Overweging van zondag 15-7-2015 door p. George Zeegers

Woord van Welkom

Goede morgen beste mensen, van harte welkom weer in onze viering, Ook hebben we in deze tijd geen koor, zingen kunnen we voluit. We horen dat de leerlingen door Jezus worden uitgezonden twee aan twee om de goede boodschap te verkondigen, een soort stage voor het grote werk later.  Wij zijn ook leerlingen van Jezus, Hij brengt ons hier bijeen. Dat wij Hem hier ontmoeten in woord en brood.

 

 

 Overweging.

De evangelisten, vooral Marcus, zijn meestal heel kort en kernachtig in hun beschrijving van wat gebeurde.  Vorige week hoorden we dat Jezus zelf in zijn eigen plaats Nazareth niets kon uitrichten en daarop volgend vandaag over de uitzending van de 12 leerlingen. Hij had zich leerlingen en medewerkers gezocht vooral bij de vissers van Kafarnaum. Die roepingsverhalen zijn heel kort: kom en volg mij, en ze lieten hun netten in de steek, staat er dan. Dat is natuurlijk een heel proces geweest van wegen en afwegen.  Maar ze waren Hem gevolgd. Een hele reeks mensen verzamelde Hij langzamerhand om zich heen en  liep met Hem mee, maar twaalf in het bijzonder die had Hij speciaal geroepen.  En deze zond Hij uit om zijn werk uit te voeren en later voort te zetten. Zij leerden in de praktijk, al doende, het goede doende. En dat leer je niet uit boeken, het leven leer je in de praktijk van het leven zelf, net zoals je zwemmen en autorijden niet vanaf het schoolbord leert.

Jezus had dus een uitzendbureau om zo te zeggen. Hij was zijn tijd ver vooruit! En Hij heeft dat uitzendbureau nog steeds en wij zijn de gezondenen en met Hem vormen wij het uitzendbureau Titus Brandsma. Wij zijn die leerlingen, wij moeten er op uit. Getuigen van een God die het goede wil voor iedereen.  Wii kunnen niet binnenkerkelijk gezellig zitten samenzijn, wij moeten naar buiten, naar Oss en omstreken.. Wij zijn  een missionaire kerk, want wij hebben een boodschap. Vroeger stuurden wij missionarissen naar verre landen en ondersteunden hen met allerlei acties . De tijden zijn veranderd. Die missionarissen hebben we bijna niet meer.  Maar onze opdracht en roeping blijft. Getuigen van God die het goede wil voor iedere mens. Dat gebeurde vroeger trouwens ook heel duidelijk. Als we ons realiseren wat onze ouders en grootouders allemaal hebben opgezet  in eigen omgeving: onderwijs, ziekenzorg , ouderen zorg, armenzorg, allerlei vormen van zorg en verdieping in de arme en vrome tijd van toen. Geweldig!

Maar  wij nú, in onze tijd. Want onze kernopdracht blijft: getuigen zijn!  Soms, vaak? tegen de machthebbers in zoals die Amos, een eenvoudige vijgenkweker en veehoeder, maar een die zijn opdracht verstond en daaraan trouw bleef.

En voor deze opdracht hoeven wij niet geleerd te zijn of rijk te wezen. Eenvoud en soberheid kenmerkte de opdracht voor de eerste christenen. Getuigen van een God die Liefde is, doe je door zelf goed te zijn, zorgzaam, welwillend naar iedere mens; niet oordelend en zeker niet veroordelend, maar geïnteresseerd en met belangstelling voor de mens op onze levensweg. Door hier in onze bijeenkomsten gastvrijheid uit te stralen en mensen die nieuw zijn  of die we niet kennen te benaderen en welkom te heten. Het is tekenend dat in de evangelie wordt gezegd dat de leerlingen olie meekregen om de zieken te genezen. Olie, maakt soepel en dringt diep door in de huid, weldadig en beschermend. Wij gebruiken dat nog steeds bij onze sacramenten. Maar het mag ook voor ons het beeld zijn van de werking van Jezus’volgers in de samenleving van onze tijd. De smeerolie van God zijn tussen de mensen hier en nu.

