Overweging van zondag 16-7-2017 door pastor Leon Teubner

Vandaag vieren we het feest van de Orde van Onze Lieve Vrouw van de Berg Karmel, ofwel het Karmelfeest. Daarom hoorden we zojuist twee andere lezingen dan in de rest van de kerk vandaag gelezen worden. We hoorden zojuist over het bezoek van Maria aan haar nicht Elizabeth. Elisabeth prijst Maria zalig, Want Maria heeft zich durven toevertrouwen aan het Woord van de Heer: nl. dat zij zwanger zou raken van H. Geest. Maria echter, prijst niet zichzelf maar haar God, omdat deze zo  genadig met haar en met alle mensen begaan is. Zij schreeuwt het uit en zegt: Mijn hart prijst groot de Heer, van vreugde juicht mijn ziel in God, mijn redder, ja gezien heeft Hij de gebogenheid van zijn dienstmaagd.
Dat besef, dat zij gezien is door God die genadig met haar en met alle mensen begaan is, dat besef tekent de houding van Maria. Vanuit dat besef, dat God haar ziet en redt, beroemt zij zich ook niet op zichzelf, niet op haar eigen verdienste en goede daden, maar legt zij daarvoor alle eer bij haar God. Zo corrigeert zij op milde wijze haar nicht, en ook ons. Want Maria voelt hoe nietig zijzelf is, en wij allen zijn, in het licht van Gods gunnende goedheid. Niet zij, maar enkel God zal door ons geprezen worden.
Deze houding kenmerkt niet alleen de joodse, maar ook de christelijke traditie, die mét Paulus zegt: Niemand van u zal de ene persoon verheerlijken ten koste van de andere. Want, wat heb je, dat je níet gekregen hebt? Als iemand al wil roemen, dan roeme hij op de Heer!
Hier spreekt geen angstvallige nederigheid of minderwaardigheid uit, maar een heel fier en zelfbewust realisme. Al wat een mens is en kan, zo beseft Maria, dat is maar van God uit gegeven. Je zult daarom niet mij zalig prijzen, zegt zij, maar enkel en alleen God, die mijn en jouw redder is. Maria zit anders in elkaar dan de profeet Elia uit de 1e lezing. Elia wil sterven en legt zich neer onder een braamstruik, maar wordt gewekt door een engel van God die hem water en brood geeft om verder te gaan. Als Elia uiteindelijk voor Gods gelaat verschijnt op de berg Horeb, dan beklaagt hij zich bij zijn God en zegt:

Ik heb me vol ijver ingezet voor jou,
maar Israël vermoordt jouw profeten,
en nu vrees ook ik voor mijn leven.

Er is veel ‘ik’ bij Elia, veel eigen ijver waarop hij zich beroemt. Elia is stukgelopen op zijn eigen weg. Terneergeslagen is hij, hij wil dood. Veel willen ook, en weinig ontvankelijkheid voor Gods wil. Maar God buigt de eigenwilligheid van zijn profeet om naar Zijn wil, en zendt hem weer weg. Elia zal een nieuwe koning zalven, die het afvallige volk weer zal doen omkeren tot zijn God. In tegenstelling tot Elia is er in Maria weinig ik-gerichtheid en eigen roem te vinden, zoals zij voor ons getekend wordt in het evangelie.

Er is weinig ‘ik’, doch veel ‘mij’:
Hier mij’, zegt zij heel eenvoudig tegen God,
mij geschiede naar jouw woord’.

Maria staat voor ons als een vruchtbaar model voor religieuze gevoeligheid en ontvankelijkheid. Zij beklaagt zich niet over haar leven bij God, maar laat Hem eenvoudigweg binnen. Zij ontvangt zijn werkzame inwoning in haar hart, en in haar spreken, in haar doen, en in haar laten, en laat Hem daar eenvoudigweg vruchtbaar werken. Zo wordt uit Maria Gods Gezalfde geboren, een redder die zijn volk weer zal doen terugkeren tot zijn God. En Maria, Maria prijst enkel haar God om de grote dingen die Hij in en aan haar doet. Zij buigt zich ontvankelijk naar God, haar redder, en God buigt zich welwillend tot Maria, zijn dienstmaagd.
Maria is een gebogene. Een gebogene in de Bijbel is geen terneergeslagen mens. Een gebogene is iemand die arm is van zichzelf, en hij weet dit. Een gebogene is arm aan zijn en rijk aan niet-zijn. Hij weet dat hij niets is uit zichzelf, en niets bezit, maar elk moment alles te ontvangen heeft: zijn lijf, zijn geest, zijn vermogens, zijn lief en leed, zijn hele mens-zijn, al wat is. Een gebogene is iemand die elke dag weer zich buigt naar God als de bron van zijn bestaan, om alles uit diens gunnende hand te ontvangen: zichzelf, zijn naaste, een hele schepping. Ook als hij lijden moet en het leven als een last ervaart, zijn kwetsbaarheid voelt, zijn onmacht, zijn tekort.
Gebogenheid is ook de grondhouding van de Messias, Christus, de Gezalfde, die uit elke Maria geboren wordt. Hij die vertrouwend is, zachtmoedig, teder en beminnelijk. Hij die zich geheel en al buigt voor het Geheim van alle leven, vanuit een nederige aanname van zijn eigen armoede en tekort. Maria vormt zo voor ons allen een uitdaging om te gaan ontvangen wat wij mogen worden, het lichaam van de Christus, de Gezalfde van God.
Dat ook aan ons geschieden zal wat wij op deze zondag van het Karmelfeest vieren, en met Maria durven zeggen:

Mijn hart prijst groot de Heer,
van vreugde juicht mijn ziel in God, mijn redder,
ja gezien heeft Hij de gebogenheid van zijn dienstmaagd.

