Overweging van zondag 24-4-2016 door pastor Leon Teubner

 

De Heer daalde neer in een wolk, kwam bij Mozes staan en riep Zijn naam uit. De Heer ging aan hem voorbij en riep: ‘De heer is een barmhartige en genadige God, geduldig, groot in liefde en trouw, die goedheid bewijst tot in de duizendste generatie, die misdaden, overtredingen en zonden vergeeft, en een schuldige niet ongestraft laat, maar de misdaden van de vaders straft in hun kinderen en kleinkinderen, in de derde en vierde generatie.’ Onmiddellijk viel Mozes op zijn knieën en boog zich neer. Toen sprak hij: ‘Och Heer, wees zo goed en trek dan met ons mee. Dit volk is wel halsstarrig, maar vergeef ons onze ongerechtigheden en zonden, en beschouw ons als uw eigen bezit. Hij antwoordde: Ook wat gij nu vraagt zal ik doen. Ik zal een liefdesverbond sluiten met u en met heel het volk: voor heel uw volk zal Ik wonderen doen, zoals er nergens op aarde en bij geen enkel volk ooit zijn geschied.

Johannes 13  

Toen hij was weggegaan zei Jezus: ‘Nu wordt de Mensenzoon verheerlijkt, en in Hem wordt God verheerlijkt. En als God wordt verheerlijkt in Hem, verheerlijkt God ook Hem in zichzelf; ja, nu gaat Hij Hem verheerlijken. Kinderen, nog maar kort zal Ik bij jullie zijn. Ik geef jullie een nieuw gebod opdat je elkaar liefhebt: Met de liefde waarmee Ik jullie heb liefgehad, zullen jullie ook elkaar liefhebben. Daaraan zal iedereen kunnen zien dat jullie leerlingen van Mij zijn: als jullie onder elkaar de liefde bewaren.’ Simon Petrus zei tegen Hem: ‘Waar gaat U dan heen, Heer?’ Jezus antwoordde: ‘Waar Ik heen ga, kun je Mij nog niet volgen. Later zul je Mij volgen.’ Maar Petrus hield vol: ‘Waarom kan Ik U nu niet volgen, Heer? Ik ben bereid zelfs mijn leven voor U te geven!’ Jezus antwoordde: ‘Je bent bereid je leven voor Mij te geven? Waarachtig, Ik verzeker je: wanneer de haan kraait, zul je Me driemaal verloochend hebben.   

Tijdens de cursus geloofsverdieping vorige week zaterdag, bracht een van de deelnemers in: geloven is niet het er op nahouden van een religie, geloven is je begeven in een relatie.
Dat is ook wat Jezus ons vandaag voorhoudt, als Hij zegt:
Ik geef jullie een nieuw gebod: dat jullie elkaar liefhebben.
Dat is de uitnodiging die Jezus ons vandaag geeft. Heb elkaar lief 

Maar wat bedoelt Hij daarmee? Wat betekent dat hier: elkaar liefhebben? En met welke liefde zullen wij elkaar liefhebben? Als we verder lezen vertelt Jezus ons daar meer over – Hij zegt: Met de liefde waarmee ik jullie heb liefgehad, zullen jullie ook elkaar liefhebben. Niet met onze eigen liefde dus zullen we elkaar liefhebben, maar met de liefde waarmee Jezus ons liefheeft. Maakt dat wat uit dan? Is de liefde van Jezus een andere liefde dan die wij bezitten? De liefde van Jezus is een onvoorwaardelijke liefde. Hij bemint jong en oud, arm en rijk, ziek en gezond, slecht en goed, vriend en vijand. En hij draagt ons als zijn leerlingen op om ook onvoorwaardelijk lief te hebben als Hij zegt:
heb je vijanden lief en bid voor wie je vervolgen, dan zullen jullie kinderen worden van je Vader in de hemel, want die laat zijn zon opgaan over slechten en goeden, en Hij laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
Menselijkerwijs gesproken is dat niet te doen: je vijanden en je vervolgers van nature te beminnen. Ook Jezus kan dat niet uit zichzelf. Hij kan maar onvoorwaardelijk beminnen, omdat de liefde waarmee Hij bemint niet zijn eigen liefde is, maar de liefde van God de Vader voor Hem en alle mensen. Dat zegt Hij letterlijk verderop in het Johannes-evangelie: Met de liefde waarmee de Vader mij heeft liefgehad heb ik jullie liefgehad. met die liefde zullen ook jullie elkaar liefhebben.
De liefde waarmee Jezu ons bemint is niet zijn eigen liefde, maar de liefde van de Vader die Hem en ieder van ons liefheeft. Dat had God al eerder aan Mozes toegezegd toen Hij zei: Ik sluit een liefdesverbond met jou en heel het volk. Ik zal met jullie zijn.
Door met God zèlf in relatie te treden en zich aan zijn liefde toe te vertrouwen werd Mozes één met Gods liefde. Door met God zèlf in relatie te treden en Hem lief te hebben, werd Jezus op zijn beurt één met Gods liefde, want God is liefde. En vanuit die liefdesrelatie met God de Vader treedt Jezus in relatie met zijn leerlingen en met ons, en zegt: Ik geef jullie vandaag een nieuw gebod: dat jullie elkaar liefhebben. Met de liefde waarmee de Vader mij liefheeft heb ik jullie lief. Met die liefde zullen jullie elkaar liefhebben.
Jezus leert ons dat wij elkaar alleen dan kunnen liefhebben wanneer wij God liefhebben zoals Hij het ons heeft voorgedaan. De Vader nodigt immers ook ieder van ons uit: Heb Mij lief. Heb Mij lief, Ik die onvoorwaardelijke liefde ben, vertrouw je toe aan Mij, wil één worden met Mij, de bron van al wat is, en was, en zal zijn. Heb Mij lief in alles en allen, en niet iets of iemand. Anders blijf je gevangen in het liefhebben van dingen of mensen, die wel beminnenswaardig zijn – omdat Ik hun bron ben -, maar waarin jij mijn liefdevolle hand niet ziet en Míj niet liefhebt. Heb Mij lief in alles en allen, zegt God met Jezus tegen zijn leerlingen. Ja, antwoordt Simos Petrus, maar dat doe ik toch! Mijn leven zal ik zelfs voor Jou geven!
De liefde van Petrus mag van hemzelf geen tekort kennen. Nee, zijn liefde voor zijn Heer moest volmaakt zijn. Mijn leven zal ik zelfs voor Jou geven! Petrus spreekt alsof hij een leven van zichzelf bezit, at hij naar eigen goeddunken al dan niet zou kunnen geven. Terwijl dat leven hem elk moment uit liefde geschonken wordt, en hij dat slechts met elke ademtocht kan ontvangen. Petrus heeft niets te geven, ook al dacht hij van wel. Jezus helpt hem uit de droom en wijst hem op zijn tekort. Wanneer de haan kraait, zul je Me driemaal verloochend hebben. Petrus wil wel, maar heeft niets om zijn Heer terug te geven. Ook wij hebben van onszelf uit, elkaar niets te geven. Er is immers niets aan ons wat ons niet gegeven wordt. Daarom erkennen we elke zondag aan het begin van de viering hier voor elkaar en voor God ons tekort. Zijn wij nu met Petrus mislukte leerlingen in Jezus’ ogen? Nee. Telkens wanneer we blijmoedig ons tekort erkennen en ons zó keren tot God en tot elkaar, bevinden wij ons op zijn goede, smalle weg. God immers – die onvoorwaardelijke uitstromende liefde, die ons tot op de dag van vandaag zijn leven geeft, blijft zich maar steeds opnieuw toevertrouwen aan ons. Onvoorstelbaar. En met elke ademhaling klinkt zijn uitnodiging: Heb mij lief. Durf met Mij in relatie te treden in en doorheen al wat is; durf je met lege handen toe te vertrouwen aan Mij, en je zult worden wat Ik ben: onvoorwaardelijke liefde.
Geloven is niet het er op nahouden van een religie, noch het formuleren en navolgen van een geloofsleer. Geloven het is je begeven in een liefdesrelatie met God, om vanuit zijn liefde jezelf en elkaar te ontmoeten.  