Advertenties

Overweging van 1 juni 2015 door Dirk Kramer

 

Inleidend woord:

Zaad in de aarde geborgen een lange winter lang

wacht op de warmte en het licht van de lente,

ontkiemt en loopt uit, staat bloot aan allerlei gevaren,

en als het overleeft brengt het rijkdom en voorspoed,

vrede en vreugde aan wie goed willen.

 

DE STILLE KRACHT VAN GOD.

In de Bron, de geschiedenis van Israel vertelt James Michener het verhaal van een vrouw die 10 000 jaar geleden wakker wordt en naar buiten gaat om graan – spelt – aren te oogsten en dit te malen en er brood van te bakken.

De mensen zijn na een periode van nomaden te zijn geweest hebben zich gevestigd op vruchtbare grond. Dit werd mogelijk toen zij ontdekt hadden dat zij zaad konden verzamelen, dit uitzaaien en het oogsten. Het bespaarde hen veel werk want zij hoefden niet meer grote afstanden af te leggen om  voor hun dagelijks eten te zorgen.

De vrouw kijkt naar buiten, ziet de lucht, de zon en haar wereld en denkt bij zichzelf hoe goed zij en haar familie het heeft.

Dankbaarheid aan een hoger wezen welt in haar op.

Zaaien en vertrouwen dat er geoogst kan worden is een reden tot dankbaarheid.

Het beeld van de zaaier van van Gogh roept hetzelfde gevoel op. Ritmisch en krachtig stapt hij voort over het veld, dat gereed gemaakt is voor het zaad dat hij gul en breedwerpig uitstrooit. Vol vertrouwen op de kracht van het zaad, dat goed gekozen is en onzichtbaar in de grond zal ontkiemen en een nieuw gewas en een nieuwe oogst zal leveren.

In september wordt in onze parochie – het wordt al een hele traditie – het jaarlijkse reisje georganiseerd naar het kloosterdorp Steyl. In 1875 heeft Arnold Janssen daar een eerste klooster gesticht. Hij was geïnspireerd door het boek van de openbaring dat er iets nieuws begonnen moest worden.  In die tijd was de wereld een grote puinhoop. Er was oorlog en onrust, het kolonialisme was de leer van de wereld en wij blanken dachten dat de wereld van ons was. Hij durfde ondanks de onrust en de oorlogen iets nieuws te beginnen. Hij vertouwde op de toekomst.

Janssen stichtte een nieuwe congregatie van missionarissen en zusters die eerst naar China en later naar vele andere landen de Blijde boodschap gingen brengen. Velen van hen gingen de wereld door en werden Chinezen met de Chinezen,Indonesiër met de Indonesiërs, Afrikaan met de Afrikanen,  een met de mensen waar zij terecht kwamen onder de leuze:. “Het hart van Jezus leeft in het hart van alle mensen”.

De wereld is veranderd. Wij kijken met andere ogen naar onze wereld en zijn bewoners, het gelijk zijn van iedereen, onafhankelijkheid van vroegere koloniën, mede verantwoordelijkheid voor elkaar.

Daardoor zijn er weinig of geen missionarissen meer zoals toen. De eigen bevolking kiest hun eigen geestelijek leiders die de blijde boodschap verder verspreiden.

De mede verantwoordelijkheid voor de wereld en hun bewoners, zeker voor de minderbedeelden blijkt uit vele activiteiten van mensen die in ons land en in de rest van de wereld.

Nu worden er geen missionarissen en zusters gevormd in Steyl en zoekt men een andere invulling krijgt, maar wel wel in de geest van Arnold Janssen bijvoorbeeld door studenten uit de derde wereld te huisvesten.

Gastvrijheid is daarbij een belangrijk uitgangspunt. Mensen een thuis bieden, op verhaal laten komen, zodat ze daarna hun eigen weg veilig kunnen volgen.

Het begint heel klein zoals het mosterdzaadje, het kleinste van alle zaden. Je ziet het bijna niet en het verwaait waar je bijstaat. De zaaier zaait het uit en hij vertrouwt op de kiemkracht zodat het boven de grond zal komen en uitgroeien. Het wordt een boom. De vogels nestelen er in en de grazende dieren vinder beschutting onder als de dag op het heetst is.

