Impressie van een inspirerende avond voor leden van de beraden 16 september

Impressie van een inspirerende avond.

Op 16 september was er een tweede bezinningsavond voor leden van de Beraden. We kwamen bij elkaar rondom de vraag “Hoe beleef je liturgie?”. We zijn eerst gaan doen. Meditatief, dus in stilte en met aandacht, liepen we door de kerk om er voor onszelf de ‘juiste’ plaats te vinden. Daar hebben we een tijdje wat mijmerend gezeten. Daarna zijn we in een halve cirkel gaan zitten rondom het altaar, en hebben we de openingsliturgie ingeoefend. We hebben elkaar verteld over onze beleving van in stilte een plek vinden en de openingsliturgie voltrekken. Op ieder van ons heeft het vinden van een plaats in de kerk een grote indruk gemaakt. Als individu zijn we gaan lopen door de kerk, als groep zijn we gaan zitten, ieder op zijn plek. Door met aandacht en in stilte te lopen waren we meteen ontvankelijk voor de openingsliturgie. En dat is wat de opening van de liturgie ook beoogt: dat we geschikt worden om God te ontmoeten, ieder voor zich en samen als gemeenschap.

 

Vervolgens hebben we geluisterd naar een inleiding over wat de openingsliturgie wil voltrekken aan ons. Rituelen helpen ons daarbij. Elk ritueel dat we voltrekken zodanig dat het zich tegelijkertijd aan ons voltrekt is een ruimte tot omvorming. Een ruimte waarin we God kunnen ontmoeten en in die ontmoeting verder kunnen groeien in Liefde. Om te kunnen ontvangen moeten we eerst ruimte in onszelf maken om God binnen te laten. Deze ruimte maken we door te erkennen dat we als geschapen mensen afhankelijk zijn van God. We leven niet uit onszelf, God leeft in ons. Ook het samen zingen van het Kyrie – Heer, ontferm U over ons – is een manier om gezamenlijk ons tekort te erkennen en geschikt te worden voor de ontmoeting met God.

 

Daarna zijn we met elkaar in gesprek gegaan over wat liturgie met je doet en hoe het doorwerkt in je leven en je lid-zijn van een beraad. Ieder van ons kan beamen dat de viering iets aan je voltrekt, je komt de viering anders uit dan je erin ging. We voltrekken tijdens de liturgie samen rituelen en dit doen maakt dat zich iets aan ons voltrekt. Wat? Dat blijft toch moeilijk onder woorden te brengen.

Een poging: je eigen leven en van je familie en vrienden en anderen als gegeven gaan zien. God is het die ons ademt, dat doen we niet zelf. Je eigen tekorten en die van je naasten beter kunnen dragen. Vanuit liefde kunnen zorgen voor de mensen in je omgeving.

 

 

Overweging 5-10-2014 Pastor George Zeegers

 

Jezus is in het evangelie van Matteus na zijn glorieuze inkocht in Jeruzalem in steeds heftiger discussie geraakt met de hogepriester en religieuze leiders van zijn volk. En het gaat er hard aan toe. Ook Jezus laat zich niet onbetuigd. In de perikoop die we zojuist hoorden  klinkt de vertrouwde vergelijking van het rijk van god met een wijngaard. God is de landeigenaar, de religieuze leiders zijn de wijnbouwers, de dienaren zijn de profeten en de zoon is Jezus zelf. En hij laat die leiders zelf hun veroordeling uitspreken. En Jezus situeert zijn eigne positie met een beroep op  psalm 118 over de steen die de bouwers afkeurden, maar die hoeksteen wordt.

De wijngaard van de Heer, dat is deze aarde, dat is de mensengemeenschap, dat is onze geloofsgemeenschap, dat is mijn gezin, dat ben ik zelf. God  is de oorsprong en bron van al wat bestaat. Hij is de eigenaar, als ik dat zo zeggen mag.  Híj is de Heer. En overal waar mensen leven in ontvankelijkheid, leven vanuit een houding van ontvangen, wordt het leven gekoesterd, wordt onze omgang met elkaar  gekenmerkt door eerbied, wordt onze aarde in stand gehouden en verzorgd.

