Alle berichten door titusbrandsmaparochieoss

Overweging van zondag 15 juli 2018 door p. Tom Buitendijk

Karmelfeest Oss 2018

Inleiding

Van harte welkom in deze viering. Vandaag vieren we de plechtige gedachtenis van Maria, Onze Lieve Vrouw van de Berg Karmel.
De naam van deze feestdag verwijst naar een kapel die aan Maria was toegewijd op de berg Karmel.
Sinds 1890 zijn de karmelieten in Oss aanwezig. Vanaf 1923 dragen zij pastorale verantwoordelijkheid. Als 95 jaar.
Onze parochie is zo nauw met de Orde van Karmel verbonden
dat de geest van de Karmel zal heersen in deze parochie.
In het bijzonder de liefde tot Maria, de moeder van de barmhartigheid.
Willen wij Gods barmhartigheid over ons afsmeken door samen te bidden en te zingen.

Overweging

De woestijn is in de traditie van de Karmel een bevoorrechte plek.
Niet dat het wonen in een woestijn gemakkelijk is. Het kan er dor en doods zijn. Maar juist daar in de woestijn leer je te kijken naar kiemen van leven.
In de woestijn is er niets om je af te leiden van datgene waarnaar je werkelijke op zoek bent. In de woestijn leer je zien waar het op aan komt. In de woestijn wordt je teruggebracht tot de kern van je bestaan.
Zo sta jij voor God. Met lege handen, met een ontvankelijk hart,
met niets meer dan je bent: een kwetsbaar mens.
Die pure ontvankelijkheid – de mens die uit zichzelf niets heeft,
maar alles van God verwacht – maakt een mens mooi.
Als God komt, dan komt de woestijn tot leven, dan wordt de groeikracht van God zichtbaar. Overal water en mooie bloemen. Overal vrolijkheid en vreugde.
God bekleedt de woestijn met zijn eigen schoonheid.
Zo ook bekleedt God de mens die Hem en Hem alleen zoekt
zich met zijn eigen stralende schoonheid.
Wie in de woestijn naar God zoekt zal eens door Hem gevonden worden.
U begrijpt: de woestijn is een geestelijke werkelijkheid.
Het is een concentratie op het wezenlijke en het voortdurend voorbij zien aan alles wat je niet dichter bij God brengt.
Je wordt daardoor een zuiverder , mooier en meer verstilde mens.

De schoonheid van de Karmel wordt vanouds gezien als een afspiegeling van Gods schoonheid. De Karmel is niet alleen een bergtop die uitkijkt over de zee.
De Karmel is een prachtige bosrijke bergrug waar het goed toeven is voor mensen die God, en God alleen, zoeken in hun leven.

Net als de woestijn is ook de berg Karmel een geestelijke werkelijkheid.
Het is het willen toeven in Gods nabijheid. Niets anders meer verlangen dan in zijn tegenwoordigheid te leven. Het is het genieten van de schoonheid die hij legt in de natuur en in de mens die zich opent voor zijn Aanwezigheid.

Woestijn en tuin zijn levenswijzen voor gelovige mensen. Met voorbij gaan van alles God zoeken, en als je gevonden wordt, toeven in zijn Tegenwoordigheid. Als je gevonden wordt…… We kunnen God niet dwingen in ons leven te komen. We kunnen door naar Hem te zoeken, ons laten vinden.

Maria heeft God gezocht. Ze was open voor Hem en volkomen bereid zijn wil te doen. God heeft haar bereid gevonden de moeder te worden van Jezus, Zijn Zoon. Zij was een volkomen open mens. Gods schoonheid straalde op haar af zodat zij zelf Gods liefde uitstraalde. Gods liefde: is barmhartigheid, gerechtigheid en vrede.
Daarvan zingt zij in haar lofzang : mijn ziel prijst groot de Heer.

Onze parochie is een Karmel parochie. Dat betekent dat iets van de geest van de Karmel zal doorklinken in ons parochieleven. Zoals het gaat met een geest, een sfeer, een gezindheid, een mentaliteit: je kunt het nooit vast leggen en aanwijzen. Je kunt nooit zeggen: daar, dat is typisch Karmel. Het is wel de Karmelgeest die spreekt uit de concrete dingen die we doen en die we beleven.

Onze parochie wil een gastvrije parochie zijn voor alle mensen die aandacht, vriendschap, liefde nodig hebben.
Het gaat hierbij om een sfeer van hartelijkheid voor elkaar en betrokkenheid op elkaar. Religieus gezien: het gaat om zusterschap, broederschap.
Een bijzondere aandacht gaat uit naar mensen aan de rand : de armen in onze stad, maar ook mensen in nood in bijv. ontwikkelingslanden en oorlogslanden. Het gaat ons erom dat ook kleine mensen de kans krijgen voluit menselijk te leven. Het gaat ons om menselijkheid waartoe God ons oproept.

Onze parochie wil ook en biddende gemeenschap zijn. Bidden betekent het oog op God gericht houden naar de toekomst toe, maar evenzeer God proberen te vinden diep in je eigen hart, in je binnenste. Onze verlangen is dat in ons leven iets van Gods goedheid aan het licht komt. Wij willen zoals Maria, blije ,vrolijke en stralende mensen zijn.

Onze parochie wil betrokken zijn op de samenleving. Bidden om het rijk van God en hopen dat het alle mensen goed gaat is nooit vrijblijvend. Wij kunnen in onze straten en buurten iets van Gods liefde uitstralen door goede verhoudingen met de buren, door vriendelijkheid als we elkaar tegen komen, door begrip te hebben voor mensen die anders leven dan wij gewend zijn. Vooral wordt ons gevraagd aandacht te hebben voor mensen die zonder onze aandacht, kunnen vereenzamen.

Je kunt het heel groots zeggen:
wij willen van de woestijn een leefbare en bewoonbare wereld maken, een wereld waarin God zich bij ons mensen thuis kan voelen. Of:
Wij willen dat heel de samenleving een Karmel wordt :
een prachtige tuin waarin God en mens wandelen in elkaars Tegenwoordigheid.
Of: wij willen dat de stad Oss een stralend middelpunt wordt voor heel Nederland waarvan mensen zeggen: zie hoe goed ze als zussen en broers met elkaar omgaan.

