Overweging van zondag 15-10-2017 door p. Tom Buitendijk

Van harte welkom in deze viering. Ook deze week horen we weer een parabel uit het evangelie volgens Matteüs. Jezus is in discussie met de religieuze leiders van zijn tijd. Als je goed kijkt dan zijn die discussies uiterst actueel. God wil dat het leven een feest is. Hij nodigt ons ertoe uit. Maar we hebben het te druk met ons leven op te bouwen volgens onze denkwijzen. We horen zijn uitnodigende stem niet voldoende en gaan onze eigen gang. Willen we God en elkaar om vergeving vragen.

 

Openingsgebed

Goede God, mensen van alle volkeren, culturen en godsdiensten nodigt u uit om hartelijk en eensgezind het leven tot en feest te maken. Ieder van ons wijst u een plaats aan het feestmaal dat U ons aanbiedt. Mogen wij op uw uitnodiging ingaan en in ons leven van alle dag wegen zoeken naar vrede en gerechtigheid. Dit bidden wij u door Christus onze Heer.

 

Gebed over de gaven

Heer, zie naar de gaven van brood en wijn die wij U aanbieden. Help ons te delen met alle anderen die u genodigd hebt aan het feestmaal. Maak ons eensgezind en saamhorig, maak ons tot uw ene volk van uw koninkrijk. Dit bidden wij u door Christus onze Heer.

 

Slotgebed.

Goede God, u hebt uw dienaren uitgezonden naar de hoeken van de straten en de kruispunten van de wegen. U hebt ons in alle verscheidenheid en verschil samengebracht aan uw éne tafel. Help ons het visioen voor ogen te houden van het hemels bruiloftsmaal. Maak onze handen krachtig en onze geest vindingrijk om nu reeds uw Koninkrijk op te bouwen in deze wereldtijd. Dit bidden wij u door Christus onze Heer Dat de Bijbel actueel is horen we vandaag heel duidelijk in de lezingen. Beide lezingen zijn visioenen van een gedroomde toekomst. Die visioenen worden ons voorgehouden om ons denken en doen er door te laten leiden. Zij zijn geen onrealiseerbare dromen, geen waandenkbeelden, maar beloften van Godswege: zo zal het eens kunnen worden! in die richting moeten jullie, luisteraars, het zoeken. Vandaag zijn wij die luisteraars!

 

Overweging

Jesaja schildert het visioen van een wereldmaaltijd. Een maaltijd niet alleen voor de eerst genodigden: het joodse volk. Integendeel, alle volkeren worden uitgenodigd om deel te nemen aan het overvloedige feestmaal van lekker eten en goede wijn. U kent de uitspraak: de aarde brengt voldoende voedsel voort voor ieders behoefte, maar niet voor ieders begeerte. Het visioen van een wereldmaaltijd – geen kind met honger naar bed – kan waar worden. Waar worden …inderdaad, als wij maar willen. Op die dag in de toekomst dat de wereldmaaltijd aanbreekt zullen alle volken zeggen: “Dat is de Heer op wie wij vertrouwden”. Vertrouwen in de toekomst mogen mensen hebben, wanneer zij zich in hun handelen laten leiden door de belofte van Godswege. Zonder leidend visioen blijft de toekomst gebrekkig mensenwerk. Het evangelie is een parabel: Het Rijk der hemelen, de nieuwe maatschappij zoals God die voor ons mensen wil, gelijkt op een feestelijke bruiloftsmaal. Vanzelfsprekend worden de joodse religieuze leiders en hun aanhang – het joodse volk – uitgenodigd. De dienaren van God zijn de profeten van het joodse volk die alsmaar oproepen tot een samenleving waarin het leven voor iedereen goed is. Waarin recht gedaan wordt aan de mensen die onrecht lijden. waarin zorg is voor hen die zorg behoeven; waarin veiligheid is voor wie oorlog en honger ontvluchten; waarin mensen elkaar zien als kinderen van een Vader en die dààrom als zussen en broers met elkaar omgaan. God verbindt zich aan zo’n samenleving. Zoals in een huwelijk man en vrouw intiem verbonden zijn, zo verbindt God zich met zijn volk dat zijn visioen nastreeft. Gerechtigheid – vrede – barmhartigheid – gastvrijheid. Zoals toen is het ook nu weer waar: naar profeten wordt zelden geluisterd.  De akker waar je van eet en de zaken waaraan je verdient schijnen belangrijker dan het bruiloftsfeest. Geld – de economie – schijnt belangrijker dan sociale samenhang, dan gelijke kansen voor ieder, dan delen met elkaar.  Groei van de economie schijnt belangrijker dan feestelijk leven voor allen. We zouden ons in het rijke Nederland de vraag moeten stellen of we met royaal gedeelde welvaart toch niet gelukkiger zouden zijn? Misschien héb je het dan persoonlijk minder maar de armen in ons land gaan er dan ook een stukje op vooruit. Wij kennen soms wel het getal van de armen – zo’n tien procent van de bevolking – maar we  zien het gezicht van de armoede zelden of nooit …. of: we sluiten onze ogen ervoor.  Maar God zal ze ons altijd onder ogen brengen! Het devies “vertrouwen in de toekomst” kan alleen dan mooi zijn wanneer we vol vertrouwen uitzien naar de toekomst zoals God die belooft. Anders blijft de toekomst gebrekkig mensen werk. Maar de parabel gaat verder: de gewone mensen die vanzelfsprekend uitgenodigd zijn, komen niet. Er komen nieuwe dienaren. Zij zijn de profeten van vandaag. Zij roepen de mensen die op de kruispunten van de wegen staan op tot het feest.  Alle mensen – goeden en slechten – kunnen een bijdrage leveren aan het feest, een samenleving waarin Gods belofte waar worden. Ook de slechten tellen mee. Want zijn kunnen zich ten goede keren wanneer de goeden hen een kans bieden. Die dienaren van vandaag scherpen ons op vele manieren het visioen in. Paus Franciscus verbindt in zijn encycliek Laudato si armoede, oorlog en milieu met elkaar. Hij wijst op de samenhang en roept op tot een serieuze aanpak.  Wordt er naar de paus geluisterd door hen de politieke verantwoordelijkheid dragen? Ligt hier niet een taak voor katholieke politici? Rutte, Buma, Segers zijn protestant. De Ican, een beweging voor een kernwapenvrije wereld heeft dit jaar de Nobelprijs voor de vrede gekregen. Wie vrede wil moet de vrede voorbereiden. Zij hebben concrete stappen bereikt. “Kernwapens de wereld uit” is nog steeds actueel. In het dagblad Trouw is er een lijst van 100 personen die zich inzetten voor vergroening en verduurzaming. Het zijn 100 concrete manieren van doen die om navolging vragen. Iedereen kan op eigen wijze mee doen met duurzaamheid. De parabel eindigt met de zin: de bruiloftszaal liep vol gasten. De mensen die vanzelfsprekend de genodigden zijn, kunnen zich voegen bij de mensen die de oproep tot het feest wèl verstaan hadden en gekomen zijn. In het visioen van Jesaja gaat het om het joodse volk dat zich moet openstellen voor niet-joodse volken, de heidenen. Het feestelijk maal is voor iedereen. In de parabel van de bruiloft gaat het om het Jodendom ten tijde van Jezus dat zich het gewone normale Jodendom noemde. Jezus’ probleem met het gewone Jodendom is dat het geen oog had voor zondaars, zieken, mensen aan de rand van de samenleving. Jezus, haalt ze van de straat en geeft hen een plaats aan tafel. In de samenleving van vandaag gaat het om de vraag of de gewone normale Nederlanders aandacht hebben voor kwetsbare mensen en of ze bereid zijn hen een plaats te geven. Bij die kwetsbare mensen heb je de hoogbejaarden, de mensen met lichamelijke en geestelijk beperkingen, de vluchtelingen en de mensen die tot armoe geraakt zijn. Om het Bijbels te zeggen: laten we deze mensen toe in de zaal van het bruiloftsmaal. Of laten we ze in de kou staan op de kruispunten van de wegen. “Vertrouwen hebben in de toekomst” vraagt om vertrouwen in Gods belofte. Waar we dat vertrouwen in God niet hebben zal de toekomst gebrekkig rekenwerk van mensen blijven. In de Eucharistie lopen we vooruit op wat de toekomst brengen: een wereld maaltijd voor alle volken.  Amen.

