Overweging van 15-4-2018 door p. Tom Buitendijk

 

Inleiding.

U allen van harte welkom deze derde zondag van Pasen. Dat Jezus is opgestaan en ons wil laten delen in de nieuwheid van zijn leven is een Mysterie dat wij nauwelijks kunnen bevatten. Het is een Mysterie: dat betekent dat we er nooit helemaal grip op kunnen krijgen. Hoe we het ook willen verwoorden, altijd zullen woorden tekortschieten. Het gaat ons verstand te boven. Maar als we de schriften lezen zullen we tot verstaan komen. We hebben niet alleen een open en eerlijk en nuchter verstand nodig. Nodig is ook een open en ontvankelijk hart en de moed om te zeggen: “Ja, Heer ik geloof. “

 

Openingsgebed

Goede God, in Jezus zijn al uw beloften vervuld. In Hem zien wij hoe wij toekomst kunnen ontvangen en tot nieuwheid van leven kunnen komen. Leer ons de Schriften zo lezen  dat wij geraakt worden door Hem over wie geschreven staat: “ Zie, ik maak alles nieuw.”
Dit bidden wij U door Christus de Verrezen Heer die eeuwig leeft. Amen.

 

Gebed over de gaven.

God, onze Vader, In het breken van het brood hebben de leerlingen uw Zoon Jezus herkend. Laat ook ons de Heer erkennen wanneer Hij zich in brood en wijn aanbiedt  als voedsel en drank van eeuwig leven. Dit bidden wij U door Christus de Verrezen Heer die eeuwig leeft. Amen.

 

Slotgebed.

 

Barmhartige God, door Jezus de verrezen heer zijn wij verzameld tot uw volk. Leer ons te leven vanuit zijn liefde en vergevingsgezindheid opdat wij nieuwe kansen bieden aan mensen die geen toekomst hebben. Raak ons in ons hart opdat wij opengaan voor U en van U de levenskracht ontvangen die Jezus de verrezen Heer bezielt. Dit bidden wij U door Christus de Verrezen Heer die eeuwig leeft. Amen.

 

Overweging

Het was na een Eerste Communieviering. Ik had verteld dat de priester net als Jezus het brood brak en dat ging uitdelen onder alle mensen. En dat de kinderen voor het eerst mochten meedoen. Zegt zo’n meisje na de viering : Jezus , mag ik met jou op de foto.   “ik ben toch Jezus niet “, zei ik lachend.
“Jawel, zei ze want jij brak toch net dat brood.” Werkelijkheid en beeld liggen soms heel dicht bij elkaar. We zijn samen op de foto gezet en het is nog een mooie foto geworden ook. De vraag is nu: als ze tweeduizend jaar geleden een fotocamera hadden gehad, zouden ze dan  Jezus te midden van de leerlingen op de foto hebben kunnen zetten? Jezus wordt heel  concreet beschreven. Hij toont handen en voeten, de littekens van zijn lijden aan het kruis. Hij vraagt hen een stukje vis en eet dat voor hun ogen op. Een geest heeft geen vlees en beenderen, zegt Hijzelf.  Maar Hij zegt  niet dat Hij een lichaam heeft. Ook wordt er niet verteld dat de leerlingen  hem betast hebben. De beschrijving is heel concreet en tegelijk eerbiedig en terughoudend. Als we een foto hadden mogen maken, dan zouden we dat – denk ik –  beschroomd geweigerd hebben. Wat Lucas die dit verhaal heeft opgeschreven wil benadrukken  dat er een nieuwe werkelijkheid is aangebroken die ons zien, kennen en begrijpen te boven gaat. Maar die nieuwe werkelijkheid staat niet los van alles wat Jezus gedaan heeft  en van wat er met Hem gebeurd is. De verrezen Heer die zijn handen toont is dezelfde als de gekruisigde Jezus. De verrezen Heer die een stukje vis eet is dezelfde Jezus als die het brood brak en uitdeelde, De verrezen Heer die  Schrift uit gaat leggen is dezelfde Jezus als die de Blijde Boodschap van het rijk Gods verkondigde. Omgekeerd: Jezus die eerst twaalf en later twee en zeventig leerlingen erop uitstuurt is de verrezen Heer die nu zegt: ga vanuit Jeruzalem wereldwijd getuigen dat Gods liefde uitgaat naar alle volkeren . Wat Lucas zegt is dat heel het leven van Jezus – zijn woorden en daden – zijn weldoende rond gaan – zijn  vergeving en genezing – zijn maaltijden en zijn parabels – ; dat heel het leven van Jezus  van zijn geboorte tot zijn dood moet worden voortgezet in de gemeenschap van de leerlingen die samen Lichaam van Christus zijn. Lucas schildert in dit verhaal Jezus als bron van nieuw leven. Als middelpunt van een nieuwe wereld orde. Als krachtcentrale voor iedereen die zich  in hoop en vertrouwen wil inzetten voor een nieuwe wereld. Die nieuwe wereld is begonnen in nacht van de verrijzenis. Komt ons tegemoet in de verschijningsverhalen van de verrezen Heer. Wordt toevertrouwd aan onze handen.  Wij zijn voortaan Lichaam van Christus, teken van Gods aanwezigheid in deze wereld.  Die nieuwe wereld is heel concreet: het is goed en positief nieuws waarover we ons mogen verheugen en  waarbij wij ons kunnen aansluiten.  Het getuigenis dat Jezus de levende is wil aanstekelijk en aantrekkelijk werken. In de journalistiek geldt: slecht nieuws is goed nieuws. Er is weleens gepoogd om een krant met blije berichten te maken. Dan komen er van die gewone dingen in te staan er een poes gered is , dat in een verzorgingshuis een weduwe met een weduwnaar getrouwd is, dat het druk is in tuinen van Appeltern en dat het Mariabeeld in de veldkapel is schoongemaakt.  Die blije kranten worden ook saai. Wat betekent het dan dat die nieuwe wereld wel positief en goed nieuws is. Het eerste woord van de Verrezen is “Vrede zij met U”.  Met Kerstmis zongen wij: “Vrede voor aller mensen van goede wil “.   God steekt zijn hand naar mensen uit en zegt:  Tussen jou en mij is het wat mij betreft altijd goed. Mijn hand erop!  Jezus is kind naar mijn hart en jij bent het ook als je in zijn Geest leeft.  Positief is ook dat die vrede van Godswege uitgaat naar alle volkeren.  Wij zouden ons meer bewust moeten zijn van de opbouwende en beschavende krachten van het wereldwijde christendom. Het christelijk geloven en handelen  is in Azië, in  Afrika in Latijns Amerika een motor in de vooruitgang.  Het Europese christendom kan veel van de jonge kerken leren. Positief is ook de vergiffenis der zonden.  De zonden zijn de doodlopende wegen die mensen begaan:  de verslaving aan geld waaraan veel mensen lijden ; de ik –gerichtheid waardoor er onverschilligheid en hardheid ontstaan; het gevoel van méér zijn dan een ander, waardoor wij meer rechten hebben; de tweedelingen die wij creëren.  Van al die zondige wegen waar mensen op dood lopen roept Jezus ons terug en leert ons een nieuw gedrag: geef zonder iets terug te verlangen; wees barmhartig en zie naar elkaar om; dien elkaar met vreugde. De samenleving zou zo veel gezonder zijn als christenen als christenen leefden!

