Overweging van zondag 26-3-2017 door pastor Leon Teubner

Hoe kijken we naar onszelf, naar de ander, naar de wereld om ons heen?
Daarover gaat het evangelie van vandaag.  Vaak kijken we naar elkaar als van een afstand,  en vormen we ons een beeld van wat wij zien en voelen.  Leggen we elkaar vast in zelfgemaakte beelden:  jij bent die en die, en jij doet altijd zus of zo,…  We kijken anders, als we ons openen voor de ander, als we de ander ontvangen zoals deze zich op dat moment toont, als een mens die ons van God uit gegeven wordt. Twee manieren om te kijken naar de werkelijkheid, twee manieren van kijken naar hetzelfde  waarbij je heel iets anders ziet. Deze twee manieren van kijken komen we tegen In het evangelieverhaal van vandaag.
Jezus ziet een man die blind was van zijn geboorte af. Zijn leerlingen vragen Hem: “Meester, wie heeft gezondigd, hijzelf of zijn ouders, dat hij blind geboren werd?”  Jezus antwoordde: “Noch hij, noch zijn ouders hebben gezondigd, maar de werken van God moeten in hem openbaar worden.
De leerlingen, en later ook de farizeeërs, zien een blindgeborene als iemand die in zonde geboren is.
Jezus ziet diezelfde blindgeborene als een mens in wie de werken van God geopenbaard zullen worden. In het zien van de leerlingen wordt een mens teruggebracht tot zijn vastliggende verleden: tot zijn zondigheid of die van zijn ouders. In het zien van Jezus wordt diezelfde mens  vrij in het hier en nu gezien, zoals deze zich aan hem toont. Ook Hij ziet een mens die blind is, maar Hij ziet deze mens als door God gegeven en niet als zondaar. Hij ziet dat God ook in deze mens aan het licht wil komen.
Door een ander vast te leggen in min of meer vaste beelden, door een ander terug te brengen tot ditten en datten, tot zussen of zo’en,  dan doen wij die ander én God tekort. Dan vertekenen wij de ander die God ons geeft, dan zien we hem niet langer als geschapen in zijn beeld. Dan denken wij wel de ander juist te zien, maar dan zijn we in Jezus ogen ziende-blind. Dan hebben we niet in de gaten dat we werkelijk blind zijn, en leren we ook niet een ander te gaan zien met Gods ogen. Dat verwijt houdt God ons voor bij de profeet Jesaja, waar Hij tot ons zegt:
Ik leid blinden over wegen die zij niet kennen;  op paden die zij niet kennen leid Ik hen;
Wij zijn blind in Gods ogen, en dat is goed zo. Want zo worden we door Hem gegeven  en alleen zo kan Hij ons leiden op zijn wegen die niet onze wegen zijn. Maak geen beelden, zegt Hij,  niet van Mij, niet van jezelf en niet van elkaar. Maar wij kunnen niet anders dan beelden maken. Dat is onvermijdelijk en niet per definitie slecht. Het gaat erom dat onze beelden absoluut kunnen worden waardoor we onszelf en de ander gaan miskennen, en God als onze Schepper tekort doen.
Dan vormen onze beelden een hindernis of zelfs blokkade om elkaar te kunnen ontmoeten en  vruchtbaar samen te leven in de wereld die ons door God gegeven wordt. Daarom klinkt ook zijn smekende oproep:
Hoort toch, jullie doven,  en schouwt, jullie blinden, om te gaan zien.
Maar ook zijn vertwijfelde vraag:
Maar wie is er blind als mijn dienaar, wie is doof als de bode die Ik zend?  Wie is blind als de volmaakte, blind als de dienstknecht des Heren?
In het verhaal van de blindgeborene is het precies vanwege de ziende-blindheid van sommige farizeeërs,  dat Jezus tegen hen zegt: waren jullie maar blind,  dan zouden jullie geen zonde hebben, maar nu jullie zeggen: wij zien, blijft jullie zonde.
De zonde waarover Jezus het heeft is niet ons zien zelf, maar de stellige overtuiging dat je eigen zien en weten omtrent God en de ander, de waarheid zou zijn. Daardoor laat je je niet langer leiden door het kijken van God dat barmhartig is en bewarend, maar door je eigen zelfgemaakte waarheid.
Om door God geleid te kunnen worden, moet je je eigen tekort aan weten omtrent de wegen van God, en over hoe zijn koninkrijk eruit zal zien of zou moeten zien, gaan beseffen en durven erkennen.
Gods weg met zijn mensen ligt niet vast als een van te voren opgeschreven en te kennen plan. Gods wijzing wijst zich maar in de ontmoeting met de ander, waarin die ander zelf tot spreken kan komen,en zich kan laten zien zoals deze op dat moment gegeven wordt. Wij worden vandaag uitgenodigd om ruimte te maken in onszelf. Een ruimte die ontstaat wanneer we onze beelden relativeren, waardoor we elkaar weer kunnen zien als het werk van Gods handen. Als gegeven door God die nog lang niet klaar is met niemand van ons. Jezus is ons op deze smalle weg voorgegaan, door zelfs zijn vijanden niet te beelden vast te zetten, maar met hen in gesprek te gaan, waar Hij dat kon, en hen te vergeven heeft waar dat niet lukte: Vader vergeef hun, zij weten niet wat zij doen.  Vergeef het hun, want zij zijn ziendeblind en doden een mensenkind in jouw Naam. In navolging van Jezus bleef ook Titus bBrandsma in Dachau met zijn bewakers in gesprek gaan, ook al sloegen ze hem steeds met veel geweld van zich af, en kostte het hem uiteindelijk zijn leven.
Ook in hen zag Titus de hand van God, hoe misvormt deze ook naar buiten kwam. Tot het uiterste bleef hij proberen hen zo te zien en te benaderen.
Ruimte maken in onszelf voor de ander zoals deze zich aan ons toont, dat is een dagelijks werk. Het is het werk van God die ons smeekt daaraan mee te werken.

Overweging van zondag 19 maart door p. Tom Buitendijk

Derde zondag van de veertigdagen tijd 19 maart 2017

 

Inleiding
Van harte welkom in deze viering.Vandaag horen we de eerste van de drie grote verhalen uit het evangelie volgens Johannes: het verhaal van de Samaritaanse vrouw bij de put;volgende week het verhaal van de blindgeborene; en als derde verhaal op 2 april : de opwekking van Lazarus. Jezus is het Levende Water; het Licht der Wereld; de Verrijzenis en het Leven. Jezus openbaart zich niet zomaar aan iedereen; Hij openbaart zich aan mensen die Hem nodig hebben om hun leven zin en samenhang te geven.  Jezus openbaart zich aan mensen die dorst hebben naar het ware leven. Zijn ook wij zoals die Samaritaanse , mensen die dorsten naar God?

 

Openingsgebed

God, bron van levend water, U lest onze dorst, U geeft ons kracht de weg te gaan die Gij van ons vraagt. Leid ons door dit leven naar uw land van veiligheid, licht en vrede. Daar zullen we levend water drinken dat eeuwig leven brengt. Wees ons nabij in Christus onze Heer. Amen .

