Overweging van 21-02-2015 door p. George Zeegers

Woord van Welkom

Goede morgen beste mensen, van harte welkom in onze viering vanmorgen.  We zijn woensdag onze vastentijd begonnen: 40 dagen van bezinning. Want daarover gaat onze vasten: 40 dagen bij ons zelf en  misschien bij anderen te rade over hoe wij gaan op  onze levensweg; of wij op de goede weg gaan met ons leven. Maken we het een ogenblik stil in onszelf om ruimte in ons hoofd en hart.

 

Tot Slot:

Gisteren ontving ik een brief van pastor Jos Boermans waarin hij mij erop attendeerde dat het vandaag precies 50 jaar geleden is dat de Ruwaard parochie werd opgericht, “De verrijzenis des Heren”.

Dit jaar wordt overal in de Ruwaard die 50 jaar gevierd, want de hele wijk is toen gestart.

Alle mensen uit de Ruwaard dus gefeliciteerd.

Overweging

Jezus heeft zich laten dopen door Johannes. Hij heeft daarbij een heel intense ervaring gehad: ”Jij bent mijn zoon, mijn welbeminde, in jou heb ik welbehagen”.  En dan: “terstond dreef de Geest hem naar de woestijn”. Marcus is heel erg compact in zijn spreken. 40 dagen was Hij daar, door Satan op de proef gesteld. Hij verbleef bij wilde dieren  en engelen dienden Hem. Wat moeten wij ons daarbij voorstellen?

Duidelijk is dat Jezus zijn roeping of zijn levensopdracht tot zich toe moest laten, dat Hij zich moest bezinnen op zijn levensopdracht. En dat moet je doen in afzondering, ongestoord door het lawaai van de straat en niet afgeleid door veel uiterlijkheden.  Ieder van ons heeft momenten in zijn leven gekend, waarop hij op een kruispunt stond, waarop er een grote beslissing genomen moest worden en dat je een tijdje van bezinning en overweging nodig had.

Lucas tekent Jezus met de geloofsbeelden van toen: Mozes die 40 dagen op de berg was voor hij de tien geboden kreeg; het joodse volk dat 40 jaar in de woestijn trok om helder te krijgen dat zij Gods volk waren; Elia die 40 dagen door de woestijn liep voor hij op de berg God zou ontmoeten en zijn levensopdracht weer helder werd.  40 is een gewijd getal in de bijbel.

En dan die satan en die wilde dieren. Ze staan tegenover elkaar: de Geest en Satan, wilde dieren en engelen. Beelden om het innerlijke gevecht te schetsen van wie voor een grote beslissing staat: moet ik het wel , moet ik het niet. Allerlei beren op de weg, allerlei obstakels komen in het vizier, maar ook de aantrekkelijke kanten  en de uitdaging  zijn aanwezig in de overwegingen. Wij kennen dat allemaal als we een grote beslissing moeten  nemen.  En als Jezus hoort dat zijn grote vriend Johannes is gevangen genomen, is dat het laatste zetje dat Hij nodig heeft.  Zijn opdracht is duidelijk, Nú is het moment: Zijn verkondiging moet beginnen: “De tijd is vervuld, het Rijk Gods is nabij!”

Wij begonnen woensdag ónze veertig dagentijd; ónze jaarlijkse bezinning over ons leven. Waar sta ik? Waar ga ik? Ben ik op de goede weg? Ook wij  zijn gedoopt,  ook wij hoorden: Jij bent mijn zoon, mijn dochter, mijn welbeminde. Getuigt mijn leven ervan dat Gods koninkrijk nabij is, het rijk van goedheid, liefde en vrede voor iedere mens?

Bij vasten ligt de aandacht vaak vooral op het materiele. Onthoud je van voedsel, en onnodig vermaak om weer tot je toe te laten hoe rijk wij zijn.  Dat is een belangrijk facet van onze bewustwording: weer tot je toe laten hoe ontzettend welgesteld de meesten van ons zijn, in welk rijk landje wij leven, van hoeveel hulpmiddelen wij gebruik kunnen maken. Hoe wij voortreffelijk wonen in verwarmde huizen, met stromend water, elektriciteit en allerlei vervoersmogelijkheden kennen.  Wij zijn ontzettend bevoorrechtte mensen en de meesten van ons hebben voldoende  in de portemonnee om van veel te kunnen genieten. Het is heel goed om ons daarvan bewust te maken en dankbaarheid in ons leven een grote plaats te geven.

