Categorie archief: Geen categorie

Overweging van zondag 13-8-2017 door p. Tom Buitendijk

Inleiding

Van harte welkom in deze viering. We ontmoeten vandaag twee  Bijbelse figuren die ons van God kunnen vertellen:
De grote profeet Elia en de Petrus, de eerste van de apostelen. Zij zijn verkondigers van Gods Aanwezigheid in onze wereld. Beiden worden beproefd in hun geloof. De vurige profeet Elia wordt moedeloos en Petrus de rots van de kerk wankelmoedig. Beiden ervaren dat God toch meer en anders is dan zij dachten. God komt ons op vele en vaal onverwachte wijzen tegemoet. Van ons wordt gevraagd ons ogen en oren open te houden. Er is meer van God te zien dan wij denken.

Openingsgebed
Heer, leer ons op u te vertrouwen dat wij altijd ons oog op u gericht houden. Neem ons bij de hand zodat wij met uw kracht stormen tegenwind in ons leven kunnen door staan. Behoed ons voor het ondergaan. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

Gebed over de gaven
Heer, u nodigt ons uit naar U toe te komen. Wanneer wij op weg gaan komt U ons tegemoet met uw gaven van brood en wijn. Mogen wij hierin de levenskracht van Christus ontmoeten die voor ons bron van eeuwig leven is. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

Slotgebed
Heer, leer ons de schijnzekerheden van het leven los te laten. Dat wij ons geluk en ons heil niet zoeken in wat vergankelijk is en ten onder kan gaan. Geef dat wij de angst om zelfbehoud overwinnen om ons toe te kunnen vertrouwen aan uw belofte van een toekomst van rust en recht, van liefde en vrede. Dit bidden wij U door Christus onze Heer

Overweging.
Mensen van de een en twintigste eeuw zijn hele rationele wezens geworden. Alles moet logisch zijn en wetenschappelijk verantwoord. “God heeft ons niet geschapen, want wij stammen van de apen af”, zei een jongetje opgetogen. Dat had hij gehoord van de meester en hij concludeerde verder: “Als God niet bestaat, hoeven we ook niet meer naar de kerk toe”. Beproefde wetenschap is helemaal waar. Toch zijn onze ervaringen vaak anders. We weten allemaal dat de zon niet ondergaat. De zon staat voor eeuwig op haar vaste plek in het heelal. De aarde draait zich van de zon af en daardoor wordt het licht en donker om ons heen. Een paar dagen geleden stond ik op de Normandische kust aan de Atlantische Oceaan en zag de weerspiegeling van het laatste zonlicht over het water en de zon als een vurige bol in zee zakken. En ik zei tegen Nico: “God, wat mooi is dat!”. Beiden waren we stil tot het laatste streepje licht verdween .Een zonsondergang zien is niets bijzonders, maar toch raakt het je dieper dan de wetenschap dat de aarde een stukje verder om haar as is gedraaid. Door een zonsondergang ga je niet in God geloven. Maar de schoonheid van de natuur kan je wel op het spoor van God zetten. Het goddelijke, de schoonheid en de natuur zijn drie gegevens waardoor de mens tot in zijn ziel geraakt kan worden. Wetenschap kan je enthousiast maken en tot bewondering brengen, maar het raakt meer je verstand dan je hart. Alles terugbrengen tot wat wetenschappelijk verantwoord is, maakt ons tot beperkte mensen. Je kunt niet over water lopen. Dat is duidelijk. Kun je daarom niet het gevoel hebben dat je soms over water loopt en door stormen wordt overmand? Waar wij God vermoeden in de natuur, daar sprak in vroegere eeuwen de natuur als vanzelf van God. Natuurverschijnselen waren openbaringen van God. In storm en wind, in aardbevingen, donder en bliksem ervoeren de mensen Gods Kracht en Gods Macht. Veelal ervoeren ze de elementen als straf van God vanwege hun tekorten en hun onvermogen. De natuur was het boek waarin zij Gods welwillendheid of toorn lazen. De natuur was geen onderwerp van onderzoek en studie. De natuur was Gods aanwezigheid waarin de mens zich geborgen wist of waarvoor hij vreesde. Toch kan God ook verrassend nieuw en anders zijn. Over die nieuwheid van God gaan de lezingen van vandaag.
De vurige en van ijver van God vervulde profeet Elia is op de vlucht. Hij vreest   voor zijn leven. Maar meer nog: hij is wanhopig, twijfelt over zijn roeping, hij voelt zich mislukt en wil dan maar liever dood. In de woestijn slaapt hij onder een bremstruik en hoopt weg te glijden uit dit leven dat hem te zwaar geworden is. Een engel wekt hem, geeft hem water en brood en gebiedt hem naar de Horeb te gaan. De Horeb is het gebergte waarin God tot Mozes gesproken heeft. Bij de Horen aangekomen zoekt hij een veilig onderkomen in een grot om er te overnachten. Dan hoort hij een stem: “Ga naar buiten, Elia, en treed aan voor de Heer op de berg”. Kom uit de veiligheid van de grot. Kom in beweging. Stel je bloot aan de Tegenwoordigheid van God. Ook voor vandaag geldt dit: wie God wil ontmoeten moet zijn bestaande zekerheid en veiligheid loslaten. Pas als je in beweging komt en uit zichzelf treedt, kan God naar je toekomen. Wie zich open stelt voor God kan Hem ontmoeten. Op de wijze die God kiest. Niet zoals wij denken. Niet in de storm, niet in de aardbeving, niet in het vuur. Maar in het suizen van een zachte bries, een ademtocht van Godswege die de stilte niet breekt. In die hoorbare stilte gaat God voorbij. Teder en vertederend. In die stilte wordt Elia herboren en krijgt hij nieuwe moed om zijn roeping te volgen en zijn zending voort te zetten.
Ook vandaag is ontmoeting met God mogelijk. Ook wij kunnen ons door God laten vinden. Als wij het lawaai om ons heen en het geroezemoes in ons hoofd tot bedaren kunnen brengen, kunnen ook wij tot heilzame stilte komen. Tijdens de vakantie waarin je niet wordt opgeslokt door het alsmaar voortdurende nieuws over rampen, oorlogen en onheil, kunnen we gevoeliger worden voor de stem die de stilte niet breekt en die ons uitnodigt om opnieuw “ ja” te zeggen tegen het leven.
Veel mensen doen onder de vakantie wat ze thuis ook kunnen doen: tijd uit trekken voor stilte, bezinnen op wat wezenlijk nodig is, luisteren naar wat de Geest je in geeft. Kortom: dagelijks tijd uit trekken voor gebed. Wanneer we ons in gebed dagelijks open stellen voor God, dan kunnen wij de drukte, de gehaastheid en de ingewikkeldheid van het leven beter aan. Je geest opruimen en leeg maken om open te worden voor God vraagt om voortdurende oefening. Sportlui hebben alles over voor een gezond en sterk lichaam. Dat vinden we normaal. Toch zou het goed zijn om ons ook te oefenen in geestelijke versterking en verdieping. Waarom is dat niet normaal?
Natuurlijk lukt de eerste oefening niet. “Zal ik in storm en wind naar u toekomen?”,   vraagt Petrus aan Jezus. Hij ziet dat Jezus de machten van water en storm trotseert. Jezus is geen spook. Jezus heerst over de elementen. In Jezus leeft Gods kracht. “Zal ik ook over water lopen, Jezus?” “Kom”, zegt Jezus. Petrus verlaat de veiligheid van de boot en stelt zich bloot aan water en wind. Zodra hij merkt hoe stevig de storm is, wordt hij doodbang. “ Heer, red mij.” Jezus steekt zijn hand uit en helpt hem in de boot. “Kleingelovige!”, zegt hij. Hierin klinkt iets vertederends door. Geen verwijt. “Petrus, je hebt het geprobeerd.”
Ook vandaag is het nog waar. Om storm en golven te doorstaan moet je oefenen en de handen grijpen die je kunnen redden. Vertrouwen in het leven lukt alleen als je het vaker probeert. Je toevertrouwen aan een ander leer je door beproevingen heen. Langzamerhand zul je Gods reddende kracht ontdekken en ervaren. Niemand van ons komt onbeschadigde en vrij van angst door het leven heen.  Ziekte, baanloosheid, verdriet, miskenning, vaak ook domme pech of stomme ongelukken doen ons verzuchten: “Ik wou dat ik niet meer hoef. Ik wil weg uit dit leven”. Dan is er een ook voor ons wellicht engel die zegt: “ Hier heb je brood en drinken. Ga op weg om God nieuw te ontmoeten.” Soms zijn we te zwaar belast en zinken we door de bodem van het leven heen. “Heer, help me. Alleen kan ik het niet! ” Dan is er wellicht een reddende hand en een lieve stem: “Kleingelovige, als je mijn hand grijpt, dan red je het wel”.  God komt ons op velerlei wijzen tegemoet. Heel vaak ook gewoon in mensen op wiens trouw je mag steunen. Je moet dan wel even stil worden om dat te horen en te zien. Amen.

