Overweging van 10 en 11 jan. 2015 door p. George Zeegers

Woord van welkom

Goede avond/morgen, beste mensen, van harte welkom. Vandaag het feest van de doop van de Heer.  Johannes preekte een doop van bekering en boete  Wonderlijk dat Jezus zich hier ook voor meldt en zo zijn openbare leven begint. Voor ons een moment om een terug te kijken naar onze eigen doop.

Maken we het een ogenblik stil.

Overweging.

Markus begint zijn evangelie met een tekening van Johannes de doper, een man in een kameelharen kleed, een leren gordel om zijn lendenen en hij at sprinkhanen en wilde honing. Hij preekte een doopsel van bekering tot vergiffenis van zonden. Heel Jeruzalem liep naar hem uit.

En dan volgt de perikoop die wij zojuist hoorden.  Ìk doop met water, maar Hij zal u dopen met de heilige Geest. En Jezus laat zichzelf ook dopen door Johannes.  Wonderlijk is dat wel. Maar het  blijkt wel een sterk religieuze ervaring van Jezus geweest te zijn.  Alle evangelisten melden dit. En vanaf dan zal Jezus zijn openbare leven beginnen:  bevestigd door God, gedreven door zijn, Gods Geest.

Na zijn verrijzenis, bij zijn Hemelvaart zal Jezus  zijn leerlingen de opdracht geven uit gaan en alle volken te dopen in de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, de doopformule vanaf het begin van het christendoom.

En zo zijn wij gedoopt, beste mensen, in de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Al kennen we onze eigen doop alleen uit de verhalen van ouders en broers en zussen. We  vieren vandaag – als het ware – de verjaardag van onze doop. Wie zich in Gods naam laat lopen, gaat binnen in een andere wereld. De wereld die Jezus  voorleefde , waarover Hij sprak, die Hij schetste in beelden en verhalen en die hij tastbaar deed aan de mensen die Hij tegenkwam: vooral  voor de degenen met wie het slecht ging: de zieken, kreupelen, blinden, doven, ook de tollenaars en zondaars, zelfs  doden riep terug in het leven zo vertellen de verhalen over Hem.  De wereld van Jezus  die al in de woorden van Jesaja klonk:  de wereld waarin je niet hoeft te betalen, waar geld geen rol speelt en alles om niet is. De wereld waarin ongerechtigheid wordt verlaten en  vergeving bestaat.

Wie zich in Jezus’ wereld  laat dopen, doopt zich een andere wereld binnen, een wereld zonder concurrentie, waar niet het recht van de sterkste heerst en waar rente een onbekend iets is.

De wereld van  Jezus lijkt een oneigenlijke wereld, een wereld die niet bestaat, want geld regeert onze wereld wél.  En we moeten wél elkaar aftroeven om mee te kunnen.

En toch lezen wij wekelijks die verhalen over Jezus, die man die er was voor anderen, die niet zichzelf zocht, maar in Naam van zijn Vader goedheid was. Jezus was geraakt door God en vol van die Hij noemde “mijn Vader”.  Jezus was overigens geen fanaat, niet zo’n fanatiekeling die radicaal, dwars door alles heen, zich wilde waarmaken en zijn eigen gelijk moest hebben. Nee; Hij nodigde uit en bracht bijeen. Hij schonk zich weg, verloochende zich tot in de dood.

Over hem gingen zijn leerlingen getuigen en ze trokken de wereld over om Jezus leven te verkondigen en mensen op zijn spoor te zetten.

En zo zijn wij gedoopt in zijn Naam, beste  mensen, in de Naam van God, Vader, zoon en heilige Geest zijn wij gedoopt. Om te werken aan die andere wereld. Want met die doop wordt ons een perspectief aangereikt: een blik op het geheim van ons leven dat wij God noemen. Met onze doop gaat ook voor ons de hemel open en klinkt er stem: “jij bent mijn zoon, jij bent mijn dochter, mijn veelbeminde, in  jou heb ik welbehagen.