Maar ook de sociale  kanten van ons leven mogen onze aandacht krijgen. Ben ik een goeie lieve mens voor mijn huisgenoten?  Probeer ik begrip op te brengen voor andere mensen? Doe ik moeite om mij voor anderen te interesseren?  Werk ik aan een wereld waarin plek is voor ieder?

Kortom: leef ik met Gods Geest? Getuig ik van Gods blijde Boodschap, breng ik Gods rijk naderbij?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overweging van 1-2-2015 door p. George Zeegers

Woord van welkom

Goede morgen, beste mensen van harte welkom vanmorgen in onze viering.  Het is een bijzondere viering want 5 van onze parochianen  zullen dadelijk het sacrament van de zieken ontvangen. Een heel speciaal welkom ook aan het Sterreboskoor.  Het is fijn dat jullie enkele keren per jaar onze viering willen opluisteren.

Wij luisteren hier altijd naar iemand met Gezag met een hoofdletter: Jezus die ons in woord en daad toespreekt in de evangelies.

Maken we het stil in ons zelf om zijn woord te verstaan.

 

Overweging.

Marcus begint zijn evangelie met de beschrijving van Johannes de Doper en de doop van Jezus, dan meldt hij de 40-dagse vasten van Jezus – hij vertelt daar verder niets over- , verhaalt de roeping van de eerste leerlingen, zoals we vorige week hoorden en dan begint hij met de beschrijving van Jezus doen en laten; én daarin  – en dat was zijn boodschap – de persoon van Jezus. Wie was toch die Jezus.  En direct aan het begin dus van zijn evangelie meldt hij dat: uit de mond van een man die bezeten was van onreine geesten – zoals zij dat toen zagen –  “Ik weet wie jij bent:  de heilige Gods”! Jezus de heilige Gods! En zo sluit hij ook zijn evangelie af als hij de  romeinse commandant -die de kruisiging van Jezus moest uitvoeren- laat zeggen: “Waarlijk, deze mens was de zoon van God”. Dat is in twee woorden kernachtig de boodschap de Marcus ons wil brengen: Jezus de heilige Gods, Jezus waarlijk zoon van God.  En wat hij doet: duivels uitdrijven, mensen bevrijden uit een geestelijke klem waarin ze gevangen zitten.

We horen daar vaak over in de evangelies: mensen die in de macht zijn van een onreine geest, of van meerdere geesten.  In Jezus’ tijd hield men alle mensen die geestelijk ziek waren voor bezeten van de duivel of van onreine geesten. Het GGZ bestond nog niet in die dagen en ook onze psychologie kende men nog niet. Wij kennen dat in onze dagen ook heel goed, mensen die in de war zijn, tijdelijk of soms permanent  ziek van geest zijn. Afgelopen week hield heel Nederland even de adem in toen een geflipte man de NOS-studio binnendrong en het Acht-uur journaal belemmerde.  Gelukkig liep het met een sisser af. En mensen die menen dat ze een ander mogen vermoorden in Gods naam, zoals in Parijs en in die Isis- staat. Zieke mensen, verblind door een waan of gegrepen door vals ideaal.

Marcus – en de andere evangelisten – schilderen ons Jezus af als een man die een boodschap van bevrijding brengt voor iedere mens. En heel letterlijk beschrijft hij Jezus die geestelijk zieke mensen wist te bereiken losmaakt uit de klem waarin ze gevangen zitten.

En laten we wel wezen. In de war zijn, op een valse weg zitten, we kennen dat wel, we kennen dat allemaal in meerdere of mindere mate. Vaak een weg die voortkomt uit onze angst om te verliezen, om in te leveren. We zetten zo gemakkelijk onszelf, onze eigen verlangens en onze eigen gedachten centraal in ons leven en dat gaat dan vaak ten koste van de ander en het welbevinden van de ander. Jezus boodschap is heel duidelijk: richt je op de ander, op de mens naast je. En als gelovige mensen weten we dat we ons dan ook richten op de Ander met een hoofdletter.  Zet het welbevinden van de ander centraal in je leven: heb oog voor je naaste, heb oor voor je naaste, heb hart voor je naaste. Dat was – dat is de levensweg die Jezus ging en waarin hij toonde hoe God welgevallig leven is.

