Overweging van Allerheiligen 2017 door p. Tom Buitendijk

Allerheiligen 2017

 

Van harte welkom op deze feestdag van Allerheiligen. Wij denken bij Allerheiligen aan andere mensen zoals heilig verklaarden of  inspirerende mensen. Of ook aan mensen met een bijzondere roeping of taak. We denken er te weinig aan dat wij allen de roeping hebben  een heilig leven te leiden en daardoor heilig te worden. Heilig is niet allereerst heilig verklaard; heilig betekent veel meer een heel en helend mens zijn. Iemand die het beeld van God dat hij in zich draagt doet oplichten. Een heilige is iemand waardoor licht heen valt. Willen we om deze Eucharistie goed te kunnen vieren bidden om Gods ontferming over ons.

Openingsgebed.

Goede God, op deze feestdag van Allerheiligen bidden wij u met een dankbaar hart voor al die mensen die ons inspireren Jezus na te volgen op onze levensweg. Mogen wij zoals zij het visioen van een nieuwe wereld voor ogen houden: vrede en veiligheid voor alle mensen, barmhartigheid en liefde in de samenleving,  eerbied en aandacht voor ieder mensenkind. Mogen wij door een heilig leven de wonden van deze wereld helen.
Door Christus onze Heer.

 

Gebed over de gaven.

Heer, met deze gaven drukken wij onze toewijding uit aan uw komend rijk. Moge door onze inzet uw Rijk op aarde groeien en uw kerk teken van uw liefde zijn. Door Christus onze Heer.

 

Slotgebed

Goede God, wij hebben het feest van Allerheiligen gevierd. Onze vreugde dat al deze lieve en goede mensen nu bij u mogen leven is groot. Vandaag gedenken wij hun voorbeeld; morgen ervaren we droefheid om hun gemis. Houdt ons allen, levenden en overledenen, met elkaar verbonden door de kracht van de liefde die leven doet.  Door Christus onze Heer.

Overweging

31 oktober was het 500 jaar geleden de jonge monnik Maarten Luther 95 stellingen aan de deur van de slotkerk van Wittenberg spijkerde.  Op zich was een mededeling aan de kerkdeur spijkeren geen bijzondere daad. Dat werd veel vaker gedaan. Maar deze stellingen bevatten aan aanklacht tegen de kerk. Daarom wordt deze daad gezien als het begin van de Reformatie; als het begin van het ontstaan van het protestantisme. Luther wilde de kerk van onderaf en van binnenuit hervormen. Hij wilde dat de mensen vanuit hun geloof en vertrouwen op God heilig gingen leven. Zonder dat  aflaten, geldelijke offers, goede werken daarvoor verplicht werden. Heiligheid moet van binnenuit komen en niet aan de buitenkant worden opgeplakt. Mensen oproepen tot een heilig leven: dat was wat Luther ten diepste wilde en daarom spijkerde hij zijn protest aan de kerkdeur.
Er gaan weleens stemmen op om Luther heilig te verklaren. Nu de scheiding tussen de kerk van Rome en de kerken van de Reformatie een feit is, gaat de kerk van Rome daar niet meer over. Heilig verklaren kan niet. Maar niets verhindert ons om in Luther een mens te zien die een bijzondere roeping had om de kerk van binnen uit te hervormen; iemand door wie Gods licht heen straalde.  Luther is ongetwijfeld een man Gods. Maar als mens ook tegelijk “heilige en zondaar”.  Was Luther nou een ketter? Ik denk dat hij het door de druk der omstandigheden geworden is.  Als de kerk van Rome beter gereageerd had, had een scheuring voorkomen kunnen worden. De kerk van Rome is zeker mede schuldig aan de Reformatie. De enige Nederlandse paus, paus Hadrianus VI  heeft dat in 1522 al toegegeven.
Luther wilde mensen oproepen tot een heilig leven. Daarom koos hij 31 oktober uit:  een dag voor de viering van Allerheiligen. Niet de anderen moeten heilig verklaard worden; iedereen die tot de kerk van Jezus wil horen moet zelf een heilige willen worden. Door een heilig leven te leiden. Dat wil zeggen: door te leven in verbondenheid met God die wij vol vertrouwen onze Vader mogen noemen.
Naast de persoonlijke vraag : hoe kan ik een heilige, een heel en helend mens zijn? had Luther ook oog voor de gemeenschap. Wij  allemaal die ervoor kiezen lid van het volk van God zijn, mogen ‘ heiligen ‘ worden genoemd. Ook al zijn en blijven wij mensen zondaars, wij delen toch allemaal in de heiligheid van de gemeenschap van de kerk, in de heiligheid  van het volk van God. Luther schreef de kerk niet af. De kerk is de gemeenschap van bewuste christenen die op God hun vertrouwen stellen.
In het boek van de Openbaring beschrijft Johannes in een visioen de dienstknechten van God. Zij zijn getekend met een zegel. Ze hebben eens stempel op: kind van God.  144000 uit de kinderen van Israël. Dat getal drukt uit ontelbaar veel.  Daarnaast nog een grote menigte uit de niet-joodse volken. Ook die horen tot het volk van God.  Deze ontelbare mensenmenigte komen uit de grote verdrukking.  Zij hebben hun gewaden wit gewassen in het bloed van het Lam.
Met de grote verdrukking wijst Johannes op de vervolging van de christenen in het heidense Rome.  Christenen wilden de keizer niet eren als hun goddelijke Heer.  Jezus Christus, zoon van God, is hun enige Heer.
In de eindtijd zal dat kleine groepje christenen die bewezen hebben trouw te blijven aan Jezus Boodschap, uitgroeien tot een ontelbare menigte dienstknechten van God.
Dat kleine groepje christenen die bij hun doopsel het witte kleed ontvangen hebben en die dat kleed van de nieuwe mens bewaard hebben door tegenstand, onderdrukking en marteling heen, dat kleine groepje zal uit groeien tot het wereldwijde volk van God.  Deze mensen laten zien dat zij het kruis van Jezus mee dragen omdat zij hopen op en geloven in het nieuwe leven van het Rijk van God. Niet de wereldheersers zijn de baas; christenen zijn dienstknechten van God alleen die Heer is.
De verdrukking van christenen is in ons land niet meer de rechtstreekse vervolging. Vergist u zicht niet: in vele landen worden christenen nog steeds vervolgd omwille van hun geloof dat Jezus hun Heer is.
In ons land en misschien wel in heel Europa, worden geloof en christelijke idealen als onbelangrijk beschouwd.  Het gaat om economie, om veiligheid en om ònze vrijheid.  Deze drie belangrijke sectoren van ons leven worden zó alles overheersend en zó alles bepalend dat zij afgodische trekken krijgen. De god van het geld, goddelijke supermacht, de god van het “ik beschik zelf wel”.
Christenen – misschien in kleine groepen – tekenen daar protest tegen aan.  Een heilig leven is hun antwoord. Verbondenheid met God onze Vader. Vertrouwend op de kracht van Gods Geest. Gehechtheid aan het Rijk van God dat Jezus preekt.  Een rijk dat gebouwd is op zorgzaamheid, gerechtigheid,. barmhartigheid, vergevingsgezindheid.  Vrede voor alle mensen en liefde voor zelfs je vijanden.  Economie, veiligheid en vrijheid  zijn voor christenen dienstbaar aan de opbouw van het Rijk van God dat alle mensen van goede wil omvat.
De zaligsprekingen van het evangelie wijzen ons de weg. Bescheiden mensen die niet hoog van de toren blazen, maar die goed doen waar het nodig is, bevorderen het Rijk van God in deze wereld. Mensen die pijn lijden aan het leed dat de wereld overspoeld, zullen troost vinden in het geloof dat het goede het kwaad zal  overwinnen. Mensen die werken aan vrede en gerechtigheid  bouwen vandaag een nieuwe wereld op, een stukje hemel op aarde. Mensen die barmhartig en vergevingsgezind zijn zin de taaie en zachte krachten die ons telkens aanzetten tot nieuwe kansen en mogelijkheden. We kunnen ons af vragen wie en waar deze inspirerende mensen zijn? Wie zijn die lui die zó door de boodschap van het evangelie  geraakt zijn dat zij ervoor kiezen om in alles God te dienen en een heilig  leven te leiden?
Maar weet U: dat is de eigenlijke vraag helemaal niet. Wie die anderen zijn? De vraag is juist de vraag die Luther vijfhonderd jaar geleden stelde : hoe kan ik van binnenuit een heilig mens worden. Een mens door wie het licht van God naar de wereld straalt.

