Ben Wolbers vertelt over de waarden in de Karmelregel

Het is maandagavond 8 Juni 2015 en Ben Wolbers is naar ons toegekomen om een verhaal te vertellen over waarden in de Karmelregel en karmelitaanse spiritualiteit.

De bijeenkomst vindt plaats in het kantoorgebouw van Geurts aan de Verdistraat. Dit gebouw is het vroegere klooster van de karmelieten. Dan is het wel een logisch gevolg dat het een feest van herkenning is geworden. Sommige karmelieten hebben daar gewoond en andere parochianen zijn daar vroeger ter kerke gegaan. En ik… heb stiekem rondgeneusd waar ik niks te zoeken had.

Er waren circa 70 mensen gekomen om naar het verhaal van Ben Wolbers te luisteren en volgens mij hebben ze er geen spijt van. Het gaat over het ontstaan van de Karmel op de Karmelberg en het gaat over het ontstaan van de regel die later in een gekalligrafeerde versie te zien is, en het gaat over de uitstraling van de Karmel.

De gekalligrafeerde versie van de Karmelregel is prachtig om te zien. Het voornaamste is het lege midden. Het symbool voor een niet te benoemen God. Een God die door Levinas aangeduid wordt als “een spoor” dat achtergelaten wordt. Dan spreekt Ben over de beleving die je als Karmeliet hebt als je God tot je toe laat. Je wordt er gelukkig en blij van. En dat gevoel wil je heel graag aan andere mensen doorgeven. Je voelt het tot diep in je ziel. Ziel is een ouderwets woord, maar het is de kern van ons bestaan.

De mensen zaten ademloos te luisteren en lachten als er een grapje gemaakt werd. Iedereen kon voelen dat de sfeer er één was zo als je het maar zelden tegen komt. Harmonie en liefde werden er uitgestraald, en iedereen voelde die  liefde van God, omdat Ben Wolbers in staat was die liefde over te brengen, en alle mensen werden vervuld met deze liefde.

Elk mens ging met een liefdevol hart en een blij gevoel weer naar huis. (Misschien om het daar weer uit te dragen) Dank aan Ben, dank aan alle mensen, ik heb er van genoten.

Guusje Meurs

Advertenties

Overweging van zondag 7 juni door p. George Zeegers

Sacramentsdag   

Woord van welkom

Goede morgen, beste mensen, van harte welkom hier weer vanmorgen in onze viering. Het is Sacramentsdag vandaag. We hadden nu eigenlijk een grote processie moeten houden met ons Heer onder het baldakijn en een pad van bloemblaadjes,  met bruidjes en de fanfare; velen van ons kennen dat nog van vroeger. We zijn tegenwoordig veel ingetogener. Maar de instelling van de Eucharistie is de moeite van het vieren waard, want het is een heel kostbaar gebaar dat ons wekelijks samenbrengt.

Maken we het een ogenblik stil om ons hart en onze aandacht te verzamelen.

 

Overweging.

Wat hebben wij toch een bijzondere geloofstraditie, beste mensen, vind U ook niet? We komen samen en ondersteunen elkaar in de overtuiging dat ons leven gedragen wordt, dat er meer is tussen hemel en aarde, zoals dat tegenwoordig heet;  dat God, de Heer en Schepper van al wat bestaat, dat we diens aanwezigheid kunnen vieren in de meest gewone dingen, die wij met elkaar delen: brood en wijn, water, olie. Gewoon de dingen van ons dagelijkse leven. We hebben daar wel vaak –zeker in het rijke roomse verleden- een heel theater omheen gehangen, maar in wezen zijn onze gebaren om Gods aanwezigheid te beleven en te vieren heel eenvoudig: eenvoudig samen aan tafel gaan en brood delen en wijn delen, of water bij de doop; of olie bij iemand die langzaam uit het leven glijdt, een heel eenvoudig geneesmiddel. Dingen die wij dagelijks gebruiken. En vooral het dagelijks eten met elkaar. Dat is het beeld van samenleven en precies dát is het beeld van Gods aanwezigheid, van onze verbondenheid met Hem, die wij in Jezus kennen en zien. Zijn leven herinneren wij ons als wij hier brood en wijn nemen en delen. Tot zijn gedachtenis zeggen wij. Want dit hier is Zíjn tafel en Hij is hier de gastheer. Hij bekommert zich om ons en voedt ons.