Jezus, beeld van een God die mensen wil bevrijden.

 

In onze sacramenten, onze heilige tekenen zeggen we eigenlijk niets anders dan precies dát. Dat wij met God verbonden mensen zijn, een God die ons niet loslaat, een God die zelfs door de dood heen ons zal vasthouden. Een heel concreet teken daarvan hebben wij in het sacrament van de zieken.  In het gebaar van zalven drukken we uit: heil en genezing en leven; juist daar en dan als ons leven bedreigd wordt.

 

SACRAMENT VAN DE ZALVING

God zal jullie nabij zijn met zijn liefde en kracht.

God moge jullie wonden genezen, jullie pijn verzachten

God schenke jullie vergeving en brenge jullie in vrede

De Geest van Jezus moge jullie verkwikken

Deze zalving is jullie tot teken en onderpand

dat God met jullie is

 

Zalving met Olie en handoplegging

Ik zalf jou in de naam van onze God

ik teken jou met het kruis van Jezus

ik leg op jou zijn Geest.

 

Acclamatie:  Heer U heb ik lief    antifoon bij ps 18    GvL 18

 

Gebed door allen:

God van leven,

In ons midden werden zij gezalfd,

In uw Naam werden zij gezalfd.

Wij vertouwen hen aan U toe.

Wil hen zegenen.

Wees genezing  voor hen, heil en vrede,

Dat zij ervaren mogen

dat U nabij bent met uw liefde en uw kracht

Ga mét hen op hun levensweg

Dat zij veilige mogen zijn in uw hand,

God, bron van alle leven.  Amen

 

GELOOFSBELIJDENIS  

 

 

Ik geloof in de God van het leven,

die vreugde vindt in ieder mensenkind.

Die als een herder zoekt,

totdat Hij de verlorenen heeft gevonden.

Die zorgzaam is als een vrouw

die oog heeft voor het kleinste.

Die als een echte vader

zijn kinderen niet in de steek laat.

 

Ik geloof in Jezus, Gods Zoon,

die mij laat zien wie God is.

In zijn blijdschap om mensen

die Hij weer op hun voeten zet,

gaat de hemel open, is er uitzicht,

ook voor mijn kleinheid.

 

Ik geloof in de Geest van God,

die zich op de onverwachtse momenten openbaart

in de vreugde van mensen

die meeleven met een nieuw begin,

met hervonden kansen van anderen.

Ik geloof dat die Geest

zich ook in mij kan openbaren.

 

Ik geloof in de gemeenschap:

de kerk die ontstaat in mensen

die het zoeken niet moe worden

die het vinden vieren

in dankbaarheid aan de God van het leven. Amen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Overweging van 15-02-2015 door p. George Zeegers

Woord van Welkom

Goede morgen beste mensen, van harte welkom hier in de viering op deze Carnavals morgen. Een bijzonder welkom aan jullie van het Afrika-engakoor. …….…herinnerde mij er aan dat het al de 10e keer is dat jullie hier de viering op de Carnavalszondag mee verzorgen. Een stukje Afrika in onze viering als aftrap ook voor de Vastenactie.

De lezingen van deze zondag voeren ons naar Jezus die een melaatse geneest. Jezus die mensen heelt. Ook ons!.

Maken we het een ogenblik stil om ruimte te maken voor het Woord van God.

 