Je moet het lef maar hebben, iets nieuws beginnen.

Dat vertrouwen is wel nodig want er kan zoveel mis gaan. Droogte, stormen en overstromingen kunnen de oogst onzeker maken en toch zaait de zaaier en toch gelooft hij in de oogst ook al zal hij die misschien niet meer meemaken.

Dat is het vertrouwen van de vrouwen van 10 000 jaar geleden, dat is het geloof van de zaaier en dat is ook het geloof van alle goedwillende mensen. Dat is de vruchtbare grond waar het zaad ligt te wachten om tot volle wasdom te komen en een rijke oogst voort te brengen, ook al zul je het zelf misschien niet meer meemaken.

Voor hen en ons geldt  de tekst van de dichter Adriaan Roland Horst:

Ik zal de halmen niet meer zien,

noch binden ooit de volle schoven.

maar doe mij in de oogst geloven,

waarvoor ik dien.

 

 

 

Overweging van 5 juli 2015 door p. George Zeegers

 

Woord van welkom

Goede morgen beste mensen, van harte welkom hier weer in onze viering. In Brabant begint pas volgende week de vakantie, maar onze parochie is vandaag al op vakantie en we zullen dus zonder koor zijn.  Maar zingen… dat kunnen we.

Vandaag is het thema de  Profeet.  Jezus vergelijkt zijn optreden met dat van een profeet, hij die namens God spreekt. Mogen wij hier Gods aanwezigheid in woord en daad beleven.

 

Maken we het stil een ogenblik.

 Gebed:

Goede God, U bent in geen beeld te vangen,

alleen verstaanbaar met een gelovig hart.

Maak ons open en ontvankelijk.

Geeft dat wij uw wonderlijke aanwezigheid zien en erkennen

in wat er aan bevrijdend leven van mensen aanwezig is.

Geef dat wij het alledaagse wonderlijke verhaal van mensen ,

die elkaar het leven mogelijk maken,

kunnen zien als uw verhaal in ons midden.

Dat vragen wij U in naam van Jezus,

uw zoon en onze broeder. Amen

Overweging

Wie is jouw profeet? Dat lijkt de liturgie ons vandaag te vragen. De eerste lezing gaat daarover en zeker de tweede, de evangelielezing.  Een profeet is iemand die spreekt namens God, die jou Gods woord brengt, die jou wijst naar God en de werkelijkheid duidt vanuit Gods ogen. Maar wie is dan die profeet in míjn leven? Waar vind ik die?  Zijn er in onze tijd nog profeten? Jazeker! Profeten zijn van alle tijden. Mensen die indringend uitdagen tot en oproepen tot het goede.

Indringend uitdagen en indringend oproepen alléén is niet genoeg. Er zijn genoeg valse profeten, telkens weer. In  het publieke politieke leven, ook in onze Nederlandse rooms katholieke kerk waar we staan voor indringende ontwikkelingen, maar waar ons gelovige leven vaak alleen maar wordt gezien vanuit een organisatorische en wettische oogpunt.

Boeiend en inmiddels overtuigend is het spreken en handelen van onze nieuwe Paus, Franciscus. Althans zo komt hij op mij over. Wetten en regels, wíj mensen maken die, en ze zijn belangrijk en een richtingwijzer, maar je moet je altijd afvragen hoe en waar ze de mens dienen. Want daarin toont zich  Gods kijken: het heil van de mens. Dat is de kern van ons christelijk geloven : dat God ons welwillend gezind is, dat God het heil wil voor iedere mens. En degeen die míj daarvan indringend getuigt, die is mijn profeet.  Titus Brandsma die midden in het leven van zijn tijd bleef getuigen van Gods zorg voor mensen tot in de hel van Dachau toe, die is mijn profeet. Ook onze Paus, Franciscus,  in wie ik steeds overtuigender een oprechte aandacht voor mensen beluister, maag ik profeet noemen in onze tijd. Maar vooral de mensen met wie ik nu leef. U, parochianen bij ik zoveel welwillendheid en zorg ondervind; mijn medebroeders en zusters in de Karmel ook: wij zijn profeten voor elkaar.