Maar overal bestaat de neiging en de verleiding om míj die wijngaard toe te eigene; ook collectief te doen of wij de bezitters zijn, die naar eigen dunken kunnen om gaan met alles, tot eigen baat of vermaak. De natuur uitbuiten, volkeren uitbuiten, misbruik maken van eigen positie in de financiële wereld, in de economische en politieke wereld. We zien overal de desastreuze gevolgen van het grote egoïsme in de wereld. We zien de gevolgen in onze kleine leefwereld waar mensen elkaar misbruiken of klein houden.

De wijngaard van Heer, is de plek waar goede vrucht  gedijt, waar goede druiven geoogst  worden, waar wijn wordt gemaakt, beeld van vreugde en feest  voor de  mens. De plek dus van ontwikkeling en ontplooiing voor elke mens, een plek voor ieder, waar ieder in tel is en mee kan.

Wij hier, wij worden uitgedaagd om de wijngaard van de Heer te zijn, hier in dit stuk van Oss en overal waar we vertoeven. En Jezus is de hoeksteen van ons leven, op Hem bouwen wij. Hij is het gezicht van onze god.

We gaan  dadelijk mensen een zending geven; uitzenden in deze wijngaard van de Heer, die onze parochie is. Zij krijgen een zending als bestuurder of als mensen die hier in onze viering mee voorgaan; om ons te helpen zelf goede wijnbouwers te zijn in  de wijngaard van ons leven.

 

VERBONDENHEID, Daar wil je toch gewoon bij horen…. Henk Peters

 

VERBONDENHEID

 

Het woord religie is verwant met het Latijnse woord voor verbinden. Religie brengt samenhang tussen mensen en opvattingen. Het zal niemand zijn ontgaan dat met de groei van welvaart mensen gingen vinden dat die verbinding tussen mensen, de verbinding met de ander steeds minder nodig was. Mensen gingen ieder voor zich in een streven naar welvaart en vrijheid zonder zich in dat opzicht beperkingen op te leggen. Niet meer aangewezen op de ander en dan ook niet op de Ander. Kerken werden leger en dat lot trof ook verenigingen en clubs: ieder vooral gericht op ikke, ikke, ikke en zelfontplooiing.

 

Maar de bomen groeien niet meer tot in de hemel. Ook niet in het derde rijkste land van de hele wereld! Het idee dat we de ander en de Ander niet meer nodig hebben, lijkt een vergissing. En politieke partijen die niks hebben met geloof of religie in hun uitgangspunten, beginnen plotseling ook over een participatiemaatschappij, mantelzorg, je broeders hoeder en rentmeesterschap. Mensen worden niet alleen teruggeworpen op zichzelf maar vooral op elkaar. Paniek in de samenleving want men vreest niks van de ander te verwachten te hebben als het op hulp aan komt….

 

Maandagavond een parochie-avond, bezocht door zo’n veertig parochianen. Een avond om elkaar wat bij te praten over wat we samen als parochie allemaal doen en waarbij we betrokken zijn. En dan blijken wij als kerkmensen (in aantal gaat het om honderden personen) druk in de weer om verbindingen te herstellen. Vroeger hebben we onderwijs en zorg van de grond geholpen door scholen en ziekenhuizen op te richten, maatschappelijk werk op te zetten enz. Maar dat was niet bedoeld als een excuus voor mensen om die zorgen uit te kunnen besteden, maar als ondersteuning. Ook ik weet niet wat onze kerkmensen allemaal aan vrijwilligerswerk doen. Ze willen zich ook niet in de schijnwerkers werken. Maar ik zag mensen die veel tijd en aandacht steken in (terminale) zorg, in thuiszorg, armoedebestrijding, vrijwilliger zijn om levensbeschouwelijke thema’s in het onderwijs aan de orde te stellen o.a. met het verzorgen van gastlessen, mensen die met jeugdwerk actief zijn bij scouting, bouworde, ondersteuning van een kindertehuis in Roemenië, Derde wereldwinkel, vluchtelingenwerk, duurzaamheid, maatjeswerk om mensen te ondersteunen bij opvoeding en het runnen van een huishouding, het runnen van het kerkbedrijf, enz.,enz. En dat kerkvolk is er bij deze en nog veel meer activiteiten vooral op uit om verbindingen tot stand te brengen met mensen, die met vergelijkbare thema’s bezig zijn ook buiten kerk en religie. Want we moeten het beste in elkaar wakker roepen, oog en oor helpen krijgen voor de ander en de Ander. Vrijwilligers die het cement zijn van onze samenleving.