Laat ons bidden

Bewarende God, Jij, die ons allen in jouw liefde roept en iedere mens die leeft bemint: wees het licht van onze ogen. Dat wij jouw beeld mogen ontdekken in onszelf en in elkaar, en tot instrument worden van jouw vrede. Laat ons zingend bidden.

Bewarende God, Jij, die in ieder van ons leeft en werkt: maak ons hart gevoelig voor jouw aanwezigheid: een stille bewarende kracht in ieder van ons. Leidt ons op de weg die Jij met ons wil gaan, zodat wij werkelijk tot leven komen, gunnend en bewarend worden voor elkaar. Laat ons zingend bidden

Bewarende God,

Jij, die ieder van ons jouw leven gunt en niemand van jouw volk verloren laat gaan: open ons hart voor de tekorten van elkaar. Leer ons jouw vergeving te ontvangen,  en bevrijdend te delen met elkaar.

amen

 

Huldiging van p. Tom Buitendijk in Amstelveen

Titus Brandsma, Amstelveen

gepubliceerd: zondag, 24 april 2016

Pater Tom Buitendijk o.carm vierde zondag 24 april zifoto Tom huldiging Amstelveenjn veertigjarig priesterfeest en zijn afscheid als pastoor van Amstelland in de Z. Titus Brandsmakerk in Amstelveen. Hij is al begonnen als pastoor van de gelijknamige parochie in Oss en had voor deze viering zijn letterlijke ‘come-back’ gemaakt. Het ging bij deze viering niet alleen om het vertrek van een geliefd priester…

Vele tientallen jaren zijn de karmelieten present geweest: in december 1955 arriveerde de eerste pastoor, pater Van Rijnsoever in Amstelveen om de nieuwe Karmel­parochie te stichten. Zestig jaar later vertrok de laatste Karmeliet uit de parochie, nadat het klooster naast de kerk al eind 2012 was gesloten. Daaraan is toen bijzondere aandacht besteed. Met het vertrek van pater Tom Buitendijk wordt dus ook zestig jaar Karmelpresentie afgesloten.

Na de H. Eucharistie­viering was er een drukbezochte receptie in de parochiezaal naast de kerk, waar de scheidende pastoor luisterde naar de vele waarderende woorden die hem werden toegesproken (op de foto staat de pastoor links), Het was fijn hier even bij te kunnen zijn en hem de hand te kunnen drukken en hem alle zegen toe te wensen voor zijn nieuwe opdracht.

Bron: www.arsacal.nl

Mgr. Jan Hendriks, hulpbisschop van Haarlem – Amsterdam

Overweging van zondag 17 april door p. Tom Buitendijk

U allen van harte welkom in deze viering.

Op de vierde zondag van Pasen wordt er altijd een stukje gelezen over Jezus de Goede Herder.
Pastor is het Latijnse woord voor herder.
Deze zondag wordt ook wel roepingenzondag genoemd.
Wij zijn geroepen voor elkaar herder / pastor  te zijn zoals Jezus voor ons allen is . Wij worden uitgenodigd te bidden voor mensen die een speciale roeping hebben binnen de kerk als religieus, pastoraal werker, diaken of priester. Op roepingen zondag stellen we ons ook de vraag: Zijn wij ons kerkmensen er wel voldoende van bewust dat wij allen een herderlijke , een pastorale roeping hebben ten dienste van de samenleving.