Maar ook …..door aan deze tafel aan te zitten, hebben wij deel aan Gods leven, worden wij deelgenoot  en compagnon, letterlijk handlanger van God in de wereld. Worden wij de handen van God om deze wereld te maken tot de tafel die God bedoelt, tafel voor de  hele mensheid, waaraan niemand te kort komt en ieder meetelt en gezien  en ontvangen wordt. En dat kan je ook klein maken gezien de grote problemen van deze wereld, de vele mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld en honger die schreeuwen om te mogen leven. En… dat moeten we helaas erkennen: lang niet echt welkom zijn, zeker niet in ons land.

Hier de tafel van geborgenheid en verbond, de tafel dus ook van uitdaging en opdracht.

U hebt allemaal vaak gezien dat ik bij het klaarmaken van de tafel de wijn in de kelk schenk  en daar dan een klein beetje water bij doe. De woorden die daarbij horen zijn: “Water en wijn worden één. Gij deelt ons menszijn en neemt ons op in uw goddelijk leven”. Symboliek, symbolen zeggen vaak meer dan woorden  kunnen uitdrukken. Wij zijn de druppel water, God is de wijn. Ondanks onze schamelheid mogen wij geloven dat wij bij God geborgen zijn. Bij Hem aan tafel.

 

Overweging van zondag 14 juni door p. George Zeegers

Woord van welkom

Goede morgen beste mensen, van harte welkom. Wij komen hier altijd samen om iets van God te ervaren en te beleven. Hij roept ons altijd bijeen. Vanmorgen horen we dat het rijk van God is als een mosterdzaadje. Klein, bijna onzichtbaar maar uitgegroeid geeft het beschutting aan velen.

Maken we het een ogenblik stil om open te kunnen staan voor Gods woord.

 

 

Overweging.

Ik las afgelopen week dat de Monsanto, een van de grootste Amerikaanse voedings giganten, op het punt staat om in Europa 30 licenties te verwerven op zaden. Zaden van allerlei gewassen: graan tomaten erwten  etc.  In hun laboratoria hebben ze bij die zaden aan het DNA gesleuteld en willen zo alleen eigenaar worden van die zg. veredelde zaden. Iemand die iets uitvindt wordt eigenaar van die vinding en kan die naar goeddunken gebruiken en te gelde maken.  Zelfs voeding en onze veestapel. Onze huidige wereld! Wij zijn er aan gewend dat alles de mens toebehoort en dat hij er mee kan doen en laten wat hij wil  – binnen de regels, die we daarvoor zelf hebben opgesteld. En binnen onze kapitalistische wereld geldt dan het recht van de sterkste. Monsanto – en zijn aandeelhouders natuurlijk – heeft het meeste geld en zal via zijn patenten nog veel rijker worden, maar vooral de hele wereld in zijn greep willen krijgen. En – dat moeten we ons steeds realiseren – die wereld van Monsanto is ònze wereld; onze pensioengelden  zijn ook belegd in de Monsanto’s van deze wereld.

Hoe anders het beeld dat Jezus in het evangelie  schetst: een boer heeft zijn grond bewerkt en zaait zijn graan en gaat naar huis. Slapen staat er! Hij wàcht!  Hij wacht tot het opkomt, groeit en tot wasdom komt. En dan pas is híj weer aan bod: hij maait en oogst. Dat is de houding binnen het rijk van God.  Of nog sterker: kijk naar een mosterd zaadje – voor Jezus was dit het kleinste van de zaden- en zie wat een groeikracht  daarin zit; het kan een grote struik worden. Ook weer een beeld van  het Rijk van God. Waar Jezus ons op wijst is dat in al wat is Gods scheppingskracht aanwezig is en zichtbaar wordt. En dat al die rijke mogelijkheden van de schepping – ook onze eigen inventiviteit en creativiteit  ons gegeven zijn; ons gegeven zijn om deze wereld met en voor elkaar op te bouwen en dat niemand iets absoluut zijn eigendom kan noemen.

Twee werelden die elkaar lijken uit te sluiten. Die boer in het Palestina van Jezus moest wel wachten en kijken wat er van zijn zaad zou worden. Hij kon niet anders.  Wij in onze technische tijd kunnen wel en weten veel meer.  Onze geleerden kunnen aan zaden sleutelen en die bewerken. Met beregeningsinstallaties kunnen wij de oogst sterk verbeteren. Met heel bijzondere resultaten, zeker.