 

Terwijl ik naar presentaties van onze vrijwilligers luisterde en ook bedacht hoe dat aansluit bij wat onze paus als boodschap uit draagt, besefte ik hoe goed we met elkaar bezig zijn. Bij zo’n volk van goedwillende enthousiastelingen wil je toch horen!

 

Henk Peters

Algemene Parochieavond 29-9-2014

Vanavond is er weer de Algemene ParochieAvond van de Titus Brandsmaparochie. Het Bestuur vertelt over de activiteiten van het afgelopen jaar en doet de plannen voor de komende tijd uit de doeken.
Ook nemen we afscheid van René Peters als penningmeester en verwelkomen Lou Pinckaers als zijn opvolger.
Tot vanavond 19.30 uur (inloop met koffie)

Harry Faassen

Overweging van 21-09-2014 door p. Leon Teubner.

In die tijd zei Jezus:

Het koninkrijk der hemelen

lijkt op een mens die als het licht wordt

meteen naar buiten gaat

om werkers te huren voor zijn wijngaard.

 

Het koninkrijk der hemelen lijkt op …..

Vandaag horen we één van de vele gelijkenissen

die Jezus vertelt om in ons íets van besef

van voeling met, van verstaan te wekken

van Gods werkzame aanwezigheid in en onder ons.

 

Jezus is gefascineerd door Gods aanwezigheid in zijn leven.

Hij noemt dat: het koninkrijk van God of het koninkrijk der hemelen.

Dat koninkrijk is voor Hem als een diamant met ontelbare facetten.

Geen definitie is omvattend genoeg om het te bepalen,

en daarom spreekt hij er alleen over in gelijkenissen.

 

Het gaat Hem in die vele gelijkenissen er altijd om

ons in contact te brengen met de liefde van God:

om ons te laten kijken met Gods ogen naar al wat is.

 

De gelijkenis bijv. van het mosterdzaadje opent ons oog

voor Gods werkzame aanwezigheid tot zélfs in het allerkleinste,

als groeiplaats van zijn bewarende liefde voor al wat ademt.

 

De gelijkenis van de schat in de akker

Wil ons de ogen openen voor Gods aanwezigheid in onze diepste grond,

welke een vreugde en een vrede geeft die onvergelijkbaar groter is,

dan de vreugde en de vrede die alle geschapen rijkdommen kunnen bieden.

 

Het gevaar van gelijkenissen is dat we ze niet in hun diepte verstaan,

maar dat wij blijven steken bij hun buitenkant en ze letterlijk nemen,

als zou het om feitelijke gebeurtenissen gaan zoals je die leest in een krant.

 

We zouden kunnen denken dat de gelijkenis van de werkers in de wijngaard

zou berichten over een ernstig conflict op de werkvloer,

of om het recht van elke werker op loon naar verdienste,

of om een werkgever die zijn werkers om eigen gewin tegen elkaar uitspeelt.

 

Maar het is met gelijkenissen als dat je kijkt

naar een prachtige en kostbare diamant.

Blijf je steken bij oppervlakte van de steen,

bij de talloze facetten waarin deze geslepen is,

dan ontgaat ons haar ware schat en verborgen rijkdom:

 

  1. het speelse licht dat vanuit het centrum van de diamant

naar buiten schittert en flonkert om onze blik te vangen,

en ons tot vreugdevolle verrukking brengen wil.

 

De gelijkenis van de werkers van het 1e en 11e  uur

gaat wezenlijk niet over eerlijke arbeidsomstandigheden,

maar over twee wijzen waarop wij kunnen kijken naar Gods schepping:

 

Wij kunnen kijken met de oneindig gunnende ogen van God naar al wat is,

maar wij kunnen ook kijken met een vergelijkend en berekenend menselijk oog,

een oog dat voortdurend terugbuigt op onszelf en op ons eigenbelang.

 

Dat laatste doen de werkers van het eerste uur

als zij morrend tegen de eigenaar zeggen:

 

Die laatst aangekomen werkers hebben maar één uur gewerkt

en u hebt hen gelijk gemaakt aan ons

die de last van de dag en de hitte hebben gedragen!

 

Waarop de eigenaar zegt:

 

Vriend, ik doe je toch geen onrecht

 

Opvallend is het verschil van kijken tussen de eigenaar en de werkers.