Voorbede

Pastor : God, u kent onze nood. Hoor ons gebed. Steek uw reddende hand uit.

Lector:
Voor mensen die overspoeld worden door angst ,onzekerheid en verdriet. Dat zij het geloof in het leven niet verliezen. Help hen uw aanwezigheid te ervaren in goed mensen om hen heen.
S T I L T E Laat ons bidden.

Lector:
Voor mensen voor wie het leven te zwaar en te veeleisend is zodat ze het dagelijks bestaan niet aan kunnen. Wek in hen het vertrouwen dat er mensen zijn die hen helpend nabij willen zijn.
S T I L T E Laat ons bidden.

 

Lector:

Voor de kerk die de stem en de uitgestoken hand van Jezus wil zijn. Dat zij woorden van bemoediging spreekt, tekens van liefde doet en verdieping geeft aan het leven van alledag.
S T I L T E Laat ons bidden.

 

Lector:

Voor de vervolgde christenen en andere religieuze minderheden in het Midden Oosten die verjaagd worden uit hun dorpen en steden en op de vlucht slaan. Sta hen bij in hun pogingen om elders een nieuw leven op te bouwen.
S T I L T E Laat ons bidden.

Lector
Voor onze geloofsgemeenschap. Voor de zieken, de bedroefden en de vereenzaamden. Dat wij onze handen naar hen uitstrekken.

S t i l te

Voor de intenties in het boek.
Om verhoring op voorspraak van de H. Anna en de Z. Titus Brandsma.
S T I L T E Laat ons bidden.

 

Pastor

Heer, onze God, wil onze gebeden verhoren. Spreek in ons leven en reik ons uw reddende hand. Door Christus onze Heer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overweging van zondag 6-8-2017 door p. Tom Buitendijk

U allen van harte welkom in deze viering. Vandaag vieren we een bijzonder feest: de Gedaanteverandering van Jezus op de berg Tabor. De vraag is natuurlijk: wat heeft dat met ons te maken? Het antwoord zullen we alleen vinden als we als het ware met Jezus mee gaan; de berg op. Willen we aan het begin van deze viering bidden om ontferming.

 

Openingsgebed

God op de berg hebt u ons Jezus laten zien als de verrezen heer. Mogen wij die op onze levensweg Jezus willen volgen, delen in de kracht van de verrijzenis. Laat ons luisteren naar uw Woord dat ons tot uw geliefde kinderen maakt. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Gebed over de gaven.

God, vervul deze gaven van brood en wijn met de kracht van de Heilige Geest. Wees in ons midden en sterk ons op onze weg naar u toe. Maak ons nu reeds deelgenoten aan het komende feestmaal en help ons vrede en vreugde te delen met alle mensen. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Slotgebed

God, door uw woord worden wij aangesproken uw kinderen te zijn in deze wereld. Geef ons de moed van ons geloof in u te getuigen, geef ons de kracht om het goede te doen. Help ons het licht van uw liefde te laten stralen in de wereld van vandaag. Dit bidden wij U door Christus onze Heer.

Overweging.