Onze grote ereburger van Oss , pater Titus Brandsma zei:
Karmelmensen – dus ook parochianen van de Karmelparochie – zijn niet geroepen om grootste dingen te doen, maar om de kleine en eenvoudige dingen op grootse wijze te doen. Wat wij gewone mensen doen zal God groot maken en voltooien…. als wij maar beginnen!

Als Karmelmensen kijken we graag naar Maria, Onze Lieve Vrouwe.
Maria die zojuist gelovig had uitgesproken moeder van Gods Zoon te willen worden, spoedde zich naar Elisabeth om haar dienstbaar ter zijde te staan. Dienstbaarheid aan mensen en vol zijn van God horen bij elkaar.

Vanaf 1890 is er sprake van Karmelieten in Oss.
De bescheiden pater Titus Brandsma is op uitstekende wijze dienstbaar geweest aan de stad Oss. Op dez
De geest van de Karmel leeft dankzij onze parochie nog steeds door.
Op de plek waar het klooster en de paterskerk gestaan heeft staat nu een bescheiden monumentje. Het is niet groots, maar iedereen voorbijganger die er even bij stil staat, neemt er iets goeds van mee.
Direct na de viering lopen we er heen om het monument te zegenen en om de stad Oss aan Maria, Onze Lieve Vrouwe van de Karmel aan te bevelen.

Voorbede

Pastor
Goede God wil onze gebeden verhoren
die wij op voorspraak van Onze Lieve Vrouw van de Karmel tot u richten.

Lector
Voor onze stad Oss.
Dat wij door onze manier van leven en met elkaar omgaan
uw liefde een menselijk gezicht geven.
Help ons een samenleving te vormen
waarin iedereen zich in vrijheid kan ontplooien.
s t i l t e
Lector
Voor onze parochie.
Dat wij in eenvoud en bescheidenheid de geest van de Karmel beleven.
Doe ons beseffen dat u, o God, de bron van alle leven bent;
dat wij in U leven en door U bestaan.
Help ons als biddende mensen te verlangen naar uw Tegenwoordigheid.
Daartoe zingen wij :
Wees gegroet Maria

Lector
Voor de Karmelorde, verspreid over heel de wereld en aanwezig in ons land.
Dat de Orde door haar aanwezigheid te midden van de mensen het verlangen naar God levend houdt ;
dat de Orde de dienstbaarheid van Maria beleeft en voor leeft;
dat ons streven naar gerechtigheid en vrede de wereld mooier maakt.
s t i l t e

Lector
Met dankbaarheid gedenken wij de zusters Karmelietessen en de broeders Karmelieten die in Oss gewoond en gewerkt hebben.
Met genegenheid denken wij terug aan de vele pastores die dienstbaar zijn geweest aan de parochiegemeenschap.
Moge hen gedenken ons tot zegen zijn.
Daartoe zingen wij:
Wees gegroet Maria

Goede God,
Onze Lieve Vrouwe brengt onze gebeden bij U.
Wil ons omwille van haar gebed verhoren.
Schenk ons uw zegenen uw vrede.
Door Christus onze Heer.
Amen .

Advertenties

Overweging van zondag 8-7-2018 door p. Tom Buitendijk

 

Overweging
Zoals u weet zijn er vier evangeliën: Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes.
Het zijn vier geloofsgetuigenissen over Jezus die voor bepaalde groepen mensen geschreven zijn. Ook al gaan ze alle vier over Jezus, toch verschillen ze veel van elkaar en spreken elkaar ook soms tegen.
Of: ze vertellen eenzelfde verhaal anders.
Nu staat het evangelie van Markus het dichts bij de gebeurtenissen rond Jezus. Er is nog niet zoveel tijd geweest om na te denken over de bijzondere persoon die Jezus was. Dus ook niet om dat bijzondere uit te drukken. Voor Markus is Jezus allereerst gewoon een rondtrekkende prediker, een wonderdoener, een genezer van boze geesten en kwalen.
Voor Matteüs is Jezus een leraar, de nieuwe Mozes. Voor Lucas is Jezus de man in wie Gods barmhartigheid zichtbaar wordt.
Voor Johannes is Jezus bovenal de Zoon van de Vader. Johannes heeft het langst kunnen nadenken over wie Jezus voor hem was. Hij laat de apostel Thomas de eerste geloofsbelijdenis zeggen: Mijn Heer en mijn God.

Omdat Markus het dichtst bij de gebeurtenissen van Jezus staat, vertelt zijn verhaal dan ook heel gewone dingen. Helemaal niet verheven of hemels. Rondtrekkende rabbi’s waren er wel meer en Jezus was heus niet de enige genezer.

 

Dat Jezus in de synagoge het woord neemt is ook helemaal niet vreemd.
Iedere man die bewezen heeft dat hij in de boekrol kan lezen, mag zeggen wat hij ervan vindt. Als het onderricht goed is dan zij de mensen best bereid te luisteren.
Blijkbaar is Jezus een goed predikant want ze luisteren…en al luisterende beginnen ze te schuifelen met hun stoelen…. ze raken verbaasd….. ze worden geïrriteerd … ze voelen zich uitgedaagd …. ze voelen zich beschuldigd …. wat hij zegt klinkt allemaal mooi en goed…… als je zijn boodschap ècht hoort, dan moet je hier en nu een ander mens worden! Die wijsheid is Hem dan wel geschonken, maar waar heeft Hij die dan vandaan? Van God soms? Maar hij is toch onze vroegere timmerman….. zijn hele familie woont hier in de stad… we kennen ze stuk voor stuk, we kennen zij moeder Maria.