Overweging van Nieuwjaarsdag 2015 door p. George Zeegers

Woord van welkom

Goedemorgen beste mensen, Fijn om het nieuwe jaar hier met zovelen te beginnen. Gisterenavond hebben we teruggekeken naar 2014. Maar vooruitkijken naar 2015?   Dat  is moeilijker, want wat zal dat nieuwe jaar ons brengen? We willen Gods zegen vragen; Hem bidden ons nabij te zijn.  De liturgie draagt ons heel vaak grote voorgangers aan, zo ook vandaag. Ze wijst ons op Jezus, maar vooral op zijn moeder Maria.

 


Overweging

Vandaag is het octaaf van Kerstmis, een week na de geboorte van Jezus in Bethlehem. En Jezus wordt besneden, na 7 dagen, op de 8ste dag moest dat.  Jezus was op en top jood wil Lucas ons met dit korte zinnetje laten weten. Maar vooral duidt hij de persoon van Jezus door Hem uitdrukkelijk zijn naam te geven: Jezus: God redt.  In Jezus wordt de redding van de mens zichtbaar, wordt duidelijk dat God de mens redt uit het niets of uit zomaar leven of uit de alleen maar dood, die afgrond. God redt de mens, door alles heen. Jezus is een zegen voor de mensheid. En in de liturgie  staat de Moeder van Jezus centraal. En zij krijgt  haar  eretitel  “Moeder Gods”.  Dat is al een heel oude titel voor Maria.  In de eerste eeuwen, in die beginnende kerk werd het grote theologische gevecht uitgestreden wie nu Jezus was, hoe moet je Hem zien: God of mens  en de eindconclusie in de concilie van Nicea en Constantinopel  was:  beide,  Jezus is God en mens. Toen kreeg Maria al gauw de eretitel “Moeder Gods”, “ Theotokos”.  Hoe kan een mens nu  moeder van God kan zijn? dat is natuurlijk niet mogelijk, maar ja, Jezus was één persoon en had een moeder. U snapt het al: hogere theologie voor scherpslijpers. Waar het om gaat – tóén ook – was dat men het er zeer over eens was dat de moeder van Jezus een heel bijzondere vrouw geweest moet zijn: degene die het dichtst bij Jezus stond en staat. “Gij zijt de gezegende onder de vrouwen”, zo bidden wij in het Wees Gegroet. En zo is zij altijd heel erg vereerd en heeft zij in de christelijke geloofsbeleving altijd een grote plaats ingenomen. En het bijzondere is dat we van Maria bijna niets weten. De verhalen rond de geboorte van Jezus geven een tekening van haar, maar verder:  we hóren Maria ook nergens spreken; “zij bewaarde al die woorden in haar hart”.

Zij toont ons hoe om te gaan het mysterie van de Zoon van God. Zij bewaarde alles wat ze van Hem hoorde en meemaakte in haar hart. Alles wat van Hem komt, neemt zij ter harte. En daarmee is zij zonder pretentie en zonder een woord de trouwe gelovige, dé trouwe volgeling van Jezus; tot onder het kruis.

Vandaag is het Nieuwjaar; we hoorden van de zegen van Aaron, de broer van Mozes, die als priester was aangesteld. Mozes was de leider en wetgever, Aaron de priester die Gods zegen moest doorgeven naar het volk.

Moge 2015  voor ons -voor ieder van ons- een gezegend jaar worden.

Wat ons te wachten staat, we weten het niet. Net zoals Maria geen idee had, wat haar met dat kind van haar te wachten stond, zo kennen ook wij onze toekomst niet. Wat wij wel  kunnen is: proberen vol verwachting te zijn, proberen open te staan voor wat ons op onze levensweg zal komen. Wij zijn gezegende mensen, want God staat in ons leven. Wat wij altijd  kunnen doen, is: onze zegeningen tellen. Hoe het ons ook vergaat in 2015, ook als we door heel moeilijke momenten heen moeten, tel je zegeningen en bewaar alle goede dingen in je hart..   Een gezegend 2015 wens ik ons allen toe.

Zullen we straks met z’n allen de Geffense plas in?

Kerstoverweging 11.00 uur door p. George Zeegers

141225 Kerstmis 2014  Titus Brandsmakoor

Woord van welkom

Goede morgen, beste mensen, fijn dat u er bent, want het is groot feest. Kerstmis, de geboorte van onze Heer. Jezus  brengt ons hier altijd samen, maar vanmorgen heel bijzonder, nu we zijn geboorte, zijn verjaardag vieren. kerstmis is het feest van het licht in de duisternis.