Ik denk dat het evangelie ons heel scherp de weg wijst naar Gods woord in ons leven, naar Dé profeet.

Jezus kwam in zijn eigen dorp terug. Hoe zijn leven daarvoor in Nazareth was geweest, daarover vertelt de traditie ons niets. Hij had daar waarschijnlijk de timmerwinkel van zijn vader, Jozef, voortgezet, maar was gaan studeren in een rabbijnenschool – allemaal mijn speculatie! Maar het evangelieverhaal vertelt ons nu zijn terugkomst in Nazareth na weg te zijn geweest. Hoe hij op sabbat naar de synagoge ging en het woord nam; en de mensen verbáásde door zijn woord en uitleg. Ennnnn… ze slóten zich!     Dat kán toch niet, dat is toch maar gewoon onze timmerman, wat verbeeldt die zich wel?

En als je zo vastgepind wordt op je verleden, dan sla je  dicht, raak je verlamd en kun je dus niets zinnigs meer betekenen. “Hij kon daar geen enkel wonder doen”, staat er. Hij kon niemand de ogen openen voor Gods wondere werken, want Hij ontmoette alleen ongeloof.

 

Kent u dat ook dat na enige jaren afwezigheid je die vroegere buurjongen of dat buurmeisje weer eens tegenkomt en je verbaast hoe die zich gemaakt heeft. Wat een intelligente jonge vrouw zij geworden is of wat een aardige jonge man, of zie je alleen nog steeds dat rotjoch van vroeger?  Om iemand te laten opbloeien en zich te laten ontwikkelen, heeft die mens vertrouwen en geloof nodig.

Ik begon met de vraag: wie is jouw profeet?  Onze belangrijkste profeet, mijn belangrijkste profeet is Jezus, die timmerman uit Nazareth, de zoon van Maria! Hij heeft mij gewezen op God die mijn vader is en in wiens hand ik geborgen ben.

 

 

Ben Wolbers vertelt over de waarden in de Karmelregel

Het is maandagavond 8 Juni 2015 en Ben Wolbers is naar ons toegekomen om een verhaal te vertellen over waarden in de Karmelregel en karmelitaanse spiritualiteit.

De bijeenkomst vindt plaats in het kantoorgebouw van Geurts aan de Verdistraat. Dit gebouw is het vroegere klooster van de karmelieten. Dan is het wel een logisch gevolg dat het een feest van herkenning is geworden. Sommige karmelieten hebben daar gewoond en andere parochianen zijn daar vroeger ter kerke gegaan. En ik… heb stiekem rondgeneusd waar ik niks te zoeken had.

Er waren circa 70 mensen gekomen om naar het verhaal van Ben Wolbers te luisteren en volgens mij hebben ze er geen spijt van. Het gaat over het ontstaan van de Karmel op de Karmelberg en het gaat over het ontstaan van de regel die later in een gekalligrafeerde versie te zien is, en het gaat over de uitstraling van de Karmel.

De gekalligrafeerde versie van de Karmelregel is prachtig om te zien. Het voornaamste is het lege midden. Het symbool voor een niet te benoemen God. Een God die door Levinas aangeduid wordt als “een spoor” dat achtergelaten wordt. Dan spreekt Ben over de beleving die je als Karmeliet hebt als je God tot je toe laat. Je wordt er gelukkig en blij van. En dat gevoel wil je heel graag aan andere mensen doorgeven. Je voelt het tot diep in je ziel. Ziel is een ouderwets woord, maar het is de kern van ons bestaan.

De mensen zaten ademloos te luisteren en lachten als er een grapje gemaakt werd. Iedereen kon voelen dat de sfeer er één was zo als je het maar zelden tegen komt. Harmonie en liefde werden er uitgestraald, en iedereen voelde die  liefde van God, omdat Ben Wolbers in staat was die liefde over te brengen, en alle mensen werden vervuld met deze liefde.

Elk mens ging met een liefdevol hart en een blij gevoel weer naar huis. (Misschien om het daar weer uit te dragen) Dank aan Ben, dank aan alle mensen, ik heb er van genoten.