Welk recht en welke bevoegdheid heeft hij om ons op te roepen tot een andere levensstijl! Hij praat als een profeet en hij timmert mooi aan de weg, maar hij is toch maar gewoon de timmerman.
( Tussen haakjes: Matteüs zegt: de zoon van de timmerman) .
De bozige toehoorders slaan de spijker op zijn kop. De timmerman praat als een profeet. Teleurgesteld en bedroefd constateert Jezus: een profeet wordt overal geëerd , behalve in zijn eigen vaderstad. Hij staat verwonderd over hun ongeloof. Hij begrijpt hun wantrouwen niet.
Hij lijdt er onder dat zijn goede boodschap niet overkomt. Het doet Hem pijn zo afgewezen te worden. Markus tekent Jezus in zijn menselijke teleurstelling.
Maar òòk zegt hij dat Jezus een profeet is die namens God spreekt. Hij heeft geen eigen verhaal, maar spreekt een woord van God tot mensen gericht. Een woord dat inbreuk maakt op ons gewone bestaan.
Hij spreekt een woord dat oproept tot verandering, bekering, tot je leven een nieuwe oriëntatie geven.
Hij biedt ook iets aan: het Rijk van God waarin plek is voor zieken en bezetenen, voor melaatsen en onreinen, voor tollenaars en zondaars, voor vluchtelingen en vreemdelingen.
Het Rijk van God als verzamelplaats voor alle mensen aan de rand van de samenleving. Als je hoort dat God met jou een nieuw begin wil maken, open je dan je hart ….of stop je je ogen en oren dicht?

Denkt u eens in: als wij op die gewone sabbat in de synagoge hadden gezeten en naar Jezus geluisterd hadden, wat dan ….. ? Zouden wij ons dan ook niet geërgerd hebben dat de timmerman Gods Woord verkondigt? Hadden wij dan wèl zo naar Jezus geluisterd dat wij nieuwe wegen zouden gaan? Zijn wij wezenlijk andere mensen dan de toehoorders in Nazareth?
Het is misschien het ergerniswekkende van het christelijk geloof dat het zo eenvoudig is dat een timmerman je dat kan vertellen. Zijn profetisch woord is belangrijker dan alle theologieboeken, pauselijke encyclieken, bisschoppelijke vermaningen of pastorale woordjes in een parochieblad.
Zijn profetisch woord zegt: het Rijk Gods is nabij,
waar de ene mens naar de ander omziet,
waar de mensen elkaar respecteren en elkaar eerbiedig in hun waarde laten.
Het rijk Gods is daar waar de mensen in elkaar het beste naar boven roepen en misstappen vergeven.
Het Rijk Gods is daar waar de ene mens de ander dient en het goede gunt.
Het Rijk Gods is daar waar rechtvaardigheid en barmhartigheid elkaar ontmoeten, waar liefde en waarachtigheid elkaar kussen.
Het Rijk Gods is zo menselijk gewoon en eenvoudig;
het is Gods zichtbare goedheid iedere mens.

Voor wie er aan begint is het Rijk Gods aanwezig.
De vraag is: begint u ermee?
Of denkt u: die timmerman, die kan me nog meer vertellen? Hij is toch een gewone jongen uit Nazareth. Hij moet niet denken dat Hij Onze Lieve Heer is. Want stel je voor als Hij het wel is: dan moet ik toch een ander mens worden! Nazareth en Oss liggen niet ver van elkaar……
Amen

 

 

 

 

Overweging van zondag 24-6-2018 door p. Tom Buitendijk

Johannes de Doper  24 juni 2018

 

Inleiding

U allen van harte welkom in deze viering .

Vandaag viert de kerk de geboorte van Johannes de Doper.

Het is ook een heel bijzondere datum.  24 juni  is de langste dag van het jaar.

Het is het einde van de lange periode van het Eerste of Oude Testament.

Over zes maanden plus een dag vieren wij de Geboorte van Jezus, 25 december.

Het is de kortste dag van het jaar. Het is het begin van de Nieuwe Tijd.

Op beide geboortedagen begint God iets nieuws met ons mensen.

Staan wij daar open voor?

Om deze Eucharistie goed te kunnen vieren bereiden we ons een moment in stilte voor. 

Overweging

 

Jesaja 49.1-6

Lucas 1,57 – 66.80

 

Dat voor Elisabeth het ogenblik aanbrak dat zij  moeder zou worden is méér dan een mededeling.  Elisabeth  kon haar leven lang géén moeder worden en droeg de schande van de kinderloosheid met zich mee. Tot het ogenblik dat de haar man, de priester Zacharias, een verschijning  van een engel kreeg.  De engel vertelde hem dat Elisabeth op haar hoge leeftijd toch nog in verwachting zou raken. Zacharias kon het niet geloven. Hij kon letterlijk van verbazing niet mee spreken.

De geboorte van Johannes is een geboorte waar God als het ware de hand in had. Met deze geboorte beging er iets nieuws.  God neemt het initiatief.  Zacharias  de priester en de vrome vrouw Elisabeth verlangden vurig naar een nieuwe begin. Zij zagen uit naar de komst van de Messias die Israël zou bevrijden. Met zijn tweeën  vertegenwoordigen zijn als het ware het hele volk. Met dit nieuwe kind ziet God genadig op hen neer. Op hen samen en op heel het joodse volk.

 

U hoorde zelf al dat er méér verteld wordt over de naamgeving dan over de geboorte. Naar de gewoonte van mensen zou de jongen de naam van zijn vader krijgen. Een naam die een familietraditie kan voort zetten.

Maar Elisabeth is zo blij met haar kind,  en zij ervaart zijn geboorte zó

als een Godswonder dat zij hem de naam Johannes geeft: God is genade.  Dat is die jongen voor haar. Dat zal die jongen zijn voor zijn volk. Zijn naam is een program.  Zodra Zacharias schrijft  “Johannes zal hij heten” , kan hij weer spreken en God prijzen om zijn overgrote goedheid.  Maar de omwonenden vragen zich af: Wat zal er worden van dit kind? Wat betekent die naam voor ons?   Zoals van oude  profeten gezegd wordt: De hand van de Heer was met hem en Gods Geest beheerste hem meer en meer.