Als ik in de natuur fiets of loop, dan kan ik stil worden door de pracht van de natuur, alles bloeit en groeit in veelvoud en veelkleurigheid. Als ik in het groentewinkeltje van Vogels hier aan de Industrielaan sta, kan ik me verbazen over de grote verscheidenheid van vruchten en gewassen die eetbaar zijn. Allemaal anders van kleur van grote , van vorm. Maar allemaal gewoon verpakt water. Met een ander geurtje, met een ander kleurtje, maar allemaal gewoon water!

Die wereld van Monsanto en onze techniek, én die wereld van geur en kleur die bijten elkaar niet, of beter die hoeven elkaar helemaal niet te bijten.  Voor veel mensen in onze westerse wereld sluiten die twee elkaar uit; is de wereld van techniek en wetenschap zelfs het bewijs dat de wereld van God niet bestaat. Maar dat is uiterst kortzichtig. Ook Monsanto kan het leven niet maken, kan niet de groeikracht in al het leven maken. Ze kan die iets vervormen, iets verschuiven, maar in wezen is het leven een gegévenheid ons in handen gegeven. Het leven is van God, zeggen wij en daarom -om te danken en bewust te worden- komen wij hier wekelijk bijeen. Bewust  dat het leven hoe wij er ook aan kunnen sleutelen en schuiven ons gegeven is, dat we ons het leven niet kunnen toe-eigenen, maar dat al onze verworvenheden  er zijn ten dienste van de hele wereld.

Vrijdag avond eergisteren kregen wij in de gebedsviering van 19.00uur  allemaal een  hoopje aarde met –zo werd ons verzekerd- een mosterd zaadje.  Kijk ik heb het in dit potje gedaan.  Ben benieuwd wat daar uitkomt.

 

 

Overweging van zondag 31-05-2015 door p. George Zeegers

 Drievuldigheidszondag  

Openingswoord

Goede morgen beste mensen, van harte welkom weer hier in onze viering.  De Paastijd hebben we afgesloten met het Pinksterfeest, het feest van de Geest.  Nu nodigt de liturgie ons uit voor een meditatie over het wezen van God.  God, drie en één!

Beginnen we deze viering met onze kortste geloofsbelijdenis en waarin wij gedoopt zijn:

In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest

 

Overweging

Vandaag vieren we het feest van de heilige Drie-eenheid, het mysterie van God: Vader, Zoon en Geest. God is één. Tegelijk hebben we vele namen nodig om iets van God uit te zeggen.

U kent het verhaal van  Augustinus, meen ik? Ik heb dat al eens eerder verteld. Hij schreef over een  kind dat aan het strand een kuiltje had gemaakt en met zijn emmertje bezig was steeds weer een emmertje water uit zee te halen en in zijn kuiltje te gieten. Augustinus komt langs en vraagt dat kind wat het aan het doen is en het kind antwoordt: “ik wil de zee leegmaken en in mijn kuiltje stoppen“. Dat is wat wij doen als wij proberen in ons hoofd ons het volledige beeld van God te vormen. God is veel te groot voor ons verstand! Vervolgt Augustinus.

Met ons verstand zitten wij met vragen die we  niet kunnen rijmen met een beeld van God die Liefde is. Vragen als:  Waarom is er oorlog, waarom is er zoveel lijden? Waarom doen mensen elkaar pijn? waar komt het kwaad vandaan in onze wereld?  En in onze rationele tijd, waarin wij voor alles een oorzaak en een reden zoeken, helemaal. Wat niet past in ons denkpatroon, kan niet bestaan. God bestaat niet! Punt uit??              Is dat inderdaad zo?

Voor velen is dat veel te radicaal; er zijn ook veel vragen die buiten de wetenschappelijk vragen bestaan.  Waar kom IK vandaan? Waar leef ik voor?  Wat is mijn bestemming?  Wie ben ik? En wat worden we niet vaak geraakt door een zonsondergang, door de pracht van wolken-formaties, door de stilte van de natuur, de groeikracht in alles,  het leven van de dieren om  ons heen, het werken van een mier? Mozes hield dat in zijn tijd de mensen al voor, zoals we hoorden in de eerste lezing.

Wij kennen God niet!  “Niemand heeft ooit God gezien”, zegt Johannes in zijn brief.