Guusje Meurs

Overweging van zondag 7 juni door p. George Zeegers

Sacramentsdag   

Woord van welkom

Goede morgen, beste mensen, van harte welkom hier weer vanmorgen in onze viering. Het is Sacramentsdag vandaag. We hadden nu eigenlijk een grote processie moeten houden met ons Heer onder het baldakijn en een pad van bloemblaadjes,  met bruidjes en de fanfare; velen van ons kennen dat nog van vroeger. We zijn tegenwoordig veel ingetogener. Maar de instelling van de Eucharistie is de moeite van het vieren waard, want het is een heel kostbaar gebaar dat ons wekelijks samenbrengt.

Maken we het een ogenblik stil om ons hart en onze aandacht te verzamelen.

 

Overweging.

Wat hebben wij toch een bijzondere geloofstraditie, beste mensen, vind U ook niet? We komen samen en ondersteunen elkaar in de overtuiging dat ons leven gedragen wordt, dat er meer is tussen hemel en aarde, zoals dat tegenwoordig heet;  dat God, de Heer en Schepper van al wat bestaat, dat we diens aanwezigheid kunnen vieren in de meest gewone dingen, die wij met elkaar delen: brood en wijn, water, olie. Gewoon de dingen van ons dagelijkse leven. We hebben daar wel vaak –zeker in het rijke roomse verleden- een heel theater omheen gehangen, maar in wezen zijn onze gebaren om Gods aanwezigheid te beleven en te vieren heel eenvoudig: eenvoudig samen aan tafel gaan en brood delen en wijn delen, of water bij de doop; of olie bij iemand die langzaam uit het leven glijdt, een heel eenvoudig geneesmiddel. Dingen die wij dagelijks gebruiken. En vooral het dagelijks eten met elkaar. Dat is het beeld van samenleven en precies dát is het beeld van Gods aanwezigheid, van onze verbondenheid met Hem, die wij in Jezus kennen en zien. Zijn leven herinneren wij ons als wij hier brood en wijn nemen en delen. Tot zijn gedachtenis zeggen wij. Want dit hier is Zíjn tafel en Hij is hier de gastheer. Hij bekommert zich om ons en voedt ons.

Maar ook …..door aan deze tafel aan te zitten, hebben wij deel aan Gods leven, worden wij deelgenoot  en compagnon, letterlijk handlanger van God in de wereld. Worden wij de handen van God om deze wereld te maken tot de tafel die God bedoelt, tafel voor de  hele mensheid, waaraan niemand te kort komt en ieder meetelt en gezien  en ontvangen wordt. En dat kan je ook klein maken gezien de grote problemen van deze wereld, de vele mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld en honger die schreeuwen om te mogen leven. En… dat moeten we helaas erkennen: lang niet echt welkom zijn, zeker niet in ons land.

Hier de tafel van geborgenheid en verbond, de tafel dus ook van uitdaging en opdracht.

U hebt allemaal vaak gezien dat ik bij het klaarmaken van de tafel de wijn in de kelk schenk  en daar dan een klein beetje water bij doe. De woorden die daarbij horen zijn: “Water en wijn worden één. Gij deelt ons menszijn en neemt ons op in uw goddelijk leven”. Symboliek, symbolen zeggen vaak meer dan woorden  kunnen uitdrukken. Wij zijn de druppel water, God is de wijn. Ondanks onze schamelheid mogen wij geloven dat wij bij God geborgen zijn. Bij Hem aan tafel.

 

Overweging van zondag 14 juni door p. George Zeegers

Woord van welkom

Goede morgen beste mensen, van harte welkom. Wij komen hier altijd samen om iets van God te ervaren en te beleven. Hij roept ons altijd bijeen. Vanmorgen horen we dat het rijk van God is als een mosterdzaadje. Klein, bijna onzichtbaar maar uitgegroeid geeft het beschutting aan velen.

Maken we het een ogenblik stil om open te kunnen staan voor Gods woord.

 

 

Overweging.