Overweging

We zitten in de liturgie van dit jaar nog steeds in het eerste hoofdstuk van het evangelie van Sint Marcus. Hij – net als de andere evangelisten – wil ons laten zien wie Jezus is. Hoe hij Hem gekend heeft. Wie is dat toch die Jezus? En hij beschrijft Hem via indringende beelden. Eerst de uitdrijving van een boze geest, toen – vorige week- hoe Jezus de schoonmoeder van Petrus uit haar ziekbed deed opstaan. En vandaag een ontmoeting met een melaatse. “Heer als Gij wilt , kunt gij mij reinigen.” “Ik wil, word rein”.  Zo eenvoudig staat dat er. Melaatsheid was en is nog steeds een afschuwelijke ziekte. Lepra met de medische naam. Die ziekte vreet het lichaam van de zieke letterlijk op en is erg besmettelijk. De enige afweer die men had, was de zieke uit de gemeenschap verwijderen. Er waren geen medicijnen zoals wij nu kennen. De regels daarvoor waren streng. Te meer omdat men meende dat ziekten een straf van God waren. Er werd wel eten klaar gezet voor een melaatse, – er was dus wel enige zorg – maar deze moest op afstand blijven en iedereen moest uit de buurt van een melaatse blijven. Die waren dus gedoemd om in de eenzaamheid te verblijven. En die eenzaamheid was misschien nog wel de ergste consequentie van melaatsheid.

Jezus én de melaatse overtreden beide de regels. De melaatse door voor Jezus op de  knieën te vallen. Jezus door zijn hand uit te steken en de melaatse aan te raken. Dat is het beeld dat Marcus ons schildert: Jezus geraakt door die  mens met zijn afschuwelijke ziekte; door medelijden bewogen, schreef hij. In het tweede hoofdstuk van zijn evangelie zal hij precies dat uitvergroten: Jezus die de mens ziet en daarnaar handelt en dat zal Hem steeds scherper in conflict brengen met de overheden van zijn tijd.

Melaatsheid is in onze westerse wereld wel overwonnen en heel goed te bestrijden; in armere delen van de wereld is die ziekte nog volop aanwezig. Steun aan de Lepra Stichting is nog steeds heel nodig.

 

 

Maar sociale melaatsheid kennen wij nog heel goed in onze rijkere wereld. Alle vooroordelen die mensen buitensluiten. Veel homoseksuele mensen kunnen hiervan meepraten. Mensen uit de woonwagen. Mensen die ooit in een psychiatrische inrichting verbleven. Onze groeiende argwaan tegenover moslims is misschien wel begrijpelijk gezien de grote media-aandacht en de afschuwelijke dingen in het Midden Oosten, die ook hier ook in ons land een voedingsbodem blijken te  hebben. Maar het wordt een groeiend vooroordeel dat een vreselijke wij-zij houding op kan roepen en veel mensen in de kou zet. In mijn vorige werk in Twente heb ik samen met anderen  een indringend onderzoek gedaan naar de verhouding kerkelijke mensen – uitkeringsgerechtigden. Een van onze bevindingen was dat wij, kerkelijke mensen, een ontzettende behoefte hebben om te oordelen. Vanuit onze opvoeding hebben wij geleerd – veel meer dan niet-kerkelijken–  om te  denken in goed en kwaad.  en  dat roept oordelen én vooroordelen op.

Jezus kijkt naar de mens. Zo schetst Lucas Hem. Jezus ziet de mens en laat zich raken en ongeacht wat anderen zeggen of wat de normale regel is, zal Hij handelen. En Hij blijkt een wondere mens geweest; een mens die in alles verwees en verwijst  naar een God die Liefde is, een mens die het hart van de mens zoekt, ook ons hart en die wij met heel ons hart willen navolgen…

 

 

 

Overweging van zondag 25-01-2015 door p. George Zeegers

Woord van Welkom

Goede morgen, beste mensen, welkom weer in onze viering. We horen vandaag weer enkele roepingsverhalen, net als vorige week. Wij weten ons geroepen door God. Hem belijden wij hier, Hem danken wij hier, Hem vragen wij om zijn zegen. Maken we het een ogenblik stil n ons hoofd en hart.

 

Overweging.

Die Jona, of met zijn Latijnse naam bij ons beter bekend als Jonas, We kennen hem van die walvis. hij werd door God geroepen om naar die Goddeloze stad Ninive te gaan om op te roepen tot bekering; maar hij voelde daar niets voor en ging er vandoor zover hij maar kon, met een schip wilde hij vluchten naar het  einde van de wereld. Maar hij kwam bedrogen uit en via die walvis die hem uitspuwde, kwam hij weer terug aan land. En dan krijgt hij voor de tweede keer die opdracht om naar Ninive te gaan. Dat hoorden we zonet.