 

De meest populaire afkorting van Johannes is in het Nederlands Jan en in het Engels John. Het is misschien ouderwets, maar het is wel een naam met inhoud.  In veel families zijn namen een traditie: ze gaan van vader op zoon en kleinzoon; van moeder op dochter op kleindochter. Je hoort door je naam ergens bij.   De roepnaam was bij katholieken meestal een afkorting van de doopnaam. Doopnamen waren meestal heiligennamen.  Zo’n heilige kan dan een voorbeeldfunctie hebben.

Nicolaas: overwinnaar. Petrus : rots.  René: weder geborene;  Patrick: vaderlandlievend; Richard: rijke man ; Thomas : patroon van de twijfelaars.

 

De meest voorkomende namen waren in 2017 voor jongens: Noah, Sem en Lucas De meest voorkomende voor meisjes: Emma, Tess en Sophie.  Namen worden mode.  De meeste namen raken helaas  los van hun betekenis en achtergrond.  Mijn nichtje Krista heeft twee dochtertjes Sara en Hanna. Helaas wist ze niet dat ze Bijbelse namen gekozen had. Ze vond ze alleen maar mooi. Tegenwoordig maken mensen zelf fantasienamen; of ze geven hun kind namen van tv sterren of sportlui; of ze kiezen namen uit andere landen en culturen. Soms zijn namen zo ingewikkeld dat je je moet afvragen of het kind er later blij mee zal zijn.

Ik zou er voor willen pleiten dat kinderen namen krijgen waarin iets doorklinkt van de hoop en de verwachting die ouders van hun kind koesteren; een naam die betekenis heeft; een naam waarmee het kind een levensprogramma krijgt aangeboden.

Natuurlijk zal het kind zijn eigen leven vorm moeten geven en komt zo’n naam soms niet helemaal uit de verf. Toch kan een kind houvast aan zijn naam hebben.  Naamgeving verdient zorgvuldigheid.

 

Wat zal er worden van dit kind? vroegen de omwonenden zich af.

Wij komen Johannes in de Bijbel tegen als een profeet die met kracht en gezag op roept tot bekering. Op scherpe wijze confronteert hij mensen met zichzelf en laat hij zien hoe schijnheilig ze zijn.

Vrome Schriftgeleerden verwijt hij dat ze andere zware regels opleggen en zichzelf er niet aan houden. Soldaten verwijt hij dat ze plunderen en roven in plaats van mensen te beschermen. Tollenaars en publieke vrouwen luisteren met open mond naar hem en beginnen een nieuw leven.

“Johannes wat  moeten we doen ?, vragen de mensen.

“Kijk in jezelf en zie of jouw diepste verlangen klopt met jouw daden”,

is zijn antwoord. Dat antwoord is verrassend actueel.

 

Vandaag komen regeringsleiders bij elkaar om te spreken over vluchtelingen.  Ze zeggen: Hoe kunnen wij deze mensen helpen” en ze bedoelen  “hoe verhinderen we dat ze hierheen komen”.  Daar zijn de meeste mensen het mee eens….

We zeggen : “Echte vluchtelingen willen we opvangen. Economische vluchtelingen moeten terug.” Maar mensen uit andere landen die we goed kunnen gebruiken voor onze economie ontvangen we met open armen.  Polen in de bouw; Indiërs in de computerindustrie; Filippino’s in de thuiszorg.   We helpen vreemdelingen  graag als het ons zelf voordeel oplevert.

Tegen arme mensen zeggen we dat er toch een voedselbank is en zelf gaan delen blijven we moeilijk vinden. We vinden wel dat er vrede moet komen in Syrie en verkopen tegelijk wapens.

 

 

Johannes betekent God is genadig.  Maar hij geeft ons ongenadig op ons kop!  Zijn oproep is: Breng in praktijk wat je preekt. Dat geldt voor de verantwoordelijke leiders in kerk en samenleving, Dat geldt voor iedereen die durft te vragen:  Johannes wat moet ik doen om Gods genade te mogen ervaren?

 

Bekering is de helft van een nieuw begin. Laat die oude mens in je los!

Toe wending is de tweede helft. Word nieuwe mens in Jezus’ Geest!

Van Johannes krijgen we ongenadig op ons kop.  Van Jezus ontvangen we onvoorwaardelijke genade. Zoals God de zon laat schijnen over goeden en bozen; zo roept Jezus goeden en bozen op om samen een nieuwe gemeenschap te vormen. Hij  roept ons op ons te koesteren in de zon van de gerechtigheid,

ons te warmen aan de hartverwarmende vredelievendheid en goedheid;

om te wandelen in het licht van zijn gelaat.

 

Door de bekering waartoe Johannes oproept vinden we moed om ons toe te wenden naar die nieuwe wereld.  Maar ook als we volgeling van Jezus zijn, dan zijn we er nog niet.  Want nog steeds blijft de uitdaging klinken:  “Kijk in jezelf en zie of jouw diepste verlangen klopt met jouw daden”. Amen.

 

 

 

 

 

 Voorbede

 

Pastor: Op het feest van Johannes de Doper bidden we tot U om een oprecht en zuiver hart.

 

Lector :

Om een profetische geest van kerkelijke leiders.

Dat zij de noden van de tijd verstaan en woorden vinden

om in deze wereld het Rijk van God aan te kondigen.

Stilte …. Laat ons bidden .

 

Lector:

Voor alle christenen die geloven in de nabijheid van het Rijk van God

maar er zo moeilijk handen en voeten aan kunnen geven.

Maak ons tot moedige mensen in een wereld die van God niet weten wil.

Stilte …. Laat ons bidden .

 

Lector:

Voor de vluchtelingen in deze wereld die zoeken naar vrede en veiligheid.

Dat de regeringen van Europa wegen vinden om aan deze mensen recht te doen.

Dat wij zelf bereid zijn om vreemdelingen in ons midden te ontvangen.

Stilte …. Laat ons bidden .

 

Lector

Voor de vier en dertig duizend mensen die in de Middellandse Zee verdronken zijn.

Voor de families die wanhopig en verdrietig achter blijven.

Zij zijn mensen zoals wij.

Stilte …. Laat ons bidden .

 

Pastor

Goede God, help ons ons toe te keren naar Jezus

die uw liefde verkondigde en in daden liet zien.

