Kerstoverweging 19.00 en 21.00 uur door p. George Zeegers

 

Woord van welkom

Goede avond beste mensen. Wat fijn om met zo velen  ons Kerstfeest te vieren. Van harte welkom.

“Vrees niet, want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap, die bestemd is voor heel het volk: Heden is u een redder geboren, Christus de Heer!”  Zo verkondigt de engel de betekenis van de geboorte van dat kind in de kribbe. Die vreugdevolle boodschap brengt ons hier samen. Moge dit hier een echt vieren zijn, mogen wij iets ervaren van wat de Redder voor ons betekent.

Maken we het eenogenblik stil.


Overweging

Het is precies 10 jaar geleden dat ik een tocht ondernam te voet naar Assisi in Midden-Italie, bijna 2200 kilometer ver. Velen van U hebben mij op mijn tocht gevolgd. Een van de bijzondere ervaringen was mijn beleving van beschutting en veiligheid. Ik heb dat toen ook beschreven dat ik twee engeltjes op mijn schouders had, aan elke kant een. Ik praatte daarmee, ik overlegde over de weg die ik gaan zou, en zij gaven mij kracht en geborgenheid. Mijn beschermengelen.

Onze wereld is vol engelen, beste mensen, herkent u dat?  Meestal  hebben ze een gezicht en een stem en een naam en  zitten ze gewoon naast je. Degenen die jou in de wereld de weg wijzen, laten weten en voelen, waar het op aan  komt, wat belangrijk is voor jou; degene op wie kunt bouwen  en die het goed met je voor heeft, degene die je met liefde omgeeft.

In de Bijbel komen veel engelen voor, in de geboorteverhalen van Jezus vliegen heel wat engelen rond. Bij de aankondiging bij Maria, dat zij moeder zou worden. Bij Jozef dat hij Maria toch maar moest trouwen en vanavond in het geboorteverhaal van Jezus. Kijk boven de stal hebben we een engel neergehangen en zijn boodschap heeft hij in zijn handen. Engel , angelus in het Latijn, betekent  boodschapper. Hij brengt de boodschap. En zijn boodschap voor vanavond is: Heden is u een redder geboren, Jezus de Heer.

Een  kindje,  in doekjes gewikkeld want zijn moeder had geen kleertjes voor hem;  in een kribbe want er was geen plaats voor hen bij de mensen. Meer was er niet te zien. Gewoon een kindje.  Meer niet. Gewoon een kindje?  Geen  enkel kindje is gewoon. Dan kan elke moeder hier beamen, elke vader kan ons dat vertellen. Alle opa’s en oma’s weten dat hun kindjes heel bijzonder zijn, terwijl het toch maar gewoon kindjes zijn: hulpeloos en kwetsbaar en heel veel zorg en verzorging behoeven.

Vanavond worden wij uitgedaagd, beste mensen, om het gewone heel bijzonder te vinden. Om onze wereld , onze nuchtere wereld van mijn en dijn, van hebben en houden, de kille wereld van kopen en verwerven, van opbieden en handelen los te laten en met nieuwe ogen te willen kijken naar ons leven  en dat van anderen; met nieuwe ogen te  kijken naar de wereld en  het wonder te bezien. Te luisteren naar  de vele engelen die ons een wereld tonen, waarin we ons mogen overgeven en veilig zijn, de wereld waarin we niet geharnast hoeven rond te lopen en waar het kind in ons zich tonen mag. Kortom de wereld van God.  Die wereld waar het kleine in tel is, waar het zwakke gekoesterd wordt, waar verdriet gedeeld wordt, waar pijn verzacht wordt, waar het leven leefbaar wordt en gedragen.

Kerstmis is een dwaas verhaal, mensen, in onze harde, berekende en rationele tijd. Te gek voor woorden.

Wat geweldig dat we zo’n verhaal  koesteren mogen, hier met velen bijeen. Wat geweldig dat we ons mogen overgeven aan de weldadige beleving dat ons leven er toe doet, dat wij belangrijk zijn, dat ik er mag zijn gewoon zoals ik ben, want die engel, de boodschapper van God,  vertelt ons – en elke engel vertelt ons dat:  God is in onze wereld ingetreden, een redder is ons geboren, Jezus de Heer.

Overweging van zondag 21-12-2014 door p. Leon Teubner

De engel Gabriel kwam binnen bij Maria en zei:

Verheug je, begenadigde, God is met je.