Wij kunnen niet tegen de zon IN kijken.  Maar we mogen wel in het zonnetje gaan zitten en ons warmen!

Jezus is het menselijke gezicht van de Eeuwige. In Hem horen wij de Eeuwige spreken in onze taal, in Hem zien we de Eeuwige handelen op menselijke maat.  In Jezus ervaren  wij dat God liefde is, verbondenheid zoekt met ons mensen,  mét ons is, door alles heen, in alle levensomstandigheden, in vreugde én in pijn; in verlies en rouw én in de vreugde en dankbaarheid.  En dat woord blijft klinken ook al is Jezus gestorven, en zijn beeld blijft spreken ook al is hij niet meer lijfelijk met ons. Zijn Geest liet Hij ons als erfenis! Opdat wij zouden zijn als Hij, zouden doen als Hij, zouden leven als Hij:  met God verbonden mensen.

Ik las ergens: Wanneer het donker is in ons leven, roepen we naar de Vader om licht. Bij de Zoon steken we ons licht op. En met de hulp van heilige Geest kunnen we voor anderen een licht zijn.

Wij zijn in het leven geroepen door God en niemand van ons gaat  zijn levensweg alleen! Want mét ons gaat de Ene, de eeuwige in wie wij gedoopt zijn en die wij belijden als Vader, Zoon en heilige Geest!

 

 

 

 

 

 

Slotgebed:

Wij danken U God, enig en trouw,

dat U uzelf hebt doen kennen in onze mensenwereld,

in Jezus de Christus vooral

Doe ons opnieuw geboren worden

als mensen naar uw beeld, als uw kinderen

als broers en zussen van Jezus Christus,

als erfgenamen van uw Geest.

Uw Geest die leven geeft steeds weer

ons leven lang tot in uw eeuwigheid.

 

Overweging van hemelvaart 2015 door p. Leon Teubner

We hoorden zojuist de allerlaatste woorden

die Jezus tot zijn leerlingen sprak voor zijn hemelvaart:

 

Ga,

en maak alle volken tot leerling;

dompel hen onder in de naam van de Vader,

de Zoon en de heilige Geest,

 

De laatste woorden van iemand

zijn belangrijke woorden.

Met zijn laatste woorden spreekt iemand uit

wat van wezenlijk belang voor hem is om door te geven.

 

Ga,

en maak alle volken tot leerling

 

Hij zegt niet: ga elke zondag naar de kerk,

of in elk geval met Pasen en Kerstmis;

of: ga om je tot priester te laten wijden,

of: ga en leg alle ongelovigen onze leer op,…

 

maar:

Ga,

en maak alle volken tot leerling

 

Ga.

Niet Jezus gaat heen, maar zijn leerlingen moeten gaan.

Ga heen, weg van mij.

Houdt mij niet vast, maar doe als ik:

Ga naar mijn Vader die ook jullie Vader is,

naar mijn God die ook jullie God is.

 

Ga,

en maak alle volken tot leerling

 

Niet tot mijn leerlingen of tot jullie leerlingen,

niet joods, of katholiek of anderszins,

maar: maak allen – dus incl. jullie zelf – tot leerling.

 

Dat betekent niet leerling zijn ván, of de ander ‘íets’ leren,

maar allen tot de grondhouding van ‘leerling-zijn’ brengen.

Wat is de grondhouding van een leerling?

 

Dat is: de dingen niet of niet zeker weten,

en vandaar uit vragend en tastend zoekend

met de concrete werkelijkheid omgaan:

met jezelf, met de ander en met al wat is.

 

Dat is belangstellend uitgaan naar wat op je weg komt,

ontvankelijk zijn voor wat anders, echt anders is.

Dat is zó spreken dat de ander tot spreken kan komen,

en zó horen dat de ander zich gezien en gehoord weet.

 

Een leerling is ook iemand die met vallen en opstaan

met zijn verstand naar zijn hart leert luisteren,

iemand die de bewegingen van zijn hart peilt

en ze met zijn verstand overweegt, en wel zo,

dat de wijzing van de Vader hem kan aanspreken.

 

De wijzing die, volgens de profeet Jeremia,

ingeschreven staat in ieders mensenhart:

 

Dit is het nieuwe verbond dat Ik in de toekomst met Israël sluit

Ik schrijf mijn Wijzing in hun binnenste,

Ik grif die in hun hart.