 

Gebed over de gaven

Heer open onze harten : Dat wij de taal van uw tekenen verstaan. Leer ons te begrijpen dat U het bet die met ons gaat Uit het land der verdrukking naar een leven in vrijheid.. Wees ons nabij in Christus onze Heer. Amen .

 

Slotgebed
Goede God, U hebt ons in Jezus het levende water geschonken. Doe ons zó in Hem geloven dat dit water in ons opborrelt als in een bron. Maak ons tot verkondigers van uw woord, tot brengers van uw liefde. Dat wij van de woestijn van deze wereld bewoonbaar land maken voor al uw mensen. Wees ons nabij in Christus onze Heer. Amen .

Overweging  

Wie in de woestijn zit weet wat dorst is.  Alles is door en droog om je heen en nergens is er verfrissing en verkoeling. En als je dan nog verder moet ..en niet weet hoelang nog ….en hoever…., dan is de verleiding om terug te gaan groot. Dat was de ervaring van het joodse volk dat wegtrok uit de slavernij van Egypte. Als leven in vrijheid moeilijk is, dan lokt het bekende bestaan je terug naar de slavernij.  Hoe ellendig dat ook mag zijn, je weet waar je aan toe bent. Om je voor die terugkeer, die terugval, is te behoeden heb je leiders nodig. Mensen die geloven in wat onmogelijk lijkt. Mensen die doorzetten en er echt helemaal voorgaan. Voorgangers als Mozes. Het morrende volk vraagt zich vertwijfeld af: is de Heer nu bij ons of niet? Mozes vertrouwt op de nabijheid van de Heer. Hij gelooft zozeer dat de Heer hem nabij is dat hij met zijn staf op de droge rots slaat. En zie.. er stroomt water zodat de mensen kunnen drinken. Gelaafd en verfrist kunnen ze weer verder.. …De droge rots wordt bron van levend water. Wie op het heetst van de dag bij een put zit en wie dan geen emmer heeft, heeft een ander nodig om water te krijgen. Iemand die je ter wille wilt zijn. Johannes schetst een vreemd beeld: Jezus op het middaguur bij de put en bij hem een vrouw die er op dit uur van de dag ook niet verwacht wordt. Ze hebben elkaar nodig. Jezus omdat hij dorst heeft en drinken wil. De vrouw omdat ze dorst naar iemand die haar begrijpen kan.
In het gesprek dat Jezus en de vrouw samen voeren is er telkens sprake van een vruchtbaar misverstand. Water uit de put wordt levend bronwater. Levend bronwater wordt water van eeuwig leven. Jezus zelf blijkt dat levende water te zijn. Dat levend water borrelt op in mensen die in Hem geloven en Hem aanvaarden als bron van leven.  Wie dit water gedronken heeft zal in eeuwigheid geen dorst hoeven te lijden.
Maar ook de gesprekpartners – Jezus en de vrouw- veranderen in het verhaal. Jezus is eerst een dorstige man die zomaar bij de put zit. Hij vraagt om water. Maar als de vrouw bezwaar maakt: “joden zien mij als Samaritaanse nooit staan”, dan biedt Jezus haar lévend water aan. De vragen wordt gever. Omdat Hij haar kent en weet heeft van haar levensweg ziet zij Hem als profeet, als iemand die spreekt namens God. Als Jezus haar vertelt over de Vader tot wie we mogen bidden in geest en waarheid, vermoedt zij in Hem de Messias. Als zij dat vermoeden uitspreekt openbaart Jezus zich: “Dat ben ik, die met je spreekt.”  Jezus biedt zich aan haar aan als haar leidsman ten leven. Ik ben de man je nodig hebt. Wie Jezus als Messias erkent , heeft niemand anders meer nodig om achter aan te gaan.  Ook de vrouw verandert in dit verhaal. Zij komt alléén naar de bron toe op dit vreemde uur omdat zij zich buitengesloten voelt uit de kring van vrouwen die in de vroege ochtend komen. Haar leven is een zoekend leven geweest en niemand heeft haar ooit begrepen. De man niet die ze nu heeft, en de vijf andere mannen niet.
In dit gesprek met Jezus voelt de Samaritaanse vrouw voelt zich voor het eerst gekend en erkend. Dat is voor haar een nieuwe ervaring. Haar overkomt iets van Godswege  Zou zij er dan ook voor God mogen zijn?  Zou God haar aanvaarden en haar nabij willen zijn? Nu ze Jezus ontmoet heeft wil ze niet meer terug naar haar oude bestaan. Van eenzaam zoekende vrouw wordt zij een verkondigster van Jezus. Iedereen in de stad nodigt ze uit  Hem te ontmoeten. Wie met haar mee gaat vindt Jezus als bron van nieuw leven.
Wie in de kerk komt heeft een vermoeden dat het verhaal van God iets zegt over zijn of haar leven. Een verhaal is niet zomaar een verhaal. Wie een verhaal echt beluistert, wordt erin getrokken, gaat een rol spelen, gaat als vanzelf mee doen.
Ineens sta jezelf bij put en heb je dorst. Aan wie zou jij te drinken vragen? Aan Jezus die geen emmer heeft? Aan de vrouw die eraan komt met haar grote kruik op haar hoofd? Dorst je naar een slok water…. of dorst je naar iemand die jou leiding geeft en de weg wijst? Jezus is bereid ons voor te gaan
Of dorst je zoals Jezus, naar het geloof van een andere mens?  Wil jij in een medemens het vertrouwen wekken dat het leven ondanks alles de moeite waard is? Wil jij tegen een ander zeggen: ik wil er voor jou zijn, en wil jij dan voor mij zijn? Wij hebben elkaar toch nodig in het leven. Waar mensen vertrouwen hebben in elkaar en samen optrekken, daar is het leven goed.
Of ben je als die vrouw opzoek naar levensvervulling en zingeving en heb je van alles geprobeerd zonder iemand te vinden? Vijf mannen heeft de vrouw gehad en ook de zesde biedt niet wat ze nodig heeft. Voor haar is Jezus dé ontdekking van haar leven. Hij is de  onuitputtelijke bron bij wie je terecht kunt voor bemoediging en troost, voor vergeving van fouten en vernieuwing van leven.
Wie echt in dit verhaal gaat staan kan niet meer terug naar een leven waarin Jezus geen rol speelt. Wie eenmaal geboeid geraakt is door de vraag “wie is die man bij de bron? “ zal altijd dieper willen doordringen in het verstaan van deze mens.
Wanneer wij aanhoudend blijven vragen: Jezus wie bent U ? , zal Hij zich aan ons openbaren als de mens in wie God ons helemaal nabij is. Wie naar Jezus vraagt in zijn leven zal zich nooit meer vertwijfeld af te vragen: is de Heer nu bij ons of niet? Hij wéét : bij Hem is de bron van het leven, van leven dat duurzaam is.  Amen.

Voorbede

 Pastor

God, U schenkt ons Jezus als de bron van leven goedheid en liefde. Wij bidden U om zijn nabijheid.  

