van haat of afkeer van de Duitsers of van de bewakers en diegenen die hem slaan of mishandelen, kan men bij hem niets merken. ‘Och, het is al weer voorbij’ zegt hij dan, als men hem vraagt waarom hij slaag gekregen heeft. Hij praat nog zelfs met zijn gewone gemoedsernst tegen de Block- en Stubenälteste. (…) Met zijn aangeboren vriendelijkheid, tracht hij door praten nog iets bij hen te bereiken. Meestal eindigt het gesprek met een oorvijg of schop, maar dat weerhoudt hem er niet van vriendelijk tegenover hen te zijn. Nog hoor ik de bulderende stem van het blokhoofd: ‘Hau ab, du Blöder, du Blöder!’. Naderhand zeg ik dan wel eens tegen Titus: ‘Praat toch niet met die kerels, U bereikt er toch niets mee, hoogstens een pak slaag!’. Maar dan antwoordt hij: ‘Daarom moet je het niet laten, want wie weet, misschien blijft er wel iets van hangen. Men moet voor deze mensen bidden’, hoor je hem vaak zeggen, ‘opdat ze tot inzicht komen’.

 

Titus Brandsma heeft alle zorg over zichzelf kunnen loslaten. Welk innerlijk proces daaraan voorafgegaan is weten we niet. Maar zijn gedicht “Het leed ging telkens op mij staan” (1) (met o.a. de zin: “Duldend, wachtend moest ik leren”) doet er iets van vermoeden, en zeker ook zijn vele artikelen over mystiek. Voor hem was het helder dat iedere mens ten diepste verbonden is met God, sterker nog dat God de diepste grond is van ons wezen. In de loop van zijn leven heeft hij zo naar mensen leren kijken: ook jij draagt het geheim van Gods aanwezigheid met je mee. Ook jij bent geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God. En God is goed. Daar leefde hij zelf uit, en dat probeerde hij ook in de ander op te roepen. En dat bleef hij doen tot in de hel van Dachau.

Dát maakt hem, volgens mij, tot zo’n onvergetelijk mens, die we willen blijven gedenken.

Fysiek is er niets van Titus Brandsma overgebleven. Zijn lichaam is verbrand in de oven van het crematorium in Dachau. Maar zijn persoon, zijn geestkracht, zijn geloof leven nog altijd voort, en kunnen voor ons een bron van inspiratie zijn en ons uitdagen om ook onze diepste goddelijke grond te ontdekken, ons door die Liefde vrij te laten maken, en ons met al onze talenten in te zetten voor vrede en verzoening, voor een samenleving gekenmerkt door gerechtigheid en liefde, en iedere mens met respect te bejegenen.

 

Dat wij zijn naam hoog houden, en als parochie en als mens, proberen in zijn voetspoor voort te gaan.

Amen.

 

Marieke Rijpkema O.Carm.

 

 

(1)          gedicht Titus Brandsma (kamp Amersfoort, 1942):

 

Het leed kwam telkens op mij aan

Onmogelijk om het af te weren.
Met geen traan te bezweren
‘k Had het anders lang gedaan.

Toen ging het boven op mij staan
Tot ik stil lag zonder wenen.
Duldend, wachtend moest ik leren
En toen eerst is het heengegaan.

Dat is nu al een poos geleên
Ik zie het nu van verre nog.
En ik begrijp niet, waarom toch
Ik toen zo leed met veel geween.
 

Voorbede

 

 

Pastor         Worden we een ogenblik stil en keren wij ons hart tot God

en leggen wij aan Hem voor alles wat ons ten diepste beweegt.

 

Lector         

Wij bidden voor allen die zoeken naar zingeving en verdieping in hun leven.

Voor allen die hopen U  te ontmoeten als de dragende grond van hun bestaan.

Dat wij U mogen ervaren als het meest innerlijke van ons wezen.

Leef in ieder van ons en geef dat wij in U mogen leven.

Stilte Laat ons bidden:

 

Bidden wij voor de wereld waarin wij wonen:

om vrede en rust  in alle haarden van oorlog, geweld en onderdrukking;

Voor hen die vervolgd worden

om hun geloof en om hun vrijmoedige  meningsuiting,

voor hen die vanwege het onrecht niet kunnen zwijgen.

Dat er steeds mensen zijn

die in de geest van Titus  vasthouden aan het vrije woord.

Stilte Laat ons bidden:

 

Wij bidden voor onze geloofsgemeenschap

die de naam van pater Titus draagt.

Moge zijn eenvoud en de bescheidenheid  ons doen en laten kenmerken.

Om hechte saamhorigheid en verbondenheid

Geef dat wij heel ons leven richten naar het visioen van het Komende Koninkrijk van waarin Gods Naam geheiligd wordt en Zijn wil geschiedt.

Stilte Laat ons bidden:

                   

Bidden wij voor ons eigen geestelijk leven:

dat de bescheiden en nuchtere levenswijze van Titus ons mag bezielen;

dat zijn passie voor gerechtigheid en zijn geloof in de kracht van de liefde  ook ons doorgloeit;

dat zijn Godsvertrouwen ons nader brengt tot de levende God

als de diepste grond van ons bestaan.

Stilte Laat ons bidden:

 

Wij bidden voor onze Titus Brandsmagemeenschap

Voor de zieken, bedroefden en vereenzaamden in onze kring.