Kortom: “Waartoe ben ik  geroepen?”

Overweging

Een van de grootste mysteries van de geschiedenis is de verspreiding van het christendom. Hoe kan een beweging die de profeet Jezus van Nazareth in een uithoek van de toenmaals bekende wereld begonnen is,  uitgroeien tot de enige erkende godsdienst in het Romeinse Rijk? In het jaar 300 wordt het christendom staatgodsdienst. Het Bijbelboek Handelingen waar we uit gelezen hebben helpt ons een beetje op weg.
Twee mannen Paulus en Barnabas trekken door Klein Azië – het huidige Turkije – van stad naar stad.   In elke stad staat er wel een synagoge en daar gaan ze op sabbat over Jezus van Nazareth vertellen.
Misschien vindt u het een vreemde gedachte dat de oudste wortels van het christendom in het huidige Turkije liggen.  Er zijn talloos veel oude kerkjes die veel toeristen trekken. Helaas worden ze door de Turkse  staat niet goed onderhouden. Er zijn geen christenen die dat wel  kunnen doen.
Rond het jaar vijftig preken Paulus en Barnabas in alle vrijmoedigheid over Jezus. Ze hebben succes. Niet alleen joodse mensen luisteren, ook  heidenen –  niet –joodse mensen –zijn geïnteresseerd. De joodse elite vindt het optreden van die twee maar niets. Joden en heidenen hòren niet in een gemeenschap. God is er alleen voor het joodse volk. Neen, zeggen Paulus en Barnabas, Jezus is ook gekomen om de heidenen op het spoor van onze God te zetten.  Je kunt èn als jood èn als heiden christen, volgeling van Jezus, worden. Om de verkondiging dat Jezus voor alle mensen gekozen is worden de twee apostelen verjaagd. Ze trekken naar een andere stad en beginnen daar opnieuw in alle vrijmoedigheid het verhaal van Jezus ‘kruisdood en verrijzenis te vertellen. Waar halen ze de moed vandaan? Zelf zeggen ze : het is een opdracht van de Heer. Ze voelen zich door de Heer geroepen. Als geroepen mensen worden ze er ook op uitgezonden.  Er bestaat geen roeping zonder zending.   Ze worden erop uitgestuurd door de Heilige Geest.
Het klinkt tegenstrijdig: door de vervolging is het  geloof in Jezus zo snel verspreid. Telkens moeten de apostelen uitwijken naar een andere plaats. Maar ook: in iedere plaats blijven er enkele mensen trouw aan de boodschap.  Later vormen die mensen een kleine christelijke gemeenschap : uit joden en uit heidenen.  Overal komen in alle landstreken christelijke kernen op. Die kernen zijn  herkenbaar voor heidenen om twee dingen: de onderlinge dienstbaarheid en de liefde tot de naaste.
Deze twee kenmerken van de gemeenschap zijn aantrekkelijk voor buitenstaanders. Velen gaan geloven dat  het navolgen van Jezus óók voor hen de weg naar God is.  Niet alleen de apostelen  verkondigen het geloof.  Ook de christelijke levenswijze roept  steeds meer mensen tot de gemeenschap waarin een nieuwe manier van leven groeit.  De fundamenten van de maatschappij worden liefde en dienstbaarheid. In plaats van ‘ik ben de sterkste ‘ en ‘ik heb de meeste rechten” .  Het evangelie van Jezus heeft hèèl de samenleving doordrongen van een goede geest.
Als we deze geschiedenis het verhaal van de opgang noemen, beleven we dan heden ten dage het verhaal van de neergang, of misschien zelfs van de ondergang?   Kan het waar zijn dat de Goede Geest van Jezus uitdooft en het verhaal van zijn dood en verrijzenis niet meer verteld wordt? Kan het christelijk geloof verdwijnen uit ons land zoals het ook uit Turkije verdwenen is?  We kunnen niet in de toekomst kijken, maar onszelf wel af vragen: draag ik er toe bij dat het christelijk geloof aantrekkelijk en inspirerend is voor anderen?
Voel ik me als mens van de kerk geroepen om mensen om me heen te wijzen op de fundamenten van een samenleving in Jezus ‘Geest.  Deze fundamenten zijn: naastenliefde en dienstbaarheid.  Durf ik vrijmoedig te zeggen dat “het recht van de sterkste” en “de voorrang van mijn eigenbelang”  doodlopende wegen zijn. Zij ontwrichten heel de samenleving. Durf ik dan het verhaal van Jezus te vertellen?
Niet ieder van ons kan dat.  Wel kunnen we als parochiegemeenschap aan de samenleving voor houden wat het betekent in Jezus’ geest te leven.  Oog hebben voor mensen in nood. Aandacht hebben voor kwetsbare mensen. Bereidheid om te delen met hen die te kort komen. Kortom : doen wat Jezus deed.
Naast deze algemene roeping zijn er uit ons midden mensen met een eigen roeping. Deze mensen worden er echt op uit gestuurd om ambtshalve het evangelie te verbreiden.  Sommigen zijn geroepen deze leefstijl voor te leven in het leven als religieus: zuster, broeder, pater. Anderen zijn geroepen om zich beschikbaar te stellen voor het gewijde ambt van diaken en priester.
Op dit moment is er sprake van een roepingencrisis.  Er komen te weinig jonge religieuzen bij om het kloosterleven te vernieuwen.  Er zijn te weinig priesterkandidaten om parochiepastor te worden.  Een diaken maakte ooit een diepzinnig grapje.
“ Er zijn voldoende roepingen; er zijn alleen te weinig antwoorden”. Daarmee zei hij eigenlijk : “ het ligt niet aan God dat de kerk er zo slecht voor staat. Het ligt aan de geloofwaardigheid van de kerk. De kerk spreekt te weinig vrijmoedig   over de actualiteit van het evangelie voor de samenleving van vandaag.
Geroepen worden betekent ook erop uit gestuurd te worden. Wie luistert nog naar de stem van de Herder en gaat?