Natuurlijk zullen pijn en verdriet, ziekte en dood, tegenslag en domheid nooit helemaal verdwijnen. Mensen zullen elkaar uit eigenbelang onder de maat blijven behandelen. Maar christene kennen woorden als:  belangeloosheid, liefde schenken om niets, genade boven recht, barmhartigheid boven vergelding. Door de oude wereld heen is er een nieuwe wereld aan gebroken. De littekens van de oude wereld zullen in de nieuwe wereld zichtbaar blijven. Maar in de nieuwe wereld  zullen dodelijke krachten uiteindelijk geen macht meer hebben.  Christus is verrezen – toont zijn wonden-  en stuurt ons erop uit om wereldwijd vrede en nieuw leven aan te reiken..

 

 

Voorbede

 

Pastor             Barmhartige God, zie naar ons om en luister naar ons.

 

Lector             Wij bidden voor de wereldkerk die leeft onder alle volkeren. Dat de beschavende kracht van het geloof in Jezus als onze Heer en Leidsman ten leven, vrede en eensgezindheid bewerkt. Dat de kerk een zichtbaar teken wordt van uw liefde.

Laat ons bidden.

 

Lector             Wij bidden voor de samenleving. Dat wij erop vertrouwen dat een samenleving die gebaseerd is op barmhartigheid , zachtmoedigheid en vergevingsgezindheid, een gezonde samenleving zal zijn waarin mensen in vrede en veiligheid kunnen wonen,

Laat ons bidden

 

Lector             Wij bidden voor mensen die niet verder kunnen kijken dan hun  eigenbelang en die daardoor de samenleving beschadigen,   Doorbreek hun eng gezichtsvermogen en toon hen de ruimte van een  wereld waarin alle mensen waardig leven mogen.

S t i l te Laat ons bidden.

 

Lector             Wij bidden voor onze geloofsgemeenschap van Titus Brandsma. Dat de viering van vijftig jaar St. Jozefkerk het parochieleven kan inspireren. Voor de zieken: thuis, in  het ziekenhuis en in het verpleeghuis. Om overgave en om moed. Voor de jarigen in ons midden.

Om gezondheid en levensgeluk. Voor onze persoonlijke intenties.

Stilte Laat ons bidden

 

Pastor Goede God, raak ons aan met uw liefde.  Maak nieuwe  mensen van ons,.  Dat wij op Jezus de verrezen Heer mogen gelijken.

Amen.

Advertenties

Overweging paaswake 2018 door p. Tom Buitendijk

Paaswake 2018 preek

 

In de afgelopen week heb ik enkele malen de ziekenzalving mogen toedienen aan parochianen. Het zijn korte vieringen waarin nogal geïmproviseerd moet worden.

De mensen zitten of staan in een kring rond de zieke.

De jongere aanwezigen – kinderen en kleinkinderen – kijken toe naar een voor hen vreemd gebeuren.

Ik leg altijd wat we gaan doen en ik hoop dat de betekenis van de rite overkomt.

Bij de ziekenzalving hoort de geloofsbelijdenis: de twaalf artikelen van het geloof. De ouderen kunnen deze uit hun hoofd opzeggen; de jongeren niet meer.

Ik vertel erbij dat veel geloofswoorden vreemd zijn en dat het niet gek is als je vragen en twijfels hebt.

Bij de ziekenzalving zijn de belangrijkste woorden:

“ik geloof in de vergeving van de zonden, in de verrijzenis van het lichaam en het eeuwige leven Amen.”

Bij vergeving vertel ik dat het goed is om bij fouten en tekorten stil te staan en tegen elkaar te zeggen: het wàs nu eenmaal zo, jammer!  Maar laat het niet zo blijven! Laten we elkaar vergeven zoals God ons vergeven zal!

Bij het eeuwig leven vertel ik dat Gods barmhartige liefde ons voorbij de dood roept en in ons scheppend werkzaam zal blijven.

Bij de verrijzenis van het lichaam ben ik zelf altijd wat verward en onzeker en meestal zeg ik er maar niets over. En toch hoort dat erbij.  Verrijzenis is de kern van ons geloof.

 

De verrijzenis!  Als je ziet hoe uitgeteerd en vermagerd een zieke geworden is, kun je je dat niet voorstellen. Eigenlijk zou je dat niet eens willen dat iemand in dat gebrekkige en geschonden lichaam verrijst. Straks wordt dat lichaam begraven of na de crematie verstrooid, wat is er dan nog over dat verrijzen zal?

 

Dat zijn allemaal vragen vanuit onze menselijke kant. Vragen gesteld vanuit  ons redeneren. Natuurlijk ook met gevoel en emotie, maar vooral toch met ons verstand.

Maar voor wie gelóven durft is er ook een andere kant.

Vanuit God bezien ziet het er toch anders uit. Verrijzenis van het lichaam kan dan betekenen dat God interesse in ons heeft en begaan is met héél ons menselijk leven. Hij is begaan met onze bezield lichaam of met onze belichaamde ziel.  God houdt van héél ons mens-zijn , van héél onze levensgeschiedenis, van alles wat ons als mensen lief en dierbaar is. 

God houdt van de mens zoals ik in de loop van het leven geworden ben. Door zijn scheppende liefde schenkt hij ons nieuw en eeuwig leven. Leven met kwaliteit van blijvende duurzaamheid.

 

Wij mensen denken dat het menselijk bestaan een einde heeft – dood is dood. We moeten nog maar afwachten wat er na komt. Leven na de dood! Is dat er wel?

Het tijdelijke leven heeft in zekere zin geen einde.