 

 

 

 

 

 

 

Pastor:

Laat ons bidden tot God die alle mensen roept tot een feestelijk leven.

 

Lector:

Voor de kerk:

dat wij leven en handelen vanuit het Bijbelse visioen

van gerechtigheid en vrede voor alle mensen.

S T I L T E   Laat ons bidden.

 

Lector:

Voor de komende regering:

dat zij het welzijn en de menselijke waardigheid van alle mensen

in het oog houdt.

Voor de kinderen in ons land :

dat hun een veilige en goede toekomst gegund wordt.

S T I L T E   Laat ons bidden

 

Lector

Voor de gewone normale Nederlanders:

dat zij aandacht schenken aan de kwetsbare mensen,

aan de randfiguren, aan de mensen die hulp nodig hebben.

Doe ons beseffen dat ook zij geroepen zijn tot een feestelijk leven.

S T I L T E   Laat ons bidden

 

Lector

Voor parochiegemeenschap:

om meeleven met zieken, bedroefden en vereenzaamden.

Om geluk en gezondheid voor jarigen in ons midden.

Voor onze persoonlijke wensen, vragen en verlangens.

S T I L T E   Laat ons bidden

 

Pastor

Goede God,

hoor onze beden , luister naar w at leeft in ons hart,

schenk ons wat goed voor ons is op voorspraak van Titus Brandsma door Christus onze Heer.

 

 

 

 

 

 

  • .

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Overweging van zondag 8-10-2017 door pastor Leon Teubner

We hoorden in de 1e lezing de profeet Jesaja de liefde bezingen van zijn Geliefde voor diens wijngaard: Ik wil zingen van mijn Geliefde, het lied van mijn liefste en zijn wijngaard. In dit lied staat de Geliefde waarover gezongen wordt, voor God. En zijn wijngaard, dat is zijn geliefde vriendin, zijn volk. In het lied wordt bezongen dat God zijn volk als een wijngaard plaatst op een vruchtbare helling. De zon schijnt er overvloedig, de grond is er vruchtbaar, de stenen heeft Hijzelf verwijderd. En, vervolgt het lied: God beplant zijn wijngaard vol met edelwingerds, met wijnstokken van de allerbeste soort. Alle voorwaarden zijn er voor een overvloedige oogst en voor een wijn van de beste kwaliteit. Maar de wijngaard brengt enkel wilde bessen voort.
Hoe kan dat toch?
Wij zijn de geliefde wijngaard van God, en ieder van ons is daarin een edelwingerd, en door Hem een plek in zijn volk gegund. Ieder van ons is als een uitstekende wijnstok in zijn ogen, en gepland op de juiste plek in zijn volk en wel zo, dat allen gericht staan op de zon, dat is op Hemzelf. Met liefde verzorgt Hij ons en snoeit Hij ons bij, en schenkt ons aan onszelf en aan elkaar. Opdat wij één worden met elkaar en met Hemzelf: Gods volk.
Maar niet alleen schenkt Hij óns aan onszelf en aan elkaar, Hij geeft ons daarbij ook nog een hele werkelijkheid: de natuur en de cultuur waarin wij leven, lichamelijk en geestelijk. Al wat is wordt om niet aan ieder van ons gegeven. En daar zit misschien wel ons probleem dat de oorzaak ervan is, dat wij vaak wilde vruchten voortbrengen i.p.v. druiven die samen een goede wijn maken. Ons probleem is, dat wij gegeven worden zoals we zijn, met al onze talenten die vrucht kunnen dragen, maar ook met al onze tekorten, die onze vruchtbaarheid lijken te hinderen.
Lijken te hinderen.
Want het zijn niet onze tekorten die verhinderen dat wij gave vruchten voortbrengen, maar dat wij óns ergeren aan onze eigen en elkaars tekorten. Daardoor gaat er veel energie zitten in het opheffen van ons tekort. Energie die juist nodig is voor een goede vruchtvorming. Het is de manier waarop wij naar onze tekorten kijken, en ze met geweld soms proberen op te heffen, dat het werkelijke probleem is waar de wijngaard van God mee te kampen heeft. Want wij willen die wijngaard vaak anders dan zij is. Wij willen alleen maar de talenten en niet de tekorten. Wij, als edelwingerds, willen een volmaakte wijngaard met enkel en alleen volmaakte wijnstokken, die alleen volmaakte vruchten voortbrengen.
Wij kunnen onszelf vaak niet uit Gods hand ontvangen zoals we gegeven worden, en ook de ander niet zoals deze ons gegeven wordt. We vinden onszelf niet goed genoeg, en vaker ook: de ander niet goed genoeg. En uiteindelijk is ook God niet goed genoeg. Dan verandert onze onvrede ongemerkt en ongewild in agressie tegen onszelf, of tegen de ander, en daarmee ook tegen de Schenker van al wat is. Als wij zelf de eigenaar van de wijngaard willen zijn, dan worden wij de wijnbouwers uit de gelijkenis van Jezus, die onze naasten, de dienaren van God, vastgrijpen. Dan mishandelen we de ene en de ander doden we. En daarmee doden we ook langzaam maar zeker de zoon van de eigenaar: de geboorte van God in ons eigen leven. Dan ontkennen we onze oorsprong, onze voortkomst vanuit God, als een geschenk aan onszelf en aan elkaar. Zijn beeld, dat wij allen in ons dragen, raakt dan misvormt en tenslotte vernietigd. Als wij onszelf niet als een geschenk durven ontvangen uit zijn hand, kunnen wij niet anders dan God uit zijn wijngaard gooien. Gelukkig houdt God niet op ons te geven in ons onvermogen, en blijft Hij bezig ons te beminnen om niet, onvoorwaardelijk en belangeloos. Totdat wij wezenlijk gaan voelen, dat Hij ons wenst zoals we zijn; totdat we durven beseffen: ik mag er zijn, het is goed dat ik er ben. En wel hier en nu, in deze wijngaard zoals die is. Ik word bemint – altijd al! Elk moment dat wij het aandurven onszelf te laten beminnen, zoals we gegeven worden op dit moment en op deze plaats, worden wij drager van Gods liefde die ons zal doordrenken als een droge spons. Niet op grond van onze prestaties of verdiensten, maar omdat Hij ieder van ons onvoorwaardelijk bemint. In Gods ogen zijn wij waardevol zondermeer. Durven wij ons te openen voor de grootheid van ons wezen?
Als ik dit laat doordringen tot in het diepst van mijn wezen, dan komt er onvermijdelijk een reactie op gang. Ik ga dan ook de naasten die mij gegeven worden, bezien met dezelfde ogen als waarmee God mij aankijkt. Ik stel dan niet langer meer voorwaarden aan hen. Er komt een beweging van belangeloze liefde voor de ander op gang in het ontvangen van Gods onvoorwaardelijke liefde voor mij. Gaandeweg worden wij zo één met die Bron van liefde, dat wij niets meer te verliezen hebben, en het niet langer nodig hebben ‘iemand’ te zijn. Het wordt mogelijk onszelf geheel en al te geven, omdat we het aandurven onszelf geheel en al te ontvangen. Gaandeweg, want dit duurt een leven lang. Maar alleen dán wordt de wijngaard een vruchtbare wijngaard, die gave vruchten voortbrengt voor de goede wijn die de Geliefde is. Gelukkig is de Bron van alle liefde lankmoedig en trouw, geduldig en vertrouwvol. Al die stemmen in ons die zeggen dat wij of de ander niet goed genoeg zijn, niet mooi genoeg, niet intelligent genoeg, niet eerlijk genoeg of waarachtig, die zal Hij met stomheid slaan. Onze wijngaard zal in bloei komen. Want ze ligt altijd al in de zon en op een vruchtbare helling. De stenen worden weggehaald, de ranken gesnoeid; de oogst kan worden binnengehaald en teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar en de Zoon van God wordt niet langer in ons gekruisigd, maar komt in ieder van ons tot leven.