Openingsgebed.

Goede God,  in uw grote liefde hebt u ons Jezus gegeven als de Goede Herder. Hij heeft zijn  leven gegeven voor ons opdat  wij van Hem zouden leven. Hij is ons voorgegaan door donker en duister heen naar nieuw land waar vrede en vreugde wonen.
Vervul ook ons met de kracht  van uw heilige Geest om onze samenleving om te vormen tot een stukje van uw hemel op aarde. Dit bidden wij U door Christus onze Heer, Amen.

 

Gebed over de gaven.

Heer in deze gaven gedenken wij uw Zoon, de goede herder die zijn leven heeft voor ons gegeven heeft. Laat Hij ons voorgaan in deze viering van brood en wijn en ons voeren naar de bronnen  van eeuwig leven. Dit bidden wij U door Christus onze Heer, Amen.

 

Slotgebed

Goede God, als een goede herder gaat Jezus ons voor. Hij kent ieder van ons bij name en roept ons tot zijn kerk. Mogen wij in naam van Jezus goedheid en vrede  verspreiden in deze wereld. Dat wij zorgzame herders worden voor elkaar. Laat niemand van ons  alleen en verloren lopen. Dat wij in liefde met elkaar begaan zijn. Dit bidden wij U door Christus onze Heer, Amen.

Voorbede  

Pastor  God, hoor ons bidden en help ons uw roepstem te verstaan.

Lector           

Wij bidden voor de samenleving. Dat wij de christelijke fundamenten van naastenliefde en onderlinge dienstbaarheid terug vinden. Behoed ons voor enghartigheid en egoïsme.
S T I L T E  Laat ons bidden.

Lector           

Wij bidden voor de kerk. Dat wij vrijmoedig de boodschap van het evangelie uitdragen. Dat wij Jezus als onze Herder, Heer en Leidsman verkondigen. Maak ons tot trouwe navolgers van zijn mensenliefde.

S T I L T E  Laat ons bidden.

 

Lector           

Wij bidden voor onszelf als gelovige mensen. Dat wij onze roeping als christen in de wereld van vandaag verstaan. Maak ons hart ruim en gastvrij voor mensen die een beroep doen op onze hulp. Maak ons daadkrachtig in het doen van het goede.

S T I L T E  Laat ons bidden.

 

Lector           

Wij bidden om mensen die een bijzondere roeping mogen ervaren. Dat jonge vrouwen en mannen durven kiezen voor  het religieuze leven. Dat jonge mannen zich beschikbaar stellen voor het ambt van diaken en priester. Schenk uw kerk medewerkers en dienaren die zich met hart en ziel aan het evangelie wijden.

S T I L T E  Laat ons bidden.

 

Lector           

Wij bidden voor zieken in onze parochie en familiekring. Om genezende aandacht en om overgave aan Gods wil. Voor de vluchtelingen en vreemdelingen in ons midden. Dat wij hen een goede plaats gunnen in onze samenleving. Voor de baanlozen en voor hen die niet meer kunnen werken. Dat zij een plek vinden in kerk en samenleving om zinvol bezig te zijn.

S T I L T E  Laat ons bidden.

 

Pastor

God, u hebt ons  \Jezus gegeven als onze goede herder Leer ons te luisteren naar zijn roepende stem en geef ons moed om te antwoorden. Stuur ook ons erop uit om uw Boodschap te verkondigen. Dit vragen wij u op voorspraak van Titus Brandsma door Christus onze Heer. Amen.

 

Gebeden en overweging bij de viering van de Eerste Communie door p. Tom Buitendijk

Woord van welkom

Lieve mensen , u allemaal van harte welkom in deze feestelijke viering. We hebben vandaag 15 kinderen in ons midden die hun Eerste Communie gaan doen. Ze hebben zich vandaag extra mooi aangekleed. Ze hebben allemaal feestkleding aan. U moet allemaal maar eens goed naar deze kinderen kijken hoe mooi ze zijn.
Of ze ook lief zijn ….. ? Vandaag in ieder geval wel.
Heel bijzonder welkom de ouders, zussen en broers, grootouders en verdere familieleden van deze Eerste Communicanten.
Te midden van u groeien deze kinderen op. Van u ontvangen ze voeding, opvoeding en dus ook geloofsopvoeding.  Bij het doopsel van uw kind hebt u beloofd  hen op te voeden in de geest van Jezus en van het evangelie.Vandaag vieren we dat deze kinderen groot genoeg zijn om er helemaal bij te horen en dat ze in de kerk meer mogen doen met de grote mensen aan de Tafel van Jezus.

Welkom de leden van de werkgroep van de Eerste Communie. Jullie hebben met veel plezier en inzet deze kinderen voorbereid. Daar zijn we als parochiegemeenschap dankbaar voor. En natuurlijk ook welkom alle parochianen die vandaag gekomen zijn om deze 15 kinderen in ons midden te ontvangen. De kinderen willen jullie op hun eigen manier begroeten.