 

Wij hebben allemaal wel een voorstelling

van deze ontmoeting van de engel met Maria.

Hij lijkt in onze verbeelding, denk ik, sterk

op de engel die wel bij elke kerststal hangt:

een menselijke figuur met twee vleugels en een boodschap:

‘Vrede op aarde en in mensen een goede wil.’

 

Een engel als Gabriel lijkt zo een zelfstandig wezen te zijn,

een hybride gestalte, iets van een mens en iets van God,

uit de hemel neergedaald op aarde om mensen bij te staan.

 

Engelen zijn ‘in’, je kunt ze googelen op het internet.

Je kunt er zelfs een cursus vinden waarmee je in 10 stappen

met hen in contact kan komen om geestelijke begeleiding.

Maar als je zo naar engelen kijkt, verdwijnt er iets essentieels.

 

God zelf verdwijnt namelijk geheel uit het beeld,

en de engel op zich komt centraal te staan.

Maar een engel in de Schrift is nooit een op zichzelf staand wezen.

Een engel in de Schrift staat altijd voor het woord van God.

Hij ís het woord van God en zonder dat ís hij niet.

 

Uit eerbied en ontzag voor God wordt hier door Lucas

een engel, een boodschapper, ten tonele gebracht.

Maar het is God zelf die hier tot Maria spreekt en zegt:

 

Verheug je, begenadigde, want Ik ben met je.

 

Dit woord van God schokt Maria ten diepste:

Zij hoort en verstaat Gods woord tot háár gesproken:

 

Verheug je, begenadigde, want Ik ben met je!

 

God is met je – verheug je.

Dit woord – God is met je, hier en nu –

schokt Maria, en ook haar kijk op het leven,

op de werkelijkheid waarin zij leeft, op al wat is.

 

Alles wordt anders: zij weet nu –

ik ben een gezegende van God uit;

en zij voelt: God is met mij, altijd al,

God is met mij, bij alles wat ik doe,

bij alles wat mij overkomt.

 

Nadat dit goddelijk woord haar geraakt heeft

tot in het binnenste van haar ziel,

zegt de engel tegen haar:

 

                Zie, je zult zwanger worden en een zoon baren.

Zie. We worden met Maria uitgenodigd anders te kijken

naar het begin van een nieuw leven,

naar iets wat heel gewoon lijkt, maar het helemaal niet is:

 

                Zie, je zult zwanger worden en een zoon baren –

jij die nog geen man bekend;

En nog eens, even verder in het verhaal:

                Zie, je nicht Elisabet is in haar 6e maand –

zij die onvruchtbaar genoemd wordt.

 

Twee vrouwen die op zichzelf alleen niet vruchtbaar zijn:

Maria, want zij heeft nog geen man,

en Elisabeth die onvruchtbaar genoemd wordt.

En beiden zijn van God uit zwanger geworden.

 

Als Maria verneemt dat zij zwanger wordt,

vraagt zij zich af hoe dat kan gebeuren.

Hoe kan er nieuw leven in en vanuit mijzelf ontstaan?

Hoe wordt er vruchtbaarheid in mij verwekt?

De engel antwoordt haar en zegt:

 

Heilige Geest zal over je komen,

de kracht van de Allerhoogste

zal je overschaduwen;

 

Door Maria wil het evangelie van Lucas ons anders leren kijken,

naar wat we vanzelfsprekend hebben leren verstaan,

als de biologische geboorte van Jezus uit een maagd.

Het verhaal ontkent deze maagdelijke geboorte niet,

maar het legt de nadruk op iets geheel anders.

 

Het verhaal benadrukt dat alle leven enkel maar van God uit komt.

Ook ons leven, en het leven van al wat leeft.

Ook wij zijn in de moederschoot verwekt door heilige ademtocht.

Door de kracht van de Allerhoogste zelf

leven wij tot op vandaag ons leven, hier en nu,

 

En ook wij worden, zoals Maria, door God gezegend.

Alle mensen, mannelijk en vrouwelijk door Hem geschapen,

worden door Hem gezegend met vruchtbaarheid –

zíjn vruchtbaarheid – zo hoorden we in de 1e lezing.

 

In ‘n begin schiep God de hemel en de aarde.

De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte,

en Gods heilige ademtocht zweefde over de wateren.

 

En God zei: ‘Laat Ons mensen maken,

in Ons beeld tot Onze gelijkenis.