Overweging van zondag 9-7-2017 door p. Tom Buitendijk

Van harte welkom in deze viering.

Vandaag aan het begin van de vakantie tijd horen we de uitnodiging van Jezus om tot rust te komen. Wanneer wij tot Hem gaan zal Hij ons rust en verlichting schenken. Wat biedt deze rust ons? Daar willen we bij stil staan. Willen wij bidden om Gods barmhartigheid om deze Eucharistie viering goed te kunnen vieren.

 

Openingsgebed.

Goede God, in Jezus uw zoon bent u ons verschenen als een brenger van rust en vrede. Biddend en gelovend kunnen wij komen tot rust. Doe ons delen in de zekerheid dat uw Koninkrijk groeiende is. Behoed ons voor het waandenkbeeld dat alle geluk van ons afhangt. U bent de Heer van tijd en eeuwigheid. Amen.

 

Gebed over de gaven.

Barmhartige God, brood en wijn zijn de tekenen van vreugde onder de mensen. Mogen wij in deze maaltijd gesterkt worden tot dienstbaarheid aan elkaars geluk. Aanvaard deze gaven en maak ze tot teken van verbondenheid met U. Door Christus onze Heer. Amen.

 

Slotgebed

Goede God, u bent nabij aan hen die U zoeken. U wilt de kracht zijn in onze pogingen uw Rijk gestalte te geven. Geef ons de rustige zekerheid dat wanneer wij doen wat ons te doen staat, ons leven een bijdrage is aan uw Koninkrijk. Moge uw vrede en de barmhartigheid over ons komen en ons de innerlijke rust schenken. Door Christus onze Heer.

 

Overweging

Jezus nodigt ons uit om bij Hem te komen en om bij Hem rust te vinden. Dat rust vinden betekent wèl dat je bereid bent de lasten die Hij je oplegt te dragen. Hij legt je, zo belooft Hij, een zacht juk op. Hij nodigt ons niet uit om lekker op vakantie te gaan om daarna het oude leven weer op te pakken en aan te kunnen. Misschien in een rustiger tempo.  De rust waartoe Hij ons uitnodigt ligt op een dieper niveau: het is de rust waarin je thuis bent bij jezelf; de rust van het toeven bij God als bron van je bestaan; de rust van goede verhoudingen met medemensen. Deze rust vind je alleen als je in keert in jezelf, als je de reis naar je binnenste, naar je ziel maakt. Dat is een stuk moeilijker dan een vakantie reis. Die rust heeft te maken met de rust die God nam, nadat Hij in het scheppingsverhaal aarde en hemel had voltooid. Het is de rust na gedane arbeid. De rust van het zalige genieten. Het is de rust van de joodse  sabbat en van de christelijke zondag.  De dag waarop God en mens elkaar ontmoeten in gebed en overweging, in inspiratie en nieuwe oriëntatie voor het leven van alledag.  Onze samenleving zou een stuk rustiger, minder opgejaagd en gehaast zijn als we de zondag weer zouden respecteren als Dag des Heren. We zouden er als samenleving een stuk gezonder op worden. Zondag als dag van recreatie, van herschepping, van genieten, van herbronning naar God toe. De 24 uurs economie die ons meer en meer wordt opgedrongen, leidt tot de nare ziekte van de kokende kikker. Wij leven als kikkers in een diep pan met water dat alsmaar warmer wordt door het vuur eronder. We spartelen met onze pootjes om boven water te blijven. De randen van de pan zijn te glad om houvast te vinden. Wat er gebeuren gaat laat zich raden. Zo zit wel onze maatschappij in elkaar. We komen niet meer op adem en vinden geen rust. Het enige wat schijnt te helpen is onverschillig worden voor onze omgeving, ons nergens meer iets van aantrekken en uitsluitend naar ons eigen belang kijken. Dat is precies wat er ook gebeurt.  De mensen die sterk zijn en zich goed kunnen redden vinden dat we in een gezonde economie leven en in een gaaf land wonen. Ze zien niet dat de armoede toeneemt; ze zijn onverschillig voor de zorgbehoeftigen; hebben nauwelijks belastingmoraal; willen van sociaal onrecht niet weten. Economie als eerlijke verdeling van de schaarste is verworden tot “ik wil meer hebben dan een ander en de ander zie ik niet meer staan.” En als de ander zich meldt, dan is er ineens sprake van sociale onrust. Het is waar: we leven in een ontzettend onrustige wereld. Maar je kunt niet van deze wereld afstappen naar een andere wereld waarin het rustiger is.  De komst van migranten naar Europa; de Islam in onze streken; de gevolgen van de klimaatverandering; de aanslagen en terreurdaden; de schending van het milieu: al die wereldproblemen vragen om een antwoord. Hoe dat antwoord eruit moet zien, weten we niet. We weten wel dat een antwoord dat begint met “ik zal mij redden ten koste van anderen” nooit zal helpen! Alle wereldproblemen kunnen alleen maar worden opgelost door ‘samen met elkaar’ naar oplossingen te zoeken.  De samenleving gaat kapot aan individualisme en aan groepsbelang. Heel de samenleving snakt naar solidariteit, naar toekomstperspectief voor allen. De kerk is niet de instantie om alle problemen op te lossen. Wel is het goed dat de kerk problemen signaleert en benoemt zoals paus Franciscus doet in zijn encycliek Laudato Si. Het gaat immers om het geluk van mensen, het gaat om menselijkheid voor allen, het gaat om de eerbiediging van alle mensen die Gods kinderen zijn. Het gaat in de kerk om onze betrokkenheid op God. Op God die deze wereld schiep, die ons het leven geeft, die de grond is van ons bestaan. Het gaat om de zorg voor onze ziel en om de rustige zekerheid, die wij daar mogen ervaren: God is er toch! Het besef: God is er toch! schenkt ons te midden van alle onrust de rust die Jezus belooft. In de hel van Dachau bleef Titus Brandsma naar God zoeken. Ook in zijn beulen. Er moest iets goeds zijn in iedere mens. God is er toch. In de gevangenis op Robbeneiland heeft Nelson Mandela de rustige zekerheid gekend: eens verdwijnt de apartheid en worden wij vrije mensen. God is er toch. In de onrust van deze wereld kunnen we onze rust vinden in onze ziel: de plek waar wij door God worden aangesproken: jij mens; de plek waar wij onze medemensen aanspreken: jij bent mijn medemens;  de plek waar ik mezelf toespreek: wees een medemens, wees andermans naaste. Jezus nodigt ons uit om vanuit onze ziel, vanuit dit innerlijk centrum te leven in de wereld van vandaag. De schokkende onrust van de wereld kan ons ons verwarren, maar nooit helemaal schokken. In ons leeft de overtuiging: God is er toch! Het komt goed! Vanuit die innerlijke overtuiging leren we ook dat onze bereidheid de naaste te zijn, een begin is van de oplossing van alle wereldproblemen. Daar is moed voor nodig. Niet de moed van mensen die met een vloek en een zucht, met geweld en overmacht de zaak wel even klaren. De ervaring van eeuwen leert dat geweld alleen maar meer geweld oproept.  We hebben zachtmoedigheid nodig: de moed om zacht voor elkaar te zijn. De zachte krachten zullen het winnen. Daar is nederigheid voor nodig. Niet het zichzelf wegcijferen tot er niets meer van je overblijft. Nederigheid is zelfbewust je plaats weten te midden van mensen en van daaruit je gaven en capaciteiten aanwenden om deze wereld mooier te kleuren. Nederige mensen zullen de lasten van een zacht juk moedig kunnen dragen. Toen Jezus’ ziel verontrust was door de tegenstand die Hij ontmoette vond Hij zijn rust in de overtuiging dat Gods Rijk zou aanbreken. Nederig gezeten op een veulen reed Hij zijn stad Jerusalem binnen en met grote moed legde hij getuigenis af dat liefde tot God en de naaste de grondslag is van een nieuwe maatschappij. Als christenen hebben wij de lichte last opgelegd gekregen dit getuigenis te laten klinken en er naar te leven. Alleen zo kan de onrust die onze maatschappij zo kenmerkt bezworen worden. We weten dat de echte oplossing van ieder wereldprobleem begint de rustige zekerheid: God die liefde is, die is er toch! 