God herstelt en voltooit ons leven door in ons sterfelijk bestaan zijn goddelijke kracht te ontplooien. Korter gezegd: hij doet ons opstaan door de dood heen: hij schenkt ons het leven voorbij de dood; hij schenkt ons de verrijzenis.

Zoals een schip dat achter de horizon verdwijnt uit zicht is en toch niet weg is, zo is het ook met onze doden. Aan de dood voorbij zijn ze niet weg. Wel uit ons zicht maar levend in de ruimte van God.

 

Je kunt je afvragen: wat heb ik nou aan het geloof dat mijn partner, mijn kind, mijn geliefde als verrezene in Gods liefde leeft.  Ik had de dode liever hier gehouden dan in de hemel?  Dat is een eerlijk gevoel. De vraag naar het waarom van de dood zal altijd een open vraag blijven……

 

Maar juist door de gave van de verrijzenis laat God zien dat Hij niet instemt met onze menselijke beperktheid. Ziekte, armoede, geweld, onrecht en slavernij tekenen ons menselijk bestaan. Soms lijkt het wel alsof het leven één groot gebeuren is van miscommunicatie. 

Landen en volken in oorlog, ruzies in de familie en twisten tussen mensen, tweedeling in de samenleving.  Al die negatieve krachten die ons leven tekenen en die God tegen spreken, wil Hij ten goede keren door het aanbieden van nieuw leven.

 

Door de gave van de verrijzenis laat God zien hoe Hij ons leven wèl waardeert en eerbiedigt. Hij verheft onze liefde voor elkaar tot volkomen geluk.  Hij voltooit onze inspanningen om de wereld mooier te kleuren; hij geneest en heelt onze wonden. 

Al het goede en mooie wat wij doen gebruikt hij als waardevolle voertuigen om in ons tot leven te komen…om ons te doen opstaan ….om in ons op te staan. 

 

Geloven in de verrijzenis is geloven dat er altijd nieuw leven mogelijk is en dat wij mensen nu reeds als nieuw kunnen leven. Wij geloven dat dit mogelijk geworden is door Jezus van Nazareth, een man die de Geest over zich uitgestort kreeg. 

Een man die heel concreet en daadwerkelijk een beweging op gang bracht waarin mensen nieuw leven ervaarden, zich door God als door een lieve Vader bemind wisten, en die ons gebood met vallen en opstaan elkaar lief te hebben. Deze man die volkomen Gods liefde uitstraalde en een menselijk gezicht gaf, deze mens is aan het kruis geslagen en gedood.

Toen mensen “neen” zeiden tegen Jezus en hem de wereld uitsloegen, heeft God “ja” gezegd tegen dit leven van weldoende rondgaan. In hem brak Gods toekomst door.

Het Rijk van God in ons midden. Hij heeft Jezus gemaakt tot eersteling van de nieuwe schepping. Tot middelpunt en sleutelfiguur van een nieuwe gemeenschap. Een gemeenschap waarin de dood geen plaats meer heeft,  omdat de kracht van de liefde leven doet.  

Over alle mensen die Zijn naam dragen – leerling van Jezus, christen–  is dat   “ Ja, mens ,sta op en leef ! ” uitgeroepen.

In de toediening van de ziekenzalving klinkt het door .

 “ Ik geloof in de verrijzenis van het lichaam” betekent dan:

“ Hoor God stem : “Jij mens, sta op en leef”.

 

Als  we  goed luisteren wordt het iedere dag dat we ’s morgens opstaan gezegd.  Elke dag wordt ons gegeven om te leven alsof Gods toekomst reeds is aangebroken. In heel ons leven, iedere dag opnieuw,  komt Gods toekomst ons tegemoet.  Jezus de Levende, de Verrezen Heer is altijd in ons midden. 

Van harte wens ik u een Zalig Paasfeest toe.

  

Gebed na Scheppingsverhaal

Heer onze God, uw  schepping hebt u ons toevertrouwd om te behoeden en te bewaren als veilige woonplaats  voor al uw mensen en dieren. Maak ons bewust dat wij duurzaam om moeten gaan met land, water en lucht. Maak ons tot medewerkers aan uw schepping opdat deze aarde voltooid kan worden tot de nieuwe hemel en de nieuwe aarde waarin U eens alles in alle zult zijn.
Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Gebed na Exodus

Heer, onze God,  u bent een God van bevrijding voor allen die geknecht en klein gehouden worden. U hebt uw volk  Israël met machtige hand verlost uit de slavernij van Egypte. Toon opnieuw uw wondere kracht en bevrijd ons van de verslavingen  van deze tijd  waardoor wij onder onze maat leven. Bevrijd ons van de zucht naar meer en beter waardoor wij anderen tekort doen. Maak ons tot mensen die elkaar het goede leven gunnen om het in vrijheid te beleven.
Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Gebed van Pasen

Heer, onze God,  u bent trouw aan uw Verbond met ons en schenkt ons telkens nieuw leven. Waar wij eigenzinnig zijn en afdwalen van de weg die u ons wijst, komt u ons tegemoet om ons opnieuw op weg te zetten. Mogen wij luisteren naar uw stem en de weg gaan die u ons wijst.  Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

 

Gebed over de gaven.

Heer, onze God, in brood en wijn gedenken wij het lijden, sterven en verrijzen van Jezus uw Zoon. Hij roept ons aan deze tafel en bereidt ons dit Paasmaal. Mogen wij door hem gesterkt opnieuw gaan leven voor elkaar opdat wij eens aan de hand van de Verrezen Heer het eeuwig leven bereiken.
Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Intenties aan Tafel

Wij bidden aan Tafel rond de verrezen Heer voor onze parochiegemeenschap. Voor de zieken in onze kringen. Om beterschap en om overgave aan Gods wil. Dat het Paasfeest hen nieuwe moed geeft. Voor hen die overleden zijn:
Mogen zij delen in de levenskracht van de Verrezen Heer en bij God voorgoed gelukkig zijn.

Voorbeden

Leon

In deze nacht van Pasen zijn wij verzameld rond de Verrezen Heer en bidden wij uit dankbaarheid om Zijn leven gevende Aanwezigheid in ons bestaan.

Lector

Wij danken u voor de bemoediging die u ons schenkt wanneer wij ons klein en machteloos voelen in het grote wereldgebeuren. Maak ons tot moedige mensen die het oog gericht houden op het Rijk van God.  Dat heel ons leven met God van doen heeft.

