Overweging van zondag 12-11-2017 door p. Tom Buitendijk

Inleiding

Van harte welkom in deze viering. Het kerkelijke jaar loopt ten einde.  De lezingen die we dan horen gaan over de eindtijd. Ze bemoedigen ons in moeilijke tijden om vol te houden ; ze waarschuwen ons ook om actief te blijven. Het Rijk van God, de nieuwe samenleving waarnaar we verlangen, komt naderbij. Maar je moet wel voorbereid zijn om in die nieuwe wereld een plaats te hebben. Staan wij open voor Gods komen in ons midden? Willen we biddend zingen om ontferming en hem daarna loven

 

Openingsgebed.

God, in de donkerste uren wilt U ons al stralend licht tegemoet komen in Christus onze Heer. Doe ons oprecht verlangen naar de komst van uw Rijk in ons midden. Maak ons tot wijze mensen die op uw komst zijn voorbereid. Door Christus onze Heer.

 

Gebed over de gaven.

God, herken in deze gaven onze inzet voor uw komend Rijk. Maak ons bereid te delen met alle mensen: dichtbij en ver weg. Moge de Tafel die u aanbiedt aan alle volkeren, bron van kracht voor ons zijn. Door Christus onze Heer.

Slotgebed

God door uw Woord en Sacrament zijn wij  gesterkt en toegerust om onze diensttaak in de wereld aan te pakken. Mogen wij door daden van goedheid en barmhartigheid uw Rijk in deze wereld gestalte geven. Doe ons vurig verlangen naar de dag dat Rijk doorbreekt en vindt ons dan gereed om binnen te treden in de hemelse vreugde. Door Christus onze Heer.

Overweging

In het portaal van een grote gotische kerk in Duitsland zag ik aan de ene kant een rij beelden van vijf wijze meisjes en aan de andere kant een rij met vijf dwaze meisjes. Wijs en dwaas is een betere vertaling dan dom en verstandig. Wijs betekent: oplettend, vooruit denkend, goed voor bereid zijn. Dwaas beteken: we hebben het nu leuk; we zien wel ; we redden ons straks wel. Wijs en dwaas slaan op hun houdingen in plaats van op hun intellectueel peil. De vijf wijze meisjes stonden in hun nissen te stralen: om te stelen, zo mooi. De vijf dwaze meisjes stonden chagrijnig op hun sokkels met allerlei vertrokken lelijke koppen. Het aardige was ook dat de wijze meisjes fakkels in hun hand hadden en aan hun voeten een vaatje olie. Precies dat was wat ontbrak bij die chagrijnige meiden: ze hadden wel een fakkel, maar geen olie om de fakkel in te doven als hij uitging. De beeldhouwer van de kathedraal van Erfurt , geloof ik , was een betere Bijbelkenner dan de vertaler van deze lezing.

De tien meisjes zijn vriendinnen van de bruid. De bruid komt in het verhaal niet voor. Wel dat bruidegom lang wegblijft. Er wordt niet verteld waarom. Waarschijnlijk was hij nog in onderhandeling over de bruidsschat met zijn schoonfamilie. Maar dan nog is de komst van de bruidegom midden in de nacht een raar tijdstip. Had hij niet een paar uur kunnen wachten tot het licht werd! Midden in de nacht betekent bijbels gezien dat de donkere crisistijd voorbij is en dat er iets nieuws aanbreekt.
Een bruiloft is, zoals u weet, een beeld van de ontmoeting van God en zijn Volk: hier wordt het Verbond van God en mens gevierd. Het licht breekt door het donker heen. Ook al is het midden in de nacht.
Zoals midden in de nacht Christus wordt geboren. Zoals midden in de nacht de Paaskaars ontstoken wordt. In de donkerste uren straalt Gods licht. Het feest kan beginnen! De bruiloft begint en de vijf meisjes met brandende fakkels mogen de feestzaal binnen. Maar de meisjes die in de nacht nog olie moesten zien te vinden – in het donker , want de fakkels waren uit – komen te laat. Pech, de deur is op slot. De bruidegom laat niemand meer toe.
De parabel is eigenlijk een heel onlogisch verhaal. Je zou bijvoorbeeld kunnen vinden dat die wijze meisjes egoïstisch zijn. Ze hadden elkaar ook kunnen helpen. Waarom dat rare tijdstip? Waarom is er geen bruid? U begrijpt wel, denk ik, dat deze parabel een beeldverhaal is en dat die beelden vermengd worden met de joodse manier waarop bruiloften gevierd worden. Al de details waar je lang over kunt twisten zijn bijzaak. De belangrijkste zin in het verhaal is: “Zie. De bruidegom. Kom. Ga hem tegemoet’.   Die zin : heeft die vandaag nog betekenis?
In zijn encycliek Laudato si zegt paus Franciscus: “ Er is een wijze van leven en een wijze van handelen die tekort schieten ; die wijzen van leven en handelen gaan zo tegen de schepping in dat zij haar vernietigen. Waarom kunnen we hier niet bij stil staan en hier samen over nadenken?” De paus wijst op de crisis waarin de wereld verkeert. Hij noemt het ecologische crisis. Ecologie is leer over het bewoonbaar en leefbaar houden van de wereld. De paus ziet scherp in dat bewoonbaarheid en leefbaarheid in gevaar zijn. Bewoonbaarheid wordt bedreigd door milieu vervuiling en door het tekort aan drinkwater. De leefbaarheid wordt bedreigt door de ongelijke verdeling tussen rijk en arm, tussen mensen die kansen hebben of voor wie het leven uitzichtloos is. Steeds grotere groepen mensen hebben niets te vertellen over hun eigen leven; de macht ligt in handen van steeds kleinere groepjes mensen die alleen maar aan zichzelf denken. Eigenbelang gaat boven het algemeen belang. De paus constateert dat wij door ons menselijk gedrag snel toelopen op het van de wereld en de vernietiging van de mensheid. Dat is een reële mogelijkheid. Atoomwapens. Klimaatverandering. Oorlogen op wereldschaal. Schending van de aarde. De mens als koopwaar. Sta hier bij stil en denk na! , zeggen de paus en het evangelie. Tegelijk biedt de paus in de beschrijving van dit donkere uur van de mensheid uitzicht. Hij wijst erop dat Jezus het rijk van God aankondigde als een nieuwe samenleving
– waarin de armen mee tellen ,
– waarin de goederen van de wereld eerlijk verdeel worden;
– waarin zorgzaamheid, barmhartigheid en verbondenheid
de belangrijkste waarden zijn;
– waarin liefde en gerechtigheid de fundamenten zijn.