Dat zijn Gees over ons komt en ons meer en meer beheersen zal.

Dit vragen wij u door Christus onze broeder en  Heer in eeuwigheid. Amen

Overweging van zondag 17-6-2018 door p. Tom Buitendijk

Van harte welkom in deze viering.

Gisteren vierde de stad Oss het tienjarig bestaan van het platform Global Goals. Global Goals zijn zeventien doelen om de aarde leefbaar te maken voor alle bewoners. Enkele jaren gelden heeft de parochie een Fair Trade keurmerk aan gevraagd. Daarmee zijn wij een Fair Trade parochie geworden. Dat brengt een speciale verantwoordelijkheid met zich mee, ook voor de Global Goals.  Het thema van deze viering luidt: Goed zijn voor de aarde. Fair trade houdt in dat wij ons verantwoordelijk voelen voor deze aarde die een geschenk van God is. Er is geen tweede aarde. Hoe gaan wij met schepping – natuur en medemensen – om?

Keren we in ons zelf – stilte –  Soms is herschepping van ons hart dringend nodig.

Openingsgebed

God, U hebt ons de aarde als woonplaats gegeven

om er met alle mensen in vrede te leven.

Leer ons zo van de aarde houden dat zij rijke vruchten voortbrengt:

vruchten die ten goede komen aan ieder mensenkind.

Dit vragen wij u door Christus onze Heer.

 

Gebed over de gaven

Kom, God, met uw Geest over de gaven van brood en wijn;

beziel ze tot leven en liefde gevend voedsel

op onze weg naar uw Komend Rijk.

Dit vragen wij u door Christus onze Heer.

 

Slotgebed

God mogen wij met alle mensen van goed wil meewerken

om de wereldwijde goede doelen concreet te maken in ons dagelijks leven.

Dat wij zoeken naar eenheid en harmonie in ons doen en laten.

Doe ons geloven in de groeikracht van het zaad;

houd ons oog gerucht op uw toekomst.

OverDit vragen wij u door Christus onze Heer.

Overweging

Het antwoord op de eerste vraag van de catechismus kènt iedereen die ouder is dan zestig jaar. Waartoe zijn wij op aarde? Het antwoord luidt:

( roept u maar! )

Er zijn twee versies van: de oudste is: wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor in het hiernamaals gelukkig te zijn. De nieuwere versie leert: Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn.

In de nieuwe versie mogen we ook hier op aarde gelukkig zijn.

Beide versies richten toch hun hoofdaandacht op de hemel.

De aarde is in zekere zin bijzaak.

Geloof gaat immers over geestelijke zaken. Spiritualiteit is toch méér hemels dan aards. God is toch Geest en wij worden na onze dood toch allemaal geestelijke wezens in de hemel.

Toch kun je je afvragen of er wel een hemel kan zijn zonder aarde.

Is het Rijk God waar Jezus het over heeft niet altijd ook een aardse werkelijkheid? Kunnen we anders over de hemel denken en spreken dan in aardse termen?  De hemel is als een feestmaal, als de stad van God, de hemel is als een plaats van rust en vrede aan een koele waterbeek?

 

Geen hemel zonder aarde, leert Jezus ons. In de gelijkenissen van Jezus groeit het Rijk Gods op uit de aarde zoals ontkiemend zaad dat groeienderwijze vrucht gaat dragen en tarwe wordt, tot de volle oogst.

De aarde is nodig om het Rijk van God te laten groeien. Hoe? Dat is Gods geheim.

Daarom is de zorg voor de aarde niet alleen een materiele verantwoordelijkheid, maar ook een spirituele opdracht. Op aarde groeit een hemelse werkelijkheid – een nieuwe hemel en een nieuwe aarde is ons beloofd. Het Rijk Gods daalt niet uit de hemel neer; het groeit uit de aarde op naarmate wij goed zijn voor de aarde.

De Global Goals – wereldwijde goede doelen – gaan onder meer over het verminderen van armoede en honger, het streven naar goede gezondheid, goed onderwijs, duurzame energie, verantwoorde consumptie en productie, en rechtvaardigheid voor iedereen. Het Platform Global Goals Oss heeft de 17 doelen 10 jaar geleden omarmd. En met succes, want dit jaar is Oss wederom uitgeroepen tot de meest Inspirerende Global Goals Gemeente van Nederland. Onze Fair Trade parochie doet op bescheiden wijze met vele andere organisaties mee.

 

Nu zullen de meeste van de 17 doelen u wel niet onbekend zijn. Als kerkmensen is ons gebed toch vaak dat er geen armoede, geen honger meer zal zijn onder de mensen. En ook bidden we om goed onderwijs en om goede medische voorzieningen. Sommige goede doelen komen dichterbij. Dan krijgen we het er moeilijk mee: plek voor vreemdelingen; vermindering van consumptie; zuinig zijn met energie; schoon water. Als je er alleen maar voor hoeft te bidden, dan gaat het wel….. er wat aan doen is moeilijker.

 

Het platform Global Goals is geen kerk waar mensen samen komen om te bidden. Het platform probeert die goede doelen te bereiken door het bedrijfsleven aan te spreken, maatschappelijke organisaties op hun verantwoordelijkheid te wijzen, door scholen erbij te betrekken, door gewone mensen op te roepen tot actie over te gaan.

Zo gebeurt er buiten de kerk heel veel waartoe wij elkaar ook binnen de kerk toe oproepen. Er is veel kerk buiten de kerk. Zo’n platform van buiten de kerk kan ons als mensen binnen de kerk inspireren. Kunnen wij de kerk niet onderbrengen bij het platform? Of: Hebben wij als kerk een eigen opdracht of functie? Ik denk van wel.

 

In zijn encycliek Laudato si zegt paus Franciscus dat we alle middelen moeten gebruiken om de Global Goals te realiseren: natuurwetenschap, techniek, sociale wetenschappen, economie en klimaatkunde. Vanuit het geloof biedt de kerk geestelijke of spirituele grondslagen voor alle wetenschap.