Lector

Wij bidden voor mensen in onze dagen die zoeken naar zingeving en levensbeschouwing,  naar verdieping van hun leven en vervulling van verlangens. Dat zij Jezus ontmoeten als bron en schenker van levend water.
Stilte Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden voor de kerk van onze dagen. Dat zij het gesprek met de samenleving aan gaat; dat zij in dialoog met andere levensbeschouwingen put uit het leven van Jezus al bron Van vernieuwing.

Stilte Laat ons bidden.

 

Lector 

Wij bidden voor land en volk van Malawi. Voor de kinderen vooral. Dat er door goed onderwijs jongen mensen op staan die leiding kunnen geven en het land vooruit kunnen helpen. Dat ons gebed en onze steun een bijdrage kunnen zijn.

Stilte Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden voor onze parochiegemeenschap. Voor de Rene Peters en Lilian Marijnissen. Dat hun parlementair werk ten goede komt aan heel de samenleving. Voor de zieken en vereenzaamden: om genezende aandacht.

Stilte Laat ons bidden.

Pastor

Goede God,  bij U is de bron van het leven.Dat wij als dorstige mensen drinken van de bron die u voor ons bent.Dat wij verkwikt en versterkt Jezus achterna kunnen gaan op we naar het beloofde land. Amen.

 

 

 

Overweging van zondag 12-3-2017 door p. Tom Buitendijk

Inleiding

Van harte welkom deze tweede zondag van de veertigdagentijd. Vorige week hoorden we het verhaal van Jezus ‘ beproeving in de woestijn.  Vandaag het verhaal hoe Jezus hoog op de berg is en daar verheerlijkt wordt. In Hem komt aan het licht hoe Hij is in Gods ogen en naar zijn diepste wezen. Wanneer wij met Jezus meegaan en Hem navolgen in zijn doen en laten kunnen ook wij worden omgevormd. Dan komt aan het licht hoe wij christen zijn in de wereld van vandaag en dat wij meewerken van onze samenleving een stukje Rijk van God op aarde te maken. Omvorming tot mensen naar de gestalte van Jezus is de oproep die we horen.

 

Overweging.

In  deze verkiezingstijd wordt vaak gesproken over  “onze joods – christelijke traditie”. Deze traditie wordt ingezet om een andere geloofstradities buiten de deur te houden, met name de Islam.  Dat is vanuit het christelijk geloof zeker niet de bedoeling.  Als je sommige politici dòòrvraagt wat de joods christelijk traditie inhoudt dan komt daar beschamend weinig uit. Pasen wordt een lentefeest waarin we eieren gaan zoeken die de Paashazen verstoppen. Dat Pasen een joods bevrijdingsfeest is en christelijk bezien een òpstaan tegen slavernij en dood, daar hebben ze het niet over. Soms hebben ze er inderdaad niets gehoord, en als ze er iets van gehoord hebben, dan hebben ze het zeker niet begrepen. Laat u niet misleiden door mensen die over joods christelijke traditie spreken om de Nederlandse identiteit te benoemen. In de lezingen van vandaag komen twee hoofdfiguren naar voren: Abraham en Jezus. Als we heel realistisch durven denken dan moeten we helder zeggen: Abraham was geen Jood en Jezus was geen christen. Net zoals Mohammed geen moslim was. Abraham is wèl de oorsprong  en oervader van het latere jodendom. Jezus is wèl, de Christus, de Gezalfde van God, en daarmee het model van ieder die in Hem gelooft en naar hem ‘christen’ wil heten. Mohammed zelf is geen moslim, maar wel zijn volgelingen die volgens het centrale begrip ‘ overgave – islam ‘ zijn gaan leven naar het voorbeeld. Wat Abraham, Jezus en Mohammed gemeenschappelijk hebben is dat zij alle drie de stem van God gehoord hebben. De stem die hen wegriep uit het vertrouwde, het zekere, het veilige, hun zogenaamde identiteit.  Een stem die hen op weg zette naar een nieuwe en ongewisse  toekomst waarvan de omtrekken nog lang niet in zicht waren. Daarin zullen zij hun identiteit vinden.  Is het dezelfde God die hen riep? Of zijn de God van Abraham, Jezus en Mohammed andere toch verschillenden goden? In het Jodendom vraagt God om gerechtigheid. In het christendom verlangt God naar liefde van en onder de mensen. In de Islam vraagt God om overgave en om vrede.  Sluiten de wereldgodsdiensten elkaar uit ? Integendeel, ze kunnen elkaar verrijken. Er is één ding duidelijk: godsdienstige mensen dienen elkaar te respecteren en met elkaar in gesprek te gaan.  Hoe moeizaam en hoe moeilijk het soms ook gaat.
Als God Abraham en Jezus wegroept uit hun bestaan, dan zijn zij dus niet waar Hij wil dat zij zijn. Hun identiteit ligt niet in wat ze nu zijn.  Hun identiteit ligt in wie ze worden zullen wanneer ze hun oude bestaan los laten en zich overgeven aan de Stem die hen naar een onbekende toekomst leidt.
Misschien mogen we zeggen dat Abraham het grootste waagstuk van alle tijden is aan gegaan. Hij laat alle verbanden los: zijn stam, zijn woongebied, zijn godsdienst. Hij wordt een zwerver op weg naar een beloofd land dat nog lang niet in zicht is.  Hij is de eerste persoon die uit het niets een totaal nieuw bestaan durft op te bouwen.  Zijn enige zekerheid is zijn geloof dat de stem die hem roept betrouwbaar is.   Abraham kiest er persoonlijk voor om in die Stem te geloven. Die Stem die hem alles ontneemt om hem zonder enige garantie een nieuwe toekomst te bieden.  Zijn identiteit zal worden : vader – oervader –  van alle gelovigen: joden, christenen en moslims. De weg van Jezus is niet minder avontuurlijk.  Uit het stadje Nazareth is hij naar de woestijn van Juda gegaan om zich door Johannes te laten dopen.  Hij hoort bij zijn doop de Stem van God: “Jij bent mijn geliefde zoon, kind naar mijn hart”. Maar dat “zoon van God zijn” moet eerst beproefd en gelouterd worden in de woestijn. Veertig dagen lang. Dan pas kan Jezus zijn tocht beginnen.
Jezus gaat op weg om het Rijk Gods te verkondigen, maar stoot telkens op tegenstand, ongeloof, bedreiging met de dood.  Hij ziet het als zijn weg om met zieken op  te trekken en om met  zondaars om te gaan. Hij kiest voor het samen binden van mensen en niet voor het uitsluiten. Hij beseft het risico te lopen van lijden en kruis.
Onderweg komen Jezus en zijn leerlingen bij een berg. Bergen zijn plaatsen van Godsontmoeting. Jezus en drie vrienden gaan naar de top.  Biddend wordt Jezus ineens van God vervuld. Gods licht breekt in Hem door. Wie Hij wezenlijk is, wordt even zichtbaar. Deze verheerlijkte, stralende, glanzende Jezus: dat is zijn identiteit.  Als Petrus die identiteit wil vastleggen, dan is wat ‘even waar was ‘ weer weg.  Over blijft een Stem die roept: Deze is mijn zoon, luistert naar Hem. Voor Jezus is die doorbraak van goddelijk licht een bemoediging op zijn tocht naar Jeruzalem, de stad van zijn lijden.
Voor de leerlingen is de Stem een aanwijzing dat wie met Jezus gaat, leeft naar Gods belofte. De belofte van een nieuwe wereld zoals Wet en profeten verkondigen. Wie met Jezus gaat leeft in de lijn van Mozes en Elia. Er kómt een samenleving gebaseerd op liefde en  gerechtigheid. Jezus zegt tegen de vrienden. “Wees niet bang”. Wees niet bang om op weg te gaan. Ga met Mij mee, door lijden en dood heen richting Koninkrijk. Wees niet bang.”
Abram liet alles achter en leefde voortaan van de belofte. Jezus liet alles achter en leefde vanuit de droom van het Koninkrijk. Ons wordt beloofd dat die droom van het Rijk Gods waar zal worden.
Hier en nu in de samenleving van vandaag en eens in zijn voltooiing in eeuwigheid.
Durven wij allerlei ideeën, overtuigingen en zekerheden los te laten om op weg te gaan naar een samenleving waarvan gerechtigheid, liefde en vrede de grondwoorden zijn? Een samenleving waarin het Rijk van God soms even oplicht en zichtbaar wordt? Een samenleving waarin God ter sprake mag komen?  Als we dat durven, dan pas staan we werkelijk in de joods christelijke traditie!
In de veertigdagentijd bezinnen wij ons op onze weg om christen te zijn. Christen –zijn in de samenleving van vandaag is uitdagende opgave. Het is op weg gaan naar een samenleving waarin er voor elkaar zijn belangrijker is, dan het vasthouden van wat we hebben. Onze identiteit ligt in wie wij als mensen voor elkaar willen worden:  in ieder geval ‘medemens’.
Als u aanstaande woensdag gaat stemmen  – het is een voorrecht en een plicht  – , laat dan uw geloof in Jezus’ boodschap van het Godsrijk niet thuis.  Gebruik uw verstand en stem met je hart. God weet komt het goed.