De werkers zien zichzelf in een contractrelatie staan met God.

Zij beschouwen zich als mensen die zichzelf aan Hem verhuren

om tegen een rechtvaardige beloning te werken in zijn schepping.

Zij zien zichzelf als huurlingen in Gods liefdesverbond

en werken niet uit liefde, maar om hetgeen de relatie oplevert.

 

Het verschil met hoe God naar hen kijkt wordt scherp verwoord

in de wijze waarop de eigenaar de werkers antwoordt:

 

Vriend, ik doe je toch geen onrecht

 

Vriend

In Gods ogen, in het speelse licht van zijn liefde,

in zijn bewarende wijze van kijken naar ieder van ons,

zijn wij ‘zijn vrienden’.

 

Vriend, ik doe je toch geen onrecht

het is mijn wil om aan ieder mens

net zo veel te geven als aan jou.

Staat het mij niet vrij met het mijne te doen wat ik wil?

of is jouw oog boos omdat ik goed ben?

 

Het vergelijkende en berekende oog van mensen

wordt hier door Jezus een boos oog genoemd.

 

Boos, omdat we de pretentie hebben dat iets van ons is.

Zodat wij iets te vergelijken of te berekenen hebben.

Maar: alles is ons gegeven, om-niet,

zo hoorden we God spreken middels de profeet Jesaja:

 

Kom, wie dorst heeft, hier is water;

en allen die geen geld hebt,

kom, koop koren en eet zonder geld,

en drink wijn en melk zonder betaling.

 

Water en koren en wijn staan bij Jesaja symbool

voor alles wat wij nodig hebben om te kunnen leven.

 

Het is gratis van God uit en voor geen geld te koop.

Maar wij mensen hebben onze samenleving zo ingericht,

dat wij ons meester maken van Gods gunnende goedheid,

en zijn werk te koop aanbieden aan onze arme naaste.

 

Daarom smeekt God ons via Jesaja:

 

             Buig jullie oor en kom naar Mij,

luister en je zult leven;

een eeuwig verbond sluit Ik met jullie.

 

             De goddeloze zal zijn weg verlaten,

de boosdoener zijn gedachten,

en terugkeren naar Mij,

die zich over hem ontfermen zal;

naar jullie God, want Hij geeft

en vergeeft rijkelijk.

 

Met zijn gelijkenis van de eersten en laatsten scherpt Jezus onze ogen

voor Gods aanwezigheid die in ieder van ons zijn koninkrijk wil vestigen.

Dat betekent dat Hij onze ogen en onze handen en voeten wil zijn,

en ons veranderen wil in gunnende en onvoorwaardelijke mensen.

 

Dat lijkt misschien een onmogelijke opdracht, maar dat is het niet.

God woont immers in ieder van ons en wil dat werk in ons verrichten.

Het vraagt van ons enkel dat wij proberen Hem niet te hinderen,

met onze voorwaardelijke, vergelijkende en berekenende blik.

 

Elke dag één keer proberen mee te bewegen met zijn gunnende goedheid,

elke dag één keer jezelf niet vergelijken met een ander;

elke dag één keer een ander iets werkelijk gunnen,

zonder dat je daar zelf ook maar iets beter van wordt.

 

Dat lijkt weinig, maar als je dit élke dag één keer echt doet,

zullen onze koninkrijkjes veranderen in het koninkrijk van God.

Het is als een druppel die zelfs de hardste steen uitholt.

Het zal onze grondhouding en ons kijken langzaam veranderen,

en stap voor stap zullen wij werkelijk lichaam van Christus worden.

 

Elke dag even werken in de wijngaard van de Heer.

Dan zullen de laatsten eersten worden, en de eersten laatsten,

die dan weer eersten zullen zijn, en dan weer laatsten…..

Zo zal uiteindelijk elke vergelijking en berekening

vastlopen in Gods bewarende liefde.