We ontsteken de complete adventskrans en het licht in de kribbe.

De adventskrans wordt aangestoken

 


Overweging

Johannes, de evangelist, was de  jongste van de apostelen. Hij was wat in alle vier de evangeliën blijkt een van de vertrouwelingen van Jezus, want bij alle bijzondere gebeurtenissen in Jezus’ openbare  leven was hij aanwezig tot bij het kruis, waar Jezus hem de zorg voor zijn moeder, Maria opdraagt. Johannes had door dat alles een heel bijzondere band met Jezus. En als hij zijn evangelie schrijft -al op zeer hoge leeftijd, is voor hem duidelijk wie Jezus is: de mens in wie God mens werd, zich uitsprak en toonde.  En dat zet hij vierkant als een kop boven de proloog van zijn evangelie:  “In het begin was het woord; en het Woord was bij God; en het Woord was God!” Dat is de kern en dan beschrijft hij wie die mens is: ‘ léven’  en  ‘licht der mensen’!   En dat scheppende Woord van God is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.  Johannes de doper zelf,  die grote profeet, heeft over Hem getuigd en Hem aangewezen.  In de wet van Mozes kende we al heel veel over God en onze verhouding tot God, in Jezus kwam de volheid van die relatie: genade en waarheid. Jezus: genade voor de wereld en waarheid.

Genade een typisch christelijk woord dat bijna niet te vertalen is. Genade onverdiend goed bevonden worden. Geaccepteerd worden ondanks je feilen en tekorten.  Ieder mens die eerlijk naar zichzelf kan kijken, weet van zijn feilen en falen, van zijn tekorten en mindere kanten.  Geaccepteerd worden ondanks  je tekorten dat is genade, onverdiende goedheid, zomaar. Genade: dat is de gave van de liefde. En ieder mens die liefde kent, kent dat: het wonder van de genade.

Voor Johannes is het duidelijk: Jezus is  genade; de genade van God. Niemand het ooit God gezien. God is de grote onbekende in het leven van iedere mens. In Jezus weten we en kennen we God: Genade op genade.  In zijn brieven zegt Johannes: God is liefde!  Hier in de proloog van zijn evangelie zegt hij: God is genade en die genade is in Jezus aan het licht gekomen, is in Jezus vlees en bloed geworden.

Vannacht vierden we de geboorte van Jezus in het tafereel zoals Lucas dat beschrijft met de kribbe en het kindje en Jozef en Maria en de herders. Lucas melde: “er was voor hen geen plaats in de herberg”. Dat kleine kind had toen al geen plek , geen acceptatie. Johannes schrijft: “Hij kwam in het zijne, maar de zijnen aanvaarden Hem niet.  Johannes vertelt niet een idyllisch verhaal van een kribbe en  herders en engelen. Johannes wijst naar de kern van wie Jezus voor hem is: het mens geworden Woord van God.

Het is Kerstmis beste mensen,we vieren dat met veel versiering en veel feestelijkheid. En dat moet, want het is de grootste boodschap die de mensheid ontving . dat God zich inlaat met mensen, dat God met mensen is begaan, dat God genade is voor de mens, genade voor elke mens, voor jou en  mij.

Kerstoverweging 19.00 en 21.00 uur door p. George Zeegers

 

Woord van welkom

Goede avond beste mensen. Wat fijn om met zo velen  ons Kerstfeest te vieren. Van harte welkom.

“Vrees niet, want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap, die bestemd is voor heel het volk: Heden is u een redder geboren, Christus de Heer!”  Zo verkondigt de engel de betekenis van de geboorte van dat kind in de kribbe. Die vreugdevolle boodschap brengt ons hier samen. Moge dit hier een echt vieren zijn, mogen wij iets ervaren van wat de Redder voor ons betekent.

Maken we het eenogenblik stil.


Overweging

Het is precies 10 jaar geleden dat ik een tocht ondernam te voet naar Assisi in Midden-Italie, bijna 2200 kilometer ver. Velen van U hebben mij op mijn tocht gevolgd. Een van de bijzondere ervaringen was mijn beleving van beschutting en veiligheid. Ik heb dat toen ook beschreven dat ik twee engeltjes op mijn schouders had, aan elke kant een. Ik praatte daarmee, ik overlegde over de weg die ik gaan zou, en zij gaven mij kracht en geborgenheid. Mijn beschermengelen.