Pater George Zeegers was een enthousiast bergbeklimmer. Geen alpinist of beklimmer van de Mount Everest. Hij maakte met enige anderen wel flinke stevige bergwandelingen. Het mooist vond hij, als ze een top bereikt hadden, de uitzichten. Het fijnst was het gevoel: ik heb het gehaald! “Heel af en toe”, zei hij, “heb je de ervaring dat je helemaal ten diepste jezelf bent. Zoals ik daar nu sta op de top val ik samen met al mijn dromen, wensen en verlangens; ik word overstroom door dankbaarheid; ik voel me kind van God”. George was niet zo’n prater over zijn innerlijke gevoelens. Toen hij dat vertelde was hij echt helemaal verwonderd over zich zelf en blij. Op de top van een berg had hij een top-ervaring. Het is natuurlijk niet hetzelfde, maar ook in het evangelie kun je als het ware een top –ervaring van Jezus lezen. De berg Tabor is niet zo geweldig hoog. 588 meter. Als je tijd genoeg hebt kun je rustig naar boven wandelen. Het gaat niet om de hoogte of om de moeite van de wandeling. In de bijbel zijn bergen ook altijd ontmoetingsplaatsen van God en mens. Bergen helpen je even boven het gewone leven uit te stijgen. Bergen helpen je om je hart te verheffen. We begonnen deze viering dan ook met :“Wij treden biddend in uw licht; op U is onze hoop gericht”. Kort daarvoor was Jezus met zijn leerlingen in het gebied van Caesarea Filippi: boven in Galilea. Hij heeft in Galilea zijn boodschap van het komende koninkrijk verkondigd. Hij heeft het in daden waar gemaakt: zieken zijn genezen, blinden kunnen zien, lammen kunnen lopen. Terecht vragen mensen zich af: is Hij niet de beloofde Messias die komen zal om ons allen te redden? Jezus voelt de zwaarte van die vraag en vraagt vertwijfeld aan zijn leerlingen: wie zeggen de mensen dat ik ben? Petrus antwoordt; U bent de Christus! In zekere zin gerustgesteld gaat Jezus dan op weg naar Jerusalem om ook daar zijn Boodschap te verkondigen. In het centrum van de religieuze macht. Hij weet dat Hij tegenstand zal ontmoeten; Hij weet dat het gevaarlijk is ; Hij weet dat Hij in Galilea kan blijven; Hij weet dat het zijn roeping en zijn opdracht is naar Jeruzalem te gaan. Vastberaden maar niet zonder angst gaat Hij op weg. Onderweg bereiken ze de berg Tabor. De berg is voor Jezus een uitnodiging om te gaan bidden. Om van God te horen : ‘je bent op de goede weg”. Met drie leerlingen die later ook mee gaan naar de Hof van Olijven, gaat hij de berg op. “ Wij treden biddend in uw licht ; op U is onze hoop gericht”. Daar, boven op de berg , wordt Jezus door goddelijke licht overvallen; of ook: daar breekt het goddelijk licht dat in hem woont, in alle uitbundigheid door. Zijn gelaat gaat stralen als de zon; zijn kleren zijn stralend wit. Daar staat Hij dan …. zoals Hij straks zal opstaan, de verrezen Christus, zijn verlangen en dromen vervuld, zijn roeping volbracht, helemaal zoon van God. In die vertwijfeling en in die angst zijn opdracht te vervullen in Jerusalem wordt hij opgetild, getroost, gesterkt, bemoedigd. “ je bènt kind naar mijn hart”. Die geschonken overtuiging: “Ik ben Gods Zoon, Ik ben kind naar Gods hart” wordt bevestigd door Mozes en Elia. Door Wet en Profeten. Heel de Bijbel getuigt van Hem. Op de top van de berg een top ervaring.
Wij zijn zingend en biddend in dat stralende licht getreden. Samen met de drie apostelen. Net als Petrus zouden we tenten willen opslaan. In dat goddelijk licht willen wij wel wonen. Maar ja, top ervaringen duren maar even en de werkelijkheid beneden aan de voet van de berg wacht.   Maar voordat we de berg afgaan worden we door een wolk overschaduwd. Een wolk die Gods aanwezigheid aan onze ogen onttrekt. Een wolk die wel onze oren raakt met een stem: Luister naar Hem. Luister naar Jezus die straks op weg gaat naar Jeruzalem; luister naar Hem die tegenstand zal ontmoeten ; luister naar Hem die straks zijn kruis zal dragen ; Luister naar Hem die uit liefde sterft ; luister naar Hem …. en herinner je dat je Hem eens hebt gezien boven op de berg in glans en glorie.
Wij zijn zingend en biddend in dat stralende licht getreden. Die stem : Luister! Dit is mijn Zoon! klinkt ook in on ze oren. De aanwijzing dat Jezus door tegenstand, lijden en dood heen de Verrezen Christus is, kan ook ons bemoedigen op onze levensweg Jezus achterna. Ook in het donker van ons leven kan het licht van Pasen schijnen. Christen-zijn is in onze dagen niet altijd gemakkelijk. Dat is Jezus navolgen natuurlijk nooit. Christen – zijn vraagt altijd om tegendraads leven. Wij leven wel In de wereld, maar zijn toch niet van de wereld. Wij zijn meer burgers van het komende koninkrijk dan mensen die zich schikken naar wat in deze wereld gewoon of vanzelfsprekend heet te zijn. Als christenen proberen wij gevoelig te zijn voor de noden van kwetsbare mensen: hongerigen en dorstigen, zieken en hoogbejaarden, mensen in de knel. Christenen leven niet aan de nood van anderen voorbij. Christenen kennen in de wereld waarin rijk worden en een plezierig leven leiden de boventoon voeren, de waarden van barmhartigheid, belangeloosheid en vrijwillige inzet.
Christenen willen mensen zijn die in de donkere momenten van iemands leven licht willen laten stralen. Al is het maar voor even! Christen zijn in de samenleving van vandaag: je kunt er als berg tegen op zien. Maar als je die berg bestijgt en als je boven bent aan gekomen, dan kan het zijn dat je je gekoesterd voelt door de stralende zon van Gods liefde en dat je zijn stem hoort: “ Luister, lieve mens, jij bent mijn geliefde dochter, jij bent mijn geliefde zoon, jij bent kind naar mijn hart.”

Voorbede

 

Pastor   Goede God, in navolging van Jezus willen wij uwe licht laten stralen in deze wereld. Hoor ons bidden en verhoor ons.

Lector

Voor uw kerk in deze wereld en voor uw kerk in onze stad: dat wij plekken zijn waar het licht van Jezus straalt ; waar mensen zich bemind en getroost voelen. Help ons het donker van deze wereld te overwinnen door in navolging van Jezus uw goedheid uit te stralen.

S T I L T E Laat ons bidden.

 

Lector

Voor alle mensen die in hun leven een kruis te dragen hebben: ziekte, beperkingen, tegenslag en pech. Dat zij mensen ontmoeten die aandacht en begrip schenken. Dat zij in het donker van hun bestaan uw licht mogen ervaren.

S T I L T E Laat ons bidden.

 

Lector

Voor mensen die oprecht zoeken christen te zijn in de wereldtijd. om geloof in uw toekomst ; om vertrouwen in uw nabijheid; om de moed te doen wat gevraagd wordt. Maak ons nu reeds tot burgers van uw komend koninkrijk.

S T I L T E Laat ons bidden.

 

Pastor

God schenk ons het vertrouwen dat wij kinderen zijn naar uw hart wanneer wij Jezus volgen op zijn weg door lijden en dood heen naar het leven van de verrijzenis.

Door Christus onze Heer. Amen.

 

 

Gebeden en overweging bgv de 75e sterfdag van Titus Brandsma door p. Tom Buitendijk

Welkom in deze viering.