Overweging van zondag 24-9-2017 door p. Tom Buitendijk

 

 

God nodigt in de parabel van vandaag iedereen uit om in zijn wijngaard te werken en om samen van de vruchten te genieten. Met een beetje verbeeldingskracht ziet u het voor U:  een wereld waarin alle mensen vrolijk zijn, genieten van een goede maaltijd en een feestelijk glas wijn.  Zo zou de vredesweek toch kunnen eindigen: een feest voor iedereen in deze wereld! De werkelijkheid is anders: er hangt een sfeer van oorlogsdreiging in de wereld; in de samenleving in ons land neemt de ongelijkheid toe. De sfeer is meer grimmig dan vredig. Juist dan moeten we onze verbeeldingskracht laten werken:  het kan anders! Willen we stil worden en bidden om Gods ontferming over ons .

 

Openingsgebed.

God, uw goedheid gaat uit naar alle mensen zonder onderscheid. U nodigt ons allen uit te werken in uw wijngaard en te genieten van de oogst. Wij bidden U: Help ons in vrede te leven met elkaar en nu reeds te werken aan uw Koninkrijk van vrede dat komen zal en duren zal in eeuwigheid. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Gebed over de gaven

Goede God,  aanvaard in dit  brood en in deze wijn onze bereidheid ons in te zetten voor vrede in deze wereld. Moge de maaltijd die wij vieren een teken van eenheid en saamhorigheid zijn met al uw mensenkinderen. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Slotgebed

Goede God,  In het leven, sterven en verrijzen van Jezus, uw Zoon, hebt u ons de weg gewezen naar de waarachtige vrede. Maak ons tot mensen die gerechtigheid beoefenen en in onderlinge liefde elkaar willen dienen. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Overweging

In een gesprek zei iemand mij :  Echt waar. Ik kan niet tegen onrecht! Rechtvaardig zijn is een mooie eigenschap, zei ik. Ja, zei de man, als ik benadeeld word, dan word ik laaiend van woede. En als anderen benadeeld worden, vroeg ik voorzichtig. Tja, die moeten maar voor zichzelf zorgen, zei hij. Daar kan ik niet zoveel aan doen.
Is opkomen voor recht en gerechtigheid hetzelfde als opkomen voor je eigenbelang?  Niet zo’n gekke vraag, lijkt mij. De parabel over de wijngaard heeft twee kanten: de parabel vertelt over de mateloze goedheid van de landeigenaar, God. Hij laat iedereen werken in zijn wijngaard; hij kijkt niet naar de prestaties maar naar de bereidwilligheid; hij geeft aan ieder de afgesproken beloning; er is allen reden om een wijnfeest te vieren nu de oogst binnen is. Op 3 september  was ik in Bernkastel, een stadje aan de Moezel. Er was een oergezellig wijnfeest aan de gang. Veel mensen liepen op het plein met een glas wijn in de ene en een Curryworst  in de andere hand.  Vrede en vreugde alom. Maar dan de andere kant. Iemand zegt: “Ik kan niet tegen onrecht. Ik heb vanaf vanmorgen zes uur gewerkt en die daar maar één uur – vanaf vijf uur.”    “U stelt die daar gelijk met ons die de hitte van de dag gekend hebben”. Die gelijke betaling wordt aanleiding tot ruzie, twist, verwijten.
De harde werkers vinden het onrechtvaardig dat zij niet méér krijgen dan de afgesproken beloning. Zij vinden dat de landeigenaar niet zò met mensen mag omgaan. God, de eigenaar, mag mensen in hun ogen geen gelijke behandeling geven.  Dat is onrechtvaardig. God moet onderscheid maken en in hen betere mensen zien vanwege betere prestaties. De mooie parabel van Gods mateloze goedheid wordt gebruikt om onder de mensen verdeeldheid te bewerken. Wij weten beter dan God wat een eerlijke betere verdeling is!  Je hebt harde werkers, gewone werkers,  luie werkers en profiteurs. Waarom delen de profiteurs gratis en voor niks in de oogst?  “Ik kan niet tegen onrecht wanneer ik mij benadeeld voel!”
Laten we eerlijk zijn. Die onruststokers die meer willen, daar hebben we begrip voor. Het is toch niet oneerlijk om te verwachten dat je meer krijgt omdat je betere prestaties geleverd hebt. Het is toch altijd loon naar werken.  In de werkelijkheid van de wereld gaat het er toch zo aan toe. Je hebt arme landen en rijke landen. De rijke landen denken dat ze meer rechten hebben. Ze nemen wat ze hun deel noemen, van de arme landen af. Zo komt er oorlog in de wereld. Als wij wel ons verstand maar niet onze verbeeldingskracht blijven gebruiken, dan blijft het de komende jaren nog wel oorlog. De strijd om zuiver drinkwater zal zeer heftig worden. Maar als wij de droom waar maken dat waar gedeeld wordt er voor iedereen genoeg is, dan kàn het anders worden. “De aarde heeft niet voldoende voor ieders begeerten, maar wel voor ieders behoeften”. Ik weet niet meer van wie deze wijsheid is. In de werkelijkheid van ons land gaat het ook zo. De troonrede op Prinsjesdag had inhoudelijk nog niet zoveel te melden, maar de toon was optimistisch. Het gaat goed in Nederland ! De economie draait  op volle toeren en daar worden de méésten beter van. Niet iedereen natuurlijk: ouderen, zieken, mensen met beperkingen, vluchtelingen, die presteren niet. We moeten zorgen dat ze het hoofd boven water houden. Dat is voor hen voldoende. Dat de slimme mensen en de harde werkers méér krijgen is toch logisch. Maar: stel je nou eens voor dat we in plaats van al ons menselijk rekenwerk eens uitgingen van Gods mateloze goedheid! Heeft u in het evangelie het schrijnende zinnetje gehoord: “Niemand heeft ons gehuurd.  Wij stonden vanmorgen om zes uur ook al op de arbeidsmarkt, maar niemand heeft ons nodig”.
Als je een verkeerde postcode hebt …. een verkeerde naam …… een ander kleurtje dan wit……  Als je baan overtollig word…. als je wegens slijtage maar gedeeltelijk kunt werken … als je in persoonlijke moeilijkheden komt … Als je diploma’s niet erkend worden …… als je Nederlands niet goed genoeg is … als je nog geen verblijfsvergunning hebt…. “Niemand heeft ons gehuurd”. In de parabel krijgen al deze mensen een kans. De landeigenaar kijkt niet naar de prestatie, maar naar de bereidwilligheid. Hij wil dat iedereen helpt om de oogst binnen te halen en het feest van de vrede en vreugde te vieren. Zou het nou niet onze droom kunnen zijn dat wij iedereen een kans geven om volwaardig mee te draaien? Zouden wij – ondanks alle verschillen – mensen niet als gelijken kunnen behandelen? Onze gedachten zijn niet dezelfde gedachten als die van God. Dat is waar. Waarom zouden we niet proberen met God mee te denken? Jezus nodigt ons daartoe uit. Onze wegen zijn niet de wegen die God kiest. Jezus gaat ons voor op de weg van God. Het is de weg naar de mensen die niet gehuurd zijn. Waarom zouden we kwaad op God zijn omdat wij niet méér krijgen dan wat afgesproken is ?  We zouden toch ook uitdelers kunnen worden van Gods mateloze goedheid! Ik kan niet tegen onrecht. Als ik me benadeeld voel, word ik woedend. Ik kan niet tegen onrecht. Als ik zie dat anderen benadeeld worden: ….word ik dan woedend ? …. of doe ik dan niets?
Wat voor wereld ziet u in uw verbeelding?