 

En God schiep de mens in zijn beeld;

in het beeld van God schiep Hij hem;

mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.

God zégende hen, en sprak tot hen:

‘Wees vruchtbaar’.

 

Gods scheppende Geest,

het Woord van ieder nieuw begin,

spreekt en het is vruchtbaar.

 

Zijn woord spreekt: licht – en er is licht;

Zijn woord spreekt Oss – en Oss is;

Zijn woord spreekt Leon – en ik ben;

Zijn woord spreekt ieder van ons – en wij leven.

 

Al wat God spreekt, dat ís, dat bestaat,

en dat zal heilig genoemd worden,

want het is de vrucht van God, door Hem verwekt.

Het woord van God geeft al wat leeft,

Ja, geeft het leven zelf.

Dat Woord van God heeft nu in Maria zijn doel bereikt.

 

God zelf komt in haar tot leven.

Hij verwekt zichzelf in een jonge vrouw,

die zwanger wordt van zijn woord: van God zelf.

En precies dat wil Hij in het leven van ieder mens:

in ons tot leven komen en vruchtbaar zijn.

 

Wat we vandaag met Maria horen is een groot mysterie,

een Geheim dat ons ontgaat, als we het alleen maar verbinden

met de verwekking van Jezus zo’n 2000 jaar geleden.

 

Maria staat voor ons allemaal.

In ieder van ons, die het leven ontvangt van God uit,

wil Hij vruchtbaar tot leven komen.

Zijn diepste verlangen is het om ieder van ons

om te vormen tot zijn dochter, tot zijn zoon.

 

Gods woord spreekt ons elk moment nieuw leven in.

Hij verwekt ons hier, doet ons nu opnieuw geboren worden,

opdat wij vruchtbaar en  bevrijdend worden voor elkaar.

 

Laten ook wij het woord van de engel ontvangen,

en het beantwoorden met Maria, en zeggen:

Hier ben ik – mij geschiedde naar uw woord

 

Zodat de Messias ook in ons tot leven komt,

en Hij niet voor niets voor ons gestorven is.

 

Overweging van zondag 7-12-2014 door p. Leon Teubner

Het evangelie van deze tweede zondag van de Advent

opent met een vreugdevolle mededeling:

 

Begin van de blijde boodschap van Jezus Christus.

 

Ons wordt vandaag verheugend nieuws gemeld.

Niet dat er vrede is op aarde, of dat we uit de recessie zijn,

niet dat we de loterij hebben gewonnen,…

 

Nee, het is een heel andere verheugende mededeling,

eentje waar we misschien niet meteen blij van worden.

omdat we hem niet meteen verstaan of doorhebben.

Daarom begint die mededeling ook met ‘zie!’:

 

Zie, Ik zend mijn bode uit voor jouw gelaat,

die jouw weg voor jou bereiden zal.

 

Zie! Wij worden uitgenodigd iets te gaan zien,

wat we normaal gesproken over het hoofd zien.

Zie! Kom eens hierheen, naar waar Ik sta – Ik jouw God,

Kijk eens met mijn ogen naar jouw leven,

Hoor eens met mijn oren naar de zegging van mijn Woord:

 

Zie, Ik zend mijn bode uit voor jouw gelaat,

die jouw weg voor jou bereiden zal.

 

God zendt elk moment zijn bode, zijn Woord, tot mij.

Zijn Woord is Hijzelf die alles schept en voorgeeft:

mijzelf, de ander, al wat is, al wat mogelijkheden heeft en grenzen,

wat kwetsbaar is en behoeftig, maar ook wat groeien kan en bloeien.

Zijn Woord is ook zijn wijsheid, zijn aanwijzingen en zijn geboden

hoe wij bewarend om kunnen gaan met onszelf, de ander, zijn schepping.

 

Zie, Ik zend mijn bode uit voor jouw gelaat,

die jouw weg voor jou bereiden zal.

 

Mijn weg is een schepping van God uit, en geen andere weg.

Zijn woord zal de vorm en de richting van mijn weg bereiden.

 

Zie, Ik zend mijn bode uit voor jouw gelaat,

die jouw weg voor jou scheppen zal.

Hoor – een stem van een roepende:

in de woestijn bereidt de weg van de Heer,

in de woestijn maak recht zijn paden.

 

Maar dat is vreemd!