 

Voorbede

Pastor

God, doorbreek met Uw Stem onze stilte. Verlicht onze duisternis. Wees ons nabij nu wij tot u bidden.

Lector

Wij bidden om moed om in ons leven nieuwe wegen in te slaan. Om vertrouwde paden te verlaten. Om ons te richten op een nieuwe maatschappij, waarin het leven voor iedereen goed is, waarin tegenstellingen overwonnen worden, waarin voor iedereen toekomst is. Dat wij de belofte van uw Koninkrijk voor ogen houden.

( s t i l te   laat ons bidden)

 

Lector

Wij bidden om kracht voor hen die hun weg dit leven niet kunnen vinden Voor mensen die ontmoedigd raken door tegenslag, ziekte en verdriet die zij op hun levensweg ontmoeten. Voor mensen die hun idealen niet kunnen waar maken en die geen toekomst voor zichzelf zien. Schenk hen kracht en moed om het donker te overwinnen; Doe hen reeds een glimp zien van uw heerlijk licht.

( s t i l te   laat ons bidden)

 

Lector

Wij bidden voor de bevolking van Malawi voor wie wij de Vastenactie voeren. Om goed onderwijs voor kinderen en jongeren.  Zij zullen het land moeten opbouwen. Zij rekenen op onze steun.

( s t i l te   laat ons bidden)

 

Pastor

 

God laat ook ons even een glimp van uw Koninkrijk zien. Dan weten wij dat we op de goede weg zijn. Dan durven we het weer aan Jezus achter na te gaan. Schenk ons eens de vreugde van het nieuwe leven in uw licht.  Door Christus onze Heer. Amen.

Overweging van zondag 5 maart 2017 door pastor Leon Teubner

Daarna werd Jezus door de Geest naar de woestijn om door de duivel  op de proef gesteld te worden.
Dit verhaal, over de beproeving in de woestijn, is gekoppeld aan het verhaal dat eraan voorafgaat. Als Jezus ondergedompeld is in de Jordaan en opstaat uit het water, daalt de Geest van God als een duif op Hem neer en klinkt er een stem: Deze is mijn Zoon, mijn geliefde, in wie Ik vreugde vind. Op het moment dat Jezus hoort dat Hij door God bemind wordt als diens zoon, gebeurt er iets geheel onverwachts. Want onmiddellijk daarna wordt Jezus door de geest van God de woestijn ingedreven om er beproefd te worden door de duivel. God en de duivel spelen hier samen onder een hoedje. Net zoals in het verhaal van Job gebeurt, wordt Jezus hier in feite door God zelf beproefd op zijn trouw aan de Bron van zijn leven – zijn Vader. Hij wordt erop beproefd of Hij zich wel zijn leven lang door God wil laten beminnen en zich door Hem wil laten leiden op zijn weg. Blijft Hij zich als een beminde zoon toevertrouwen aan Hem, of staat Hij op tegen zijn Vader om zijn eigen weg te gaan, zoals de verloren zoon in de gelijknamige parabel. Jezus geeft zich over en laat de Vader begaan. Hij blijft waar Gods Geest hem brengt – 40 dagen lang, en laat zich daar leiden door diens woord. Hij vertrouwt zich toe aan de bron van zijn leven, zonder bezorgd te zijn om zichzelf in leven te houden.
Dan, als hij zijn uiterste grens bereikt, komt de beproeving. Hij wordt beproefd op mogelijk zwakke kanten in zijn relatie met God. Kanten waar Hij verleid kan worden zich van zijn vader af te keren. De eerste beproeving is te leven van zijn eigen woord i.p.v. Gods woord. Omringt door stenen die geschapen zijn door het woord van God, is er de verleiding om zijn eigen woord daar tegenover te stellen, en de stenen die God Hem geeft te veranderen in waar Hijzelf naar hongert.
Maar Hij weert deze verleiding van de beproever af door zich het woord van God te herinneren: De mens zal leven van ieder woord uit Gods mond. De tweede beproeving is het om God zelf te beproeven, door zich van de tempel naar beneden te werpen en God te dwingen zijn engelen te sturen om Hem op te vangen. Jezus weert deze 2e poging van de beproever af door zich wederom het woord van God te herinneren: ‘Je zult de Heer je God niet beproeven.’ De derde beproeving is: zich af te keren van de stem van God, door het woord van de beproever te volgen en zo diens zoon te worden. Maar Jezus weert ook deze verleiding af door zich opnieuw het woord van God te herinneren: ‘Je zult alleen de Heer je God aanbidden.’
Ja, ook Jezus was verleidbaar zich af te keren van zijn Vader, en op zichzelf en op zijn eigen kracht te gaan vertrouwen, en zijn leven niet langer te willen ontvangen uit diens hand, en zijn bestaan toe te eigenen als zijn eigen bezit. Maar Hij laat zijn Vader met Hem begaan zoals het zijn Vader dunkt. Hij voegt zich enkel naar diens woord, en veiligt zich zo bij Hem alleen, bij God die Hem bewaart en die Jezus bevrijdt van zichzelf en van alles wat niet God is.
Doorheen alle beproevingen blijft Jezus Hem trouw als zijn zoon, en zo verdiept zich de relatie van Hem met zijn Vader in  Wederkerigheid. Beproevingen zijn noodzakelijk in ons leven. Beproevingen zijn in de Schrift geen straf, ze zijn ook niet bedoeld opdat wij door de mand zullen vallen. Beproevingen verdiepen de relatie met onszelf met God en met elkaar. Jezus gaat ons hierin voor, tot in de hof van Getsemane. Door beproevingen leren we met vallen en opstaan doorzien, hoe het leven in elkaar zit, wat wezenlijk is en wat niet. Tegelijk leren we zo onszelf kennen: waar we verlokbaar zijn, waar we kwetsbaar zijn, waar ons hart eigenlijk ligt, wat onze werkelijke identiteit is: dat wij ten diepste Gods welbeminde zonen en dochters te zijn. Door beproevingen leren we ons doen en laten toetsen aan wat authentiek is aan ons en wat niet. Authentiek is eerst en vooral onze voortkomst uit God. Wij zijn net als onze broeder Jezus bedoeld, om de uitstromende Liefde van onze Vader te zijn, om zo uit te groeien tot zijn beminde zonen en dochters. Hij is de wijnstok, wij zijn de ranken. Door beproevingen leren we met vallen en opstaan ook, wat wezenlijk bij ons hoort en wat niet, wat wel en wat niet tot onze, door God gegeven, mogelijkheden behoort. We leren onze vermogens en onze grenzen kennen, waardoor we ons, zoals Jezus, kunnen geven tot het uiterste. Door beproevingen leren we ook wat niet tot wezen behoort: we leren onderscheiden wat ons is aangepraat of opgedrongen, ontdekken waar we onszelf rijker dromen dan we zijn. Met als doel dat degene die we in Gods ogen zijn, ontdaan wordt van al wat schijn is en niet God zelf. Abt Isaac, een woestijnvader uit de 4e eeuw, schrijft: Als wij bidden om niet beproefd behoeven te worden, hoe zal dan de deugd in ons op haar standvastigheid beproefd worden? Het woord zegt immers: “Een man die geen verzoeking verdragen heeft, is niet beproefd”. En ook: “Zalig de man die de verzoeking verdraagt”.  De bede uit het OnzeVader: “Breng ons niet in verzoeking”, betekent dus niet: Laat niet toe dat wij ooit beproefd worden, maar: Laat niet toe dat wij in de beproeving overwonnen worden. Met het OV bidden wij tot God: laat ons niet omkomen in de beproeving. Beproevingen zijn voor ieder van ons noodzakelijk om te groeien in liefde met onszelf, met elkaar en met God. Het zijn vaak ongewilde en niet gewenste doorgangsfasen,  die ons echter verder willen brengen in de richting van wat wezenlijk is, wat waarachtig is, wat werkelijk eigen is. Titus Brandsma troost zijn medegevangenen in Dachau met de woorden: ‘Wij worden beproefd omdat wij bemind worden.’ Zelfs in deze hel op aarde bleef hij in Gods liefde geloven. Als wij in beproevingen terechtkomen, zoeken wij dan net als Jezus en Titus, eerst en vooral steun bij zijn God die ook onze Vader is. Stellen wij in welke beproeving dan ook bloot aan Hem die ons beproeft, en die ons in ons toevertrouwen aan Hem zal bewaren, hoe dan ook.