Onze wereld is vol engelen, beste mensen, herkent u dat?  Meestal  hebben ze een gezicht en een stem en een naam en  zitten ze gewoon naast je. Degenen die jou in de wereld de weg wijzen, laten weten en voelen, waar het op aan  komt, wat belangrijk is voor jou; degene op wie kunt bouwen  en die het goed met je voor heeft, degene die je met liefde omgeeft.

In de Bijbel komen veel engelen voor, in de geboorteverhalen van Jezus vliegen heel wat engelen rond. Bij de aankondiging bij Maria, dat zij moeder zou worden. Bij Jozef dat hij Maria toch maar moest trouwen en vanavond in het geboorteverhaal van Jezus. Kijk boven de stal hebben we een engel neergehangen en zijn boodschap heeft hij in zijn handen. Engel , angelus in het Latijn, betekent  boodschapper. Hij brengt de boodschap. En zijn boodschap voor vanavond is: Heden is u een redder geboren, Jezus de Heer.

Een  kindje,  in doekjes gewikkeld want zijn moeder had geen kleertjes voor hem;  in een kribbe want er was geen plaats voor hen bij de mensen. Meer was er niet te zien. Gewoon een kindje.  Meer niet. Gewoon een kindje?  Geen  enkel kindje is gewoon. Dan kan elke moeder hier beamen, elke vader kan ons dat vertellen. Alle opa’s en oma’s weten dat hun kindjes heel bijzonder zijn, terwijl het toch maar gewoon kindjes zijn: hulpeloos en kwetsbaar en heel veel zorg en verzorging behoeven.

Vanavond worden wij uitgedaagd, beste mensen, om het gewone heel bijzonder te vinden. Om onze wereld , onze nuchtere wereld van mijn en dijn, van hebben en houden, de kille wereld van kopen en verwerven, van opbieden en handelen los te laten en met nieuwe ogen te willen kijken naar ons leven  en dat van anderen; met nieuwe ogen te  kijken naar de wereld en  het wonder te bezien. Te luisteren naar  de vele engelen die ons een wereld tonen, waarin we ons mogen overgeven en veilig zijn, de wereld waarin we niet geharnast hoeven rond te lopen en waar het kind in ons zich tonen mag. Kortom de wereld van God.  Die wereld waar het kleine in tel is, waar het zwakke gekoesterd wordt, waar verdriet gedeeld wordt, waar pijn verzacht wordt, waar het leven leefbaar wordt en gedragen.

Kerstmis is een dwaas verhaal, mensen, in onze harde, berekende en rationele tijd. Te gek voor woorden.

Wat geweldig dat we zo’n verhaal  koesteren mogen, hier met velen bijeen. Wat geweldig dat we ons mogen overgeven aan de weldadige beleving dat ons leven er toe doet, dat wij belangrijk zijn, dat ik er mag zijn gewoon zoals ik ben, want die engel, de boodschapper van God,  vertelt ons – en elke engel vertelt ons dat:  God is in onze wereld ingetreden, een redder is ons geboren, Jezus de Heer.

Overweging van zondag 21-12-2014 door p. Leon Teubner

De engel Gabriel kwam binnen bij Maria en zei:

Verheug je, begenadigde, God is met je.

 

Wij hebben allemaal wel een voorstelling

van deze ontmoeting van de engel met Maria.

Hij lijkt in onze verbeelding, denk ik, sterk

op de engel die wel bij elke kerststal hangt:

een menselijke figuur met twee vleugels en een boodschap:

‘Vrede op aarde en in mensen een goede wil.’

 

Een engel als Gabriel lijkt zo een zelfstandig wezen te zijn,

een hybride gestalte, iets van een mens en iets van God,

uit de hemel neergedaald op aarde om mensen bij te staan.

 

Engelen zijn ‘in’, je kunt ze googelen op het internet.

Je kunt er zelfs een cursus vinden waarmee je in 10 stappen

met hen in contact kan komen om geestelijke begeleiding.

Maar als je zo naar engelen kijkt, verdwijnt er iets essentieels.

 

God zelf verdwijnt namelijk geheel uit het beeld,

en de engel op zich komt centraal te staan.

Maar een engel in de Schrift is nooit een op zichzelf staand wezen.