Wij verstaan inmiddels onze bijbel goed genoeg om te weten dat daarin allerlei manieren van vertellen bestaan, literaire genres heten die in de bijbelwetenschap. Ook zoals dit verhaal van Jonas: een voorbeeldverhaal. Die Jonas dat zijn wij, wij allemaal; U en ik. Allemaal kennen wij die verleiding om hard weg telopen als iets moeilijks op ons pad komt: Iets waar je bang voor bent of geen raad mee weet. Mensen die het moeilijk hebben en waar je je maar liever niet mee wilt inlaten.  Gebroken situaties  Onenigheid waar je maar liever met een grote boog omheen wilt lopen. Die jonas die kennen we.

In het evangelie horen hoe Jezus z’n eerste leerlingen roept die Hem direct zonder aarzelen volgen. Dat zal wel iets anders gegaan zijn, dan we hier zo eenvoudig horen. Maar roeping, Gods stem horen  en volgen, is het centrale thema  van ons leven. Roeping is niet iets van alleen priesters en religieuzen; roeping hebben wij allemaal. Bij onze geboorte zijn wij in het leven geroepen en daar begint onze roeping. En wat die roeping behelst, waar die ons voert, dat is de opdracht van ons leven.  Die roeping krijgt ook niet één antwoord. Je  ontdekt je roeping bij het opgroeien, je ontdekt je mogelijkheden, je kwaliteiten, dat waar je goed in bent en wat je aantrekt en ligt. Je ontdekt je roeping in je contact met mensen en de omstandigheden waarin  het leven jou brengt.  De  liefde waarmee je op pad ging en op pad bent. De scholing die je mocht krijgen, het werk dat  jouw leven invulling ging geven;  je kinderen die je mocht krijgen, of misschien ook niet kon krijgen. Dat alles concretiseert je levensroeping. Steeds opnieuw krijgt je roeping een concrete vaak weer nieuwe invulling.

Roeping is een religieus woord. In onze profane wereld spreken we niet van  roeping. Roeping is de term voor je geroepen weten door de bron van het leven , door God die je in dit leven riep.  Samuel in de lezing van vorige week;  Jona en de apostelen in de lezingen van deze week, maar ieder van ons elke dag. In het leven geroepen om te ontdekken, waartoe je vandaag geroepen wordt. Dat is gelovig leven.  En dat betekent: luisteren en je hart openen. Dichte oren horen niets en een dicht hart voelt niets. De roepstem van het leven , dat is voor ons de roepstem van God, klinkt elke dag voor ons. Zaak is er naar te luisteren en er naar te handelen en niet op de vlucht te gaan.

Soms moet je je netten achter laten en een nieuwe weg gaan. Meestal moet je gewoon doorvissen. Al je kwaliteiten aanwenden om zorg te dragen voor de vragen van dit moment.

Maar altijd klinkt voor óns Jezus stem:  Kom; volg mij!

 

Overweging zondag 10-01-2015 door p. George Zeegers

 

Woord van welkom

Goede avond/morgen, beste mensen, van harte welkom. Vandaag het feest van de doop van de Heer.  Johannes preekte een doop van bekering en boete  Wonderlijk dat Jezus zich hier ook voor meldt en zo zijn openbare leven begint. Voor ons een moment om een terug te kijken naar onze eigen doop.

Overweging.

 

Markus begint zijn evangelie met een tekening van Johannes de doper, een man in een kameelharen kleed, een leren gordel om zijn lendenen en hij at sprinkhanen en wilde honing. Hij preekte een doopsel van bekering tot vergiffenis van zonden. Heel Jeruzalem liep naar hem uit.

En dan volgt de perikoop die wij zojuist hoorden.  Ìk doop met water, maar Hij zal u dopen met de heilige Geest. En Jezus laat zichzelf ook dopen door Johannes.  Wonderlijk is dat wel. Maar het  blijkt wel een sterk religieuze ervaring van Jezus geweest te zijn.  Alle evangelisten melden dit. En vanaf dan zal Jezus zijn openbare leven beginnen:  bevestigd door God, gedreven door zijn, Gods Geest.

Na zijn verrijzenis, bij zijn Hemelvaart zal Jezus  zijn leerlingen de opdracht geven uit gaan en alle volken te dopen in de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, de doopformule vanaf het begin van het christendoom.