We gedenken vandaag dat Titus Brandsma 75 jaar geleden is vermoord in het concentratiekamp Dachau. Hij is een van de vele slachtoffers van het genadeloze regime van het nationaal socialisme . Hij is niet de enige, maar in zekere zin wel de unieke. Hij is daar terecht gekomen omdat hij voor de Dutsen overheid een gevaarlijke man was die onschadelijk moest worden gemaakt. Wat kan een 62 jarige professor in de wijsbegeerte met een zwakke gezondheid voor kwaad doen? Zijn kracht was het verlangen naar waarachtigheid en waarheid; zijn sterkte was zijn kwetsbaarheid; zijn eigenzinnigheid was zijn volgehouden liefde tot God die Titus in iedere mens wilde ontmoeten. Geen mens is er zonder dat God hem vasthoudt; in ieder mens – ook in de misdadige beulen – moet God te vinden zijn. “Als ik zwak ben, ben ik sterk”, zie Paulus. Titus weerloze liefde was zijn kracht; liefde schenken was zijn verzetsdaad. Hij heeft dit met de dood moeten bekopen in de hel van Dachau. In de bede om ontferming getuigen wij dat Gods hand ons in leven houdt.

Openingsgebed

Goede God, U woont verscholen in het hart van ieder mens. In daden van goedheid en liefde komt U aan het licht. Wij bidden U : Doorstraal ons leven met uw licht en uw warmte zodat wij mensen worden die leven in de gezindheid van Jezus, uw Zoon. Help ons elkaar nabij te zijn zoals Hij ons nabij wil zijn. Dan komt er vrede over heel deze wereld. Dit vragen wij U op voorspraak van pater Titus door Christus onze Heer.

Amen.

Gebed over de gaven.

Goede God, herken in deze gaven van brood en wijn onze inzet voor onze geloofsgemeenschap. Dat wij die met elkaar uw Brood en Beker delen ook bereid zijn elkaars leven te delen zoals Jezus het ons heeft voorgedaan. Dit vragen wij U op voorspraak van pater Titus door Christus onze Heer. Amen.

Slotgebed.

Goede God, in deze viering hebben wij u willen eren en danken voor Titus Brandsma, naar wie deze gemeenschap genoemd is Door zijn leven en werken is hij een levende getuige van uw goedheid en liefde. Mogen zijn voorbeeld tot ons blijven spreken opdat wij, door hem geïnspireerd, blijven zoeken naar U in het diepst van ons bestaan. Dat wij U daar vinden en ons kind naar uw hart weten. Dit vragen wij U op voorspraak van pater Titus Brandsma door Christus onze Heer. Amen.

Overweging

Het woord van God laat zich niet gevangen zetten, zegt Paulus. Het woord van God klinkt boven alle woorden uit en klinkt door in alle situaties. Het is sterker dan Befhl ist Befehl; het is sterker dan nep-waarheden; het is sterker dan propaganda waarin de Duitsers meester waren; het is sterker dan het bevel van 26 juli 1942 : “dood deze man”. Het woord van God is altijd een woord ten leven. In de Nijmeegse Titus Brandsma kapel staat een urn met as uit Dachau. We weten niet of er iets van het verbrande lichaam van Titus bij zit. Er is hoogst waarschijnlijk helemaal niets vindbaars van hem overgebleven. Toch is Titus een levende in de hemel, die tot ons hier op aarde spreekt. Zijn woorden klinken na en zijn geschriften zijn nog steeds bron van inspiratie voor mensen die naar God verlangen; die naar zingeving zoeken; die hun waarden willen ijken aan deze onkreukbaar persoon met wie over de waarheid niet te marchanderen viel. In zijn verweerschrift dat hij schreef in Scheveningen in opdracht van de Duitse commandant ontleedt hij de intellectuele zwakte en de destructieve kracht van het nazisme om te eindigen met: “God zegene Duitsland ;God zegene Nederland. Dat beide broedervolken in vrede kunnen leven.” Zijn liefde voor de waarheid maakte hem niet minder scherp in zijn denken en spreken. Naar mijn gevoel is dat één van waarden die Titus ons nalaat en die hem voor vandaag actualiteitswaarde geven. Ontzettend veel “waarheid” die gecommuniceerd word, dient andere belangen dan eerlijke en juiste informatie. Economische belangen. Persoonlijke belangen van mensen met aanzien. Voorstelling van zaken om vooroordelen op te wekken. De uitdagende uiting van platvloerse scheldpartijen in naam van vrijheid van meningsuiting. De waarheid wordt in dienst genomen ter versterking van eigen positie en ter vernedering van medemensen. De voortdurende mantra dat Nederland zo’n gaaf en goed land is, is alleen maar waar voor een beperkte groep. De situatie voor kwetsbare mensen gaat steeds meer achteruit. De groep mensen die niet mee kunnen komen met de samenleving wordt steeds groter. Journalistiek met liefde voor de waarheid analyseert de feiten zonder rekening te houden met andere belangen dan alleen de waarheid. De ethische richtlijnen van Titus voor een volwassen katholieke pers zijn in het tijdperk van veelsoortige sociale media nodiger dan ooit. Het woord van God laat zich niet gevangen zetten. Het is de taak van profetische mensen in en buiten de kerk om tegendraads te spreken. Het kostbare van menselijke woorden is dat daarin het woord van God kan doorklinken. Het menselijk spreken is nooit zomaar een spreken: het is een antwoord op een situatie; het is een aanspraak tot een medemens; het is de verwoording van een visie. Het juiste spreken is altijd een benadering om recht te doen aan medemensen. Waar het spreken anderen mensen kleineert daar worden de woorden misbruikt. Titus kon scherp zijn, maar was nooit liefdeloos; Titus kon een ander zeggen waar het op stond, maar brak een ander nooit af. Titus was er zich van bewust dat in menselijk spreken en schrijven God ons iets te zeggen heeft. God was voor Titus een nabije God in wiens Tegenwoordigheid Hij wilde leven; een God die in zijn spreken steeds mee klonk. Naast professioneel journalist is Titus vredesapostel; naast dienaar van de vrede komt Hij ook op voor het ethische omgaan met dieren. Naast man van de wijsbegeerte is hij ook de man die in alle eenvoud bidden kon en anderen leerde bidden. Naast geestelijk leidsman van velen was hij ook animator van katholiek sociaal leven; naast bescheiden religieus en karmeliet was hij ook een zelfbewuste emancipator van de katholieke zuil in de vooroorlogse zuilenmaatschappij. Titus was een ontzettende regelaar en soms ook wel bemoeial. Wat hij voor Oss gedaan is nog steeds vruchtbaar: de bibliotheek en het middelbaar onderwijs. Toch werd heel dat drukke en doenerige leven van Titus samen gehouden door twee grondlijnen in zijn leven: door de beoefening van de deugden van geloof , hoop en liefde ons voorbereiden op de ontmoeting met God ; het volgehouden verlangen Gods aanwezigheid in dit leven reeds te smaken. In juni en juli 1942 liet Titus zien hoe hij zijn deugden consequent beleefde. In het duister van Dachau bleef hij vriendelijkheid uitstralen naar zijn medegevangenen en naar zijn beulen die ook Gods kinderen zijn; Titus die zelf nauwelijks meer kon lopen sprak zijn medegevangenen moed in voor de nieuwe dag; Titus getuigde van zijn geloof in Gods nabijheid nadat hij tegen de grond geslagen was en zijn gezicht bloedde. Hij wees op zijn brillenkoker waar een stukje van de hostie verstopt zat , en zei: “ik wist toch wie ik bij me had.” In het duister van Dachau smaakte Titus Gods aanwezigheid in het gebroken brood, het Lichaam van de Gekruisigde. In zijn lijdensweg die 37 dagen duurde is Titus één met Jezus geworden die hij nog zo vredig aanschouwde in de cel in Scheveningen. Hier wordt Titus vereend met de Gekruisigde. Gods Woord laat zich niet gevangen zetten en spreekt door dood en marteling heen van opstaan en leven.