S T I L T E  Laat ons zingen

Lector

Wij danken u voor onze geloofsgemeenschap voor wie deze kerk vijftig jaar een geestelijk thuis is. Wij danken u voor de Sacramenten die wij hier mochten ontvangen; voor de verkondiging van uw Woord door de pastores die deze gemeenschap gediend hebben; voor de gebeden die ons tot steun zijn geweest en voor de inspiratie waardoor ons leven richting heeft ontvangen. Wij danken u dat deze kerk  50 jaar getuigt van uw aanwezigheid in onze stad.

S T I L T E  Laat ons zingen

 

Lector

Wij danken u voor de positieve en welwillende aandacht van onze gemeenschap voor mensen voor wie het leven zwaar en moeilijk is. Mensen dichtbij die door ziekte, armoede en tegenslag getroffen worden. Mensen in Burkina Faso die ons door onze vastenactie ter harte gaan. Help ons te geloven dat de kracht van Jezus’ verrijzenis mede dankzij ons doorwerking vindt in heel de maatschappij.

S T I L T E  Laat ons zingen.

 

Leon doet het slotgebed van de voorbede en van de viering.

Heer, onze God, door het vieren van het Mysterie dat het leven sterker is dan de dood en dat liefde alle haat kan overwinnen,  worden wij bemoedigd om in deze wereld uw goedheid te verkondigen en uw liefde uit te dragen. Mogen daardoor vele mensen kunnen opstaan uit nood en benauwenis om  voluit tot leven te komen. Moge de kracht van de Verrezen Christus in ons werkzaam zijn. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overweging van 1e Paasdag 2018 door pastor Leon Teubner

Aangekomen zijn wij bij het graf van Jezus.

Jezus, wiens Naam betekent: God bevrijdt,

Jezus, het Woord van God,

het Woord dat God zelf was.

 

Met Jezus hebben wij dus God begraven.

Aangekomen zijn wij bij het graf van God.

 

God is dood, zegt onze moderne cultuur.

Na een eeuwenlange lijdensweg is Hij begraven.

Vastgepind in Godsbeelden en geloofsleer,

is Hij uiteindelijk bezweken en onder ons gestorven.

 

Hij heeft ten lange leste de Geest gegeven,

en bijna onmerkbaar is Hij uit ons midden verdwenen.

Wij hebben een mooi graf voor Hem uitgehouwen,

en er een zware steen voor gezet.

God is dood.

 

En toch klinkt hier het onwaarschijnlijke verhaal

van een leeg graf, waarvan de steen is verwijderd.

Een graf dat gevuld slechts is

met wat windselen en een hoofddoek.

 

Wij zijn erbij vandaag als toehoorders en toekijkers,

samen met Maria van Magdala,

met Petrus en met een andere leerling.

 

Hoe gaan zij om met deze dode God en dit lege graf?

Maria van Magdala komt niet dichtbij het graf.

In het duister van de morgen neemt zij op een afstand waar,

dat de zware sluitsteen van het graf is weggerold.

 

Hij is er niet meer, concludeert zij, deze God die dood is.

Maar waar is Hij dan wel?

Maria herinnert zich het beeld van haar God vóórdat Hij stierf.

Naar die God zoals zij die kende, verlangt zij terug.

 

Ze gaat weg en zegt tegen de leerlingen:

 

Ze hebben de Heer weggenomen

en we weten niet waar zij Hem hebben neergelegd.

 

Daarop snellen Petrus en een andere leerling naar het graf.

Het wordt lichter en de leerling die Jezus liefhad is er het eerst.

 

Hij komt al dichterbij het graf dan Maria.

Zo dichtbij dat Hij, neerbukkend, de windselen ziet

waarin men zijn God begraven heeft.

 

De windselen, dat zijn de achtergebleven omhullingen van God.

Dat zijn de beelden die wij van Hem maken.

Omhullingen waarin wij Hem behapbaar opbergen:

beelden van God die aansluiten bij ons begrip en onze logica.

 

God als Drie-eenheid, God als Vader, als rechtvaardige Rechter,

God als almachtige, als de Barmhartige, de Beminde…

De geliefde leerling werpt een blik op deze windselen

maar hij gaat het graf niet binnen om dit verder te onderzoeken.

Nog niet.

 

Petrus komt na hem aan en gaat weer een stap verder.

Hij gaat het graf binnen en ziet ook de hoofddoek

waarmee het gelaat van God bedekt is geweest.

 

Het gelaat van God is niet zijn gezicht,

maar het is de indruk die Hij in ons achterlaat

wanneer Hij ons even raakt met zijn aanwezigheid.

 

Maar met die achtergebleven indruk valt God niet samen.

In die zin laat ook de hoofddoek ons achter met lege handen.

God blijft dood.

 

Hij komt niet tot leven in onze beelden en verhalen en indrukken.

Want dat zijn allemaal gestolde, levenloze windselen en hoofddoeken.

Het zijn de sporen van God die alweer afwezig is, voorbijgegaan,

na zich even te hebben laten voelen in onze ervaring.

 

Is dat alles wat het lege graf ons te bieden heeft?

Nee, gelukkig is er nog meer.

Maar dat wordt niet expliciet verteld,

omdat het niet kan worden verteld,

behalve dan misschien in die paar woorden:

 

de geliefde leerling ziet en vertrouwt.

 

De geliefde leerling betreedt heeft nu ook het graf betreden.

Hij ziet … en hij vertrouwt, is alles wat het verhaal zegt.

De geliefde leerling ziet niet langer iets,

zoals windselen en een hoofddoek.

Nee, hij ziet – hij ziet in absolute zin, hij schouwt.

 

 

 

Voor hem is het graf van God even helemaal echt leeg,

omdat het geheel gevuld is met wat niet te zien is,

met datgene of diegene die geen beeld heeft,

met de Beeldloze, de Onzegbare, de Onzienlijke.

 

In deze leegte waaraan de geliefde leerling zich blootstelt,

wordt hij geheel vervuld met een onverwacht vertrouwen

in een ogenschijnlijk gestorven en begraven God.

 

Hij wordt a.h.w. even zelf het graf met de windselen

en de hoofddoek van deze dode en begraven God,

die op paradoxale wijze als een levend vertrouwen

in hem aanwezig komt.

 

Zo wordt deze geliefde leerling in navolging van zijn Meester

nu zelf een gestalte van God,

precies door zijn God in zijn hart te begraven.

 

Dat klinkt u misschien vreemd in de oren,

maar dat is wat we elke Goede Vrijdag horen,

in het slot van de Mattheus Passie.