Het Woord van God bereidt de weg voor mij,

en datzelfde Woord roept vervolgens tot mij:

 

in de woestijn zul jij de weg van je Heer bereiden,

in de woestijn zul je zijn paden rechten.

 

God schept voor mij mijn weg, mijn mogelijkheid om te leven,

en ik moet de weg van God bereiden, die Hij met mij wil gaan.

Dat klinkt paradoxaal en onbegrijpelijk.

Gelukkig verduidelijkt Jesaja elders waarover het hier gaat.

In de 1e lezing hoorden we Gods Woord tot ons spreken:

 

Zie, Ik leid blinden langs wegen die zij niet kennen,

langs onbekende paden leid Ik hen.

Voor hen uit verander Ik het duister in licht,

en maak Ik ruwe plekken vlak.

Dit alles doe Ik en Ik laat hen niet in de steek.

 

Zie! Opnieuw iets dat we misschien moeilijk kunnen zien en beamen:

 

Zie, Ik leid blinden

 

God kan maar mijn weg bereiden in de mate dat ik ga inzien

dat ik meestal blind bent voor de weg die Hij met mij wil en zal gaan.

Mijn weg met mijzelf en de ander gaat zo vaak anders dan ik wil.

Mijn wegen zijn niet jullie wegen, zegt God,

en mijn gedachten zijn niet jullie gedachten.

 

Wij zijn vaak blind voor de weg die God met ons gaat, zegt Jesaja.

Niet dat wij blind zijn, is voor God een probleem: zo schept Hij ons.

Het probleem is dat we denken dat we zien.

En omdat we denken ziende te zijn, gaan wij niet Gods wegen

maar die van onszelf, die wijzelf plannen en uitstippelen.

Wij gaan wegen die ons ongemerkt terugbuigen op onszelf,

en ons doen afkeren van Hem.

 

Luister, jullie doven; jullie blinden,

zegt God tot ons: kijk toe en zie.

Wie is er zo blind als mijn dienstknecht?

en wie is zo doof als de bode die door Mij gezonden is?

Wie is er zo blind als de aan God toegewijde?

zo blind als de dienstknecht van de heer?

 

Blind is slechts diegene, die beseft en beaamt dat hij blind is.

Wij zijn blind, maar: wie ziet dit van zichzelf en geeft dat toe?

Enkel diegene die dit beaamt, kan zich toevertrouwen aan God

en kan zich door Hem laten leiden.

 

Dat is het begin van de blijde boodschap van vandaag.

De Schrift, de profeten en Marcus wekken in mij het besef,

dat wij blind zijn voor Gods paden en wegen met ons,

en dat wij precies dát moeten gaan zien en beamen.

 

Want alleen dan kan Hij doen wat Hij het liefste doet:

ons leiden en thuisbrengen bij Hem, vandaag en alle dagen dat wij leven.

Daarom wordt hier ook het beeld van de woestijn gebruikt,

wat verwijst naar het gebracht worden in het beloofde land.

Veertig jaar woestijn, een leven lang geleid worden door God.

 

In de woestijn zijn er geen gebaande wegen.

Je verliest er je houvast, de greep op jouw weg.

Wel sporen her en der, maar ook luchtspiegelingen,

en geen enkel zicht op het eindpunt.

In de woestijn moet je durven vertrouwen

op de sporen en de verhalen van je voorgangers.

 

Voor ons betekent dit, dat wij ons moeten toevertrouwen

aan het Woord van God in de Schrift en doorheen de traditie.

Ons lijf, onze vermogens en die van de ander, en de schepping,

met daarbij zijn aanwijzingen en geboden, vormen zijn spoor,

waarmee wij zijn weg in de woestijn kunnen bereiden.

 

Bereiden is een ambachtelijk woord.

Het betekend gedurig wrottend bezig zijn.

Elke dag opnieuw je toevertrouwen en laten leiden door zijn Woord.

Dat is het rechten van zijn paden: elke dag je rechtstreeks richten op Hem.

Zo zullen we thuiskomen, hoe dan ook.

Dat is de vreugdevolle tijding van het evangelie van vandaag:

 

Begin van de blijde boodschap van Jezus Christus.

Zie, Ik zend mijn bode uit voor jouw gelaat,

die jouw weg voor jou bereiden zal.

Een stem van een roepende:

in de woestijn bereidt de weg van de Heer,

in de woestijn maak recht zijn paden.