Pastor Goede God, moge alle heiligen onze voorsprekers zijn nu wij tot u bidden:

Lector

Voor de kerk die midden in de wereld wil staan. Dat  wij als christenen vóór leven aan de samenleving hoe het Rijk van God er uit kan zien: een Rijk van gerechtigheid en vrede.

S T I L T  E  Laat ons bidden.

 

Lector

Voor mensen de bewust kiezen voor Christus en Zijn kerk en die daardoor tegenstand in de samenleving op lopen. Dat zijn volharden in hun keuzes en staande blijven. Dat zij mild en barmhartig blijven en vergevingsgezind.

S T I L T  E  Laat ons bidden.

 

Lector

Voor mensen die ongezien en ongeweten goed doen aan anderen. Voor hen die zich belangeloos inzetten voor kerk en samenleving. Dat zij zich door U gezien en gesteund weten. Houd hen gaande op de weg naar heiligheid.

S T I L T  E  Laat ons bidden.

 

Lector

Voor stad Oss en voor onze geloofsgemeenschap van Titus Brandsma Dat wij samen een gemeenschap vormen van mensen  die naar elkaar omzien, om elkaar geven,  elkaar niet verloren laten lopen. Dat wij op onze manier uw heiligheid uitstralen in onze leef omgeving. Mogen wij door uw wil te doen uw Naam heiligen op aarde.

S T I L T  E  Laat ons bidden.

 

Pastor

Goede God, U laat ons delen in uw heiligheid en daardoor zijn wij uw kinderen. Houd ons gaande op de weg van heiligheid en schenk ons nu reeds uw vrede.

Amen.

 

Advertenties

Tekst over de Reformatie door p. Tom Buitendijk

Blij protestant te zijn!

 

Dr. R. de Reuver – scriba van de generale synode PKN – constateert met welbehagen in Trouw van 14 oktober 2017 dat drie van de vier coalitie onderhandelaars voor de nieuwe regerering protestant zijn: Buma, Segers en Rutte. Gelukkig zijn René Peters uit Oss en Mona Keizer uit Volendam katholiek.

De EO adverteert in Trouw 16 oktober 2017 : “Maarten ( Luther) bracht de kerk in beweging. God zij dank. En het gaat nog altijd door. God zij dank”. Ik gun ieder zijn feestje. En iedereen mag blij protestant zijn. Toch zitten er ook schaduwkanten aan 31 oktober. Als het protestantisme nu maar één beweging was…… Het protestantisme zelf is een verzameling van kerken geworden met Lutherse en Calvinistische achtergronden. Later komen er ook nog Anglicanen bij. Waar om eenheid gebeden wordt, heerst verdeeldheid.

 

In 1054 komt het tot een breuk tussen de kerk van de Oosterse Orthodoxie en de kerk van Rome. Centraal in de verdere Europese geschiedenis wordt Rome, de kerk van het Latijnse Westen. Vanaf 1492 expandeert deze mee met de verovering van Amerika. In 1517 ontstaan de kerken van de Reformatie. In alle landen van het Europese continent ontstaan er splitsingen, afscheidingen, burgertwisten en zelfs oorlogen. In de 19e en 20e eeuw trekken zendelingen en missionarissen erop uit om het evangelie te verkondigen in Azië en Afrika en gescheiden kerken te stichten. Het is te hopen dat we het 70 jarig ontstaan van de Wereldraad van Kerken (1948 – 2018) met evenveel blijdschap zullen vieren als 1517. De oecumene als naar eenheid strevende kracht kan ons dichter bij Christus brengen als Hoofd van de kerk dan de vele kerken van de Reformatie.

 

Is er dan geen reden tot dankbaarheid voor de Reformatie. Zeer zeker ziet de kerk van Rome nu de sterke kanten van het protestantisme. De protestantse nadruk op persoonlijke geloof en innerlijkheid, op lezing van de Schrift, op betere catechese en prediking hebben op heilzame wijze het rooms katholieke leven beïnvloed. De kerk van Rome moest in die tijd inderdaad ‘in hoofd en in leden’ hervormd worden. Eerdere hervormingsbewegingen waren vastgelopen in de trage kerkelijke molen. De kerk van Rome excommuniceerde Luther en Luther brak met de kerk om zijn hervorming te redden. Daarmee is 1517 kerkelijk, cultureel, sociaal en maatschappelijk bezien het jaar geworden van uiteenvallen en loslaten. De Nederlandse paus Hadrianus VI heeft in 1523 als eerste erkend dat de kerk van Rome mede schuldig was aan de Reformatie en daarvoor vergeving gevraagd. Helaas was de scheiding toen al een feit. Door schade en schande heen hebben gelovigen wegen moeten zoeken om elkaar weer te vinden. Van de oecumenische beweging valt meer eenheid te verwachten dan van het doorgaan van het protestantisme.

 

De kerken van de Reformatie, van de Oosterse Orthodoxie en van de Anglicaanse stroming worden samen met alle mensen van goede wil bij monde van paus Franciscus door de kerk van Rome uitgenodigd om oplossingen te vinden voor de grote wereldproblemen van oorlog, armoede en milieu. Op vele manieren toont de paus de onderlinge samenhang daarvan aan. In zijn rondzendbrief Laudato si spreekt de paus over de ecologische crisis die schade toebrengt aan de natuur, de samenleving en iedere persoon afzonderlijk. Wij zijn geroepen de wereld te aanvaarden als Sacrament van de gemeenschap, als een wijze van delen met God en de naaste op wereldschaal. Met de woorden van patriarch Bartholomeus houdt paus Franciscus ons voor om over te gaan van consumptie naar offer, van hebzucht naar edelmoedigheid, van verkwisting naar samen delen. Door deze rondzendbrief brengt de paus àlle christenen samen en roept hij ons àllen op eensgezind en saamhorig de oecumene een zichtbare gestalte te geven. In de praktijk van het christelijk handelen kunnen we kerkelijke gescheidenheid overstijgen. Gods Koninkrijk in woord en in daad verkondigen is de roeping van iedere gelovige.