 

Pastor

Bidden wij tot God die liefde is en ons leven doet.

 

Lector

Bidden wij voor de kerk in de wereld en in ons land. Dat de kerk vrijmoedig de tekorten in de samenleving aanwijst. Dat de kerk de harten van de mensen kan richten op God.
S T I L T E  laat ons bidden.

 

Lector

Bidden wij voor hen die  politieke verantwoordelijkheid dragen. Dat het algemeen welzijn van iedere mens in ons land hun hoogste doel is. Dat zij oog en oor en hart hebben voor kwetsbare mensen.

S T I L T E  Laat ons bidden.

 

Lector

Bidden wij voor de vakantiegangers. Dat zij rust en ontspanning vinden. Dat zij  de natuur, de cultuur, de medemensen leren waarderen als gaven van God.

S T I L T E  Laat ons bidden.

 

Lector

Bidden wij voor onze parochiegemeenschap. Voor de zieken en bedroefden. Om genezende aandacht. Voor mensen die niet op vakantie kunnen. Dat zij niet vergeten worden. Voor de jarigen. Om levensvreugde en gezondheid.

S T I L T E  Laat ons bidden.

 

Pastor

God maak ons tot zachtmoedige mensen die uw liefde uitdragen en zo meewerken aan de komst van uw koninkrijk. Door Christus onze Heer.

 

 

 

Overweging van zondag 2 juli 2017 door p. Tom Buitendijk

Welkom

U allen van harte welkom in deze viering. De vakantietijd breekt aan. Veel mensen gaan op weg om andere landen te bezoeken. Toeristen zijn als gasten van harte welkom. Veel mensen komen naar Oss toe om hier te gast te zijn bij familie en vrienden. Gastvrijheid is een belangrijke deugd. Een samenleving die gastvrij en open is naar andere mensen is een goede en beschaafde samenleving. In abdijen ontvangt de abt de gasten als waren zij Christus zelf. Wie een gast opneemt, neemt Christus op. Zijn wij gastvrije mensen? is een vraag die Jezus ons vandaag stelt.