Jezus is die nieuwe samenleving in eigen persoon. Allen die zich christen noemen verlangen ernaar dat zijn Rijk doorbreekt in dit uur van de wereld. Als christenen worden we uitgedaagd wakkere mensen te zijn. Laten we niet zitten te dommelen in deze nacht van de wereld. Laten we niet denken: het duurt mijn tijd wel. Dat is dwaas. Laten wij wijs zijn en ons voor bereiden op de komst van dat Rijk van God in ons midden.
Zie: speur in het donker van deze angstige, donkere en sombere tijd naar licht. Zie of er kansen tot verbetering zijn. Zie wat jijzelf concreet kunt doen om de leefbaarheid te vergroten.
De bruidegom! Jezus komt om zijn Rijk te vestigen. Zijn boodschap klinkt niet tevergeefs. Altijd zijn er mensen om Hem te verwelkomen. Blijf verlangen naar zijn verschijning in onze samenleving. Houd dat verlangen brandend.
Kom. Sta op en neem andere mee. Nodig mensen uit dat Rijk Gods een plek te geven in het sociale, economische en politieke handelen. Het Rijk Gods is een licht in de donkere crisissen die we zelf veroorzaken.
Ga hem tegemoet. Geloof het , zegt het evangelie, God is onderweg naar ons toe. Ga dan de weg die God je wijst en je zult Hem vinden. Let op dat je geen doodlopende wegen kiest, Richt je voeten op de weg naar shalom: naar vrede , welzijn en geluk voor allen.
Zou de deur van de feestzaal echt op slot gaan als wij te laat aan komen? Gods vergevingsgezindheid is groter dan al onze fouten. Maar die waarschuwing moeten we wel ernstig nemen: een samenleving die met God en zijn Rijk geen rekening wenst te houden vernietigt zich zelf.
We kunnen beter in de stralende rij van de wijze meisjes gaan staan dan in de chagrijnige rij van de dwaze meisjes. Ik wens u allen wijsheid toe. Amen.

 

Pastor:

De Heer roept ons op tot waakzaamheid. Bidden wij daarom met aandacht:

Lector:

Voor alle christenen die verlangen naar het Rijk van God. Dat wij stil staan bij de gebeurtenissen in de wereld van vandaag. Dat wij niet angstig of onverschillig worden. Geef ons de moed de crisissen onder ogen te zien en laat ons hoop putten uit het evangelie.

S T I L T E Laat ons bidden.

 

Lector:

Voor hen die verantwoordelijkheid dragen in het leefbaar houden van ons land. Dat wij werken aan verbondenheid en samenhang; dat wij niemand afschrijven en weg zetten als onbruikbaar. Geef ons de inspiratie om goede regelingen te treffen voor armen, vreemdelingen en voor hoogbejaarden, voor mensen met beperkingen en mensen zonder werk. Mogen alle mensen in onze samenleving een plaats kunnen vinden.

S T I L T E Laat ons bidden.

 

Lector

Voor onze parochiegemeenschap van Titus Brandsma. Dat wij groeien in vriendschap en in hartelijke omgang met elkaar, Voor de zieken en eenzamen in onze gemeenschap. Dat wij oog en oor voor hen hebben. Voor jongeren: dat zij idealen koesteren voor een mooiere wereld. Voor iemand die de komende week een ernstige behandeling moet ondergaan. Voor een goede afloop en een gunstige uitslag. Voor Maud Theunisse die vanmiddag gedoopt wordt. Dat zij een blije christen mag worden. Moge uw Rijk van de vrede in ons midden groeien.

S T I L T E Laat ons bidden.

 

Pastor

Heer Jezus , in de donkerste uren van de wereld breekt u door als licht en toekomst.
Dat wij van harte naar de komst van uw Rijk verlangen. Amen.

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Overweging van 5 november 2017 door p. Tom Buitendijk

Titus Brandsmazondag 5 november 2017

 

Woord van welkom

U allen van harte welkom in deze  viering op het patroonsfeest van onze parochie.

Het is 32 jaar gelden dat paus Johannes Paulus II  deze bescheiden Karmeliet heeft zalig verklaard. Het proces voor zijn heiligverklaring is in volle gang. Voor ons hier in Oss, is het  mede van belang dat Titus in 2015 postuum ereburger van onze stad is geworden. Die eer deelt hij  met slechts drie anderen.  Je bent nier zomaar ereburger.

Graag heet ik mijn zuster in de Karmel welkom: Marieke Rijpkema.

Zij is van Friese afkomst en is in de verte ook nog familie van Titus.

Als pastoraal werkster in Nuland heeft zijn ion Oss gewoond en is vele manier in onze parochie aanwezig geweest.

Zij is nu de actieve beheerder van het Titus Brandsma memorial in Nijmegen.  Op vele manieren help zij om de gedachtenis aan Titus in Nederland hoog te houden.

Marieke heeft onlangs een reis begeleid naar Dachau.

“ In het spoor van Titus “.  Door zijn leven te overdenken, door iets van zijn bewogenheid te ervaren en door iets mee te beleven dat ‘de hel van Dachau’ is, is Titus ons naderbij gekomen als mens en … als inderdaad een heilige.

In deze viering zal Marieke mede voorgaan en de verkondiging verzorgen.

Titus, een mens om God bewogen,  wil ons nader brengen trot God en tot elkaar. Bidden wij zingend om ontferming.

Openingsgebed

Goede God, U woont verscholen in het hart van ieder mens.

In daden van goedheid en liefde komt U aan het licht.

Wij bidden U :

Doorstraal ons leven met uw licht en uw warmte zodat wij mensen worden die leven in de gezindheid van Jezus, uw Zoon.

Help ons elkaar nabij te zijn zoals Hij ons nabij wil zijn.

Dan komt er vrede over heel deze wereld.

Dit vragen wij U op voorspraak van pater Titus door Christus onze Heer. Amen.

Gebed over de gaven.

Goede God, herken in deze gaven van brood en wijn

onze inzet voor onze parochiegemeenschap.

Dat wij die met elkaar uw Brood en Beker delen

ook bereid zijn elkaars leven te delen

zoals Jezus het ons heeft voorgedaan.

Dit vragen wij U op voorspraak van pater Titus door Christus onze Heer. Amen.

Slotgebed.

Goede God, in deze viering hebben wij u willen eren en danken voor Titus Brandsma, naar wie deze gemeenschap genoemd is

Door zijn leven en werken is hij een levende getuige van uw goedheid en liefde. Mogen zijn voorbeeld tot ons blijven spreken

opdat wij, door hem geïnspireerd,

blijven zoeken naar U in het diepst van ons bestaan.

Dat wij U  daar vinden en ons kind naar uw hart weten.

Dit vragen wij U op voorspraak van pater Titus Brandsma door Christus onze Heer. Amen

Overweging van zr Marieke Rijpkema Ocarm

 

Overweging zo. 5 nov.17 – Titus Brandsmazondag in Oss                   

 

Titus Brandsma is één van de 206.000 mensen die gevangen gezeten hebben in kamp Dachau, onder het nazi regime in Duitsland.

Eén van de ruim 41.500 mensen die daar zijn omgekomen.

En dit was een gevangenkamp, een werkkamp, geen vernietigingskamp, zoals bijvoorbeeld kamp Auschwitz.

Te lezen en te horen en iets van beeldmateriaal te zien over de gruwelijkheden in dat kamp is vreselijk, en niet te bevatten. Wat mensen mensen kunnen aandoen… Titus Brandsma hield het in Dachau maar enkele weken uit. Totaal verzwakt ook al vanwege zijn verblijf in kamp Amersfoort. 61 jaar oud was hij.

Waarom gedenken we deze ene man in het bijzonder? Van al die mensen die omgekomen zijn in Dachau, en in al die plaatsen in de wereld die lijken op kamp Dachau.

Natuurlijk, deze mens heeft een jaar of 14 hier in Oss gewoond. Dat brengt hem nabij. We kunnen ons voorstellen hoe hij hier vlak om de hoek in het grote klooster woonde. Hoe hij door de stad gelopen heeft. Hij richtte hier de leeszaal op, de HBS, blies nieuw leven in de krant ‘de Stad Oss’, liet het H.Hartbeeld oprichten, en wat al niet meer.