En zo zijn wij gedoopt, beste mensen, in de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Al kennen we onze eigen doop alleen uit de verhalen van ouders en broers en zussen. We  vieren vandaag – als het ware – de verjaardag van onze doop. Wie zich in Gods naam laat lopen, gaat binnen in een andere wereld. De wereld die Jezus  voorleefde , waarover Hij sprak, die Hij schetste in beelden en verhalen en die hij tastbaar deed aan de mensen die Hij tegenkwam: vooral  voor de degenen met wie het slecht ging: de zieken, kreupelen, blinden, doven, ook de tollenaars en zondaars, zelfs  doden riep terug in het leven zo vertellen de verhalen over Hem.  De wereld van Jezus  die al in de woorden van Jesaja klonk:  de wereld waarin je niet hoeft te betalen, waar geld geen rol speelt en alles om niet is. De wereld waarin ongerechtigheid wordt verlaten en  vergeving bestaat.

Wie zich in Jezus’ wereld  laat dopen, doopt zich een andere wereld binnen, een wereld zonder concurrentie, waar niet het recht van de sterkste heerst en waar rente een onbekend iets is.

De wereld van  Jezus lijkt een oneigenlijke wereld, een wereld die niet bestaat, want geld regeert onze wereld wél.  En we moeten wél elkaar aftroeven om mee te kunnen.

En toch lezen wij wekelijks die verhalen over Jezus, die man die er was voor anderen, die niet zichzelf zocht, maar in Naam van zijn Vader goedheid was. Jezus was geraakt door God en vol van die Hij noemde “mijn Vader”.  Jezus was overigens geen fanaat, niet zo’n fanatiekeling die radicaal, dwars door alles heen, zich wilde waarmaken en zijn eigen gelijk moest hebben. Nee; Hij nodigde uit en bracht bijeen. Hij schonk zich weg, verloochende zich tot in de dood.

Over hem gingen zijn leerlingen getuigen en ze trokken de wereld over om Jezus leven te verkondigen en mensen op zijn spoor te zetten.

En zo zijn wij gedoopt in zijn Naam, beste  mensen, in de Naam van God, Vader, zoon en heilige Geest zijn wij gedoopt. Om te werken aan die andere wereld. Want met die doop wordt ons een perspectief aangereikt: een blik op het geheim van ons leven dat wij God noemen. Met onze doop gaat ook voor ons de hemel open en klinkt er stem: “jij bent mijn zoon, jij bent mijn dochter, mijn veelbeminde, in  jou heb ik welbehagen.

In Memoriam pater Rudolf van Dijk

        NEDERLANDSE

PROVINCIE KARMELIETEN

Almelo, 23 januari 2015

Beste zuster / broeder,

Rudolf van Dijk
Rudolf van Dijk

In de loop van de voorbije maanden hebben we ons met velen binnen en buiten onze orde (ik denk hier onder meer aan onze vrienden van het Titus Brandsma Instituut)  moeten voorbereiden op het sterven van onze medebroeder Rudolf van Dijk. Niet alleen wij deden dat. Nadat Rudolf in de maand mei van het jaar 2014 ongeneeslijk ziek bleek te zijn, heeft ook hij zich moeten verzoenen met zijn naderende levenseinde. Gesteund door zijn ‘trouwe maatje’ Gerry van der Loop, door zijn naaste familieleden met wie hij een heel hartelijke band onderhield, gesteund ook door zusters en broeders van de Stijn Buijsstraat en van de bredere Provincie, door artsen en verzorgend personeel van het Berchmanianum in Nijmegen, heeft Rudolf in een groot Godsvertrouwen en – zoals hij het zelf onder woorden bracht – ‘vervuld van een diepe vrede’, zijn aardse leven los kunnen laten en zich in geloof kunnen overgeven aan de Liefde van God. Meermaals zei hij: “Uit Gods hand heb ik het leven ontvangen; aan God geef ik het terug”. Bewonderenswaardig en voorbeeldig was de ‘nuchterheid’ en de rust waarmee Rudolf omging met zijn ziekte en met zijn naderende dood. Het zal met zijn karakter te maken hebben gehad en met zijn punctualiteit dat hij rondom zijn ziekte en sterven alles tot in de puntjes georganiseerd en geregeld wilde hebben. Rudolf overleed na een uitputtende ziekte, waarbij hij afzag van behandeling, op donderdag 22 januari.