Hoezeer ik ook contacten met predikanten en leden van de Reformatie op prijs stel, ben ik toch blij dat er naast de protestantse beweging er een oecumenische beweging is. Meer nog dat evenwijdig aan de oecumenische beweging er een ecologische beweging in gang is gezet. Het is mijn hoop dat deze beweging aan kracht wint en God zij dank doorgaat. Hoezeer mijn gelukwensen ook uitgaan naar mijn vele protestantse vrienden, ben ik blij oecumenisch katholiek te zijn.

 

Tom Buitendijk OCarm ,

pastoor Titus Brandsmaparochie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ovewrweging van zondag 29 oktober 2017 door pastor Leon Teubner

We hoorden zojuist over het grote gebod van de liefde:

 

U zult de Heer uw God beminnen

met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand,

en uw naaste als uzelf.

 

Dat zijn geen twee aparte geboden.

Zij zijn voor Jezus één en hetzelfde gebod.

God beminnen gaat nooit buiten jezelf en je naaste om,

en jezelf en je naaste beminnen gaat nooit buiten God om.

Daarvan getuigt Jezus wanneer hij duidelijk zegt:

 

In zoverre je barmhartigheid hebt betoond

aan één van je minste broeders,

heb je dat aan Mij gedaan.

 

In het evangelie van vandaag staat dus één groot liefdegebod centraal:

 

U zult de Heer uw God beminnen

met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand,

en uw naaste als uzelf.

 

Dat is in feite in één zin de gehele Schrift,

de rest van de Schrift is uitleg daarvan.

 

‘U zult beminnen’, klinkt in onze oren makkelijk als een bevel.

Maar hoe kunnen we liefhebben op bevel?

En wat is dat voor een soort liefde dan?

 

Gelukkig gaat het hier niet om een bevel.

Er staat, in tegenstelling tot wat wij misschien horen,

geen imperatief, geen eis, maar een toekomende tijd.

Het beminnen waar het hier om gaat,

vloeit voort uit iets wat er aan voorafgaat.

Wat in de Schrift voorafgaat aan beminnen is: ‘horen’.

 

Hóór Israel, en u zult de Heer uw God beminnen

met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand,

en uw naaste als uzelf.

 

Het beminnen van God, onze naaste en onszelf

is een logisch gevolg van het gaan horen naar Gods woord.

In het boek Exodus spreekt God tot ons:

 

Als jullie echt horen naar mijn stem,

dan zullen jullie mijn liefdesverbond bewaren.

Dan zullen jullie mijn heilig volk zijn.

Gaan wij echt luisteren naar wat God gelieft,

dan kan het niet anders dan dat wij zijn gelieven gaan voelen

en dat wij langzaam gaan groeien in zijn genadige liefde.

 

Het doen van zijn wil, van zijn gelieven,

  1. het beminnen van onze naaste als onszelf,

is eigenlijk het niet hinderen van Zíjn liefde,

door te luisteren naar zijn stem in ons, zijn Woord.

 

Gods liefde niet hinderen, zegt Jezus, is dit:

 

Als jullie barmhartigheid doen,

laat dan je linker niet weten wat je rechter doet,

opdat jullie barmhartigheid in het verborgene geschiedt;

en jullie Vader die in het verborgene ziet,

zal het jullie geven.

 

Barmhartigheid doen in Jezus’ ogen

komt voort vanuit de Vader die het ons geeft,

Onze barmhartigheid wordt ons gegeven vanuit de Vader.

 

Barmhartigheid van God uit geschiedt daar

waar wij luisteren naar zijn woord

en zelf niet bezig zijn met barmhartigheid te doen.

 

God werkt en maakt mij barmhartig als ik naar Hem luister.

Hij spreekt ‘wees barmhartig’ tot mij –

in mijzelf en in mijn naaste -,

telkens als hij ons aan geeft elkaar.

Het verschijnen van de ander op mijn weg

vraagt als vanzelf aan mij: ‘Wees barmhartig.’

 

Maar wat is dat dan, barmhartig zijn?

Dat heeft Jezus prachtig gezegd met de volgende woorden:

 

Alles, wat gij wilt dat de mensen voor u doen,

doet dat ook voor hen.

Dat is heel de Wet en de Profeten,

de uitleg van het grote liefdegebod.

 

Of, negatief geformuleerd:

 

Wat u niet wilt dat u geschiedt,

doet dat ook een ander niet.

 

Barmhartigheid van God uit begint helemaal niet

met plichten, bevelen, opdrachten of eisen.

Barmhartigheid van God uit wordt gewekt

in de ontmoeting met onszelf en onze naasten,

waarin als vanzelfsprekend – maar zonder woorden,

gevraagd wordt: wees alsjeblieft barmhartig voor mij.

 

Barmhartigheid van God uit geschiedt daar

waar wij gaan meebewegen met die stille stem

– die niet die van onszelf is, maar die opklinkt uit een appel –

een appel dat tot ons komt – ‘ik weet niet waar’ vandaan.

 

Barmhartigheid begint dus niet met het doen van een werk of 7 werken.

Barmhartigheid begint met het cultiveren van een houding:

een houding van echt horen naar God – in je naaste en in jezelf.

 

Barmhartigheid van God uit is het gaan meebewegen op een weg,

die niet wijzelf plannen of voor ons zien.

Het is het gaan van een weg die God met ons gaat,

en die van ons uit gezien

vraagt om een blind vertrouwen in zijn Naam: Ik ben met je.

 

Daarom bidt Thomas Merton:

 

Heer mijn God

Ik weet niet waar ik heen ga.

Ik ken de weg niet die voor me ligt.

Ik kan niet met zekerheid zeggen

waar hij zal eindigen.

 

Ook ken ik mezelf niet echt,

en als ik denk dat ik Uw wil volg,

dan betekent dit nog niet

dat ik dat ook werkelijk doe.

 

Maar ik geloof dat het verlangen om U te gelieven

U in feite ook gelieft.

En ik hoop in dat verlangen te leven

bij alles wat ik doe.

Ik hoop nooit iets te doen zonder dat verlangen.

Als ik dit doe dan weet ik

dat U mij zult leiden langs het rechte pad,

hoewel ik er misschien niets van begrijp.

 

Daarom zal ik altijd op U vertrouwen,

ook al lijk ik verloren en in de schaduw van de dood.

Ik zal niet bang zijn

want U bent steeds bij mij,

en U zult mij nooit aan mijn lot overlaten

om mijn gevaren alleen te doorstaan.

Overweging van zondag 22-10-2017 door p. Tom Buitendijk

Inleiding

Van harte welkom in deze viering. Het thema van deze viering luidt: geloof òf politiek . Hoe dan ook is er een spanning tussen wereld en kerk; tussen Bijbelse opdracht en dagelijks handelen. Ons leven speelt zich niet af binnen een kerkgebouw; in de alledaagse leefwereld moeten wij laten zien wat christen –zijn concreet betekent. Dat kan best weleens spannend zijn. Willen we aan het begin van deze viering in stilte na denken over onze manier van christen-zijn vandaag.