Ik zal hun God zijn, en zij zullen mijn volk zijn.

Dan zal niemand meer zijn medeburger leren,

noch tegen zijn broer of zus zeggen:

“Leer de heer kennen.”

Iedereen, groot en klein, kent Mij

 

Leerlingen zijn wij als wij leerlingen van de Vader zijn, en van niemand anders.

Leerlingen zijn wij als wij zijn woord overwegen, zoals Maria deed.

Leerlingen zijn wij als wij het grote gebod bewaren waaraan alles hangt:

 

Hoor naar mij, jullie God, en je zult beminnen

met heel je hart, met heel je verstand en met al je kracht,

mij, jullie God en je naaste als jezelf.

 

Bemin – dat is het nieuwe verbond, Gods wijzing in ons hart.

Hier zijn állen leerlingen, van God die liefde is.

 

Ga, en maak alle volkeren tot leerling

dompel hen onder in de naam van de Vader,

de Zoon en de heilige Geest,

 

De ander tot leerling maken, is niet de ander iets leren van buitenaf,

geen kennis, geen deskundigheid, geen mening of overtuiging.

De ander tot leerling maken, is in hem wekken wat er al is”: Gods liefde.

Dat is de ander in contact brengen met de liefdeswijzing in zijn hart,

dat is de ander onderdompelen in Gods naam:

 

In de naam van de Vader die zegt:

Jij bent mijn welbeminde;

In de naam van de Zoon die hoort en voelt:

ik ben door de Vader gezien en bemind;

in de naam van de Geest die minne is.

 

 

 

Ga, en maak alle volkeren tot leerling

dompel hen onder in de naam van de Vader,

de Zoon en de heilige Geest,

en leer hun alles onderhouden

wat Ik jullie geboden heb.

 

Wij hoeven slechts elkaar tot leerling te maken

en elkaar te behoeden te denken dat wij leraren zijn.

We hoeven maar elkaar te helpen luisteren naar Gods liefdeswijzing,

die ingegrift staat en spreken wil in ieders hart.

 

Dat vraagt dat wij ons eigen centrum durven verlaten

en daarmee ons zeker weten, onze gevestigde opvattingen,

onze veilig gedeelde meningen, onze eigenwilligheid

welke ons hart verhardt en Gods liefdeswijzing onverstaanbaar maakt.

 

Ga uit, en maak alle volkeren tot leerling

 

Gods leerlingen worden betekent onszelf loslaten

en in zekere zin sterven aan onszelf door ruimte te maken

voor God, voor de ander, voor onszelf en voor de schepping.

Dat is belangstellend uitgaan naar elkaar en wat op je weg komt,

ontvankelijk proberen te zijn voor wie of wat anders, echt anders is.

 

Ga uit, en maak alle volken tot leerling

en leer hun alles onderhouden

wat Ik jullie geboden heb.

 

Wat Jezus zijn leerlingen geboden heeft

staat in de laatste woorden van zijn afscheidsrede:

 

Blijf in liefde met mij verbonden

en heb elkaar lief met de liefde van de Vader;

dit is mijn gebod: dat je elkaar liefhebt.

 

Blijf in de liefde van de Vader die Ik jullie heb toegedragen.

Hoor naar zijn levengevende stem in jullie hart,

en je zult kunnen beminnen met de liefde waarmee je bemind bent

God, je naaste en jezelf.

 

Weet dit: Ik ben met jullie

alle dagen

tot aan de voleinding van de wereld.’

 

Dit is het enige dat de leerling zeker weet

als hij, met vallen en opstaan, leren wil van Gods liefde:

dat God met hem is, al zijn levensdagen,

en tot in eeuwigheid.

Dat wij elkaar tot leerling maken.

 

Overweging van Pinksteren 24-5-2015 door p. George Zeegers

Welkom

Goede morgen, beste menen, hartelijke welkom vanmorgen in onze viering. Het is groot feest, Pinksteren. We vieren dat Gods eigen adem onze wereld bezield en gaande houdt. Moge de heiige Geest hier bij ons zijn, ons verwarmen en bemoedigen.

Maken we het een ogenblik stil om ruimte te maken voor de Geest van God in ons leven.

 


 

Vuurceremnie

Vg.    Wij bidden om de gave van WIJSHEID

          Die aangeeft wat goed is.