Ook kunnen we zeggen dat hij veel voor Katholiek Nederland betekent heeft, door zijn inzet voor het katholiek onderwijs en de katholieke journalistiek. En ook door zijn onderzoekswerk naar spiritualiteit en mystiek, zijn colleges daarover, zijn stukjes in De Gelderlander. Maar ook heeft hij veel betekent voor de Oecumene, de Friese taal en cultuur, en het vredeswerk.

Dat maakt hem zeker gedenkwaardig. Maar daarmee alleen zou hij denk ik niet zalig verklaard zijn, of naamgever van jullie parochie geworden zijn.

 

In het proces dat heeft geleid tot zijn Zaligverklaring zijn er heel veel mensen gehoord, die hem hebben meegemaakt. En in die getuigenissen klinkt door hoe hij als mens opviel. Als iemand die aandacht had voor ieder met wie hij in contact kwam. Zijn zachtmoedigheid viel op, en ook zijn doortastendheid. En ook zijn eenvoud ondanks zijn grote geleerdheid en scherpe verstand. En zijn gerichtheid op het welzijn van de ander, zijn grote dienstbaarheid.

En ronduit indrukwekkend zijn de getuigenissen over hem uit kamp Amersfoort en kamp Dachau. De rust die van hem uitging, deed mensen om hem heen ontzettend goed, zijn diepe geloof. En ook de manier waarop hij de bewakers tegemoet trad. Wanneer we Jezus in het Lucas evangelie horen zeggen “heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten”, dan kunnen we naar Titus Brandsma in deze fase van zijn leven kijken, om te zien wat dat in de praktijk betekenen kan. Hij heeft die woorden waargemaakt.

Rafaël Tijhuis, een medebroeder die kamp Dachau overleeft heeft, schrijft in zijn dagboek over die periode ondermeer over Titus Brandsma:

 

In de omgang is hij steeds de rust en kalmte in persoon. Zelfs wanneer hij door de Block- of Stubenälteste geslagen wordt. Ook nadien zal hij niet op hen schelden of zelfs het woord ‘moffen’ op hen toepassen. Van haat of afkeer van de Duitsers of van de bewakers en diegenen die hem slaan of mishandelen, kan men bij hem niets merken. ‘Och, het is al weer voorbij’ zegt hij dan, als men hem vraagt waarom hij slaag gekregen heeft. Hij praat nog zelfs met zijn gewone gemoedsernst tegen de Block- en Stubenälteste. (…) Met zijn aangeboren vriendelijkheid, tracht hij door praten nog iets bij hen te bereiken. Meestal eindigt het gesprek met een oorvijg of schop, maar dat weerhoudt hem er niet van vriendelijk tegenover hen te zijn. Nog hoor ik de bulderende stem van het blokhoofd: ‘Hau ab, du Blöder, du Blöder!’. Naderhand zeg ik dan wel eens tegen Titus: ‘Praat toch niet met die kerels, U bereikt er toch niets mee, hoogstens een pak slaag!’. Maar dan antwoordt hij: ‘Daarom moet je het niet laten, want wie weet, misschien blijft er wel iets van hangen. Men moet voor deze mensen bidden’, hoor je hem vaak zeggen, ‘opdat ze tot inzicht komen’.

 

Titus Brandsma heeft alle zorg over zichzelf kunnen loslaten. Welk innerlijk proces daaraan voorafgegaan is weten we niet. Maar zijn gedicht “Het leed ging telkens op mij staan” (1) (met o.a. de zin: “Duldend, wachtend moest ik leren”) doet er iets van vermoeden, en zeker ook zijn vele artikelen over mystiek. Voor hem was het helder dat iedere mens ten diepste verbonden is met God, sterker nog dat God de diepste grond is van ons wezen. In de loop van zijn leven heeft hij zo naar mensen leren kijken: ook jij draagt het geheim van Gods aanwezigheid met je mee. Ook jij bent geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God. En God is goed. Daar leefde hij zelf uit, en dat probeerde hij ook in de ander op te roepen. En dat bleef hij doen tot in de hel van Dachau.

Dát maakt hem, volgens mij, tot zo’n onvergetelijk mens, die we willen blijven gedenken.

Fysiek is er niets van Titus Brandsma overgebleven. Zijn lichaam is verbrand in de oven van het crematorium in Dachau. Maar zijn persoon, zijn geestkracht, zijn geloof leven nog altijd voort, en kunnen voor ons een bron van inspiratie zijn en ons uitdagen om ook onze diepste goddelijke grond te ontdekken, ons door die Liefde vrij te laten maken, en ons met al onze talenten in te zetten voor vrede en verzoening, voor een samenleving gekenmerkt door gerechtigheid en liefde, en iedere mens met respect te bejegenen.

 

Dat wij zijn naam hoog houden, en als parochie en als mens, proberen in zijn voetspoor voort te gaan.

Amen.

 

Marieke Rijpkema O.Carm.

 

 

(1)          gedicht Titus Brandsma (kamp Amersfoort, 1942):

 

Het leed kwam telkens op mij aan

Onmogelijk om het af te weren.
Met geen traan te bezweren
‘k Had het anders lang gedaan.

Toen ging het boven op mij staan
Tot ik stil lag zonder wenen.
Duldend, wachtend moest ik leren
En toen eerst is het heengegaan.

Dat is nu al een poos geleên
Ik zie het nu van verre nog.
En ik begrijp niet, waarom toch
Ik toen zo leed met veel geween.
 

Voorbede

 

 

Pastor         Worden we een ogenblik stil en keren wij ons hart tot God

en leggen wij aan Hem voor alles wat ons ten diepste beweegt.

 

Lector         

Wij bidden voor allen die zoeken naar zingeving en verdieping in hun leven.

Voor allen die hopen U  te ontmoeten als de dragende grond van hun bestaan.

Dat wij U mogen ervaren als het meest innerlijke van ons wezen.

Leef in ieder van ons en geef dat wij in U mogen leven.

Stilte Laat ons bidden:

 

Bidden wij voor de wereld waarin wij wonen:

om vrede en rust  in alle haarden van oorlog, geweld en onderdrukking;

Voor hen die vervolgd worden

om hun geloof en om hun vrijmoedige  meningsuiting,

voor hen die vanwege het onrecht niet kunnen zwijgen.

Dat er steeds mensen zijn

die in de geest van Titus  vasthouden aan het vrije woord.

Stilte Laat ons bidden:

 

Wij bidden voor onze geloofsgemeenschap

die de naam van pater Titus draagt.

Moge zijn eenvoud en de bescheidenheid  ons doen en laten kenmerken.

Om hechte saamhorigheid en verbondenheid

Geef dat wij heel ons leven richten naar het visioen van het Komende Koninkrijk van waarin Gods Naam geheiligd wordt en Zijn wil geschiedt.

Stilte Laat ons bidden:

                   

Bidden wij voor ons eigen geestelijk leven:

dat de bescheiden en nuchtere levenswijze van Titus ons mag bezielen;

dat zijn passie voor gerechtigheid en zijn geloof in de kracht van de liefde  ook ons doorgloeit;

dat zijn Godsvertrouwen ons nader brengt tot de levende God

als de diepste grond van ons bestaan.

Stilte Laat ons bidden:

 

Wij bidden voor onze Titus Brandsmagemeenschap

Voor de zieken, bedroefden en vereenzaamden in onze kring.

Om genezende aandacht.