 

Pastor:

God, u hebt ons in uw dienst in de wijngaard geroepen. Help ons onze taak goed te vervullen.

Lector

Mogen de vredesinitiatieven van de  kerken de landen en volken behulpzaam zijn om hun samenleving op te bouwen in gerechtigheid en vrede voor allen. Bidden we ook voor volken die in hun verlangen naar vrijheid met gewelddadigheid worden tegen gewerkt. Dat zij de moed tot vrede niet opgeven.

S T I L T E  Laat ons bidden .

 

Lector

Voor alle mensen die werken voor hun dagelijks brood. Dat door hun arbeid vrede en welvaart voor allen toenemen. Dat wij dit brood in vrede en rust kunnen eten. Dat wij bereid zijn te delen met hen die tekort komen.

S T I L T E  Laat ons bidden .

 

Lector

Voor mensen die ‘niet gehuurd’ worden en daardoor buiten de samenleving komen te staan. Dat wij hen een plaats bieden in de samenleving waarin zijn kunnen groeien in zelfrespect en in waardigheid.

S T I L T E  Laat ons bidden .

 

Lector

Wij bidden voor onze geloofsgemeenschap. Voor de zieken, de bedroefden de vereenzaamden. Dat onze aandacht genezend zal zijn. Voor Ruben Kuijs die vanmiddag het Doopsel zal ontvangen. Dat hij opgroeit als een blije en gelukkige christen.

 

Pastor

Goede God, geef dat ons leven en werken vruchten voortbrengen die allen te goed komen. Houd ons gaande op de weg naar uw Koninkrijk . Amen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overweging van zondag 3-9-2017 door pastor Leon Teubner

Overweging

Jezus trekt met zijn leerlingen door Galilea. Vanaf het moment dat Johannes de Doper door Herodes gevangen genomen is in Jeruzalem blijft Jezus ver weg van die stad. Hij trekt rond in de steden en dorpen in het Noorden van Israel, verkondigd in de synagogen de goede boodschap van het Koninkrijk van God en geneest er de zieken. Maar tijdens zijn preken en rondtrekken door Galilea, verandert de stemming onder de mensen tegenover Hem en zijn leerlingen. De sfeer wordt dreigender. Hij wordt niet begrepen door de religieuze autoriteiten, de Schriftgeleerden en de farizeeen. Want Hij doet dingen op de Sabbat die in hun ogen verboden zijn en die zij daarom gaan verbinden met het werk van de Satan. Ook door het gewone volk wordt Hij steeds minder begrepen, hetgeen erop uitloopt dat Hij zijn geboortestreek niet wordt erkend. Ook zijn eigen familie begrijpt Hem niet meer en wordt bang. Zij vinden de verkondiging en het gedrag van Jezus ‘gestoord’. Daarop maakt Jezus zich los van zijn familie met de woorden: Alleen wie de wil doet van mijn Vader in de hemel, die is mijn broer, mijn zus en mijn moeder. Zo wordt het kringetje om Jezus steeds kleiner en wordt Hij meer en meer teruggeworpen op zijn leerlingen. Als Hij dan hoort dat Johannes de Doper in Jeruzalem door Herodes is vermoord, dan komt het moment waarvan wij zojuist hoorden, dat Hij tegen zijn leerlingen zegt, dat hij naar Jeruzalem moet gaan, daar veel zal moeten lijden en ter dood zal worden gebracht, om op de 3e dag te worden opgewekt uit de dood. Nu na de dood van Johannes er geen profeet meer is in de stad, moet Híj er de goede boodschap van zijn Vader verkondigen, aan het volk en aan de priesters en de ouden in de tempel. Hij moet ook daar de armen bemoedigen en de zieken genezen, ook als die op de Sabbat aan Hem gegeven zullen worden. Petrus voelt zijn einde en protesteert heftig tegen dit scenario, waarop Jezus hem bars aanspreekt met ‘Satan’, en tegen hem zegt:

‘kom achter mij, want Jij denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat mensen willen.’

Jezus lijkt daarmee Gods wil te koppelen aan het lijden en de dood die hij over niet al te lange tijd móet ondergaan. In onze ogen lijkt het alsof Hij zichzelf iets oplegt wat Hij toch niet willen kán. Iets waartoe Hij bijna gedwongen wordt. Toch kennen wij dat allemaal. Je moet soms iets willen wat je niet wilt, maar het moet nu eenmaal gebeuren: – je ontfermen over een ander die op je weg komt, niet uit morele plicht of overtuiging, maar omdat je vanuit een diep weten voelt: ik moet het doen, ik kan niet anders.

– bij je geliefden blijven of deze juist loslaten, niet uit plicht of angst voor wat anderen ervan vinden, maar omdat je vanuit een diep weten voelt: ik moet het doen, ik kan niet anders.

– in verzet te komen tegen onrechtvaardigheid, niet uit morele plicht of overtuiging, maar omdat je vanuit een diep weten voelt: ik moet het doen, ik kan niet anders, ook al neemt mijn leven daardoor een wending die ik zelf eigenlijk niet wil.

Jezus krijgt hier de beker aangereikt van zijn lot, Hij is vanaf nu in de hof van Olijven. Hij moet naar Jeruzalem gaan, Hij voelt dat het zo moet gaan. Er zijn twee soorten ‘moeten’: een moeten uit een morele plicht, en een ‘intrinsiek’ moeten, een moeten dat voortkomt uit de aard van iets waar je voor leeft of leven wilt. Als je verlangt topsporter te worden, dan moet je trainen. Als je arts wilt worden, dan moet je studeren. Als je een relatie wilt, dan moet je jezelf geven. Dat is een moeten dat te maken heeft met: het kan niet anders, er is geen andere manier. Jezus wil misschien wel anders, maar het kan niet anders. En Hij accepteert dat.

Waarom kan het niet anders? Jezus weet dat Hij zijn leven en alles wat Hem op zijn weg gegeven wordt uit Gods hand ontvangt als zijn Zoon, als zijn beminde. Omdat Jezus trouw wil blijven aan zijn Vader die liefde is en die Hem liefdevol bemint, is het zijn diepste wilsverlangen om op God gericht te blijven en tot het uiterste de liefdeswil van zijn Vader te doen. En dat doet Hij, door zich telkens weer volledig toe te vertrouwen aan Hem. Niet alleen als het gaat zoals Hij wil, maar ook als het leven angstig en bedreigend wordt.

De liefdeswil van de Vader doet Hem steeds weer woorden van vergeving spreken en dingen van liefde doen, die Hem in de ogen van zijn geloofsgenoten, maar ook van zijn familie en zijn leerlingen,

maken tot een overtreder van de joodse wet. Jezus voelt gaandeweg dat zijn leven op het spel komt te staan, als Hij het verlangen van zijn Vader trouw blijft. Maar Hij voelt ook dat Hij zijn Vader ontrouw wordt wanneer Hij uit angst zijn eigen leven probeert te redden. En dat Hij, als Hij zijn vertrouwen in zijn Vader loslaat, Hij zijn ware leven zal verliezen. Ook in Hem is er een natuurlijke neiging om zichzelf te redden welke in Hem gewekt wordt door de woorden van Petrus: dit lijden en deze dood mag jou niet gebeuren. Daarom ook zijn heftige reactie, eerst naar Petrus, maar meteen ook naar zijn andere leerlingen:

‘Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, moet zijn ​kruis​ op zich nemen en mij volgen. Dat moet, het kan niet anders. Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen,

maar wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het behouden. Dat wij ons in alle situaties van ons leven, – ook de meest uitzichtloze, met Jezus ons blijven toevertrouwen aan zijn Vader die ook onze Vader is. Hij zal ons bewaren ten Leven door al onze doodsmomenten heen.