Overweging.
Lieve eerste communicanten, ik ga nu iets vertellen aan de grote mensen. Ik ga vertellen wat jullie geleerd hebben. Je moet maar goed luisteren of het klopt. Het project van de Eerste Communie heet: Door de Poort. Kinderen worden door de ouders op weg gezet om die poort te zoeken en te vinden. Die poort is de toegang naar een wereld waar we op hopen, waar we naar uitzien, waar we misschien zelfs van dromen. Een wereld van vrede, van welvaart voor iedereen, van mensen die respectvol met elkaar omgaan, van mensen die elkaar toekomst gunnen en er samen aan werken. Ouder en opvoeder  zijn betekent de kinderen op weg naar een gelukkig en gaaf leven zetten. Maar precies die dingen : geluk en gaafheid zijn niet automatisch. Geluk komt je niet aanwaaien.  Sommige mensen ervaren ook een hoop verdriet. Gaafheid is niet vanzelfsprekend. Ieder van ons heeft zijn zwakheden en tekorten. Mensen doen elkaar vaak pijn. Ook al willen ze dat niet.    Iedere keer opnieuw moet je een stap zetten in de richting van de wereld waar we van hopen en van dromen. Je moet de Poort naar de nieuwe wereld blijven zoeken. We ontdekken dan dat als die stap een stap is naar een medemens dat we dan samen iets goeds en iets moois kunnen ervaren.  Vriendschap. Saamhorigheid. Gemeenschap. Kerkgemeenschap. De stap naar een onbekende medemens die om onze aandacht vraagt is meestal de moeilijkste stap. Van vreemden vrienden maken is best een moeilijke opgave. Toch is dat de enige weg naar een nieuwe wereld waar het leven goed is.
Vandaag zetten we met deze vijftien kinderen een stap naar Jezus toe, een stap naar de wereld zoals Hij die liet zien.  In zijn verhalen over het Rijk van God. In zijn daden van liefde en vergeving.  In het samen brengen van allerlei verschillende mensen om hen te maken tot één gemeenschap.
Wij gaan met onze kinderen naar Jezus toe.  Maar Jezus komt ons ook tegemoet. Hij zet ook stappen naar ons.  Hij komt naar ons toe met brood en beker en zegt: dat ben ik voor jullie. Bron van kracht om in liefde te leven. Wie dit brood met elkaar deelt en ervan eet, is al in die nieuwe wereld.  Waar jullie het leven met elkaar delen, daar zal ik bij jullie zijn.
Jezus zelf is de Poort naar de nieuwe wereld. Wie aan Zijn hand door het leven gaat, maakt het leven van anderen mooi en wordt daardoor een zelf een gelukkig en gaaf mens. Daartoe doen de vijftien prachtige kinderen vandaag hun eerste communie. Om groot, sterk, gaaf en goed en gelukkig te worden. Zulke kinderen hebben we nodig in de kerk en de samenleving. Kinderen die vrienden van Jezus zijn.  Amen.

Inleiding door Henk Peters bij gelegenheid van de Welkomstviering op 3 april van p. Tom Buitendijk