Ik las afgelopen week dat de Monsanto, een van de grootste Amerikaanse voedings giganten, op het punt staat om in Europa 30 licenties te verwerven op zaden. Zaden van allerlei gewassen: graan tomaten erwten  etc.  In hun laboratoria hebben ze bij die zaden aan het DNA gesleuteld en willen zo alleen eigenaar worden van die zg. veredelde zaden. Iemand die iets uitvindt wordt eigenaar van die vinding en kan die naar goeddunken gebruiken en te gelde maken.  Zelfs voeding en onze veestapel. Onze huidige wereld! Wij zijn er aan gewend dat alles de mens toebehoort en dat hij er mee kan doen en laten wat hij wil  – binnen de regels, die we daarvoor zelf hebben opgesteld. En binnen onze kapitalistische wereld geldt dan het recht van de sterkste. Monsanto – en zijn aandeelhouders natuurlijk – heeft het meeste geld en zal via zijn patenten nog veel rijker worden, maar vooral de hele wereld in zijn greep willen krijgen. En – dat moeten we ons steeds realiseren – die wereld van Monsanto is ònze wereld; onze pensioengelden  zijn ook belegd in de Monsanto’s van deze wereld.

Hoe anders het beeld dat Jezus in het evangelie  schetst: een boer heeft zijn grond bewerkt en zaait zijn graan en gaat naar huis. Slapen staat er! Hij wàcht!  Hij wacht tot het opkomt, groeit en tot wasdom komt. En dan pas is híj weer aan bod: hij maait en oogst. Dat is de houding binnen het rijk van God.  Of nog sterker: kijk naar een mosterd zaadje – voor Jezus was dit het kleinste van de zaden- en zie wat een groeikracht  daarin zit; het kan een grote struik worden. Ook weer een beeld van  het Rijk van God. Waar Jezus ons op wijst is dat in al wat is Gods scheppingskracht aanwezig is en zichtbaar wordt. En dat al die rijke mogelijkheden van de schepping – ook onze eigen inventiviteit en creativiteit  ons gegeven zijn; ons gegeven zijn om deze wereld met en voor elkaar op te bouwen en dat niemand iets absoluut zijn eigendom kan noemen.

Twee werelden die elkaar lijken uit te sluiten. Die boer in het Palestina van Jezus moest wel wachten en kijken wat er van zijn zaad zou worden. Hij kon niet anders.  Wij in onze technische tijd kunnen wel en weten veel meer.  Onze geleerden kunnen aan zaden sleutelen en die bewerken. Met beregeningsinstallaties kunnen wij de oogst sterk verbeteren. Met heel bijzondere resultaten, zeker.

Als ik in de natuur fiets of loop, dan kan ik stil worden door de pracht van de natuur, alles bloeit en groeit in veelvoud en veelkleurigheid. Als ik in het groentewinkeltje van Vogels hier aan de Industrielaan sta, kan ik me verbazen over de grote verscheidenheid van vruchten en gewassen die eetbaar zijn. Allemaal anders van kleur van grote , van vorm. Maar allemaal gewoon verpakt water. Met een ander geurtje, met een ander kleurtje, maar allemaal gewoon water!

Die wereld van Monsanto en onze techniek, én die wereld van geur en kleur die bijten elkaar niet, of beter die hoeven elkaar helemaal niet te bijten.  Voor veel mensen in onze westerse wereld sluiten die twee elkaar uit; is de wereld van techniek en wetenschap zelfs het bewijs dat de wereld van God niet bestaat. Maar dat is uiterst kortzichtig. Ook Monsanto kan het leven niet maken, kan niet de groeikracht in al het leven maken. Ze kan die iets vervormen, iets verschuiven, maar in wezen is het leven een gegévenheid ons in handen gegeven. Het leven is van God, zeggen wij en daarom -om te danken en bewust te worden- komen wij hier wekelijk bijeen. Bewust  dat het leven hoe wij er ook aan kunnen sleutelen en schuiven ons gegeven is, dat we ons het leven niet kunnen toe-eigenen, maar dat al onze verworvenheden  er zijn ten dienste van de hele wereld.

Vrijdag avond eergisteren kregen wij in de gebedsviering van 19.00uur  allemaal een  hoopje aarde met –zo werd ons verzekerd- een mosterd zaadje.  Kijk ik heb het in dit potje gedaan.  Ben benieuwd wat daar uitkomt.