Openingsgebed

God, U bent onze Heer en niemand anders. Help ons oprechte en onkreukbare christenen te zijn in deze tijd. Dat wij ons niet blind staren op geld en goed voor onszelf alleen. Dat wij het algemeen welzijn zijn toegedaan en mensen in nood willen helpen. Mogen wij zo gelijken op Jezus uw Zoon die het levende beeld is van menslievendheid. Door Christus onze Heer.

Gebed over de gaven

Goede God, wereldwijd nodigt u mensen uit aan uw tafel. Mogen wij met alle mensen in vrede en gerechtigheid uw gaven delen. Geef dat wij door uw gaven gesterkt een wereld opbouwen waarin het voor alle mensen goed wonen is. Door Christus onze Heer.

 

Slotgebed

God, uw zorgzame goedheid strekt zich wereldwijd uit. Maak ons bereid ons met toewijding en goedgeefsheid in te zetten voor een samenleving waarin alle mensen kunnen opbloeien en gelukkig zijn.  Mogen wij in Jezus’ Geest voor elkaar beelddragers van God zijn. Dat Gods menslievendheid weerspiegeld wordt in ons gelaat. Door Christus onze Heer.

Overweging

We komen vandaag in de lezingen twee wereldheersers tegen. De ene is koning Cyrus van Perzië ; de ander is keizer Tiberius  te Rome. Cyrus heerste 550 jaar vòòr Christus over het geweldig grote Perzisch Rijk in het Midden Oosten. Alle landen waarvan we dagelijks de ellende op de televisie zien, horen daartoe : Syrie, Jordanië, Israël , Irak en Iran. Vorige koningen hadden alle volkeren van hun eigen woonplaats verdreven. Ook de joden moesten in ballingschap en leefde ver van hun vaderland. Het Rijk was een mengelmoes van volken, stammen en talen.  Al die volkeren hadden een eigen godsdienst. Van al die godsdiensten was de godsdienst van de joden wel het meest eigenaardig: ze kenden slecht één God en van die éne God was er géén beeld.  De joden vermeden angstvallig hun godsdienst met die van anderen te vermengen.  De joden hadden één grote wens: terug te mogen keren naar Jeruzalem, de stad waar eens de tempel stond en naar het kleine staatje Judea, het beloofde land.
Cyrus was een wijze en vredelievende koning. Zijn voorgangers hadden alle volkeren door elkaar geschud en naar vreemde gebieden verbannen.  Het kostte enorm veel moeite om alle verdreven volken rustig te houden. Het militaire apparaat wat daarvoor nodig was  vroeg handen vol geld. Met zware belastingen moest dat betaald worden. Vanwege de belastingdruk waren er dan ook veel onrusten. Cyrus besloot de volkeren naar hun landen te laten terug gaan.
De profeet Jesaja zegt in de eerste lezing van vandaag dat  het God is die Cyrus geroepen heeft om het joodse volk terug te laten gaan. Want: “Ik ben de Heer, en niemand anders! Buiten Mij is er geen God”.
Koning Cyrus is een instrument in Gods hand. Het is God die alles leidt. 30 Jaar na Christus – 600 jaar later – is er een ander groot Rijk:  het Romeinse keizerrijk. In dat Romeinse keizerrijk heeft dat kleine staatje Judea een aparte plaats. De keizer van Rome had daar een bevriende Jood tot koning gemaakt, koning Herodes, en in de stad Jeruzalem zat ook nog landvoogd Pilatus. Ondanks de stevige bezetting bleef het grootste deel van de joodse bevolking onrustig, opstandig en soms zelfs gewelddadig. De tollenaars die de belastingen inden, werden alom gehaat. De joodse religieuze leiders verboden de bevolking afbeeldingen van de keizer te hebben.  Keizer Tiberius die zichzelf een Godheid waande voelde zich door dat kleine joodse staatje voortdurend belachelijk gemaakt. Alleen daar, op dat plekje in de wereld, werd zijn goddelijke heerschappij niet erkend.
De joodse religie en de politieke werkelijkheid staan op gespannen voet met elkaar.  In deze wereld vol spanningen en conflicten verkondigt Jezus het Rijk van God. Er is een samenleving mogelijk die niet gebouwd is op politieke macht  of op religieuze overheersing. Er is een samenleving mogelijk van mensen die allereerst luisteren naar wat God voor mensen wil en die dan daarnaar gaan handelen. En wat God wil is dit: dat je een integer mens bent; dat je  trouw bent aan God je Vader ; dat je gerechtigheid beoefent; dat je in liefde en vrede leeft; kortom dat je nederig wandelt met je God.
De oprechte en eerlijke geloofsverkondiging van Jezus roept weerstand op. Allereerst bij de  joodse religieuze leiders – de farizeeërs : door nauwgezette handhaving van geboden en verboden proberen ze macht over mensen uit te oefenen. Wie de regels niet goed kan onderhouden, telt niet mee en wordt uit de synagoge gezet. Jezus zegt: God kijkt naar het hart van de mens en naar zijn goede wil. God vergeeft en geeft nieuwe kansen.  Ook zondaars en tollenaars kunnen tot het Rijk van God behoren. Zo’n barmhartige God willen de leiders niet ; liever een God die duidelijk zijn Wet handhaaft.  En die Wet leggen zij dan wel uit.
Jezus krijgt ook te maken met de aanhangers van koning Herodes.  Jezus roept op tot gerechtigheid en vrede. Herodes kan alleen maar regeren door vriendjespolitiek en geweld. Hij heeft Joannes de Doper laten onthoofden. Jezus noemt hem een sluwe vos. De Herodianen hebben hun macht te danken aan de keizer en aan Pilatus. Pilatus dwingt van het gewone volk de belasting af om de bezetting te betalen.
Jezus die onkreukbaar is en de weg van God leert zonder de mensen naar de ogen te zien, roept daardoor bij beide groepen weerstand op. Ze sluiten een monsterverbond om Jezus onschadelijk te maken. Ze hebben een manier gevonden. Iedereen moet belasting betalen. Ook Jezus en zijn leerlingen. “Is het geoorloofd belasting te betalen aan de keizer of niet” Als Jezus ‘neen’ zegt , zeggen de Herodianen dat hij opstand preekt; Als Jezus ‘ja’ zegt, zeggen de farizeeërs dat Hij God verloochent. Jezus kan geen kant uit, denken ze.   Kan jezus geen kant uit? Wie zelf  onkreukbaar is, is zeer gevoelig voor de valsheid van anderen.
Jezus weigert op de vraag in te gaan, maar geeft een antwoord dat ons vandaag aan de dag doet nadenken. Jezus vraagt: “Laat zo’n munt eens zien?”  Verbazingwekkend genoeg hebben ze zo’n munt. Ze betalen dus toch belasting!  Maar daar gaat Jezus niet op in: “Wiens kop staat erop? ”. “Van de keizer”. “Laat de keizer zijn munten maar houden, maar  geef aan God wat aan God toekomt?” Waar kunnen we de kop van God zien om het zomaar eens te zeggen? Wie draag zijn beeld?  Dat is toch het gelaat van een andere mens? Het gelaat van de mens die geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis. Wat komt aan God toe?  Dat is toch dat wij in iedere mens, wie die ook is,  Gods beeld eerbiedigen! Dat is toch dat wij iedere mens de kans geven om meer zichzelf te worden en daardoor meer beeld van God te worden! Geen keizer, geen koning, geen politicus, geen kamerlid, geen profeet,  geen paus, geen bisschop en zeker geen  pastoor heeft het recht het beeld van God in een ander te beschadigen. Geen mens mag een ding worden voor de ander; geen mens mag onder geschoffeld worden door een ander. In ieder mens moet Gods beeld gerespecteerd worden.  Ook in de meest beschadigde mensen mogen we Gods beeld zoeken.
Eigenlijk zegt Jezus: laten politici hun gang maar gaan. Tegenhouden kun je ze niet.  Maar van jullie die mijn volgelingen zijn verwacht ik iets anders. Ik verwacht dat jullie aan God geven wat aan God toekomt.  Jullie moeten wereldwijd de hoop leven houden dat het anders kan. Jullie zijn de dragers van de menselijkheid.  Jullie zijn instrumenten in Gods hand.  Jullie zijn christenen, gezalfde mensen. Betaal eerlijk je belasting voor het algemeen belang en blijf op komen voor het beeld van God dat in iedere mens zichtbaar kan worden.   Zijn wij in het dagelijkse leven van die gezalfde mensen? Zijn wij integere christenen?