 

Overerweging van zondag 27-8-2017 door p. Tom Buitendijk

Inleiding

Van harte welkom in deze viering. In het bijzonder het herenkoor Canticum Novum dat met hun feestelijke zang het nieuwe seizoen opent. We houden vandaag in de kerk MIVA ook zondag. Dit keer voor motorfietsen voor “mensen met een missie” in eigen land, in Burkina Faso. Vandaag horen we in het evangelie dat Petrus tot sleuteldrager wordt aangesteld. In de gemeenschap van de kerk moeten we om erbij te horen, met Petrus een goede band hebben. Om binnen te komen moeten we hetzelfde belijden als hij: nl. dat Jezus de Christus en onze toegang is tot de levende God.
Willen we bidden om Gods ontferming om deze Eucharistie goed te kunnen vieren.

Openingsgebed

Goede God, U hebt de gemeenschap van de kerk gegrondvest op het getuigenis van Petrus en de andere apostelen. Wij vragen U dat wij trouw aan de apostelen Uw evangelie verkondigen aan de samenleving van vandaag. Moge heel ons leven getekend worden door trouw aan uw Naam. Door Christus onze Heer.

Gebed over de gaven

Goede God, U hebt ons genodigd aan uw Tafel om het Sacrament van uw Tegenwoordigheid te beleven. Mogen wij gesterkt door deze gaven van brood en wijn getuigen van uw daadkrachtige liefde in de wereld van vandaag. Door Christus onze Heer.

Slotgebed

Goede God, Mogen wij als geloofsgemeenschap van de Titus Brandsmagemeenschap ons verbonden weten met de kerk van eeuwen die ons is voorgegaan opdat wij zo toekomst kunnen bieden aan de kerk die komen zal. Mogen wij de deuren van de kerk openen voor alle mensen die op zoek zijn naar zingeving, vrede en hoop. Door Christus onze Heer.

Overweging

Ik weet niet hoe het u zou vergaan als Jezus u zou vragen: wie zeggen de mensen dat ik ben? Of sterker: wie zeg jij dat ik ben? Wat ik van mezelf weet, is dat ik met mijn mond val tanden zal staan. Ik geloof niet dat ik een woord zou kunnen uitbrengen. Wie is Jezus voor mij? Voorzichtigheidshalve zou ik mompelen: “Ik weet het natuurlijk wel, maar ik kan niet zo gauw de juiste woorden vinden. Ik moet er nog eens goed over nadenken.” Tegelijkertijd zingen er in mijn hoofd een hoop woorden rond: redder, leraar, verlosser, vriend, onvergetelijke mens, gezalfde, voorbeeld, kind naar Gods hart, gekruisigde en opgestane Heer, medemens bij uitstek, wonderdoener en genezer, verteller van de mooie verhalen. Maar dan zeurt het ook in mijn hoofd: betekent Hij dat echt voor mij? geloof ik oprecht dat Hij dat voor mij is? Hoe sterk is de band met Hem? Probeer zelf maar eens aan je vrouw, je man, je vriend te vertellen wat zij of hij voor jou betekent? Dat valt niet mee. Omgekeerd, als je het hem of haar vraagt, dan komt het antwoord ook niet meteen. Cor zei: “Mien betekent alles voor mij”. Maar dat ‘alles’ moest wel worden uitgelegd in concrete verhalen van wat Cor en Mien aan elkaar ervaren hebben. Het gaat nooit om iets abstracts; het gaat om het geleefde leven. Welke rol speelt Jezus concreet in mijn dagelijks leven als ik mij leerling van Hem noem? Misschien nog wat preciezer: “leef ik met Hem; geef ik Hem toegang in mijn leven?” Op Jezus ‘vraag: wie ben ik voor jou ?, geven de leerlingen allerlei antwoorden. Ze noemen naast Johannes de Doper ook de grote profeten op. Profeten zijn geen voorspellers van de toekomst. Profeten zijn mensen die spreken namens God.
Jezus als profeet, dat zàgen de leerlingen wel in hem. In het joodse geloof leefde al eeuwen de verwachting dat Elia zou terugkeren. Als Elia gekomen was, dan zou weldra de Messias komen. Zou Jezus de Messias, de Christus, de gezalfde van God zijn? Voorzichtig klinkt die vraag door in hun antwoorden. Maar impulsief en enthousiast roept Petrus: ”U bent de Christus, de zoon van de levende God.” Geroerd en geraakt door dit antwoord noemt Jezus Petrus een betrouwbare rots op wie hij zijn gemeenschap wil bouwen. Hun band is wederkerig. Symbolisch vertrouwt Jezus daarom aan Petrus de sleutels van het Rijk der hemelen toe. De belijdenis van Petrus wordt door Jezus beantwoord met een opdracht. Die opdracht is: ook andere mensen op het spoor van Jezus die de Christus is, te brengen en zo het rijk der hemelen op aarde gestalte te geven. De belijdenis dat Jezus de Christus, de Messias is, wordt niet alleen uitgedrukt in woorden, maar vooral beleefd in daden. In daden die het Rijk Gods doen oplichten. In daden die ervan getuigen dat Jezus van betekenis is in mijn leven! Met zijn belijdenis drukt Petrus zijn trouw aan Jezus uit: “u bent voor mij de toegang tot de levende God.” Jezus durft op de trouw van de wankelmoedige Petrus te steunen. Straks zal Petrus Jezus verloochenen: “Ik ken die man helemaal niet!” Toch zal Petrus als sleuteldrager een sleutelrol spelen in de kring van leerlingen en in de gemeenschap die na Jezus’ kruisdood en verrijzen zal ontstaan. Wij zijn gewend bij het woord sleuteldrager te denken aan Petrus die bij de hemelpoort staat. Hij staat daar als een portier die macht in zijn handen heeft. Er zijn talloos veel grapjes over: Komt een man bij de hemelpoort, zegt Petrus: “Bent u wel katholiek?” “Neen”, zegt de man, “ik ben van de Paaskerk”. “Als je ophoudt met protesteren, heb ik links achteraan nog wel een plekje voor je.” Ook denken we al heel gauw aan de pausen, de opvolgers van Petrus. Het is hun opdracht het geloof in Jezus toegankelijker te maken en ook om de toegang tot het Rijk van God te openen. Een paus heeft de sleutels van Petrus in handen. De kerk kàn nu al de gemeenschap zijn waarin het rijk van God beleefd wordt.
Dat Rijk Gods is aanwezig in de viering van de sacramenten, in de dienstbaarheid aan de naasten, in het gebed dat ons met God verbindt. Pausen kunnen ons behulpzaam zijn door nieuwe toegangen naar God te openen. Door zijn pastorale houding, door zijn betrokkenheid bij de wereldproblematieken, door zijn eenvoud en ongedwongenheid raakt paus Franciscus de harten van veel mensen. Hij maakt de kerk geloofwaardig door de sporen van God te zoeken in het leven van de meest gewone mensen. Armen, vluchtelingen, mensen met beperkingen zijn méér dan zielige mensen. Zij vertellen ons dat God zelf om hulp en om liefde vraagt om onze samenleving de kleur van het Rijk Gods te geven. Maar waarom zouden we bij het woord sleuteldrager ook niet denken aan iedere mens die toekomst en perspectief opent voor een medemens! Wij hebben allemaal een sleutel ontvangen om voor een ander de poort naar het Rijk van God open te zetten. De sleutel is onze trouw aan Jezus die ons op zijn beurt tot betrouwbare getuige maakt van zijn Rijk. Op deze MIVA zondag ontmoeten we de sleuteldrager Bernard in Burkina Faso, een klein en zeer arm land aan de westkust van Afrika. Bernard ziet het als zijn roeping om jonge mensen met handicaps toekomst te geven. Hij zoekt de gehandicapten op in de dorpen, haalt hen uit hun isolement, brengt hen naar dokters of naar het ziekenhuis, zorgt voor aangepast werk, of stuurt ze naar school. Bernard en 23 collega’s hebben voor de onverharde wegen in hun land een stevige motorfietsen nodig.
Weet U: als wij door onze financiële steun Bernard en zijn collega’s helpen, dan maken wij ons als sleuteldragers waarachtig en betrouwbaar. Wanneer wij zó leven dat mensen door ons Gods zorgzame liefde ervaren, geven wij de kerk een geloofwaardig gezicht. Onze maatschappij hier en in Burkina Faso hebben sleuteldragers als u heel hard nodig.