 

Overweging

Het tiende hoofdstuk van Mattheus heet de zendingsrede. Jezus stuurt zijn leerlingen erop uit om Zijn Boodschap van het komende Rijk van God aan te kondigen en te beleven. Vorige week hoorden we Jezus tot vier keer zeggen: natuurlijk loop je tegenstand op, maar: wees niet bang. Je maakt je als mijn volgeling niet populair, maar uiteindelijk zul je je tegenstanders toch overwinnen! God is met je! Dus: wees niet bang! Ik heb toen verteld over paus Franciscus en over bisschop Gerard de Korte die hun hart laten spreken voor en die hun handen uitstrekken naar mensen die zich door de kerk aan de rand geduwd voelen. De homo’s, de gescheiden mensen, de vreemdelingen in ons midden, maar ook de zondaars die spijt hebben over hun daden. Al deze mensen moeten mogen rekenen op de liefde en de zorgzaamheid van de geloofsgemeenschap. Er zijn mensen die menen namens God een hard oordeel te moeten uitspreken. Paus Franciscus en bisschop Gerard willen ook in deze mensen Gods oproep horen tot barmhartigheid. Zij willen ook in hen het beeld van God zien.
Mattheus legt Jezus een hele moeilijke zin in de mond: “Wie u die mijn leerling bent, opneemt, neemt mij op. Wie Mij- Christus -opneemt, neem Hem op die mij gezonden heeft. Die “ Hem” is God de Vader. Wij die als leerlingen gezonden zijn om de boodschap van het evangelie uit te dragen, wij worden als Christus opgenomen en ontvangen of wij worden als Christus tegengesproken en weggestuurd. Als wij in de samenleving getuigen van ons christen zijn dan delen wij in hetzelfde lot als Christus die zijn kruis moest dragen en zijn leven moest geven. Maar ook kunnen wij – zoals Christus – welwillend en gunstig ontvangen worden en gaan mensen met ons mee doen. Waar er twee of drie in mijn Naam bijeen zijn, ben ik – Christus – in hun midden.
Leerling van Jezus zijn betekent niet het theoretisch eens zijn met zijn leer of zijn geboden. “Jezus, ik kan een heel stuk met u mee denken”. Leerling van Jezus zijn betekent alles voor Hem en voor zijn Boodschap over hebben als voor je beste en intiemste vriend. Leven in vriendschap met Jezus betekent: heel jouw wezen laten door dringen van zijn persoonlijke nabijheid. Die band met Jezus is hechter dan de band met je ouders of met je kinderen. Die band met Jezus kan de band met je ouders en met je kinderen zelfs verdiepen. Die band van vriendschap met Jezus kan vragen dat je alles en iedereen los laat omwille van Hem. En als je alles hebt los gelaten omwille van Hem, dan kom je tot je waarachtige zelf. Je komt tot de mens die zoals Jezus onbevreesd en belangeloos, open en vrij tegenover andere mensen staat. Je ervaart jezelf als mens die door Jezus wordt bemind. En: je bent voor niemand meer bang. God is met je. Leerling van Jezus zijn, christen zijn, vriend van Jezus zijn, betekent dezelfde moed en dezelfde kracht als Christus hebben om het Rijk van Godgestalte te geven. Om het heel scherp te zeggen: wie Christus opneemt in zijn leven, wordt daarmee Christus in de wereld van vandaag. Je kunt niet een beetje christen zijn en voor de rest jezelf, je eigen ik. Je bent christen of je bent het niet. Maar- dat moeten we heel eerlijk toegeven – als christen kunnen we lang niet altijd de maat van Christus zelf bereiken. We schieten altijd te kort in christen–zijn. Dat we dagelijks tekort schieten in christen zijn, wil niet zeggen dat we volkomen falen. Er gebeuren gelukkig ook altijd veel goede dingen in de samenleving doordat christenen hun stem laten horen en verantwoordelijkheid op zich nemen. Niet alle christenen doen dat op dezelfde wijze en in dezelfde mate. De kinderombudsvrouw mevrouw Margrite Kalverboer wil de rechten van kinderen van asielzoekers die langer dan vijf jaar in ons land wonen, respecteren. Zij pleit er voor hen gastvrij op te nemen in onze samenleving. Zij pleit voor een nieuw kinderpardon. Sommige christenen stemmen met haar plannen in, andere christenen zijn terughoudend. Christen–zijn betekent belangeloos goed zijn en ruim denkend handelen. Wat blijkt nu: lang niet altijd maken we de keuze die Christus zou maken. Als christenen falen wij en zijn wij lang niet altijd in alles geloofwaardig.
Christen zijn betekent steeds meer keuzes richting Christus maken. Christen willen zijn is altijd christen willen worden.
Gastvrijheid is een deugd die beloond wordt. Wie een profeet opneemt, neemt iemand op die namens God spreekt. Dat spreken van God kan weleens heel lastig en veeleisend zijn zoals het spreken van Christus is. Het zou goed zijn als christenen helderder en overtuigender hun stem laten horen in de wereld van vandaag. Maar ook: het zou goed zijn voor de samenleving om gastvrijer te zijn voor christenen en om meer te luisteren naar hun profetisch spreken. Christenen oordelen niet allereerst over andermans fouten en tekorten, maar nodigend uit om de weg van Christus te gaan. Christenen die authentiek en van binnenuit spreken zullen zeker ontvangen worden. Zeker als hun spreken vergezeld gaat van geloofwaardige daden. Wie als christen de persoon van Christus in de samenleving brengt zal zowel gastvrijheid als tegenstand ervaren.
Gastvrijheid bouwt een samenleving op die door tegenstand niet kan worden afgebroken. Wees niet bang om christen te zijn! Amen

 

 

Pastor

God, luister naar onze gebeden en schenk verhoring. Geef wat goed voor ons is.