 

Als ouders een kind krijgen dan ervaren zij hun kind als uniek schepsel, als het mooiste kind van de wereld. Maar het betekent wel dat dat geldt voor iedere mens. Ook voor een beschadigd kind. Ook voor een vluchtelingenkind.  Iedere mens – hoe kwetsbaar ook –  heeft in Gods oog een oneindige waardigheid. Alle wetenschap moet daarop gebaseerd zijn.

Een mens kan niet zonder medemens. Een mens leeft altijd in relatie. God heeft mensen aan elkaar toevertrouwd. Individualisme is geen basis voor een humane samenleving. Individualisme zet mensen tegen elkaar op en leidt tot onmenselijkheid.

De aarde is aan mensen gegeven als veilige en vredige woonplaats voor ons hier en nu en voor de komende generaties. Een indiaans spreekwoord zegt: wij hebben de aarde niet geërfd van onze voorouders, wij hebben de aarde geleend van onze kinderen.

Als we om ons heen kijken dan zien we dat deze drie visies geweld wordt aan gedaan. Wij sluiten mensen buiten onze leefwereld.

Wie huilt er om al die verdronken mensen in de Middellandse Zee? Even uniek als wij.   Wij vinden onszelf belangrijker dan andere mensen. Anderen zijn minder dan wij. Wij vinden dat wij meer recht hebben op de goederen van de aarde dan anderen. We weigeren te delen en laten honger en armoede toe.

De harmonie tussen God – mens – medemens is verbroken doordat wij mensen zelf als God willen zijn. Wij mensen zijn God niet, ook al zijn wij naar zijn beeld geschapen.

De Global Goals – de wereldwijde goede doelen – proberen deze oorspronkelijke harmonie te herstellen: de aarde met elkaar bewonen zoals God bedoeld heeft toen Hij de schepping aan ons toevertrouwde.

In het vredig bewonen van de aarde; in het eerbiedig omgaan met elkaar; in de liefdevolle zorg en de aandacht voor al het geschapene en voor ieder die kwetsbaar is; in het menswaardig samen leven, daarin groeit het Rijk van God!

 

Heel nuchter stelt paus Franciscus vast dat je niet op je eentje de wereld kunt veranderen. Je kunt je in zo’n ingewikkelde wereld als de onze onmachtig voelen en daarom dan ook maar niets doen. Helaas gebeurt dat al te vaak. Daarom roept de paus op om krachten te bundelen en om samenwerking te zoeken met alle mensen die goed zijn voor de aarde.

De aarde draagt op geheimvolle wijze kiemen van een nieuwe en goede toekomst. In de aarde ontkiemt de hemel waarin God ons eens een thuis zal bieden. Een hemel die uit aardse goedheid gegroeid is, is het achttiende Global Goal voor alle mensen die van de aarde houden. Amen.

Voorbede

 

Pastor:       God, moge uw heilige Geest over deze aarde gaan en ons werken aan de wereld met uw kracht bezielen.

 

Lector:        Voor de aarde:

dat wij zo milieubewust met de aarde omgaan dat wij een schone wereld nalaten aan onze kinderen en kleinkinderen ………dat wij de zeeën zuiver houden zodat het leven in zee behouden kan blijven………. dat wij de waterbronnendelen zodat iedere mens veilig kan drinken…. Kom met uw Geest over de aarde, wees hier aanwezig.

 

Lector:        Voor de mensheid:

dat wij iedere mens de kans geven uit te groeien tot volwaardig medemens…………. dat wij het oog gericht houden op de toekomst van kinderen…………. dat wij ons daadwerkelijk in zetten om kwetsbare mensen te helpen…. Kom met uw Geest over al uw mensen, wees hier aanwezig.

 

Lector:        Voor de kerk:

dat wij als gelovige mensen geïnspireerd worden door paus Franciscus …….  dat wij als mensen van de kerk samen werken met alle mensen die van de aarde houden en zorg voor haar dragen……. dat wij de groei van het Rijk van God verwachten en er naar uit zien…. Kom met uw Geest over uw kerk en maak ons tot teken van uw aanwezigheid.

 

Pastor         Goede God, mogen wij op deze aarde uw Rijk zien oplichten zodat wij daardoor gesterkt mee werken aan de voltooiing van uw schepping. Dit vragen wij u door Christus onze Heer.

Oveweweging van zondag 10 juni 2018 door p. Tom Buitendijk

Overweging

Bij de voorbereiding van de Eerste Communie is er een les over het Onze Vader. Pauline, een heel slim kind, zei ’s avonds aan tafel: “ik heb vandaag geleerd, ma, dat ik je zus ben. En ik heb ook geleerd, pa, dat jij mijn broer bent.”  “ Wat leren jullie rare dingen”, zeiden pa en ma.
“ We hebben voor het eten toch net het Onze Vader gebeden ! ”, zei Pauline. Als we ‘Onze Vader’ bidden, dan zijn alle mensen inderdaad zussen en broers van elkaar. Wij zijn zussen en broers , ja zelfs de moeder van Jezus, als wij de wil van God volbrengen. Volbrengen is in praktijk brengen.
Met de boodschap dat God een liefhebbende Vader is trekt Jezus door het joodse land. Overal krijgt hij bijval.  Hij verkondigt dat God als een Vader van zijn kinderen houdt, dat vergeving van fouten mogelijk is, dat zieken en gebrekkigen niet mogen worden uitgesloten, dat liefde voor elkaar de basis van samenleving is en niet meer de Wet met alle regels, geboden en verboden, 653 in getal.

Marcus tekent in zijn evangelie  Jezus als een rondtrekkende wonderdoener en uitdrijver van demonen. Demonen zijn kwade krachten of van geesten die mensen gevangen houden. Wij zouden zeggen: gevoelens van mislukking, angsten om er te mogen zijn. Misschien ook depressieve buiten of obsessies. Blijkbaar kost het uitdrijven van demonen veel energie. Jezus is er moe van, zegt Marcus. Zijn moeder en broers en zussen denken dat hij opgebrand raakt, een burn-out heeft. Zij willen hem met zacht geweld tot rust dwingen.