 

Daarin klinkt de prachtige Aria: Mache dich, mein herze rein:

Vertaald klinkt er:

 

Maak jezelf, mijn hart, rein,

ik wil Jezus in mijzelf begraven.

Wereld vol beelden, ga weg, laat Jezus binnen!

Maak jezelf, mijn hart, rein,

ik wil Jezus in mijzelf begraven.

 

De geliefde leerling zag en vertrouwde.

Even was zijn hart leeg en gezuiverd

van de wereld van de Godsbeelden en de geloofswaarheden,

waarin zijn God niet tot leven komen kan.

 

In zijn ontlediging is God nu in hem gestorven en begraven,

en toch verrezen in die lege ruimte van zijn vertrouwen,

als een op afwezige wijze

toch aanwezige bron van ware liefde en eeuwig leven.

 

Dit mysterie zullen wij nooit kunnen begrijpen.

Het verhaal van Pasen nodigt ons uit

ons als geliefde leerling blind toe te vertrouwen

aan die ene God die ons altijd ontglippen zal

en wiens enige Naam is: Ik ben die Ik ben;

alleen zo ben Ik bevrijdend met jullie, alle dagen van jullie leven.

Overweging bij de boeteviering van 26-03-2018 door pastor Leon Teubner

Welkom mogen wij ons hier weten,

in Godsnaam,

in deze viering van erkenning en herstel.

 

Erkenning –

niet zozeer van wat beter had gekund

doch zondig werd nagelaten,

maar erkenning van wat wij zijn en van wat God is:

onvolmaakte mensen

gegeven door Hem die volmaakt is.

 

Wij allen worden gegeven met een tekort:

wij zijn niet God, en dus onvolmaakt.

En alleen als onvolmaakte mensen staan wij

in relatie tot onszelf en elkaar en met Hem.

 

Telkens echter als wij, los van God, op eigen kracht

proberen om onszelf te vervolmaken,

onszelf mooi en aantrekkelijk te maken voor Hem,

stappen wij uit die relatie met God

die ons juist als onvolmaakten geeft aan elkaar.

 

Uit de relatie met God stappen heet in de Bijbel:

zondigen.

Ons onvermijdelijke tekort is niet onze zonde,

maar: onszelf en elkaar niet als onvolmaakt

willen ontvangen uit Gods handen,

dát is zonde.

 

Want dan stappen we uit de relatie met Hem,

die ons juist geeft aan elkaar in ons tekort.

Daarom: erkenning van ons tekort is ja-zeggen

op onszelf en op elkaar en op God die ons zo geeft.

En dat precies is weer het herstel van de relatie

met onszelf, met elkaar en met God.

 

Onvoorstelbaar –

God denkt aan ons en is bekommert om ons

precies in, met en door ons tekort.

Ja, Hij heeft ons bijna tot een God gemaakt –

zegt Ps 8 – ja, bijna.

 

Want er is er maar Eén die goed is en volmaakt,

zegt Jezus.

Ja, machtig is zijn Naam die betekent:

Ik ben met jullie.

 

Daarom: bieden wij onszelf hier aan,

aan Hem die Zichzelf geeft aan ieder van ons,

precies zoals we zijn, precies zoals Hij ons geeft.

 

Dat wij het aandurven ons bloot te stellen

aan zijn bewarende en gunnende ogen.

 

Dat wij in zijn Tegenwoordigheid

met elkaar door het leven durven gaan ,

zo, dat zijn gunnende goedheid door ons ontvangen wordt,

en wij meer en meer zijn gunnende goedheid worden.

 

Dit is wat God van ons verlangt:

dat wij elkaar vergeven, zeventig maal zeven,

en dat wij ons elke dag weer geven aan Hem

die ons vervolmaken zal op zijn tijd en op zijn wijze.

 

 

Overweging van zondag 4 maart door pastor Leon Teubner

In het evangelie van vandaag verandert

de zachtmoedige Jezus zoals wij die kennen,

onverwachts voor onze ogen van gedaante,

en wordt een agressieve ijveraar voor het geloof.

 

Met geweld ontruimt Hij in Jeruzalem de tempel.

De verkopers met al hun vee en gevogelte,

dat bestemd is als brandoffer of slachtoffer,

geselt Hij met veel misbaar het heiligdom uit.

 

Hij werpt de tafels van de geldwisselaars omver,

en tot de duivenhandelaars zegt Hij woedend:

Maakt van het huis van mijn Vader geen markthal!

 

Vanwaar toch deze agressie en dit geweld?

Vanwaar deze onbeheersbare emoties bij deze

doorgaans zo rustige en vreedzame man?

 

Al die handelaren zitten daar immers legitiem!

Zij volgen getrouw de Wet van Mozes.

Door het de gelovigen mogelijk te maken

om offers te brengen uit dank of uit schuld,

kunnen zij zich weer in vrede verhouden met hun God.

 

Dat de mensen zich houden aan de Wet van Mozes,

kán in Jezus’ ogen niet het probleem zijn geweest.

Van die Wijzing van God heeft Hij immers gezegd,

dat Hij niet gekomen is om er ook maar iets van te veranderen.

 

Nee, dat is niet de reden van zijn plotselinge uitbarsting.

Zijn woede heeft te maken met de innerlijke houding van de mensen

die hier vlak voor Pasen naar de tempel gekomen zijn

om daar voor God van gelaat tot gelaat te staan,

en Hem te danken en te erkennen als hun enige Godem te danken en te erkennen als hun enige GodH.

 

Pasen is het feest van de uittocht van het volk uit Egypte,

van de bevrijding door God onder het juk van de Farao uit,

die menselijke heerser die genoegdoening eist

van al zijn onderdanen die bij hem in de schuld staan.

 

Het feest van Pasen is dus de bevrijding van de mens,

uit onderdrukkende verhoudingen met zijn naasten,

een bevrijding om niet van God uit,

zonder enige tegenprestatie van de kant van de mens.

 

Maar hier in het huis van zijn Vader ziet Jezus

dat de mensen het op een akkoordje gooien met God.

Door niet zichzelf, maar een plaatsvervangend offer te geven

proberen zij Hem vriendelijk en mild te stemmen.

Op deze manier hopen zij hun vermeende schuld bij Hem af te kopen.

 

Er vindt hier een soort afkoopsysteem plaats,

waardoor God gereduceerd wordt tot een marktkoopman

met wie het altijd toch wel goed zaken doen is.