Hartelijk welkom Tom, hartelijk welkom ook de mensen die van je houden, je zussen en zwagers, je familie en vrienden. De mensen ook van de Titus Brandsmaparochie van Amstelveen waar je 18 jaar mee bent opgetrokken. Hartelijk welkom de mensen die ongetwijfeld van je gaan houden: de mannen, vrouwen, jongeren van de Osse Titus Brandsmaparochie. Hartelijk welkom onze gasten: namens het gemeentebestuur van Oss de locoburgemeester en alle vertegenwoordigers van de Osse kerken en welzijnsinstellingen. Sinds mijn vroegste jeugd herinner ik me dat er in de kerken gebeden werd om arbeiders in Gods wijngaard. Nou is bidden niet hetzelfde als een bestelling plaatsen, toch is dat gebed van het Gods- volk overvloedig verhoord. We zijn overstelpt met vrijwilligers die onbetaald en met een geweldige professionele inzet in Gods wijngaard aan het helpen zijn geslagen. In liturgie en pastoraat maar vooral ook in de diaconie. Dat bracht een aanstekelijk enthousiasme te weeg. De pastorale scholen hadden hun handen vol aan scholing en toerusting van al die enthousiastelingen. Mensen gingen er fier op dat ze mee mochten doen en kwamen tot de ontdekking dat ze over onvermoede talenten beschikten. We herinneren ons ongetwijfeld ook nog het enthousiasme van onze jongeren rond tienermissen of beatmissen. Dat waren talentenjachten want ze leerden er niet alleen samen zingen, maar ook spreken in het openbaar en zich verdiepen in religieuze en maatschappelijke onderwerpen.
Maar een behoorlijk deel van “het Gistlijk” werd van zoveel ongeleid enthousiasme niet blij. Die waren gewend namens God te spreken maar God ging op deze manier toch wel een erg eigenwijze gang door al die leken op hun dak te sturen. Nee, lieve Heer, met zo’n zooitje ongeregeld lekenspul maak je ons niet blij. Je moet het ons maar niet kwalijk nemen maar die werken wij de kerk uit te beginnen bij het priesterkoor….In 1982 werd dat met een bisschoppensynode plechtig tot beleid gemaakt. Het heeft even geduurd maar we zijn er als kerk intussen al aardig wat kwijt en die lawaaierige jeugd al zowat helemaal.
Wat overeind bleef was een celibataire priesterkerk en waar het om draaide eucharistie en sacramenten. Dat werd het hart van de kerk en daar hadden leken niks te zoeken. Maar o.a. in de parochies die door Karmelieten werden bediend bleef de wind waaien die met het Vaticaans concilie was opgestoken. God bleef daar voorbij gaan als een briesje in de nacht, Daar bleven lekenmensen welkom en betrokken mee doen, zelfs al die mensen vrouwen waren.
Natuurlijk was het op de eerste plaats hevig schrikken toen we als parochie kennis namen van de slopende ziekte waar pater George Zeegers mee werd geconfronteerd, maar we realiseerden ons ook dat het voor ons dubbele smart zou kunnen worden als we noodgedwongen gedreven zouden worden in de armen van onze moeder de priesterkerk die zich weinig hartelijk en uitnodigend laat kennen. De kerk van de bisschoppen Bekkers en Bluyssen een vage herinnering. Maar de lieve God kent onze droom van een hartelijke uitnodigende kerk en met Zijn hulp en een even behulpzame prior-provinciaal gingen er zaken zo samen vallen dat onze vrees ongegrond bleek en werd er een pater gevonden (vitaal grijs) die nog wel bereid was een doorstart te maken in het pastoraat op de plek waar hij vandaag veertig jaar geleden geroepen en bevestigd werd in het priesterambt. Jawel door de toenmalige bisschop van Groningen. Er ging toen al niks boven Groningen.
Wie is pater Tom Buitendijk. Afkomstig uit Rotterdam en dus vertrouwd met het gezegde dat zo ongeveer luidt “Geen discussies maar poetsen”. Ik heb zijn drie zussen leren kennen: die kunnen het allebei en ook nog tegelijkertijd. Tom komt uit dat nest en weet dus van aanpakken. Ik heb ook ontdekt dat hij veel werkzaamheden graag aan vrouwen over laat en echt niet alleen het poetsen. Vrouwen in de kerk hebben niks te vrezen, bij Tom zijn ze welkom. En dat geldt voor alle vrijwilligers en beroepskrachten.
Met Tom Buitendijk samenwerken zal waarachtig wel gaan. Maar kan hij ook met ons Brabanders uit de voeten? Onze gastvrijheid is spreekwoordelijk. Heel Nederland heeft daar kennis van kunnen nemen door hoe het er in het naburige Heesch aan toe ging en in onze eigen straten toen het over de komst van vluchtelingen ging. We worden niet allemaal gehinderd door een groot hart en een beetje gezond verstand. Toch kun je Brabanders omschrijven als mensen die zalig kunnen lachen, zielig kunnen prakkiseren en een geweten hebben als een schuurdeur. Zalig lachen want we willen van het leven graag een feestje maken voor iedereen. Daarom moet de kerk niemand de maat nemen maar een hartelijke maat voor je zijn. Het glas half vol en we vatten er nog ene. We kunnen zielig prakkezeren. We kunnen erg tobberig zijn. Ons druk maken over ellende die nooit komt: dan is het glas half leeg.  Maar gelukkig hebben we een geweten als een schuurdeur. Tenslotte voor geen gat gevangen: we zien er altijd wel een gat in en anders maken we dat. En we zijn niet te beroerd om aan te pakken.
Gaat het tussen Tom – onze nieuwe pastoor – en ons liefde worden? Ik denk het wel en heb er ook alle vertrouwen in. We hebben allebei – hij en wij – het hart op de goeie plaats: een beetje links van het midden. Als dat blijft kloppen voor de mensen naast ons, hartelijk en uitnodigend, geven we Liefde een gezicht, de goeie God een gezicht. En dat zien we als onze opdracht. Je maakte een opmerking over kerk-zijn die me erg aansprak. Je zei: “Het is niet de vraag of mensen iets voor de kerk kunnen betekenen, maar we moeten zoeken naar wat wij als kerk voor mensen kunnen betekenen.” Vanuit dat perspectief willen we er voor mensen zijn, heel de mens en alle mensen.
Met deze gedachte mag ik je verwelkomen als onze parochieherder. Nou zijn er in de wereld twee soorten herders. Je hebt herders die voor hun kudde uitlopen. Dat zijn herders  die weten wat goed is voor hun schapen en die laten ze mekkeren en blaten zonder er gehoor aan te geven. En dan zijn ook herders die achter hun kudde aanlopen. Die hebben het vertrouwen dat hun kudde zelf wel kan bepalen waar goed voedsel te vinden is. Zelf stellen ze zich één opdracht nl de kudde bij elkaar houden. Met dit laatste type herder is de Titus Brandsmakudde het meest vertrouwd en dan heb je als herder ook de kans om af en toe in het gras te gaan liggen en te genieten van het goede leven.
We zitten in het tijdsgewricht van transities zoals  de noodzakelijke veranderingen worden aangeduid die op allerlei gebied moeten worden gerealiseerd. We kennen het gejammer over de zorg die anders moet, de gezondheidszorg, het onderwijs, de jeugdzorg enz. Onze samenleving is niet meer hetzelfde als in 1970. En iedereen ziet ook wel dat we anders met geloof en kerk omgaan dan veertig jaar geleden toen jij tot priester werd gewijd. Ook geloof en kerk vragen om transities. Dat is de dingen op een andere manier doen. We moeten als het ware een nieuwe manier van kerk-zijn gaan uitvinden. Voor een symposium van de Roerom had ik de bisschop van Groningen uitgenodigd om over die kerkelijke transities een verhaal te houden in onze Jozefkerk. Hij belde me een paar weken geleden om af te stemmen wat de inhoud moest zijn. Toeval bestaat niet maar hij gaat intussen als bisschop van Den Bosch op mijn uitnodiging in. Weer een bisschop uit Groningen die de toon zet voor nu wellicht jouw laatste arbeidzame periode. Zijn verhaal: ik wil de noodzakelijke transities tot stand brengen door muren af te breken en bruggen te bouwen in de geest van Paus Franciscus. Dat willen wij samen met jou Tom ook doen. We moeten overstappen maken naar een nieuwe manier van kerk zijn. Dat kan alleen door muren af te breken en bruggen te bouwen. Ik heb alle vertrouwen in een goeie samenwerking met jou. Daarom ben ik hartstikke blij met je komst naar Oss. Maar ik juich op z’n Brabants met mijn handen in mijn zakken: kan niemand zeggen dat ik te vroeg gejuicht heb en kan ik zonder dat het opvalt altijd terug.
Met het hiërarchische rijtje Paus Franciscus, Bisschop Gerard de Korte, Pastoor Tom Buitendijk zet de kerk eindelijk weer met één stem in met een laudato si. Een lofzang in majeur en geen gesomber. Wij prijzen ons gelukkig met jouw komst, voel je welkom en ik nodig je graag uit om ons voor te gaan als onze nieuwe herder.