 

Lector

Voor allen die zich christen noemen. Dat Christus het centrum van hun leven is en dat zijn hun doen en laten op Hem gericht zijn. Help ons steeds meer christen worden in de wereld van vandaag.

S T I L T E Laat ons bidden.

 

Lector

Voor de vervolgde medechristenen. Dat zij in navolging van Jezus hun kruis kunnen dragen. Dat zij staande blijven in het geloof en daadkrachtig zijn in het beleven van de liefde.  Wees hen nabij met uw kracht en uw steun.

S T I L T E Laat ons bidden.

 

Lector

Voor de kinderen van asielzoekers die hier geboren, geworteld en ingeburgerd zijn. Dat wij hen gastvrij ontvangen als waren zij Christus zelf. Dat wij hen de kans geven hun talenten in te zetten voor de opbouw van ons land.

S T I L T E Laat ons bidden.

Lector

Voor onze parochiegemeenschap bidden wij: voor de zieken thuis en in het ziekenhuis;

  • voor de bedroefden en de vereenzaamden
  • voor de armen in ons midden en vooral voor de kinderen die tekort komen.

Mogen wij voor elkaar gastvrij zijn en elkaar opnemen omwille van Christus zelf.

S T I L T E Laat ons bidden.

 

Pastor

Goede God, mogen wij door waarachtig christen te zijn medebouwers worden aan uw Rijk dat komen zal. Dit vragen wij u door Christus onze Heer.

Amen

 

Overweging van zondag 25-6-2017 door p. Tom Buitendijk

Inleiding

Van harte welkom in deze viering. Om met een lastige vraag in huis te vallen: vindt u het moeilijk om voor uw geloof uit te komen?  Durft u in het openbaar te zeggen dat u katholiek bent?  Getuigt u van uw geloof in Christus als geloof en kerk worden bespot? Vandaag horen we Jezus drie keer zeggen: wees er niet bang voor! Laat je niet gevangen zetten in angst en onvrijheid. Spreek vrijmoedig over het rijk Gods dat komen zal. We worden even stil van die vraag.

 

Overweging 

In het college van kardinalen wordt heel wat afgekletst. Zegt de ene kardinaal tegen de anders: “als we geweten hadden wat Jorge Bergoglio allemaal zou gaan doen, dan had hij bij het conclaaf geen tien procent van de stemmen gehaald.” Met name de curie kardinalen zijn nogal gebeten op paus Franciscus. Die brave kardinalen hebben hun leven lang de kerk gediend tot meerdere eer van God. Ze hebben wat minder gekeken naar de manier waarop God ‘mens met de mensen’ heeft willen zijn in Jezus van Nazareth. De paus zegt: “ons werk is niet de eer en de luister van de kerk; ons werk ligt aan de randen van de samenleving waar Jezus te vinden is. Daar wordt het Rijk van God van onder aan af opgebouwd. De kerk straalt pas in volle luister als ze haar handen heeft vuil gemaakt aan het helpen van mensen in nood.” Daarom gaat deze paus naar Lampedusa waar de vluchtelingen aankomen, naar Egypte waar de Koptische christenen te lijden hebben van aanslagen van de Moslims. Daarom roept de paus ook op om vriendschap te sluiten met mensen van een andere godsdienst en ook wel met mensen die niet geloven. De kerk is pas waarachtig kerk als aan de randen van de maatschappij Jezus ontmoet wordt in de gedaante van een kwetsbare en noodlijdende zuster en broeder. Niet Rome is het centrum van de kerk, maar de persoon van Christus.
In het bisdom Den Bosch is er ook wat aan de hand. Bisschop Gerard de Korte was bereid een gebedsdienst van en voor homoseksuele mensen in zijn kathedraal te laten houden. Hij wilde ook een zegenbede uitspreken over deze mensen. Hij wilde zijn hand uitsteken naar en uitstrekken over groepen mensen die zich door de kerk miskend voelen. Tegelijkertijd zijn veel homo’s diep religieus. Onze bisschop wil ook in homoseksuele mensen kinderen van God zien. Hij leeft daarmee ook mee met de vele ouders voor wie het aanvankelijk een schok was dat hun dochter lesbisch of hun zoon homo is. Er zijn priesters en gelovigen die vinden dat de heiligheid van de kathedraal uitgaat boven het signaal van menslievendheid dat de bisschop wilde afgeven. Gelukkig is de bisschop een vrijmoedig man die niet gauw bevreesd of bang te maken is.
De lezing uit Jeremia en uit het evangelie roepen op bij tegenstand je rug recht te houden en te vertrouwen op God. Die vrijmoedigheid wensen ze iedere christen toe. Jeremia heeft als bijnaam ‘Ontzetting overal”. Hij ontzet de mensen die vastgeroest zijn in oude denkpatronen, in eigen belang, in de traditie van het is altijd zo geweest. Hij maakt mensen los en wijst hen op nieuwe wegen. Voor veranderingen zijn de meeste mensen bang! Jeremia vraagt zijn toehoorders: hoe kun je volk van God zijn als je onrecht in je midden laat bestaan, als je de armen uitbuit en de wees en de weduwen geen toekomst biedt? Hoe kun je leven in zelfgenoegzaamheid en ook vinden dat je God dient? Hoe denk je God te dienen als je zijn kinderen veracht, miskend en klein houdt? Zijn kritiek op sociale mistoestanden ontzet de leiders. Zij zijn van hun stuk gebracht. Ze snoeren hem de mond en werpen hem in de gevangenis.
Jeremia – hoe moeilijk hij het ook geeft – blijft op God vertrouwen. Op God die zijn hand zal uitsteken en uitstrekken over zijn miskende en niet meegetelde mensen.
Als Jezus in het Mattheus evangelie zijn leerlingen erop uitzendt om het rijk van God te verkondigen, dan waarschuwt hij hen ook dat ze tegenstand kunnen oplopen. Bij die leerlingen mogen we vandaag ook onszelf rekenen. Uitkomen voor je geloof roept onverdraagzame tegenstand op! Je bent achterlijk, niet wetenschappelijk, je gaat niet met de tijd mee. Je verpest de samenleving die genieten wil, met strenge eisen van de moraal. Je gunt het de mensen niet over zichzelf te beschikken. Als leerlingen van Jezus moeten wij toch doen wat Hij heeft voorgedaan. Mensen oproepen zich te bekeren, te veranderen, een nieuwe mentaliteit aan te kweken! Een oproep tot dovemans oren! Tegelijkertijd bemoedigt Jezus ons als hij ons erop uitstuurt: “wees niet bevreesd”. Wees niet bang: op welke manier je je boodschap ook brengt, hij komt aan het licht, hij wordt gehoord, hij komt aan. Wees niet bang als de reacties negatief zijn. De boodschap dat liefde sterker is dan haat, dat sociaal welzijn belangrijker is dan individueel eigenbelang, dat leven sterker is dan de dood, dat de zachte krachten het zullen winnen van bruut geweld. zal ooit eens een positieve uitwerking hebben. Jouw taak is het er voor uit te komen! Wees overtuigd en getuigend christen! Wees niet bevreesd als zij jou persoonlijk aan pakken. In vele landen betekent dat marteling, gevangenneming en dood. In Nederland wordt je hoogstens doodgelachen. Maar als je als gelovige niet ernstig genomen wordt, dan voel je je miskend, vernederd en afgeschreven. Je moet dan de moed hebben om door te gaan. Wees overtuigd en getuigend christen. Bovenal: vertrouw op God. Wees niet bevreesd als ze jou je eigenwaarde willen ontnemen, als ze jou bij de hoek wereldvreemde en onmaatschappelijke mensen zetten. Als mensen van wie de meningen er niet toe doen en van wie de inzet niet wordt gewaardeerd. Al zijn jullie als christenen voor de seculiere samenleving oud vuil dat opgeruimd moet worden, weet dan God ieder haar geteld heeft, dat jij kostbaar voor hem bent, dat Hij wèl ziet staan en dat Hij je niet verloren zal laten gaan. Blijf als gelovige in jezelf geloven. Wees overtuigd en getuigend christen. Vertrouw op God. Weet dat je kostbaar bent in zijn ogen. Met jouw vrijmoedig spreken bouw jij een nieuwe maatschappij die we het Rijk van God kunnen noemen. Het is ontegenzeggelijk waar dat paus Franciscus en bisschop Gerard de Korte mensen hebben ontzet. Dat wil zeggen: hen uit het oude denken hebben weggehaald. Dat maakt bang. Het is even ontegenzeggelijk waar dat zij de kerk een menselijker en aantrekkelijker gezicht gegeven hebben. Het is, als je veranderingen aan durft, weer leuk om katholiek te zijn. Amen.