 

Iemand vertelde laatst dat hij te horen had gekregen

dat hij mogelijk een zware operatie moest ondergaan.

Dit schokte hem diep en wekte een existentiele angst.

Zijn weg neemt plotseling een onverwachte wending.

Woestijn. Geen gebaande wegen meer….

slechts een enkel spoor,…. een onbestemde horizon.

 

Een boodschap die geen blijde boodschap is.

Zoals bij een plotseling ontslag,

of bij het opbreken van een relatie;

bij het sterven van een geliefde,

of bij het minder worden van lichaam of geest.

 

Dan lijkt de weg plotseling te eindigen in een woestijn:

‘hier is geen weg meer – einde verhaal’.

Maar precies dáár zegt Marcus,

word je uitgenodigd de weg van God te bereiden.

 

Durf ik in zo’n situatie te geloven

dat ook dit een nieuw begin kan zijn,

op de weg van God met mij –

een weg die ik voor Hem bereiden mag,

omdat Hij er is, Hij die altijd en niet aflatend

mijn weg bereiden zal?

Overweging van zondag 13-12-2014 ddoe p. George Zeegers

Woord van welkom

Goede morgen, beste mensen, van harte welkom hier weer vanmorgen om te vieren. Het is zondag Gaudete, “verheugt U” want het is bijna Kerstmis.  Wij hebben een blij geloof!

Midden onder U staat Hij die gij niet kent, horen Johannes zeggen. Dat was niet alleen toen, dat is ook tot ons gezegd.

A special welcome to you, singers from Sint Pietersburg.  You were more often our guests. You want to join us in this holy service with your singing. We are full of expectation. And feel very welcome.

 

Overweging.

Vorige week hoorden we ook over Johannes de Doper vanuit het evangelie van Marcus. Johannes werd daar toen neergezet als de voorloper en wegbereider van Jezus. Nu in het evangelie van de evangelist Johannes wordt die doper Johannes de getuige. Hijzelf is niet zo belangrijk. De onderzoekscommissie die is uitgestuurd door de Hoge Raad in Jerusalem moet eens goed onderzoeken wie dát nu weer is, die daar staat te dopen in de Jordaan. Er was al zoveel religieuze onrust. En deze trok steeds meer mensen. Wie ben jij eigenlijk en wat betekent dat dopen? Johannes moet zich legitimeren voor de kerkelijke overheden. Johannes laat zich niet intimideren: nee ik ben niet de Messias, niet Elia of DE profeet, de nieuwe Mozes. Het gaat niet om mij, is zijn getuigenis, maar om Hem “Midden onder U staat Hij die gij niet kent”.  We zingen dat vaak in een bekend lied:  Midden onder u staat Hij die gij niet kent.

Johannes laat zich niet van de wijs brengen, hij blijft duidelijk bij zijn levensopdracht: te getuigen van Hem die na Hem komt, van Hem die groter is en om wie het wel moet gaan. “Ik ben niet waard zijn sandalen los te maken”.

Het aardige is, dat Jezus elders in het evangelie  – bij Matteus ( 12 )– Johannes de grootste onder de mensen zal noemen.

Het zijn trouwens wel indringende vragen die aan Johannes gesteld worden.  Als je daar even bij stil staat:  Wie ben jij? Wat ben ik? Wat stel ik voor?  waar leef ik voor?  Wat zijn mijn idealen? Ja, wie ben ik?   Indringende vragen, die aan Johannes gesteld worden. Maar het is ook een indringend woord, dat Johannes daar spreekt. Indringend : niet alleen voor toen en dáár, maar ook voor nu en hier! Voor ons.

Want dat is de boodschap, denk ik, voor ons: midden onder u staat Hij die gij niet kent. Waar ontmoeten wij de Heer? Overal waar Hij handen en voeten krijgt. Niet in mooie woorden, en fraaie uitdrukkingen, maar in daden. In ons doen  en laten. Daar waar Jezus levens-drive zichtbaar wordt, zijn inspiratie, zijn Geest. Steeds waar mensen mij versteld doen staan door hun vanzelfsprekende inzet, door hun zorg, door hun trouw. Ik sta vaak versteld van de levensmoed van mensen; ik wordt vaak stil aan het ziekbed van mensen, als zij over hun leven vertellen; hun verontwaardiging over kwade dingen opent mij de ogen voor onrecht; hun geloof brengt mij tot God.