Een engel in de Schrift staat altijd voor het woord van God.

Hij ís het woord van God en zonder dat ís hij niet.

 

Uit eerbied en ontzag voor God wordt hier door Lucas

een engel, een boodschapper, ten tonele gebracht.

Maar het is God zelf die hier tot Maria spreekt en zegt:

 

Verheug je, begenadigde, want Ik ben met je.

 

Dit woord van God schokt Maria ten diepste:

Zij hoort en verstaat Gods woord tot háár gesproken:

 

Verheug je, begenadigde, want Ik ben met je!

 

God is met je – verheug je.

Dit woord – God is met je, hier en nu –

schokt Maria, en ook haar kijk op het leven,

op de werkelijkheid waarin zij leeft, op al wat is.

 

Alles wordt anders: zij weet nu –

ik ben een gezegende van God uit;

en zij voelt: God is met mij, altijd al,

God is met mij, bij alles wat ik doe,

bij alles wat mij overkomt.

 

Nadat dit goddelijk woord haar geraakt heeft

tot in het binnenste van haar ziel,

zegt de engel tegen haar:

 

                Zie, je zult zwanger worden en een zoon baren.

Zie. We worden met Maria uitgenodigd anders te kijken

naar het begin van een nieuw leven,

naar iets wat heel gewoon lijkt, maar het helemaal niet is:

 

                Zie, je zult zwanger worden en een zoon baren –

jij die nog geen man bekend;

En nog eens, even verder in het verhaal:

                Zie, je nicht Elisabet is in haar 6e maand –

zij die onvruchtbaar genoemd wordt.

 

Twee vrouwen die op zichzelf alleen niet vruchtbaar zijn:

Maria, want zij heeft nog geen man,

en Elisabeth die onvruchtbaar genoemd wordt.

En beiden zijn van God uit zwanger geworden.

 

Als Maria verneemt dat zij zwanger wordt,

vraagt zij zich af hoe dat kan gebeuren.

Hoe kan er nieuw leven in en vanuit mijzelf ontstaan?

Hoe wordt er vruchtbaarheid in mij verwekt?

De engel antwoordt haar en zegt:

 

Heilige Geest zal over je komen,

de kracht van de Allerhoogste

zal je overschaduwen;

 

Door Maria wil het evangelie van Lucas ons anders leren kijken,

naar wat we vanzelfsprekend hebben leren verstaan,

als de biologische geboorte van Jezus uit een maagd.

Het verhaal ontkent deze maagdelijke geboorte niet,

maar het legt de nadruk op iets geheel anders.

 

Het verhaal benadrukt dat alle leven enkel maar van God uit komt.

Ook ons leven, en het leven van al wat leeft.

Ook wij zijn in de moederschoot verwekt door heilige ademtocht.

Door de kracht van de Allerhoogste zelf

leven wij tot op vandaag ons leven, hier en nu,

 

En ook wij worden, zoals Maria, door God gezegend.

Alle mensen, mannelijk en vrouwelijk door Hem geschapen,

worden door Hem gezegend met vruchtbaarheid –

zíjn vruchtbaarheid – zo hoorden we in de 1e lezing.

 

In ‘n begin schiep God de hemel en de aarde.

De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte,

en Gods heilige ademtocht zweefde over de wateren.

 

En God zei: ‘Laat Ons mensen maken,

in Ons beeld tot Onze gelijkenis.

 

En God schiep de mens in zijn beeld;

in het beeld van God schiep Hij hem;

mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.

God zégende hen, en sprak tot hen:

‘Wees vruchtbaar’.

 

Gods scheppende Geest,

het Woord van ieder nieuw begin,

spreekt en het is vruchtbaar.

 

Zijn woord spreekt: licht – en er is licht;

Zijn woord spreekt Oss – en Oss is;

Zijn woord spreekt Leon – en ik ben;

Zijn woord spreekt ieder van ons – en wij leven.

 

Al wat God spreekt, dat ís, dat bestaat,

en dat zal heilig genoemd worden,

want het is de vrucht van God, door Hem verwekt.

Het woord van God geeft al wat leeft,

Ja, geeft het leven zelf.

Dat Woord van God heeft nu in Maria zijn doel bereikt.

 

God zelf komt in haar tot leven.