Overweging en gebeden van zondag 3 april 2016 door p. Tom Buitendijk

Inleiding.

Van harte welkom U allen in deze viering.
Parochianen van de Titus Brandsma geloofsgemeenschap in Amstelveen;
Parochianen van de Titus Brandsmageloofsgemeenschap in Oss.
( Deze volgorde is alfabetisch!)
Vandaag vieren wij Beloken Pasen – het sluiten van de Paasweek.
Vanaf nu worden wij erop uitgezonden om in woord en daad de Verrezen Christus aan de samenleving bekend te maken.
Veertig jaar geleden ben ik op deze dag priester gewijd om als pastor deze verkondigingstaak op me te nemen.Veertig jaar later ben ik gevraagd pastor in Oss te worden en om nog enkele jaren door te werken. Straks wordt ik officieel welkom geheten in uw midden.Ik had Monseigneur Bernard Möller, bisschop van Groningen, die mij gewijd heeft, beloofd een keer een benoeming in zijn bisdom te aanvaarden. Nu is het zelfs zo dat huidige de bisschop van Groningen, Mgr. Gerard de Korte, naar het bisdom Den Bosch komt. Mooier kunnen we het niet krijgen. Willen we een ogenblik stil worden in ons zelf om in ons de vraag toet laten: “ Helpt twijfelen mij om te geloven? “