Voorbeden

Pastor

God u hebt de kerkgemeenschap aan mensen toevertrouwd. Mogen wij de toegang naar uw Rijk openen voor alle mensen die u oprecht zoeken.

Lector

Wij bidden voor de beweging van Jezus die wij in de kerk ontmoeten. Om levendigheid en enthousiasme, om betrokkenheid op elkaar, om aandacht voor mensen in nood. Wij bidden voor de jongeren die de toekomst van de kerk zullen dragen. Dat wij onze geloofsgemeenschappen open stellen voor hun inbreng.

ST I L T E Laat ons bidden.

Lector

Wij bidden voor de sleuteldragers in onze kerk: voor paus Franciscus en onze bisschop Gerard. Voor de voor de religieuzen en de missionarissen, voor pastores en catecheten. Dat zij op overtuigende wijze Jezus verkondigen als de Zoon van de leven gevende God.

ST I L T E Laat ons bidden.

Lector

Wij bidden voor de MIVA actie die zich inzet voor gehandicapte mensen in Burkina Faso. Hulpverleners maken de kracht en de liefde van Jezus voelbaar. Door hen licht het Rijk van God op. Maak ook ons tot sleuteldragers van dat komende rijk.

ST I L T E Laat ons bidden.

Lector

Wij bidden voor onze parochiegemeenschap. Voor de zieken en bedroefden. Om sterkte en goede moed. Voor de vereenzaamden en mensen aan de rand. Dat wij naar hen omzien. Voor de onuitgesproken intenties die leven in ons hart. Verhoor onze gebeden en schenk wat goed is voor ons op voorspraak van Titus Brandsma.

ST I L T E Laat ons bidden.

Pastor

Goede God, mogen allen die in Jezus als hun Heer geloven, deze wereld omvormen tot uw Rijk van vrede en liefde. A

Overweging van zondag 20-8-2017 door p. Tom Buitendijk

Inleiding

Van harte welkom in deze viering. Het is MIVA – zondag. Onze aandacht gaat uit naar het land Burkina Faso. Het doel is brommers te kunnen geven aan hulpverleners die van dorp naar dorp trekken om gehandicapte kinderen toekomst te geven. Ook deze mensen bewonen met ons deze wereld. “ Mijn huis zal genoemd worden een huis van gebed voor alle volken”, zo spreekt God de Heer bij monde van de profeet Jesaja. Overal waar God oprecht gezocht wordt; overal waar gebeden wordt om gerechtigheid en vrede in Zijn Naam; overal waar mensen samen komen in Zijn Naam, daar bevinden we ons in Gods huis. Dit kan een kerk, een synagoge of een moskee zijn. Willen we bidden Gods ontferming over ons.

 

Overweging

We hebben weer verwarrende weken achter de rug. Waar moet het toch heen met deze wereld?, is een vraag die velen op de lippen brandt. In een Amerikaans stadje, in Charlottesville, rijdt een jonge witte man op een groepje mensen in. Daar bij valt een dode. Een vrouw. Terwijl iedereen dit geweld verafschuwt, vergoelijkt een democratisch gekozen christelijke president dit met de woorden: “het geweld komt van beide kanten”. Maakt deze wereldleider onze wereld een stukje veiliger? Het is een brandende vraag die velen bezig houdt. In Barcelona en in Cambrils pleegt Islamitische Staat afschuwelijk aanslagen. Doden en gewonden onder gewone mensen. Toeristen, taxichauffeurs, winkelpersoneel, mensen die lopen te flaneren. Het nieuws gaat bijna nergens anders over. In de krant staat een lijstje: Parijs, Nice, Brussel, Londen, Berlijn, Barcelona. Maar eigenlijke moet er staan: Parijs, Cairo, Nice, Kaboel, Brussel, Bagdad, Londen, Islamabad, Berlijn, Mosul, Barcelona.