Pastor:
Worden we een ogenblik stil en keren wij ons hart tot God en leggen wij aan Hem voor alles wat ons ten diepste beweegt.

Lector

Wij bidden voor allen die zoeken naar zingeving en verdieping in hun leven. Voor allen die U hopen te ontmoeten als de dragende grond van hun bestaan. Dat wij U mogen ervaren als het meest innerlijke van ons wezen. Leef in ieder van ons en geef dat wij in U mogen leven.
Stilte Laat ons bidden:

 

Lector

Bidden wij voor de wereld waarin wij wonen: om vrede en rust in alle haarden van oorlog, geweld en onderdrukking; om het doorstaan van de economische crisis waardoor er weer armoede dreigt voor de gewone mensen; om veiligheid en opvang voor mensen die als vluchtelingen toevlucht zoeken in ons land. Dat er steeds weer mensen zijn die in de geest van Titus de moed hebben om op te geloven in daadkrachtige liefde en gerechtigheid.

Stilte Laat ons bidden:

 

Lector

Wij bidden voor onze geloofsgemeenschap die de naam van pater Titus draagt. Moge zijn eenvoud en de bescheidenheid ons doen en laten kenmerken. Om hechte saamhorigheid en verbondenheid opdat het geestelijk leven van deze gemeenschap kan bloeien. Geef dat wij heel ons leven richten naar het visioen van het Komende Koninkrijk van waarin Gods Naam geheiligd wordt en Zijn wil geschiedt.
Stilte Laat ons bidden:

 

Pastor

Goede God, U die woont in het diepst van ons wezen, kom aan het licht in onze daden van dienstbare liefde. Dit vragen wij U op voorspraak van Titus Brandsma, Door Christus onze heer. Amen.

 

 

 

Overweging van zondag 16-7-2017 door pastor Leon Teubner

Vandaag vieren we het feest van de Orde van Onze Lieve Vrouw van de Berg Karmel, ofwel het Karmelfeest. Daarom hoorden we zojuist twee andere lezingen dan in de rest van de kerk vandaag gelezen worden. We hoorden zojuist over het bezoek van Maria aan haar nicht Elizabeth. Elisabeth prijst Maria zalig, Want Maria heeft zich durven toevertrouwen aan het Woord van de Heer: nl. dat zij zwanger zou raken van H. Geest. Maria echter, prijst niet zichzelf maar haar God, omdat deze zo  genadig met haar en met alle mensen begaan is. Zij schreeuwt het uit en zegt: Mijn hart prijst groot de Heer, van vreugde juicht mijn ziel in God, mijn redder, ja gezien heeft Hij de gebogenheid van zijn dienstmaagd.
Dat besef, dat zij gezien is door God die genadig met haar en met alle mensen begaan is, dat besef tekent de houding van Maria. Vanuit dat besef, dat God haar ziet en redt, beroemt zij zich ook niet op zichzelf, niet op haar eigen verdienste en goede daden, maar legt zij daarvoor alle eer bij haar God. Zo corrigeert zij op milde wijze haar nicht, en ook ons. Want Maria voelt hoe nietig zijzelf is, en wij allen zijn, in het licht van Gods gunnende goedheid. Niet zij, maar enkel God zal door ons geprezen worden.
Deze houding kenmerkt niet alleen de joodse, maar ook de christelijke traditie, die mét Paulus zegt: Niemand van u zal de ene persoon verheerlijken ten koste van de andere. Want, wat heb je, dat je níet gekregen hebt? Als iemand al wil roemen, dan roeme hij op de Heer!
Hier spreekt geen angstvallige nederigheid of minderwaardigheid uit, maar een heel fier en zelfbewust realisme. Al wat een mens is en kan, zo beseft Maria, dat is maar van God uit gegeven. Je zult daarom niet mij zalig prijzen, zegt zij, maar enkel en alleen God, die mijn en jouw redder is. Maria zit anders in elkaar dan de profeet Elia uit de 1e lezing. Elia wil sterven en legt zich neer onder een braamstruik, maar wordt gewekt door een engel van God die hem water en brood geeft om verder te gaan. Als Elia uiteindelijk voor Gods gelaat verschijnt op de berg Horeb, dan beklaagt hij zich bij zijn God en zegt:

Ik heb me vol ijver ingezet voor jou,
maar Israël vermoordt jouw profeten,
en nu vrees ook ik voor mijn leven.

Er is veel ‘ik’ bij Elia, veel eigen ijver waarop hij zich beroemt. Elia is stukgelopen op zijn eigen weg. Terneergeslagen is hij, hij wil dood. Veel willen ook, en weinig ontvankelijkheid voor Gods wil. Maar God buigt de eigenwilligheid van zijn profeet om naar Zijn wil, en zendt hem weer weg. Elia zal een nieuwe koning zalven, die het afvallige volk weer zal doen omkeren tot zijn God. In tegenstelling tot Elia is er in Maria weinig ik-gerichtheid en eigen roem te vinden, zoals zij voor ons getekend wordt in het evangelie.

Er is weinig ‘ik’, doch veel ‘mij’:
Hier mij’, zegt zij heel eenvoudig tegen God,
mij geschiede naar jouw woord’.