 

Pastor

Bidden wij tot de ene God, buiten wie er geen andere godheid is .

Lector  : Wij bidden voor de komende regering die sociale en politieke verantwoordelijkheid draagt. Dat niet groepsbelang, maar het welzijn van allen hun drijfveer is. Maak hen tot betrouwbare en oprechte mensen die dienstbaar willen zijn aan het landsbelang.

S t i l t e Laat ons bidden.

 

Lector: Wij bidden voor de kerk die wij samen vormen. Dat wij in alle politieke omstandigheden allereerst de menselijke waardigheid willen dienen.  Dat wij in ieder mensenkind Gods beeld willen zoeken. Dat wij U, o God, eerbiedigen door niemand in de steek te laten die onze zorg nodig heeft.

S t i l t  e Laat ons bidden.

 

Lector:  Wij bidden u voor onszelf. Dat wij in de complexe samenleving waarin wij wonen de juiste keuzes maken in doen en laten. Dat wij ons oog gericht houden op uw komende Rijk en wegen vinden dit op te bouwen. Mogen wij wanneer wij uitgedaagd worden sterk staan in onze principes en niet versagen.

S t i l t  e Laat ons bidden.

 

Lector: Wij bidden voor onze geloofsgemeenschap van Titus Brandsma. Voor de zieken in onze kringen. Om goed moed. Voor Nora Niesink die vanmiddag gedoopt wordt. Dat zij een blije en gelukkige christen mag worden. Voor onze eigen intenties bidden wij, Om verhoring van deze gebeden op voorspraak  van de Z. Titus Brandsma.

S t i l t  e Laat ons bidden.

 

Pastor

Goede God, wij willen geven wat u toe behoort. Een wereld waarin mensen in liefde en vrede wonen. Geef ons de kracht daartoe door Christus onze Heer. Amen.

 

 

Overweging van zondag 15-10-2017 door p. Tom Buitendijk

Van harte welkom in deze viering. Ook deze week horen we weer een parabel uit het evangelie volgens Matteüs. Jezus is in discussie met de religieuze leiders van zijn tijd. Als je goed kijkt dan zijn die discussies uiterst actueel. God wil dat het leven een feest is. Hij nodigt ons ertoe uit. Maar we hebben het te druk met ons leven op te bouwen volgens onze denkwijzen. We horen zijn uitnodigende stem niet voldoende en gaan onze eigen gang. Willen we God en elkaar om vergeving vragen.

 

Openingsgebed

Goede God, mensen van alle volkeren, culturen en godsdiensten nodigt u uit om hartelijk en eensgezind het leven tot en feest te maken. Ieder van ons wijst u een plaats aan het feestmaal dat U ons aanbiedt. Mogen wij op uw uitnodiging ingaan en in ons leven van alle dag wegen zoeken naar vrede en gerechtigheid. Dit bidden wij u door Christus onze Heer.

 

Gebed over de gaven

Heer, zie naar de gaven van brood en wijn die wij U aanbieden. Help ons te delen met alle anderen die u genodigd hebt aan het feestmaal. Maak ons eensgezind en saamhorig, maak ons tot uw ene volk van uw koninkrijk. Dit bidden wij u door Christus onze Heer.

 

Slotgebed.

Goede God, u hebt uw dienaren uitgezonden naar de hoeken van de straten en de kruispunten van de wegen. U hebt ons in alle verscheidenheid en verschil samengebracht aan uw éne tafel. Help ons het visioen voor ogen te houden van het hemels bruiloftsmaal. Maak onze handen krachtig en onze geest vindingrijk om nu reeds uw Koninkrijk op te bouwen in deze wereldtijd. Dit bidden wij u door Christus onze Heer Dat de Bijbel actueel is horen we vandaag heel duidelijk in de lezingen. Beide lezingen zijn visioenen van een gedroomde toekomst. Die visioenen worden ons voorgehouden om ons denken en doen er door te laten leiden. Zij zijn geen onrealiseerbare dromen, geen waandenkbeelden, maar beloften van Godswege: zo zal het eens kunnen worden! in die richting moeten jullie, luisteraars, het zoeken. Vandaag zijn wij die luisteraars!

 