Hij verwekt zichzelf in een jonge vrouw,

die zwanger wordt van zijn woord: van God zelf.

En precies dat wil Hij in het leven van ieder mens:

in ons tot leven komen en vruchtbaar zijn.

 

Wat we vandaag met Maria horen is een groot mysterie,

een Geheim dat ons ontgaat, als we het alleen maar verbinden

met de verwekking van Jezus zo’n 2000 jaar geleden.

 

Maria staat voor ons allemaal.

In ieder van ons, die het leven ontvangt van God uit,

wil Hij vruchtbaar tot leven komen.

Zijn diepste verlangen is het om ieder van ons

om te vormen tot zijn dochter, tot zijn zoon.

 

Gods woord spreekt ons elk moment nieuw leven in.

Hij verwekt ons hier, doet ons nu opnieuw geboren worden,

opdat wij vruchtbaar en  bevrijdend worden voor elkaar.

 

Laten ook wij het woord van de engel ontvangen,

en het beantwoorden met Maria, en zeggen:

Hier ben ik – mij geschiedde naar uw woord

 

Zodat de Messias ook in ons tot leven komt,

en Hij niet voor niets voor ons gestorven is.

 

Overweging van zondag 7-12-2014 door p. Leon Teubner

Het evangelie van deze tweede zondag van de Advent

opent met een vreugdevolle mededeling:

 

Begin van de blijde boodschap van Jezus Christus.

 

Ons wordt vandaag verheugend nieuws gemeld.

Niet dat er vrede is op aarde, of dat we uit de recessie zijn,

niet dat we de loterij hebben gewonnen,…

 

Nee, het is een heel andere verheugende mededeling,

eentje waar we misschien niet meteen blij van worden.

omdat we hem niet meteen verstaan of doorhebben.

Daarom begint die mededeling ook met ‘zie!’:

 

Zie, Ik zend mijn bode uit voor jouw gelaat,

die jouw weg voor jou bereiden zal.

 

Zie! Wij worden uitgenodigd iets te gaan zien,

wat we normaal gesproken over het hoofd zien.

Zie! Kom eens hierheen, naar waar Ik sta – Ik jouw God,

Kijk eens met mijn ogen naar jouw leven,

Hoor eens met mijn oren naar de zegging van mijn Woord:

 

Zie, Ik zend mijn bode uit voor jouw gelaat,

die jouw weg voor jou bereiden zal.

 

God zendt elk moment zijn bode, zijn Woord, tot mij.

Zijn Woord is Hijzelf die alles schept en voorgeeft:

mijzelf, de ander, al wat is, al wat mogelijkheden heeft en grenzen,

wat kwetsbaar is en behoeftig, maar ook wat groeien kan en bloeien.

Zijn Woord is ook zijn wijsheid, zijn aanwijzingen en zijn geboden

hoe wij bewarend om kunnen gaan met onszelf, de ander, zijn schepping.

 

Zie, Ik zend mijn bode uit voor jouw gelaat,

die jouw weg voor jou bereiden zal.

 

Mijn weg is een schepping van God uit, en geen andere weg.

Zijn woord zal de vorm en de richting van mijn weg bereiden.

 

Zie, Ik zend mijn bode uit voor jouw gelaat,

die jouw weg voor jou scheppen zal.

Hoor – een stem van een roepende:

in de woestijn bereidt de weg van de Heer,

in de woestijn maak recht zijn paden.

 

Maar dat is vreemd!

Het Woord van God bereidt de weg voor mij,

en datzelfde Woord roept vervolgens tot mij:

 

in de woestijn zul jij de weg van je Heer bereiden,

in de woestijn zul je zijn paden rechten.

 

God schept voor mij mijn weg, mijn mogelijkheid om te leven,

en ik moet de weg van God bereiden, die Hij met mij wil gaan.

Dat klinkt paradoxaal en onbegrijpelijk.

Gelukkig verduidelijkt Jesaja elders waarover het hier gaat.

In de 1e lezing hoorden we Gods Woord tot ons spreken:

 

Zie, Ik leid blinden langs wegen die zij niet kennen,

langs onbekende paden leid Ik hen.

Voor hen uit verander Ik het duister in licht,

en maak Ik ruwe plekken vlak.

Dit alles doe Ik en Ik laat hen niet in de steek.