Voor de intenties die onuitgesproken zijn en waarvan God, o God, alleen weet heeft.  Schenk ons wat goed voor ons is/  Stilte Laat ons bidden:

 

Pastor        

Goede God, U die woont in het diepst van ons wezen,

kom aan het licht in onze daden van dienstbare liefde.

Dit vragen wij U op voorspraak van Titus Brandsma

Door Christus onze heer. Amen.

 

 

 

 

 

Overweging van Allerzielen op de Ministershof door pastor Leon Teubner

Vandaag is het Allerzielen,

de dag waarop we traditiegetrouw

onze lieve overledenen herdenken

van het afgelopen jaar.

 

Maar ook gedenken we al die anderen

die al eerder gestorven zijn.

Ook zij komen in onze herinnering naar boven.

 

De dood van een geliefde ander doet iets indringends met ons.

Het kan ons verdrietig maken, ons schokken,

boosheid wekken, of in verwarring brengen,

ons deprimeren, of gedesillusioneerd maken.

 

Dat kan zover gaan dat we echt depressief worden.

Het leven verliest zijn kleur, alles verbleekt,

honger en zin verdwijnen.

Je wilt niet verder meer en keert je af.

 

Het verhaal van de Emmausgangers verteld hierover,

We hoorden wat de leerlingen overkwam

na de dood van hun geliefde vriend en meester Jezus.

 

Het verhaal vertelt dat zijn lijden en dood

de leerlingen blind maakte voor datgene

waar Jezus zijn leven voor gegeven had:

een leven met God die hij zijn Vader noemde.

 

Ze waren zo bevangen door hetgeen er gebeurd was,

dat ze Jezus niet langer herkenden

terwijl die nog steeds met hen was.

 

Hij, wiens Naam betekent: God redt,

was ook na zijn dood met hen begaan,

zoals God aan ieder van ons beloofd:

Ik ben met je.

 

Ook als een geliefde van je overlijdt en jij alleen achter blijft.

Ook dan ben Ik met je en ook dan blijf Ik met je begaan.

De leerlingen echter waren te bevangen om dat nog te geloven.

 

Zij waren te zeer geschokt door de hogepriesters

die Jezus hadden overgeleverd aan de Romeinen:

 

zij hadden Jezus, een profeet, machtig in woord en daad,

overgeleverd om ter dood te worden veroordeeld.

 

Dat was één kant van hun bevangenheid.

Een andere kant was, dat hun hoop

op de bevrijding van het volk door Jezus

met diens dood de grond in was geboord:

 

We hoopten nog zo dat Hij degene zou zijn die Israel zou verlossen

 

Ten derde gebeurde er ook iets geheel onverwachts

wat hen in verwarring heeft gebracht:

 

enkele vrouwen hadden van engelen bij het graf vernomen

dat Jezus weer leefde en dat ze het graf leeg hadden aangetroffen.

 

Een vierde reden voor hun bevangenheid was hun drukke redeneren:

 

Ze spraken druk met elkaar over alles wat was voorgevallen.

Waarom moest dat alles zo gaan, waarom?

 

De leerlingen, met wie God zo begaan was,

waren verblind om zijn aanwezigheid nog waar te nemen.

Bevangen als zij waren in hun geschoktheid,

hun verlies van hoop, hun verwarring en verdriet,

en hun druk redeneren om de logica van de dood te behappen.

 

Ook wij kennen deze reacties bij het verlies van een geliefd mens:

verdriet, geschoktheid, teleurstelling, wanhoop,

de behoefte om er steeds weer over te praten.

 

En daar is helemaal niets mis mee, dat is heel goed,

en dat hoort bij de verwerking van een overlijden.

En toch reageert Jezus kritisch op zijn rouwende  leerlingen:

 

O onverstandigen, zo traag van hart

dat gij niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben!

Moest het met mij niet zo gaan?

Jezus schudt hen wakker uit hun bevangenheid.

Hun verdriet en teleurstelling en verwarring,

vanwege de dood van hun vriend en meester,

was zo groot,dat de leerlingen de aanwezigheid van God

in hun eigen leven niet meer herkenden.

 

Door Jezus´ dood raakten zij het contact kwijt met de bron van hun leven:

hun God, wiens Naam is: Ik ben met jullie, alle dagen van jullie leven.

Zij hadden hun God samen laten vallen met een sterfelijk mens,

waardoor zij, met diens lijden en dood, ook hun God verloren.

 

En dat kan ook ieder van ons gebeuren als we hier alleen achterblijven

wanneer onze geliefde echtgenoten en vrienden er niet meer zijn.

Dan lopen ook wij het gevaar op onszelf teruggeworpen te worden,

en ons niet langer toe te vertrouwen aan een God van levenden,

die ieder van ons hier en u zijn leven geeft en voor eeuwig bewaart.

 

Dat door de woorden van Jezus ook onze ogen opengaan,

dat ook wij ons laten bevrijden uit onze bevangenheid,

opdat ook in ons ons hart opnieuw gaat branden

en wij weer op weg gaan met die God van levenden,

die met ieder van ons begaan is.

 

Dat Hij ons toch de ogen moge openen

voor zijn aanwezigheid in ons leven.

 

 

Overweging van Allerheiligen 2017 door p. Tom Buitendijk

Allerheiligen 2017

 

Van harte welkom op deze feestdag van Allerheiligen. Wij denken bij Allerheiligen aan andere mensen zoals heilig verklaarden of  inspirerende mensen. Of ook aan mensen met een bijzondere roeping of taak. We denken er te weinig aan dat wij allen de roeping hebben  een heilig leven te leiden en daardoor heilig te worden. Heilig is niet allereerst heilig verklaard; heilig betekent veel meer een heel en helend mens zijn. Iemand die het beeld van God dat hij in zich draagt doet oplichten. Een heilige is iemand waardoor licht heen valt. Willen we om deze Eucharistie goed te kunnen vieren bidden om Gods ontferming over ons.

Openingsgebed.

Goede God, op deze feestdag van Allerheiligen bidden wij u met een dankbaar hart voor al die mensen die ons inspireren Jezus na te volgen op onze levensweg. Mogen wij zoals zij het visioen van een nieuwe wereld voor ogen houden: vrede en veiligheid voor alle mensen, barmhartigheid en liefde in de samenleving,  eerbied en aandacht voor ieder mensenkind. Mogen wij door een heilig leven de wonden van deze wereld helen.
Door Christus onze Heer.

 

Gebed over de gaven.

Heer, met deze gaven drukken wij onze toewijding uit aan uw komend rijk. Moge door onze inzet uw Rijk op aarde groeien en uw kerk teken van uw liefde zijn. Door Christus onze Heer.

 

Slotgebed

Goede God, wij hebben het feest van Allerheiligen gevierd. Onze vreugde dat al deze lieve en goede mensen nu bij u mogen leven is groot. Vandaag gedenken wij hun voorbeeld; morgen ervaren we droefheid om hun gemis. Houdt ons allen, levenden en overledenen, met elkaar verbonden door de kracht van de liefde die leven doet.  Door Christus onze Heer.