Maria staat voor ons als een vruchtbaar model voor religieuze gevoeligheid en ontvankelijkheid. Zij beklaagt zich niet over haar leven bij God, maar laat Hem eenvoudigweg binnen. Zij ontvangt zijn werkzame inwoning in haar hart, en in haar spreken, in haar doen, en in haar laten, en laat Hem daar eenvoudigweg vruchtbaar werken. Zo wordt uit Maria Gods Gezalfde geboren, een redder die zijn volk weer zal doen terugkeren tot zijn God. En Maria, Maria prijst enkel haar God om de grote dingen die Hij in en aan haar doet. Zij buigt zich ontvankelijk naar God, haar redder, en God buigt zich welwillend tot Maria, zijn dienstmaagd.
Maria is een gebogene. Een gebogene in de Bijbel is geen terneergeslagen mens. Een gebogene is iemand die arm is van zichzelf, en hij weet dit. Een gebogene is arm aan zijn en rijk aan niet-zijn. Hij weet dat hij niets is uit zichzelf, en niets bezit, maar elk moment alles te ontvangen heeft: zijn lijf, zijn geest, zijn vermogens, zijn lief en leed, zijn hele mens-zijn, al wat is. Een gebogene is iemand die elke dag weer zich buigt naar God als de bron van zijn bestaan, om alles uit diens gunnende hand te ontvangen: zichzelf, zijn naaste, een hele schepping. Ook als hij lijden moet en het leven als een last ervaart, zijn kwetsbaarheid voelt, zijn onmacht, zijn tekort.
Gebogenheid is ook de grondhouding van de Messias, Christus, de Gezalfde, die uit elke Maria geboren wordt. Hij die vertrouwend is, zachtmoedig, teder en beminnelijk. Hij die zich geheel en al buigt voor het Geheim van alle leven, vanuit een nederige aanname van zijn eigen armoede en tekort. Maria vormt zo voor ons allen een uitdaging om te gaan ontvangen wat wij mogen worden, het lichaam van de Christus, de Gezalfde van God.
Dat ook aan ons geschieden zal wat wij op deze zondag van het Karmelfeest vieren, en met Maria durven zeggen:

Mijn hart prijst groot de Heer,
van vreugde juicht mijn ziel in God, mijn redder,
ja gezien heeft Hij de gebogenheid van zijn dienstmaagd.

Overweging van zondag 9-7-2017 door p. Tom Buitendijk

Van harte welkom in deze viering.

Vandaag aan het begin van de vakantie tijd horen we de uitnodiging van Jezus om tot rust te komen. Wanneer wij tot Hem gaan zal Hij ons rust en verlichting schenken. Wat biedt deze rust ons? Daar willen we bij stil staan. Willen wij bidden om Gods barmhartigheid om deze Eucharistie viering goed te kunnen vieren.

 

Openingsgebed.

Goede God, in Jezus uw zoon bent u ons verschenen als een brenger van rust en vrede. Biddend en gelovend kunnen wij komen tot rust. Doe ons delen in de zekerheid dat uw Koninkrijk groeiende is. Behoed ons voor het waandenkbeeld dat alle geluk van ons afhangt. U bent de Heer van tijd en eeuwigheid. Amen.

 

Gebed over de gaven.

Barmhartige God, brood en wijn zijn de tekenen van vreugde onder de mensen. Mogen wij in deze maaltijd gesterkt worden tot dienstbaarheid aan elkaars geluk. Aanvaard deze gaven en maak ze tot teken van verbondenheid met U. Door Christus onze Heer. Amen.

 

Slotgebed

Goede God, u bent nabij aan hen die U zoeken. U wilt de kracht zijn in onze pogingen uw Rijk gestalte te geven. Geef ons de rustige zekerheid dat wanneer wij doen wat ons te doen staat, ons leven een bijdrage is aan uw Koninkrijk. Moge uw vrede en de barmhartigheid over ons komen en ons de innerlijke rust schenken. Door Christus onze Heer.

 