Alleen zo zal er werkelijk vrede komen op aarde,

in de mensen in wie God zijn behagen vindt

 

Overweging 17-08-2014 Maria hemelvaart door p. George Zeegers

Overweging140817  Maria hemelvaart   door p. George Zeegers

Als je goed luistert dan hoor je wat een geweldige verteller Lucas is.  Lucas was een arts van Griekse afkomst. Hij was een leerling van St. Paulus,  en had Jezus dus niet zelf meegemaakt.  Of hij Maria persoonlijk heeft gekend, weten we niet. En natuurlijk was  hij er niet bij toen Maria haar nicht Elisabeth ontmoette. Maar we horen wel een geweldige beschrijving van Maria. En daaruit blijkt dat Maria voor hem  al een heel  bijzondere vrouw was.  Maria wordt in het evangelie bijna niet genoemd. Lucas had de bedoeling om over Jezus te schrijven. Als aanloop op hele evangelie verhaalt hij het geboorteverhaal van Jezus, gezien vanuit Maria. ( Matteus beschrijft het geboorteverhaal van Jezus vanuit de kant van Sint Jozef ) . en Lucas legt  Elisabeth deze beschrijving in de mond:  Je bent gezegend onder alle vrouwen , want gezegend is de vrucht van jouw schoot. Maria is gezegend in haar kind Jezus.  Gezegend, want de Heer is met haar. Dat is Maria. Kort en heel krachtig.  En dan brengt Lucas Maria zelf aan het woord met een loflied op haar Heer:  Maria’s  geloofsbelijdenis . En we horen in notendop het geloof vertolkt van heel  Israel:  van de God die vanaf Araham barmhartig was voor zijn volk die de eigengereidheid en heerszucht van mensen ontkracht maar oog heeft voor en op neemt voor wat klein is en gering. Een God, trouw is aan wat hij heeft beloofd, een God van het Verbond.

En dat geloof is onze erfenis, beste mensen, want in Jezus,  Maria’s kind, kwam heel die belofte samen:  een God die het met mensen houdt, een God met ons;  Emanuel is Jezus’ zijn erenaam.

Die geloofsbelijdenis van Maria is niet een vroom verhaal, maar een politiek statement! Maria spreekt over de machtigen , de heersers, en de rijken die de dienst uitmaken, én over degenen die geen  gewicht hebben, de geringen.  De God van Israel is een God van recht en gerechtigheid voor elke mens,  ook en vooral voor diegenen die in onze wereld machteloos zijn en niet in tel: de stemlozen, de uitgestotenen; in Bijbelse termen, de vreemdeling, de weduwe en de wees.

Hier in Brabant spreken we veelal , zeker in Den Bosch, van de zoete moeder.  En dat klinkt als lieftallig en klinkt in mijn oren eigenlijk erg soft. Maria was zeker niet een zoetsappige vrouw.  De moeder van Jezus kan geen zoetsappig mens geweest zijn, want  Jezus stond strijdbaar en  revolutionair in de samenleving van zijn dagen en Maria was hem trouw tot onder het kruis.

Maria is terecht ons grote voorbeeld en de moeder van alle gelovigen: een geweldige vrouw, die terecht een ereplaats heeft in onze geloofsbeleving.

Overweging. 140907  23ste zondag     door p. G.Zeegers

Een goede raad. Als je broeder je iets misdoet, spreek hem/haar daarop aan. Luistert die niet, dan haal je er een paar anderen bij, luistert die dan nog niet, dan gooi het in de groep. Kerk staat hier in onze vertaling. Maar die vertaling zet ons gemakkelijk op het verkeerde been. Bij  kerk denken wij aan dit gebouw, of aan de hiërarchie in onze kerk of aan de kerkelijk leer, maar dat bestond in Jezus’ tijd nog helemaal niet. Ecclesia betekent gemeenschap,  gemeenschap van Jezus. Het gaat dus over ons zoals wij hier zitten; onze gemeenschap met zijn feilen en tekorten, maar zeker ook met alle inzet, zorg en hartelijkheid voor elkaar.. Gisteren de busreis naar het Vredespaleis in Den Haag en de martelaren van Gorkum in den Brielle, een hartverwarmende dag. Op vele plekken zijn wij kerk: hier als wij samenkomen op zondag God dankend en biddend, Dadelijk bij de koffie; bij de ziekenmiddag, door de gastvrije aanwezigheid door de week; bij HOI; door onze zorg bij bijzondere momenten in het leven: bij ziekte en rond sterven en dood; bij geboorte en doop, eerste communie en vormsel. Op veel momenten en samenkomen zijn wij kerk van Jezus.

Vandaag horen wij een heel belangrijk gedragsregel. Eentje die gemakkelijk klinkt: elkaar aanspreken op fouten.  Maar dat is een heel lastige: hoe doe je dat: elkaar tactvol aanspreken? En is het wel mijn taak? Moeten anderen, het bestuur of de pastores dat niet doen?