 

Uit het optreden van Jezus wordt echter duidelijk,

dat God in een heel andere relatie wil staan met zijn volk

dan in de verhouding van kopers tot een verkoper.

Een andere relatie dan die van handelen en onderhandelen.

 

De mens zélf is de enige offergave die God verwacht.

Hier mij, hoorden we dan ook in de 1e lezing

de psalmist tegen God zeggen.

 

Jij die offers afwijst en geschenken,

hebt mijn dove oren geopend:

brand- en zonde-offers verlang Jij niet.

Ja, dan zeg ik: ‘hier mij’ – hier ben ik.

 

Geen plaatsvervangende offergaven volstaan

in de liefdesrelatie waarin God ons met Hem brengt.

Enkel onze vrije zelfgave is wat Hem behaagt.

Daarom verlangt Hij:

 

dat de liefdesijver voor zijn huis ons zal verteren.

 

God verlangt enkel en alleen onze zelfgave,

Hij verlangt enkel dat wij met de inzet van onszelf

proberen samen met Hem te leven voor zijn Gelaat.

 

Dit is het wat Hij van ons verlangt:

Zijn genade door ons leven heen laten stromen.

Hij wil bevrijdende woorden spreken met onze mond.

Hij wil vruchtbaar werken in ons werken

met ons verstand en met onze handen.

 

Hij wil dat wij een instrument worden in zijn handen!

Zodat zijn trouw en zijn bewaring onverhuld

in ons aanwezig komen:

in ons denken en spreken, in ons doen en laten.

Zo nodigt Hij ons uit op het feest van zijn leven,

het feest waar wij als zijn geliefde gast er mogen zijn.

 

 

 

Als wij naar een feest gaan nemen wij altijd een cadeau mee.

Komen wij daar als een echte vriend of als een geliefde gast,

dan geven wij met dat cadeau a.h.w. onszelf aan de gastheer.

Komen wij niet als vriend of geliefde gast,

dan geven wij dat cadeau als toegangsprijs voor het feest.

 

Dan komen wij wel op het feest van zijn leven,

maar dan blijven wij buiten de liefdesgemeenschap

met God die onze gastheer is.

 

Zo is het ook met het feest van de eucharistie,

het feest van de dankzegging dat wij zo gaan vieren.

Bij het aanbrengen van de gaven worden wij uitgenodigd

om onszelf daarbij mee te geven aan God.

 

Met de rite van de collecte kunnen wij onszelf meegeven aan Hem.

Het maakt daarbij niet zoveel uit hoeveel wij geven,

want het is toch altijd vanuit onze overvloed.

 

Wat echter wél van belang is: geven wij daarmee onszelf?

Want dán liggen wij als brood en wijn op de feesttafel van de Heer,

om er omgevormd te worden tot lichaam en bloed van Christus,

Gods welbeminde.

 

In de communie ontvangen wij onszelf in de hostie weer terug

met de woorden: het lichaam van Christus.

Dan ontvangen wij onszelf uit handen van God als zijn lichaam,

en kan ons lichaam,

dat door onze zelfgave tot een lege ruimte is geworden,

tot de tempel worden van zijn aanwezigheid.

 

Zeggen wij ‘Amen’ dan beamen wij dat wij zijn lichaam zijn,

dat wij onszelf hebben weggegeven aan Hem,

die bezit van ons zal nemen om ons tot instrument te maken

van zijn werkzame aanwezigheid op aarde.

 

De agressie en het geweld van Jezus zijn dus begrijpelijk.

Want hier staat de liefdesrelatie met God op het spel

Het is een zaak van leven of dood.

Het gaat erom of wij ín ons leven met God en met elkaar,

dagelijks Pasen, het feest van Gods bevrijding willen vieren,

en zo dagelijks met Hem zullen verrijzen tot nieuw leven.

 

Dat wij hier samen met Hem en met elkaar

werkelijk het feest van Pasen zullen vieren:

onze opstanding tot lichaam van Christus.