Als er tachtig doden vallen in Bagdad is dat het zevende bericht in het journaal. Toch mogen we ook dit niet vergeten: Islamitische Staat vermoordt ook Moslims. Ook deze willekeurig gedode mensen hebben vrouwen en mannen, kinderen en ouders, familieleden en vrienden. In landen zoals Irak is er geen familie meer compleet. Hele samenlevingen zijn ontwricht. Het is niet mijn bedoeling het nieuws te becommentariëren. Ik wou alleen maar zeggen dat brandhaarden van terrorisme en gewelddadigheid op vele plekken van de wereld voor komen. In christelijke, islamitische en seculiere landen. Het is niet de Islam en het is ook niet het Christendom dat achterlijk, gewelddadig en mensvijandig is. Het zijn verknipte en verdwaalde geesten die zich beroepen op de Islamitische of op de joods christelijke waarden; die kiezen voor de ontwrichting van de samenleving door terreur en haat. Niet alleen onze maatschappij, maar ook die van henzelf. Moslims lijden onder Moslims zoals in de twee Wereldoorlogen christenen leden onder christenen. Waar kunnen we in deze verwarringen een rustpunt of wat houvast zoeken? Op wie of wat kunnen we een beroep doen? Het lijkt me uiterst belangrijk dat we ons verre houden van mensen die onze angst aan jagen. Hoe begrijpelijk die angst toch wel kan zijn. Aangejaagde en opgeklopte angst gaat zich richten tegen medemensen vanwege huidskleur, godsdienst, geaardheid of afkomst. Uit angst gaan we dan zelf in tegen het principe dat we juist willen beschermen: dat iedere mens gelijkwaardig is. We mogen ook niet mee doen met onschuldige mensen verantwoordelijk te maken voor teksten en uitspraken die extremisten te pas en te onpas gebruiken. Niet iedere Moslim is een extremist. Er zijn ook christelijke extremisten. Niet alleen in Amerika. Ons enige houvast, beveelt God onszelf aan, zal het recht zijn. Je niet laten leiden door willekeur, angst, wraakgevoelens, maar door het recht. Het recht blijft alleen overeind doordat wij rechtvaardig handelen. Door ons rechtvaardig handelen komt de gerechtigheid van God aan het licht. Van God: die iedere mens het leven geeft, in het bestaan roept, en een plaatst geeft in een samenleving van mensen met de opdracht: maak van deze wereld een stukje hemel op aarde.
“Goede, integere en eerlijke mensen die Mij zoeken en die mijn wil doen”, zegt God, “zijn welkom in mijn huis. Maar mèt jullie ook de vreemdelingen die mij willen dienen door het gebod van de liefde te onderhouden, die mij eren door respect te hebben voor mijn Verbond met hen. Ook vreemdelingen zijn welkom in mijn huis van gebed voor alle volkeren.” Het huis van God is allereerst een huis van gebed, waar vrede en liefde en eerbied vanuit gaan. Vervolgens pas synagoge, kathedraal of moskee. Recht en gerechtigheid zijn de fundamenten van dit huis. Waar dit huis – moskee, christelijke kerk of synagoge – vervuld wordt van gebeden van alle volkeren, daar zullen vrede en liefde bloeien en de samenleving kleuren. Ons rustpunt en onze houvast vinden we niet in angst voor andere mensen. Ook niet in bestrijding van mensvijandige ideologieën. Ons rustpunt en onze houvast liggen in ons gebed tot God die ons helpen zal gerechtigheid en vrede waar te maken. We kunnen ons niet tegen terrorisme bewapenen. Het is een heidens karwei om verdwaalde geesten op het rechte pad te krijgen. Het is door het gebed om vrede dat wij een klimaat kunnen scheppen waarin iedereen tot zijn recht komt. Het huis van gebed voor alle volkeren betekent: voor God is er ‘geen eigen godsdienst eerst’, ‘geen eigen land eerst ‘, ‘geen eigen volk eerst’. Het eerst is er de mens die kind van een barmhartige God wil zijn in deze verwarrende wereld. Zijn wij zo’n bidden mens die het recht liefheeft en die met woord en daad verlangt naar vrede? Willen wij met vreemdelingen meebidden die hetzelfde na streven? In het evangelie van vandaag lezen we hoe moeilijk het is om je eigen godsdienst en die van een ander te waarderen. Ook Jezus heeft er moeite mee. Als de vrouw uit het heidense gebied Hem om hulp vraagt voor haar dochter, negeert Hij haar en geeft geen antwoord. Vervolgens weigert hij haar te helpen omdat ze niet uit zijn eigen volk is. Daarna beledigt Hij haar door haar met een onreine hond te vergelijken. Als de vrouw aanhoudt en scherpzinnig opmerkt dat de honden de kruimels op eten die de kinderen laten vallen, dan pas prijst Jezus haar om haar geloof. Ik denk ook dat ze geprezen mag worden om haar aanhoudend gebed. Maar het meest nog is deze vrouw te prijzen omdat zij , een vreemdelinge, Jezus corrigeert in zijn opvatting en gedrag. Door deze vreemdelinge beseft Jezus ten volle dat Gods liefde zich uitstrekt naar alle mensen, ongeacht godsdienst en afkomst. Vandaag wordt onze hulp gevraagd voor gehandicapte kinderen in Burkina Faso. Zijn er geen Nederlandse kinderen die hulp nodig hebben? Natuurlijk zijn die er. Maar vandaag doen déze kinderen van God een beroep op ons. Zij vragen om een kruimeltje van het brood dat wij gekregen hebben. De moeder die om genezing van haar gehandicapte dochter vraagt dwingt op gevatte wijze haar plaats af aan de tafel waar het brood gebroken wordt. Ze heeft aan een paar kruimels genoeg. Het gaat haar niet om een eigen stuk brood eerst. Door deze buitenlandse vrouw beseffen wij dat wij allemaal leven van de kruimels die van de Tafel van God vallen. Waarom zouden we anderen dan de kruimels ontzeggen? Waar gedeeld wordt heeft niemand een eigen stuk brood eerst nodig. Vreemdelingen en huisgenoten delen dezelfde kruimels. Zijn wij niet allemaal kinderen van de barmhartige God?

 

Pastor :

Vanuit onze onzekerheid en verwarring zoeken we houvast bij U. Hoor ons bidden en verhoor ons gebed.

 

Lector:

Wij bidden u dat de kerk in deze verdeelde wereld de boodschap blijft verkondigen dat u een God van liefde bent voor àlle mensen.

S T I L T E   Laat ons bidden.

 

Lector:

Wij bidden u voor de slachtoffers van geweld en terreur: in Europa, in het Midden Oosten, en waar ter wereld ook. Ontferm u over hen die sterven door dit geweld. Sta de gewonden en beschadigde mensen bij met uw kracht en troost.

S T I L T E   Laat ons bidden.

 

Lector:

Wij bidden voor mensen die zoeken naar houvast en zekerheid. Dat zij zich niet laten leiden door angst en grootspraak, door haat en vijandigheid. Dat zij steun zoeken in het gebed om gerechtigheid en vrede.

S T I L T E   Laat ons bidden

 

Lector

Wij bidden voor gehandicapte kinderen in Burkina Faso. Dat wij het hun hulpverleners mogelijk maken aan deze kinderen toekomst te bieden. Dat wij de kruimels van onze welvaart willen delen.

S T I L T E   Laat ons bidden

 

Pastor

God, geef ons de moed om in praktijk te brengen waar wij om bidden. Maak ons tot oprechte mensen.

Dit bidden wij u door Christus onze Heer.

 

 

 

 

 

 

 

 

Overweging van zondag 13-8-2017 door p. Tom Buitendijk

Inleiding

Van harte welkom in deze viering. We ontmoeten vandaag twee  Bijbelse figuren die ons van God kunnen vertellen:
De grote profeet Elia en de Petrus, de eerste van de apostelen. Zij zijn verkondigers van Gods Aanwezigheid in onze wereld. Beiden worden beproefd in hun geloof. De vurige profeet Elia wordt moedeloos en Petrus de rots van de kerk wankelmoedig. Beiden ervaren dat God toch meer en anders is dan zij dachten. God komt ons op vele en vaal onverwachte wijzen tegemoet. Van ons wordt gevraagd ons ogen en oren open te houden. Er is meer van God te zien dan wij denken.

Openingsgebed
Heer, leer ons op u te vertrouwen dat wij altijd ons oog op u gericht houden. Neem ons bij de hand zodat wij met uw kracht stormen tegenwind in ons leven kunnen door staan. Behoed ons voor het ondergaan. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

Gebed over de gaven
Heer, u nodigt ons uit naar U toe te komen. Wanneer wij op weg gaan komt U ons tegemoet met uw gaven van brood en wijn. Mogen wij hierin de levenskracht van Christus ontmoeten die voor ons bron van eeuwig leven is. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

Slotgebed
Heer, leer ons de schijnzekerheden van het leven los te laten. Dat wij ons geluk en ons heil niet zoeken in wat vergankelijk is en ten onder kan gaan. Geef dat wij de angst om zelfbehoud overwinnen om ons toe te kunnen vertrouwen aan uw belofte van een toekomst van rust en recht, van liefde en vrede. Dit bidden wij U door Christus onze Heer