 

Zie! Opnieuw iets dat we misschien moeilijk kunnen zien en beamen:

 

Zie, Ik leid blinden

 

God kan maar mijn weg bereiden in de mate dat ik ga inzien

dat ik meestal blind bent voor de weg die Hij met mij wil en zal gaan.

Mijn weg met mijzelf en de ander gaat zo vaak anders dan ik wil.

Mijn wegen zijn niet jullie wegen, zegt God,

en mijn gedachten zijn niet jullie gedachten.

 

Wij zijn vaak blind voor de weg die God met ons gaat, zegt Jesaja.

Niet dat wij blind zijn, is voor God een probleem: zo schept Hij ons.

Het probleem is dat we denken dat we zien.

En omdat we denken ziende te zijn, gaan wij niet Gods wegen

maar die van onszelf, die wijzelf plannen en uitstippelen.

Wij gaan wegen die ons ongemerkt terugbuigen op onszelf,

en ons doen afkeren van Hem.

 

Luister, jullie doven; jullie blinden,

zegt God tot ons: kijk toe en zie.

Wie is er zo blind als mijn dienstknecht?

en wie is zo doof als de bode die door Mij gezonden is?

Wie is er zo blind als de aan God toegewijde?

zo blind als de dienstknecht van de heer?

 

Blind is slechts diegene, die beseft en beaamt dat hij blind is.

Wij zijn blind, maar: wie ziet dit van zichzelf en geeft dat toe?

Enkel diegene die dit beaamt, kan zich toevertrouwen aan God

en kan zich door Hem laten leiden.

 

Dat is het begin van de blijde boodschap van vandaag.

De Schrift, de profeten en Marcus wekken in mij het besef,

dat wij blind zijn voor Gods paden en wegen met ons,

en dat wij precies dát moeten gaan zien en beamen.

 

Want alleen dan kan Hij doen wat Hij het liefste doet:

ons leiden en thuisbrengen bij Hem, vandaag en alle dagen dat wij leven.

Daarom wordt hier ook het beeld van de woestijn gebruikt,

wat verwijst naar het gebracht worden in het beloofde land.

Veertig jaar woestijn, een leven lang geleid worden door God.

 

In de woestijn zijn er geen gebaande wegen.

Je verliest er je houvast, de greep op jouw weg.

Wel sporen her en der, maar ook luchtspiegelingen,

en geen enkel zicht op het eindpunt.

In de woestijn moet je durven vertrouwen

op de sporen en de verhalen van je voorgangers.

 

Voor ons betekent dit, dat wij ons moeten toevertrouwen

aan het Woord van God in de Schrift en doorheen de traditie.

Ons lijf, onze vermogens en die van de ander, en de schepping,

met daarbij zijn aanwijzingen en geboden, vormen zijn spoor,

waarmee wij zijn weg in de woestijn kunnen bereiden.

 

Bereiden is een ambachtelijk woord.

Het betekend gedurig wrottend bezig zijn.

Elke dag opnieuw je toevertrouwen en laten leiden door zijn Woord.

Dat is het rechten van zijn paden: elke dag je rechtstreeks richten op Hem.

Zo zullen we thuiskomen, hoe dan ook.

Dat is de vreugdevolle tijding van het evangelie van vandaag:

 

Begin van de blijde boodschap van Jezus Christus.

Zie, Ik zend mijn bode uit voor jouw gelaat,

die jouw weg voor jou bereiden zal.

Een stem van een roepende:

in de woestijn bereidt de weg van de Heer,

in de woestijn maak recht zijn paden.

 

Iemand vertelde laatst dat hij te horen had gekregen

dat hij mogelijk een zware operatie moest ondergaan.

Dit schokte hem diep en wekte een existentiele angst.

Zijn weg neemt plotseling een onverwachte wending.

Woestijn. Geen gebaande wegen meer….

slechts een enkel spoor,…. een onbestemde horizon.

 

Een boodschap die geen blijde boodschap is.

Zoals bij een plotseling ontslag,

of bij het opbreken van een relatie;

bij het sterven van een geliefde,

of bij het minder worden van lichaam of geest.

 

Dan lijkt de weg plotseling te eindigen in een woestijn:

‘hier is geen weg meer – einde verhaal’.