Overweging

31 oktober was het 500 jaar geleden de jonge monnik Maarten Luther 95 stellingen aan de deur van de slotkerk van Wittenberg spijkerde.  Op zich was een mededeling aan de kerkdeur spijkeren geen bijzondere daad. Dat werd veel vaker gedaan. Maar deze stellingen bevatten aan aanklacht tegen de kerk. Daarom wordt deze daad gezien als het begin van de Reformatie; als het begin van het ontstaan van het protestantisme. Luther wilde de kerk van onderaf en van binnenuit hervormen. Hij wilde dat de mensen vanuit hun geloof en vertrouwen op God heilig gingen leven. Zonder dat  aflaten, geldelijke offers, goede werken daarvoor verplicht werden. Heiligheid moet van binnenuit komen en niet aan de buitenkant worden opgeplakt. Mensen oproepen tot een heilig leven: dat was wat Luther ten diepste wilde en daarom spijkerde hij zijn protest aan de kerkdeur.
Er gaan weleens stemmen op om Luther heilig te verklaren. Nu de scheiding tussen de kerk van Rome en de kerken van de Reformatie een feit is, gaat de kerk van Rome daar niet meer over. Heilig verklaren kan niet. Maar niets verhindert ons om in Luther een mens te zien die een bijzondere roeping had om de kerk van binnen uit te hervormen; iemand door wie Gods licht heen straalde.  Luther is ongetwijfeld een man Gods. Maar als mens ook tegelijk “heilige en zondaar”.  Was Luther nou een ketter? Ik denk dat hij het door de druk der omstandigheden geworden is.  Als de kerk van Rome beter gereageerd had, had een scheuring voorkomen kunnen worden. De kerk van Rome is zeker mede schuldig aan de Reformatie. De enige Nederlandse paus, paus Hadrianus VI  heeft dat in 1522 al toegegeven.
Luther wilde mensen oproepen tot een heilig leven. Daarom koos hij 31 oktober uit:  een dag voor de viering van Allerheiligen. Niet de anderen moeten heilig verklaard worden; iedereen die tot de kerk van Jezus wil horen moet zelf een heilige willen worden. Door een heilig leven te leiden. Dat wil zeggen: door te leven in verbondenheid met God die wij vol vertrouwen onze Vader mogen noemen.
Naast de persoonlijke vraag : hoe kan ik een heilige, een heel en helend mens zijn? had Luther ook oog voor de gemeenschap. Wij  allemaal die ervoor kiezen lid van het volk van God zijn, mogen ‘ heiligen ‘ worden genoemd. Ook al zijn en blijven wij mensen zondaars, wij delen toch allemaal in de heiligheid van de gemeenschap van de kerk, in de heiligheid  van het volk van God. Luther schreef de kerk niet af. De kerk is de gemeenschap van bewuste christenen die op God hun vertrouwen stellen.
In het boek van de Openbaring beschrijft Johannes in een visioen de dienstknechten van God. Zij zijn getekend met een zegel. Ze hebben eens stempel op: kind van God.  144000 uit de kinderen van Israël. Dat getal drukt uit ontelbaar veel.  Daarnaast nog een grote menigte uit de niet-joodse volken. Ook die horen tot het volk van God.  Deze ontelbare mensenmenigte komen uit de grote verdrukking.  Zij hebben hun gewaden wit gewassen in het bloed van het Lam.
Met de grote verdrukking wijst Johannes op de vervolging van de christenen in het heidense Rome.  Christenen wilden de keizer niet eren als hun goddelijke Heer.  Jezus Christus, zoon van God, is hun enige Heer.
In de eindtijd zal dat kleine groepje christenen die bewezen hebben trouw te blijven aan Jezus Boodschap, uitgroeien tot een ontelbare menigte dienstknechten van God.
Dat kleine groepje christenen die bij hun doopsel het witte kleed ontvangen hebben en die dat kleed van de nieuwe mens bewaard hebben door tegenstand, onderdrukking en marteling heen, dat kleine groepje zal uit groeien tot het wereldwijde volk van God.  Deze mensen laten zien dat zij het kruis van Jezus mee dragen omdat zij hopen op en geloven in het nieuwe leven van het Rijk van God. Niet de wereldheersers zijn de baas; christenen zijn dienstknechten van God alleen die Heer is.
De verdrukking van christenen is in ons land niet meer de rechtstreekse vervolging. Vergist u zicht niet: in vele landen worden christenen nog steeds vervolgd omwille van hun geloof dat Jezus hun Heer is.
In ons land en misschien wel in heel Europa, worden geloof en christelijke idealen als onbelangrijk beschouwd.  Het gaat om economie, om veiligheid en om ònze vrijheid.  Deze drie belangrijke sectoren van ons leven worden zó alles overheersend en zó alles bepalend dat zij afgodische trekken krijgen. De god van het geld, goddelijke supermacht, de god van het “ik beschik zelf wel”.
Christenen – misschien in kleine groepen – tekenen daar protest tegen aan.  Een heilig leven is hun antwoord. Verbondenheid met God onze Vader. Vertrouwend op de kracht van Gods Geest. Gehechtheid aan het Rijk van God dat Jezus preekt.  Een rijk dat gebouwd is op zorgzaamheid, gerechtigheid,. barmhartigheid, vergevingsgezindheid.  Vrede voor alle mensen en liefde voor zelfs je vijanden.  Economie, veiligheid en vrijheid  zijn voor christenen dienstbaar aan de opbouw van het Rijk van God dat alle mensen van goede wil omvat.
De zaligsprekingen van het evangelie wijzen ons de weg. Bescheiden mensen die niet hoog van de toren blazen, maar die goed doen waar het nodig is, bevorderen het Rijk van God in deze wereld. Mensen die pijn lijden aan het leed dat de wereld overspoeld, zullen troost vinden in het geloof dat het goede het kwaad zal  overwinnen. Mensen die werken aan vrede en gerechtigheid  bouwen vandaag een nieuwe wereld op, een stukje hemel op aarde. Mensen die barmhartig en vergevingsgezind zijn zin de taaie en zachte krachten die ons telkens aanzetten tot nieuwe kansen en mogelijkheden. We kunnen ons af vragen wie en waar deze inspirerende mensen zijn? Wie zijn die lui die zó door de boodschap van het evangelie  geraakt zijn dat zij ervoor kiezen om in alles God te dienen en een heilig  leven te leiden?
Maar weet U: dat is de eigenlijke vraag helemaal niet. Wie die anderen zijn? De vraag is juist de vraag die Luther vijfhonderd jaar geleden stelde : hoe kan ik van binnenuit een heilig mens worden. Een mens door wie het licht van God naar de wereld straalt.

Pastor Goede God, moge alle heiligen onze voorsprekers zijn nu wij tot u bidden:

Lector

Voor de kerk die midden in de wereld wil staan. Dat  wij als christenen vóór leven aan de samenleving hoe het Rijk van God er uit kan zien: een Rijk van gerechtigheid en vrede.

S T I L T  E  Laat ons bidden.

 

Lector

Voor mensen de bewust kiezen voor Christus en Zijn kerk en die daardoor tegenstand in de samenleving op lopen. Dat zijn volharden in hun keuzes en staande blijven. Dat zij mild en barmhartig blijven en vergevingsgezind.

S T I L T  E  Laat ons bidden.

 

Lector

Voor mensen die ongezien en ongeweten goed doen aan anderen. Voor hen die zich belangeloos inzetten voor kerk en samenleving. Dat zij zich door U gezien en gesteund weten. Houd hen gaande op de weg naar heiligheid.

S T I L T  E  Laat ons bidden.