Midden onder U staat Hij  die gij niet kent.

Over Jezus is veel geschreven, ik heb veel gehoord en gelezen over Hem, over zijn leven, over het geloof in Hem. Hij leeft voor mij en ik ontmoet Hem in de gewone eenvoudige dingen van mensen, daar waar het leven geleefd wordt: in de vreugde en de dankbaar van het leven ondanks de moeite, de pijn en het verdriet van het leven; in al de vele -meestal heel kleine- dingen van mensen met elkaar. Zij getuigen voor mij het meest indringend van de Immanuel, de God met ons. Want midden onder ons staat Hij die we wel kennen.

 

 

 

Overweging van 30-11-2014 1e zondag van de Advent; door p. George Zeegers

Woord van welkom

Goede morgen allemaal, beste mensen, welkom in onze viering vanmorgen. We beginnen een heel nieuw jaar. Het is de eerste zondag van de advent. Onze voorbereiding van het Kerstfeest van 2014 beginnen we vandaag. Om Jezus te ontmoeten moet je wakker zijn, wees waakzaam klinkt het tot drie keer toe uit de  mond van Jezus.  De liturgie voert ons in de weken van de Advent vanuit de duisternis naar het licht. Naar het licht van Kerstmis.

Steken we de eerst kaars aan in deze mooie krans. Laat komen Hij de komen zal, verlangend zien wij naar Hem uit.

 

Inleiding eerste lezing.

In de eerste lezing horen we het gebed van Jesaja. De joodse ballingen mochten terugkeren naar hun eigen land en een groep van hen heeft dat gedaan en vindt de stad, Jeruzalem in puin, de tempel een ruïne. Een rouwmoedige profeet smeekt om Gods aanwezigheid.

 


Overweging.

Jezus spreekt graag in parabels over het rijk van God, en Hij gebruikt dan vaak het beeld van iemand die naar het buitenland vertrekt -een koning of een Heer- en die vertrouwt zijn bezit toe aan zijn dienaren. Vandaag wordt de woning aan de dienaren  toevertrouwd. En de aanmaning s dan: weest waakzaam, want je weet niet wanneer, op welk uur, die Heer terug komt. Zorg dat Hij je wakend aantreft.

Ik heb die tekst altijd verstaan als gaande over het einde van het leven: zorg dat je goed leeft, want je weet niet wanneer het einde van je leven komt en je je  moet verantwoorden voor je leven.

Nu denk ik: die tekst gaat over mijn leven hier en nu. Dat rijk van die Heer, dat bezit van die heer, dat is onze aarde, dat is deze schepping en al wat daarop staat en leeft, de mensen vooral. Hier en nu moeten wij zorg dragen voor al wat is, want het is mij/ons toevertrouwd. Wij moeten waken over de hele schepping! Op veel plekken van de wereld is het een puinhoop, maken mensen een puinhoop van onze lieve aarde. We kunnen leven met angst en beven in onze eigen omgeving. Er zijn ook donkere wolken,  zo lijkt het,  die op ons afkomen, vooral als je zorg gaat nodig gaat hebben of al nodig hebt. Mensen kunnen heel bezorgd zjn over  het mullieu over oze jeugd over van alles. De liturgie zegt ons:  niet doen, niet doemdenken, niet alleen naar het donker  kijken. Kijk om je heen open en wakker en je ziet ook altijd licht. Zie we hebben een lichtje aangestoken. Er is altijd licht te zien, als je er naar kijken wilt. Op de puinhopen van  Jeruzalem wijst Jesaja naar de toekomst en de aanwezigheid van de Heer. Met Kerstmis vieren wij  dat God zich met deze wereld heeft ingelaten, zich engageert met zijn – alle- mensen.  En het is hartverwarmend om goede dingen te zien.

 

 

Robin Huisman, Alexandra Kooijman, jullie zijn met 28 anderen naar Hunedouara in Roemenie geweest tijdens de herfstvakantie om daar een week te werken, te klussen in een kindertehuis en met de kinderen op te trekken.

Willen jullie hier naar voren komen en ons iets over dat project te vertellen en over jullie ervaringen?

En probeer goed in de microfoon te praten.

 

Alexandra, hoe kwam je er bij om met dit project mee te gaan?

Robin, vertel eens wat jullie zoal gedaan hebben?

Alexandra wat heeft jou het meest geraakt?

En Robin? Jou ??