Overweging

Jesaja schildert het visioen van een wereldmaaltijd. Een maaltijd niet alleen voor de eerst genodigden: het joodse volk. Integendeel, alle volkeren worden uitgenodigd om deel te nemen aan het overvloedige feestmaal van lekker eten en goede wijn. U kent de uitspraak: de aarde brengt voldoende voedsel voort voor ieders behoefte, maar niet voor ieders begeerte. Het visioen van een wereldmaaltijd – geen kind met honger naar bed – kan waar worden. Waar worden …inderdaad, als wij maar willen. Op die dag in de toekomst dat de wereldmaaltijd aanbreekt zullen alle volken zeggen: “Dat is de Heer op wie wij vertrouwden”. Vertrouwen in de toekomst mogen mensen hebben, wanneer zij zich in hun handelen laten leiden door de belofte van Godswege. Zonder leidend visioen blijft de toekomst gebrekkig mensenwerk. Het evangelie is een parabel: Het Rijk der hemelen, de nieuwe maatschappij zoals God die voor ons mensen wil, gelijkt op een feestelijke bruiloftsmaal. Vanzelfsprekend worden de joodse religieuze leiders en hun aanhang – het joodse volk – uitgenodigd. De dienaren van God zijn de profeten van het joodse volk die alsmaar oproepen tot een samenleving waarin het leven voor iedereen goed is. Waarin recht gedaan wordt aan de mensen die onrecht lijden. waarin zorg is voor hen die zorg behoeven; waarin veiligheid is voor wie oorlog en honger ontvluchten; waarin mensen elkaar zien als kinderen van een Vader en die dààrom als zussen en broers met elkaar omgaan. God verbindt zich aan zo’n samenleving. Zoals in een huwelijk man en vrouw intiem verbonden zijn, zo verbindt God zich met zijn volk dat zijn visioen nastreeft. Gerechtigheid – vrede – barmhartigheid – gastvrijheid. Zoals toen is het ook nu weer waar: naar profeten wordt zelden geluisterd.  De akker waar je van eet en de zaken waaraan je verdient schijnen belangrijker dan het bruiloftsfeest. Geld – de economie – schijnt belangrijker dan sociale samenhang, dan gelijke kansen voor ieder, dan delen met elkaar.  Groei van de economie schijnt belangrijker dan feestelijk leven voor allen. We zouden ons in het rijke Nederland de vraag moeten stellen of we met royaal gedeelde welvaart toch niet gelukkiger zouden zijn? Misschien héb je het dan persoonlijk minder maar de armen in ons land gaan er dan ook een stukje op vooruit. Wij kennen soms wel het getal van de armen – zo’n tien procent van de bevolking – maar we  zien het gezicht van de armoede zelden of nooit …. of: we sluiten onze ogen ervoor.  Maar God zal ze ons altijd onder ogen brengen! Het devies “vertrouwen in de toekomst” kan alleen dan mooi zijn wanneer we vol vertrouwen uitzien naar de toekomst zoals God die belooft. Anders blijft de toekomst gebrekkig mensen werk. Maar de parabel gaat verder: de gewone mensen die vanzelfsprekend uitgenodigd zijn, komen niet. Er komen nieuwe dienaren. Zij zijn de profeten van vandaag. Zij roepen de mensen die op de kruispunten van de wegen staan op tot het feest.  Alle mensen – goeden en slechten – kunnen een bijdrage leveren aan het feest, een samenleving waarin Gods belofte waar worden. Ook de slechten tellen mee. Want zijn kunnen zich ten goede keren wanneer de goeden hen een kans bieden. Die dienaren van vandaag scherpen ons op vele manieren het visioen in. Paus Franciscus verbindt in zijn encycliek Laudato si armoede, oorlog en milieu met elkaar. Hij wijst op de samenhang en roept op tot een serieuze aanpak.  Wordt er naar de paus geluisterd door hen de politieke verantwoordelijkheid dragen? Ligt hier niet een taak voor katholieke politici? Rutte, Buma, Segers zijn protestant. De Ican, een beweging voor een kernwapenvrije wereld heeft dit jaar de Nobelprijs voor de vrede gekregen. Wie vrede wil moet de vrede voorbereiden. Zij hebben concrete stappen bereikt. “Kernwapens de wereld uit” is nog steeds actueel. In het dagblad Trouw is er een lijst van 100 personen die zich inzetten voor vergroening en verduurzaming. Het zijn 100 concrete manieren van doen die om navolging vragen. Iedereen kan op eigen wijze mee doen met duurzaamheid. De parabel eindigt met de zin: de bruiloftszaal liep vol gasten. De mensen die vanzelfsprekend de genodigden zijn, kunnen zich voegen bij de mensen die de oproep tot het feest wèl verstaan hadden en gekomen zijn. In het visioen van Jesaja gaat het om het joodse volk dat zich moet openstellen voor niet-joodse volken, de heidenen. Het feestelijk maal is voor iedereen. In de parabel van de bruiloft gaat het om het Jodendom ten tijde van Jezus dat zich het gewone normale Jodendom noemde. Jezus’ probleem met het gewone Jodendom is dat het geen oog had voor zondaars, zieken, mensen aan de rand van de samenleving. Jezus, haalt ze van de straat en geeft hen een plaats aan tafel. In de samenleving van vandaag gaat het om de vraag of de gewone normale Nederlanders aandacht hebben voor kwetsbare mensen en of ze bereid zijn hen een plaats te geven. Bij die kwetsbare mensen heb je de hoogbejaarden, de mensen met lichamelijke en geestelijk beperkingen, de vluchtelingen en de mensen die tot armoe geraakt zijn. Om het Bijbels te zeggen: laten we deze mensen toe in de zaal van het bruiloftsmaal. Of laten we ze in de kou staan op de kruispunten van de wegen. “Vertrouwen hebben in de toekomst” vraagt om vertrouwen in Gods belofte. Waar we dat vertrouwen in God niet hebben zal de toekomst gebrekkig rekenwerk van mensen blijven. In de Eucharistie lopen we vooruit op wat de toekomst brengen: een wereld maaltijd voor alle volken.  Amen.

 

 

 

 

 

 

 

Pastor:

Laat ons bidden tot God die alle mensen roept tot een feestelijk leven.

 

Lector:

Voor de kerk:

dat wij leven en handelen vanuit het Bijbelse visioen

van gerechtigheid en vrede voor alle mensen.

S T I L T E   Laat ons bidden.

 

Lector:

Voor de komende regering:

dat zij het welzijn en de menselijke waardigheid van alle mensen

in het oog houdt.

Voor de kinderen in ons land :

dat hun een veilige en goede toekomst gegund wordt.

S T I L T E   Laat ons bidden

 

Lector

Voor de gewone normale Nederlanders:

dat zij aandacht schenken aan de kwetsbare mensen,

aan de randfiguren, aan de mensen die hulp nodig hebben.

Doe ons beseffen dat ook zij geroepen zijn tot een feestelijk leven.

S T I L T E   Laat ons bidden

 

Lector

Voor parochiegemeenschap:

om meeleven met zieken, bedroefden en vereenzaamden.

Om geluk en gezondheid voor jarigen in ons midden.

Voor onze persoonlijke wensen, vragen en verlangens.

S T I L T E   Laat ons bidden

 

Pastor

Goede God,

hoor onze beden , luister naar w at leeft in ons hart,

schenk ons wat goed voor ons is op voorspraak van Titus Brandsma door Christus onze Heer.

 

 

 

 

 

 

  • .

 

 

 

 

 

 

 

 