Ja natuurlijk, zij ook, maar ieder van ons als mijn broeder of zuster gezondigd heeft! Wijs hem/haar terecht onder vier ogen! Lukt dat niet, dan onder 8 of 12 ogen. Lukt dat ook niet dan pas door de gehele gemeenschap bij monde van bestuur of pastoor.

Ik erger me vaak aan ongepast gedrag in de trein, of ook op straat, alle rotzooi die zo wordt weggegooid, het vele lawaai. Voor iedereen genoeg momenten van ergernis. En meestal kijk ik maar weg; ik weet niet wat ik oproep als ik me er mee bemoei. En zo verloedert de trein, verloedert de straat, verloedert onze openbare  ruimte; omdat we allemaal wegkijken. In onze liberale tijd moet ook alles maar mogen.

Nee!  Niet alles moet mogen. Wat het  gemeenzame leven verstiert, hoeven we niet, mogen we  niet accepteren.  Maar ja??. ………… Ik denk dat we allemaal een taak hebben. Ieder naar eigen mogelijkheden.

Of die Marie die een hersenbloeding kreeg, verlamd raakte , haar leven opeens overgeleverd aan andermans handen. Boos tot in haar tenen over de gevangenis waarin  ze geraakt was, haar onwillige lichaam waarin ze opgesloten zat.. Boos, kwaad en onmachtig! En niet meer instaat om te relativeren. Boos op man en kinderen en buurvrouw en verzorgers, boos uit pure ellende en onmacht, maar zo iedereen van zich afstootte, omdat niemand meer iets goeds kon doen en ze geen raad wisten met haar.

Hoe spreek je die arme Marie zo aan dat ze steun en hulp ontvangt en  haar onmacht langzaamaan kan overwinnen en weer reëel naar haar onmachtige situatie kan kijken?

Elkaar aanspreken …. in het openbaar of in het privé leven, dat is niet gemakkelijk. Dat is een hels karwei zeggen wij. Jezus noemt het een hemels karwei.

Gelukkig belooft Jezus ons: waar je werkt aan het herstel van de band onder elkaar, alleen of met 2 of 3: Ik ben bij je!

Overweging van 14-09-2014 door p. Leon Teubner

Nicodemus, een van de belangrijke leraren van Israel,

is naar Jezus gekomen om met hem te spreken.

Hij zoekt Hem op in het holst van de nacht.

De nacht is de tijd bij uitstek om te bidden,

en om samen de wijzing van de Heer te overwegen.

In het nachtelijk duister verliezen

de dagdagelijkse dingen hun contouren.

Gebaande paden onttrekken zich aan het zicht,

de gewone zekerheden staan wat minder vast,

ook de theologische en religieuze.

Nicodemus heeft Jezus’ woorden en de daden

van dichtbij persoonlijk gehoord en gezien.

Hij voelt van binnenuit aan dat God met Jezus is,

dat Hij het koninkrijk van God is binnengegaan.

Als hij zich hierover tegen Hem uitspreekt,

gaat Jezus in gesprek met hem en zegt:

Alleen wie geboren wordt uit water én Geest

kan het koninkrijk van God binnengaan.

Geboren zijn uit mensen alleen is niet voldoende, want:

Wat uit menselijk vlees geboren wordt blijft vlees.

Alleen wie ook uit Geest geboren wordt, blijft Geest.

Geboren worden uit het vruchtwater van de moederschoot,

om tot leven te komen in ons menselijk lichaam,

dat is één ding, zegt Jezus, maar het is slechts het begin.

Geboren worden uit Geest – onze werkelijke Oorsprong,

dat is iets wat gedurende een heel mensenleven

elke dag weer aan ons voltrokken moet worden.

Dat moet aan ons voltrokken worden,

want, net als onze lichamelijke geboorte,

kunnen we ook deze geboorte niet zelf organiseren.

Geboren worden is een goddelijk gebeuren,

maar ook geheimvol en duister.

Ook op dit moment worden we hier geboren,

Maar het is nacht: we zien het niet,

we voelen het niet, we beseffen het niet.

We houden ons voor dat we –

tot het moment van onze dood,

voor eens en voor al fysiek geboren zijn.