 

Lector

Voor stad Oss en voor onze geloofsgemeenschap van Titus Brandsma Dat wij samen een gemeenschap vormen van mensen  die naar elkaar omzien, om elkaar geven,  elkaar niet verloren laten lopen. Dat wij op onze manier uw heiligheid uitstralen in onze leef omgeving. Mogen wij door uw wil te doen uw Naam heiligen op aarde.

S T I L T  E  Laat ons bidden.

 

Pastor

Goede God, U laat ons delen in uw heiligheid en daardoor zijn wij uw kinderen. Houd ons gaande op de weg van heiligheid en schenk ons nu reeds uw vrede.

Amen.

 

Tekst over de Reformatie door p. Tom Buitendijk

Blij protestant te zijn!

 

Dr. R. de Reuver – scriba van de generale synode PKN – constateert met welbehagen in Trouw van 14 oktober 2017 dat drie van de vier coalitie onderhandelaars voor de nieuwe regerering protestant zijn: Buma, Segers en Rutte. Gelukkig zijn René Peters uit Oss en Mona Keizer uit Volendam katholiek.

De EO adverteert in Trouw 16 oktober 2017 : “Maarten ( Luther) bracht de kerk in beweging. God zij dank. En het gaat nog altijd door. God zij dank”. Ik gun ieder zijn feestje. En iedereen mag blij protestant zijn. Toch zitten er ook schaduwkanten aan 31 oktober. Als het protestantisme nu maar één beweging was…… Het protestantisme zelf is een verzameling van kerken geworden met Lutherse en Calvinistische achtergronden. Later komen er ook nog Anglicanen bij. Waar om eenheid gebeden wordt, heerst verdeeldheid.

 

In 1054 komt het tot een breuk tussen de kerk van de Oosterse Orthodoxie en de kerk van Rome. Centraal in de verdere Europese geschiedenis wordt Rome, de kerk van het Latijnse Westen. Vanaf 1492 expandeert deze mee met de verovering van Amerika. In 1517 ontstaan de kerken van de Reformatie. In alle landen van het Europese continent ontstaan er splitsingen, afscheidingen, burgertwisten en zelfs oorlogen. In de 19e en 20e eeuw trekken zendelingen en missionarissen erop uit om het evangelie te verkondigen in Azië en Afrika en gescheiden kerken te stichten. Het is te hopen dat we het 70 jarig ontstaan van de Wereldraad van Kerken (1948 – 2018) met evenveel blijdschap zullen vieren als 1517. De oecumene als naar eenheid strevende kracht kan ons dichter bij Christus brengen als Hoofd van de kerk dan de vele kerken van de Reformatie.

 

Is er dan geen reden tot dankbaarheid voor de Reformatie. Zeer zeker ziet de kerk van Rome nu de sterke kanten van het protestantisme. De protestantse nadruk op persoonlijke geloof en innerlijkheid, op lezing van de Schrift, op betere catechese en prediking hebben op heilzame wijze het rooms katholieke leven beïnvloed. De kerk van Rome moest in die tijd inderdaad ‘in hoofd en in leden’ hervormd worden. Eerdere hervormingsbewegingen waren vastgelopen in de trage kerkelijke molen. De kerk van Rome excommuniceerde Luther en Luther brak met de kerk om zijn hervorming te redden. Daarmee is 1517 kerkelijk, cultureel, sociaal en maatschappelijk bezien het jaar geworden van uiteenvallen en loslaten. De Nederlandse paus Hadrianus VI heeft in 1523 als eerste erkend dat de kerk van Rome mede schuldig was aan de Reformatie en daarvoor vergeving gevraagd. Helaas was de scheiding toen al een feit. Door schade en schande heen hebben gelovigen wegen moeten zoeken om elkaar weer te vinden. Van de oecumenische beweging valt meer eenheid te verwachten dan van het doorgaan van het protestantisme.

 

De kerken van de Reformatie, van de Oosterse Orthodoxie en van de Anglicaanse stroming worden samen met alle mensen van goede wil bij monde van paus Franciscus door de kerk van Rome uitgenodigd om oplossingen te vinden voor de grote wereldproblemen van oorlog, armoede en milieu. Op vele manieren toont de paus de onderlinge samenhang daarvan aan. In zijn rondzendbrief Laudato si spreekt de paus over de ecologische crisis die schade toebrengt aan de natuur, de samenleving en iedere persoon afzonderlijk. Wij zijn geroepen de wereld te aanvaarden als Sacrament van de gemeenschap, als een wijze van delen met God en de naaste op wereldschaal. Met de woorden van patriarch Bartholomeus houdt paus Franciscus ons voor om over te gaan van consumptie naar offer, van hebzucht naar edelmoedigheid, van verkwisting naar samen delen. Door deze rondzendbrief brengt de paus àlle christenen samen en roept hij ons àllen op eensgezind en saamhorig de oecumene een zichtbare gestalte te geven. In de praktijk van het christelijk handelen kunnen we kerkelijke gescheidenheid overstijgen. Gods Koninkrijk in woord en in daad verkondigen is de roeping van iedere gelovige.

Hoezeer ik ook contacten met predikanten en leden van de Reformatie op prijs stel, ben ik toch blij dat er naast de protestantse beweging er een oecumenische beweging is. Meer nog dat evenwijdig aan de oecumenische beweging er een ecologische beweging in gang is gezet. Het is mijn hoop dat deze beweging aan kracht wint en God zij dank doorgaat. Hoezeer mijn gelukwensen ook uitgaan naar mijn vele protestantse vrienden, ben ik blij oecumenisch katholiek te zijn.

 

Tom Buitendijk OCarm ,

pastoor Titus Brandsmaparochie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ovewrweging van zondag 29 oktober 2017 door pastor Leon Teubner

We hoorden zojuist over het grote gebod van de liefde:

 

U zult de Heer uw God beminnen

met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand,

en uw naaste als uzelf.

 

Dat zijn geen twee aparte geboden.

Zij zijn voor Jezus één en hetzelfde gebod.

God beminnen gaat nooit buiten jezelf en je naaste om,

en jezelf en je naaste beminnen gaat nooit buiten God om.

Daarvan getuigt Jezus wanneer hij duidelijk zegt:

 

In zoverre je barmhartigheid hebt betoond

aan één van je minste broeders,

heb je dat aan Mij gedaan.

 

In het evangelie van vandaag staat dus één groot liefdegebod centraal:

 

U zult de Heer uw God beminnen

met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand,

en uw naaste als uzelf.

 

Dat is in feite in één zin de gehele Schrift,

de rest van de Schrift is uitleg daarvan.

 

‘U zult beminnen’, klinkt in onze oren makkelijk als een bevel.

Maar hoe kunnen we liefhebben op bevel?

En wat is dat voor een soort liefde dan?

 

Gelukkig gaat het hier niet om een bevel.

Er staat, in tegenstelling tot wat wij misschien horen,

geen imperatief, geen eis, maar een toekomende tijd.

Het beminnen waar het hier om gaat,

vloeit voort uit iets wat er aan voorafgaat.

Wat in de Schrift voorafgaat aan beminnen is: ‘horen’.

 

Hóór Israel, en u zult de Heer uw God beminnen

met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand,

en uw naaste als uzelf.

 

Het beminnen van God, onze naaste en onszelf

is een logisch gevolg van het gaan horen naar Gods woord.

In het boek Exodus spreekt God tot ons:

 

Als jullie echt horen naar mijn stem,

dan zullen jullie mijn liefdesverbond bewaren.

Dan zullen jullie mijn heilig volk zijn.