Pastor

Bidden wij tot God op wiens zorgzame liefde wij mogen vertrouwen.

Lector

Wij bidden voor Paus Franciscus en voor de bisschoppen die in zijn lijn handelen. Dat zij het spreken van de kerk geloofwaardig maken door hun handelen. Da zij ons op de goede weg zetten naar mensen die de vreugde van het evangelie nodig hebben.

S T I L T E   Laat ons bidden.

Lector

Wij bidden voor onze geloofsgemeenschap in Oss. Dat wij daadwerkelijke aandacht en zorg hebben voor mensen in ons midden die er niet goed aan toe zijn. Dat wij hartelijk omgaan met mensen die ons nog vreemd zijn; dat wij gastvrij zijn voor mensen die naar veiligheid en vrede zoeken; dat we oog hebben voor mensen  die zich miskend en achtergesteld voelen.

S T I L T E   Laat ons bidden.

Lector

Wij bidden voor mensen die omwille van hun geloof en levensovertuiging vervolgd worden. Dat zij op uw trouw durven rekenen en staande blijven. Voor mensen die miskend worden vanwege seksuele geaardheid. Dat zij erkend worden in hun waardigheid. Dat zij op hun wijze de zorgzame liefde van mensen voor elkaar kunnen beleven.
S T I L T E   Laat ons bidden.

Lector

Wij bidden voor de zieken en vereenzaamden in ons midden. Dat wij naar hen omzien. Voor de jongeren die geslaagd zijn voor hun eindexamen. Dat zij een goede toekomst tegemoet kunnen zien. Voor onze eigen intenties

s t i l t e   Laat ons bidden.

 

Pastor

God , verhoor onze gebeden en schenk wat goed voor ons is. Dit vragen wij U op voorspraak van Titus Brandsma door Christus onze Heer.  Amen.