Toch sterven ook vandaag miljoenen cellen in ons,

en nemen miljoenen nieuwe cellen hun plek in.

Telkens weer worden wij fysiek opnieuw geboren.

Dat geldt ook voor het geboren worden uit Gods Geest.

Vanaf onze eerste ademhaling tot nu toe,

worden wij door Gods adem bezield,

ademt Hij zijn bezielende Geest in ons.

Elk moment worden wij dus al geboren uit zijn Geest,

maar het is nacht: we zien het niet,

we voelen het niet, we beseffen het niet.

Geboren worden uit Gods Geest gebeurt pas echt aan ons,

als wij beseffen dat Hij ons nu ademt en bezielt.

Nu worden wij van boven af – van God uit geboren.

Niemand is opgestegen naar de hemel

dan degene die uit de hemel is neergedaald:

de mensenzoon.

Dat zegt Jezus vandaag tot Nicodemus en tot ons.

Je kunt pas het koninkrijk van God binnengaan,

op het moment dat het besef in je doordringt,

dat God jou hier en nu zijn leven geeft.

Dan daal je a.h.w. uit de hemel neer

als zijn zoon of dochter in dit menselijke lichaam.

God gééft ieder van ons tot op dit moment:

niet alleen het leven, maar precies zoals wij zijn.

Met al onze vermogens en tekorten,

met al onze talenten, verlangens en behoeften,

met al onze ontrouw en afkeer ook aan Hem en aan elkaar.

Zó geeft Hij ons en niet anders:

als een kwetsbare zoon of dochter van mensen.

Maar wel om ons te doen groeien tot zijn gelijkenis,

tot een trouwe zoon of dochter van God: lichaam van Christus.

Willen wij groeien in trouw en gehechtheid aan God,

dan moeten wij durven verschijnen voor zijn gelaat,

dan moeten wij in de relatie met Hem gaan staan,

en wel precies zoals wij gegeven zijn – en niet anders.

Dat is wat wij met het feest van Kruisverheffing vieren:

Dat wij ons tekort waarachtig erkennen

en het als een kruis opheffen naar God,

dat wij geheel zoals wij zijn, verschijnen voor zijn Gelaat.

Dus niet alleen met onze goede kanten en gedrag,

maar ook en vooral met al onze ontrouw en afkeer.

Daarom haalt Jezus het beeld van de slang aan,

het symbool van ons besef van goed en kwaad.

Het volk van Israel werd door de woestijn geleid naar het beloofde land.

Maar het volk is ontrouw en keert zich steeds weer van God af.

Om hen tot besef te brengen stuurt God giftige slangen op hen af.

Waarop het volk Mozes smeekt tot God te bidden om redding.

Mozes moet dan van God een bronzen slang op een paal zetten.

Eenieder die ernaar opkeek voor Gods gelaat

en zo zijn eigen ontrouw aanzag en aan God aanbood, bleef in leven.

Alleen in een open en waarachtige relatie met God,

groeit een mensenzoon uit tot zijn zoon of dochter.

Dat besef probeerde ook een karthuizer monnik in de 14e eeuw

in zijn leerling te wekken, door hem het volgende aan te raden:

Ook al voel je je nog zo vuil en zondig,

en weet je niet wat met jezelf aan te vangen,

doe dan wat ik je nu zeg:

Neem de goede en genadige God zoals Hij is

en leg Hem gewoon als een pleister op je zieke zelf.

Of, om het anders te zeggen,

biedt Hem eenvoudig je gehele zelf aan,

al wat je bent en zoals je bent.

En zeg tegen de goede God:

Dát ik ben en wát ik ben,

van nature en door genade,

ik heb het allemaal van U, Heer, en Gij zijt dat.

Ik bied het U aan, in de eerste plaats tot uw lof

en ook ten bate van al mijn medechristenen en van mezelf.’

Ik weet niet hoe het jullie/u vergaat,

maar als ik de woorden van Jezus en deze monnik hoor,

voel ik in mij wel een diep verlangen

om waarachtig voor Gods gelaat te staan.

Maar diep in mij heerst er ook een huiver en een weerstand.

Het is als Petrus over het water willen lopen naar God toe

en terugdeinzen uit angst ten onder te gaan en te sterven.

En toch,

toch klinkt daarachter en aan de angst voorbij,

een stille uitnodiging die in alle vrijheid roept:

kom maar – vrees niet,

Ik ben met je.