Gaan wij echt luisteren naar wat God gelieft,

dan kan het niet anders dan dat wij zijn gelieven gaan voelen

en dat wij langzaam gaan groeien in zijn genadige liefde.

 

Het doen van zijn wil, van zijn gelieven,

  1. het beminnen van onze naaste als onszelf,

is eigenlijk het niet hinderen van Zíjn liefde,

door te luisteren naar zijn stem in ons, zijn Woord.

 

Gods liefde niet hinderen, zegt Jezus, is dit:

 

Als jullie barmhartigheid doen,

laat dan je linker niet weten wat je rechter doet,

opdat jullie barmhartigheid in het verborgene geschiedt;

en jullie Vader die in het verborgene ziet,

zal het jullie geven.

 

Barmhartigheid doen in Jezus’ ogen

komt voort vanuit de Vader die het ons geeft,

Onze barmhartigheid wordt ons gegeven vanuit de Vader.

 

Barmhartigheid van God uit geschiedt daar

waar wij luisteren naar zijn woord

en zelf niet bezig zijn met barmhartigheid te doen.

 

God werkt en maakt mij barmhartig als ik naar Hem luister.

Hij spreekt ‘wees barmhartig’ tot mij –

in mijzelf en in mijn naaste -,

telkens als hij ons aan geeft elkaar.

Het verschijnen van de ander op mijn weg

vraagt als vanzelf aan mij: ‘Wees barmhartig.’

 

Maar wat is dat dan, barmhartig zijn?

Dat heeft Jezus prachtig gezegd met de volgende woorden:

 

Alles, wat gij wilt dat de mensen voor u doen,

doet dat ook voor hen.

Dat is heel de Wet en de Profeten,

de uitleg van het grote liefdegebod.

 

Of, negatief geformuleerd:

 

Wat u niet wilt dat u geschiedt,

doet dat ook een ander niet.

 

Barmhartigheid van God uit begint helemaal niet

met plichten, bevelen, opdrachten of eisen.

Barmhartigheid van God uit wordt gewekt

in de ontmoeting met onszelf en onze naasten,

waarin als vanzelfsprekend – maar zonder woorden,

gevraagd wordt: wees alsjeblieft barmhartig voor mij.

 

Barmhartigheid van God uit geschiedt daar

waar wij gaan meebewegen met die stille stem

– die niet die van onszelf is, maar die opklinkt uit een appel –

een appel dat tot ons komt – ‘ik weet niet waar’ vandaan.

 

Barmhartigheid begint dus niet met het doen van een werk of 7 werken.

Barmhartigheid begint met het cultiveren van een houding:

een houding van echt horen naar God – in je naaste en in jezelf.

 

Barmhartigheid van God uit is het gaan meebewegen op een weg,

die niet wijzelf plannen of voor ons zien.

Het is het gaan van een weg die God met ons gaat,

en die van ons uit gezien

vraagt om een blind vertrouwen in zijn Naam: Ik ben met je.

 

Daarom bidt Thomas Merton:

 

Heer mijn God

Ik weet niet waar ik heen ga.

Ik ken de weg niet die voor me ligt.

Ik kan niet met zekerheid zeggen

waar hij zal eindigen.

 

Ook ken ik mezelf niet echt,

en als ik denk dat ik Uw wil volg,

dan betekent dit nog niet

dat ik dat ook werkelijk doe.

 

Maar ik geloof dat het verlangen om U te gelieven

U in feite ook gelieft.

En ik hoop in dat verlangen te leven

bij alles wat ik doe.

Ik hoop nooit iets te doen zonder dat verlangen.

Als ik dit doe dan weet ik

dat U mij zult leiden langs het rechte pad,

hoewel ik er misschien niets van begrijp.

 

Daarom zal ik altijd op U vertrouwen,

ook al lijk ik verloren en in de schaduw van de dood.

Ik zal niet bang zijn

want U bent steeds bij mij,

en U zult mij nooit aan mijn lot overlaten

om mijn gevaren alleen te doorstaan.

Overweging van zondag 22-10-2017 door p. Tom Buitendijk

Inleiding

Van harte welkom in deze viering. Het thema van deze viering luidt: geloof òf politiek . Hoe dan ook is er een spanning tussen wereld en kerk; tussen Bijbelse opdracht en dagelijks handelen. Ons leven speelt zich niet af binnen een kerkgebouw; in de alledaagse leefwereld moeten wij laten zien wat christen –zijn concreet betekent. Dat kan best weleens spannend zijn. Willen we aan het begin van deze viering in stilte na denken over onze manier van christen-zijn vandaag.

Openingsgebed

God, U bent onze Heer en niemand anders. Help ons oprechte en onkreukbare christenen te zijn in deze tijd. Dat wij ons niet blind staren op geld en goed voor onszelf alleen. Dat wij het algemeen welzijn zijn toegedaan en mensen in nood willen helpen. Mogen wij zo gelijken op Jezus uw Zoon die het levende beeld is van menslievendheid. Door Christus onze Heer.

Gebed over de gaven

Goede God, wereldwijd nodigt u mensen uit aan uw tafel. Mogen wij met alle mensen in vrede en gerechtigheid uw gaven delen. Geef dat wij door uw gaven gesterkt een wereld opbouwen waarin het voor alle mensen goed wonen is. Door Christus onze Heer.

 

Slotgebed

God, uw zorgzame goedheid strekt zich wereldwijd uit. Maak ons bereid ons met toewijding en goedgeefsheid in te zetten voor een samenleving waarin alle mensen kunnen opbloeien en gelukkig zijn.  Mogen wij in Jezus’ Geest voor elkaar beelddragers van God zijn. Dat Gods menslievendheid weerspiegeld wordt in ons gelaat. Door Christus onze Heer.