 

 

Overweging van zondag 31-05-2015 door p. George Zeegers

 Drievuldigheidszondag  

Openingswoord

Goede morgen beste mensen, van harte welkom weer hier in onze viering.  De Paastijd hebben we afgesloten met het Pinksterfeest, het feest van de Geest.  Nu nodigt de liturgie ons uit voor een meditatie over het wezen van God.  God, drie en één!

Beginnen we deze viering met onze kortste geloofsbelijdenis en waarin wij gedoopt zijn:

In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest

 

Overweging

Vandaag vieren we het feest van de heilige Drie-eenheid, het mysterie van God: Vader, Zoon en Geest. God is één. Tegelijk hebben we vele namen nodig om iets van God uit te zeggen.

U kent het verhaal van  Augustinus, meen ik? Ik heb dat al eens eerder verteld. Hij schreef over een  kind dat aan het strand een kuiltje had gemaakt en met zijn emmertje bezig was steeds weer een emmertje water uit zee te halen en in zijn kuiltje te gieten. Augustinus komt langs en vraagt dat kind wat het aan het doen is en het kind antwoordt: “ik wil de zee leegmaken en in mijn kuiltje stoppen“. Dat is wat wij doen als wij proberen in ons hoofd ons het volledige beeld van God te vormen. God is veel te groot voor ons verstand! Vervolgt Augustinus.

Met ons verstand zitten wij met vragen die we  niet kunnen rijmen met een beeld van God die Liefde is. Vragen als:  Waarom is er oorlog, waarom is er zoveel lijden? Waarom doen mensen elkaar pijn? waar komt het kwaad vandaan in onze wereld?  En in onze rationele tijd, waarin wij voor alles een oorzaak en een reden zoeken, helemaal. Wat niet past in ons denkpatroon, kan niet bestaan. God bestaat niet! Punt uit??              Is dat inderdaad zo?

Voor velen is dat veel te radicaal; er zijn ook veel vragen die buiten de wetenschappelijk vragen bestaan.  Waar kom IK vandaan? Waar leef ik voor?  Wat is mijn bestemming?  Wie ben ik? En wat worden we niet vaak geraakt door een zonsondergang, door de pracht van wolken-formaties, door de stilte van de natuur, de groeikracht in alles,  het leven van de dieren om  ons heen, het werken van een mier? Mozes hield dat in zijn tijd de mensen al voor, zoals we hoorden in de eerste lezing.

Wij kennen God niet!  “Niemand heeft ooit God gezien”, zegt Johannes in zijn brief.

Wij kunnen niet tegen de zon IN kijken.  Maar we mogen wel in het zonnetje gaan zitten en ons warmen!

Jezus is het menselijke gezicht van de Eeuwige. In Hem horen wij de Eeuwige spreken in onze taal, in Hem zien we de Eeuwige handelen op menselijke maat.  In Jezus ervaren  wij dat God liefde is, verbondenheid zoekt met ons mensen,  mét ons is, door alles heen, in alle levensomstandigheden, in vreugde én in pijn; in verlies en rouw én in de vreugde en dankbaarheid.  En dat woord blijft klinken ook al is Jezus gestorven, en zijn beeld blijft spreken ook al is hij niet meer lijfelijk met ons. Zijn Geest liet Hij ons als erfenis! Opdat wij zouden zijn als Hij, zouden doen als Hij, zouden leven als Hij:  met God verbonden mensen.

Ik las ergens: Wanneer het donker is in ons leven, roepen we naar de Vader om licht. Bij de Zoon steken we ons licht op. En met de hulp van heilige Geest kunnen we voor anderen een licht zijn.

Wij zijn in het leven geroepen door God en niemand van ons gaat  zijn levensweg alleen! Want mét ons gaat de Ene, de eeuwige in wie wij gedoopt zijn en die wij belijden als Vader, Zoon en heilige Geest!

 

 

 

 

 

 

Slotgebed:

Wij danken U God, enig en trouw,

dat U uzelf hebt doen kennen in onze mensenwereld,

in Jezus de Christus vooral

Doe ons opnieuw geboren worden

als mensen naar uw beeld, als uw kinderen

als broers en zussen van Jezus Christus,

als erfgenamen van uw Geest.

Uw Geest die leven geeft steeds weer

ons leven lang tot in uw eeuwigheid.