Maar precies dáár zegt Marcus,

word je uitgenodigd de weg van God te bereiden.

 

Durf ik in zo’n situatie te geloven

dat ook dit een nieuw begin kan zijn,

op de weg van God met mij –

een weg die ik voor Hem bereiden mag,

omdat Hij er is, Hij die altijd en niet aflatend

mijn weg bereiden zal?

Overweging van zondag 13-12-2014 ddoe p. George Zeegers

Woord van welkom

Goede morgen, beste mensen, van harte welkom hier weer vanmorgen om te vieren. Het is zondag Gaudete, “verheugt U” want het is bijna Kerstmis.  Wij hebben een blij geloof!

Midden onder U staat Hij die gij niet kent, horen Johannes zeggen. Dat was niet alleen toen, dat is ook tot ons gezegd.

A special welcome to you, singers from Sint Pietersburg.  You were more often our guests. You want to join us in this holy service with your singing. We are full of expectation. And feel very welcome.

 

Overweging.

Vorige week hoorden we ook over Johannes de Doper vanuit het evangelie van Marcus. Johannes werd daar toen neergezet als de voorloper en wegbereider van Jezus. Nu in het evangelie van de evangelist Johannes wordt die doper Johannes de getuige. Hijzelf is niet zo belangrijk. De onderzoekscommissie die is uitgestuurd door de Hoge Raad in Jerusalem moet eens goed onderzoeken wie dát nu weer is, die daar staat te dopen in de Jordaan. Er was al zoveel religieuze onrust. En deze trok steeds meer mensen. Wie ben jij eigenlijk en wat betekent dat dopen? Johannes moet zich legitimeren voor de kerkelijke overheden. Johannes laat zich niet intimideren: nee ik ben niet de Messias, niet Elia of DE profeet, de nieuwe Mozes. Het gaat niet om mij, is zijn getuigenis, maar om Hem “Midden onder U staat Hij die gij niet kent”.  We zingen dat vaak in een bekend lied:  Midden onder u staat Hij die gij niet kent.

Johannes laat zich niet van de wijs brengen, hij blijft duidelijk bij zijn levensopdracht: te getuigen van Hem die na Hem komt, van Hem die groter is en om wie het wel moet gaan. “Ik ben niet waard zijn sandalen los te maken”.

Het aardige is, dat Jezus elders in het evangelie  – bij Matteus ( 12 )– Johannes de grootste onder de mensen zal noemen.

Het zijn trouwens wel indringende vragen die aan Johannes gesteld worden.  Als je daar even bij stil staat:  Wie ben jij? Wat ben ik? Wat stel ik voor?  waar leef ik voor?  Wat zijn mijn idealen? Ja, wie ben ik?   Indringende vragen, die aan Johannes gesteld worden. Maar het is ook een indringend woord, dat Johannes daar spreekt. Indringend : niet alleen voor toen en dáár, maar ook voor nu en hier! Voor ons.

Want dat is de boodschap, denk ik, voor ons: midden onder u staat Hij die gij niet kent. Waar ontmoeten wij de Heer? Overal waar Hij handen en voeten krijgt. Niet in mooie woorden, en fraaie uitdrukkingen, maar in daden. In ons doen  en laten. Daar waar Jezus levens-drive zichtbaar wordt, zijn inspiratie, zijn Geest. Steeds waar mensen mij versteld doen staan door hun vanzelfsprekende inzet, door hun zorg, door hun trouw. Ik sta vaak versteld van de levensmoed van mensen; ik wordt vaak stil aan het ziekbed van mensen, als zij over hun leven vertellen; hun verontwaardiging over kwade dingen opent mij de ogen voor onrecht; hun geloof brengt mij tot God.

Midden onder U staat Hij  die gij niet kent.

Over Jezus is veel geschreven, ik heb veel gehoord en gelezen over Hem, over zijn leven, over het geloof in Hem. Hij leeft voor mij en ik ontmoet Hem in de gewone eenvoudige dingen van mensen, daar waar het leven geleefd wordt: in de vreugde en de dankbaar van het leven ondanks de moeite, de pijn en het verdriet van het leven; in al de vele -meestal heel kleine- dingen van mensen met elkaar. Zij getuigen voor mij het meest indringend van de Immanuel, de God met ons. Want midden onder ons staat Hij die we wel kennen.