Overweging van zondag 25-2-2018 door pastor Leon Teubner

Het verhaal van de gedaanteverandering van Jezus op de berg Tabor is zo beeldend, dat we gemakkelijk geneigd zijn dit verhaal als een voor onze ogen afspelende gebeurtenis, te beschouwen, als iets buiten onszelf. zoals een documentaire op de televisie.
Hier wordt echter óók iets verwoord van wat er aan je kan gebeuren, als je werkelijk contact maakt met de Schrift.
Jezus is voortdurend in contact met de Schrift met de woordenvan zijn Vader, en dat verandert Hem. Het maakt Hem transparant tot op God.
Jezus leert hier zijn leerlingen hoe ook zij transparant kunnen  worden op God, Hoe ook zij kunnen gaan leven in, met en vanuit God die Hij zijn Vader noemt. Dat is wat Hij hen en ons met zijn leven steeds voordoet: Hij laat de Vader in Hem spreken, Hij laat de Vader in Hem werken, en zo is Hij één met de Vader.
En met niet aflatende ijver probeert Hij zijn leerlingen en ons de ogen te openen voor dit leven in, met en vanuit de Vader.
Vandaag neemt Hij zijn leerlingen een hoge berg op. Hij leidt hen omhoog, in de richting van de hemel. Naar waar God verblijft, overdrachtelijk gezien. Hij is op die berg in gesprek met zijn leerlingen en legt hen de Tora uit, de boeken van Mozes, en de woorden van de profeten, hier in de persoon van Elia.
Jezus legt hen Mozes en Elia zo gezagvol uit, dat zij voor de leerlingen a.h.w. ín Jezus aanwezig komen, in Hem aan het licht komen, in zijn doen en laten, in zijn spreken en onderrichten. De leerlingen voelen zich in hun leergesprek met Jezus even één met Hem en met de Schrift en met de traditie, waarin zij met Hem staan.
Samen zoeken zij met Hem naar de betekenis van Gods woord, zoals dat tot hen komt in Jezus via Mozes en de profeten, Een betekenis voor hun eigen concrete leven met Hem en met de andere leerlingen.
Jezus leeft zijn leerlingen concreet voor hoe zij, datgene wat zijzelf dagelijks ervaren en meemaken, in gesprek moeten brengen met Gods woord in de Schrift. Door wat zij meemaken in gesprek te brengen met Mozes en Elia, en met Hemzelf, Hij die hun rabbi, hun leraar is. Niet met iedere leerling apart, maar samen met elkaar als leerlingen onder elkaar met hun leraar, in een leergesprek. En dat voelt goed. Zo goed, dat Petrus in dat gevoel wil blijven: Rabbi, laten wij drie tenten bouwen: een voor Jou, een voor Mozes en een voor Elia. Maar Petrus weet niet wat Hij moet zeggen. Hij stamelt maar wat voor zich uit van geluk. Nee, in, met en vanuit God leven gaat niet lukken als je het woord van God buiten jezelf probeert te houden, door het op te willen bergen in de tenten van je leraren. Nee, dat kan alleen als je zelf een tent wordt voor Gods woord. Daarom zegt God tegen de leerlingen en ons:
Hoor naar mijn beminde Zoon. Luister naar mijn woorden die Jezus tot jullie spreekt, zoals Hij luistert naar mijn woorden die Ik tot Hem spreek in Mozes en Elia. Luister zo naar mijn woorden in de Schrift dat Ikzelf binnen komen, in je oor, in je hart, in je spreken, doen en laten. Breng wat je vandaag ziet en meemaakt eerst in contact met hen door wie Ik mijn woorden tot je spreek. Doe dat eerst en vooral, en breng jezelf in gesprek met Mij, voordat je aan anderen gaat vertellen wat je overkomen is. En dat doen de leerlingen. Zij bespreken samen wat ze hebben gezien en overwegen wat die woorden van God die Jezus dan tot hen spreekt, toch kunnen betekenen:
‘dat de mensenzoon eerst uit de doden moet zijn opgestaan’.
Wij hebben afgelopen donderdagochtend in de bijbelgroep als leerlingen van Jezus ook die goddelijke woorden overwogen:
‘dat de mensenzoon eerst uit de doden moet zijn opgestaan.’
We deelden onze ervaring met elkaar, dat het samen lezen en overwegen van Gods woord af en toe een nieuw licht doet schijnen op ons leven, onze ogen even opent voor zijn werkzame aanwezigheid, ons even in contact brengt met die nieuwe mens in ons die ook transparant wil zijn tot op God, die nieuwe mens die wil leven in, met en vanuit Hem.
Maar ook de ervaring dat we daar niet in konden blijven, dat ook wij, net zomin als Petrus, dat geluk konden vasthouden. En toch: door de tijd heen, gebeurt het wel meer en meer. Samen sprekend kwamen we erachter, dat ‘uit de doden opstaan’ iets is wat in het leven zelf steeds weer opnieuw moet gebeuren. Want ‘uit de doden opstaan’ in ons leven betekent: élk hier en nu proberen te leven in, met en vanuit God. Dat is nooit een statisch gebeuren, iets wat je door toe-eigening kunt bezitten door het voor morgen op te bergen in een tent. Het is het gebeuren van een relatie, die je elke dag opnieuw weer moet aangaan. Totdat God zelf helemaal bezit van je neemt, zoals Hij ook gedaan heeft bij Mozes, en bij Elia, en bij Jezus en anderen. Dan zal de mensenzoon opnieuw uit de dood opstaan. Dan zal Gods Naam geheiligd zijn, zijn rijk gekomen. Dan zal zijn wil geschieden op aarde.

Hoe goed is het dan om hier samen te zijn.

Overweging van zondag 18-2-2018 door p. Tom Buitendijk

 

Inleiding

U allen van harte welkom deze eerste zondag van de veertigdagentijd. U kent de uitdrukking; wie A zegt ,moet ook B zeggen. Anders gezegd:  wie Carnaval viert, moet ook vasten. We gaan de veertigdagentijd in. Veertig is een getal dat met woestijn te maken heeft. Mozes, Elia, Jezus verbleven veertig dagen in de woestijn. In die woestijn keren zij in zichzelf en ontdekken zij hun roeping:  Mens van God te zijn. Woestijn heeft nog een andere betekenis: dor en droog land, geen woonplaats voor mensen. De Sahel is een reeks landen in Afrika waarin de Saharawoestijn alsmaar groter wordt. In deze vastentijd willen wij  het geld dat wij uitsparen ten goede doen komen aan de Osse Stichting Sahelp.  Deze stichting helpt al veertig jaar in de Burkina Faso de verwoestijning tegen te gaan. In deze veertigdagentijd kunnen wij ons zelf  er in oefenen mensen van God te zijn; mensen die van woestijn bewoonbaar land willen maken.
Keren we in een ogenblik in ons zelf.

Openingsgebed 

Barmhartige God, help ons in deze veertigdagentijd ons meer bewust te worden van de opdracht en de roeping die U ons gegeven hebt. Mogen wij ons zó inzetten voor het samen leven dat uw Rijk aan het licht kan komen. Maak ons bereid tot dienstbaarheid in Jezus’ Geest.
Door Christus onze Heer. Amen.

 Gebed over de gaven

Goede God, wij brengen u de gaven die wij van U ontvangen hebben.Mogen wij, gesterkt door deze maaltijd,steeds meer in staat zijnonze overvloed te delen met wie tekort komen.
Door Christus onze Heer. Amen.

 Slotgebed 

Barmhartige God, mogen wij geleid door uw Geest onze roeping beter verstaan. Mogen wij door het voorbeeld van Jezus gesterkt, ons dienstbaar inzetten voor medemensen zodat onze maatschappij geen woestijn van eenzaamheid wordt maar een plaats van ontmoeting en van elkaar in liefde toebehoren.

Door Christus onze Heer. Amen.