 

Overweging van zondag 18-6-2017 door pastor Leon Teubner

Vandaag is het sacramentsdag. We vieren het feest van Gods aanwezigheid in ons leven dat door zijn aanwezigheid geheiligd wil worden. Al wat is en leeft, is een sacrament van God. Ieder van ons een teken van zijn levende aanwezigheid. Daarom kan Jezus, die het Woord van God is, zeggen: “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald.  Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, omwille van het leven der wereld.”
In de hele evangelietekst van vandaag komt het woord ‘leven’ maar liefst 9x voor.
Leven!
Dat is het, waar het God om te doen is, en waar zijn aanwezigheid in en onder ons op uit is: dát wij toch tot leven komen!
Leven dat is van ons uit gezien: ademen, eten en drinken, relaties aangaan, werken en ontspannen, slapen en opstaan: weer een nieuwe dag. Maar echt tot leven komen is vanuit de Schrift gezien: Gods aanwezigheid gaan voelen in en doorheen ons ademen, eten en drinken, relaties aangaan, enz.
God daarin meer en meer gaan smaken geeft een ongekende rijkdom aan het leven, dat een leven zonder God doet verbleken. Leven, daar kun je over nadenken, over tobben, erin opgaan, zelfs eraan voorbij gaan. We dénken geregeld veel over ons leven na. Want we zijn zelden geheel en al voldaan.
Ons verlangen, zo ervaren we, is veel groter dan wat het aardse leven ons te bieden heeft.
We staan wel uit op vervulling, doch we kunnen maar mondjesmaat de honger en de dorst van ons hart en onze maag vullen. Mijn ervaring is: telkens als ik iets graag wil of: iets graag niet wil, dat de vervulling daarvan mij maar korte tijd kan bevredigen, of het nu materieel of geestelijk is, triviaal of hoog verheven. Er ontstaat altijd wel snel een nieuw verlangen, wat daarna weer gevolgd wordt door een ander verlangen. Tot nu toe is mijn verlangen nooit langdurig vervuld geweest. En dat geldt denk ik voor ons allemaal. Gaandeweg ons leven leren we uit ervaring, dat ons verlangen eigenlijk uitstaat naar ‘iets’  wat het leven zelf ons helemaal niet bieden kan. Iets dat ons aandoet en raakt in ons hart in en doorheen al die dingen die ons verlangen wekken, maar daar zelf niet mee samenvalt. Dit leren we door steeds weer te ervaren dat er niets is bij alles wat we ons toe-eigenen, dat ons leven blijvend en geheel vervult.  Daar kun je verbitterd en gefrustreerd van raken. Maar je kunt er ook van leren. Je kunt ook gaan inzien dat ons hart uitstaat naar ‘iets’ anders, Iets dat niet geschapen is, Iets dat je niet kunt begrijpen, aanleren, kopen of verdienen. Iets dat ons doorheen en voorbij alles wenkt. Iets dat zichzelf onvoorwaardelijk geeft in alles als wij het willen ontvangen mét alles.
Dat ‘andere’ dat Zichzelf geeft in alles wat Hij geeft, dat is datgene dat wij hier God noemen. God is de Enige die ons hartsverlangen durend en geheel vervullen kan. Want Hij woont in alles en iedereen.
Maar die vervulling, waar we een leven lang op uitstaan, die geschiedt maar als wij Hem in alles ontvangen én gaan meebewegen met zijn Zelfgave, door óók onszelf te geven in al wat aan ons geschiedt.
Als ook wij onszelf onvoorwaardelijk gaan geven in alles, komt God in zijn Zelfgave in ons leven tot gestalte. En dan komen wij werkelijk tot leven, tot goddelijk leven. Wij zijn immers bedoeld zoals Jezus, om uit te groeien tot de zichtbare gestalte van zijn verborgen aanwezigheid. Hoe wij er in ons leven ook aan toe zijn, hoe onwaardig wij onszelf misschien ook voelen, God verlangt in alles en iedereen aan het licht te komen. Hijzelf vormt immers onze diepste waardigheid.
Dat durven geloven en beamen door elke dag jezelf vanuit en mét God proberen te geven, dat is sacramenteel leven zoals Jezus ons voorleefde.  Om het ontvangen van God in ons leven te verbeelden, gebruikt Hij symbolen die horen bij eten en drinken: brood en wijn, vlees en bloed.
God ontvangen in je leven is zoiets als het eten van brood en wijn. Als wij, zoals onze maag het voedsel, het woord van God ontvangen en laten doordringen tot in ons hart, ons denken en spreken, doen en laten, dan horen we niet alleen wát zijn Woord ons zegt, maar dan komt Hijzelf mee naar binnen – om ons langzaam maar zeker om te vormen tot Hemzélf. Wij zijn het sacrament, het geheim van Zijn liefde, om te worden wat wij zijn: Gods onvoorwaardelijke Zelfgave, het lichaam van Christus.
Door het Woord van God tot ons te nemen zodanig dat het bezit van ons leven kan nemen, in ons spreken én in ons dóen en laten, zullen we ons meer en meer gaan geven aan elkaar.
Dan zullen wij door Hem, met Hem en in Hem goddelijk aan leven, een leven dat niet maakbaar, maar enkel te ontvangen is: zijn Zelfgave – waardoor Hij alles in alles zal zijn.

Overweging bij de viering van 50 jaar KBO op 9 juni 2017 door p. Tom Buitendijk

KBO 50 jaar  9 juni 2017

 

Inleiding.

Lieve mensen van de Katholieke Bond voor Ouderen, geachte bestuursleden, in 1957 werd de KBO Ruwaard opgericht. Doel van de KBO was  en is :
ontmoeting en elkaar gezelligheid bieden;
belangenbehartiging van de ouderen;
maar ook het bevorderen van het geestelijke leven van de ouderen en door religieuze en culturele activiteiten de mensen de rijkdom van cultuur en natuur laten proeven. Met name de uitstapjes  en busreizen hebben veel betekend. Met dankbaarheid zien we terug op 50 mooie jaren, maar ook richten we de blik vooruit.   De KBO zal voor de ouderen van de toekomst hoogst belangrijk worden.  In deze viering willen we God en elkaar bedanken voor de afgelopen vijftig jaar en vragen om zegen over de komende tijd.