En wat hebben jullie geleerd, iets waar wij ook nog wat aan hebben misschien?

 

 

 

 

Overweging van 23-11-2014 door P. George Zeegers

 

Woord van Welkom

Goede morgen,  beste mensen, van harte welkom vanmorgen in onze viering. Het is de laatste zondag van ons kerkelijk jaar. We vieren dat Christus Koning is. Christus is de koning van ons leven, niet staatkundig, maar in het personele vlak. Hij is mijn voorbeeld, mijn idool.  Hij is het gezag in  mijn leven,  degene die wat te zeggen heeft voor mijn welzijn en wel bevinden, want bij Hem hoor ik Gods eigen woord en zie ik Gods eigen handelen.

Vandaag is het ook een bijzondere dag want ons koor het Titus Brandsmakoor bestaat vandaag 10 jaar. Nou dat is toch ook heel bijzonder. En dat vieren we met jullie vooral in de personen van Gertrude van Santvoord,  Theo Vendelmans en  Martien Donkers. Dat wij een goede viering mogen hebben.

Maken we het stil om open te staan voor Gods woord in ons midden.

 


Overweging

Matteus heeft in zijn evangelie het levensverhaal van Jezus verteld, maar hij heeft dat zo geredigeerd dat hij Jezus 4 grote redevoeringen laat houden waarin woorden, gezegden en gedachten van Jezus samenkomen.  Vandaag horen we het slotstuk van de laatste redevoering en daarin een groots tableau van de eindtijd.

Als Jezus over zichzelf spreekt gebruikt hij vaak dat woord uit het boek Daniël ”mensenzoon”.  Een bijzonder woord dat ook iets laat doorklinken van iedere mens, van “de”mens. In Jezus horen we iets over elke mens, over ieder van ons.

Het beeld van het laatste oordeel heeft in alle tijden kunstenaars geïnspireerd tot grootse beschrijvingen en  schilderingen.  Op de grote wand in de sixtijnse kapel, voor wie daar geweest is, schildert Michael Angelo zíjn visie op dat tafereel. In de apsis van veel van onze kerken zien we een verbeelding van dit oordeel. Want in onze menselijke beleving van gerechtigheid moet er een finale afrekening komen, ooit, eens, over het leven dat een mens geleefd heeft. Ieder mens moet rekenschap afleggen over zijn leven, zo voelen wij dat, zo is onze menselijke behoefte. Dat was in Jezus’ en Matteus’ tijd niet anders.

Maar heel anders dan bij ons in de rechtszaal gaat het niet over goed of kwaad, over bewijzen en verweer. Er geldt één regel:  “wat je de minsten der  mijnen hebt gedaan, dat heb je mij gedaan”. Er geldt één criterium: heb je God gediend, heb je Zíjn-  Gods – bedoeling waar gemaakt in je leven: heb je het leven gediend en omarmd en gekoesterd, vooral daar waar het werd bedreigd . Heb je omgekeken naar je medemens, vooral je medemens in nood. Onze koning wil gediend worden in zijn mensen.  Letterlijk:  “Ik” had dorst,  “Ik” had honger, “Ik” was ziek, “Ik” zat in de gevangenis…  en jij , waar was jij ????

 

Dit verhaal is wel heel indringend.  De arme staat altijd op onze stoep; en dat vinden we helemaal niet leuk meestal. De armen: zij verstoren onze rust, onze vertrouwde manier van doen; zij zijn altijd stoorzenders en vaak ook zijn zij een angel in ons geweten, want zij doen een appèl op ons.  Een bedelaar op de stoep van de kerk in zuidelijke landen en soms ook hier.  Een straatkant- verkoper bij het station, we worden er onrustig van  en voelen ons niet prettig. Wat te doen? Is daar wel echte nood? Wordt onze fooi niet verzopen in het café? en je kunt toch niet de hele wereld redden! We redeneren ons er wel uit meestal, maar het is niet prettig.

Christus navolgen vraagt inzet en moed en zelfoverwinning. Jezus daagt ons uit om je medemens te zien en nabij te  zijn, zeker als die hulpbehoevend is.

Ik vind het hartverwarmend binnen onze gemeenschap dat ik zo vaak verhalen hoor over hulp aan anderen, over klaar staan  en nabij zijn als iemand dat nodig heeft. Jezus is de Heer van ons leven, onze Koning! Dat wij Jezus meer en meer representeren in de wereld waarin wij leven.