Overweging

We komen vandaag in de lezingen twee wereldheersers tegen. De ene is koning Cyrus van Perzië ; de ander is keizer Tiberius  te Rome. Cyrus heerste 550 jaar vòòr Christus over het geweldig grote Perzisch Rijk in het Midden Oosten. Alle landen waarvan we dagelijks de ellende op de televisie zien, horen daartoe : Syrie, Jordanië, Israël , Irak en Iran. Vorige koningen hadden alle volkeren van hun eigen woonplaats verdreven. Ook de joden moesten in ballingschap en leefde ver van hun vaderland. Het Rijk was een mengelmoes van volken, stammen en talen.  Al die volkeren hadden een eigen godsdienst. Van al die godsdiensten was de godsdienst van de joden wel het meest eigenaardig: ze kenden slecht één God en van die éne God was er géén beeld.  De joden vermeden angstvallig hun godsdienst met die van anderen te vermengen.  De joden hadden één grote wens: terug te mogen keren naar Jeruzalem, de stad waar eens de tempel stond en naar het kleine staatje Judea, het beloofde land.
Cyrus was een wijze en vredelievende koning. Zijn voorgangers hadden alle volkeren door elkaar geschud en naar vreemde gebieden verbannen.  Het kostte enorm veel moeite om alle verdreven volken rustig te houden. Het militaire apparaat wat daarvoor nodig was  vroeg handen vol geld. Met zware belastingen moest dat betaald worden. Vanwege de belastingdruk waren er dan ook veel onrusten. Cyrus besloot de volkeren naar hun landen te laten terug gaan.
De profeet Jesaja zegt in de eerste lezing van vandaag dat  het God is die Cyrus geroepen heeft om het joodse volk terug te laten gaan. Want: “Ik ben de Heer, en niemand anders! Buiten Mij is er geen God”.
Koning Cyrus is een instrument in Gods hand. Het is God die alles leidt. 30 Jaar na Christus – 600 jaar later – is er een ander groot Rijk:  het Romeinse keizerrijk. In dat Romeinse keizerrijk heeft dat kleine staatje Judea een aparte plaats. De keizer van Rome had daar een bevriende Jood tot koning gemaakt, koning Herodes, en in de stad Jeruzalem zat ook nog landvoogd Pilatus. Ondanks de stevige bezetting bleef het grootste deel van de joodse bevolking onrustig, opstandig en soms zelfs gewelddadig. De tollenaars die de belastingen inden, werden alom gehaat. De joodse religieuze leiders verboden de bevolking afbeeldingen van de keizer te hebben.  Keizer Tiberius die zichzelf een Godheid waande voelde zich door dat kleine joodse staatje voortdurend belachelijk gemaakt. Alleen daar, op dat plekje in de wereld, werd zijn goddelijke heerschappij niet erkend.
De joodse religie en de politieke werkelijkheid staan op gespannen voet met elkaar.  In deze wereld vol spanningen en conflicten verkondigt Jezus het Rijk van God. Er is een samenleving mogelijk die niet gebouwd is op politieke macht  of op religieuze overheersing. Er is een samenleving mogelijk van mensen die allereerst luisteren naar wat God voor mensen wil en die dan daarnaar gaan handelen. En wat God wil is dit: dat je een integer mens bent; dat je  trouw bent aan God je Vader ; dat je gerechtigheid beoefent; dat je in liefde en vrede leeft; kortom dat je nederig wandelt met je God.
De oprechte en eerlijke geloofsverkondiging van Jezus roept weerstand op. Allereerst bij de  joodse religieuze leiders – de farizeeërs : door nauwgezette handhaving van geboden en verboden proberen ze macht over mensen uit te oefenen. Wie de regels niet goed kan onderhouden, telt niet mee en wordt uit de synagoge gezet. Jezus zegt: God kijkt naar het hart van de mens en naar zijn goede wil. God vergeeft en geeft nieuwe kansen.  Ook zondaars en tollenaars kunnen tot het Rijk van God behoren. Zo’n barmhartige God willen de leiders niet ; liever een God die duidelijk zijn Wet handhaaft.  En die Wet leggen zij dan wel uit.
Jezus krijgt ook te maken met de aanhangers van koning Herodes.  Jezus roept op tot gerechtigheid en vrede. Herodes kan alleen maar regeren door vriendjespolitiek en geweld. Hij heeft Joannes de Doper laten onthoofden. Jezus noemt hem een sluwe vos. De Herodianen hebben hun macht te danken aan de keizer en aan Pilatus. Pilatus dwingt van het gewone volk de belasting af om de bezetting te betalen.
Jezus die onkreukbaar is en de weg van God leert zonder de mensen naar de ogen te zien, roept daardoor bij beide groepen weerstand op. Ze sluiten een monsterverbond om Jezus onschadelijk te maken. Ze hebben een manier gevonden. Iedereen moet belasting betalen. Ook Jezus en zijn leerlingen. “Is het geoorloofd belasting te betalen aan de keizer of niet” Als Jezus ‘neen’ zegt , zeggen de Herodianen dat hij opstand preekt; Als Jezus ‘ja’ zegt, zeggen de farizeeërs dat Hij God verloochent. Jezus kan geen kant uit, denken ze.   Kan jezus geen kant uit? Wie zelf  onkreukbaar is, is zeer gevoelig voor de valsheid van anderen.
Jezus weigert op de vraag in te gaan, maar geeft een antwoord dat ons vandaag aan de dag doet nadenken. Jezus vraagt: “Laat zo’n munt eens zien?”  Verbazingwekkend genoeg hebben ze zo’n munt. Ze betalen dus toch belasting!  Maar daar gaat Jezus niet op in: “Wiens kop staat erop? ”. “Van de keizer”. “Laat de keizer zijn munten maar houden, maar  geef aan God wat aan God toekomt?” Waar kunnen we de kop van God zien om het zomaar eens te zeggen? Wie draag zijn beeld?  Dat is toch het gelaat van een andere mens? Het gelaat van de mens die geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis. Wat komt aan God toe?  Dat is toch dat wij in iedere mens, wie die ook is,  Gods beeld eerbiedigen! Dat is toch dat wij iedere mens de kans geven om meer zichzelf te worden en daardoor meer beeld van God te worden! Geen keizer, geen koning, geen politicus, geen kamerlid, geen profeet,  geen paus, geen bisschop en zeker geen  pastoor heeft het recht het beeld van God in een ander te beschadigen. Geen mens mag een ding worden voor de ander; geen mens mag onder geschoffeld worden door een ander. In ieder mens moet Gods beeld gerespecteerd worden.  Ook in de meest beschadigde mensen mogen we Gods beeld zoeken.
Eigenlijk zegt Jezus: laten politici hun gang maar gaan. Tegenhouden kun je ze niet.  Maar van jullie die mijn volgelingen zijn verwacht ik iets anders. Ik verwacht dat jullie aan God geven wat aan God toekomt.  Jullie moeten wereldwijd de hoop leven houden dat het anders kan. Jullie zijn de dragers van de menselijkheid.  Jullie zijn instrumenten in Gods hand.  Jullie zijn christenen, gezalfde mensen. Betaal eerlijk je belasting voor het algemeen belang en blijf op komen voor het beeld van God dat in iedere mens zichtbaar kan worden.   Zijn wij in het dagelijkse leven van die gezalfde mensen? Zijn wij integere christenen?

 

Pastor

Bidden wij tot de ene God, buiten wie er geen andere godheid is .

Lector  : Wij bidden voor de komende regering die sociale en politieke verantwoordelijkheid draagt. Dat niet groepsbelang, maar het welzijn van allen hun drijfveer is. Maak hen tot betrouwbare en oprechte mensen die dienstbaar willen zijn aan het landsbelang.

S t i l t e Laat ons bidden.

 

Lector: Wij bidden voor de kerk die wij samen vormen. Dat wij in alle politieke omstandigheden allereerst de menselijke waardigheid willen dienen.  Dat wij in ieder mensenkind Gods beeld willen zoeken. Dat wij U, o God, eerbiedigen door niemand in de steek te laten die onze zorg nodig heeft.

S t i l t  e Laat ons bidden.

 

Lector:  Wij bidden u voor onszelf. Dat wij in de complexe samenleving waarin wij wonen de juiste keuzes maken in doen en laten. Dat wij ons oog gericht houden op uw komende Rijk en wegen vinden dit op te bouwen. Mogen wij wanneer wij uitgedaagd worden sterk staan in onze principes en niet versagen.

S t i l t  e Laat ons bidden.

 

Lector: Wij bidden voor onze geloofsgemeenschap van Titus Brandsma. Voor de zieken in onze kringen. Om goed moed. Voor Nora Niesink die vanmiddag gedoopt wordt. Dat zij een blije en gelukkige christen mag worden. Voor onze eigen intenties bidden wij, Om verhoring van deze gebeden op voorspraak  van de Z. Titus Brandsma.

S t i l t  e Laat ons bidden.

 

Pastor

Goede God, wij willen geven wat u toe behoort. Een wereld waarin mensen in liefde en vrede wonen. Geef ons de kracht daartoe door Christus onze Heer. Amen.