Overweging

Jezus nodigt ons uit om bij Hem te komen en om bij Hem rust te vinden. Dat rust vinden betekent wèl dat je bereid bent de lasten die Hij je oplegt te dragen. Hij legt je, zo belooft Hij, een zacht juk op. Hij nodigt ons niet uit om lekker op vakantie te gaan om daarna het oude leven weer op te pakken en aan te kunnen. Misschien in een rustiger tempo.  De rust waartoe Hij ons uitnodigt ligt op een dieper niveau: het is de rust waarin je thuis bent bij jezelf; de rust van het toeven bij God als bron van je bestaan; de rust van goede verhoudingen met medemensen. Deze rust vind je alleen als je in keert in jezelf, als je de reis naar je binnenste, naar je ziel maakt. Dat is een stuk moeilijker dan een vakantie reis. Die rust heeft te maken met de rust die God nam, nadat Hij in het scheppingsverhaal aarde en hemel had voltooid. Het is de rust na gedane arbeid. De rust van het zalige genieten. Het is de rust van de joodse  sabbat en van de christelijke zondag.  De dag waarop God en mens elkaar ontmoeten in gebed en overweging, in inspiratie en nieuwe oriëntatie voor het leven van alledag.  Onze samenleving zou een stuk rustiger, minder opgejaagd en gehaast zijn als we de zondag weer zouden respecteren als Dag des Heren. We zouden er als samenleving een stuk gezonder op worden. Zondag als dag van recreatie, van herschepping, van genieten, van herbronning naar God toe. De 24 uurs economie die ons meer en meer wordt opgedrongen, leidt tot de nare ziekte van de kokende kikker. Wij leven als kikkers in een diep pan met water dat alsmaar warmer wordt door het vuur eronder. We spartelen met onze pootjes om boven water te blijven. De randen van de pan zijn te glad om houvast te vinden. Wat er gebeuren gaat laat zich raden. Zo zit wel onze maatschappij in elkaar. We komen niet meer op adem en vinden geen rust. Het enige wat schijnt te helpen is onverschillig worden voor onze omgeving, ons nergens meer iets van aantrekken en uitsluitend naar ons eigen belang kijken. Dat is precies wat er ook gebeurt.  De mensen die sterk zijn en zich goed kunnen redden vinden dat we in een gezonde economie leven en in een gaaf land wonen. Ze zien niet dat de armoede toeneemt; ze zijn onverschillig voor de zorgbehoeftigen; hebben nauwelijks belastingmoraal; willen van sociaal onrecht niet weten. Economie als eerlijke verdeling van de schaarste is verworden tot “ik wil meer hebben dan een ander en de ander zie ik niet meer staan.” En als de ander zich meldt, dan is er ineens sprake van sociale onrust. Het is waar: we leven in een ontzettend onrustige wereld. Maar je kunt niet van deze wereld afstappen naar een andere wereld waarin het rustiger is.  De komst van migranten naar Europa; de Islam in onze streken; de gevolgen van de klimaatverandering; de aanslagen en terreurdaden; de schending van het milieu: al die wereldproblemen vragen om een antwoord. Hoe dat antwoord eruit moet zien, weten we niet. We weten wel dat een antwoord dat begint met “ik zal mij redden ten koste van anderen” nooit zal helpen! Alle wereldproblemen kunnen alleen maar worden opgelost door ‘samen met elkaar’ naar oplossingen te zoeken.  De samenleving gaat kapot aan individualisme en aan groepsbelang. Heel de samenleving snakt naar solidariteit, naar toekomstperspectief voor allen. De kerk is niet de instantie om alle problemen op te lossen. Wel is het goed dat de kerk problemen signaleert en benoemt zoals paus Franciscus doet in zijn encycliek Laudato Si. Het gaat immers om het geluk van mensen, het gaat om menselijkheid voor allen, het gaat om de eerbiediging van alle mensen die Gods kinderen zijn. Het gaat in de kerk om onze betrokkenheid op God. Op God die deze wereld schiep, die ons het leven geeft, die de grond is van ons bestaan. Het gaat om de zorg voor onze ziel en om de rustige zekerheid, die wij daar mogen ervaren: God is er toch! Het besef: God is er toch! schenkt ons te midden van alle onrust de rust die Jezus belooft. In de hel van Dachau bleef Titus Brandsma naar God zoeken. Ook in zijn beulen. Er moest iets goeds zijn in iedere mens. God is er toch. In de gevangenis op Robbeneiland heeft Nelson Mandela de rustige zekerheid gekend: eens verdwijnt de apartheid en worden wij vrije mensen. God is er toch. In de onrust van deze wereld kunnen we onze rust vinden in onze ziel: de plek waar wij door God worden aangesproken: jij mens; de plek waar wij onze medemensen aanspreken: jij bent mijn medemens;  de plek waar ik mezelf toespreek: wees een medemens, wees andermans naaste. Jezus nodigt ons uit om vanuit onze ziel, vanuit dit innerlijk centrum te leven in de wereld van vandaag. De schokkende onrust van de wereld kan ons ons verwarren, maar nooit helemaal schokken. In ons leeft de overtuiging: God is er toch! Het komt goed! Vanuit die innerlijke overtuiging leren we ook dat onze bereidheid de naaste te zijn, een begin is van de oplossing van alle wereldproblemen. Daar is moed voor nodig. Niet de moed van mensen die met een vloek en een zucht, met geweld en overmacht de zaak wel even klaren. De ervaring van eeuwen leert dat geweld alleen maar meer geweld oproept.  We hebben zachtmoedigheid nodig: de moed om zacht voor elkaar te zijn. De zachte krachten zullen het winnen. Daar is nederigheid voor nodig. Niet het zichzelf wegcijferen tot er niets meer van je overblijft. Nederigheid is zelfbewust je plaats weten te midden van mensen en van daaruit je gaven en capaciteiten aanwenden om deze wereld mooier te kleuren. Nederige mensen zullen de lasten van een zacht juk moedig kunnen dragen. Toen Jezus’ ziel verontrust was door de tegenstand die Hij ontmoette vond Hij zijn rust in de overtuiging dat Gods Rijk zou aanbreken. Nederig gezeten op een veulen reed Hij zijn stad Jerusalem binnen en met grote moed legde hij getuigenis af dat liefde tot God en de naaste de grondslag is van een nieuwe maatschappij. Als christenen hebben wij de lichte last opgelegd gekregen dit getuigenis te laten klinken en er naar te leven. Alleen zo kan de onrust die onze maatschappij zo kenmerkt bezworen worden. We weten dat de echte oplossing van ieder wereldprobleem begint de rustige zekerheid: God die liefde is, die is er toch! 

 

Pastor

Bidden wij tot God die liefde is en ons leven doet.

 

Lector

Bidden wij voor de kerk in de wereld en in ons land. Dat de kerk vrijmoedig de tekorten in de samenleving aanwijst. Dat de kerk de harten van de mensen kan richten op God.
S T I L T E  laat ons bidden.

 

Lector

Bidden wij voor hen die  politieke verantwoordelijkheid dragen. Dat het algemeen welzijn van iedere mens in ons land hun hoogste doel is. Dat zij oog en oor en hart hebben voor kwetsbare mensen.

S T I L T E  Laat ons bidden.

 

Lector

Bidden wij voor de vakantiegangers. Dat zij rust en ontspanning vinden. Dat zij  de natuur, de cultuur, de medemensen leren waarderen als gaven van God.

S T I L T E  Laat ons bidden.

 

Lector

Bidden wij voor onze parochiegemeenschap. Voor de zieken en bedroefden. Om genezende aandacht. Voor mensen die niet op vakantie kunnen. Dat zij niet vergeten worden. Voor de jarigen. Om levensvreugde en gezondheid.

S T I L T E  Laat ons bidden.

 

Pastor

God maak ons tot zachtmoedige mensen die uw liefde uitdragen en zo meewerken aan de komst van uw koninkrijk. Door Christus onze Heer.

 

 

 

Overweging van zondag 2 juli 2017 door p. Tom Buitendijk

Welkom

U allen van harte welkom in deze viering. De vakantietijd breekt aan. Veel mensen gaan op weg om andere landen te bezoeken. Toeristen zijn als gasten van harte welkom. Veel mensen komen naar Oss toe om hier te gast te zijn bij familie en vrienden. Gastvrijheid is een belangrijke deugd. Een samenleving die gastvrij en open is naar andere mensen is een goede en beschaafde samenleving. In abdijen ontvangt de abt de gasten als waren zij Christus zelf. Wie een gast opneemt, neemt Christus op. Zijn wij gastvrije mensen? is een vraag die Jezus ons vandaag stelt.