 

Overweging van zondag 14 november door p. George Zeegers

 

Het is een heel moderne parabel, die we zojuist hoorden: je moet je talenten ontwikkelen en gebruiken. Scholen hebben een talentenklas,we krijgen een talentencampus en ook het eind van die parabel klinkt heel modern. In het zakenleven van onze tijd, daar moet winst gemaakt worden of anders deugt het niet. Je  moet je geld niet in je oude kous bewaren, maar zet het op de bank dan krijg je tenminste nog rente. Want het moet opleveren! En zelfs het  einde  dat zo hard klinkt is de gang van zaken bij elk faillissement of in minder economische tijden: mensen die eruit moeten, hun baan verliezen of zelfs met grote schulden achterblijven bij het sluiten van een bedrijf.

En toch klinkt het ook weer niet erg christelijk. Het gaat hier  -dat weten we – over een parabel, Parabels zijn voorbeeld- verhalen die iets speciaals willen duidelijk maken en dus dingen op scherp zetten..en hier is dat duidelijk: God is die man  die naar het buitenland vertrekt. Wij zijn die dienaren die op zijn bezit moeten passen. Het talent was de  grootste geld-eenheid van die tijd, een waarde van 40 kilo zilver, wordt geschat, we weten dat niet precies..  En wij, zijn dienaren,  moeten de talenten die ons zijn toevertrouwd gebruiken, zodat ze vrucht dragen.

De beeldtaal van deze parabel is die van de economie: geld maken, werken en winst maken. De parabel spreekt over de bank en rente.  Het  klinkt allemaal heel modern, helemaal van onze tijd. Maar… het gaat hier niet over geld verdienen of aandelen en winst. We moeten goed luisteren! De heer vertrouwt niet ieder zijn afzonderlijke persoonlijke kwaliteiten toe; Hij vertrouwt zijn hele bezit toe aan zijn dienaren. En zijn bezit dat is niet geld. Dat is zijn ideaal, zijn droom met de hele schepping, met zijn mensen en zijn mensengemeenschap. Dat is de uitdaging waar wij voorstaan: Gods schepping en zijn bedoeling met al wat is, tot bloei brengen en vooruitdragen. En daar mag niemand zich aan onttrekken

Het woord ‘talent’ heeft twee betekenissen gekregen, waarschijnlijk door deze parabel, want het  woord talent werd ook de naam voor  de menselijke kwaliteiten die je meedraagt. En al hebben we allemaal verschillende kwaliteiten, we hebben er o zoveel –  ieder van ons. We zijn geweldig begiftigde wezens, we kunnen er mee tot op een onbenullige astroïde ergens heel ver weg in het heelal komen.  Al je talenten moet je aanwenden, zo goed je kunt, opdat Gods droom met mij en met zijn hele schepping waar wordt, gerealiseerd wordt, mede door mijn inspanning. En als je doet wat je kunt, dan is het goed . En dan is het heel goed. “Uitstekend goede en trouwe knecht”, klinkt het. Dat is de zin van deze parabel.

 

De  liturgie van deze zondag geeft een duidelijk voorbeeld. We lazen in de eerste lezing een van de schaarse stukken over de vrouw.  Onze bijbel komt uit een mannencultuur. Zoals ook in onze profane geschiedenisboeken het bijna uitsluitend over mannen gaat, zo is dat in de bijbel ook zo. Het is dan ook  bijzonder dat het boek Spreuken eindigt met zo’n uitgebreid loflied op de vrouw. Dit is maar een gedeelte van dat loflied en dit stuk is al duidelijk genoeg. en liegt er niet om. Een sterke vrouw wie zal haar vinden begint de tekst. Nou..sterke vrouwen zijn er zat, hier een kerk vol sterke vrouwen niet vanwege haar spierballen of haar hoge positie in de samenleving, maar wel om haar basis plaats in de samenleving, vrouwen zijn de draagsters van het leven, de draagsters van onze gezinnen, de draagsters van onze gemeenschappen, ook van onze geloofsgemeenschap.

Deze tekst is een gedicht,  een acrosticon, dwz dat ieder regel begint met een volgende letter van het hebreeuwse alfabet begint. De bijbelwetenschappers zijn er tamelijk over eens dat in dit gedicht de vrouw het beeld is van de wijsheid van God.

Nou, dames, een mooier compliment kan de Bijbel jullie niet maken.