Overweging
Op een zekere nacht kreeg de vrome bisschop Sint Martinus een visioen.
Het is dezelfde Martinus als die van de mantel. Hij zag in een verschijning Christus naar zich toekomen in alle pracht en heerlijkheid. “Wie ben je? “, riep Martinus angstig. “Ik ben de Verheerlijkte Heer”, zei de gestalte. “Dat ben je niet”, roep Martinus uit, “ik zie de littekens van de wonden niet.” “Ik kom niet van het kruis”, zei de verschijning, “ik kom rechtstreeks vanuit de hemel”. “ Ga weg, ga weg, “riep Martinus boos uit. “Als je geen wonden hebt, dan ben je Christus niet. Je bent de duivel. Je bent de duivel.” De gestalte verdween. Deze legende is veel zeggend. Wij zijn als christenen niet verzameld rond een onkwetsbare held die onze redder is. Wij worden geroepen en verzameld door een gewonde Messias. Een Gezalfde van God die ook na zijn overwinning op de dood, de tekens van de wonden draagt. Deze wonden zijn de blijvende tekens van zijn levenswijze. Tekens van solidariteit met hen die lijden. Tekens van de pijn en de strijd om de boodschap van liefde te verkondigen. Tekens van kwetsbaarheid van het menselijk bestaan. Wij zijn volgelingen van een gewonde geneesheer die de littekens niet verbergt maar ze toont als kenmerk van zijn waarachtigheid. Het lichaam van Christus is altijd een lichaam dat geleden heeft en in zijn kerk nog steeds lijdt. De Kerk als lichaam van Christus lijdt nog steeds in vele wonden. Door eigen fouten. Door vervolging, Door onverschilligheid. Door miskenning.
Toen ik veertig jaar geleden in de Scheppingskerk tot priester werd gewijd, heeft de bisschop voornamelijk gesproken over de vrede en de vreugde als gaven van de Verrezen Christus. Gaven die ik als jonge priester mocht gaan verkondigen en uitdelen aan de mensen die mij zouden worden toevertrouwd. Het was toen al een tijd van schraalte in de kerk. Wijdingen waren zeldzaam in die dagen. De kerkgeschiedenis van de afgelopen veertig jaar is geen glorieus verhaal. Toch zijn het deze gaven van vrede en vreugde van de Heer die voor mij het leven als pastor en priester mooi hebben gemaakt.
In vrede zeg ik nog altijd “ja, hier ben ik om uw dienaar” te worden. Natuurlijk heb ik ook me weleens afgevraagd of ik het over zou doen als ik er weer voor stond. Maar ik heb er nooit aan getwijfeld dat het toen goede beslissing was.
De vrede – de shalom – die de Verrezen Heer geeft, is voor mij bron van kracht om deze vrede uit te dragen in het dagelijkse pastorale werk. Ik zie het als mijn taak de kerk tot een hechte gemeenschap te maken die zorg draagt voor de kwaliteit van de samenleving. De kerk is er niet voor zich zelf alleen; de kerk is er met het oog op het geluk van de wereld. De kerk is teken van heil en instrument van vrede.
In mijn pastorale werk heb ik ook altijd vreugde mogen ondervinden. Bij feestelijke gebeurtenissen als doopsels, huwelijkssluitingen. Maar ook bij het begeleiden van zieken en stervenden. Dan mag je delen in het verdriet van mensen en kun je vanuit het licht van het evangelie iets van hoop en troost bieden. Wij leven als gelovigen vanuit de diepe innerlijke zekerheid dat de vreugde van de Verrezen Christus onze bestemming is. Wij zijn geroepen om als christen blije vrolijke en opgewekte mensen te zijn.
Vrede en vreugde komen niet automatisch aanwaaien. Er is ook veel in de kerk dat tegenspreekt. Chagrijn, moedeloosheid, onverschilligheid komen ook voor en lijken soms de overhand te hebben.
Soms lijkt de kerk op de groep van tien apostelen die na de schokkende dood van Jezus radeloos bijeen zitten en niet weten wat te doen. Ze hebben Jezus in de steek gelaten. Zijn weg lijkt dood gelopen. Was zijn boodschap van liefde niet teveel van het goede in deze wereld van het kwaad? Was zijn boodschap van vergeving niet een pijnlijk misverstand? Is het reële leven niet veel harder dan de nieuwe werkelijkheid die Jezus wil brengen? Vergist u zich niet: deze vragen zijn hoogst actueel en klinken in allerlei varianten ook vandaag. Gaat het evangelie wel ergens over of is het alleen maar mooi een verhaal? Pasen zegt: Het is méér dan een verhaal. Ineens ervaren de leerlingen dat de Heer in hun midden is en hen zijn vrede toezegt. Ineens ervaren zij Jezus ‘aanwezigheid in hun midden. Over hen valt een diep gevoel van vrede en vreugde.
Een van de twaalf is er die avond niet bij. Uiteraard Judas niet. Maar ook Thomas niet. Die Thomas is een van de trouwste apostelen. “Laten we met Jezus mee gaan om te sterven”, had hij ooit gezegd. Nu hij zich weer bij de groep aansluit roepen ze blij opgetogen uit: “Wij hebben de Heer gezien”. In plaats van te juichen, vraagt Thomas: “Hebben jullie zijn wonden gezien? Weet je zeker dat de Heer die jullie zagen de gekruisigde en gedode Jezus is? Zolang ik die wonden niet zie, zal ik niet geloven.” Deze ontnuchterende reactie zet de leerlingen tot nadenken aan.
Acht dagen later komt de Heer weer in hun midden en nodigt Thomas uit: “Zie mijn wonden en voel ze. Wees niet langer ongelovig, maar gelovig.”
Thomas geeft zich vol vertrouwen over aan de Heer en spreekt de eerste en de kortste geloofsbelijdenis: “Mijn Heer en mijn God”.
Thomas wil zich gelovig aan de Heer toevertrouwen die de wonden blijft dragen en die zo laat zien dat het lijden in deze tijd overwonnen kan worden. Niet door het te ontkennen en er langs heen te leven. Maar door het leed te aanvaarden, te dragen en er een weg mee vinden. Wij volgen geen held, maar een gewonde geneesheer. Paus Gregorius de Grote zei – eind zesde eeuw – in een preek: “Het ongeloof van de apostel Thomas is voor ons van groter nut dan het geloof van de andere apostelen.” Het ongeloof van Thomas behoedt ons voor een zelfgenoegzame kerk die blij en tevreden het eigen geloof viert, maar die de zo geschonden wereld met al zijn leed niet toelaat. Zo’n feestende kerk is niet de kerk van de Heer. De kerk van de Heer zal nooit zonder lijden zijn. De kerk van de Heer aanvaardt het lijden van deze tijd …….om het te overwinnen. Het zou niet goed zijn als ‘ongeloof ‘het kenmerk van een priester is. Maar zoals Thomas kritisch nadenken over kerk, geloof en wereld is ook een priesterlijk werk. Zo denk ik er al veertig jaar over.

Pastor

Bidden wij in vertrouwen tot God die ons door strijd en lijden heen voert om te wandelen in zijn licht.

Lector

Wij bidden voor de geloofsgemeenschappen van Titus Brandsma in Oss en in Amstelveen. Om een hechte samenhang waardoor mensen zich bij elkaar thuis voelen. Om een dieper verbondenheid met Christus als bron van vrede en vreugde. Om geloof in de toekomst wat het ook worden zal.

S T I L T E laat ons bidden.

Lector

Wij bidden voor de samenleving waarin wij wonen, leven en werken. Dat wij bereid zijn elkaars lasten te dragen. Dat wij de met eerbied over medemensen spreken en hen hartelijk tegemoet treden. Mogen wij vluchtelinge en vreemdelingen zien als mensen van wie God houdt zoals Hij ook ons bemint.

S T I L T E laat ons bidden.

Lector

Wij bidden voor hen die U tot het kerkelijke dienstwerk geroepen hebt. Vrouwen en mannen, vrijwilligers en beroepskrachten, leken en gewijde ambtsdragers. Dat zij hun vreugde vinden in het werken aan de kerk. Dat hun dienstbaarheid vele mensen op de weg van Jezus brengt.

S T I L T E Laat ons bidden.

 

Lector

Wij bidden voor mensen voor wie het leven zwaar en moeilijk is door pijn en verdriet, door baanloosheid en gebrek aan toekomstperspectief. Mogen wij door te delen in hun lijden en door hun lasten mede te dragen hun leven verlichten. Help ons opgewekt en blij onze weg in het leven te gaan.

S T I L T E Laat ons bidden.

 

 

Pastor

God, wij danken u voor de goedheid die U ons toont in Jezus uw Zoon. Hij is de gewonde Messias die ons aanspoort het lijden van deze te overwinnen door in vrede en vreugde elkaars leven te delen.

Dit bidden wij U door Christus onze Heer.