A.:      Kom, heilige Geest

Laat mij groeien in wijsheid

 

Vg.    Wij bidden om de gave van INZICHT

          Die helpt te begrijpen wat gebeurt

A.:      Kom, heilige Geest

Maak helder wat duister is

 

Vg.     Wij bidden om de gave van RAAD

          Die mij het evangelie aanreikt en opneemt

A.:      Kom, heilige Geest

Laat mij goede keuzes maken

 

Vg.     Wij bidden om de gave van STERKTE

          Die weerbaar maakt en moedig

A.:      Kom, heilige Geest

Dat ik volhoud het goede te doen

 

Vg.    Wij bidden om de gave van GELOOF

          In God die mij vasthoudt in dit leven.

A.:     Kom, heilige Geest

                   Versterk mijn vertrouwen.

 

Vg.    Wij bidden om de gave van HOOP

          Die steeds verrast met nieuwe kansen.

A.:     Kom, heilige Geest

                   Maak mijn leven nieuw.

 

Vg.    Wij bidden om de gave van LIEFDE

          die het goede laat zien in elke mens

A.:     Kom, heilige Geest

                   Help ons te vergeven en nabij te zijn


Overweging

“De Geest des Heren heeft een nieuw begin gemaakt,

in al wat groeit en leeft zijn adem uitgezaaid.

De Geest van God bezielt die koud zijn en versteend,

herbouwt wat is vernield, maakt één wat is verdeeld.”

 

Met dat lied besluiten we deze viering straks, beste mensen, en gaan we naar huis. En dat is in het kort wat we vandaag vieren. Pinsteren, het feest van de Geest. De Geest die steeds opnieuw begint. Het begin was heel schoorvoetend, angstig zaten die leerlingen bijeen. Tot plotseling de Geest over hen vaardig werd.  En ze trokken erop uit, getuigend van wat hen was overkomen met die bijzondere man, Jezus, die hen had gegrepen, die zo bijzonder verbonden was met God. En in zijn Geest  hebben ze een beweging op gang gezet die nog tot onze dagen mensen bijeenbrengt en mensen inspireert en uitdaagt. Het is toch ongelofelijk, dat het verhaal over die mislukkeling, door kruisiging uit de samenleving gegooid en definitief monddood gemaakt, nog steeds mensen raakt en in beweging zet. Ons hier met een grote groep bijeen brengt op deze morgen . Ongelofelijk dat wij hier zitten, mensen, zijn wij wel goed snik?

Als je in de geschiedenis kijkt, hoe dat verhaal van Jezus door de eeuwen is heengegaan! Individuele mensen heeft geraakt, groepen mensen heeft geïnspireerd, een kerk heeft gesticht die steeds opnieuw door de branding van de tijd zich heeft gevormd, werd vervormd en zich weer heeft opnieuw uitgevonden. En die steeds worstelt om in de eigen tijd dat verhaal van Jezus verstaanbaar en vruchtbaar te laten zijn.

In onze tijd lijkt het wel – zeker hier in onze westerse wereld – of  dat verhaal van Jezus is uitverteld. Onze wereld die van God niet weet en niet wil weten, geseculariseerd noemen we dat, modern noemen we dat; deze wereld die ieder mens op zijn eigen eilandje probeert te zetten. Het  lijkt of die Geest van God is uitgewaaid.

Die Geest roept steeds opnieuw nieuwe krachten op. In elke tijd zal die oproep anders werken. De vormen uit het verleden moeten bijgesteld en veranderd, want onze wereld is veranderd. De laatste 100 jaar vooral zijn er zoveel maatschappelijk en technische ontwikkelingen geweest in onze samenleving.  Wij hebben daar allemaal veel van meegemaakt, van onze kleine dorpswereld kijken wij nu over de hele wereldbol.

De Geest van God zoekt zijn weg door alles heen dat is wat wij vandaag vieren. De boodschap van Jezus is zo levensnoodzakelijk voor de mens, voor elke mens.  Dat er een God is die alles beheert, is een algemeen geloven van de mensheid. Maar in Jezus heeft God een gelaat gekregen, een stem die we nog horen: dat het leven niet van ons is, maar gedragen is en  door ons ontvangen. Dat we niet alles op eigen kracht hoeven te kunnen, maar mogen weten dat er altijd iemand met ons op mijn levensweg gaat. En het bijzondere is dat  juist het zwakke gekoesterd wordt door de God van Jezus, juist datgene en diegene die het niet zelf kan, dat die ook meetelt. De gekruisigde heeft een boodschap die nieuw was en is en een zegen vooral wat klein is. Anders dan in onze grote wereld, waar de sterke  en machtige het voor het zeggen heeft en het zwakke niet meetelt.