 

Overweging

Het tiende hoofdstuk van Mattheus heet de zendingsrede. Jezus stuurt zijn leerlingen erop uit om Zijn Boodschap van het komende Rijk van God aan te kondigen en te beleven. Vorige week hoorden we Jezus tot vier keer zeggen: natuurlijk loop je tegenstand op, maar: wees niet bang. Je maakt je als mijn volgeling niet populair, maar uiteindelijk zul je je tegenstanders toch overwinnen! God is met je! Dus: wees niet bang! Ik heb toen verteld over paus Franciscus en over bisschop Gerard de Korte die hun hart laten spreken voor en die hun handen uitstrekken naar mensen die zich door de kerk aan de rand geduwd voelen. De homo’s, de gescheiden mensen, de vreemdelingen in ons midden, maar ook de zondaars die spijt hebben over hun daden. Al deze mensen moeten mogen rekenen op de liefde en de zorgzaamheid van de geloofsgemeenschap. Er zijn mensen die menen namens God een hard oordeel te moeten uitspreken. Paus Franciscus en bisschop Gerard willen ook in deze mensen Gods oproep horen tot barmhartigheid. Zij willen ook in hen het beeld van God zien.
Mattheus legt Jezus een hele moeilijke zin in de mond: “Wie u die mijn leerling bent, opneemt, neemt mij op. Wie Mij- Christus -opneemt, neem Hem op die mij gezonden heeft. Die “ Hem” is God de Vader. Wij die als leerlingen gezonden zijn om de boodschap van het evangelie uit te dragen, wij worden als Christus opgenomen en ontvangen of wij worden als Christus tegengesproken en weggestuurd. Als wij in de samenleving getuigen van ons christen zijn dan delen wij in hetzelfde lot als Christus die zijn kruis moest dragen en zijn leven moest geven. Maar ook kunnen wij – zoals Christus – welwillend en gunstig ontvangen worden en gaan mensen met ons mee doen. Waar er twee of drie in mijn Naam bijeen zijn, ben ik – Christus – in hun midden.
Leerling van Jezus zijn betekent niet het theoretisch eens zijn met zijn leer of zijn geboden. “Jezus, ik kan een heel stuk met u mee denken”. Leerling van Jezus zijn betekent alles voor Hem en voor zijn Boodschap over hebben als voor je beste en intiemste vriend. Leven in vriendschap met Jezus betekent: heel jouw wezen laten door dringen van zijn persoonlijke nabijheid. Die band met Jezus is hechter dan de band met je ouders of met je kinderen. Die band met Jezus kan de band met je ouders en met je kinderen zelfs verdiepen. Die band van vriendschap met Jezus kan vragen dat je alles en iedereen los laat omwille van Hem. En als je alles hebt los gelaten omwille van Hem, dan kom je tot je waarachtige zelf. Je komt tot de mens die zoals Jezus onbevreesd en belangeloos, open en vrij tegenover andere mensen staat. Je ervaart jezelf als mens die door Jezus wordt bemind. En: je bent voor niemand meer bang. God is met je. Leerling van Jezus zijn, christen zijn, vriend van Jezus zijn, betekent dezelfde moed en dezelfde kracht als Christus hebben om het Rijk van Godgestalte te geven. Om het heel scherp te zeggen: wie Christus opneemt in zijn leven, wordt daarmee Christus in de wereld van vandaag. Je kunt niet een beetje christen zijn en voor de rest jezelf, je eigen ik. Je bent christen of je bent het niet. Maar- dat moeten we heel eerlijk toegeven – als christen kunnen we lang niet altijd de maat van Christus zelf bereiken. We schieten altijd te kort in christen–zijn. Dat we dagelijks tekort schieten in christen zijn, wil niet zeggen dat we volkomen falen. Er gebeuren gelukkig ook altijd veel goede dingen in de samenleving doordat christenen hun stem laten horen en verantwoordelijkheid op zich nemen. Niet alle christenen doen dat op dezelfde wijze en in dezelfde mate. De kinderombudsvrouw mevrouw Margrite Kalverboer wil de rechten van kinderen van asielzoekers die langer dan vijf jaar in ons land wonen, respecteren. Zij pleit er voor hen gastvrij op te nemen in onze samenleving. Zij pleit voor een nieuw kinderpardon. Sommige christenen stemmen met haar plannen in, andere christenen zijn terughoudend. Christen–zijn betekent belangeloos goed zijn en ruim denkend handelen. Wat blijkt nu: lang niet altijd maken we de keuze die Christus zou maken. Als christenen falen wij en zijn wij lang niet altijd in alles geloofwaardig.
Christen zijn betekent steeds meer keuzes richting Christus maken. Christen willen zijn is altijd christen willen worden.
Gastvrijheid is een deugd die beloond wordt. Wie een profeet opneemt, neemt iemand op die namens God spreekt. Dat spreken van God kan weleens heel lastig en veeleisend zijn zoals het spreken van Christus is. Het zou goed zijn als christenen helderder en overtuigender hun stem laten horen in de wereld van vandaag. Maar ook: het zou goed zijn voor de samenleving om gastvrijer te zijn voor christenen en om meer te luisteren naar hun profetisch spreken. Christenen oordelen niet allereerst over andermans fouten en tekorten, maar nodigend uit om de weg van Christus te gaan. Christenen die authentiek en van binnenuit spreken zullen zeker ontvangen worden. Zeker als hun spreken vergezeld gaat van geloofwaardige daden. Wie als christen de persoon van Christus in de samenleving brengt zal zowel gastvrijheid als tegenstand ervaren.
Gastvrijheid bouwt een samenleving op die door tegenstand niet kan worden afgebroken. Wees niet bang om christen te zijn! Amen

 

 

Pastor

God, luister naar onze gebeden en schenk verhoring. Geef wat goed voor ons is.

 

Lector

Voor allen die zich christen noemen. Dat Christus het centrum van hun leven is en dat zijn hun doen en laten op Hem gericht zijn. Help ons steeds meer christen worden in de wereld van vandaag.

S T I L T E Laat ons bidden.

 

Lector

Voor de vervolgde medechristenen. Dat zij in navolging van Jezus hun kruis kunnen dragen. Dat zij staande blijven in het geloof en daadkrachtig zijn in het beleven van de liefde.  Wees hen nabij met uw kracht en uw steun.

S T I L T E Laat ons bidden.

 

Lector

Voor de kinderen van asielzoekers die hier geboren, geworteld en ingeburgerd zijn. Dat wij hen gastvrij ontvangen als waren zij Christus zelf. Dat wij hen de kans geven hun talenten in te zetten voor de opbouw van ons land.

S T I L T E Laat ons bidden.

Lector

Voor onze parochiegemeenschap bidden wij: voor de zieken thuis en in het ziekenhuis;

  • voor de bedroefden en de vereenzaamden
  • voor de armen in ons midden en vooral voor de kinderen die tekort komen.

Mogen wij voor elkaar gastvrij zijn en elkaar opnemen omwille van Christus zelf.

S T I L T E Laat ons bidden.

 

Pastor

Goede God, mogen wij door waarachtig christen te zijn medebouwers worden aan uw Rijk dat komen zal. Dit vragen wij u door Christus onze Heer.

Amen