Overweging

Waar dachten de mensen in Jezus’ tijd aan bij het woord woestijn? Waarschijnlijk dachten ze het eerst aan het woord ‘verlatenheid’. Plekken waar je geen mens tegenkomt.  Plaatsen waar geen gemeenschap van ‘samen leven is’. Je bent er eenzaam en verlaten. Jezus wordt door de Geest de verlatenheid in gedreven. Wat is er gebeurd dat Jezus zo opgejaagd wordt? Waarom moet Jezus als het ware de verlatenheid van de woestijn in?  Veertig dagen nog wel!
Jezus stond aan de oever van de Jordaan.  Hij werd geraakt door de prediking van Johannes de Doper.  “Bekeert u want het oordeel is op komst. Zorgt dat u een goed mens bent als God op uw weg komt.  Laat Hij u vinden als een rechtvaardig mens.” Jezus die aandachtig naar Johannes luistert, laat zich door hem dopen.  “Ik ga met de man mee doen. Ik stem in met zijn oproep tot nieuw leven.” Als hij dan gedoopt is, klinkt er een stem: “Jij bent mijn veel geliefde zoon. In jou vind Ik mijn vreugde”. Juist om die woorden te overdenken, wordt Hij de woestijn in gedreven.  Hij gaat de verlatenheid in om met zich zelf geconfronteerd te worden. “Wat betekent het ik dat ik Gods geliefde zoon ben? Wat is voortaan mijn weg?”
Jezus is niet de eerste die veertig dagen de verlatenheid van de woestijn in gaat om te  ontdekken wat zijn levensopdracht is. Ook Mozes ging veertig dagen de woestijn in om te ontdekken dat hij de leidsman moest zijn om het volk Israël veertig jaar (!) door de woestijn te leiden naar het beloofde land.  Ook Elia ging veertig dagen de woestijn om van God de opdracht te krijgen om de samenleving te vernieuwen en het verbond van God met het volk Israël te bevestigen.
Als Jezus dan in de verlatenheid van de woestijn overweegt wat  het betekent  Gods veel geliefde zoon te zijn, blijkt hij niet alleen. Ook de Satan is daar. Satan de beproever  en aanklager. Wij weten niet hoe Jezus zijn roeping leerde verstaan. Ook niet wat de aanklager in twijfel trok om Jezus onzeker te maken van zijn roeping.  Wel weten we dat Jezus als Zoon van God geen gebruik of misbruik maakte van zijn positie om voor zichzelf macht, roem en bezit te verwerven. Jezus wil niets voor zichzelf.  Zoon van God zijn betekent voor Hem Dienaar van mensen willen zijn. Zoals Mozes en Elia er voor de mensen waren.   In de lijn van Johannes de Doper wil ook Jezus mensen toe bekering oproepen, tot een verandering van mentaliteit. Maar Jezus wil niet eindigen met het dreigement van Gods oordeel.  Jezus wil dat zijn oproept tot bekering tot een nieuwe samenleving leidt, een samenleving waarin mensen uit eigen beweging en overtuiging Gods wil gaan doen. “Bekeert u gelooft in de Blijde Boodschap. Het Rijk van God is nabij.”
“Dat kun je vergeten”, zegt de Satan. “zo gek krijg je de mensen niet. Zolang er mensen zijn, wil de één macht hebben over de ander, wil de één meer bezitten dan de ander, wil de één geprezen worden door een ander om laag te drukken”.
“Dat kun je  vergeten”, zegt dat Satan, “ mensen zullen altijd meer voor zichzelf gaan zorgen dan elkaar te dienen”.
Door de Satan beproefd, kiest Jezus voor de weg van de dienstbaarheid. “Wanneer ik als Zoon van God de weg van de dienstbaarheid ga, zullen mensen mij volgen”.
“Dat wil ik nog wel eens zien”, zegt de Satan.
De woestijn is niet alleen een zandbak of een onherbergzaam gebergte, de woestijn is elke plek waar ‘verlatenheid ‘ heerst. Ook een stad met veel mensen op straten en pleinen kan een woestijn zijn…..Ook een appartementenflat of een galerij flat kan een woestijn zijn … Zelfs een kerk kan soms een woestijn zijn …De woestijn is daar waar mensen zich eenzaam en alleen ervaren. Op zichzelf teruggeworpen zijn.  Waar niemand naar iemand omziet. Waar de een ten koste van de ander wil leven. Waar iedereen een individu is dat zichzelf maar moet zien te redden in concurrentie met anderen.  Waar de mensen aan hun lot over gelaten worden totdat een ander het niet meer kan aanzien en dan gaat helpen…. of weg kijken. Want… ik ben toch niet verantwoordelijk!  Ben ik mijn broeders hoeder? Is de participatie samenleving niet een woestijn aan het worden? Ieder zijn eigen zelfredzaamheid en de ander moet maar zien!
“ Het Rijk van God in deze wereld….? Dat kun je  vergeten”, zegt dat Satan, “ mensen zullen altijd meer voor zichzelf gaan zorgen dan elkaar te dienen”.
“Wanneer ik als Zoon van God de weg van de dienstbaarheid ga, zullen mensen mij volgen”, zegt Jezus.
Ooit eens was de samenleving zozeer tot woestijn geworden dat  God spijt kreeg van zijn schepping en vooral dat hij de mens tot  leven had geroepen. Door een grote watervloed  liet God zijn schepping ten dode toe verdrinken. Hij spaarde Noach en zijn gezin uit. Zij hadden niet mee gedaan met de  verwoestijning van de wereld. Met die paar uit heel de mensheid gespaarde mensen sluit God een nieuw Verbond:  “Ik zal mijn handen nooit meer van mensen af trekken. Als zij Mij zoeken zal ik er zijn.  Ik geef de regenboog als teken van mijn trouw en van jullie hoop” De wereld zal nooit meer helemaal woestijn worden. Altijd zullen er uitgespaarde mensen zijn die weten dat samen leven zorgzaamheid en dienstbaarheid vraagt. Altijd zullen er mensen zijn die de weg proberen te gaan die Jezus ons is voor gegaan. De vraag van  vandaag is: zijn wij  die mensen?  

Pastor        God wil met ons verbonden zijn. In gebed wenden wij ons tot Hem.

Lector

Wij bidden U, God, om uw geestkracht nu wij de veertigdagentijd ingaan. Dat wij tot bezinning komen, onze roeping beter verstaan en in liefde onze medemensen ontmoeten. Maak ons tot navolgers van Jezus, uw Zoon.

S T I L T E           Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden voor de samenleving waar we deel van uit maken. Dat onze toewijding aan medemensen een warmer en vriendelijker klimaat brengt in onze maatschappij. Maak ons dienstbaar aan elkaars welzijn en geluk.
S T I L T E           Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden u voor het land en de bevolking van Burkina Faso. Met grote ijver proberen mensen daar de woestijn tegen te gaan door landbouwprojecten. Daarvoor hebben ze onze hulp nodig. Maak ons bereid hen te helpen.

S T I L T E           Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden voor onze Titus Brandsmageloofsgemeenschap. Voor de zieken, thuis, in het ziekenhuis of verpleeghuis. Om goede moed en beterschap. Om overgave aan Gods wil .
Verhoor de gebeden van uw mensen en geef hen wat goed voor is. Dit vragen wij u op voorspraak van de  Z.Titus Brandsma

S T I L T E           Laat ons bidden.

 

Pastor

God help ons Jezus na te volgen op zijn weg van dienstbaarheid. Dan groeit uw Koninkrijk in ons midden. Door Christus onze Heer.