Wij nemen afscheid van hem op woensdag 28 januari om 11.00 uur in de Sint Petrusbasiliek te Boxmeer, Steenstraat 41. Na de viering van dankzegging voor zijn verdienstelijke leven leggen we zijn lichaam te rusten op het kloosterkerkhof van Boxmeer.

 

Rudolf werd op 14 december 1935 te Utrecht geboren. Zijn gymnasiale opleiding ontving hij aan het Canisiuscollege in Nijmegen. In 1955 werd hij te Oss novice met als kloosternaam Clarentius. Na zijn eeuwige professie in 1956 volgden de jaren van wijsgerige en theologische vorming in onze studiehuizen. In 1961 werd hij te Merkelbeek tot priester gewijd. Al tijdens zijn studiejaren bleek Rudolfs interesse in geschiedenis. Vooruitlopend op zijn latere wetenschappelijke werkzaamheden, publiceerde hij toen al met grote regelmaat in meerdere tijdschriften over de geschiedenis en de betekenis van de Karmel. Vanaf 1970 heeft hij zijn roeping als karmeliet vooral vorm gegeven aan het Titus Brandsma Instituut te Nijmegen. Hij onderzocht met name middeleeuwse geestelijke teksten uit de Moderne Devotie. De vruchten van zijn gedegen en minutieuze studie, op vele manieren tot nog kort voor zijn dood gepubliceerd, werden hooglijk gewaardeerd. Rudolf ontwikkelde zich tot een eminent kenner van de Moderne Devotie. Kort geleden ontving hij als waardering daarvoor de Geert Grote prijs van de stad Deventer. Die terechte erkenning heeft hem echt goed gedaan en betekende ook veel voor het TBI.

 

Van de vele functies die Rudolf heeft vervuld binnen de orde van Karmel noemen we nogal selectief en samenvattend zijn werkzaamheden voor onze bibliotheken en voor het Nederlands Carmelitaans Instituut; zijn jarenlange grote inzet voor een goed verloop van onze provinciale kapittels en zijn activiteiten voor de Stichting Titus Brandsma Memorial. Daarnaast heeft Rudolf veel mogen betekenen voor de reguliere kanunnikessen van Windesheim in het klooster Soeterbeeck te Deursen. “De jaren van mijn pastoraat aldaar behoren tot de mooiste van mijn leven.”

Vanaf 1963 heeft Rudolf gewoond in Nijmegen. In de Titus Brandsma Memorialkerk aldaar was hij regelmatig celebrant in de Titusvieringen en hij  ging er ook voor als celebrant in de Goddelijke Liturgie van de Slavisch-Byzantijnse ritus.

 

Rudolf was een zeer begaafde medebroeder. Met grote plichtsbetrachting en een enorm doorzettingsvermogen heeft hij in de stilte van de Karmel, biddend en studerend, bijna 45 jaar lang als een ware asceet geleefd vanuit een diep doorleefde Godsrelatie. Tijdens de uitreiking van de Geert Grote prijs heb ik over Rudolf onder meer het volgende gezegd: “Waar haalt een sterveling  de volharding en het doorzettingsvermogen vandaan zich zo vast te bijten in een onderwerp, in ons geval de Moderne Devotie – hoe krijgt een sterveling het voor elkaar dat hij daar een heel leven aan wijdt!?” Ook zei ik bij die gelegenheid: “Naast de verstilde aandacht is in de Moderne Devotie de collatio van groot belang geweest. De collatio, bedoeld om het gemeenschapsleven op te bouwen door het broederlijk en zusterlijk leergesprek. In de Karmel kennen we iets soortgelijks: het kapittel, waar de overdrijvingen en tekorten van de zusters en broeders worden besproken ‘met de liefde als midden’. Ook wij karmelieten kennen bijeenkomsten rond de Heilige Schrift en wij komen met grote regelmaat bezinnend samen rond De Regel. Het is Rudolf geweest, die met een enorme kennis van zaken, daarbij steunend op studieus werk van zijn medebroeder Kees Waaijman, voor velen in en buiten de karmelorde van grote betekenis is geweest, juist op het terrein van het onderlinge gesprek tot opbouw van de gemeenschap en tot een dieper verstaan van de heilige Schrift en de Regel. In 1992 gaf hij samen met Gerry van der Loop twee boekdeeltjes uit om de leefregel van de karmelieten beter bespreekbaar en leefbaarder te maken, niet alleen voor de zusters en broeders van de Karmel, maar ook voor een groeiend aantal leken dat in de spiritualiteit van de Karmel is geïnteresseerd.”