Overweging en gebeden van zondag 26-2-2017 door p. Tom Buitendijk

Opening

Van harte welkom in deze viering. We lezen zoals vorige week een gedeelte van de Bergrede. Het gaat over het christelijk gedrag. Jezus geeft die uitleg in de woorden en beelden van zijn tijd. Daar moeten wij doorheen kijken om de kern ervan te zien. Als we die kern te pakken hebben, kan misschien ook ons gedrag veranderen. Willen we aan het begin van deze viering Gods ontferming over ons afsmeken om hem daarna te loven in het Gloria.

 

Openingsgebed

God, U bent er voor al uw mensen en u behandelt al uw mensen gelijk. Leer ons elkaar lief te hebben zonder onderscheid. Leer ons de scheidsmuren af te breken die ons van elkaar vervreemden. Help ons Jezus, uw Zoon, na te volgen die uw liefde een menselijk gezicht geeft. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Gebed over de gaven

Goede God, erken in deze gaven onze dankbaarheid voor wat u ons geeft. Mogen wij uw gaven terug ontvangen als brood dat levenskracht geeft en als wijn die verbondenheid schept. Sterk ons met uw Levensgeest. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Slotgebed

Goede God, mogen wij door deze viering gesterkt worden in de navolging van Jezus. Mogen zijn woorden ons aansporen Hem te volgen in zijn daden. Maak ons tot betrouwbare mensen voor elkaar die de menselijkheid onze samenleving hooghouden zodat eens uw Koninkrijk zichtbaar wordt. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