Om genezende aandacht.

Voor de intenties die onuitgesproken zijn en waarvan God, o God, alleen weet heeft.  Schenk ons wat goed voor ons is/  Stilte Laat ons bidden:

 

Pastor        

Goede God, U die woont in het diepst van ons wezen,

kom aan het licht in onze daden van dienstbare liefde.

Dit vragen wij U op voorspraak van Titus Brandsma

Door Christus onze heer. Amen.

 

 

 

 

 

Overweging van Allerzielen op de Ministershof door pastor Leon Teubner

Vandaag is het Allerzielen,

de dag waarop we traditiegetrouw

onze lieve overledenen herdenken

van het afgelopen jaar.

 

Maar ook gedenken we al die anderen

die al eerder gestorven zijn.

Ook zij komen in onze herinnering naar boven.

 

De dood van een geliefde ander doet iets indringends met ons.

Het kan ons verdrietig maken, ons schokken,

boosheid wekken, of in verwarring brengen,

ons deprimeren, of gedesillusioneerd maken.

 

Dat kan zover gaan dat we echt depressief worden.

Het leven verliest zijn kleur, alles verbleekt,

honger en zin verdwijnen.

Je wilt niet verder meer en keert je af.

 

Het verhaal van de Emmausgangers verteld hierover,

We hoorden wat de leerlingen overkwam

na de dood van hun geliefde vriend en meester Jezus.

 

Het verhaal vertelt dat zijn lijden en dood

de leerlingen blind maakte voor datgene

waar Jezus zijn leven voor gegeven had:

een leven met God die hij zijn Vader noemde.

 

Ze waren zo bevangen door hetgeen er gebeurd was,

dat ze Jezus niet langer herkenden

terwijl die nog steeds met hen was.

 

Hij, wiens Naam betekent: God redt,

was ook na zijn dood met hen begaan,

zoals God aan ieder van ons beloofd:

Ik ben met je.

 

Ook als een geliefde van je overlijdt en jij alleen achter blijft.

Ook dan ben Ik met je en ook dan blijf Ik met je begaan.

De leerlingen echter waren te bevangen om dat nog te geloven.

 

Zij waren te zeer geschokt door de hogepriesters

die Jezus hadden overgeleverd aan de Romeinen:

 

zij hadden Jezus, een profeet, machtig in woord en daad,

overgeleverd om ter dood te worden veroordeeld.

 

Dat was één kant van hun bevangenheid.

Een andere kant was, dat hun hoop

op de bevrijding van het volk door Jezus

met diens dood de grond in was geboord:

 

We hoopten nog zo dat Hij degene zou zijn die Israel zou verlossen

 

Ten derde gebeurde er ook iets geheel onverwachts

wat hen in verwarring heeft gebracht:

 

enkele vrouwen hadden van engelen bij het graf vernomen

dat Jezus weer leefde en dat ze het graf leeg hadden aangetroffen.

 

Een vierde reden voor hun bevangenheid was hun drukke redeneren:

 

Ze spraken druk met elkaar over alles wat was voorgevallen.

Waarom moest dat alles zo gaan, waarom?

 

De leerlingen, met wie God zo begaan was,

waren verblind om zijn aanwezigheid nog waar te nemen.

Bevangen als zij waren in hun geschoktheid,

hun verlies van hoop, hun verwarring en verdriet,

en hun druk redeneren om de logica van de dood te behappen.

 

Ook wij kennen deze reacties bij het verlies van een geliefd mens:

verdriet, geschoktheid, teleurstelling, wanhoop,

de behoefte om er steeds weer over te praten.

 

En daar is helemaal niets mis mee, dat is heel goed,

en dat hoort bij de verwerking van een overlijden.

En toch reageert Jezus kritisch op zijn rouwende  leerlingen:

 

O onverstandigen, zo traag van hart

dat gij niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben!

Moest het met mij niet zo gaan?

Jezus schudt hen wakker uit hun bevangenheid.

Hun verdriet en teleurstelling en verwarring,

vanwege de dood van hun vriend en meester,

was zo groot,dat de leerlingen de aanwezigheid van God

in hun eigen leven niet meer herkenden.

 

Door Jezus´ dood raakten zij het contact kwijt met de bron van hun leven:

hun God, wiens Naam is: Ik ben met jullie, alle dagen van jullie leven.

Zij hadden hun God samen laten vallen met een sterfelijk mens,

waardoor zij, met diens lijden en dood, ook hun God verloren.

 

En dat kan ook ieder van ons gebeuren als we hier alleen achterblijven

wanneer onze geliefde echtgenoten en vrienden er niet meer zijn.

Dan lopen ook wij het gevaar op onszelf teruggeworpen te worden,

en ons niet langer toe te vertrouwen aan een God van levenden,

die ieder van ons hier en u zijn leven geeft en voor eeuwig bewaart.

 

Dat door de woorden van Jezus ook onze ogen opengaan,

dat ook wij ons laten bevrijden uit onze bevangenheid,

opdat ook in ons ons hart opnieuw gaat branden

en wij weer op weg gaan met die God van levenden,

die met ieder van ons begaan is.

 

Dat Hij ons toch de ogen moge openen

voor zijn aanwezigheid in ons leven.