Maar dan komen ook de tegenstanders in beweging. De tegenstanders die Jezus op zijn weg ontmoet,  zijn Schriftgeleerden die met alle macht en kracht de Wet willen handhaven. Daarmee houden zij gezag over de gewone mensen en kunnen ze een scheiding aan brengen tussen trouwe volgelingen en mensen die er niet meer toe doen.  Precies die mensen die er niet toedoen, spreekt Jezus aan en bij Hem vinden juist deze mensen een hartelijk welkom: “je hoort erbij, God ziet om naar jou, je bent  geliefd.”

De Schriftgeleerden proberen Jezus zwart te maken. “Je drijft demonen uit met de vorst van de duivels. In jou huist een duivelse geest.  Jij bent niet van Godswege”. Door die beschuldiging willen  ze verdeeldheid zaaien.  Jezus wijst hen op hun gebrek aan logica: in een huis waar kwade machten elkaar bestrijden heerst verdeeldheid. Verdeeldheid leidt tot niets dan ellende.

In een samenleving, verkondigt Jezus, waar mensen voor elkaar op komen, elkaar recht doen elkaar,  elkaar dienen, daar komt eenheid en vrede tot stand. Daar heerst de Geest van God.  Wie die Geest van God die liefde, vrede, verbondenheid en eenheid verspreidt, tegenwerkt begaat een onvergefelijke fout.  Wie tegen de liefde ingaat, zaait haat en verdeeldheid.

In onze dagen gebeuren veel onvergefelijke dingen:  de vele oorlogen in de wereld dienen de belangen van de machtigen  en maken slachtoffers onder de gewone mensen; met name kinderen en ouderen.

Het is onvergefelijk dat we de wegen naar vrede niet vinden. Door bezuinigen schiet de opvang en de zorg voor mensen met psychische stoornissen ernstig tekort. Mensen die liefde en aandacht nodig hebben worden in de steek gelaten en gaan dan inderdaad gekke dingen doen.  Het is onvergefelijk dat wij in dit land de psychische gezondheid verwaarlozen. Demonen uitdrijven begint met verwarde mensen te zien staan en lief te hebben.

Het is een brandende kwestie waar wij als mensen voortdurend voor gesteld worden:  waarom begaan wij  heel de mensengeschiedenis door die onvergefelijke stommiteiten die ons alleen maar ellende bezorgen?

Die vraag wordt vandaag niet voor het eerst gesteld.  Toen eeuwen geleden de Bijbelschrijvers de mondelingen verhalen die onder de mensen leefden opschreven, toen schreven ze ook het verhaal op hoe het kwaad in de wereld kwam.
De eerste mensen in het ongeschonden paradijs leefde in volle vrijheid. Er werd één grens gesteld: van de boom van kennis van  goed en kwaad mag je niet eten. Daar moesten ze van af blijven. Precies dat lukte niet.

Adam en Eva konden  de verleiding niet weerstaan aan God de Schepper gelijk te willen zijn. Toen ze gegeten hadden van de boom gingen hun de ogen open en zagen ze hun stommiteit in. Ze waren niet de Schepper. Ze waren naakte schepselen.  Ze stonden in hun hemd.

Ze werden zich ervan bewust dat ze schepselen waren die kwaad konden doen.

U weet: Als mensen iets kunnen, doen ze het ook. Atoombommen maken die de wereld vernietigen.
De grondstoffen uit de aarde halen totdat ze op zijn.
Gas uit de grond halen totdat de huizen in storten.
De oceanen vol plastic gooien totdat vissen eraan dood gaan. Maar ook: praten over zelfbeschikking en voltooid leven alsof we de baas zijn over de adem Gods die ons leven doet. Niemand geeft zich zelf het leven.

Het is een onvergefelijke fout dat schepselen er voor kiezen God gelijk te willen te zijn. Daar komt alleen maar verdeeldheid en ellende van.

Kain slaat zijn broer Abel dood en vraagt: Ben ik mijn broeders hoeder?  Terwijl hij “ja” moet zeggen, handelt hij “neen”.  Tot op de dag van vandaag gaat dat door.

Maar God zou God niet zijn als Hij de mensen hun goddeloze gang laten gaan. Integendeel, God ziet naar mensen om.  De Bijbelverhalen stoppen niet bij dat verhaal dat mensen tegen Gods wil in kunnen gaan en kwaad kunnen doen. God kiest mensen uit om met Hem een Verbond aan te gaan. Noach , Abraham, Mozes, David, de profeten, Johannes de Dopen en bovenal Jezus, zijn eigen Zoon.

God geeft mensen beloften van een nieuwe wereld en samenleving. Eerst gaf hij de Wet als boek van het verbond. Maar toen mensen de Wet gingen gebruiken om zichzelf de goeden te noemen en de anderen de kwaden, zond God zijn Zoon Jezus.

In Jezus straalde Gods Geest uit. Een bevrijdende kracht.

Een genezende macht. Een helend stem die mensen zei: Ook jij hoort bij God die liefde is.  Als jij Gods wil die liefde is, volbrengt, dan vorm je een nieuwe samenleving van zussen en broeders die met mij bidden: Onze Vader, uw rijk, uw wil, breng ons niet in beproeving en houd het kwade van ons af.  Het is een onvergefelijke stommiteit de uitnodiging om Gods kinderen te zijn af te slaan, omdat we zo nodig God de Vader willen zijn.  We hebben het toch al moeilijk genoeg om elkaars zussen en broers te zijn !

Overweging van zondag 3 juni 2018 door pastor Leon Teubner

God heeft een verbond gesloten,

een liefdesverbond met alle mensen,

een liefdesverbond met ieder van ons.

 

In de 1e lezing hoorden we dat Mozes

alle woorden en bepalingen van God opschreef

in het verbondsboek en daarna voorlas aan het volk.

 

Het volk luisterde en antwoordde eenstemmig met:

Alles wat God zegt zullen wij doen en ter harte nemen.

Vervolgens besprenkelde Mozes het altaar en het volk

met het bloed van de offerdieren en zei:

 

Dit is het bloed van het verbond dat God

op grond van al deze woorden met u sluit.