Overweging

De grote vraag die boven beide lezingen hangt luidt: wordt van ons niet het onmogelijke gevraagd? De eerste lezing zegt: wees heilig, want ik jouw God, ben heilig. En daarom: bemin je naaste als jezelf. Jouw gedrag moet een afspiegeling zijn van mijn heiligheid. Kunnen we dat? In het evangelie gaat Jezus een stap verder: bemin je vijanden. Zij zijn ook mensen. God laat zijn zon opgaan over slechten en goeden. Wees daarom volmaakt zoals u vader in de heel volmaakt is. Wees in jouw leven een afspiegeling van Gods goedheid. Kunnen we dat? Is voor elkaar zo goed als God zijn een menselijke mogelijkheid? Uit ons zelf zouden we het niet verzonnen hebben, maar nu Jezus het zegt…..
Is het met zulke hoge eisen nog aantrekkelijk om christen te zijn? Is het niet logischer gewoon maar een beetje goed mens te zijn. Lief voor elkaar. Een fatsoenlijke burger. Sociaal als het je uitkomt. Maar vooral bedacht op eigen welvaart en comfort. Gewoon lekker mens- zijn met een verontschuldigende blik op de werkelijkheid die zegt: “Ik kan er ook niets aan doen dat de wereld wordt geregeerd door geld en geweld.”
Of – en dat kan ook – is het een uitdaging om christen te zijn in zo’n door mensenhanden geschonden wereld?
Moeten er nu niet juist mensen op staan die andere wegen wijzen dan de weg van geld en geweld. Namelijk de weg van de volgehouden en wagende liefde. Het is de riskante weg van de liefde die Jezus ons voorhoudt in de Bergrede. Vraagt Jezus van ons naïef idealisme? om iets wat menselijk onmogelijk is?
Laten we even stil staan bij de veeleisende woorden: wees heilig en volmaakt. Worden we nu gevraagd supermensen te zijn die nu al een soort hemels leven leiden, verheven boven andere mensen? Onaards en buiten de realiteit van alledag?
De hele Joodse Wet en ook de Bergrede zijn doortrokken van de aardse werkelijkheid en van het alledaagse leven. Het alledaagse leven moet iets van de glans van Gods heiligheid krijgen. Het alledaagse leven moet getuigen van Gods zorgzame goedheid. Heilig betekent ‘gericht op God ‘ en ‘volmaakt’ betekent betrouwbaar als God. Christenenzijn geen supermensen, maar mensen die leven naar God toe, of beter gezegd: leven naar een wereld en een samenleving toe waarin God met ons mensen kan zijn, of: nog anders gezegd: mensen die het Rijk Gods hier en nu willen beleven. Christen zijn mensen die in hun doen en laten niet alleen naar zichzelf kijken, maar het oog gericht houden op God die de Vader in de hemel is, voor alle mensen. Christen zijn ligt binnen de menselijke mogelijkheden. Je moet er wel voor kiezen!
Jezus geeft twee voorbeelden hoe we in het alledaagse leven voor elkaar zo goed als God kunnen zijn. Het ene voorbeeld is: Het niet opeisen van je recht. Het andere: de liefde tot de vijand. Het niet op eisen van je recht wordt heel beeldend weergegeven in het niet terugslaan als je een klap krijgt. Wat gebeurt er precies? De meeste mensen zijn rechtshandig. Een klap komt goed aan met de palm van je hand. Jezus zegt nadrukkelijk: als iemand je op de rechterwang slaat. … pats. Als je iemand op de rechterwang slaat dan druk je hem van je af. Daarmee maak je een gebaar van: ga uit mijn weg; met jou wil ik niets te maken hebben; jij past niet in mijn wereld. Dat zijn allemaal woorden waarmee je iemand figuurlijk een klap in zijn gezicht geeft. Het doet niet minder pijn. Impulsief terugslaan is het meest logische antwoord. De eerste klap is een daalder waar. Lik op stuk beleid is pas effectief. Je moet meer assertief zijn. Maar kun je iemand ooit nog bereiken als je hem uit jouw wereld bant? Is er samenwerking mogelijk als je elkaar uitsluit? Zo ontstaan er blokken, machtsblokken: in de wereldpolitiek, in onze samenleving, in de kerk, in families, in een parochie.
Zo ontstaat er verharding in de harten van mensen. Dan iemand de linkerwang toekeren. Sla nu zo dat je mij naar je toehaalt! Durf je dat ook? Precies dat onverwachtse gebaar kan de ander tot bezinning brengen. Misschien kun je dan samen kijken naar het recht dat je van elkaar eist en het onrecht dat je elkaar aan doet? Het is riskant om de linkerwang toe te keren. Het is het waagstuk van de liefde waardoor je een ander niet uitsluit maar binnen bereik houdt.Martin Luther King zei: ‘De zwakte van geweld is dat het een neergaande spiraal is en juist datgene opwekt wat je wilt vernietigen. Met geweld kun je de hater doden, maar niet de haat…” De kracht van geweldloze liefde is taaier.
Jezus zegt: “er staat geschreven: Bemin je naaste en haat je vijand”, maar ik zeg U: “bemin je vijanden”. Haten betekent: geringer achten. Vijand betekent: iemand die niet jouw vriend is. Het gebod is dus zoiets als: besteed je aandacht besteden méér aan je naaste vrienden dan aan je niet- vrienden. Nou, dat vinden we logisch en doen we toch gewoonlijk. Dat doen heidenen en zondaars ook, zegt Jezus.
Een oude dame vertrouwde me een keer toe: “ Pater, ik hèb helemaal geen vijanden om te beminnen!” Ze vertoonde wel een grote onverschilligheid voor andere ouderen om haar heen. Die waren niet van haar niveau. Die gingen alleen maar naar de bingo toe en nooit naar de klassieke muziek. Bij vijand hoef je niet alleen te denken aan iemand die jou naar het leven staat. We worden allemaal omgeven door niet-vrienden: mensen met wie we geen contact hebben of die ons onverschillig zijn. Op facebook kun je iemand ontvrienden zonder dat hij vijand wordt. Jezus gebiedt ons nu om van niet-vrienden een naaste vriend te worden door hem tot vriend te maken. Gods liefde sluit niemand uit. Ook de niet -vriend is voor God beminnenswaardig. Daardoor ook voor ons?  Voor vreemdelingen en vluchtelingen, voor mensen met een handicap of hoogbejaarden, voor mensen die zorg nodig hebben is onze maatschappij in toenemend mate onverschillig. We kijken alleen maar wat ze ons kosten. Jezus gebiedt ons juist hen tot vrienden te maken!  De kern van beide lezingen is: wees voor elkaar zo goed als God! Dat betekent houdt de humaniteit hoog ook als dat méér van je vraagt dan het gewone. Jezus zegt: het is een menselijke mogelijkheid. Aan ons is de vraag: kies ik ervoor?

 

Voorbeden

Pastor

God voor wie alle mensen beminnenswaardig zijn, hoor ons gebed;

Lector

Wij bidden voor allen die zich christen noemen. Dat wij de moed hebben de Bergrede van Jezus  met vallen en opstaan in praktijk te brengen.  Leer ons de menselijkheid hooghouden.

S T I L T E Laat ons bidden.

Lector

Wij bidden voor de eerbiediging van mensenrechten. Dat wij het iedereen gunnen te leven in vrede, veiligheid. Dat wij vluchtelingen en vreemdelingen helpen een nieuw bestaan op te bouwen.

S T I L T E Laat ons bidden.

Lector

Wij bidden voor kwetsbare mensen in ons midden. Dat wij naast hen gaan staan en onze vriendschap aanbieden.  Dat wij in elkaar Gods beeld durven zien.

S T I L T E Laat ons bidden.

Lector

Wij bidden voor onze parochie.  Dat wij in samenwerking met elkaar Gods Koninkrijk willen opbouwen. Dat wij de mensen voor wie het leven zwaar en moeilijk is, als vrienden nabij zijn.

S T I L T E Laat ons bidden.

 

Pastor

Goede God, maak ons tot mensen die mogen rekenen op elkaars trouw. Help ons in alle omstandigheden het goede voor elkaar voor ogen te hebben. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

Overweging van zondag 12-2-2017 door pastor Leon Teubner

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Ik zeg jullie: als jullie bewarende omgang niet meer is dan die van de schriftgeleerden en Farizeeën, zul je zeker niet binnengaan in het Rijk der hemelen. Jezus spreekt in de Bergrede als een wijsheidsleraar, en niet als een rechter die komt om te oordelen. Als leraar spreekt hij persoonlijk en authentiek. Hij praat niemand na, verkondigt ook geen algemene mening.
Hij zegt:           Jullie hebben gehoord, er is gezegd: … maar ik zeg jullie Net als zijn toehoorders kent Jezus de Tora, het OT. Daarin sluit God een liefdesverbond met zijn volk. Een verbond met aanwijzingen die het leven mogelijk maken en aangeven hoe je vruchtbaar met God en met elkaar kunt leven. Een verbond vraagt om wederkerigheid. Dit is wat er van de kant van de mens gevraagd wordt:
Hoor Israel, …. en je zult God gaan beminnen met heel je hart en je ziel en je verstand, en je naaste als jezelf. 