Overweging van zondag 8-10-2017 door pastor Leon Teubner

We hoorden in de 1e lezing de profeet Jesaja de liefde bezingen van zijn Geliefde voor diens wijngaard: Ik wil zingen van mijn Geliefde, het lied van mijn liefste en zijn wijngaard. In dit lied staat de Geliefde waarover gezongen wordt, voor God. En zijn wijngaard, dat is zijn geliefde vriendin, zijn volk. In het lied wordt bezongen dat God zijn volk als een wijngaard plaatst op een vruchtbare helling. De zon schijnt er overvloedig, de grond is er vruchtbaar, de stenen heeft Hijzelf verwijderd. En, vervolgt het lied: God beplant zijn wijngaard vol met edelwingerds, met wijnstokken van de allerbeste soort. Alle voorwaarden zijn er voor een overvloedige oogst en voor een wijn van de beste kwaliteit. Maar de wijngaard brengt enkel wilde bessen voort.
Hoe kan dat toch?
Wij zijn de geliefde wijngaard van God, en ieder van ons is daarin een edelwingerd, en door Hem een plek in zijn volk gegund. Ieder van ons is als een uitstekende wijnstok in zijn ogen, en gepland op de juiste plek in zijn volk en wel zo, dat allen gericht staan op de zon, dat is op Hemzelf. Met liefde verzorgt Hij ons en snoeit Hij ons bij, en schenkt ons aan onszelf en aan elkaar. Opdat wij één worden met elkaar en met Hemzelf: Gods volk.
Maar niet alleen schenkt Hij óns aan onszelf en aan elkaar, Hij geeft ons daarbij ook nog een hele werkelijkheid: de natuur en de cultuur waarin wij leven, lichamelijk en geestelijk. Al wat is wordt om niet aan ieder van ons gegeven. En daar zit misschien wel ons probleem dat de oorzaak ervan is, dat wij vaak wilde vruchten voortbrengen i.p.v. druiven die samen een goede wijn maken. Ons probleem is, dat wij gegeven worden zoals we zijn, met al onze talenten die vrucht kunnen dragen, maar ook met al onze tekorten, die onze vruchtbaarheid lijken te hinderen.
Lijken te hinderen.
Want het zijn niet onze tekorten die verhinderen dat wij gave vruchten voortbrengen, maar dat wij óns ergeren aan onze eigen en elkaars tekorten. Daardoor gaat er veel energie zitten in het opheffen van ons tekort. Energie die juist nodig is voor een goede vruchtvorming. Het is de manier waarop wij naar onze tekorten kijken, en ze met geweld soms proberen op te heffen, dat het werkelijke probleem is waar de wijngaard van God mee te kampen heeft. Want wij willen die wijngaard vaak anders dan zij is. Wij willen alleen maar de talenten en niet de tekorten. Wij, als edelwingerds, willen een volmaakte wijngaard met enkel en alleen volmaakte wijnstokken, die alleen volmaakte vruchten voortbrengen.
Wij kunnen onszelf vaak niet uit Gods hand ontvangen zoals we gegeven worden, en ook de ander niet zoals deze ons gegeven wordt. We vinden onszelf niet goed genoeg, en vaker ook: de ander niet goed genoeg. En uiteindelijk is ook God niet goed genoeg. Dan verandert onze onvrede ongemerkt en ongewild in agressie tegen onszelf, of tegen de ander, en daarmee ook tegen de Schenker van al wat is. Als wij zelf de eigenaar van de wijngaard willen zijn, dan worden wij de wijnbouwers uit de gelijkenis van Jezus, die onze naasten, de dienaren van God, vastgrijpen. Dan mishandelen we de ene en de ander doden we. En daarmee doden we ook langzaam maar zeker de zoon van de eigenaar: de geboorte van God in ons eigen leven. Dan ontkennen we onze oorsprong, onze voortkomst vanuit God, als een geschenk aan onszelf en aan elkaar. Zijn beeld, dat wij allen in ons dragen, raakt dan misvormt en tenslotte vernietigd. Als wij onszelf niet als een geschenk durven ontvangen uit zijn hand, kunnen wij niet anders dan God uit zijn wijngaard gooien. Gelukkig houdt God niet op ons te geven in ons onvermogen, en blijft Hij bezig ons te beminnen om niet, onvoorwaardelijk en belangeloos. Totdat wij wezenlijk gaan voelen, dat Hij ons wenst zoals we zijn; totdat we durven beseffen: ik mag er zijn, het is goed dat ik er ben. En wel hier en nu, in deze wijngaard zoals die is. Ik word bemint – altijd al! Elk moment dat wij het aandurven onszelf te laten beminnen, zoals we gegeven worden op dit moment en op deze plaats, worden wij drager van Gods liefde die ons zal doordrenken als een droge spons. Niet op grond van onze prestaties of verdiensten, maar omdat Hij ieder van ons onvoorwaardelijk bemint. In Gods ogen zijn wij waardevol zondermeer. Durven wij ons te openen voor de grootheid van ons wezen?
Als ik dit laat doordringen tot in het diepst van mijn wezen, dan komt er onvermijdelijk een reactie op gang. Ik ga dan ook de naasten die mij gegeven worden, bezien met dezelfde ogen als waarmee God mij aankijkt. Ik stel dan niet langer meer voorwaarden aan hen. Er komt een beweging van belangeloze liefde voor de ander op gang in het ontvangen van Gods onvoorwaardelijke liefde voor mij. Gaandeweg worden wij zo één met die Bron van liefde, dat wij niets meer te verliezen hebben, en het niet langer nodig hebben ‘iemand’ te zijn. Het wordt mogelijk onszelf geheel en al te geven, omdat we het aandurven onszelf geheel en al te ontvangen. Gaandeweg, want dit duurt een leven lang. Maar alleen dán wordt de wijngaard een vruchtbare wijngaard, die gave vruchten voortbrengt voor de goede wijn die de Geliefde is. Gelukkig is de Bron van alle liefde lankmoedig en trouw, geduldig en vertrouwvol. Al die stemmen in ons die zeggen dat wij of de ander niet goed genoeg zijn, niet mooi genoeg, niet intelligent genoeg, niet eerlijk genoeg of waarachtig, die zal Hij met stomheid slaan. Onze wijngaard zal in bloei komen. Want ze ligt altijd al in de zon en op een vruchtbare helling. De stenen worden weggehaald, de ranken gesnoeid; de oogst kan worden binnengehaald en teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar en de Zoon van God wordt niet langer in ons gekruisigd, maar komt in ieder van ons tot leven.

Overweging van zondag 24-9-2017 door p. Tom Buitendijk

 

 

God nodigt in de parabel van vandaag iedereen uit om in zijn wijngaard te werken en om samen van de vruchten te genieten. Met een beetje verbeeldingskracht ziet u het voor U:  een wereld waarin alle mensen vrolijk zijn, genieten van een goede maaltijd en een feestelijk glas wijn.  Zo zou de vredesweek toch kunnen eindigen: een feest voor iedereen in deze wereld! De werkelijkheid is anders: er hangt een sfeer van oorlogsdreiging in de wereld; in de samenleving in ons land neemt de ongelijkheid toe. De sfeer is meer grimmig dan vredig. Juist dan moeten we onze verbeeldingskracht laten werken:  het kan anders! Willen we stil worden en bidden om Gods ontferming over ons .

 

Openingsgebed.

God, uw goedheid gaat uit naar alle mensen zonder onderscheid. U nodigt ons allen uit te werken in uw wijngaard en te genieten van de oogst. Wij bidden U: Help ons in vrede te leven met elkaar en nu reeds te werken aan uw Koninkrijk van vrede dat komen zal en duren zal in eeuwigheid. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Gebed over de gaven

Goede God,  aanvaard in dit  brood en in deze wijn onze bereidheid ons in te zetten voor vrede in deze wereld. Moge de maaltijd die wij vieren een teken van eenheid en saamhorigheid zijn met al uw mensenkinderen. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Slotgebed

Goede God,  In het leven, sterven en verrijzen van Jezus, uw Zoon, hebt u ons de weg gewezen naar de waarachtige vrede. Maak ons tot mensen die gerechtigheid beoefenen en in onderlinge liefde elkaar willen dienen. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Overweging