We moeten ons tot het uiterste inspannen om die Geest de ruimte geven in ons leven, hier in onze parochie, we zullen nieuwe wegen moeten gaan en het aandurven om los te laten waar dat nodig is.

We gaan daarin niet in den blinde. De Geest gaat met ons. Dat vieren we vandaag.  De Geest van Jezus maakt steeds een nieuw begin.

Overweging van zondag 17 mei 2015 door p. George Zeegers

Woord van Welkom

Goede morgen, beste mensen, van harte welkom in onze viering van vandaag. Ik zie zelfs mensen van ver gekomen. Hartelijke welkom. Donderdag was het Hemelvaart, volgende week alweer Pinsteren, het feest van de Geest.  Jezus heeft ons niet verlaten.  Moge ook vanmorgen hier de Geest van God ons bezielen.  Een goed viering voor ons allen!

Overweging.

In de tijd na Pasen lezen  we in de liturgie vooral uit het evangelie van Johannes. Hij schreef zijn evangelie toen hij al hoogbejaard was. Hij had dus al heel lang geleefd met zijn intense herinnering aan Jezus en heel veel  nagedacht over Jezus en zijn boodschap.

We horen Johannes altijd worstelen met  “de wereld” en ik vertaal dat als de dominante tijdgeest van toen: de romeinse overheersing en het onderdrukkingsmechanisme van het recht van de sterkste, de keiharde wereld van de macht. Wij kennen die wereld ook, de wereld van het geld en de markt;  alles moet tot markt worden als dé oplossing voor de problemen van onze tijd. (Het neoliberalisme noemen we dat). En binnen de joodse samenleving speelde op religieus gebied de  juristerij: de hang om het hele leven te vatten in regels, ge- en verboden en dat aan God toeschrijven. Ook wij kennen dat van vroeger en we zien dat ook tegenwoordig weer opduiken in het ontwakende clericalisme. Ook dat heeft te maken met macht!

 

De wereld van God, van Vader, is getekend door liefde. De mensenwereld is veelal getekend door eigenbelang en egoïsme. En die twee wereld staan tegenover elkaar. Johannes was daar kennelijk allergische voor. Steeds plaatst hij alles wat gebeurt in die tweeheid. De volgeling van Jezus is ín de wereld, niet ván de wereld!

De twee werelden staan overigens niet buiten ons. We kennen die allebei heel goed,. Ze strijden in ons eigen leven elke dag. In de zorg, de sympathie, de vriendelijkheid en liefde van ons gewone leven met elkaar, leven wij de wereld van God. In onze portemonnee, in ons zakelijk- en beroepsleven zijn het vaak de harde structuren die bepaald worden door winst en concurrentie die ons gedrag en vaak ons denken sturen.

Als er een grote ramp plaats vindt in Nepal of elders, dan geven we massaal en gul, terwijl er tegelijkertijd duizenden mensen in gammele bootjes ergens op de zeeën drijven op zoek naar een menswaardig bestaan die we het liefst buiten laten staan. De twee werelden: die van God en die van de mens, we kennen ze goed, ze verdelen ook  ons hart. Is Judas, die wanhopige mens, daarvan hét symbool geworden!

Als leerlingen van Jezus zijn wij geroepen mensen van God te zijn. Weliswaar ín de wereld, maar niet ván de wereld.

Vandaag op deze zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren leidt de liturgie ons naar de afscheidsrede van Jezus op zijn laatste levensavond zoals Sint Johannes die beschrijft. Dat is een lang en indringend gesprek: het testament van Jezus. En hij laat dat gesprek met de leerlingen uitlopen in een gebed. Jezus bidt voor zijn leerlingen:  “Ik bid U, Vader, dat zij één mogen zijn. Bewaar hen voor het kwaad en mogen zij in de waarheid U, Vader, zijn toegewijd”. Het gaat niet aan om uit deze wereld weg te vluchten, maar om midden in de wereld te staan en consequent op zoek te zijn naar een God die Liefde is.

Ín de wereld, niet ván de wereld!