 

Met de dood van Rudolf verliezen we een zeer getalenteerde, ijverige medebroeder. Hij heeft met zijn vele gaven gewoekerd. Hij was een vrome, beminnelijke en trouwe mens. Daarnaast op niet mis te verstane wijze ook heel duidelijk en pertinent in wat hem voor ogen stond; stug volhardend in wat voor hem belangrijk was. Dit alles tot opbouw van onze gemeenschap.

 

Wij bidden deze goede medebroeder de liefde en vrede toe waarnaar hij, zeker in de laatste weken van zijn aardse leven, zo gelovig en in een geest van Navolging van Christus heeft uitgezien. Wij zijn dankbaar dat we hem als medebroeder mochten hebben; dankbaar ook dat verder lijden hem bespaard is gebleven.

 

 

Met hartelijke groet,

 

 

 

Jan Brouns O.Carm.

Prior Provinciaal

Overweging van zondag 18 jan. 2015 door p. Bouke Halma

Thema: ‘Geroepen worden’ 

Het is een zekere wijsheid in onze liturgie, dat we in een viering zoals vandaag slechts een klein stukje lezen uit het Oude en het Nieuwe Testament. Zelfs zo’n klein stukje kunnen we ons niet altijd herinneren, maar er staat altijd heel veel in om over na te denken.   De hele bijbel is immers een soort familie=album met allerlei verhalen en getuigenissen over de verbintenis tussen God en mens. Soms weten we in deze tijd niet zo precies hoe dat zit en hoe dat gaat, wat er allemaal kan gebeuren tussen God en mij aan nabijheid en afstandelijkheid: daarom lezen we de Heilige Schrift. In de bijbelverhalen van vandaag gaat het over ‘geroepen worden’. De kleine Samuël wordt geroepen, maar hij heeft eerst niet in de gaten, dat het de Heer zelf is, die hem roept. Daar moet een mens blijkbaar aan wennen, daar moet hij de tijd voor nemen. In het Evangelie zijn de twee broers uit nieuwsgierigheid achter Jezus aangegaan. Eerst vraagt  Jezus: wat verlangen jullie, en daarna nodigt hij hen uit: “kom en zie”. Zo gaat dat blijkbaar in verschillende roepingsverhalen in de bijbel: het is nooit een bevel, maar veeleer een echte uitnodiging, die nooit vergezeld gaat van allerlei voorwaarden en eisen waar je aan zou moeten voldoen.  Het geeft wel een verschil aan tussen toen en nu, dwz. hoe wij de laatste tijd/eeuwen zijn omgegaan met roeping. Dat was vroeger wel heel eenzijdig en beperkt: als je man bent en je wordt geroepen, dan moet je priester worden of broeder-missionaris; als je vrouw bent en geroepen wordt, dan moet je naar een slotklooster en/of word je werkzuster in sociaal opzicht. Maar zó eenzijdig zijn de bijbelse verhalen niet: geen voorwaarden en geen eisen, bv. van studie en/of opleiding. Jezus zegt eenvoudig: op basis van jouw verlangen roep ik jou, kom maar en zie maar wat er te doen valt, wat je roeping concreet inhoudt in het hele werkveld.  Momenteel heeft dat ook betrekking op onze kerkgemeenschap, ons parochie-leven. Daar doen zich hele verschillende ‘roepingen’ voor om mee te werken aan een levende gemeenschap van mensen, die verlangen in Gods Geest te leven en het voorbeeld te volgen van Jezus zelf, zonder voorwaarden of eisen vooraf. Het beslissende criterium is, of je écht verlangt je leven te laten leiden door deze oriëntatie: Waar houdt Gij u op ? Wij mogen bidden en zingen, dat Gods genade dit verlangen bij ons in leven houdt. Ons is immers beloofd, dat Zijn genade met ons zal zijn, tot aan het einde der tijden.