 

 

Overweging

“ Zoek het gezelschap van ouderen en luister trouw naar hun wijsheid” . Zou je dit aan jongeren van vandaag nog als advies kunnen mee geven? Je wordt, denk ik , vierkant uitgelachen ! Er is ook een kloof ontstaan tussen de generaties: tussen de ouderen en de jongeren van deze tijd. Zoals iedere kloof die verdeling brengt in de samenleving is ook de kloof tussen de generaties is levensgevaarlijk.

Het gevaar is dat er aparte werelden ontstaan die niets meer met elkaar te maken hebben. De jongeren denken vaak alleen maar aan hun idealen: rijk worden, jezelf ontplooien, van het leven genieten.  Ze vergeten wat ouderen uit hun ervaring weten en aan hen jongeren kunnen leren.  Dingen als:
geld alleen maakt niet gelukkig; je moet anderen ook kansen geven om goed te leven; om iets te bereiken moet je doorzetten en hard werken; genieten doe je altijd samen; tegenslag kun je met geduld overwinnen; voor het geluk in je huwelijk moet je vechten. De jongere generatie denkt  vanuit het “ikke, ikke, ikke”.  De oudere generatie denkt vanuit : ‘onze generatie, wij samen, gezamenlijke verantwoordelijkheid”.
In een samenleving waarin alleen de geslaagde jongeren het ideaal zijn  worden ouderen vaak afgeschreven als zielenpieten verplegingsbehoeftigen, afhankelijken van de zorg, als kostenpost van de samenleving. Hardop vragen zij zich af : is de ouderenzorg nog wel betaalbaar?  Natuurlijks is het  waar dat hoogbejaarden veel zorg en soms ook extra zorg nodig hebben. Maar die mensen hebben wel ons land opgebouwd, de maatschappij draaiende gehouden, de verzorgingsstaat op gericht. Ze  hadden niet de bedoeling die af te breken zoals nu gebeurt. Veel  van die  ouderen  hebben een verhaal dat de moeite van het beluisteren waard is.  Een verhaal over onderlinge zorg in tijden van armoede ; een verhaal van opkomen voor sociale rechtvaardigheid ; een verhaal van hard werken en hard studeren in avondstudies  om vooruit te komen; een verhaal van sporten op zondag en van hardwerken door de week.  Wat ouderen aan jongeren van vandaag kunnen leren is dat het leven een sociale dimensie heeft. We leven ten bate van elkaar en ten dienste van elkaar.  We leven niet voor ons ikke, maar voor ons samen.
Ouderdom is veel meer dan een aflopende levensfase.  Ouderen mensen hebben ook een eigen vitaliteit. Ook al hebben ze dan geen baan die economisch gewin opbrengt; zij zijn wel het sociaal kapitaal van de maatschappij. In alle sectoren van het vrijwilligerswerk zijn het de vitale ouderen die de kar trekken. Onlangs stond er in de krant dat een voetbalvereniging nauwelijks in staat was het zaterdagvoetbal voor de kinderen te organiseren.  De lijnentrekkers, de grensrechters en de scheidsrechters waren allemaal zeventig plussers.  De vaders van de kinderen hadden er geen zin in. Enkele leidinggevende ouderen waren ziek geworden. In de kerken zijn de ouderen de meest vitale griep.  Het jongste lid van het herenkoor van onze parochie wordt 18 juni zeventig jaar. Het oudste lid is 92.
Zonder vitale ouderen zouden veel maatschappelijke en kerkelijke organisaties niet kunnend draaien.  Ouderen zijn van levensbelang.
Ouderdom biedt ook kansen. Veel ouderen komen ertoe om een studie te beginnen, een hobby aan te pakken, reizen te maken, de wereld te verkennen.  Ouderen blijven wijsheid op doen om die te delen met kinderen en kleinkinderen.  Grootouders hebben een steeds groter wordende opvoedende taak die ze met plezier uitvoeren.
De KBO helpt al vijftig jaar om ouderen een goede plaats te geven in de samenleving.   Niet door ouderen als slachtoffer te zien van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen. Natuurlijk moet de KBO de belangen van kwetsbare ouderen met kracht en vurigheid blijven behartigen.  Maar vooral helpt de KBO de ouderen bij de samenleving te betrekken en stimuleert de KBO de ouderen verantwoordelijkheid te dragen en positieve invloed uit te  oefen in de maatschappij. Het zou voor de jongere generatie politieke en sociale leiders van dit land goed zijn om het advies van de bijbel over te nemen.

“Zoek het gezelschap van ouderen en luister trouw naar hun wijsheid”.

 

 

Voorbede

Wij gedenken met een dankbaar hart de oprichters van de KBO, de leden en  de bestuursleden die overleden zijn. Zij hebben zich ingezet om de ouderen in ons midden een plaats te geven in de samenleving. Geef heb nu een plaats in uw hemel.

Wij bidden om Gods zegen voor de komende tijd. Dat onze vijftig jarige KBO jong van hart en geest initiatiefrijk en inspirerend zal zijn voor de ouderen van vandaag. Dat wij in vriendschap en saamhorigheid de toekomst aan durven.