In een gesprek zei iemand mij :  Echt waar. Ik kan niet tegen onrecht! Rechtvaardig zijn is een mooie eigenschap, zei ik. Ja, zei de man, als ik benadeeld word, dan word ik laaiend van woede. En als anderen benadeeld worden, vroeg ik voorzichtig. Tja, die moeten maar voor zichzelf zorgen, zei hij. Daar kan ik niet zoveel aan doen.
Is opkomen voor recht en gerechtigheid hetzelfde als opkomen voor je eigenbelang?  Niet zo’n gekke vraag, lijkt mij. De parabel over de wijngaard heeft twee kanten: de parabel vertelt over de mateloze goedheid van de landeigenaar, God. Hij laat iedereen werken in zijn wijngaard; hij kijkt niet naar de prestaties maar naar de bereidwilligheid; hij geeft aan ieder de afgesproken beloning; er is allen reden om een wijnfeest te vieren nu de oogst binnen is. Op 3 september  was ik in Bernkastel, een stadje aan de Moezel. Er was een oergezellig wijnfeest aan de gang. Veel mensen liepen op het plein met een glas wijn in de ene en een Curryworst  in de andere hand.  Vrede en vreugde alom. Maar dan de andere kant. Iemand zegt: “Ik kan niet tegen onrecht. Ik heb vanaf vanmorgen zes uur gewerkt en die daar maar één uur – vanaf vijf uur.”    “U stelt die daar gelijk met ons die de hitte van de dag gekend hebben”. Die gelijke betaling wordt aanleiding tot ruzie, twist, verwijten.
De harde werkers vinden het onrechtvaardig dat zij niet méér krijgen dan de afgesproken beloning. Zij vinden dat de landeigenaar niet zò met mensen mag omgaan. God, de eigenaar, mag mensen in hun ogen geen gelijke behandeling geven.  Dat is onrechtvaardig. God moet onderscheid maken en in hen betere mensen zien vanwege betere prestaties. De mooie parabel van Gods mateloze goedheid wordt gebruikt om onder de mensen verdeeldheid te bewerken. Wij weten beter dan God wat een eerlijke betere verdeling is!  Je hebt harde werkers, gewone werkers,  luie werkers en profiteurs. Waarom delen de profiteurs gratis en voor niks in de oogst?  “Ik kan niet tegen onrecht wanneer ik mij benadeeld voel!”
Laten we eerlijk zijn. Die onruststokers die meer willen, daar hebben we begrip voor. Het is toch niet oneerlijk om te verwachten dat je meer krijgt omdat je betere prestaties geleverd hebt. Het is toch altijd loon naar werken.  In de werkelijkheid van de wereld gaat het er toch zo aan toe. Je hebt arme landen en rijke landen. De rijke landen denken dat ze meer rechten hebben. Ze nemen wat ze hun deel noemen, van de arme landen af. Zo komt er oorlog in de wereld. Als wij wel ons verstand maar niet onze verbeeldingskracht blijven gebruiken, dan blijft het de komende jaren nog wel oorlog. De strijd om zuiver drinkwater zal zeer heftig worden. Maar als wij de droom waar maken dat waar gedeeld wordt er voor iedereen genoeg is, dan kàn het anders worden. “De aarde heeft niet voldoende voor ieders begeerten, maar wel voor ieders behoeften”. Ik weet niet meer van wie deze wijsheid is. In de werkelijkheid van ons land gaat het ook zo. De troonrede op Prinsjesdag had inhoudelijk nog niet zoveel te melden, maar de toon was optimistisch. Het gaat goed in Nederland ! De economie draait  op volle toeren en daar worden de méésten beter van. Niet iedereen natuurlijk: ouderen, zieken, mensen met beperkingen, vluchtelingen, die presteren niet. We moeten zorgen dat ze het hoofd boven water houden. Dat is voor hen voldoende. Dat de slimme mensen en de harde werkers méér krijgen is toch logisch. Maar: stel je nou eens voor dat we in plaats van al ons menselijk rekenwerk eens uitgingen van Gods mateloze goedheid! Heeft u in het evangelie het schrijnende zinnetje gehoord: “Niemand heeft ons gehuurd.  Wij stonden vanmorgen om zes uur ook al op de arbeidsmarkt, maar niemand heeft ons nodig”.
Als je een verkeerde postcode hebt …. een verkeerde naam …… een ander kleurtje dan wit……  Als je baan overtollig word…. als je wegens slijtage maar gedeeltelijk kunt werken … als je in persoonlijke moeilijkheden komt … Als je diploma’s niet erkend worden …… als je Nederlands niet goed genoeg is … als je nog geen verblijfsvergunning hebt…. “Niemand heeft ons gehuurd”. In de parabel krijgen al deze mensen een kans. De landeigenaar kijkt niet naar de prestatie, maar naar de bereidwilligheid. Hij wil dat iedereen helpt om de oogst binnen te halen en het feest van de vrede en vreugde te vieren. Zou het nou niet onze droom kunnen zijn dat wij iedereen een kans geven om volwaardig mee te draaien? Zouden wij – ondanks alle verschillen – mensen niet als gelijken kunnen behandelen? Onze gedachten zijn niet dezelfde gedachten als die van God. Dat is waar. Waarom zouden we niet proberen met God mee te denken? Jezus nodigt ons daartoe uit. Onze wegen zijn niet de wegen die God kiest. Jezus gaat ons voor op de weg van God. Het is de weg naar de mensen die niet gehuurd zijn. Waarom zouden we kwaad op God zijn omdat wij niet méér krijgen dan wat afgesproken is ?  We zouden toch ook uitdelers kunnen worden van Gods mateloze goedheid! Ik kan niet tegen onrecht. Als ik me benadeeld voel, word ik woedend. Ik kan niet tegen onrecht. Als ik zie dat anderen benadeeld worden: ….word ik dan woedend ? …. of doe ik dan niets?
Wat voor wereld ziet u in uw verbeelding?

 

Pastor:

God, u hebt ons in uw dienst in de wijngaard geroepen. Help ons onze taak goed te vervullen.

Lector

Mogen de vredesinitiatieven van de  kerken de landen en volken behulpzaam zijn om hun samenleving op te bouwen in gerechtigheid en vrede voor allen. Bidden we ook voor volken die in hun verlangen naar vrijheid met gewelddadigheid worden tegen gewerkt. Dat zij de moed tot vrede niet opgeven.

S T I L T E  Laat ons bidden .

 

Lector

Voor alle mensen die werken voor hun dagelijks brood. Dat door hun arbeid vrede en welvaart voor allen toenemen. Dat wij dit brood in vrede en rust kunnen eten. Dat wij bereid zijn te delen met hen die tekort komen.

S T I L T E  Laat ons bidden .

 

Lector

Voor mensen die ‘niet gehuurd’ worden en daardoor buiten de samenleving komen te staan. Dat wij hen een plaats bieden in de samenleving waarin zijn kunnen groeien in zelfrespect en in waardigheid.

S T I L T E  Laat ons bidden .

 

Lector

Wij bidden voor onze geloofsgemeenschap. Voor de zieken, de bedroefden de vereenzaamden. Dat onze aandacht genezend zal zijn. Voor Ruben Kuijs die vanmiddag het Doopsel zal ontvangen. Dat hij opgroeit als een blije en gelukkige christen.

 

Pastor

Goede God, geef dat ons leven en werken vruchten voortbrengen die allen te goed komen. Houd ons gaande op de weg naar uw Koninkrijk . Amen.