Overweging.
Mensen van de een en twintigste eeuw zijn hele rationele wezens geworden. Alles moet logisch zijn en wetenschappelijk verantwoord. “God heeft ons niet geschapen, want wij stammen van de apen af”, zei een jongetje opgetogen. Dat had hij gehoord van de meester en hij concludeerde verder: “Als God niet bestaat, hoeven we ook niet meer naar de kerk toe”. Beproefde wetenschap is helemaal waar. Toch zijn onze ervaringen vaak anders. We weten allemaal dat de zon niet ondergaat. De zon staat voor eeuwig op haar vaste plek in het heelal. De aarde draait zich van de zon af en daardoor wordt het licht en donker om ons heen. Een paar dagen geleden stond ik op de Normandische kust aan de Atlantische Oceaan en zag de weerspiegeling van het laatste zonlicht over het water en de zon als een vurige bol in zee zakken. En ik zei tegen Nico: “God, wat mooi is dat!”. Beiden waren we stil tot het laatste streepje licht verdween .Een zonsondergang zien is niets bijzonders, maar toch raakt het je dieper dan de wetenschap dat de aarde een stukje verder om haar as is gedraaid. Door een zonsondergang ga je niet in God geloven. Maar de schoonheid van de natuur kan je wel op het spoor van God zetten. Het goddelijke, de schoonheid en de natuur zijn drie gegevens waardoor de mens tot in zijn ziel geraakt kan worden. Wetenschap kan je enthousiast maken en tot bewondering brengen, maar het raakt meer je verstand dan je hart. Alles terugbrengen tot wat wetenschappelijk verantwoord is, maakt ons tot beperkte mensen. Je kunt niet over water lopen. Dat is duidelijk. Kun je daarom niet het gevoel hebben dat je soms over water loopt en door stormen wordt overmand? Waar wij God vermoeden in de natuur, daar sprak in vroegere eeuwen de natuur als vanzelf van God. Natuurverschijnselen waren openbaringen van God. In storm en wind, in aardbevingen, donder en bliksem ervoeren de mensen Gods Kracht en Gods Macht. Veelal ervoeren ze de elementen als straf van God vanwege hun tekorten en hun onvermogen. De natuur was het boek waarin zij Gods welwillendheid of toorn lazen. De natuur was geen onderwerp van onderzoek en studie. De natuur was Gods aanwezigheid waarin de mens zich geborgen wist of waarvoor hij vreesde. Toch kan God ook verrassend nieuw en anders zijn. Over die nieuwheid van God gaan de lezingen van vandaag.
De vurige en van ijver van God vervulde profeet Elia is op de vlucht. Hij vreest   voor zijn leven. Maar meer nog: hij is wanhopig, twijfelt over zijn roeping, hij voelt zich mislukt en wil dan maar liever dood. In de woestijn slaapt hij onder een bremstruik en hoopt weg te glijden uit dit leven dat hem te zwaar geworden is. Een engel wekt hem, geeft hem water en brood en gebiedt hem naar de Horeb te gaan. De Horeb is het gebergte waarin God tot Mozes gesproken heeft. Bij de Horen aangekomen zoekt hij een veilig onderkomen in een grot om er te overnachten. Dan hoort hij een stem: “Ga naar buiten, Elia, en treed aan voor de Heer op de berg”. Kom uit de veiligheid van de grot. Kom in beweging. Stel je bloot aan de Tegenwoordigheid van God. Ook voor vandaag geldt dit: wie God wil ontmoeten moet zijn bestaande zekerheid en veiligheid loslaten. Pas als je in beweging komt en uit zichzelf treedt, kan God naar je toekomen. Wie zich open stelt voor God kan Hem ontmoeten. Op de wijze die God kiest. Niet zoals wij denken. Niet in de storm, niet in de aardbeving, niet in het vuur. Maar in het suizen van een zachte bries, een ademtocht van Godswege die de stilte niet breekt. In die hoorbare stilte gaat God voorbij. Teder en vertederend. In die stilte wordt Elia herboren en krijgt hij nieuwe moed om zijn roeping te volgen en zijn zending voort te zetten.
Ook vandaag is ontmoeting met God mogelijk. Ook wij kunnen ons door God laten vinden. Als wij het lawaai om ons heen en het geroezemoes in ons hoofd tot bedaren kunnen brengen, kunnen ook wij tot heilzame stilte komen. Tijdens de vakantie waarin je niet wordt opgeslokt door het alsmaar voortdurende nieuws over rampen, oorlogen en onheil, kunnen we gevoeliger worden voor de stem die de stilte niet breekt en die ons uitnodigt om opnieuw “ ja” te zeggen tegen het leven.
Veel mensen doen onder de vakantie wat ze thuis ook kunnen doen: tijd uit trekken voor stilte, bezinnen op wat wezenlijk nodig is, luisteren naar wat de Geest je in geeft. Kortom: dagelijks tijd uit trekken voor gebed. Wanneer we ons in gebed dagelijks open stellen voor God, dan kunnen wij de drukte, de gehaastheid en de ingewikkeldheid van het leven beter aan. Je geest opruimen en leeg maken om open te worden voor God vraagt om voortdurende oefening. Sportlui hebben alles over voor een gezond en sterk lichaam. Dat vinden we normaal. Toch zou het goed zijn om ons ook te oefenen in geestelijke versterking en verdieping. Waarom is dat niet normaal?
Natuurlijk lukt de eerste oefening niet. “Zal ik in storm en wind naar u toekomen?”,   vraagt Petrus aan Jezus. Hij ziet dat Jezus de machten van water en storm trotseert. Jezus is geen spook. Jezus heerst over de elementen. In Jezus leeft Gods kracht. “Zal ik ook over water lopen, Jezus?” “Kom”, zegt Jezus. Petrus verlaat de veiligheid van de boot en stelt zich bloot aan water en wind. Zodra hij merkt hoe stevig de storm is, wordt hij doodbang. “ Heer, red mij.” Jezus steekt zijn hand uit en helpt hem in de boot. “Kleingelovige!”, zegt hij. Hierin klinkt iets vertederends door. Geen verwijt. “Petrus, je hebt het geprobeerd.”
Ook vandaag is het nog waar. Om storm en golven te doorstaan moet je oefenen en de handen grijpen die je kunnen redden. Vertrouwen in het leven lukt alleen als je het vaker probeert. Je toevertrouwen aan een ander leer je door beproevingen heen. Langzamerhand zul je Gods reddende kracht ontdekken en ervaren. Niemand van ons komt onbeschadigde en vrij van angst door het leven heen.  Ziekte, baanloosheid, verdriet, miskenning, vaak ook domme pech of stomme ongelukken doen ons verzuchten: “Ik wou dat ik niet meer hoef. Ik wil weg uit dit leven”. Dan is er een ook voor ons wellicht engel die zegt: “ Hier heb je brood en drinken. Ga op weg om God nieuw te ontmoeten.” Soms zijn we te zwaar belast en zinken we door de bodem van het leven heen. “Heer, help me. Alleen kan ik het niet! ” Dan is er wellicht een reddende hand en een lieve stem: “Kleingelovige, als je mijn hand grijpt, dan red je het wel”.  God komt ons op velerlei wijzen tegemoet. Heel vaak ook gewoon in mensen op wiens trouw je mag steunen. Je moet dan wel even stil worden om dat te horen en te zien. Amen.

Voorbede

Pastor : God, u kent onze nood. Hoor ons gebed. Steek uw reddende hand uit.

Lector:
Voor mensen die overspoeld worden door angst ,onzekerheid en verdriet. Dat zij het geloof in het leven niet verliezen. Help hen uw aanwezigheid te ervaren in goed mensen om hen heen.
S T I L T E Laat ons bidden.

Lector:
Voor mensen voor wie het leven te zwaar en te veeleisend is zodat ze het dagelijks bestaan niet aan kunnen. Wek in hen het vertrouwen dat er mensen zijn die hen helpend nabij willen zijn.
S T I L T E Laat ons bidden.

 

Lector:

Voor de kerk die de stem en de uitgestoken hand van Jezus wil zijn. Dat zij woorden van bemoediging spreekt, tekens van liefde doet en verdieping geeft aan het leven van alledag.
S T I L T E Laat ons bidden.

 

Lector:

Voor de vervolgde christenen en andere religieuze minderheden in het Midden Oosten die verjaagd worden uit hun dorpen en steden en op de vlucht slaan. Sta hen bij in hun pogingen om elders een nieuw leven op te bouwen.
S T I L T E Laat ons bidden.

Lector
Voor onze geloofsgemeenschap. Voor de zieken, de bedroefden en de vereenzaamden. Dat wij onze handen naar hen uitstrekken.

S t i l te

Voor de intenties in het boek.
Om verhoring op voorspraak van de H. Anna en de Z. Titus Brandsma.
S T I L T E Laat ons bidden.

 

Pastor

Heer, onze God, wil onze gebeden verhoren. Spreek in ons leven en reik ons uw reddende hand. Door Christus onze Heer.