Gods woord horen doet je de ander en jezelf gaan beminnen. Jezus heeft deze liefdeswijzing van de Tora gehoord en deze is zo door Hem heengegaan dat het zijn vlees en bloed is gewordenHij werd het levende liefdesverbond van zijn Vader. Hij heeft met de ogen van God gekeken naar zichzelf en naar zijn naasten. En ook naar de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Vanuit zijn observaties leert Hij nu zijn leerlingen, hoe ook zij trouw kunnen blijven aan dit liefdesverbond. Of, in zijn woorden: welke de weg van bewaring is, die God met zijn mensen wil gaan. Hij zegt tegen ons leerlingen: Als jullie bewarende omgang met de mensen en de dingen niet meer is dan die van de schriftgeleerden en Farizeeën, dan zul je niet binnen kunnen gaan in het Rijk der hemelen.
Het rijk der hemelen staat voor de aanwezigheid van Godeen aanwezigheid die ons gidst in ons dagelijks leven. Het verlangen van God is het dat wij bewarend leven zoals Hij, dat wij bewarend omgaan met elkaar en met al wat is. In het woord bewaring zitten twee grondbetekenissen.  Enerzijds betekent  bewarend leven dat we zo omgaan met de mensen en de dingen dat zij behoed en bewaard worden voor bederf. Anderzijds heeft bewaring ook de betekenis van iets of iemand tot zijn waarheid komen laten. Iemand zo bejegenen, dat deze groeien kan in wie hij of zij wezenlijk van God uit bedoeld is. Dat vinden we terug in alle voorbeelden die Jezus ons vandaag voorschotelt. Voorbeelden uit het dagelijks leven die wij allemaal kennen, waar wij allemaal wel mee eens te maken hebben of ooit mee te maken hebben gehad.
Er is gezegd: Gij zult niet doden. Maar Ik zeg u: Al wie blijft toornen op zijn broeder of zuster, zal strafbaar zijn voor het gerecht. Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult geen echtbreuk plegen. Maar Ik zeg u: Alwie naar een vrouw blijft kijken om haar te begeren, heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd. Eveneens hebt gij gehoord, dat gezegd is: Gij zult geen valse eed doen, maar gij zult voor de Heer uw eden houden. Maar Ik zeg u in het geheel niet te zweren.
Wat opvalt is dat al de voorbeelden die Jezus geeft uit de relationele sfeer komen, een sfeer die van God uit getekend wil zijn door bewaring, omdat Hijzelf bewarend omgaat met zijn mensen. Het gaat om de relatie van broeders en zusters onderling, waarin het leven van de ander behoed zal worden door het wezen van elkaar tot waarheid te brengen, in plaats van dat het aan te tasten met een volgehouden toorn. Het gaat om de relatie tussen man en vrouw, waarin de groei van beide tot gelijkenis met God centraal staat. In plaats van deze relatie aan te tasten met een volgehouden begeerte die gericht is op eigen vervulling. En het gaat ook om de relatie tussen ik en mijn ziel, waarin mijn eigen spreken waar en authentiek zal zijn; een spreken dat niet opgehangen wordt aan een ander buiten mijzelf. op wie ik met een eed een beroep doe.
Jezus zegt ons vandaag: als jullie bewarende omgang niet méér is dan die van de schriftgeleerden en Farizeeën, dan zul je niet binnen kunnen gaan in het Rijk der hemelen. Bewarend leven is minimaal de ander niet doden. Méér doen dan dat is: niet blijvend te toornen op je naaste, want dat benauwt en beneemt de ander al het leven dat hem of haar van God uit gegeven wordt. Bewarend leven is minimaal geen overspel plegen. Méér doen dan dat is: ook niet durend een ander begeren voor je eigen vervulling – hetzij binnen, hetzij buiten je relatie. Want dat vernietigt het liefdesverbond wat je met een ander van God uit bent aangegaan. Bewarend leven is minimaal: geen valse eed afleggen. Méér doen dan dat is: helemaal geen eed afleggen. Want dat ontkracht je eigen waarachtig en authentiek spreken.
Als we kijken naar de bewarende omgang met onszelf en met elkaar, dan lijkt het heel moeilijk om Gods koninkrijk binnen te gaan. Dat is ook zo, als we bewarend proberen te leven uit eigen kracht alleen – ook Jezus kon dat niet. Hij zegt immers in deze zelfde Bergrede: ‘Noem mij niet goed, alleen God is goed.’ Daarmee raadt Hij ieder van ons aan: doe als ik – vertrouw je toe aan mijn Vader die ook jullie Vader is. In jouw toevertrouwen zal Hij bewarend aan het licht komen. Beweeg met Hem mee waar hij jou beweegt om bewarend om te gaan met Hem, met je naaste en met jezelf. Dan zal zijn heerschappij gestalte krijgen in ons leven met elkaar en treden wij allen samen binnen in zijn koninkrijk.

Overweging van zondag 5-2-2017 door p. Tom Buitendijk

Van harte welkom in deze viering.

Toen u het plein op liep zag u de vlag van de actie kerkbalans. En hier bij de piano hangt ook weer zo’n doek met kerkbalansactie er op. Ik ga het niet ontkennen: de kerkbalansactie is – financieel gezien – van levensbelang voor de kerk. Het gaat dus om de centen. We hebben in 2016 € 11.000 minder binnen gekregen dan in 2015. Meer ga ik er niet over zeggen. Maar de kerk is veel meer dan een centenkwestie. De kerk heeft – met de woorden van Jezus-  de functie om zout en licht te zijn in de samenleving van vandaag. Dat kan Jezus nu wel mooi zeggen, maar vinden wij dat ook?  Willen we bidden zingen om ontferming.

 

Openingsgebed

Goede God,  U roept ons op om ons geloof te beleven in het leven van alledag. Mogen wij door onze daden uw liefde uitstralen zodat door ons ook andere mensen uw goedheid leren kennen.

Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Gebed over de gaven

Goede God, verzameld rond uw tafel bidden wij om kracht om in het dagelijkse leven  uw wil te doen. Geef ons de moed om in gerechtigheid en dienstbaarheid te leven. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Slotgebed

Goede God,  door deze viering zijn wij ons meer bewust van onze roeping in de wereld. Help ons onze opdracht met vreugde te vervullen zodat de samenleving hartelijker, vriendelijker en menselijker wordt. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

Overweging
Ruim vijf miljoen Nederlanders zijn gedoopt. Dat is minder dan een derde van de bevolking. Vijf procent – vijftigduizend – bezoekt min of meer regelmatig een kerkdienst. Katholiek of protestants.