Hiermee bekrachtigt Mozes in een rite

het verbond tussen God en zijn mensen.

 

Wat opvalt is de wederkerigheid die het verbond vraagt.

God geeft zijn aanwijzingen aan het volk,

en het volk belooft te doen wat God zegt

en zijn aanwijzingen ter harte te nemen.

 

Het verbond werkt alleen maar

als beide partijen – God en de mens,

zich toevertrouwen aan elkaar,

zichzelf geheel en al aan elkaar geven.

 

God vertrouwt zich met al wat is aan ieder van ons toe,

en Hij blíjft dat doen, ja, Hij is een trouwe God.

Maar Hij vraagt daarmee ook aan ieder van ons,

dat wij ons met al wat is, toevertrouwen aan Hem.

 

Zoals Jezus zich heeft toevertrouwd aan zijn Vader tot het uiterste.

Hij heeft zich toevertrouwd aan Gods woorden en aanwijzingen.

Hij heeft ze ter harte genomen en ze met zijn leven bewaard.

 

Zo heeft Hij zijn leerlingen met zijn leven voorgedaan,

hoe zij eveneens het verbond met de Vader konden leven:

door naar Gods aanwijzingen te luisteren,

ze ter harte te nemen en ze te doen.

 

Tijdens het laatste avondmaal nu gedenkt Jezus met zijn leerlingen

het liefdesverbond dat God sloot met Mozes en het volk,

en met alle generaties na hen,

zoals al zijn geloofsgenoten deden en nog doen op het Paasfeest.

Hij benadrukt daarbij sterk de wederkerigheid.

Hij neemt tijdens de maaltijd het brood,

spreekt de zegen uit, breekt het

en geeft het aan zijn leerlingen met de woorden:

‘Neemt en eet, dit is mijn lichaam.’

 

Daarna neemt Hij de beker met wijn,

en na het spreken van het dankgebed

reikt Hij hen die toe en zegt:

‘Dit is van mij het bloed van het verbond.’

 

Jezus getuigt hier van zijn wederkerigheid

m.b.t. het liefdesverbond van zijn Vader.

Zoals de Vader zichzelf geheel geeft aan Hem in zijn woord,

zo geeft Jezus zich geheel en al aan de Vader met zijn leven:

met zijn lichaam en zijn bloed.

 

Jezus voltrekt hier op rituele wijze

wat Hij tijdens tot dan toe steeds gedaan heeft:

Hij heeft zichzelf als een instrument

ter beschikking gesteld aan zijn Vader,

door de woorden van zijn Vader ter harte te nemen en te doen.

 

Door deze rite met zijn leerlingen te voltrekken,

vraagt Hij aan hen om met hun leven hetzelfde te doen.

Als je dit brood aanneemt, dat staat voor mijn lichaam,

en als je deze wijn drinkt, dat staat voor mijn bloed,

word dan gelijk mij en doe als ik.

 

Ontvang met dit brood en met deze wijn

ook de gesteltenis waarin ik leef:

dat is, dat Ik, gelijk de Vader, trouw blijf

aan het liefdesverbond met Hem.

 

Met heel mijn lichaam en bloed,

met heel mijn hart en met al mijn kracht,

ja, met inzet van mijn leven heb Ik mij geheel gegeven:

aan jullie en aan wie ook die Ik op mijn weg tegenkwam.

 

Weet nu dit: zoals de Vader zich geheel en al geeft aan Mij

Zo geeft Hij zich ook geheel en al aan ieder van jullie.

Als jullie dus mijn leerlingen willen zijn, vertrouw er dan op

dat de Vader zich ook geheel en al geeft aan jullie.

 

En doe dan zoals Ik jullie heb voorgedaan,

Ontvang de Vader en leer van Hem uit jezelf te geven

zoals Ik deed: met lichaam en bloed, met hart en ziel,

met inzet van je leven, aan elkaar en wie er op je weg komt.

Omdat wij leerlingen van Jezus zijn,

en omdat wij zijn gesteltenis in willen oefenen,

nemen wij elke week deel aan de eucharistie,

het sacrament van brood en wijn

dat het liefdesverbond van God met ons bekrachtigt.

 

Dit sacrament van liefde biedt ons de kracht en de mogelijkheid,

om Jezus na te volgen en meer en meer te doen zoals Hij.

In het aanbieden van onze gaven van brood en wijn,

geven wij onszelf ritueel uit handen aan onze Vader.

 

Uit onze naam vraagt dan de priester aan God,

dat Hij dat brood en die wijn – wij dus – wilt zegenen

en omvormen tot het lichaam en bloed van Christus.

Dat Hij ons omvormen zal tot zijn geliefde Zoon,

dat Hij allen één zal maken tot één lichaam met Hem.

Maar dat kan alleen als wij Hem onze toestemming geven.

 

Daarom zeggen wij ook ‘Amen’

als wij brood en wijn krijgen aangeboden met de woorden:

dit is het lichaam en bloed van Christus.

Amen – ja dat is zo, dat zijn wij,

Ja, wij willen het lichaam en bloed van Christus zijn.

 

Maar daarmee is het verhaal nog niet af,

want wat wij in deze viering ritueel ondergaan,

moeten wij straks na de viering

met ons leven nog wel gaan doen.

 

Daarom klonk vroeger op het eind van de viering:

als wegzending: Ita missa est

Ga heen, dit is de mis.

 

En dit betekent zoveel als:

Ga heen om de gemeenschap met God en met elkaar

in het dagelijks leven te voltrekken

en zo al doende uit te dragen in de wereld.

 

Het liefdesverbond met God vraagt om wederkerigheid.

Het liefdesverbond van God vraagt dat wij ons,

vanuit onze ik-gerichtheid, steeds weer keren naar Hem

om te gaan leven en handelen vanuit Hem.

 

Dat wij in al ons doen en laten God blijven opzoeken.

Hij is de Enige die ons vervolmaken kan

en ons wil omvormen tot zijn lichaam en bloed,

wanneer wij Hem daarom vragen.