In het bisdom Den Bosch wonen 400.000 gedoopte katholieken. 25.000 gelovigen – ruim zes procent – bezoeken de zondagse vieringen. Dat zijn meestal ouderen. Deze 25.000 ouderen hebben de ontzettend grote opdracht om de boodschap van het evangelie te beleven in en voor te leven aan de samenleving van stad en land.  Dat zijn wat cijfers. Maar nu vraag ik u om uw fantasie te laten werken. Laten we samen eens een gedachtesprong maken. Hoe zou de stad Oss er uit zien als er geen kerken waren?  Wat zou de samenleving missen als die kleiner worden gemeenschappen van biddende en van dienende mensen ophoudt?  Wat zou er gebeuren als op de zondagen het evangelie niet meer wordt verkondigd en uitgelegd voor mensen van vandaag? Wat zou er gebeuren als we niet meer als zussen en broers aan tafel het Brood van Jezus ontvangen en rond Hem de nieuwe wereld van vrede en gerechtigheid gestalte geven? Maakt het verschil in de samenleving of er kerken in de steden en dorpen zijn of maakt dat niets uit? Dienen wij als geloofsgemeenschap nog ergens toe of hadden we er net zo goed niet kunnen zijn? Waarom zijn wij vanmorgen hier om samen kerk te zijn en om straks als gezonden en gezegende mensen de maatschappij in te gaan? Veel moderne mensen willen ons doen geloven dat geloof een privé zaak is, dat geloven achterhaald is, dat geloof en kerk geen plek hebben in het openbare leven. Als wij als gelovige mensen in onze schulp kruipen dan hebben deze mensen gelijk. Als wij als gelovigen de moed hebben om te zijn wie we zijn, dan bewijzen wij het ongelijk van deze mensen. Als we zijn wie we zijn……

Vandaag hoorden we Jezus tegen zijn leerlingen dus ook tegen ons zeggen:  “ jullie zijn het licht der wereld; jullie zijn het zout de aarde”. “Jullie geven aan waar het naar toe moet met deze wereld; jullie zijn de smaakmakers en de geestelijke krachten van de samenleving”. Let op: hij zegt niet jullie mòeten het zijn. Jullie zijn het al. Zoals je nu bent! Jezus zegt dat niet tegen een groep gelukkige, tevreden en welvarende mensen. Hij zegt het tegen armen, tegen hongerige en dorstige mensen, tegen treurende en rouwende mensen, tegen mensen die vervolgd worden omdat zij integer en recht door zee zijn. Hij zegt het tegen al die mensen die hij zalig en gelukkig noemt, omdat zij op de goede weg zijn. De goede weg is de weg naar een samenleving waarin iedereen geteld wordt, waarin oog en oor is voor het hulpgeroep van de armen, waarin aandacht en omzien naar is voor hoogbejaarden en kwetsbare mensen, waarin veiligheid is en gastvrijheid voor mensen die van huis en haard verjaagd worden. “ Jullie, ja jullie kleine mensen die bescheiden leven en die zonder ophef van woorden doen wat gedaan moet worden, jullie zijn het zout der aarde en het licht der wereld”.

Dus: die 25.000 mensen in het bisdom den Bosch; de 200 mensen in de Titus Brandsmaparochie, zijn licht en zout. Als we samen kerk zijn, dan zijn we het al!

Zijn wij “licht”? Wij zeggen: de dag begint ’s morgens en eindigt in de avond. De Bijbel zegt het anders: het werd avond en het werd morgen. Het licht volgt op de duisternis. Wij laten het duister achter ons en leven naar het licht toe. Door naar het licht toe te leven brengen we mensen aan het licht. We zien mensen staan in het groeiende licht: de zieken die we bezoeken, de eenzamen die we bemoedigen, de baanlozen met wie wij meeleven. Het is belangrijk dat wij elkaar lichtdrager blijven noemen en dat wij het licht van Christus dat ons met het doopsel gegeven is, fier en zelfbewust blijven uitdragen. Juist nu de wereld verduisterd wordt door dreigend geweld, door oorlog en ellende, door gebrek aan verantwoordelijke leiders is het belangrijk je oog te richten op Christus, Licht der wereld en te weten dat wij naar hem genoemd zijn: christen, vredebrenger en lichtdrager. Wij zijn het licht!
Zijn wij het zout? Zout heeft zoals u weet, twee functies. Behoeden tegen bederf en smaakmaker. Wij behoeden de wereld voor bederf door telkens te wijzen waar het wezenlijk om gaat. Politiek gaat niet om eigen groepsbelang maar dient het algemeen belang. Economie gaat niet over het vergroten van winst maar over eerlijk delen. De zorg gaat niet over bezuiniging maar over het bevorderen van de kwaliteit van leven. Zout kan een reinigende werking hebben – hoe pijnlijk ook. Zout is ook een smaakmaker. Door milde en barmhartige mensen te zijn brengen wij iets van zachtmoedigheid in de samenleving. Door op te komen voor gerechtigheid en door solidariteit met mensen die in de knel zijn geraakt, brengen wij iets van onkreukbaarheid. Anderen wéten aan ons wat christenen voor samenleving voor ogen hebben. Een wereld waarin Gods menslievendheid zichtbaar kan worden.

Wij met die paar honderd betrokken christenen in Oss zijn zout in deze wereld! Jezus kan ons nu wel mooi zout en licht noemen, maar zien we het zelf ook zo?  Het is niet alleen uit bescheidenheid dat we er moeite mee hebben. Ongemerkt wordt er veel van je gevraagd. Als christen moet je bewust leven, soms tegen de gangbare meningen in gaan, vaak tegen de stroom in zwemmen, soms daden doen waartoe niemand je verplichten kan, maar die voor een ander heilzaam zijn. Als christen sta je op wacht om de medemenselijkheid in de samenleving te behoeden en te beschermen. Als christen voorkom je dat mensen de weg naar het licht niet meer zien en ten dode verdwalen. Geloof je van je zelf dat je zout en licht bent?

Een meisje van vijftien jaar, een havoleerling schreef : “Jij bent het zout der aarde….

Misschien ben je maar één korrel, maar ook die proef je!” Jij bent het licht der wereld…..

Misschien ben je maar veertig watt maar ook dat verlicht de kamer. Jij bent de stad op de berg ….

Nou, misschien ben je maar één huis, maar ook uit dat huis straalt de vriendelijkheid uit de vensters!

 

 

Pastor

Bidden wij tot de hemelse Vader, die de verlangens en vragen van ons hart kent

nog voor wij ze hebben uitgesproken.
Lector
Wij bidden voor de samenleving. Dat er in ons midden inspirerende mensen opstaan die leiding geven aan het vrijwilligerswerk in straten en buurten. Voor mensen die verantwoordelijkheid op zich nemen om de leefomgeving sociaal te houden. Mogen het zout van hun inspiratie smaak geven

aan de dagelijkse omgang met elkaar.

S T I L T E  Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden voor onszelf als christenen die door Jezus gevraagd zijn lichtend voorbeeld te zijn. Dat wij opkomen voor gerechtigheid voor iedere mens. Dat wij de nood van anderen tot ons toe laten. Mogen wij wegen vinden om op onze wijze dienstbaar te zijn aan elkaars geluk.

S T I L T E  Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden voor onze Titus Brandsmaparochie en de andere kerken in Oss. Dat onze gemeenschappen een stralende uitwerking hebben in het stedelijk leven, Dat mensen aan ons de vreugde en de blijdschap van het evangelie ervaren. Mogen wij door onze vriendelijkheid en zorgzame aandacht een steun zijn voor bedroefden, bron van troost voor onze zieken, bemoediging voor hen die lijden onder pech en tegenslag.

S T I L T E  Laat ons bidden.

 

Pastor

Goede God, beziel ons met uw Geest opdat wij iedere dag ons christen-zijn beleven  als een bijdrage aan de wereld van vandaag.

Door Christus onze Heer.